Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 24 januari 2022 met betrekking tot de toepassing IFIC-barema's voor de medewerkers van de woonzorgcentra.
Op 24 november 2020 sloten de Vlaamse regering, de vakbonden en de werkgeversfederaties een voorakkoord over een opwaardering van een aantal sectoren waaronder de zorgvoorzieningen. Het voorakkoord van het zesde intersectoraal akkoord (VIA6) moet leiden tot een betere verloning, meer mensen op de werkvloer en meer werkbaar werk.
Het luik middelen koopkracht werd verder opgenomen in het deelakkoord tussen de sociale partners van de publieke sector van 21 december 2020 en uiteindelijk gefinaliseerd in het zesde vlaams intersectoraal akkoord van 30 maart 2021.
Een van de belangrijkste elementen wat het luik koopkracht betreft is de implementatie van een voor de publieke sector aangepast IFIC-model, meer bepaald een verloningsmodel wat meer taakgericht verlonen mogelijk maakt. Dit eveneens met de insteek om in de eerste plaats voor de zorgsectoren een zo gelijk mogelijk verloningsbeleid te creëren.
In het akkoord werd opgenomen dat dit nieuwe model eerst bij de geregionaliseerde sectoren ouderenzorg zou geïmplementeerd worden, binnen OCMW Gent zijn dit de woonzorgcentra (WZC's).
In de daaropvolgende protocols die afgesloten werden tussen de sociale partners van de publieke sector m.b.t. de invoering van de IFIC-barema's werden verdere afspraken, timings en procedures vastgelegd. Hierin werd onder meer opgenomen dat:
Gelet op de akkoorden en protocols die afgesloten werden tussen de sociale partners en de daarin voorziene data van inwerkingtreding was het niet langer mogelijk om te wachten op het gewijzigd rechtspositiebesluit zonder de afspraken uit deze akkoorden te schenden. De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen heeft in zijn brief van 22 december 2021 daarom laten weten dat van de lokale besturen verwacht wordt dat ze deze afspraken al naleven en implementeren in afwachting van het aangepast rechtspositiebesluit.
Om die redenen werd binnen het OCMW Gent reeds werk gemaakt van de implementatie en toewijzing van deze sectorale IFIC-functies. Deze functietoewijzingen werden goedgekeurd door het vast bureau op 6 januari 2022 en later gewijzigd op 10 februari en 23 juni. De personeelsleden die op 31 december 2021 reeds in dienst waren binnen de WZC's hebben tegen 7 april 2022 hun keuze gemaakt tussen dit nieuwe IFIC-barema of het behoud van hun huidige salarisschaal. De nieuwe medewerkers die sinds 1 januari 2022 in dienst kwamen in een IFIC geactiveerde functie zijn direct in het toepasselijke IFIC-barema ingestapt.
Op 8 juli 2022 is het Besluit van de Vlaamse Regering over een nieuwe functieclassificatie bij lokale besturen en over aangepaste salarisschalen ter uitvoering van het Zesde Vlaams Intersectoraal akkoord van 30 maart 2021 voor de social/non-profitsectoren gepubliceerd. Dit besluit laat toe om de lokale rechtspositieregeling retroactief aan te passen aan deze implementatie van IFIC.
Omwille van deze implementatie en bovenvernoemd besluit van 8 juli 2022 worden een aantal wijzigingen aan de Rechtspositieregeling Ouderenzorg voorgesteld.
De wijzigingen aan de Rechtspositieregeling Ouderenzorg worden ter onderhandeling voorgelegd aan de vakbonden en ter goedkeuring voorgelegd aan de raad voor maatschappelijk welzijn.
Aanpassingen n.a.v. implementatie IFIC
Om een rechtsgrond te voorzien voor de verloning volgens deze nieuwe functieclassificatie ter uitvoering van het Zesde Vlaams Intersectoraal akkoord van 30 maart 2021 dienen deze functietoewijzingen aan het toepasselijke IFIC-barema samen met de uitgewerkte salarisschalen te worden opgenomen in de rechtspositieregeling.
In de begeleidende nota bij het BVR IFIC wordt verduidelijkt dat de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 en 12 november 2010 van toepassing blijven op de VIA-personeelsleden die in de nieuwe IFIC-functieclassificatie stappen. De raad kan hiervoor afwijkingen vaststellen, al dienen deze begrensd te zijn tot wat nodig is om de IFIC-functieclassificatie te kunnen uitrollen.
Aangezien het m.a.w. niet de insteek is om af te wijken van de algemene opzet van de rechtspositieregeling, wordt deze functieclassificatie ingepast in de huidige opbouw van de RPR OZ. De functies waaraan een IFIC-barema wordt toegewezen behouden daarom zoveel mogelijk hun huidige functiebenaming, niveau en rang, maar krijgen een andere graad toegewezen. Dit om verder het onderscheid te kunnen maken met de medewerkers met dezelfde functie maar die er niet voor geopteerd hebben om in te stappen in het toegewezen IFIC-barema. De niet geïndexeerde ‘IFIC’-salarisschalen worden toegevoegd aan bijlage 2 met de uitgewerkte salarisschalen.
Aangezien er bij deze nieuwe salarisschalen geen sprake is van zogenaamde ‘functionele loopbanen’, m.n. het doorlopen van verschillende salarisschalen binnen dezelfde functie, wordt de verwijzing hiernaar doorheen de RPR OZ aangepast echter zonder hierdoor inhoudelijke wijzigingen aan te brengen. De verwijzing naar en definitie van ‘schaalanciënniteit’ wordt om diezelfde reden en op dezelfde manier aangepast.
Overgangsbepalingen
Conform de afgesloten protocollen in comité C1 wordt opgenomen dat alle zorgkundigen die bij hun instap in de nieuwe functieclassificatie (ook na 1 januari 2022) reeds in de publieke sector werkzaam waren en de functionele loopbaan D1-D3 of C1-C2 of de aangepaste salarisschaal van verzorgenden in de thuiszorg, recht hebben op de C2-schaal na hun instap van zodra die C2-schaal gunstiger is dan het IFIC-barema dat ze genieten na instap.
Daarnaast worden ook de afspraken zoals opgenomen in de afgesloten protocollen in comité C1 met betrekking tot de interne verschuivingen van de medewerkers in een IFIC geactiveerde functie, opgenomen in de RPR OZ. Dit houdt in dat medewerkers die werkzaam zijn in een IFIC geactiveerde functie maar niet gekozen hebben voor het toepasselijke IFIC-barema en die intern verschuiven, via interne personeelsmobiliteit of bevordering, naar een andere IFIC geactiveerde functie opnieuw kunnen kiezen voor het toepasselijke IFIC-barema en dit voor hen dus niet automatisch wordt toegepast.
Jobstudenten
De toepassing van de IFIC-barema’s impliceerde ook wijzigingen voor de verloning van de jobstudenten. Daarnaast bleek ook dat er nood is aan een bijkomende categorie inzake verloning.
Zoals reeds voorgelegd aan het vast bureau van 23 juni 2022 wordt er voorgesteld om voor jobstudenten tewerkgesteld binnen de verzorging een onderscheid te maken indien men al dan niet reeds over een visum als zorgkundige beschikt.
Als dat niet het geval is, wordt voorgesteld om hen een verloning toe te kennen die meer aanleunt bij de vroegere verloning volgens salarisschaal D1. Als dat wel het geval is kunnen ze dezelfde verloning toegekend krijgen als de zorgkundigen.
Nieuwe en transitoire functies
Aan de raad wordt daarnaast voorgesteld om drie nieuwe functies te voorzien binnen de RPR OZ en twee functies transitoir of uitdovend te maken:
Wijzigt de Rechtspositieregeling Ouderenzorg met ingang van 1 januari 2022 als volgt:
* In artikel 10§3, 2° wordt de voorlaatste gedachtestreep gewijzigd als volgt: “Voor de betrekkingen van niveau C in de graden van hoofddeskundig medewerker, verantwoordelijke voeding en kwaliteit en operationeel verantwoordelijke services: 3 jaar” en wordt de laatste gedachtestreep geschrapt.
