Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 78, 6°.
Binnen het armoedebeleidsplan en vanuit het lokaal onderwijsbeleid wordt via innovatieve projecten en wetenschappelijk onderzoek gezocht naar nieuwe manieren om de onderwijs- en ontplooiingskansen van kwetsbare kinderen te verhogen. In het kader van de bestrijding van kinderarmoede is het cruciaal dat kinderen en jongeren voldoende toegang hebben tot een gezonde en volwaardige maaltijd. In het pilootproject Lekker(s) Op School wil Stad Gent onderzoeken hoe binnen de Gentse context scholen gezonde, betaalbare en duurzame maaltijden kunnen aanbieden, wat ze daarvoor nodig hebben en welke positieve effecten op ontwikkelingskansen van kleuters deze maaltijden kunnen hebben. Hierbij wordt rekening gehouden met de noden en mogelijkheden van scholen en wordt ervoor gezorgd dat zoveel mogelijk kleuters die opgroeien in kwetsbare situaties maximaal positieve effecten ervaren op vlak van gezondheid en ontplooiing.
In het kader van dit project werden subsidieovereenkomsten afgesloten met een aantal Gentse basisscholen voor schooljaar 2021-2022 om een aantal scenario's te kunnen uittesten in de praktijk, en om te onderzoeken welk effect een invoering van een kortingspercentage heeft op het totaal aantal maaltijden die besteld worden. Deze subsidieovereenkomsten werden opnieuw afgesloten voor schooljaar 2022-2023.
In samenspraak met de scholen zoeken we verder naar een transparante, niet-stigmatiserende manier om de doelgroep van de kortingen te detecteren en maximaal te bereiken, met respect voor de vigerende regelgeving m.b.t. gegevensbescherming.
Het feit dat gezinnen een schooltoeslag, zorgtoeslag of sociale toeslag ontvangen binnen het Groeipakket, kan gehanteerd worden als objectief criterium voor de afbakening van de doelgroep.
Het Agentschap Opgroeien heeft vanuit haar regiefunctie voor het Groeipakket als taak om een geïntegreerd gezinsbeleid op te zetten, en kan voor lokale besturen brieven versturen aan doelgroepen die afgebakend worden op basis van toeslagen binnen het Groeipakket. Het werkt daarvoor samen met het Vlaams agentschap voor de Uitbetaling van de Toelagen in het kader van het Gezinsbeleid (VUTG). Met die brief kan een gezin de korting aanvragen in de school waar hun kind is ingeschreven.
Om de doelgroep te kunnen selecteren en de brieven te kunnen versturen, is de opmaak van een samenwerkingsovereenkomst tussen het Agentschap Opgroeien, het VUTG en het OCMW Gent noodzakelijk.
Deze manier van samenwerken is een experimentele eerste stap, waarin voorlopig 2 niet-stedelijke scholen betrokken zijn. Gezien de decreetswijziging bij het VUTG die meer mogelijkheden biedt tot (rechtstreekse) uitwisseling te komen van gegevens tussen VUTG en lokale besturen, nog niet gevalideerd werd, zullen we ook voor schooljaar 2022-2023 op een zelfde manier verder werken. Bijkomend zal er in de Toverberg (Stedelijk Onderwijs) geëxperimenteerd worden met een toekenning van sociale korting op basis van sociale toeslag.
In de loop van het project Lekker(s) Op School zal verder onderzocht worden of en hoe de gegevensuitwisseling met het VUTG verder kan geïntensifieerd en geautomatiseerd worden, binnen zowel het stedelijke onderwijs als het niet-stedelijk onderwijs zodat de beoogde gezinnen de korting kunnen krijgen zonder zelf nog stappen te moeten ondernemen. Indien succesvol, zou dit systeem op termijn kunnen uitgebreid worden naar een groter aantal scholen.
De kosten worden geschat op 300 euro. De overeenkomst loopt tot alle brieven verstuurd zijn naar de betrokken gezinnen, dus de duur van het schooljaar 2022-2023.
Daarnaast wordt het vast bureau gemachtigd om de samenwerkingsovereenkomst te verlengen, indien dit aangewezen is en er geen inhoudelijke wijzigingen zijn.
| Dienst* | Lokaal Sociaal Beleid |
| Budgetplaats | B10130000 |
| Categorie* | E |
| Subsidiecode | / |
| 2022 | 50 |
| 2023 | 250 |
| Later | |
| Totaal | 300 |
Keurt goed de samenwerkingsovereenkomst met Agentschap Opgroeien regie , Hallepoortlaan 27, 1160 Sint-Gillis, en Vlaams agentschap voor de Uitbetaling van de Toelagen in het kader van het Gezinsbeleid (VUTG), Trierstraat 9, 1000 Brussel voor detecteren van de doelgroep van het project Lekker(s) Op School zoals gevoegd in bijlage.
Machtigt het vast bureau om de samenwerkingsovereenkomst in bijlage jaarlijks te verlengen indien dit aangewezen is en er geen inhoudelijke wijzigingen zijn.
Het OCMW van Gent is eigenaar van een perceel grond gelegen aan de Aardeweg, Terrasstraat en Perrestraat in Ninove (Outer). Dit perceel is kadastraal gekend als Ninove, 13de afdeling Outer, sectie B, nummer 936M en heeft een kadastrale oppervlakte van 14.053 m².
Dit perceel is volgens het gewestplan gelegen in woongebied met landelijk karakter. Dit perceel is momenteel in gratis gebruik.
Er werd reeds in 2009 gestart met het opmaken van een verkaveling voor deze grond. Zo werd in 2010 aan Mensor de opdracht gegeven om een verkavelingsontwerp op te maken. Er werd verschillende keren samen gezeten met de Stad Ninove alsook met verschillende nutsmaatschappijen. Er dienden grote rioleringswerken worden uitgevoerd, ook om de woningen aan de overkant van de straat op aan te sluiten. In 2013 werd een studieopdracht gegund aan Asset voor de inrichting van de riolering binnen de verkaveling. Wegens andere prioriteiten en omdat de gesprekken over de ontwikkeling niet vlot verliepen werd dit verkavelingsdossier in 2017 stopgezet. Deze opdracht werd via aangetekend schrijven stop gezet.
Op 4 augustus 2022 maakte David Coryn, landmeter-expert van het landmeetbureau Coryn – Van Schandevyl uit Herzele een schattingsverslag op van de grond, rekening houdend met het toekomstig verkavelingspotentieel. Hij waardeert de grond als niet-ontwikkelde grond aan een prijs van 122,50 euro per m². Kadastraal heeft het perceel een oppervlakte van 14.053 m². Op 18 juni 2022 maakte David Coryn, landmeter-expert een opmetingsplan op. De gemeten oppervlakte van het perceel 936M bedraagt 1 ha 34 a 48 ca of 13.448 m². De geschatte waarde van dit perceel bedraagt aldus 1.647.380,00 euro.
Sogent stelt voor om deze goederen openbaar te verkopen via BIDDIT. Deze verkoopprocedure zorgt voor de nodige transparantie, marktbevraging en snelheid. Er zal voldoende publiciteit en mededingen gevoerd worden, zowel online (biddit.be, sogent website, …) als geschreven publiciteit. Bij ons reeds gekende projectontwikkelaars zullen worden aangeschreven alsook zal ter plaatse de nodige publiciteit worden voorzien.
De geassocieerde notarissen Evenepoel – De Brakeleer – Muylaert (Centrumlaan 48 – 9400 Ninove) worden aangesteld voor het organiseren van deze openbare verkoop (BIDDIT).
De Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie wordt ontslagen van de verplichting tot het nemen van een ambtshalve inschrijving bij overschrijving van de akte voor zover de nodige kwijtingen voorhanden zijn.
| Dienst* | O15 Vastgoed |
| Budgetplaats | Z20000002 |
| Categorie* | 2600100 |
| Subsidiecode | |
| 2022 | 1.647.380 |
| Totaal | 1.647.380 |
Keurt goed de openbare verkoop (BIDDIT) van een perceel gelegen aan de Aardeweg, Terrasstraat en Perrestraat in Ninove (Outer), kadastraal gekend als Ninove, 13de afdeling Outer, sectie B, nummer 936M met een opgemeten oppervlakte van 13.448 m², dit volgens het opmetingsplan van 18 juni 2022 opgemaakt door David Coryn, landmeter-expert van het landmeetbureau Coryn – Van Schandevyl uit Herzele, tegen een minimumprijs van 1.647.380,00 euro en zoals bepaald in de verkoopsvoorwaarden als bijlage.
Ontslaat de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de verplichting tot het nemen van een ambtshalve inschrijving bij overschrijving voor zover de nodige kwijtingen voorhanden zijn bij overschrijving.
Neemt kennis van de rapportering over het 2de kwartaal van 2022 m.b.t. overheidsopdrachten dagelijks bestuur, zoals gevoegd in bijlage.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 74 en artikel 83, 5de lid.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt dat de notulen door de algemeen directeur worden opgesteld en dat die notulen in de eerstvolgende vergadering ter goedkeuring moeten worden voorgelegd.
