De rechtbank heeft in kortgeding beslist dat het wijkmobiliteitsplan Dampoort/Oud-Gentbrugge - voorlopig - niet uitgevoerd mag worden. De participatie bij het wijkmobiliteitsplan zou, volgens de rechter, niet wettig en verlopen zijn.
- Wat is de reactie van de schepen op de uitspraken van de rechter?
- Wat zal de impact zijn op de uitvoering en timing van het wijkmobiliteitsplan?
- Zal er een nieuw participatietraject rond het wijkmobiliteitsplan worden opgestart?
1. Over de juridische Procedure
De uitspraak gebeurde door de kortgedingrechter. Het is geen uitspraak ten gronde, wel een voorlopige uitspraak. De hoofddiscussie gaat over wat de juiste rechtsgrond is van het wijkmobiliteitsplan. De kortgedingrechter oordeelt dat dit het Decreet Basisbereikbaarheid moet zijn, terwijl wij van oordeel zijn dat dit het Decreet Lokaal Bestuur betreft.
De kortgedingrechter oordeelt dat het aangewezen is om de verdere invoering van het plan op te schorten tot de uitspraak van een rechter ten gronde. In principe is dit de Raad van State. De uitspraak is bedoeld als tijdelijke maatregel om mogelijke schade voor de betrokkenen te vermijden.
2. Betreffende standpunt stad Gent en volgende stappen
Het is niet verrassend dat we niet blij zijn met dit vonnis. We staan als stadbestuur nog steeds achter het Wijkmobiliteitsplan en de inhoud ervan.
De uitspraak van de kortgedingrechter verbaast ons omdat we de voorbereiding van het wijkmobiliteitsplan wel degelijk op een zorgvuldige wijze hebben aangepakt. De kortgedingrechter bevestigt dit ook in zijn beschikking en stelt dat onder meer dat de participatie op een ‘zorgvuldige en doordachte wijze’ is gebeurd, enkel niet in lijn met het Decreet Basisbereikbaarheid. Dit decreet basisbereikbaarheid zegt in art33 dat het college het participatieproces moest vaststellen en dat is niet gebeurd.
Maar het blijft een voorlopige beslissing en er loopt dus nog een procedure voor de Raad van State, die de wettigheid van het Wijkmobiliteitsplan zal beoordelen. De kortgedingrechter verwijst hier zelf naar door de Stad een verbod op te leggen om het plan uit te voeren tot de Raad van State of eventueel een andere bodemrechter dit ten gronde heeft uitgeklaard.
De Stad heeft geoordeeld na bespreking met haar raadsman en na interne politieke afstemming dat het opportuun en aangewezen is om beroep aan te tekenen tegen de beslissing van de rechter in kortgeding. We gaan in beroep vanuit principiële redenen, het vonnis zou immers verregaande gevolgen kunnen hebben op vele andere ingrepen op openbaar domein.
Volgens ons is de gehanteerde rechtsgrond correct en is het wijkmobiliteitsplan op een rechtmatige wijze, met brede participatie, tot stand gekomen.
3. Betreffende timing van uitvoering
De uitspraak betekent dus dat we op het terrein geen voorbereidingen mogen treffen voor de uitvoering van het WMP, alvorens de Raad van State of een andere bodemrechter uitspraak heeft gedaan. Wel mogen we voorbereidende werken, die zich niet op het terrein afspelen, blijven doen: signalisatieplannen opmaken, aanvullende reglementen voorbereiden, werkplanning, …
4. Wat betreft Zwijnaarde
Gezien de procedure rond het Wijkmobiliteitsplan Dampoort/Oud Gentbrugge lijkt het ons beter om de uitspraak van het Hof van Beroep af te wachten vooraleer verder te gaan. Het WMP Zwijnaarde zat in dezelfde fase als het WMP Dampoort/Oud Gentbrugge. Bovendien is er ook vanuit Zwijnaarde een kortgeding aangespannen of zou het aangespannen zijn.
In Zwijnaarde hebben wij dezelfde inspanningen gedaan als in andere wijken qua inspraak. Ik denk dat die participatie-inspanningen zorgvuldig en doordacht waren.
Normaal gezien zie ik volgende week een delegatie van de initiatiefnemers van de petitie. Het feit dat er een rechtszaak is aangespannen of zou aangespannen zijn, zorgt er natuurlijk wel voor dat vrijuit spreken niet zo eenvoudig zal zijn.
wo 12/04/2023 - 09:11