Onlangs lazen we in de pers dat vorig schooljaar in het GO onderwijs voor 11 miljoen euro aan schoolfacturen bleven openstaan.
Nochtans blijkt uit een studie dat de schoolfactuur meestal de eerste is die wordt betaald. Indien dit niet gebeurt, is er een onderliggend probleem zoals armoede.
Vele gezinnen hadden de voorbije jaren te kampen met heel wat financiële uitdagingen. Zo hadden we de coronapandemie, de oorlog in Oekraïne, de inflatie, de energiecrisis, ….
Kent men in het stedelijk onderwijs ook de problematiek van openstaande schoolfacturen ?
Ziet men hier de laatste jaren ook een stijging ?
Wat zijn volgens de schepen de oorzaken van het niet- betalen van de schoolfactuur ?
Hoe wordt dit aangepakt ?
Het is niet eenvoudig te stellen of het aantal onbetaalde schoolfacturen stijgt of niet binnen het stedelijk onderwijs Gent. Wanneer we aan de vlakte blijven, zouden we kunnen concluderen dat er een stijging is, maar het is interessant om dieper in de cijfers te duiken. Dan zien we dat er een belangrijke duiding naar boven komt. Ik ga jullie even meenemen in hoe daar in het stedelijk onderwijs naar gekeken wordt, en vooral ook hoe dat aangepakt wordt.
Wanneer we de peildatum plaatsen op 31 december van elk boekjaar, komen we tot volgend percentage van onbetaalde schoolfacturen. Voor de duidelijkheid: de percentages gaan over de bedragen, niet over het aantal schoolfacturen dat niet betaald werd. In 2018 en 2019 was 16% van het totale bedrag niet geïnd. 19% in 2020. Een lichte daling naar 15% in 2021, maar een stijging in 2022 naar 20%. Hiervan moet je telkens 10% aftrekken om boekhoudkundige redenen. Dat is bovendien niet het eindresultaat. Doorheen de daarop volgende jaren worden de onbetaalde schoolfacturen verder opgevolgd en geïnd. Daarom is het belangrijk om te kijken wat openstaat in een jaar en wat gebeurt er de komende jaren dan nog mee.
We zien dan dat we van de 16% onbetaalde schoolfacturen in 2018, we nu op (afgerond) 0% zitten. Voor de jaren 2019, 2020 en 2021 is het resultaat nu 1%. Voor het jaar 2022 tenslotte zijn er nog 3% onbetaalde facturen. Deze vaststelling doet vermoeden dat de stijging in 2022 een tijdelijk gegeven is.
Dat alles heeft te maken met de zorgzame opvolging die we hanteren. Wie niet betaalt, wordt in verschillende stappen aangemaand tot betaling. In die hele procedure zit ook ruimte voor overleg, bv. via de brugfiguren. Waar nodig en mogelijk wordt ook een plan op maat besproken zodat de openstaande factuur kan betaald worden. Zelfs bij de allerlaatste stap, wanneer een deurwaarder wordt ingeschakeld, maken we nog altijd ruimte voor dialoog. Die hele procedure is erop gericht om meer mensen tot betaling te laten overgaan.
Een andere, belangrijke vaststelling is dat het aantal mensen dat tijdig betaalt, is gegroeid doorheen de jaren. Steeds meer mensen betalen hun facturen op tijd. Dat link ik rechtstreeks aan de automatische rechtentoekenning. We kennen wie recht heeft op een korting, onmiddellijk die korting toe. Dat zorgt ervoor dat mensen die het voorheen moeilijk hadden om te betalen, nu een haalbare factuur krijgen voorgeschoteld. Dat gebeurt automatisch. Dat is een enorme stap vooruit. Ik wil hier echt een pluim op de hoed steken van vele mensen binnen de dienst die dit mogelijk hebben gemaakt.
Slotconclusie lijkt me dat we niet eenduidig kunnen vaststellen dat er een stijging is van onbetaalde schoolfacturen, en dat ons beleid echt werkt en tegemoet komt aan de noden van de gezinnen.
U vraagt ook naar de oorzaken voor het niet-betalen van schoolfacturen. Ik meen dat u zelf heel wat zaken aanhaalt in de vraagstelling en in de verwijzingen naar de financiële uitdagingen die gezinnen kennen. Dat sluit ook aan bij de bevindingen van Vzw Krijt. Deze vzw werkt aan ‘kansrijk en betaalbaar onderwijs’. Zij geven aan dat 95% van de onbetaalde schoolfacturen komt van ouders die het niet kunnen betalen. Slechts een kleine minderheid, 5% wordt uit onwil niet betaald.