Elk lid van de vergadering heeft het recht tijdens de vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen van de vorige vergadering. Als die opmerkingen worden aangenomen, worden de notulen in die zin aangepast.
De notulen zijn te vinden in de interne toepassing eBesluitvorming bij de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn van 26 september 2022 onder 'Publicaties' (link: https://ebesluitvorming.gentgrp.gent.be/do/agenda/view?id=10812).
Keurt de notulen goed van de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn van 26 september 2022.
De harmonie tussen een deel van de personeelsleden en een groep bewoners van de leefgemeenschap Antoniushof – die bestaat uit OCMW-assistentiewoningen – is momenteel in belangrijke mate zoek.
De directe aanleiding hiertoe is een recente bewonersraad waar – als enige agendapunt – een nota over de aanpak van ‘wangedrag’ werd voorgesteld, maar de problemen bestaan al verschillende jaren.
In het voorbije debat tijdens de commissie OWP gaf de schepen duiding bij de nota in kwestie, maar dat neemt niet weg dat de toon van de nota – ten aanzien van bejaarde en hoogbejaarde mensen – moeilijk als constructief te beoordelen is. Ook vanuit de meerderheid vielen ten andere een aantal kritische geluiden ter zake te horen.
In de nasleep van de commissiebespreking verschenen in de pers een aantal artikels waarin mensen – bewoners en een voormalige conciërge – getuigen over het leven in het Antoniushof. Afgezien van de concrete inhoud van de getuigenissen wijst het feit dat mensen die stap zetten op een reëel probleem in de verhouding tussen (sommige) bewoners en (sommige) personeelsleden.
Deze mensen wegzetten als “roepers” of zelfs als “agressief” is niet correct. De kritiek wegzetten als de mening van een kleine minderheid is evenmin correct: wanneer kwetsbare, oudere mensen de moed vinden om voor hun visie op te komen – waar anderen daarvoor de kracht niet meer vinden of zich geïntimideerd voelen – dan moet dat ernstig genomen worden.
De relaties binnen de leefgemeenschap van het Sint-Antoniushof zijn momenteel gedeeltelijk verstoord en gekenmerkt door spanningen. Daar kan niemand omheen.
Momenteel loopt een interne tevredenheidsenquête bij de bewoners, maar die zal op zich de bestaande spanningen niet oplossen en ze boezemt gezien de bestaande context ook niet iedereen evenveel vertrouwen in.
Daarom verdient het aanbeveling om een extern begeleid verbetertraject op te starten waarin zowel personeelsleden als bewoners participeren en met als doel de bestaande problemen tot een oplossing te brengen. Er bestaan voldoende organisaties die dergelijke externe coaching aanbieden en die de expertise in huis hebben om conflictsituaties zoals deze ten goede om te buigen.
Daarom, op voorstel van de N-VA-fractie,
De raad voor maatschappelijk welzijn draagt het vast bureau op om een extern begeleid verbetertraject met betrokkenheid van de bewoners en de personeelsleden op te starten voor de leefgemeenschap assistentiewoningen Antoniushof.
Op 14 januari 2016 heeft de raad voor maatschappelijk welzijn het arbeidsreglement goedgekeurd. Het arbeidsreglement is een gedeeltelijk verwijsdocument naar de rechtspositieregeling en het basisdocument voor alles rond arbeidsduur. Dienstspecifieke regels, zoals uurroosters, staan in de bijlage bij het arbeidsreglement en worden ter goedkeuring voorgelegd aan het vast bureau, respectievelijk het college van burgemeester en schepenen.
Stad en OCMW Gent streeft met ‘Gentsters Werken Wijs’ naar een flexibele en toekomstgerichte werkomgeving, op maat van de medewerkers. Zo willen we een goede, moderne, klantgerichte dienstverlening mogelijk maken, en tegelijkertijd het werk- en privéleven voor alle Gentsters beter op elkaar afstemmen en het welzijn van iedereen bevorderen. Om dit te bereiken:
Het arbeidsreglement moet hieraan aangepast worden. De wijzigingen aan het arbeidsreglement worden vooraf overlegd met de vakbonden.
Uurregeling bij warm weer
Dit dagrooster is opgenomen in bijlage 1 van het arbeidsreglement, maar is niet voorzien in de tekst van het arbeidsreglement zelf. Omwille van de duidelijkheid wordt dit hieraan toegevoegd.
Vaste uurregelingen
De vaste uurregeling van 8 uur per dag met 1 dag compensatieverlof per 19 effectief gewerkte dagen ('bollekesdag') wordt opgeheven. Deze uurregeling heeft als nadeel dat de gemiddelde arbeidsduur van 38 uur per week niet altijd kan worden gerespecteerd binnen de wettelijk voorziene referteperiode. Er blijven wel andere vaste uurregelingen bestaan van 38 uur per week of 40 uur per week met vaste vrije dag.
Flexibele uurregelingen
Voor diensten waarop het basisstelsel glijtijd van toepassing is, kan de dienstchef ervoor opteren om 1 bijkomende vorm van flexibele uurregeling te voorzien op de dienst en eventueel onderliggende teams. Deze bijkomende mogelijkheid wordt in de dienstspecifieke bijlage bij het arbeidsreglement opgenomen. Onder flexibele uurregelingen wordt verstaan de uurregeling zonder stamtijden zoals omschreven in artikel 8quater van het arbeidsreglement en het tijdsonafhankelijk werken zoals omschreven in artikel 8quinquies van het arbeidsreglement.
Indien de dienstchef een bijkomende vorm van flexibele uurregeling heeft voorzien, kunnen de individuele medewerkers ervoor kiezen om hier al dan niet in te stappen. De verdere praktische modaliteiten zijn geregeld in het arbeidsreglement.
Uurregeling zonder stamtijden
Bij deze vorm van flexibele uurregeling gelden de voorziene stamtijden uit het basisstelsel glijtijd niet.
Voor diensten onder de arbeidstijdwet kan de dienst ervoor kiezen om de stamtijden te vervangen door servicetijden.
Servicetijden zijn de uren waarbinnen de medewerker zich beschikbaar houdt voor de dienst.
Voor diensten onder de arbeidswet moeten de specifieke servicetijden opgenomen worden in de dienstspecifieke bijlage bij het arbeidsreglement.
Binnen deze uurregeling kan er gewerkt worden tussen 6.30 uur en 19 uur.
In deze uurregeling moet niet geprikt worden bij het begin en einde van de middagpauze en zal de tijdsregistratie automatisch 30 minuten pauze aftrekken. Duurt de middagpauze langer dan 30 minuten dan moet er wel geprikt worden bij het begin en einde van de middagpauze.
Tijdsonafhankelijk werken
Bij deze vorm van flexibele uurregeling wordt afgeweken van de voorziene stamtijden uit het basisstelsel glijtijd én van de geldende prikplicht.
In deze uurregeling kan een medewerker werken tussen 6.30 uur en 22 uur.
Deze uurregeling is enkel mogelijk voor diensten onder het toepassingsgebied van de arbeidstijdwet.Het arbeidsreglement voorziet dat medewerkers moeten prikken bij het begin en einde van de middagpauze. Dit is niet altijd haalbaar voor medewerkers die op een locatie werken waar geen prikklok in de buurt aanwezig is. Daarom wordt de mogelijkheid voorzien om hiervan af te wijken in de dienstspecifieke bijlage bij het arbeidsreglement.
Omwille van de dienstorganisatie is het in bepaalde diensten niet mogelijk om de prestaties te onderbreken in de glijtijd. In het arbeidsreglement wordt een afwijkingsmogelijkheid voorzien. Waar dit niet mogelijk is, wordt dit opgenomen in de dienstspecifieke bijlage bij het arbeidsreglement.
In het arbeidsreglement wordt opgenomen dat bij overgang naar een ander soort/type uurregeling het eventueel opgebouwde positief tegoed aan uren en minuten dat niet kan opgenomen worden zonder de goede werking van de dienst ernstig in het gedrang te brengen, wordt toegevoegd aan de teller inhaalrust.
Het stadspersoneel dat werkt in een vaste uurregeling waarin de arbeidsdag 8 uur of meer bedraagt, heeft recht op 1 dag compensatieverlof per 19 effectief gewerkte dagen. Vermits deze uurregeling verdwijnt, verdwijnt ook dit systeem om compensatieverlof op te bouwen.
De extra dag compensatieverlof (‘bonus’) verdwijnt voor medewerkers in een vaste uurregeling die gedurende het kalenderjaar geen andere afwezigheden hebben gehad buiten de zaterdagen, zondagen, feestdagen, vakantiedagen, omstandigheidsverlof en afwezigheden die het gevolg zijn van het vervullen van syndicale taken of verplichtingen. Deze bonus hing samen met de vaste uurregeling van 8 uur per dag met 1 compensatieverlof per 19 effectief gewerkte dagen langs stadszijde. Aangezien deze uurregeling verdwijnt, verdwijnt ook die extra dag compensatieverlof.