* In artikel 87 wordt de eerste alinea gewijzigd als volgt: “De schaalanciënniteit is de anciënniteit verworven bij het bestuur in de salarisschaal bij toepassing van het IFIC-barema of in een bepaalde salarisschaal van de functionele loopbaan zonder toepassing van het IFIC-barema van een bepaalde graad. Ze neemt een aanvang op de datum van de aanstelling op proef van een statutaire medewerker (m/v/x) of van de aanstelling van een contractuele medewerker (m/v/x) in die graad, tenzij anders bepaald.”
* In artikel 88 wordt in §2 de laatste alinea gewijzigd als volgt: “In voorkomend geval wordt de schaalanciënniteit toegekend op basis van een vergelijking als vastgesteld in artikel 88§ 1, tweede en derde alinea. De medewerker (m/v/x) wordt met de toegekende schaalanciënniteit ingeschaald in de salarisschaal van de functionele loopbaan (indien van toepassing) die overeenstemt met de reeds verworven schaalanciënniteit."
* In hoofdstuk IX. De functionele loopbaan, afdeling I. Algemene bepalingen wordt een nieuw artikel 89bis toegevoegd: “De bepalingen uit dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op de graden waarvoor het IFIC-barema geactiveerd en toegewezen is.”
* Artikel 109 wordt gewijzigd als volgt:
“§ 1. De aanstellende overheid beslist over de heraanstelling.
§ 2. Bij een heraanstelling van en naar een functie waar het IFIC-barema niet van toepassing is behoudt de medewerker (m/v/x) na een heraanstelling in een andere functie, zelfs bij een heraanstelling in een andere graad, de salarisschaal en de schaalanciënniteit die het verworven had in de functionele loopbaan van zijn/haar vorige functie.
§ 3. De medewerker (m/v/x) die heraangesteld wordt in een graad waaraan een andere functionele loopbaan met andere salarisschalen verbonden is, behoudt zijn/haar schaalanciënniteit en wordt met die schaalanciënniteit ingeschaald in de overeenstemmende salarisschaal van de nieuwe functionele loopbaan.
§ 4. Indien een medewerker (m/v/x) met een functie waar het IFIC-barema van toepassing is, wordt heraangesteld in een nieuwe functie waar het IFIC-barema niet van toepassing is, dan behoudt hij/zij zijn/haar schaalanciënniteit en wordt hij/zij met die schaalanciënniteit ingeschaald in de overeenstemmende salarisschaal van de nieuwe functionele loopbaan.
Als een medewerker met een functie waar het IFIC-barema niet van toepassing is wordt heraangesteld in een functie waar het IFIC-barema van toepassing is, dan behoudt hij/zij ook zijn/haar schaalanciënniteit.
§ 5. De medewerker (m/v/x) die als gevolg van de inschaling een lager jaarsalaris zou krijgen, behoudt zijn/haar vorige jaarsalaris op persoonlijke titel zolang dat gunstiger is. Artikel 88 § 1 is van toepassing op de vaststelling van de graadanciënniteit bij de heraanstelling in een functie van een andere graad.“
* Artikel 124 wordt gewijzigd als volgt: “Als een mandaathouder met toepassing van artikel 123 terugkeert naar zijn/haar vorige graad wordt de schaalanciënniteit die verworven werd in de opeenvolgende salarisschalen van de functionele loopbaan van de mandaatfunctie overgedragen naar de opeenvolgende salarisschalen van de functionele loopbaan (indien van toepassing) die de medewerker (m/v/x) voor het begin van zijn/haar mandaat had.”
* In artikel 137 wordt in §2 de eerste alinea als volgt gewijzigd: “De vast aangestelde statutaire medewerker (m/v/x) die met toepassing van artikel 136 §2 op zijn/haar verzoek herplaatst wordt in een functie van een lagere graad krijgt, binnen zijn/haar nieuwe graad, de salarisschaal waarvan het maximumbedrag het kleinste verschil vertoont met het maximumbedrag van zijn/haar vorige salarisschaal. De schaalanciënniteit die de betrokken medewerker (m/v/x) had opgebouwd in zijn/haar laatste salarisschaal wordt overgedragen op de nieuwe salarisschaal.”
* Artikel 147 wordt gewijzigd als volgt: “Voor de graden en functies waarvoor het IFIC-barema niet geactiveerd is, wordt elke salarisschaal aangeduid met één van de letters A, B, C, D, E, die overeenstemmen met de niveaus, vermeld in artikel 5, gevolgd door een cijfer en eventueel een kleine letter a, b of c.
Voor de graden en functies waarvoor het IFIC-barema geactiveerd is en die hieraan toegewezen zijn wordt de salarisschaal aangeduid met de toepasselijke IFIC categorie."
* Artikel 149 wordt gewijzigd als volgt: § 1. De medewerker (m/v/x) wordt bezoldigd in een salarisschaal verbonden aan zijn/haar graad met uitzondering van de jobstudenten. Jobstudenten worden bezoldigd op basis van een uursalaris vastgesteld op 1/1976ste van het minimum van :
§ 2. De medewerker (m/v/x) ontvangt het salaris dat in die salarisschaal overeenstemt met zijn/haar geldelijke anciënniteit.
Bij een graad met een functionele loopbaan ontvangt de medewerker (m/v/x) die geen recht heeft op het meerekenen van vroegere diensten, het beginsalaris van de eerste salarisschaal van de functionele loopbaan die verbonden is aan zijn of haar graad.
Het salaris van een deeltijds medewerker (m/v/x) wordt vastgesteld in verhouding tot zijn/haar prestaties.
Het hoofd van het personeel stelt het individuele jaarsalaris van de medewerkers (m/v/x) vast.”
* In artikel 159 wordt de derde alinea als volgt gewijzigd: “Die minimale salarisverhoging wordt gegarandeerd gedurende de hele functionele loopbaan in de graad waarnaar de medewerker (m/v/x) bevordert. Daartoe wordt telkens zijn/haar oude salarisschaal, met inbegrip van de periodieke verhogingen, maar zonder het verloop in de functionele loopbaan (indien van toepassing), vergeleken met de nieuwe salarisschaal, met inbegrip van de toepassing van de periodieke verhogingen en het verloop in de functionele loopbaan (indien van toepassing).”
* In artikel 159bis worden §1 en 2 als volgt gewijzigd:
“§ 1. De medewerker (m/v/x) die overkomt van de Stad Gent, de welzijnsvereniging SVK Gent, één van de autonome gemeentebedrijven van de Stad Gent of de hulpverleningszone centrum behoudt na zijn/haar aanstelling in de nieuwe functie de salarisschaal en de schaalanciënniteit overeenkomstig artikel 109.
§ 2. De medewerker (m/v/x) die overkomt van een andere overheid als gevolg van deelname aan de bevorderingsprocedure krijgt na zijn/haar aanstelling in de nieuwe functie waaraan een functionele loopbaan gekoppeld is, de eerste salarisschaal van de functionele loopbaan die verbonden is met de nieuwe functie. De schaalanciënniteit begint opnieuw vanaf nul te lopen.
De regeling van de gegarandeerde salarisverhoging bij bevordering naar een graad van een hoger niveau is ook van toepassing op de medewerker (m/v/x) die als gevolg van een bevordering naar een graad van een hoger niveau overkomt van een andere overheid.”
* Artikel 355 wordt gewijzigd als volgt:
“Medewerkers (m/v/x) tewerkgesteld in een functie met een IFIC geactiveerd barema, maar die hierin nog niet effectief verloond worden en heraangesteld worden via interne personeelsmobiliteit of bevordering in een nieuwe functie
* Artikel 356 wordt gewijzigd als volgt:
"De medewerker die aangesteld wordt als zorgkundige (m/v/x) en voordien verloond werd volgens de functionele loopbaan D1-D3, ofwel de functionele loopbaan C1-C2, als vastgesteld in bijlage II bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 en in bijlage 1 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 2010, geniet de C2-salarisschaal zodra die regeling gunstiger is dan IFIC categorie 11."
