Het college van burgemeester en schepenen keurt de schrapping van de risicogrond goed.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Notariaat Drongen heeft een aanvraag tot schrapping van een risicogrond uit de gemeentelijke inventaris ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 1 december 2022.
Volgende wordt aangevraagd:
• Onderwerp:
vraag tot schrapping risicogrond Emiel Lossystraat 90/94 (afd 19 sectie C nr 1220X11) te 9040 Sint-Amandsberg (199500350)
Het perceel dat de aanvrager wenst te schrappen als risicogrond is opgenomen in de gemeentelijke inventaris.
Volgende vergunningendossiers met risicorubrieken zijn van toepassing:
Dossier: 199500350 - Beslissing: 22 juni 1973 (Deputatie)
Inrichting: De Blauw- de exploitatie van een werkplaats voor houtbewerking met verfspuitinstallatie
Vergunde risico-rubrieken: 4.3.b)1)ii)
Volgende calamiteiten of klachten met betrekking tot de bodem zijn vastgesteld:
Er zijn geen calamiteiten of klachten gekend.
Het perceel is opgenomen in volgende dossiers van OVAM:
Er zijn geen bodemonderzoeken gekend.
De motivatie van de aanvrager om het perceel als risicogrond te schrappen is als volgt:
Het kenmerken van het perceel als risicogrond is te wijten aan de vergunning die werd verleend voor een aangrenzend perceel voor de oprichting van een houtwerkingsbedrijf. Hier werd een deel van ons perceel verkeerdelijk bij de vergunning betrokken (zie bijlage). Wij zijn tot deze conclusie gekomen op basis van onderstaande punten.
Ten eerste is er geen overeenstemming inzake de afbakening van het betrokken perceel (Emiel Lossystraat 90/94) tussen het plan dat werd bijgevoegd bij de vergunning (perceel nummer 1220 G11) en het huidig kadastraal plan (perceel nummer C1220 X11).
Ten tweede blijkt uit de vergunning en het bijgevoegd plan dat het betrokken perceel (nummer 1220 G11 volgens plan dd. 1972) onbebouwd zou zijn. Het stedenbouwkundig uittreksel (in bijlage) stelt echter dat er reeds een vergunning werd afgeleverd op 06/12/1962 voor het bouwen van een appartement met winkel, en dat er eveneens een wijzigende vergunning werd afgeleverd op 03/07/1969 voor het verbouwen van een meergezinswoning. Zodoende bewijst dit dat er reeds gebouwen aanwezig waren op het perceel en dit dus foutief werd opgenomen in het plan van 1972.
Ten derde werd de vergunning aangevraagd en verkregen (in april 1973) door de P.V.B.A. De Blauw, deze is echter nooit eigenaar geweest van het betrokken perceel en kan bijgevolg geen vergunning voor dit perceel hebben aangevraagd. Het perceel is sedert februari 1973 eigendom van de heer Deschepper Jeroom en mevrouw Dhaese Beatrice. Zij hebben dit perceel aangekocht jegens de heer De Boe Jan en mevrouw Verdonckt Mariette. Naar aanleiding van bovenstaande punten concluderen wij dat de vergunning louter betrekking heeft op het perceel C1220 A13 (conform huidig kadastraal plan) en er dus verkeerdelijk werd bepaald dat er een risico-inrichting aanwezig is/was op het betrokken perceel (Emiel Lossystraat 90/94) en ons perceel vervolgens verkeerdelijk werd aangemerkt als een risicogrond.
De motivatie is onderzocht door de Dienst Milieu en Klimaat. Uit de plannen verkregen van de provincie is duidelijk dat de risico-activiteiten van inrichting de Blauw niet plaatsvonden op perceel 1220X11. Bijgevolg kan het perceel geschrapt worden als risicogrond.
Conclusie De motivatie van de aanvrager wordt gevolgd. Het college van burgemeester en schepenen beschikt over voldoende informatie om het perceel te schrappen uit de gemeentelijke inventaris.