Bij tijdsonafhankelijk werken kan de medewerker in overleg met de leidinggevende jaarlijks maximum 6 dagen compensatieverlof (TOW-dagen) opnemen. Werkt de medewerker deeltijds, dan wordt het recht op deze dagen compensatieverlof volgens artikel 13 bis van het arbeidsreglement geprorateerd. Deze compensatiedagen zijn niet overdraagbaar naar het volgende kalenderjaar en worden niet uitbetaald bij uitdiensttreding.
Wijzigt het arbeidsreglement, goedgekeurd door de raad voor maatschappelijk welzijn op 25 januari 2016 en navolgende wijzigingen, met onmiddellijke ingang als volgt:
* In artikel 5 worden § 3 en 4 gewijzigd als volgt:
“§ 3. Voor een deeltijds werkende medewerker (m/v/x) wordt een keuze gemaakt uit één van de bestaande deeltijdse uurroosters opgenomen in bijlage van dit arbeidsreglement. Die keuze wordt in overleg met de dienstchef gemaakt en houdt rekening met de dienstorganisatie.
Op vraag van de medewerker (m/v/x) of van de dienstchef kan het overeengekomen deeltijds uurrooster in onderling overleg worden gewijzigd. Wanneer de dienstchef voorstelt om het uurrooster te wijzigen, dan moet hij/zij kunnen aantonen dat dit in het belang van de dienst gebeurt. Elke wijziging van het uurrooster wordt onmiddellijk doorgegeven aan de Dienst Personeelsbeheer.
Als geen van de bestaande deeltijdse uurroosters mogelijk is, kan de dienstchef na overleg met de medewerker (m/v/x) om gemotiveerde reden(en) en rekening houdend met het belang van de dienst een ander uurrooster voorstellen. Dit nieuw uurrooster kan pas gehanteerd worden na overleg met de representatieve vakorganisaties en een unaniem positief advies van die vakorganisaties en bekrachtiging door het college van burgemeester en schepenen voor het stadspersoneel en door het Vast Bureau voor het OCMW-personeel.
§ 4. Om tot een gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van 38 uren te komen, is voor het personeel dat werkt in een vaste uurregeling met arbeidsdagen van 8 uur een vaste vrije dag (= VVD) opgenomen.
Het stadspersoneel dat werkt in een vaste uurregeling waarin de arbeidsdag 8 uur bedraagt, heeft recht op 1 dag compensatieverlof per 19 effectief gewerkte dagen.”
* In artikel 7 wordt aan § 3 een tweede alinea toegevoegd:
“Indien de glijtijd niet kan onderbroken worden, wordt dit uitdrukkelijk gespecifieerd in de dienstspecifieke bijlagen bij dit arbeidsreglement.”
* In artikel 8 wordt § 1 geschrapt. Daardoor worden de huidige paragrafen 2 en 3 hernummerd naar § 1 en § 2.
* In artikel 8 wordt een nieuwe § 3 toegevoegd:
“§ 3. Een derde afwijkend stelsel op het basisstelsel glijtijd is van toepassing bij warm weer. De mogelijkheid om het dagrooster aan te passen, wordt beslist door de algemeen directeur, na advies door de Interne Preventiedienst en wordt gecommuniceerd door het Infopunt personeel en de Dienst Communicatie. De dagroosters zoals van toepassing bij warm weer zijn opgenomen in de (dienstspecifieke) bijlagen bij dit arbeidsreglement. Het toepassen van het aangepast dagrooster is niet verplicht en kan enkel in overleg met de leidinggevende én als de dienstverlening en de werking van de dienst niet in het gedrang komen.”
* Aan artikel 9, § 1 wordt een derde alinea toegevoegd:
“Afwijkingen van de verplichting om bij het begin en het einde van de (middag)pauze te prikken, worden opgenomen in de dienstspecifieke bijlagen bij dit arbeidsreglement.”
* In artikel 10 wordt § 3 gewijzigd als volgt:
“§ 3. Bij overgang naar een ander soort/type uurregeling wordt het eventueel opgebouwde positief tegoed aan uren en minuten dat niet kan opgenomen worden zonder de goede werking van de dienst ernstig in het gedrang te brengen, toegevoegd aan de teller inhaalrust.”
* In artikel 13 wordt in § 1 het woord “OCMW-medewerkers” vervangen door “medewerkers”.
Wijzigt het arbeidsreglement, goedgekeurd door de raad voor maatschappelijk welzijn op 25 januari 2016 en navolgende wijzigingen, die in werking treden op het ogenblik dat geen enkele dienst nog gebruik maakt van de uurregeling voorzien in artikel 5, § 4, 2de alinea van het arbeidsreglement, ter onderhandeling voor aan de vakbonden:
* In artikel 5 wordt in § 4 de tweede alinea opgeheven.
* In artikel 13 wordt § 3 opgeheven.
Wijzigt het arbeidsreglement, goedgekeurd door de raad voor maatschappelijk welzijn op 25 januari 2016 en navolgende wijzigingen, met onmiddellijke ingang als volgt:
* In artikel 4 wordt § 1 gewijzigd als volgt:
“Overeenkomstig artikel 326 RPR Stad en OCMW Gent is de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van alle medewerkers (m/v/x) in voltijds dienstverband vastgesteld op 38 uren te presteren op minimum 5 werkdagen. De waarde van een gemiddelde werkdag bedraagt 7,6 uren.”
* Aan artikel 4 wordt een § 3 toegevoegd:
“§ 3. De medewerkers (m/v/x) kunnen niet langer dan 6 uur in één blok werken. Uiterlijk na 6 uur dienen ze een pauze te nemen van minimum 30 minuten. De pauze kan opgesplitst worden in verschillende pauzes. Tussen 2 werkdagen moet telkens een minimum rusttijd van 11u gerespecteerd worden.”
* In artikel 5 wordt § 2 gewijzigd als volgt:
“§ 2. Een medewerker (m/v/x) werkt ofwel
Indien op de dienst en eventueel onderliggende teams naast het basisstelsel glijtijd zoals beschreven in artikel 7 van dit reglement nog een andere uurregeling van toepassing is, staat dit opgenomen in de dienstspecifieke bijlage van het arbeidsreglement.
Bij telewerk is de regeling van toepassing zoals omschreven in artikel 8bis.”
* Tussen artikel 6 en artikel 7 wordt een nieuwe titel toegevoegd: “Afdeling 1. Basisstelsel glijtijd”.
* De titel van artikel 7 wordt gewijzigd als volgt: “Artikel 7. Basisstelsel”
* In artikel 7 worden in § 1 de woorden “van de glijdende uurregeling” vervangen door het woord “glijtijd”.
* In artikel 7 wordt § 4 gewijzigd als volgt: “Bij halve dagprestaties ligt de grens van de voormiddagprestaties op 14u, voor namiddagprestaties ligt deze op 11u30.”
* De titel van artikel 8 wordt gewijzigd als volgt: “Artikel 8. Afwijkingen op het basisstelsel glijtijd”.
* In artikel 8 worden in § 1 en § 2 de woorden “algemeen geldend afwijkend stelsel” vervangen door de woorden “afwijkend stelsel op het basisstelsel glijtijd”.
* In artikel 8 worden in § 1 in de eerste alinea het tweede en het derde streepje geschrapt.
* Na artikel 8bis wordt een nieuwe titel toegevoegd: “Afdeling 2. Flexibele uurregelingen” luidend als volgt:
“Artikel 8ter. Principe
§ 1. Voor diensten waarop het basisstelsel glijtijd van toepassing is, kan de dienstchef ervoor opteren om 1 bijkomende vorm van flexibele uurregeling op de dienst en eventueel onderliggende teams te voorzien. Deze bijkomende mogelijkheid wordt in de dienstspecifieke bijlage bij het arbeidsreglement opgenomen. Onder flexibele uurregelingen wordt verstaan de uurregeling zonder stamtijden zoals omschreven in artikel 8quater en het tijdsonafhankelijk werken zoals omschreven in artikel 8quinquies van dit reglement.
§ 2. Indien de dienstchef een bijkomende vorm van flexibele uurregeling heeft voorzien, kunnen de individuele medewerkers (m/v/x) ervoor kiezen om hier al dan niet in te stappen.
In een samenwerkingsgesprek tussen de leidinggevende en de medewerker (m/v/x) wordt deze keuzemogelijkheid besproken en geeft de medewerker (m/v/x) aan of hij/zij ervoor opteert om ofwel het basisstelsel glijtijd te behouden ofwel om in de voorgestelde flexibele uurregeling te stappen.
Als de medewerker (m/v/x) binnen een periode van zes maanden niet aangeeft terug te willen keren naar het basisstelsel glijtijd, wordt de keuze voor de flexibele uurregeling als definitief aanzien.
De neerslag van dit samenwerkingsgesprek wordt opgeladen in e-HRM en de keuze van de medewerker (m/v/x) wordt bezorgd aan Dienst Personeelsbeheer.
Misbruik van een flexibele uurregeling wordt in een samenwerkingsgesprek besproken. Onder misbruik wordt begrepen: afspraken niet nakomen, ongewenste houding, niet naleven van de regels, …. . De leidinggevende kan in dit geval beslissen dat de medewerker (m/v/x) opnieuw onder het basisstelsel glijtijd zoals omschreven in afdeling 1 van dit hoofdstuk valt.