In onze stad zetten we stevig in op de strijd tegen armoede. De gerichte aanpak op schoolfacturen is één zaak, maar armoedebestrijding gaat veel breder dan dat. Onze acties zitten verweven in alle diensten, maar ook richten zich ook specifiek op onderwijs. Dat doe ik samen met collega Rudy Coddens. En samen met het OCMW. De samenwerking tussen OCMW en OCG kwam vanavond ook al aan bod.
In nauwe samenwerking met de Sociale Dienst (OCMW) en relevante partners heeft Onderwijscentrum Gent een aanbod uitgewerkt rond een bewust armoede- en kostenbeleid op school. De focus ligt voornamelijk op het secundair onderwijs omdat er daar nog niet gewerkt wordt met een maximumfactuur.
Sedert 2022 kunnen scholen ook instappen in een open aanbod een lerend netwerk of een begeleidingstraject van 2 jaar. We willen:
Deze drie domeinen vormden dit schooljaar ook de basis van een vormings- en netwerkdag, waar 150 deelnemers uit onderwijs- en welzijnsactoren geïnspireerd werden a.d.h.v. boeiende lezingen, workshops, casustafels …
We trachten in Gent vanuit de Sociale Dienst (OCMW) ook ruimer aan de slag te gaan om gezinnen in precaire financiële situaties te ondersteunen. Heel belangrijk daarin, het kwam vanavond al aan bod, is het project Kinderen Eerst. Ik ga dat niet opnieuw toelichten. Dat is goed gedaan door Rudy Coddens. Dat is een ongelooflijk belangrijk project. Dat is een project dat echt een verschil maakt. Als je ziet dat meer dan 60% van de mensen via Kinderen Eerst worden opgevist. Mensen die voorheen niet gekend waren bij het OCMW, nog niet in hulpverlening waren. Ik denk dat het heel duidelijk is dat het belangrijk is om dienstoverschrijdend, stadsbreed en met het middenveld te blijven inzetten op gezinnen met kinderen en jongeren in armoede. Dat is echt iets dat door heel veel diensten in deze stad als prioriteit wordt gezien.
Ik noem graag ook het ‘Sociaal steunfonds’ dat bestaat voor ondersteuning van de niet-stedelijke scholen. De Stad Gent kan een subsidie toekennen als tussenkomst in schoolkosten van kinderen in precaire leefomstandigheden, die niet onder de reguliere kostenloosheid van het onderwijs vallen, maar toch noodzakelijk zijn om de schoolse participatie van die kinderen maximaal te garanderen.
Ik kan blijven gaan. We hebben het hier in de commissie al gehad in deze commissie over de automatische rechtentoekenning en het retributiereglement binnen het stedelijk onderwijs. Beide werden eerder hier toegelicht.
Ik wil nog meegeven dat scholen mij melden dat hun draagkracht steeds meer onder druk staat. Dat komt voortdurend aan bod in gesprekken met mensen uit het veld. Armoede speelt hierin een belangrijke factor. Als we willen dat scholen hun kernopdracht kunnen uitvoeren, mogen we als samenleving niet blind zijn voor de problemen die mee de schoolpoort binnenkomen. Scholen hebben nood aan meer ondersteuning, ze vragen die ook echt. Ze vragen naar een betere koppeling tussen Welzijn en onderwijs. In die context is binnen de regiegroep een werkgroep opgericht om de noden meer in kaart te brengen, en good practices uit te wisselen.
Ik herhaal wat ik eerder in deze commissie zei. Ik begrijp de minister als hij zegt dat ons onderwijs de armoede niet zal oplossen. Maar ik kan niet begrijpen dat hij niet inziet dat onze scholen daarin wel een taak kunnen én willen opnemen. In tegenstelling tot de minister hebben ze niet de luxe om te kiezen om dat al of niet te doen. Een oproep dus om het Vlaamse beleid fundamenteel bij te sturen, en van armoede en kinderarmoede een échte prioriteit te maken. En dat zonder ouders te culpabiliseren, want dat is al te gemakkelijk. Ik durf dat een kwaadwillige vereenvoudiging noemen van een bijzonder complexe problematiek.
Bij deze collega Verhoeven, wat duiding bij de cijfers en wat we in de stad doen rond onbetaalde schoolfacturen, en veel belangrijker wat we doen rond die strijd tegen armoede bij onze Gentse gezinnen.
ma 22/05/2023 - 13:35