Onlangs las ik een artikel dat de leerkrachten meer en meer geconfronteerd worden met de achteruit hollende taalbeheersing van de leerlingen.
De spelling is er het ergst aan toe, een dt-fout is een niemendal geworden, daar waar het vroeger bijna een zonde was als je een dt-fout maakte.
Nochtans stellen de eindtermen van het lager onderwijs dat de leerlingen in staat moeten zijn om hun teksten te verzorgen rekening houdende met handschrift en lay-out en de spellingsafspraken en -regels moeten kunnen toepassen.
We kunnen niet om de zich steeds vernieuwende digitale regimes heen waarin de jeugd opgroeit en taal verwerft. In de chatcultuur vervaagt het onderscheid tussen spreek- en schrijftaal, wat ertoe leidt dat schrijftaal haar meer indirecte en formele karakter verliest.
Hoe staat de schepen tegenover deze vaststelling omtrent het belang van correcte spelling ?
Hoe is de situatie in het Gents stadsonderwijs ? Zijn er leerlingen die hun getuigschrift niet ontvangen omwille van het niet beheersen van de spellingsafspraken en -regels ? Hoe wordt dit aangepakt ?
Dank u, collega Bouve, voor uw vraag. Ik ga eerst kort in op de situatie in ons stedelijk onderwijs.
Om elke leerling zo maximaal mogelijk kansen te bieden, blijft het stedelijk onderwijs sterk inzetten op aanleren van juiste spelling en grammatica. Ze baseren zich hiervoor op de eindtermen, die door de Vlaamse overheid werden vastgelegd. Op basis van hun eigen pedagogisch project en de schooleigen aanpak kunnen scholen binnen dat kader van eindtermen hun eigen beleid uitbouwen, indien gewenst met ondersteuning door de pedagogische begeleidingsdienst.
Heel specifiek rond effectief spellingonderwijs kunnen we alvast meegeven dat verschillende basisscholen zich hier ook lieten voor begeleiden, wat alvast toont dat ook de scholen zelf hier veel belang aan hechten.
Een prachtig voorbeeldje van de aandacht voor spelling is het eigen spellingsboekje dat het team van onze basisschool De Triangel opmaakte, waarvan ze momenteel trouwens aan het onderzoeken zijn of ze het ook kunnen uitgeven. Ik raad u aan om het boekje te bekijken. Het is op school zelf gemaakt, samen met de leerlingen. Ze wilden meer schwung in het schoolmateriaal steken.
Op de vraag naar of er leerlingen zijn die hun getuigschrift niet zouden ontvangen omdat ze de spellingsregels onvoldoende zouden kennen, kan ik kort zijn: het al dan niet behalen van het getuigschrift basisonderwijs is een beslissing die de eindklassenraad op het einde van het zesde leerjaar neemt op basis van de mate waarin de leerling de eindtermen in voldoende mate beheerst. Hiervoor wordt gekeken naar de prestaties over alle leergebieden en -domeinen, rekening houdend met alle info uit het over de jaren heen opgebouwde leerlingdossier.
Een beslissing om het getuigschrift niet te ontvangen wordt met andere woorden nooit genomen op basis van het niet beheersen van één deel van de einddoelen van één leerdomein (spelling is een onderdeel van het leerdomein schrijven), maar wel op basis van een gedegen afweging van het geheel.
Nu, als we willen nagaan hoe goed of slecht onze leerlingen basisonderwijs het in internationaal perspectief doen op spelling in vergelijking met 30 jaar geleden, dan zijn er – voor zover mij bekend – geen duidelijke data. Het Pirls onderzoek, dat polst naar de leesvaardigheid (begrijpend lezen) van leerlingen in het vierde leerjaar, komt het dichtst in de buurt. Lezen en schrijven liggen wat vaardigheden betreft wel in elkaars buurt: iemand die veel leest zal over het algemeen ook minder moeite hebben met schrijven, al zal dat ongetwijfeld ook niet voor iedereen opgaan. Maar de resultaten van Pirls in 2016 schetsen inderdaad geen opbeurend beeld: de Vlaamse leerlingen presteerden ondermaats in vergelijking met de meeste andere landen waar we ons graag mee vergelijken. Dit gaat natuurlijk alweer over data van een tijdje geleden. In 2021 volgde een nieuwe ronde, maar de resultaten daarvan werden nog niet gepubliceerd, die worden aangekondigd voor midden 2023. Hopelijk zullen de resultaten de inspanningen die op heel veel scholen gebeuren ook weerspiegelen.
Tot slot, collega Bouve, wat de vraag rond de zinvolheid van spellingsregels betreft, het debat om al dan niet toegeeflijk omgaan met dt- en andere spellingsfouten, is zowel mijzelf als de collega’s uit het stedelijk onderwijs uiteraard gekend. Het is geen enkelvoudige vraag in het luchtledige, het is niet zo zwart-wit: vinden we correcte spelling belangrijk of niet? Zo eenvoudig is het niet.
Er moet op die fouten gewezen worden, uiteraard! Eventueel kunnen er ook spellingsoefeningen aan gekoppeld worden. Maar een score voor wiskunde moet aangeven hoe goed de leerling scoort voor wiskunde, niet voor spelling. Het is m.a.w. niet zo dat een wat beperktere spelling automatisch betekent dat een leerling niet kan excelleren op wiskunde of geschiedenis.