Bij halve dagprestaties ligt de grens van de voormiddagprestaties op 14u, voor namiddagprestaties ligt deze op 11u30.
Artikel 8quater. Uurregeling zonder stamtijden
Bij deze vorm van flexibele uurregeling gelden de voorziene stamtijden uit het basisstelsel glijtijd niet.
Voor diensten onder de arbeidstijdwet kan de dienst ervoor kiezen om de stamtijden te vervangen door servicetijden.
Servicetijden zijn de uren waarbinnen de medewerker (m/v/x) zich beschikbaar houdt voor de dienst.
Voor diensten onder de arbeidswet moeten de specifieke servicetijden opgenomen worden in de dienstspecifieke bijlage bij het arbeidsreglement.
Binnen deze uurregeling kan er gewerkt worden tussen 6.30 uur en 19 uur.
In deze uurregeling moet niet geprikt worden bij het begin en einde van de middagpauze en zal de tijdsregistratie automatisch 30 minuten pauze aftrekken. Duurt de middagpauze langer dan 30 minuten dan moet er wel geprikt worden bij het begin en einde van de middagpauze.
Artikel 8quinquies. Tijdsonafhankelijk werken
Bij deze vorm van flexibele uurregeling wordt afgeweken van de voorziene stamtijden uit het basisstelsel glijtijd én van de geldende prikplicht zoals voorzien in artikel 9 van dit reglement.
In deze uurregeling kan een medewerker (m/v/x) werken tussen 6.30 uur en 22 uur.
Deze uurregeling is enkel mogelijk voor diensten onder het toepassingsgebied van de arbeidstijdwet.”
* In artikel 9 worden in § 1 de eerste en de tweede alinea gewijzigd als volgt:
“§ 1. Alle medewerkers (m/v/x) in een glijdende uurregeling, in een vaste of variabele uurregeling en in de uurregeling zonder stamtijden, registreren via prikkingen hun aanwezigheden, ongeacht hun niveau en ongeacht of ze een staf-, lijn- of uitvoerende functie hebben.
Medewerkers (m/v/x) prikken persoonlijk bij:
* In artikel 9 wordt in § 3 een nieuwe eerste alinea toegevoegd als volgt:
“§ 3. Het tijdsonafhankelijk werken zoals omschreven in artikel 8quinquies vormt een uitzondering op de verplichting om via prikkingen de aanwezigheid te registreren.”
* In artikel 10 wordt § 1 gewijzigd als volgt:
“§ 1. Elke medewerker (m/v/x) is verplicht op een correcte wijze gebruik te maken van de tijdsregistratie met het oog op de controle van de arbeidsduur. Die verplichting geldt voor
* De titel van artikel 11 wordt gewijzigd als volgt: “Artikel 11. Basisstelsel compensatieverlof in een glijdende uurregeling en in de uurregeling zonder stamtijden”
* De titel van artikel 12 wordt gewijzigd als volgt: “Artikel 12. Afwijkend stelsel compensatieverlof in een glijdende uurregeling en in de uurregeling zonder stamtijden”
* Na artikel 13 wordt een nieuw artikel 13bis ingevoegd als volgt:
“Artikel 13bis. Compensatieverlof bij tijdsonafhankelijk werken
§1. Bij tijdsonafhankelijk werken zoals omschreven in artikel 8quinquies van dit reglement kan de medewerker (m/v/x) in overleg met de leidinggevende jaarlijks maximum 6 dagen compensatieverlof (TOW-dagen) opnemen. Werkt de medewerker (m/v/x) deeltijds, dan wordt het recht op deze dagen compensatieverlof volgens onderstaande tabel geprorateerd.
Prestatiebreuk | Maximum aantal dagen compensatieverlof |
Voltijds werken | 6 volle dagen compensatieverlof per jaar |
4,5/5e werken | 5 volle dagen compensatieverlof per jaar |
4/5e werken | 5 volle dagen compensatieverlof per jaar |
3,5/5e werken | 4 volle dagen compensatieverlof per jaar |
3/5e werken | 4 volle dagen compensatieverlof per jaar |
2,5/5e werken | 3 volle dagen compensatieverlof per jaar |
2/5e werken | 2 volle dagen compensatieverlof per jaar |
§2. Deze compensatiedagen zijn niet overdraagbaar naar het volgende kalenderjaar en worden niet uitbetaald bij uitdiensttreding.”
In zitting van september 2019 hebben de gemeente- en OCMW-raad een gemeenschappelijke rechtspositieregeling goedgekeurd voor het stadspersoneel en het OCMW-personeel, m.u.v. de personeelsleden van artikel 186, § 2, 3° Decreet Lokaal Bestuur en artikel 60-personeelsleden. Omwille van beleidsbeslissingen worden een aantal wijzigingen aan de Rechtspositieregeling Stad en OCMW Gent voorgesteld. De wijzigingen aan de Rechtspositieregeling Stad en OCMW Gent worden ter onderhandeling voorgelegd aan de vakbonden en ter goedkeuring voorgelegd aan de raad voor maatschappelijk welzijn.
In het kader van de feedbackcultuur is het belangrijk om verwachtingen en doelstellingen op regelmatige basis in samenwerkingsgesprekken te bespreken. Zo weten medewerkers waar de verwachtingen liggen en hoe ze hieraan kunnen voldoen. De opvolging van de resultaten gebeurt dagdagelijks door de leidinggevende op de werkvloer en via samenwerkingsgesprekken. De leidinggevende geeft feedback aan de medewerker over de behaalde resultaten en doelstellingen.
Als de output/het behaalde resultaat niet beantwoordt aan de verwachtingen en afgesproken doelstellingen, dan plant de leidinggevende een samenwerkingsgesprek in met de medewerker. De leidinggevende geeft hierover feedback aan de medewerker en maakte nieuwe afspraken rond de concrete resultaten/deadlines die moeten behaald worden. Wanneer de prestaties ondermaats blijven en de resultaten niet beantwoorden aan de verwachtingen, kan de leidinggevende onder meer objectieve gegevens uit digitale werksystemen consulteren. Om dit te mogen doen moet de leidinggevende vooraf met de medewerker afspraken maken in een samenwerkingsgesprek. Tijdens dit gesprek moet de leidinggevende dan verder concretiseren welke gegevens uit welke systemen kunnen gecontroleerd worden, alvorens die gegevens gepersonaliseerd kunnen gebruikt worden.
De controle is beperkt tot digitale gegevens uit de eigen werksystemen. Dit houdt in dat de leidinggevende via deze bepaling geen inzage kan krijgen in het internetgebruik, de chatberichten of de mails van de medewerker. Dit laatste wordt geregeld in artikel 20 van het arbeidsreglement Stad en OCMW Gent. De Algemene Verordening Gegevensbescherming vereist dat medewerkers vooraf in kennis worden gesteld van het feit dat informatie uit werksystemen kan gehaald worden om het functioneren van de medewerker op te volgen. Dit principe wordt dan ook opgenomen in artikel 51 van de Rechtspositieregeling Stad en OCMW Gent.
Medewerkers hoeven geen attest van arbeidsongeschiktheid meer in te dienen in het geval van een opgestart of lopend wettelijk re-integratietraject nadat de medewerker definitief ongeschikt is verklaard door een definitieve beslissing van de preventieadviseur-arbeidsarts en zolang geen (her)tewerkstelling mogelijk is. De beslissing van de preventieadviseur-arbeidsarts is in zo'n geval voldoende om de arbeidsongeschiktheid te staven. Alle dagen waarvoor de statutaire medewerker op grond van artikel 240/7 van de Rechtspositieregeling Stad en OCMW Gent vrijgesteld is van de verplichting om een attest van arbeidsongeschiktheid in te dienen, worden met ziektedagen gelijkgesteld.
Wanneer de contractuele medewerker tijdelijk arbeidsongeschikt is, wordt de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst geschorst en heeft de medewerker in principe recht op gewaarborgd loon en vervolgens op ziekte-uitkeringen.
In een aantal situaties kan de contractuele medewerker volgens de instructies van de RVA evenwel uitkeringen ontvangen voor tijdelijke werkloosheid ingevolge overmacht veroorzaakt door medische redenen.
Indien de medewerker leiding geeft, maakt de feedback van de directe medewerkers over het leidinggeven om de 2 jaar verplicht deel uit van het samenwerkingsgesprek dat gevoerd wordt tussen de leidinggevende en diens leidinggevende. Voor de mandaathouders gebeurt dit echter in het midden en op het einde van de mandaatperiode. De rechtspositieregeling wordt geconformeerd aan de gangbare praktijk.
In zitting van 22 november 2021 hebben de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn enkele wijzigingen goedgekeurd aan het opvangverlof, adoptieverlof, het pleegouderverlof en het pleegzorgverlof. De administratieve stand van deze verloven is nog niet vastgelegd in de rechtspositieregeling. Al deze verloven worden voor de volledige periode gelijkgesteld met dienstactiviteit. De bezoldiging wordt geregeld in de betreffende artikels uit de rechtspositieregeling.
