Toen de buitensporige boetes ivm leegstand en verkrotting naar boven kwamen, was hier een debat over op de gemeenteraad van april. De conclusie was dat het reglement en de antwoorden op de bezwaren duidelijk herbekeken en geëvalueerd moeten worden. Op dezelfde gemeenteraad toonde de meerderheid zich immers bereid om de buitensporige boetes waarvan sprake, te evalueren op de commissie, vandaar volgende vragen:
Wat is het verdere plan van aanpak in uitvoering van de gemeenteraad van april?
- Hoe evalueert de schepen de boetes en de antwoorden van het college/vast bureau op de bezwaren?
- Welke mogelijke aanpassingen ziet de schepen in het reglement om gelijkaardige situaties te voorkomen?
- Hoeveel gelijkaardige dossiers zijn er? Bij hoeveel dossiers werd er m.a.w. bezwaar aangetekend door nog af te werken renovaties?
- Is het college bereid om juridisch te laten onderzoeken of kwijtschelding van de boetes met terugwerkende kracht mogelijk is?
We hebben op de gemeenteraad van april beloofd om samen met schepen Coddens het belastingreglement te evalueren. Om vervolgens op basis daarvan te bekijken of er aanpassingen noodzakelijk zijn.
We hebben ondertussen aan de diensten (dienst belastingen, toezicht, wonen en juridische dienst) gevraagd om de betrokken belastingreglementen te evalueren. Het betreft het belastingreglement op leegstand, het belastingreglement op ongeschikt en onbewoonbaar en het belastingreglement verwaarloosde woningen. Deze 3 reglementen zijn vrij gelijklopend (o.a. naar vrijstellingen en termijnen), zodat een parallelle evaluatie aangewezen is.
We hebben van de dienst belastingen, die onder de bevoegdheid van collega Coddens valt en die de evaluatie coördineert, ondertussen de volgende input gekregen:
De betrokken reglementen ondergingen de voorbije jaren eigenlijk al een continue evaluatie, hetzij onder impuls van gerechtelijke uitspraken, concrete beleidsdoelstellingen, gewijzigde hogere regelgeving of input van de betrokken diensten. Dat laatste was zowel het gevolg van praktische uitvoeringsproblemen, als van de vaststelling dat de toepassing in sommige gevallen niet leek te stroken met de geest of het doel van de reglementen. De laatste jaren werden de reglementen al gewijzigd in 2016, 2017, 2019, 2020 en 2021.
De oefening waarnaar nu gevraagd wordt, is dus zeker niet uniek. De bijkomende evaluatie strookt met de aanpak die voor deze reglementen (en in ruimere zin voor alle belasting reglementen) al jaren gehanteerd wordt.
Met betrekking tot de gehanteerde methodiek bezorgde de dienst belastingen ons volgende input:
We onderzoeken de volgende vragen tijdens de evaluatie:
Op basis van de antwoorden op deze vragen kunnen er één of meer aanbevelingen komen over het reglement en/of de toepassing ervan.
Met betrekking tot de timing stelt de dienst belastingen het volgende:
Een aantal van de aspecten van de evaluatieoefening is arbeidsintensief. Onder meer het analyseren van de uitspraken van bezwaarschriften op het niveau van de gebruikte en eventueel weerhouden argumenten is op vandaag niet via een eenvoudig rapport beschikbaar. Er wordt nog onderzocht of deze analyse kan worden geautomatiseerd, of dat er met een beperkte manuele steekproef gewerkt moet worden.
Het is wel realistisch om de evaluatie en de aanbevelingen op vlak van de tekst van het reglement mee te nemen in dezelfde flow als de aanpassing/indexering van de tarieven. Gezien de aard van deze belastingen zouden de nieuwe tarieven sowieso pas van toepassing zijn vanaf 1 januari 2024. Deze wijziging wordt nog dit najaar voorgelegd aan de Gemeenteraad, vermoedelijk oktober of november.
wo 24/05/2023 - 14:15