* In Bijlage 1. Begrippen en definities wordt een nieuw begrip “30bis°: IFIC“ toegevoegd met de volgende definitie: “de functieclassificatie ter uitvoering van het Zesde Vlaams Intersectoraal akkoord van 30 maart 2021 voor de social/non-profitsectoren die resulteert in zogenaamde IFIC-barema’s”
* In Bijlage 1. Begrippen en definities wordt de definiëring van het begrip “45° schaalanciënniteit” gewijzigd als volgt: “de anciënniteit verworven in de salarisschaal bij toepassing van het IFIC-barema of in de salarisschalen van de functionele loopbaan zonder toepassing van het IFIC-barema, of daarmee gelijkgestelde loopbaan als zelfstandige of uit de privé-sector”
* In Bijlage 4. Transitoire functies en salarisschalen worden de volgende graden toegevoegd:
Graad - functie | Salarisschaal | Rang |
Ploegbaas (m/v/x) | 11 | Dx |
Verpleeghulp (m/v/x) | 11 | Dv |
Seniorenbegeleider (m/v/x) | 12 | Dv |
Animator (m/v/x) | 12 | Cv |
Verpleegassistent (m/v/x) | 14B | Cv |
Voedings-en dieetdeskundige (m/v/x) | 14 | Bv |
Zorgcoördinator - Zorgcoördinator (m/v/x) | 19 | By |
Assistent - Conciërge (m/v/x) | D1 – D2 – D3 | Dv |
| Consulent - Levensbeschouwelijk consulent A1/Bachelor (m/v/x) | B1 - B2 - B3 | Bv |
| Levensbeschouwelijk consulent A1/Bachelor - Levensbeschouwelijk consulent A1/Bachelor (m/v/x) | 15 | Bv |
| Adjunct van de directie - Levensbeschouwelijk consulent Licenciaat/Master (m/v/x) | A1a - A2a - A3a | Av |
| Levensbeschouwelijk consulent Licenciaat/Master - Levensbeschouwelijk consulent Licenciaat/Master (m/v/x) | 15 | Av |
Wijzigt de Rechtspositieregeling Ouderenzorg met ingang van 1 januari 2022 als volgt:
* In artikel 148 wordt §1 als volgt gewijzigd:
“§ 1. Aan de volgende graden worden de salarisschalen en rangen toegekend zoals hieronder opgenomen.
Voor de graden waarvoor het IFIC-barema niet geactiveerd werd, worden de salarisschalen en functionele loopbanen als vermeld in de artikelen 91 tot en met 95 verbonden die overeenkomen met de ernaast vermelde lettercijfercode:"
* In artikel 148 wordt in §1 het overzicht met de graden en hun salarisschalen en rangen vervangen door de bijlage die aan dit besluit wordt toegevoegd en er integraal deel van uitmaakt.
Wijzigt de Rechtspositieregeling Ouderenzorg met ingang van 1 januari 2022 als volgt:
* De “IFIC-salarisschalen”, zoals als bijlage toegevoegd en deel uitmakend van dit besluit, worden toegevoegd aan Bijlage 2. Uitgewerkte salarisschalen.
Wijzigt de Rechtspositieregeling Ouderenzorg met ingang van 1 januari 2022 als volgt:
* De Bijlage “4bis. Semi-transitoire functies”, zoals als bijlage toegevoegd en deel uitmakend van dit besluit, wordt toegevoegd.
Ateljee vzw biedt als maatwerkbedrijf tewerkstellingsplaatsen voor mensen met verminderde kansen op de arbeidsmarkt op diverse werkvloeren.
In 2016 verkreeg de organisatie een erkenning als sociaal restaurant voor vier vestigingen, waaronder de Vlaamse Kaai 10 9000 Gent.
Op deze vestiging was zowel een sociaal restaurant als een kringloopwinkel gevestigd. Het restaurant sloot de deuren tijdens de verplichte collectieve sluiting van de horeca tijdens de coronacrisis en heropende nadien niet meer. De werking van het restaurant verhuisde naar een nieuwe vestiging gelegen in de Kerkstraat 108, 9050 Gentbrugge op de site van bedrijvencentrum De Punt.
De werking van het sociale restaurant wordt gecontinueerd op deze nieuwe locatie. Het restaurant opende eind april 2022 de deuren onder de naam Arbed.
keurt goed de overdracht van de erkenning van het sociaal restaurant gelegen in de Vlaamse Kaai 10 naar de vestigingseenheid gelegen in de Kerkstraat 108 onder de naam Arbed
Tijdens de maanden april – mei 2022 werkten Compaan·Job & Co vzw, Antwerpsesteenweg 573, 9040 Sint-Amandsberg, en het Dienstenbedrijf Sociale Economie, Departement Welzijn en Samenleving | OCMW | Stad Gent (DBSE) samen aan een proeftuin in het kader van de tender opleiding medewerker grootkeukenmedewerker in uitbesteding van VDAB. Dit project startte met een verkenningsronde in februari 2022 en zou uiteindelijk leiden tot deze proeftuin.
Deze proeftuin werd positief geëvalueerd en leidde tot dit voorstel tot samenwerking.
Voor het bestendigen van de samenwerking met vzw Compaan - Job & Co in het kader van de opleiding grootkeukenmedewerker werd een overeenkomst opgemaakt voor de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2025.
Het DBSE ontvangt hiervoor een vergoeding van 115.216 EUR voor de volledige periode van 4 jaar ter vergoeding van de personeelsinzet.
Keurt goed de samenwerkingsovereenkomst met vzw Compaan - Job & Co, Antwerpsesteenweg 573, 9040 Sint-Amandsberg voor de competentieversterkende opleiding grootkeukenmedewerker in uitbesteding van VDAB, zoals gevoegd in bijlage.
Het OCMW van Gent is eigenaar van percelen landbouwgrond gelegen langs de Scheldeweg in Melle, deze percelen zijn kadastraal gekend als Melle, 3de afdeling Gontrode, sectie A, nummers 214B, 215A, 216A, 217A en 217B samen een kadastrale oppervlakte van 2 ha 97 a 11 ca.
De percelen zijn volgens het gewestplan gelegen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied en ze zijn verpacht aan de broers Koenraad en Steven Galle.
De gemeente Melle dient om reden van openbaar nut (aanleg van een fietspad langs de Scheldeweg) een strook landbouwgrond te verwerven. In de nota “beheer en verkoop van het privaat OCMW-patrimonium in beheer van sogent”, goedgekeurd door de OCMW-Raad van 27 april 2021, werd opgenomen dat er een moratorium is op verkoop van landbouwgronden dat afloopt op 31 december 2022. Er wordt gevraagd om hiervan af te wijken en wel om volgende redenen:
In opdracht van de gemeente Melle werd een opmetingsplan opgemaakt door Ian Vander Auwermeulen, landmeter-expert van Exteria bvba op 24 maart 2021. Volgens dit plan gaat het om volgende innemingen:
Dit maakt een totale in te nemen oppervlakte van 2.340,69 m².
Landmeter-expert Ian Vander Auwermeulen maakte op 12 mei 2021 een schattingsverslag op. Deze schatting resulteert als volgt:
Samen een bedrag van 6.807,47 euro. Dit maakt een onteigeningsvergoeding van 8.475,30 euro (6.807,47 euro + 24,5 % wederbeleggingsvergoeding of 1.667,83 euro).
Aangezien het hier om een klein dossier gaat met een grote administratieve last, wordt voor de afhandeling van dit dossier tevens een administratieve vergoeding gevraagd van 9.000,00 euro bovenop de onteigeningsvergoeding. Deze vergoeding zal apart gefactureerd worden door sogent aan de gemeente Melle en nadien doorgestort naar het OCMW van Gent.
Dit dossier werd reeds principieel goedgekeurd door de gemeenteraad van Melle in zitting van 27 juni 2022.