Voor statutaire medewerkers tellen deze verloven automatisch mee voor de opbouw van schaalanciënniteit, omdat er recht is op een salaris. Voor contractuele medewerkers tellen deze verloven in principe niet mee voor de opbouw van schaalanciënniteit, omdat er een uitkering wordt uitbetaald en geen salaris. Om deze ongelijkheid weg te werken, wordt in de rechtspositieregeling voorzien dat het opnemen van adoptie-, pleegouder- en pleegzorgverlof meetelt voor de opbouw van schaalanciënniteit. Om alle ouders op dezelfde manier te behandelen, wordt dit ook zo voor het geboorteverlof voorzien.
Voor medewerkers die werken in een glijdende uurregeling geldt bij het opnemen van vakantieverlof en inhaalrust dat tijdens de stamtijden van zowel voor- als namiddag minstens 1 uur moet gepresteerd worden. In sommige diensten gelden andere afspraken in de dienstspecifieke bijlage bij het arbeidsreglement. Deze afwijkingsmogelijkheid wordt voorzien in artikel 222, § 2 van de Rechtspositieregeling Stad en OCMW Gent.
Op extreem warme dagen (hittedagen) moeten er bovenop de zomer- en bijkomende maatregelen bij warm weer, nog extra maatregelen (trap 3) voorzien worden voor de medewerkers met een vast uurrooster:
Voor die diensten wordt op de dagen dat de temperatuur hoger is dan 25 WBGT (= 30° C bij 55% luchtvochtigheid) een aanpassing voorzien van de arbeidstijd met een vermindering van 1 uur.
Ook voor medewerkers in een glijdende uurregeling, die beantwoorden aan bovenstaande criteria, wordt dit nu in artikel 281 bis van de Rechtspositieregeling Stad en OCMW Gent voorzien.
De periodes van tijdelijke werkloosheid door het coronavirus werden door de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn gelijkgesteld met effectieve prestaties meerekenbaar voor de toekenning van de eindejaarstoelage, de geldelijke anciënniteit en de administratieve anciënniteiten (schaal-, dienst-, niveau- en graadanciënniteit). Ondertussen is de tijdelijke werkloosheid door het coronavirus vervangen door tijdelijke werkloosheid door overmacht. Het raadsbesluit van 7 mei 2020 wordt opgeheven en de tijdelijke werkloosheid door overmacht wordt nu voor de eindejaarstoelage, de geldelijke anciënniteit, de administratieve anciënniteiten en het vakantieverlof gelijkgesteld in de Rechtspositieregeling Stad en OCMW Gent voorzien.
In het kader van tijdsonafhankelijk werken wordt artikel 318 RPR Stad en OCMW Gent opgeheven. Dit artikel bepaalt dat medewerkers de werkplek tijdens de diensturen enkel kunnen verlaten indien ze uitdrukkelijk toestemming van een leidinggevende hebben gekregen. Dit past niet binnen de filosofie van tijdsonafhankelijk werken, omdat medewerkers niet langer verplicht moeten aanwezig zijn tijdens de stamtijden.
Bij Koninklijk Besluit van 23 december 2021 werd artikel 17 van het Koninklijk Besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders gewijzigd.
De wijziging hield verband met de uitbreiding van het toepassingsgebied van artikel 17 dat voorheen voornamelijk de zogenaamde tewerkstelling van losse medewerkers (monitoren) (in de 25-dagenregeling) behandelde. De uitbreiding betreft niet enkel een aanpassing van het aantal dagen (nu omgezet in uren), maar ook het aantal activiteiten.
In de huidige redactie van de Rechtspositieregeling Stad en OCMW Gent voorziet artikel 206 in een uitsluiting van maaltijdcheques voor “de monitoren ingeschakeld in de vakantiewerking”. Omdat monitoren niet enkel meer voor de vakantiewerking zouden worden ingeschakeld, maar over de duur van het ganse jaar binnen de modaliteiten vastgelegd in het herziene artikel 17 van het voornoemde KB, zouden alle medewerkers die tewerkgesteld worden binnen activiteiten die vallen onder artikel 17 van het voornoemde KB moeten worden uitgesloten van maaltijdcheques. De uitsluiting van maaltijdcheques mag zich met andere woorden niet enkel beperken tot de monitoren ingeschakeld in de vakantiewerking, maar voor alle losse medewerkers tewerkgesteld conform artikel 17.
Hetzelfde geldt voor de uitsluiting van ecocheques voor deze medewerkers waardoor ook artikel 213/1 § 1 overeenkomstig moet worden aangepast.
Wijzigt de Rechtspositieregeling Stad en OCMW Gent met ingang van 1 september 2022 als volgt:
* In artikel 206 wordt de eerste alinea gewijzigd als volgt: "Elke medewerker (m/v/x), met uitzondering van de jobstudenten en de medewerkers (m/v/x) tewerkgesteld binnen het stelsel van artikel 17 van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, heeft recht op maaltijdcheques."
* In artikel 213/1 wordt § 1 gewijzigd als volgt: "Alle medewerkers (m/v/x) met uitzondering van de jobstudenten, de medewerkers (m/v/x) tewerkgesteld binnen het stelsel van artikel 17 van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, medewerkers (m/v/x) tewerkgesteld met een overeenkomst alternerende opleiding, met een individuele beroepsinlevingsovereenkomst, met een beroepsinlevingsstage-overeenkomst en brugjongeren hebben recht op ecocheques."
Wijzigt de Rechtspositieregeling Stad en OCMW Gent met ingang van 1 november 2022 als volgt:
* In artikel 44 wordt in de eerste zin van de 4e alinea het woord “arbeidsduurregeling” vervangen door “arbeidstijdregeling”.
* In artikel 51 wordt de tweede alinea gewijzigd als volgt: "In dit samenwerkingsgesprek komen de thema’s aan bod die de samenwerking en het functioneren van de medewerker (m/v/x) ondersteunen. Tijdens het samenwerkingsgesprek kan de leidinggevende gebruik maken van gegevens afkomstig uit digitale werksystemen om het functioneren op te volgen, op voorwaarde dat dit op voorhand met de medewerker (m/v/x) werd besproken en geregistreerd in een eerder samenwerkingsgesprek. Uit dit gesprek moet ook blijken welke gegevens uit welke systemen met de medewerker (m/v/x) kunnen besproken worden, alvorens die gegevens kunnen gebruikt worden. Het samenwerkingsgesprek is een persoonlijk en vertrouwelijk gesprek."
* In artikel 52 wordt de eerste alinea gewijzigd als volgt: "Indien de medewerker (m/v/x) leiding geeft, maakt de feedback van de directe medewerkers (m/v/x) over het leidinggeven om de 2 jaar verplicht deel uit van het samenwerkingsgesprek dat gevoerd wordt tussen de leidinggevende en diens leidinggevende. Voor de mandaathouders is dit niet om de 2 jaar verplicht, maar wel telkens in het midden en op het einde van de mandaatperiode."
* In artikel 84 wordt in de eerste alinea de eerste zin gewijzigd als volgt: "De busbegeleiders en de medewerkers (m/v/x) belast met naschoolse opvang, socio-culturele activiteiten, middagbewaking en avondstudie zijn op het einde van hun tewerkstelling onderworpen aan een evaluatie die bestaat uit een kwalitatief beschrijvend evaluatieverslag dat resulteert in een gunstig of ongunstig evaluatieresultaat."
* In artikel 91 wordt de tweede alinea gewijzigd als volgt: "Enkel de diensten die recht geven op een salaris geven recht op de toekenning van schaalanciënniteit. Met uitzondering van tijdelijke werkloosheid door overmacht, het zwangerschapsverlof, de bevallingsrust, het opvangverlof, het pleegouderverlof, het pleegzorgverlof en het geboorteverlof voor de contractuele medewerkers (m/v/x), de thematische verloven en het zorgkrediet in totaal tot beloop van maximum één jaar, komen de periodes van onbezoldigde volledige afwezigheid of disponibiliteit niet in aanmerking voor de toekenning van schaalanciënniteit."
* In artikel 101, § 2, 2°, b) wordt de eerste opsomming gewijzigd als volgt: "bij het bestuur met uitzondering van de contractuele medewerkers (m/v/x) bedoeld in artikel 7"
* In artikel 111, § 2, 2°, b) wordt de eerste opsomming gewijzigd als volgt: "bij het bestuur met uitzondering van de contractuele medewerkers (m/v/x) bedoeld in artikel 7"
* In artikel 113 wordt in de eerste alinea punt 5° opgeheven.
* Artikel 155 wordt gewijzigd als volgt: "Voor de toepassing van artikel 154 moet worden verstaan onder: werkelijke diensten: alle diensten die recht geven op een salaris of die bij ontstentenis van een salaris krachtens de rechtspositieregeling toch in aanmerking worden genomen voor de vaststelling van het salaris alsook de periodes van tijdelijke werkloosheid door overmacht."
