Voldoende vertrouwen tussen burger en politie is noodzakelijk voor een goede werking van de rechtstaat. Dat vertrouwen is er bij een deel van de bevolking onvoldoende, daarom besliste het college, onder bevoegdheid van Schepen De Bruycker, om een onderzoek te laten uitvoeren naar de effecten en de impact van het handelingskader professioneel profileren.
De resultaten van dit onderzoek werden op 9 mei aan de pers voorgesteld door de onderzoekers, de korpschef, schepen De Bruycker en u, Burgemeester.
Naast de vaststelling dat het handelingskader een positief beleidsinstrument is die de wil en intentie van de politie aantoont om werk te maken van professionele identiteitscontroles, lezen we het onderzoeksrapport op p. 64 dat de impact van de opleiding rond professioneel profileren beperkt is: “in die zin dat ze te weinig beklijft op het terrein, in de dagelijkse politiepraktijk”.
Dit wordt verder uitgewerkt in een aantal aanbevelingen voor verdere optimalisatie van de opleiding, waaronder:
Nog met betrekking tot de opleiding waarderen de onderzoekers heel expliciet de actieve inbreng van de korpschef en stellen ze ook dat dit eigenlijk een belangrijke voorwaarde is om van het handelingskader een positief instrument te maken. Het handelingskader dreigt anders de verantwoordelijkheid te veel te verleggen naar de individuele politieambtenaren. Net daarom stellen ze dat het handelingskader die top-down benadering in de toekomst nog meer en sterker moet benadrukken.
Met betrekking tot de controles zelf stellen onderzoekers op basis van hun observaties vast dat de systematische controles (vb. in een bepaalde buurt) een bijzondere aanpak vereisen. Ze kunnen snel kunnen leiden tot overpolicing (p.66). Daarom wordt gesteld dat het heel belangrijk is om dergelijke systematische controles te motiveren vanuit de politie maar ook vanuit de bestuurlijke overheid.
Ik heb hierbij volgende concrete vragen:
Op welke manier gaat het korps aan de slag met deze hogergenoemde heel concrete aanbevelingen t.a.v. de huidige opleiding?
Is er bereidheid om het handelingskader aan te passen op een manier waarop ook het ‘meso-niveau’ (of de hoofdinspecteurs) ook de professionaliteit actiever ondersteunt? Wanneer kunnen we hierover een eerste terugkoppeling verwachten?
Tot slot, op welke manier en op welke termijn zal de specifieke aanbeveling m.b.t systematische controles geconcretiseerd worden, zowel bij politie als bestuurlijke overheid?
Dit onderzoek is er juist om het vertrouwen tussen de politie en de burger te versterken.
De professionaliteit van onze politie en het vertrouwen tussen burger en politie, die vinden wij belangrijk genoeg om er een wetenschappelijk onderzoek over te laten uitvoeren. Dat vinden wij 140.000 euro waard. Zo’n wetenschappelijk onderzoek is ook niet te vergelijken met een intern onderzoek, dat heeft een volstrekt andere finaliteit en reikwijdte. Intern toezicht is namelijk gericht op de taakuitvoering door de individuele politieambtenaar.
Dit onderzoek is er gekomen na grondig overleg met de politie én in nauwe samenwerking met de politie. Bij elke stap van het onderzoek is de politie betrokken geweest: bij de beslissing om een onderzoek te doen, bij het uitschrijven van de opdracht, bij de gunning, bij de verschillende stappen in het onderzoek via het begeleidingscomité… ze hebben hier constructief aan meegewerkt omdat deze politiezone sterk gericht is op zichzelf verbeteren en daarom dus ook niet terugdeinst om zich een kritische spiegel te laten voorhouden.
Ook de onderzoeker zorgde ervoor dat er in vertrouwen en transparantie kon gewerkt worden. U leest in het rapport dat elke flik vrijwillig kon meewerken aan dit onderzoek of ervoor kon kiezen om dat niet te doen, dat de onderzoeker uitleg gaf aan de flikken, dat er informed consent plaats vond, dat flikken altijd met vragen bij hem terecht konden, dat de aantekeningen van de onderzoeker konden ingekeken worden. Geen enkele flik heeft dit – ondanks het aanbod - gevraagd. Als er sprake was van wantrouwen, dan was dat zeker anders gelopen en had de onderzoeker nooit zijn werk kunnen doen.
Ook vanuit het stadsbestuur hebben we bewust ingezet op een goede dialoog. We hebben het onderzoek bij aanvang toegelicht op het vakbondsoverleg bij de politie, we hebben dat ook vorige week gedaan met de resultaten, zodat ze dit niet in de pers moesten lezen. Er is steeds dialoog geweest en dat zal er ook blijven, want zonder dialoog geen vooruitgang. Op het infomoment bij de politie vorige week, ervoer ik vooral een bezorgdheid hoe dit in de pers zou gebracht worden, niet zozeer een bezorgdheid over het onderzoek zelf.
Uw framing blijft hardnekkig voorbij gaan aan wat wij als college én ook de korpschef, beschouwen als essentieel. Namelijk dat een goed vertrouwen tussen burger en politie essentieel is voor de democratie en rechtstaat. We vertrokken met dit onderzoek dus van een positieve insteek, namelijk dat meer professionaliteit een win win is voor politie én burgers. Ik zou iedereen dus willen oproepen om ook de resultaten met die bril en die doelstelling te bekijken.
Tot slot: het is onjuist dat dit onderzoek er is gekomen naar aanleiding van de systematische controles in de Brugse Poort. Het initiatief voor dit onderzoek gaat reeds terug op het eerder door de gemeenteraad goedgekeurde Actieplan Antidiscriminatie en Antiracisme, waarin de politie een belangrijke partner is met diverse acties die zij zelf ondernemen, waaronder het handelingskader en de bijhorende opleidingen en ook het meldpunt haatmisdrijven.
di 23/05/2023 - 10:21