Bij nazicht van de ontwerpakte merkten we echter op dat het perceel 214B gelegen is in woongebied met landelijk karakter volgens het gewestplan. In de schatting is daar niets over terug te vinden en is het perceel geschat aan een waarde gelegen in agrarisch gebied. Na overleg met de gemeente Melle en om het dossier niet te vertragen wordt besloten om het perceel 214B uit deze verkoop te halen en mee op te nemen in een latere verkoop van percelen wegenis die nog in de buurt gelegen zijn. De administratieve vergoeding zoals nu bepaald blijft behouden op 9.000,00 euro en de onteigeningsvergoeding wordt aangepast naar 8.432,93 euro (8.475,30 euro – 42,37 euro van perceel 214B). De te verkopen oppervlakte bedraagt aldus geen 2.340,69 m² maar 2.299,69 m² (afgerond 2.300 m²).
Het OCMW van Gent laat zich bijstaan door de geassocieerde notarissen Henrist, De Mulder & Bultereys uit Merelbeke. (Rid. A. Stas de Richellelaan 8, 9820 Merelbeke). Alle kosten verbonden aan deze akte zijn ten laste van de gemeente Melle.
De Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie wordt ontslagen van de verplichting tot het nemen van een ambtshalve inschrijving bij overschrijving van de akte voor zover de nodige kwijtingen voorhanden zijn.
| Dienst* | O15 Vastgoed |
| Budgetplaats | Z20000002 |
| Categorie* | 2600100 |
| Subsidiecode | |
| 2022 | 8432,93 |
| Totaal | 8432,93 |
Keurt goed de verkoop voor openbaar nut aan de gemeente Melle van landbouwgrond gelegen aan de Scheldeweg in Melle, kadastraal gekend als Melle 3de afdeling Gontrode, sectie A, 217B en delen van 215A, 216A en 217A samen een gemeten oppervlakte van 2.299,69 m² volgens het opmetingsplan opgemaakt door Ian Vander Auwermeulen op 24 maart 2021 tegen een onteigeningsvergoeding van 8.432,93 euro waarbij alle kosten verbonden aan deze akte ten laste zijn van de gemeente Melle en zoals bepaald in de ontwerpakte als bijlage.
Ontslaat de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de verplichting tot het nemen van een ambtshalve inschrijving bij overschrijving voor zover de nodige kwijtingen voorhanden zijn bij overschrijving.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 77.
Tussen OCMW Gent en SVK Gent werd op 20 januari 2020 een overeenkomst afgesloten die de samenwerking tussen beide partijen regelt.
Op 29 juni 2020 keurde de Raad van Bestuur van het SVK Gent de procedure debiteurenbeheer goed. Deze omvat de bepalingen rond dubieuze debiteuren, de oninbaarstellingen en de samenwerking met het OCMW voor de invordering van schuldvorderingen op ex-huurders van het SVK.
De procedures worden vastgelegd overeenkomstig de bepalingen van de beheersovereenkomst van het SVK. Alle procedures zijn afgestemd op de overeenkomstige bepalingen van het OCMW Gent.
De overdracht van schuldvorderingen van het SVK naar OCMW verbindt het OCMW om de vordering over te nemen en binnen zijn debiteurenbeheer te innen.
De vorderingen worden van het SVK aan het OCMW overgedragen via een klassieke schuldoverdracht (art. 1689 t.e.m. 1701 oud B.W.).
Het betreft een overdracht van de volgende schuldvorderingen 2022 van het Sociaal Verhuurkantoor Gent aan het OCMW Gent voor een totaal bedrag van 6.163,42 EUR:
A29904 voor 2.406,87 EUR. Schuldoverdracht wegens uitputting mogelijkheden tot minnelijke aanzuivering. Het huurcontract liep af op 30/06/2021. De zekerheidsstelling werd niet opgevraagd door SVK Gent. Minnelijke pogingen tot aanzuivering waren zonder succes, datum laatste aanmaning 31/07/2022.
A125049 voor 2.363,81 EUR. Schuldoverdracht wegens uitputting mogelijkheden tot minnelijke aanzuivering. Het huurcontract liep af op 30/04/2017. De waarborg werd reeds gelicht. Er werd een collectieve schuldenregeling opgestart en van daaruit werd regelmatig een deel van de schuld aangezuiverd. Op datum van 16/06/2022 werd de CSR beëindigd door de arbeidsrechtbank Gent. Minnelijke pogingen tot aanzuivering waren zonder succes, datum laatste aanmaning 31/7/2022.
A194067 voor 1.392,74 EUR. Schuldoverdracht wegens uitputting mogelijkheden tot minnelijke aanzuivering. Het huurcontract liep af op 30/09/2021. De zekerheidsstelling werd niet opgevraagd door SVK Gent. Minnelijke pogingen tot aanzuivering waren zonder succes. De ex-huurder is gedetineerd voor langere tijd (info via maatschappelijk werker dd 25/07/2022).
| Dienst* | Decentraal maatschappelijk werk |
| Budgetplaats | C99000000 |
| Categorie* | 6481202 |
| Subsidiecode | niet relevant |
| 2022 | 6.163,42 |
| totaal | 6.163,42 |
| Dienst* |
Decentraal maatschappelijk werk |
| Budgetplaats | C99000000 |
| Categorie* | 7481202 |
| Subsidiecode | niet relevant |
| 2022 | 1 |
| Totaal | 1 |
Neemt kennis van de rapportering over het 3de kwartaal van 2022 m.b.t. overheidsopdrachten dagelijks bestuur, zoals gevoegd in bijlage.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 74 en artikel 83, 5de lid.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt dat de notulen door de algemeen directeur worden opgesteld en dat die notulen in de eerstvolgende vergadering ter goedkeuring moeten worden voorgelegd.
Elk lid van de vergadering heeft het recht tijdens de vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen van de vorige vergadering. Als die opmerkingen worden aangenomen, worden de notulen in die zin aangepast.
De notulen zijn te vinden in de interne toepassing eBesluitvorming bij de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn van 24 oktober 2022 onder 'Publicaties' (link: https://ebesluitvorming.gentgrp.gent.be/do/agenda/view?id=10815).
Keurt de notulen goed van de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn van 24 oktober 2022.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 77.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2
Stad Gent coördineert het project Mobiel Arbeidsteam (bekend als Jobteam Gent), een samenwerkingsverband tussen 9 organisaties die samen kwetsbare werkzoekenden en inactieven opzoeken en intensief begeleiden naar werk. De financiering van het project was aanvankelijk door het Europees Sociaal Fonds goedgekeurd voor 2 jaar (2020 en 2021). Het project werd met een jaar verlengd tot 31 december 2022.
Het Europees Sociaal Fonds heeft het project opnieuw met een jaar verlengd tot 31 december 2023.
De Stad is de promotor van het project. De partners zijn OCMW Gent, vzw Groep Intro, vzw Compaan, vzw Weerkracht, vzw CAW Oost-Vlaanderen, vzw De Sloep, vzw JES, vzw Jong en vzw TOPunt voor De Stap-Leerwinkel Oost-Vlaanderen.
Het project is geformaliseerd door een projectovereenkomst tussen Stad Gent en het ESF-Agentschap, een partnerschapsovereenkomst tussen de betrokken organisaties en tot slot ook een publieke samenwerkingsovereenkomst tussen Stad Gent en VDAB om de bijdrage van VDAB in de lokale cofinanciering te regelen.
Het Europees Sociaal Fonds voorziet een projectbudget van 12.607.430 EUR voor de volledige projectperiode van 2020 – 2023, waarvan 40% wordt gedragen door een ESF-subsidie, 40% Vlaamse cofinanciering en 20% verplichte lokale cofinanciering. De lokale cofinanciering is verdeeld tussen Stad Gent, OCMW Gent en VDAB. Voor de lokale inbreng door de Stad en het OCMW worden de overheadkosten die de Stad en OCMW Gent maken voor het project gedragen door het reguliere (reeds gebudgetteerde) personeel van de Stad en OCMW Gent. Op deze manier hoeven de Stad en OCMW Gent geen extra gelduitgaven te budgetteren om aan de lokale cofinancieringsplicht te voldoen. De Dienst Werk en Activering volgt dit tijdens het project in overleg met het Departement Financiën verder op.
Door de uitbreiding en verlenging tot 2023 is er een nieuw addendum bij de partnerschapsovereenkomst vereist. De gewijzigde engagementen, taakverdeling en bijhorende financiële afspraken zijn hierin opgenomen en liggen voor ter goedkeuring.