* In artikel 177 wordt de laatste alinea gewijzigd als volgt: "De periodes waarin de medewerker (m/v/x) tijdens de referentieperiode als titularis van een functie met volledige prestaties of onvolledige prestaties met ouderschapsverlof, als vermeld in het koninklijk besluit van 29 oktober 1997 tot invoering van een recht op ouderschapsverlof in het kader van de onderbreking van de beroepsloopbaan, was, of met bevallingsverlof was met toepassing van de Arbeidswet van 16 maart 1971, of tijdelijk werkloos was door overmacht worden gelijkgesteld met periodes waarvoor de medewerker (m/v/x) het salaris volledig heeft ontvangen."
* In artikel 182 wordt in § 2 de eerste alinea gewijzigd als volgt: “Als door omstandigheden buiten de wil van de medewerker (m/v/x) over een periode van 4 maanden de gemiddelde arbeidstijd groter is dan 38 uur per week voor voltijdse prestaties of dan het gewone aantal te presteren uren op weekbasis bij deeltijdse prestaties, wordt aan de medewerker (m/v/x) bovenop het uursalaris extra inhaalrust toegekend."
* In artikel 182 wordt § 3 gewijzigd als volgt: “Aan de medewerker (m/v/x) van niveau A wordt voor elk overuur een uursalaris uitbetaald als, buiten de wil van de betrokken medewerker (m/v/x) om over een periode van vier maanden de gemiddelde arbeidstijd groter is dan 38 uur per week voor voltijdse prestaties of dan het gewone aantal te presteren uren op weekbasis bij deeltijdse prestaties.”
* In artikel 222 wordt in § 2 in de 2e alinea de eerste zin gewijzigd als volgt: “Het vakantieverlof kan worden opgenomen in dagen en halve dagen. Medewerkers (m/v/x) die werken in een vaste, variabele of glijdende uurregeling of in de uurregeling zonder stamtijden kunnen vakantieverlof ook in uren en minuten opnemen maar met een minimumduur van één uur, tenzij anders bepaald door de dienstchef voor specifieke groepen personeel en met uitzondering van de vier dagen vakantieverlof zoals bedoeld in artikel 227.”
* In artikel 222 wordt in § 2 de laatste alinea gewijzigd als volgt: "Voor medewerkers (m/v/x) die werken in een glijdende uurregeling geldt bij het opnemen van vakantieverlof en inhaalrust dat tijdens de stamtijden van zowel voor- als namiddag minstens 1 uur moet gepresteerd worden, tenzij er een afwijking is opgenomen in de dienstspecifieke bijlage bij het arbeidsreglement. Om gemotiveerde redenen kan de dienstchef hierop een afwijking toestaan."
* In artikel 226 wordt de tweede alinea gewijzigd als volgt: "Elke periode met recht op salaris, een uitkering in het kader van de ziekte- en invaliditeitsverzekering, een uitkering in het kader van tijdelijke werkloosheid door overmacht of een wachtgeld geeft recht op jaarlijkse vakantiedagen, rekening houdend met het prestatieregime."
* In artikel 237 wordt in § 2 de eerste alinea gewijzigd als volgt: "Het opvangverlof wordt gelijkgesteld met bezoldigde dienstactiviteit. Tijdens het opvangverlof behoudt de statutaire medewerker (m/v/x) het recht op zijn/haar gebruikelijke salaris."
* In artikel 238 wordt de laatste alinea gewijzigd als volgt: "Het pleegzorgverlof wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit. De statutaire medewerker (m/v/x) heeft bij de opname van de dagen pleegzorgverlof recht op 82% van het brutosalaris."
* In artikel 238 bis wordt in § 2 de laatste alinea gewijzigd als volgt: "Het pleegouderverlof wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit. Tijdens de eerste drie dagen van het pleegouderverlof heeft de medewerker (m/v/x) recht op een doorbetaling van het salaris. Vanaf de vierde dag heeft een statutaire medewerker (m/v/x) recht op 82% van het brutosalaris."
* In artikel 240/7 wordt een tweede alinea toegevoegd luidend als volgt: "Medewerkers (m/v/x) hoeven geen attest van arbeidsongeschiktheid meer in te dienen in het geval van een opgestart of lopend wettelijk re-integratietraject nadat de medewerker (m/v/x) definitief ongeschikt is verklaard door een definitieve beslissing van de preventieadviseur-arbeidsarts en zolang geen (her)tewerkstelling mogelijk is. Alle dagen waarvoor de statutaire medewerker (m/v/x) op grond van deze bepaling vrijgesteld is van de verplichting om een attest van arbeidsongeschiktheid in te dienen, worden met ziektedagen gelijkgesteld. Contractuele medewerkers (m/v/x) hebben in principe recht op gewaarborgd loon en vervolgens op ziekte-uitkeringen.
In een aantal situaties kan de contractuele medewerker (m/v/x) volgens de instructies van de RVA evenwel uitkeringen ontvangen voor tijdelijke werkloosheid ingevolge overmacht veroorzaakt door medische redenen.”
* In artikel 242, § 1 wordt in de 2e alinea de laatste zin gewijzigd als volgt: “Voor deeltijds werkende statutaire medewerkers (m/v/x) gebeurt de toekenning van de ziektekredietdagen pro rata de prestatiebreuk.”
* In artikel 242, § 2 wordt in de 2e alinea de eerste zin gewijzigd als volgt: “Gedurende de periodes van deeltijdse arbeid geldt voor de aanrekening van de ziektedagen het totaal aantal normaal te werken dagen, eventueel omgezet in uren volgens het normaal voorziene uurrooster.”
* In artikel 278 wordt in de laatste zin het woord “arbeidsduurregeling” vervangen door “arbeidstijdregeling”.
* Artikel 281 bis wordt gewijzigd als volgt: "Bij extreem warm weer zoals bedoeld en conform de modaliteiten vermeld op MIA warm weer, kan een dienstvrijstelling van één uur worden voorzien voor de medewerkers (m/v/x) die in een vaste of een glijdende uurregeling werken."
* Artikel 318 wordt opgeheven.
* In artikel 321 wordt § 1 gewijzigd als volgt: "De medewerkers (m/v/x) dienen de communicatie- of informaticamiddelen (bv. smartphone, laptop, etc.) op een dusdanige wijze te gebruiken dat zij de kwaliteit van het werk bevorderen en het imago van het bestuur niet schaden.
Het gebruik van laptops is voorbehouden voor professionele doeleinden.
De medewerker (m/v/x) zorgt ervoor dat hij/zij tijdens de werkuren steeds telefonisch bereikbaar is. Privégesprekken en digitale berichten met mobiele of vaste telefoons tijdens de werkuren zijn verboden."
* In Bijlage 1: Begrippen en definities wordt het begrip “2° arbeidsduurregeling” met de overeenkomstige definitie geschrapt en vervangen door het begrip “2 ° arbeidstijdregeling” met de volgende definitie: “de glijdende, variabele, vaste of flexibele uurregeling overeenkomstig het arbeidsreglement en het overeengekomen uurrooster waarin de medewerker (m/v/x) werkt”.
* In Bijlage 1: Begrippen en Definities wordt de definitie "28° het hoofd van het personeel" opnieuw gedefinieerd als "28° het hoofd van het personeel: de algemeen directeur"
* In Bijlage 1: Begrippen en definities wordt bij het begrip “29° inhaalrust” het woord “arbeidsduurregeling” vervangen door “arbeidstijdregeling”.
* In Bijlage 1: Begrippen en definities wordt bij het begrip “45° rusttijd” het woord “arbeidsduurregeling” vervangen door “arbeidstijdregeling”.
* In Bijlage 1: Begrippen en Definities wordt de definitie "65° werkelijke diensten" gewijzigd als volgt: "65° werkelijke diensten: alle diensten die recht geven op een salaris of die bij ontstentenis van een salaris krachtens de rechtspositieregeling toch in aanmerking worden genomen voor de vaststelling van het salaris alsook de periodes van tijdelijke werkloosheid door overmacht"
Heft het besluit met nummer 2020_GRMW_00767 op met betrekking tot de gelijkstelling van periodes van tijdelijke werkloosheid door het coronavirus voor de berekening van de eindejaarstoelage en de toekenning van anciënniteit (geldelijke anciënniteit en administratieve anciënniteiten)
Op 26 mei 2014 heeft de raad voor maatschappelijk welzijn het arbeidsreglement ouderenzorg (verder: 'arbeidsreglement') goedgekeurd. Het arbeidsreglement is een gedeeltelijk verwijsdocument naar de rechtspositieregeling ouderenzorg en het basisdocument voor alles rond arbeidsduur. Dienstspecifieke regels, zoals uurroosters, staan in de bijlage bij het arbeidsreglement en worden ter goedkeuring voorgelegd aan het vast bureau.
Stad en OCMW Gent streeft met ‘Gentsters Werken Wijs’ naar een flexibele en toekomstgerichte werkomgeving, op maat van de medewerkers. Zo willen we een goede, moderne, klantgerichte dienstverlening mogelijk maken, en tegelijkertijd het werk- en privéleven voor alle Gentsters beter op elkaar afstemmen en het welzijn van iedereen bevorderen. Om dit te bereiken:
Het arbeidsreglement moet hieraan aangepast worden. Verder worden nog enkele redactionele wijzigingen aangebracht die het arbeidsreglement aanpassen aan de huidige realiteit. De wijzigingen aan het arbeidsreglement worden vooraf overlegd met de vakbonden.
