-
Eind april kwam er opnieuw een incident in de pers waarbij een leerkracht van een Gentse onderwijsinstelling op school fysiek werd aangevallen door familieleden van een leerling. Dit is jammer genoeg geen alleenstaand geval: het jaarrapport van de Gentse politie vermeldt dat er in onze stad elk jaar ruim dertig geregistreerde gevallen zijn van fysiek geweld (‘slagen’) tegen personeelsleden van onderwijsinstellingen (2022: 36 gevallen, 2021: 34, 2020 (corona): 20, 2019: 34).
Naar aanleiding van het vermelde feit stelde criminologe Iris Steenhout van de VUB in de pers dat “agressie op school zwaar onderschat wordt”. Vanuit die vaststelling is de academica een uitgebreid onderzoek gestart naar verbale en fysieke agressie op school (zie ook https://vub.fra1.qualtrics.com/jfe/form/SV_8CZLthTDHAJL48u). Eén van de resultaten van een eerdere, indicatieve enquête van de Arteveldehogeschool was ook dat 4 op 10 van de leerkrachten-respondenten aangaf het afgelopen jaar geconfronteerd te zijn geweest met verbale agressie vanwege ouders, een toch opvallend hoog cijfer.
Vandaar mijn vragen:
Uw vraag verrast niet. In de regiegroep die ik hier al eerder vandaag noemde, kwamen op het laatste overleg heel wat schrijnende verhalen naar boven. Scholen trekken aan de alarmbel over een waaier aan problematieken. Die groeien niet enkel in aantal, ook de ernst van de incidenten baart zorgen. Daaronder ook heel wat getuigenissen over agressie, hetzij verbaal, hetzij fysiek. De cijfers die u noemt, zijn een vertaling van de praktijk naar de statistieken. De cijfers zijn zelf zijn een onderschatting van het werkelijk aantal incidenten, omdat niet alle incidenten gemeld worden.
Binnen de regiegroep is er dus aandacht voor o.m. agressie binnen de scholen, maar een gerichte aanpak wordt daar niet ontwikkeld. Dat is ook niet hun taak. Vanuit het flankerend onderwijsbeleid, dat wordt aangestuurd door het Onderwijscentrum, ontwikkelen we wel een brede aanpak. Dat komt ook omdat we die tendens proberen te begrijpen vanuit een maatschappelijke problematiek. Er is het groeiende onbehagen bij jongeren, met gevolgen voor hun mentaal welzijn. Dat mag ook blijken uit recent onderzoek. Er is tegelijk de maatschappelijke druk op onderwijs, gecombineerd met personeelstekorten. Tot slot is er ook de toenemende druk op gezinnen, zoals ook deze week mocht blijken uit de berichtgeving inzake honger op school. Niet enkel armoede – hoewel cruciaal – biedt daar een verklaring.
Vanuit die bevindingen zetten we flankerend in op het preventieve luik. Dat doen we in eerste instantie met een brede en positieve aanpak. De werking partnerschap school – gezin, met de brugfiguren is daarvan een goed voorbeeld. Er is ook het brede aanbod rond verbindend schoolklimaat en de autonomie bevorderende trajecten. Dat moet schoolteams en leerlingen verbinden en inspireren. Dat laatste licht ik later ook uitgebreider toe in deze commissie bij de vraag van collega Misplon.
Voor het stedelijk onderwijs Gent heb ik meer cijfers ter beschikking. Ik kan een en ander duiden op basis van het register van feiten van derden en de welzijnsbevraging bij het personeel.
Elke school beschikt over een register van feiten van derden. Daarin wordt melding gemaakt van elke vorm van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk door derden. Dergelijke rapportage is een onderschatting. Niet elk incident wordt gemeld. Het blijvend kenbaar maken van het bestaan van dergelijk register is een blijvend aandachtspunt. In 2022 kreeg IDPBW, de interne preventiedienst, 8 meldingen van feiten van derden binnen het Stedelijk Onderwijs. 2 feiten hadden betrekking op psychisch geweld, 5 op fysiek geweld en 1 op pesterijen.
Bij de registratie van feiten van derden kunnen medewerkers aangeven of ze gecontacteerd willen worden door een preventie-adviseur psychosociale aspecten. Dit kan een opvanggesprek zijn, maar evengoed een gesprek waarbij advies gegeven wordt aan de medewerker. In de praktijk worden leerkrachten vaak doorverwezen naar een arbeidspsycholoog voor een opvanggesprek. Wie in aanraking komt met agressie wordt dus opgevangen binnen het bestaande netwerk van de school en de preventiediensten. We gaan daar zorgzaam mee om. Waar nodig wordt ook de politie ingeschakeld.
Dat die aanpak werkt, blijkt ook uit de welzijnsbevraging van 2023. Inspraak, waardering door de leidinggevende, wederzijds respect in teamverband, emotionele steun van collega’s en instrumentele steun door de leidinggevende zijn buffers die de negatieve impact van ongewenst gedrag kunnen beperken. Dit zijn allen items die overwegend positief gescoord werden door de respondenten.
De welzijnsbevraging bevestigt ook zaken om minder blij van te worden.
Die resultaten zijn opvallend. 14.4% van het personeel in het stedelijk onderwijs geeft aan dat ze in aanraking kwamen met agressie, discriminatie of ongewenst seksueel gedrag. Dat betekent niet dat deze groep in het voorbije jaar daarmee in aanraking kwam, en het cijfer zegt ook niet over hoeveel keer iemand een incident meemaakte. Maar t.o.v. de vorige bevraging uit 2017 is dit verontrustend. Toen antwoordde slechts 1.9% dat ze dit ondervonden als een hoog risico.
Wanneer specifiek gevraagd wordt naar agressie of fysiek geweld, antwoordt 12.1% dat ze dit als hoog risico aanzien. Dit was geen deel van de vorige bevraging; die vergelijking kan ik dus niet maken. Niettemin de cijfers bevestigen dat deze problematiek groeit. Ik wil duiden dat deze cijfers, wanneer we ze afzetten t.o.v. de referentiegroep, zijnde intern als extern (Belgische bevolking), er niet uitspringen. Maar ik neem dit ernstig, en wil dit dus niet te minimaliseren.
Er was recent overleg met de ziekenhuisschool en het internaat rond agressie. Beide werken rond dit thema binnen hun instelling, maar zijn ook op zoek naar een overkoepelend agressiebeleid binnen het onderwijs. We zetten daarvoor binnen ons stedelijk onderwijs momenteel de eerste stappen. Die vraag leeft bij de scholen.
We starten daarbij niet van nul. Er is al heel veel kennis aanwezig binnen de organisatie. Agressie komt bijvoorbeeld meer voor binnen het buitengewoon onderwijs. De ervaring die daar bestaat, zal worden gedeeld met de andere scholen. Dat moet leiden tot een groter plan om scholen te sterken in hun preventieve aanpak. Dat kan gaan over concrete initiatieven zoals de omstaanderstrainingen. Het gaat ook over verbindend communiceren, conflicthantering of allerhande praktische tips.
Tot slot. U verwijst naar een onderzoek van Iris Steenhout van de VUB. Dat onderzoek was ons niet bekend. Er was geen contact of betrokkenheid hierbij. We kunnen dit onderzoek wel als 1 van de bronnen hanteren bij het verder ontwikkelen van een beleid en ondersteuningsaanbod rond dit thema.
ma 22/05/2023 - 13:38