De verlenging en uitbreiding tot 2023 is ook opgenomen in een nieuwe publieke samenwerkingsovereenkomst tussen VDAB en Stad Gent inzake de cofinanciering van Mobiel Arbeidsteam Gent. Deze overeenkomst ligt eveneens voor ter goedkeuring.
| Dienst* | Dienst Werk en Activering | Dienst Werk en Activering | Dienst Werk en Activering |
| Budgetplaats | D39100000 | D38150000 | 352160000 |
| Categorie* | Exploitatie | Exploitatie | Exploitatie |
| Subsidiecode | ESF.MAG2 | ESF.MAG2 | ESF.MAG |
| 2022 | 412.406,50 | 56.237,25 | 1.020.915 |
| 2023 | 519.930,40 | 891.063 | |
| Totaal | 932.336,90 | 56.237,25 | 1.911.978 |
| Dienst* | Dienst Werk en Activering | Dienst Werk en Activering | Dienst Werk en Activering |
| Budgetplaats | D39100000 | D38150000 | 352160000 |
| Categorie* | Exploitatie | Exploitatie | Exploitatie |
| Subsidiecode | ESF.MAG.2 | ESF.MAG.2 | ESF.MAG |
| 2022 | 412.406,50 | 56.237,25 | 1.020.915 |
| 2023 | 519.930,40 | 891.063 | |
| Totaal | 932.336,90 | 56.237,25 | 1.911.978 |
Keurt goed de publieke samenwerkingsovereenkomst met VDAB met betrekking tot de cofinanciering van het Mobiel Arbeidsteam Gent in 2023.
Keurt goed het addendum bij de partnerschapsovereenkomst voor de uitvoering van het project Mobiel Arbeidsteam met OCMW Gent, vzw Compaan, vzw Groep Intro, vzw De Sloep, vzw CAW Oost-Vlaanderen, vzw JES, vzw Jong, vzw Weerkracht en vzw TOPunt Gent, in functie van de uitbreiding en verlenging van het project tot 31 december 2023.
Besluit van de gemeenteraad van 24 januari 2022 met betrekking tot het Zesde Vlaams Intersectoraal Akkoord - Voorafname IFIC Dienst Kinderopvang.
Op 24 november 2020 sloten de Vlaamse regering, de vakbonden en de werkgeversfederaties een voorakkoord over een opwaardering van een aantal sectoren waaronder de zorgvoorzieningen. Het voorakkoord van het zesde intersectoraal akkoord (VIA6) moet leiden tot een betere verloning, meer mensen op de werkvloer en meer werkbaar werk. Het luik middelen koopkracht werd verder opgenomen in het deelakkoord tussen de sociale partners van de publieke sector van 21 december 2020 en uiteindelijk gefinaliseerd in het zesde vlaams intersectoraal akkoord van 30 maart 2021.
Een van de belangrijkste elementen wat het luik koopkracht betreft is de implementatie van een voor de publieke sector aangepast IFIC-model, meer bepaald een verloningsmodel wat meer taakgericht verlonen mogelijk maakt. Dit eveneens met het oog op de geleidelijke harmonisatie van de verloning van het personeel in de private en publieke zorg, zowel op federaal als regionaal niveau.
In het akkoord werd opgenomen dat dit nieuwe model eerst bij de geregionaliseerde sectoren ouderenzorg zou geïmplementeerd worden, binnen OCMW Gent zijn dit de woonzorgcentra (WZC's). Voor de diensten kinderopvang die onder het VIA6-akkoord vallen is het nieuwe IFIC-loonhuis met eigen sectorale barema's nog niet operationeel. In afwachting van de implementatie van IFIC wordt een voorafname op de implementatie van IFIC gedaan door aan de kinderbegeleiders nu reeds een barema toe te kennen dat gelijk is aan het IFIC-barema van de overeenstemmende functie in de geregionaliseerde sectoren. De in dienst zijnde personeelsleden hebben echter steeds de mogelijkheid om te kiezen tussen hun huidig salarisschalen en de nieuwe salarisschaal.
In een bijkomend protocol gesloten tussen de sociale partners van de publieke sector op 30 maart 2022 werd overeengekomen om ook de IFIC-verloning reeds te implementeren voor de Medisch-Sociale Opvangcentra (‘MSOC’).
Gelet op de akkoorden en protocols die afgesloten werden tussen de sociale partners en de daarin voorziene data van inwerkingtreding was het niet mogelijk om te wachten op het Vlaams kaderbesluit om dit te implementeren in de lokale rechtspositieregeling zonder de afspraken uit deze akkoorden te schenden. De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen heeft in zijn brief van 22 december 2021 daarom laten weten dat van de lokale besturen verwacht wordt dat ze deze afspraken al naleven en implementeren in afwachting van het aangepast rechtspositiebesluit, meer bepaald de toekenning van de nieuwe salarisschalen aan de nieuwe medewerkers die vanaf 1 januari 2022 in dienst treden binnen de woonzorgcentra, het MSOC of als kinderbegeleider binnen de dienst Kinderopvang.
Aan de gemeente- en OCMW-raad werd daarom op 24 januari 2022 de goedkeuring gevraagd om in uitvoering van dit schrijven van de minister deze nieuwe medewerkers die vanaf 1 januari 2022 in dienst treden, deze nieuwe salarisschalen reeds toe te kennen. De medewerkers die op 31 december 2021 reeds in dienst waren, werd overeenkomstig de afspraken in de protocollen de keuze voorgelegd voor deze IFIC-verloning.
In tussentijd werd het Vlaams rechtspositiebesluit (‘BVR IFIC’)hieraan aangepast op 8 juli 2022, zodat ook de rechtspositieregelingen van de Stad en OCMW Gent kunnen gewijzigd worden zodat de implementatie van deze salarisschalen bindend wordt en kan vertaald worden in de lokale rechtspositieregelingen.
Aanpassingen n.a.v. implementatie IFIC
Om een rechtsgrond te voorzien voor de verloning volgens deze nieuwe functieclassificatie ter uitvoering van het Zesde Vlaams Intersectoraal akkoord van 30 maart 2021 dienen deze functietoewijzingen aan het toepasselijke IFIC-barema samen met de uitgewerkte salarisschalen te worden opgenomen in de rechtspositieregeling.
In de begeleidende nota bij het BVR IFIC wordt verduidelijkt dat de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 en 12 november 2010 van toepassing blijven op de VIA-personeelsleden die in de nieuwe IFIC-functieclassificatie stappen. De raad kan hiervoor afwijkingen vaststellen, al dienen deze begrensd te zijn tot wat nodig is om de IFIC-functieclassificatie te kunnen uitrollen.
Aangezien het m.a.w. niet de insteek is om af te wijken van de algemene opzet van de rechtspositieregeling, wordt deze functieclassificatie ingepast in de huidige opbouw van de RPR Stad en OCMW. De functies waaraan een IFIC-barema wordt toegewezen behouden daarom zoveel mogelijk hun huidige functiebenaming, niveau en rang, maar krijgen een andere graad toegewezen. Dit om verder het onderscheid te kunnen maken met de medewerkers met dezelfde functie maar die er niet voor geopteerd hebben om in te stappen in het toegewezen IFIC-barema. De niet geïndexeerde ‘IFIC’-salarisschalen worden toegevoegd aan bijlage 2 met de uitgewerkte salarisschalen.
Aangezien er bij deze nieuwe salarisschalen geen sprake is van zogenaamde ‘functionele loopbanen’, m.n. het doorlopen van verschillende salarisschalen binnen dezelfde functie, wordt de verwijzing hiernaar doorheen de RPR Stad en OCMW aangepast echter zonder hierdoor inhoudelijke wijzigingen aan te brengen. De verwijzing naar en definitie van ‘schaalanciënniteit’ wordt om diezelfde reden en op dezelfde manier aangepast.