Uurregeling bij warm weer
Dit dagrooster is opgenomen in bijlage 1 van het arbeidsreglement, maar is niet voorzien in de tekst van het arbeidsreglement zelf. Omwille van de duidelijkheid wordt dit hieraan toegevoegd.
Flexibele uurregelingen
Voor diensten waarop het basisstelsel glijtijd van toepassing is, kan de dienstchef ervoor opteren om 1 bijkomende vorm van flexibele uurregeling te voorzien op de dienst en eventueel onderliggende teams. Deze bijkomende mogelijkheid wordt in de bijlage bij het arbeidsreglement opgenomen. Onder flexibele uurregelingen wordt verstaan de uurregeling zonder stamtijden zoals omschreven in artikel 8quater van het arbeidsreglement.
Indien de dienstchef een bijkomende vorm van flexibele uurregeling heeft voorzien, kunnen de individuele medewerkers ervoor kiezen om hier al dan niet in te stappen. De verdere praktische modaliteiten zijn geregeld in het arbeidsreglement.
Uurregeling zonder stamtijden
Bij deze vorm van flexibele uurregeling gelden de voorziene stamtijden uit het basisstelsel glijtijd niet.
De specifieke servicetijden worden opgenomen in de bijlage bij het arbeidsreglement. Servicetijden zijn de uren waarbinnen de medewerker zich beschikbaar houdt voor de dienst.
Binnen deze uurregeling kan er gewerkt worden tussen 6.30 uur en 19 uur.
In deze uurregeling moet niet geprikt worden bij het begin en einde van de middagpauze en zal de tijdsregistratie automatisch 30 minuten pauze aftrekken. Duurt de middagpauze langer dan 30 minuten dan moet er wel geprikt worden bij het begin en einde van de middagpauze.
Het arbeidsreglement voorziet dat medewerkers moeten prikken bij het begin en einde van de middagpauze. Dit is niet altijd haalbaar voor medewerkers die op een locatie werken waar geen prikklok in de buurt aanwezig is. Daarom wordt de mogelijkheid voorzien om hiervan af te wijken in de bijlage bij het arbeidsreglement.
Omwille van de dienstorganisatie is het in bepaalde diensten niet mogelijk om de prestaties te onderbreken in de glijtijd. In het arbeidsreglement wordt een afwijkingsmogelijkheid voorzien. Waar dit niet mogelijk is, wordt dit opgenomen in de bijlage bij het arbeidsreglement.
In het arbeidsreglement wordt opgenomen dat bij overgang naar een ander soort/type uurregeling het eventueel opgebouwde positief tegoed aan uren en minuten dat niet kan opgenomen worden zonder de goede werking van de dienst ernstig in het gedrang te brengen, wordt toegevoegd aan de teller inhaalrust.
Wijzigt het arbeidsreglement ouderenzorg, goedgekeurd door de raad voor maatschappelijk welzijn op 10 juni 2014 en navolgende wijzigingen, met onmiddellijke ingang als volgt:
* In Hoofdstuk 2 ‘Arbeidsduur’ wordt de titel van afdeling 1 gewijzigd als volgt: ‘Dagelijkse en wekelijkse arbeidsduur’.
* Artikel 3 wordt gewijzigd als volgt:
‘Overeenkomstig artikel 314 RPR Ouderenzorg is de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van alle medewerkers (m/v/x) in voltijds dienstverband vastgesteld op 38 uren te presteren op minimum 5 werkdagen. De waarde van een gemiddelde werkdag bedraagt 7,6 uren.
De contractuele en statutaire personeelsleden zijn onderworpen aan de bepalingen van de Arbeidswet van 16 maart 1971.
Op een werkdag kunnen niet meer uren gepresteerd worden dan het in de arbeidswetgeving toegelaten maximum, namelijk 9 uren per dag.
De medewerkers (m/v/x) kunnen niet langer dan 6 uur in één blok werken. Uiterlijk na 6 uur dienen ze een pauze te nemen van minimum 30 minuten. De pauze kan opgesplitst worden in verschillende pauzes. Tussen 2 werkdagen moet telkens een minimum rusttijd van 11u gerespecteerd worden.
Het OCMW Gent staat verschillende vormen van arbeidsduurvermindering toe. Een uitgebreid overzicht van de verschillende stelsels en de modaliteiten ervan is te vinden op het MIA (Thema’s > Personeel).’
* Onder Afdeling 2 ‘Uurroosters’ wordt de eerste titel genummerd als ‘2.1. Algemeen’;
* Artikel 4 wordt gewijzigd als volgt:
‘Een medewerker (m/v/x) werkt ofwel
Indien op de dienst en eventueel onderliggende teams naast het basisstelsel glijtijd zoals beschreven in artikel 5 van dit reglement nog een andere uurregeling van toepassing is, staat dit opgenomen in de bijlage van het arbeidsreglement.
Bij telewerk is de regeling van toepassing zoals omschreven in artikel 8bis.
De personeelsleden die in het stelsel van zelfroosteren werken, zijn opgenomen in bijlage 7 van dit arbeidsreglement.
De personeelsleden die één van de volgende functies uitoefenen in één van de volgende diensten, met uitzondering van de personeelsleden opgenomen in bijlage 7 van dit arbeidsreglement, werken in het stelsel van een vaste uurregeling:
De uurroosters voor voltijdse en deeltijdse personeelsleden worden opgenomen in bijlagen 3 tot en met 6 van dit arbeidsreglement.
Bij een deeltijds personeelslid moet er een keuze gemaakt worden uit één van de bestaande deeltijdse uurroosters in overleg met de dienstchef en rekening houdend met de dienstorganisatie.
Op vraag van het personeelslid of van het diensthoofd kan het overeengekomen deeltijds uurrooster in onderling overleg worden gewijzigd. Wanneer het diensthoofd voorstelt om het uurrooster te wijzigen, dan moet hij/zij kunnen aantonen dat dit in het belang van de dienst gebeurt. Elke wijziging van het uurrooster wordt onmiddellijk doorgegeven aan de Dienst Personeelsbeheer.
Als geen van de bestaande uurroosters mogelijk is, kan de dienstchef na overleg met het personeelslid om gemotiveerde reden(en) en rekening houdend met het belang van de dienst een ander uurrooster voorstellen. Dit nieuw uurrooster kan pas gehanteerd worden na goedkeuring door de vakorganisaties.’
* Onder Afdeling 2 ‘Uurroosters’ wordt de tweede titel genummerd als ‘2.2. Basisstelsel glijtijd’.
* In artikel 5 wordt in de eerste alinea de woorden “van de glijdende uurregeling” vervangen door het woord “glijtijd”.
* In artikel 5 wordt de voorlaatste alinea gewijzigd als volgt:
‘Bij halve dagprestaties ligt de grens van de voormiddagprestaties op 14u, voor namiddagprestaties ligt deze op 11u30.’
* De titel van artikel 6 wordt gewijzigd als volgt: ‘Artikel 6. Afwijkingen op het basisstelsel’.
* De eerste tussentitel van artikel 8 wordt gewijzigd als volgt: ‘Basisstelsel compensatieverlof in een glijdende uurregeling en in de uurregeling zonder stamtijden’.
* De tweede tussentitel van artikel 8 wordt gewijzigd als volgt: ‘Afwijkend stelsel compensatieverlof in een glijdende uurregeling en in de uurregeling zonder stamtijden’.
* In artikel 8 worden de laatste 2 alinea’s geschrapt.
* In artikel 8bis wordt het laatste lid geschrapt.
* Na artikel 8bis wordt een nieuwe titel toegevoegd: “2.3. Flexibele uurregeling” luidend als volgt:
‘Artikel 8ter. Principe
§ 1. Voor diensten waarop het basisstelsel glijtijd van toepassing is, kan de dienstchef ervoor opteren om een bijkomende vorm van flexibele uurregeling op de dienst en eventueel onderliggende teams te voorzien. Deze bijkomende mogelijkheid wordt in de bijlage bij het arbeidsreglement opgenomen. Onder flexibele uurregeling wordt verstaan de uurregeling zonder stamtijden zoals omschreven in artikel 8quater van dit reglement.
§ 2. Indien de dienstchef een bijkomende vorm van flexibele uurregeling heeft voorzien, kunnen de individuele medewerkers (m/v/x) ervoor kiezen om hier al dan niet in te stappen.
In een samenwerkingsgesprek tussen de leidinggevende en de medewerker (m/v/x) wordt deze keuzemogelijkheid besproken en geeft de medewerker (m/v/x) aan of hij/zij ervoor opteert om ofwel het basisstelsel glijtijd te behouden ofwel om in de voorgestelde flexibele uurregeling te stappen.
Als de medewerker (m/v/x) binnen een periode van zes maanden niet aangeeft terug te willen keren naar het basisstelsel glijtijd, wordt de keuze voor de flexibele uurregeling als definitief aanzien.