Overgangsbepalingen
De afspraken zoals opgenomen in de afgesloten protocollen in comité C1 met betrekking tot de interne verschuivingen van de medewerkers in een IFIC geactiveerde functie, opgenomen in de RPR Stad en OCMW. Dit houdt in dat medewerkers die werkzaam zijn in een IFIC geactiveerde functie maar niet gekozen hebben voor het toepasselijke IFIC-barema en die intern verschuiven, via interne personeelsmobiliteit of bevordering, naar een andere IFIC geactiveerde functie opnieuw kunnen kiezen voor het toepasselijke IFIC-barema en dit voor hen dus niet automatisch wordt toegepast.
De huidige functies waarvoor dus een nieuwe verloning wordt voorzien, worden daarom opgenomen in een zogenaamde ‘semi-transitoire’ bijlage. Dit aangezien het niet de bedoeling is om nieuwe medewerkers hierin aan te werven, maar het voor bovenstaande medewerkers nog steeds mogelijk is om voor deze verloning te opteren bij toekomstige verschuivingen.
Wijzigt de Rechtspositieregeling Stad en OCMW Gent met ingang van 1 januari 2022 als volgt:
* In artikel 91 wordt de eerste alinea gewijzigd als volgt: “De schaalanciënniteit is de anciënniteit verworven bij het bestuur in de salarisschaal bij toepassing van het IFIC-barema of in een bepaalde salarisschaal van de functionele loopbaan zonder toepassing van het IFIC-barema van een bepaalde graad. Ze neemt een aanvang op de datum van de aanstelling op proef van een statutaire medewerker (m/v/x) of van de aanstelling van een contractuele medewerker (m/v/x) in die graad, tenzij anders bepaald.”
* In artikel 92 wordt in §2 de laatste alinea gewijzigd als volgt: “In voorkomend geval wordt de schaalanciënniteit toegekend op basis van een vergelijking als vastgesteld in artikel 92 § 1, tweede en derde alinea. De medewerker (m/v/x) wordt met de toegekende schaalanciënniteit ingeschaald in de salarisschaal van de functionele loopbaan (indien van toepassing) die overeenstemt met de reeds verworven schaalanciënniteit."
* In hoofdstuk IX. De functionele loopbaan, afdeling I. Algemene bepalingen wordt een nieuw artikel 93bis toegevoegd: “De bepalingen uit dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op de graden waarvoor het IFIC-barema geactiveerd en toegewezen is.”
* Artikel 118 wordt gewijzigd als volgt:
“§ 1. De aanstellende overheid beslist over de heraanstelling.
§ 2. Bij een heraanstelling van en naar een functie waar het IFIC-barema niet van toepassing is behoudt de medewerker (m/v/x) na een heraanstelling in een andere functie, zelfs bij een heraanstelling in een andere graad, de salarisschaal en de schaalanciënniteit die het verworven had in de functionele loopbaan van zijn/haar vorige functie.
§ 3. De medewerker (m/v/x) die heraangesteld wordt in een graad waaraan een andere functionele loopbaan met andere salarisschalen verbonden is, behoudt zijn/haar schaalanciënniteit en wordt met die schaalanciënniteit ingeschaald in de overeenstemmende salarisschaal van de nieuwe functionele loopbaan.
§ 4. Indien een medewerker (m/v/x) met een functie waar het IFIC-barema van toepassing is wordt heraangesteld in een nieuwe functie waar het IFIC-barema niet van toepassing is, dan behoudt hij/zij zijn/haar schaalanciënniteit en wordt hij/zij met die schaalanciënniteit ingeschaald in de overeenstemmende salarisschaal van de nieuwe functionele loopbaan.
Als een medewerker met een functie waar het IFIC-barema niet van toepassing is wordt heraangesteld in een functie waar het IFIC-barema van toepassing is, dan behoudt hij/zij ook zijn/haar schaalanciënniteit.
§ 5. De medewerker (m/v/x) die als gevolg van de inschaling een lager jaarsalaris zou krijgen, behoudt zijn/haar vorige jaarsalaris op persoonlijke titel zolang dat gunstiger is. Artikel 92 § 1 is van toepassing op de vaststelling van de graadanciënniteit bij de heraanstelling in een functie van een andere graad.“
* Artikel 129 wordt gewijzigd als volgt: “Als een mandaathouder met toepassing van artikel 128 terugkeert naar zijn/haar vorige graad wordt de schaalanciënniteit die verworven werd in de opeenvolgende salarisschalen van de functionele loopbaan van de mandaatfunctie overgedragen naar de opeenvolgende salarisschalen van de functionele loopbaan (indien van toepassing) die de medewerker (m/v/x) voor het begin van zijn/haar mandaat had.”
* In artikel 142 wordt in §2 de eerste alinea als volgt gewijzigd: “De vast aangestelde statutaire medewerker (m/v/x) die met toepassing van artikel 141 §2 op zijn/haar verzoek herplaatst wordt in een functie van een lagere graad krijgt, binnen zijn/haar nieuwe graad, de salarisschaal waarvan het maximumbedrag het kleinste verschil vertoont met het maximumbedrag van zijn/haar vorige salarisschaal.
Als aan de functie van de vorige graad een functionele loopbaan verbonden was, wordt de schaalanciënniteit die de betrokken medewerker (m/v/x) had opgebouwd in zijn/haar laatste salarisschaal overgedragen op de nieuwe salarisschaal.”
* Artikel 151 wordt gewijzigd als volgt: “Voor de graden en functies waarvoor het IFIC-barema niet geactiveerd is, wordt elke salarisschaal aangeduid met één van de letters A, B, C, D, E, die overeenstemmen met de niveaus, vermeld in artikel 5, gevolgd door een cijfer en eventueel een kleine letter a, b of c.
Voor de graden en functies waarvoor het IFIC-barema geactiveerd is en die hieraan toegewezen zijn wordt de salarisschaal aangeduid met de toepasselijke IFIC categorie.
Het eerste lid is niet van toepassing op de algemeen directeur, de adjunct-algemeendirecteur en de financieel directeur.”
* In artikel 153 wordt in §2 de eerste alinea als volgt gewijzigd: “De medewerker (m/v/x) ontvangt het salaris dat in die salarisschaal overeenstemt met zijn/haar geldelijke anciënniteit. Bij een graad met een functionele loopbaan ontvangt de medewerker (m/v/x) die geen recht heeft op het meerekenen van vroegere diensten, het beginsalaris van de eerste salarisschaal van de functionele loopbaan die verbonden is aan zijn of haar graad.”
* In artikel 163 wordt de derde alinea als volgt gewijzigd: “Die minimale salarisverhoging wordt gegarandeerd gedurende de hele functionele loopbaan in de graad waarnaar de medewerker (m/v/x) bevordert. Daartoe wordt telkens zijn/haar oude salarisschaal, met inbegrip van de periodieke verhogingen, maar zonder het verloop in de functionele loopbaan (indien van toepassing), vergeleken met de nieuwe salarisschaal, met inbegrip van de toepassing van de periodieke verhogingen en het verloop in de functionele loopbaan (indien van toepassing).”
* In artikel 164bis worden §1 en 2 als volgt gewijzigd:
“§ 1. De medewerker (m/v/x) die overkomt van het OCMW Gent, de welzijnsvereniging SVK Gent, één van de autonome gemeentebedrijven van de Stad Gent of de hulpverleningszone centrum behoudt na zijn/haar aanstelling in de nieuwe functie de salarisschaal en de schaalanciënniteit overeenkomstig artikel 118.
Voor OCMW Gent wordt het eerste lid van artikel 164 bis nog aangevuld als volgt:
De medewerker (m/v/x) die overkomt van de Stad Gent, van de welzijnsvereniging SVK Gent, één van de autonome gemeentebedrijven van de Stad Gent of de hulpverleningszone centrum behoudt na zijn/haar aanstelling in de nieuwe betrekking de salarisschaal en de schaalanciënniteit overeenkomstig artikel 118.
Als de medewerker (m/v/x) aangesteld wordt in een functie van dezelfde rang waarmee een andere functionele loopbaan met andere salarisschalen verbonden is, dan behoudt het zijn/haar schaalanciënniteit en wordt het met die schaalanciënniteit ingeschaald in de daarmee overeenstemmende salarisschaal van de nieuwe functionele loopbaan.
§ 2. De medewerker (m/v/x) die overkomt van een andere overheid als gevolg van deelname aan de bevorderingsprocedure krijgt na zijn/haar aanstelling in de nieuwe functie waaraan een functionele loopbaan gekoppeld is, de eerste salarisschaal van de functionele loopbaan die verbonden is met de nieuwe functie. De schaalanciënniteit begint opnieuw vanaf nul te lopen.
De regeling van de gegarandeerde salarisverhoging bij bevordering naar een graad van een hoger niveau is ook van toepassing op de medewerker (m/v/x) die als gevolg van een bevordering naar een graad van een hoger niveau overkomt van een andere overheid.”
* Artikel 399 wordt gewijzigd als volgt:
“Medewerkers (m/v/x) tewerkgesteld in een functie met een IFIC geactiveerd barema, maar die hierin nog niet effectief verloond worden en heraangesteld worden via interne personeelsmobiliteit of bevordering in een nieuwe functie
* In Bijlage 1. Begrippen en definities wordt een nieuw begrip “28bis°: IFIC“ toegevoegd met de volgende definitie: “de functieclassificatie ter uitvoering van het Zesde Vlaams Intersectoraal akkoord van 30 maart 2021 voor de social/non-profitsectoren die resulteert in zogenaamde IFIC-barema’s”
* In Bijlage 1. Begrippen en definities wordt de definiëring van het begrip “46° schaalanciënniteit” gewijzigd als volgt: “de anciënniteit verworven in de salarisschaal bij toepassing van het IFIC-barema of in de salarisschalen van de functionele loopbaan zonder toepassing van het IFIC-barema, of daarmee gelijkgestelde loopbaan als zelfstandige of uit de privé-sector”
* In Bijlage 4. Transitoire functies en salarisschalen worden de volgende graden toegevoegd:
Graad - functie | Salarisschaal | Rang |
Assistent - Kinderbegeleider buitenschoolse opvang (m/v/x) | D1-D2-D3 | Dv |
Kinderbegeleider buitenschoolse opvang - Kinderbegeleider buitenschoolse opvang (m/v/x) | 11B | Dv |
| Deskundig medewerker - Kinderbegeleider (m/v/x) | C1-C2-C3 | Cv |
Gegradueerd verpleegkundige - Gegradueerd verpleegkundige (m/v/x) | 14 | Bv |
Sociaal consulent – Sociaal consulent (m/v/x) | 14 | Bv |
Wijzigt de Rechtspositieregeling Stad en OCMW Gent met ingang van 1 januari 2022 als volgt:
* In artikel 152 wordt §1 als volgt gewijzigd:
“§ 1. Aan de volgende graden worden de salarisschalen en rangen toegekend zoals hieronder opgenomen.
Voor de graden waarvoor het IFIC-barema niet geactiveerd werd, worden de salarisschalen en functionele loopbanen als vermeld in de artikelen 95 tot en met 99 verbonden die overeenkomen met de ernaast vermelde lettercijfercode:
Voor het OCMW Gent wordt onderstaande tabel aangevuld met de specifieke graden, aangeduid in cursieve tekst.
* In artikel 152 wordt in §1 het overzicht met de graden en hun salarisschalen en rangen vervangen door de bijlage die aan dit besluit wordt toegevoegd en er integraal deel van uitmaakt.
Wijzigt de Rechtspositieregeling Stad en OCMW Gent met ingang van 1 januari 2022 als volgt:
* De “IFIC-salarisschalen”, zoals als bijlage toegevoegd en deel uitmakend van dit besluit, worden toegevoegd aan Bijlage 2. Uitgewerkte salarisschalen.
Wijzigt de Rechtspositieregeling Stad en OCMW Gent met ingang van 1 januari 2022 als volgt:
* De Bijlage “4bis. Semi-transitoire functies”, zoals als bijlage toegevoegd en deel uitmakend van dit besluit, wordt toegevoegd.
De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn hebben op 25 mei 2020 de subsidieovereenkomst goedgekeurd tussen vzw Ateljee, Getouwstraat 11, 9000 Gent, de Stad Gent en het OCMW Gent voor het project Digipunten, werkingsjaren 2021-2022.
De Vlaamse regering keurde op 15 juli 2022 het besluit tot uitvoering van het Decreet van 14 januari 2022 over maatwerk bij individuele inschakeling goed. Dit besluit bepaalt dat de nieuwe regelgeving ingaat op 01/07/2023.
De Lokale Diensteneconomie (LDE) creëert jobs voor kansengroepen via het organiseren van een aanbod voor niet-ingevulde behoeften. Dat biedt de Stad opportuniteiten om nieuwe dienstverlening te organiseren. Bijzondere aandacht gaat naar opleiding, begeleiding en doorstroming van de werknemers naar de reguliere arbeidsmarkt. Zo draagt de Lokale Diensteneconomie bij tot de realisatie van de doelstellingen die geformuleerd werden in het bestuursakkoord 2020-2025 en de beleidsnota Werk en Sociale Economie. De lokale cofinanciering is essentieel voor de voortzetting van de projecten Lokale Diensteneconomie. Concreet bieden de Digipunten laagdrempelige toegang aan tot pc en internet.
Individueel Maatwerk vervangt vanaf 1 juli 2023 de maatregel LDE en laat ook de tewerkstellingsmaatregel Sociale Inschakelingsecononomie (SINE) uitdoven. Dat heeft gevolgen voor de financiering van de lopende LDE-projecten: het huidige Decreet Lokale Diensteneconomie wordt afgeschaft. Via individueel maatwerk krijgt elk bedrijf recht een ondersteuningspakket voor de aanwerving van een werknemer met ondersteuningsbehoefte, die geïndiceerd en toegeleid wordt door VDAB. De Vlaamse overheid voorziet vanaf juli 2023 in een extra budget om het wegvallen van de SINE middelen te compenseren. Dit budget zal ter beschikking gesteld worden van de lokale overheden om te verdelen over de huidige projecten Lokale Diensteneconomie. De omvang van het budget en de modaliteiten voor verdeling moeten nog door de Vlaamse overheid vastgelegd worden. Daarom wordt voorgesteld om de lopende subsidieovereenkomst met Ateljee, opgenomen bij dit besluit, te verlengen t.e.m. 30/6/2023.
Zodra het decreet individueel maatwerk van kracht wordt, starten de onderhandelingen om een volwaardige nieuwe convenant te laten goedkeuren door de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn, waardoor deze voorlopige verlenging komt te vervallen.
Volgende uitbetalingsmodaliteiten zijn van toepassing: het bedrag voor de voorlopige verlenging wordt bij aanvang van 2023 voor 100% uitbetaald. Wanneer de uiteindelijke, definitieve subsidieovereenkomst gesloten wordt, wordt na ondertekening 90% van het totaalbedrag van de nieuwe overeenkomst uitbetaald min het bedrag van de voorlopige verlenging. Het resterende saldo van 10% wordt uitbetaald na de geijkte evaluatieprocedure.
De doelstellingen blijven ongewijzigd en worden geëvalueerd na afloop van werkingsjaar 2023 en voor het volledige werkingsjaar. Indien echter geen nieuwe overeenkomst zou afgesloten worden na 30/06/2023, worden bij de evaluatie de te bereiken doelstellingen proportioneel verminderd (gehalveerd) overeenkomstig de periode van 6 maand ipv 1 jaar zoals initieel voorzien.
Om de continuering van het project Digipunten te garanderen wordt volgende tewerkstelling en financiering voorgesteld:
Ateljee vzw, Getouwstraat 11, Gent
Organisatie van Digipunten waar wijkbewoners toegang hebben tot pc en internet (voorheen Digitale Talentpunten).
10 VTE doelgroepwerknemers, 6 maand, periode 01/01/2023-30/06/2023
Dienst Werk en Activering | Dienst Lokaal Sociaal Beleid | Totaal | VTE |
35.169,21 euro (10 VTE x 6.000 euro) | 35.169,21 euro
| 70.338,41 euro | 10 |
| Volgende indexering wordt toegepast: | |||
| 2023 | 2024 | 2025 |
Groeivoet personeel (meer dan 85% voor personeel) | 4,83% | 1,99% | 1,83% |
De evaluatiefiche voor het project Digipunten voor het werkingsjaar 2021 werd als bijlage bij dit besluit gevoegd.
Gezien de helft van de subsidie verleend wordt door de Dienst Werk en Activering, zal dit besluit ook aan de gemeenteraad worden voorgelegd.
| Dienst* | Lokaal Sociaal Beleid | Dienst Werk |
| Budgetplaats | B10130000 | 348230000 |
| Categorie* | E.Subs | E.Subs |
| Subsidiecode | Niet_Relevant | Niet_Relevant |
| 2023 | 35.169,21 | 35.169,21 |
| Totaal | 35.169,21 | 35.169,21 |
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 95.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikelen 10, 87, 91, 92, 95, 100, 103 en 105.
Met een schrijven van 9 november 2022 gericht aan de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn, diende de heer Anton Vandaele ontslag in als effectief lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst.
De algemeen directeur heeft ter vervanging van het ontslagnemend lid, een voordrachtakte ontvangen van één kandidaat-lid, nl. van de heer Joren Gistelinck.
De voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn gaat na of de akte van voordracht ontvankelijk is.
De raad voor maatschappelijk welzijn onderzoekt de geloofsbrieven.
Neemt kennis van het ontslag van de heer Anton Vandaele als effectief lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst.
Neemt er kennis van dat er een ontvankelijke voordrachtsakte werd ingediend voor één kandidaat-lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst.
Keurt goed de geloofsbrieven en stelt de verkiezing vast van het hiernavolgend lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst:
Joren Gistelinck.
In 2016 verkocht het OCMW 450 ha landbouwgrond aan de Bijloke BV voor 17,5 miljoen euro. Het hof van beroep heeft op 8 november 2022 deze verkoop nietig verklaard na een procedure, opgestart door bioboeren, die de verkoop discriminerend achtten. Volgens hen zou een perceel van die omvang enkel aangekocht kunnen worden door de meest vermogenden, zoals de Bijloke BV.
De stad dient tot een oplossing te komen bij de uitspraak van het hof van beroep. Verder is het niet de rol van een lokale overheid om de grootst vermogenden voordeel te bieden.
De raad voor maatschappelijk welzijn legt het vast bureau op om geen procedure op te starten bij het Hof van Cassatie en een oplossing te zoeken, vertrekkende van het arrest van het Hof van Beroep (d.d. 8 november 2022).
Artikel 2 werd ter zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn dd. 29 november 2022 geschrapt.
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt de beslissing om het moratorium op verkoop van OCMW-landbouwgrond te verlengen met minstens twee jaar.
Door de heer Tom De Meester, raadslid, werd een voorstel van raadsbesluit ingediend voor de raad voor maatschappelijk welzijn van 28 november 2022, met als onderwerp "Verdere aanpak bij het arrest over de verkoop van OCMW-landbouwgrond in Zeeuws-Vlaanderen".
Artikel 119 van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad voorziet de mogelijkheid om een tegenvoorstel te formuleren op het ingediende en geagendeerde voorstel van raadsbesluit.
Het tijdelijk moratorium op verkoop van landbouwgronden zoals bepaald in de nota beheer en verkoop patrimonium OCMW Gent in beheer van sogent voor de periode 2020-2025, goedgekeurd door de raad voor maatschappelijk welzijn op 26 april 2021, loopt af op 31 december 2022. Om voldoende tijd te hebben om een gefundeerd landbouwbeleid voor de Stad Gent verder uit te tekenen wordt voorgesteld om het tijdelijke moratorium te verlengen met 2 jaar, mits de mogelijkheid om onder voorwaarden af te wijken.
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt goed het tijdelijk moratorium op verkoop van landbouwgronden zoals bepaald in de nota beheer en verkoop patrimonium OCMW Gent in beheer van sogent voor de periode 2020-2025, goedgekeurd door de raad voor maatschappelijk welzijn op 26 april 2021, te verlengen tot 31 december 2024 met uitzondering van:
- verkopen aan andere (lokale) overheden, overheidsinstanties of andere (semi-)openbare instanties met een maatschappelijk doel voor zover pachtvrij of mits akkoord van de pachthouder;
- verkopen in kader van nutswerken;
- verkopen van restpercelen landbouwgrond bij verkoopsdossiers van niet-landbouwgrond in functie van logisch geheel.
Elk verkoopdossier dat afwijkt van het principieel moratorium op de verkoop van landbouwgronden zal grondig gemotiveerd worden.
De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn keurden op 22 juni 2020 de masterconvenant goed met CAW Oost-Vlaanderen vzw, met maatschappelijke zetel op de Visserij 153, 9000 Gent, voor de werkingsjaren 2020-2022. Deze masterconvenant bevat verschillende deelwerkingen.
Daarnaast keurde de raad voor maatschappelijk welzijn op 20 december 2021 het addendum bij de subsidieovereenkomst met CAW Oost-Vlaanderen vzw voor projecten die tijdelijk gebruik maken van leegstaande woningen - periode 21/12/2021 - 31/12/2022 goed.
Dit addendum bood antwoord op twee noden binnen de deelwerkingen rond huisvesting van CAW Oost-Vlaanderen vzw, namelijk één overeenkomst voor alle projecten met tijdelijke inzet van leegstaande woningen, en anderzijds de uitbreiding van de huisbaasrol en rol van beheerder naar ‘Opvang en Oriëntatie voor dakloze jongeren’.
CAW Oost-Vlaanderen vzw signaleerde in 2022 dat de toegekende subsidie voor project leegstand niet toereikend is. Dit door:
Om er voor te zorgen dat CAW het beoogd aantal woningen in de projecten leegstand kan in gebruik nemen, is extra budget nodig. Daarom wordt via dit addendum een bijkomend budget toegekend van 96.144,36 euro voor de projecten die gebruik maken van leegstaande woningen.
Daarnaast wordt via dit addendum ook de prestatie rond winternachtopvang in 2022-2023 gewijzigd. Omwille van de lage bezettingsgraad afgelopen winter van de extra winternachtopvangplaatsen die ingericht werden door CAW Oost-Vlaanderen vzw, werd beslist dat deze niet te voorzien worden vanaf de komende winterperiode. De bezettingsgraad zal echter blijvend gemonitord worden, waardoor we alert blijven voor eventuele bijsturingen.
| Dienst* | Dienst Thematische Hulp |
| Budgetplaats | B14110000 |
| Categorie* | 6491000 |
| Subsidiecode | / |
| 2022 | 86.529,93 euro |
| 2023 | 9.614,44 euro |
| Totaal | 96.144,32 euro |
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 77
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 432, derde lid en zesde lid;
De statuten van TMVS;
1.Toetreding van deelnemers
2. Actualisering van bijlagen 1 en 2 aan de statuten ingevolge toetredingen
3. Evaluatie 2022, te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie 2023 (cfr. artikel 432 DIB)
4. Begroting 2023 (cfr. artikel 432 DLB)
5. Actualisering presentievergoeding
6. Statutaire benoemingen
7. Varia
Voor elke algemene vergadering moet het mandaat van de vertegenwoordiger van OCMW Gent worden vastgesteld.
Keurt goed de agenda van de buitengewone algemene vergadering van de dienstverlenende vereniging TMVS die plaatsvindt op dinsdag 13 december 2022 om 14.30 uur, met name:
Keurt goed, het mandaat aan de vertegenwoordiger van OCMW Gent die zal deelnemen aan de (fysieke of digitale) buitengewone algemene vergadering tevens jaarvergadering van de dienstverlenende vereniging TMVS op 13 december 2022 (of iedere andere datum waarop deze uitgesteld of verdaagd zou worden), om zijn/haar stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad van heden inzake voormeld artikel 1 van onderhavige beslissing.
Gelast het college van burgemeester en schepenen met de uitvoering van voormelde beslissingen en onder meer kennisgeving hiervan te verrichten aan de dienstverlenende vereniging TMVS,