De neerslag van dit samenwerkingsgesprek wordt opgeladen in e-HRM en de keuze van de medewerker (m/v/x) wordt bezorgd aan Dienst Personeelsbeheer.
Misbruik van de flexibele uurregeling wordt in een samenwerkingsgesprek besproken. Onder misbruik wordt begrepen: afspraken niet nakomen, ongewenste houding, niet naleven van de regels, …. . De leidinggevende kan in dit geval beslissen dat de medewerker (m/v/x) opnieuw onder het basisstelsel glijtijd zoals omschreven in punt 2.2. valt.
Bij halve dagprestaties ligt de grens van de voormiddagprestaties op 14u, voor namiddagprestaties ligt deze op 11u30.
Artikel 8quater. Uurregeling zonder stamtijden
Bij deze vorm van flexibele uurregeling gelden de voorziene stamtijden uit het basisstelsel glijtijd niet.
De specifieke servicetijden moeten opgenomen worden in de bijlage bij het arbeidsreglement. Servicetijden zijn de uren waarbinnen de medewerker (m/v/x) zich beschikbaar houdt voor de dienst.
Binnen deze uurregeling kan er gewerkt worden tussen 6.30 uur en 19 uur.
In deze uurregeling moet niet geprikt worden bij het begin en einde van de middagpauze en zal de tijdsregistratie automatisch 30 minuten pauze aftrekken. Duurt de middagpauze langer dan 30 minuten dan moet er wel geprikt worden bij het begin en einde van de middagpauze.
Voor het compensatieverlof geldt dezelfde regeling als bij afdeling 2.2. Glijdende uurregelingen.’
* Onder Afdeling 2 ‘Uurroosters’ wordt de vierde titel genummerd als ‘2.4. Zelfroosteren’.
* Artikel 8ter wordt hernummerd naar artikel 8quinquies.
* In artikel 9 wordt het tweede, derde en vierde lid vervangen door wat volgt:
‘Alle medewerkers (m/v/x) in een glijdende uurregeling, een vaste of variabele uurregeling en in de uurregeling zonder stamtijden, registreren via prikkingen hun aanwezigheden, ongeacht hun niveau en ongeacht of ze een staf-, lijn- of uitvoerende functie hebben,.
Personeelsleden moeten persoonlijk prikken bij:
Afwijkingen van de verplichting om bij het begin en het einde van de (middag)pauze te prikken, worden opgenomen in de bijlagen bij dit arbeidsreglement.’
Wijzigt het arbeidsreglement ouderenzorg, goedgekeurd door de raad voor maatschappelijk welzijn op 10 juni 2014 en navolgende wijzigingen, met onmiddellijke ingang als volgt:
* In de inhoudsopgave wordt:
- de bijlage 1 ‘EHBO’ opgeheven en vervangen door ‘Uurroosters – Glijtijd Stad en OCMW’;
- de bijlage 2 ‘glijdende uurregeling’ vervangen door ‘Uurroosters – Centrale keuken’.
* In artikel 6 wordt ‘Afwijking 1: ruime uitbreiding van uurrooster in de voormiddag en ’s avonds’ gewijzigd als volgt:
‘Een eerste afwijkend stelsel op het basisstelsel glijtid kan door het departementshoofd om gemotiveerde en dienstorganisatorische redenen toegestaan worden aan personeelsleden die ’s avonds vaak laat moeten werken. In dit stelsel gelden geen glij-of stamtijden. Valt het personeelslid onder dit afwijkende stelsel, dan:
OPGELET:
Heeft het departementshoofd beslist dat een personeelslid in dit stelsel werkt, dan kan die dat niet elke dag doen. Hij/zij werkt enkel in dit stelsel op de dag dat hij/zij ’s avonds laat werkt en/of de daaropvolgende dag. Op de andere dagen werkt het personeelslid in het basisstelsel of in het eerste afwijkende stelsel. Dat geldt zeker op de dagen waarop een in de RPR OZ voorkomende vorm van afwezigheid opgenomen wordt – bv. Vakantie, inhaalrust, compensatieverlof enz.’
* In artikel 6 wordt een ‘Afwijking 3: warm weer’ toegevoegd:
‘Een derde afwijkend stelsel op het basisstelsel glijtijd is van toepassing bij warm weer. De mogelijkheid om het dagrooster aan te passen, wordt beslist door de algemeen directeur, na advies door de Interne Preventiedienst en wordt gecommuniceerd door het Infopunt personeel en de Dienst Communicatie. De dagroosters zoals van toepassing bij warm weer zijn opgenomen in de bijlagen bij dit arbeidsreglement. Het toepassen van het aangepast dagrooster is niet verplicht en kan enkel in overleg met de leidinggevende én als de dienstverlening en de werking van de dienst niet in het gedrang komen.’
* In artikel 9 wordt onder de tussentitel ‘Sancties’ het eerste lid vervangen als volgt:
‘Elke medewerker (m/v/x) die zijn/haar aanwezigheid via prikkingen dient te registreren is verplicht op een correcte wijze gebruik te maken van de tijdsregistratie met het oog op de controle van de arbeidsduur. Die verplichting geldt voor:
* Een nieuw artikel 9bis wordt toegevoegd:
‘Bij overgang naar een ander soort/type uurregeling wordt het eventueel opgebouwde positief tegoed aan uren en minuten dat niet kan opgenomen worden zonder de goede werking van de dienst ernstig in het gedrang te brengen, toegevoegd aan de teller inhaalrust.
Indien bij uitdiensttreding wordt vastgesteld dat medewerkers (m/v/x) een negatief saldo in glijtijd hebben, wordt dit saldo afgehouden van het tegoed aan vakantie of inhaalrust. In geval van een onvoldoende tegoed aan vakantie of inhaalrust, wordt het negatief saldo afgehouden van het salaris op basis van 1/1976ste van het laatst verworven jaarsalaris.
Indien een medewerker (m/v/x) bij uitdiensttreding een positief saldo in glijtijd heeft, kan dit positief saldo toegevoegd worden aan het saldo van inhaalrust als aan de volgende voorwaarden voldaan is:
* In hoofdstuk 10 ‘Diversen’ wordt volgend punt toegevoegd:
‘11. Eerste hulpverleners
De organisatiebrede lijst van hulpverleners is raadpleegbaar op de MIA-pagina:
voorwaarden voor sommige aspecten van de rechtspositieregeling van bepaalde personeelsgroepen van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en latere wijzigingen;
Omwille van beleidsbeslissingen worden een aantal wijzigingen aan de Rechtspositieregeling Stad en OCMW Gent voorgesteld. De wijzigingen die aangebracht worden aan de Rechtspositieregeling Stad en OCMW Gent moeten ook overgenomen worden voor de medewerkers die vallen onder het toepassingsgebied van de Rechtspositieregeling Ouderenzorg.
De wijzigingen aan de Rechtspositieregeling Ouderenzorg worden ter onderhandeling voorgelegd aan de vakbonden en ter goedkeuring voorgelegd aan de raad voor maatschappelijk welzijn.
In het kader van de feedbackcultuur is het belangrijk om verwachtingen en doelstellingen op regelmatige basis in samenwerkingsgesprekken te bespreken. Zo weten medewerkers waar de verwachtingen liggen en hoe ze hieraan kunnen voldoen. De opvolging van de resultaten gebeurt dagdagelijks door de leidinggevende op de werkvloer en via samenwerkingsgesprekken. De leidinggevende geeft feedback aan de medewerker over de behaalde resultaten en doelstellingen. Als de output/het behaalde resultaat niet beantwoordt aan de verwachtingen en afgesproken doelstellingen, dan plant de leidinggevende een samenwerkingsgesprek in met de medewerker. De leidinggevende geeft hierover feedback aan de medewerker en maakte nieuwe afspraken rond de concrete resultaten/deadlines die moeten behaald worden. Wanneer de prestaties ondermaats blijven en de resultaten niet beantwoorden aan de verwachtingen, kan de leidinggevende onder meer objectieve gegevens uit digitale werksystemen consulteren. Om dit te mogen doen moet de leidinggevende vooraf met de medewerker afspraken maken in een samenwerkingsgesprek. Tijdens dit gesprek moet de leidinggevende dan verder concretiseren welke gegevens uit welke systemen kunnen gecontroleerd worden, alvorens die gegevens gepersonaliseerd kunnen gebruikt worden. De controle is beperkt tot digitale gegevens uit de eigen werksystemen. Dit houdt in dat de leidinggevende via deze bepaling geen inzage kan krijgen in het internetgebruik, de chatberichten of de mails van de medewerker. Dit laatste wordt geregeld in artikel 23 ter van het arbeidsreglement ouderenzorg. De Algemene Verordening Gegevensbescherming vereist dat medewerkers vooraf in kennis worden gesteld van het feit dat informatie uit werksystemen kan gehaald worden om het functioneren van de medewerker op te volgen. Dit principe wordt dan ook opgenomen in artikel 50 van de Rechtspositieregeling Ouderenzorg.
Medewerkers hoeven geen attest van arbeidsongeschiktheid meer in te dienen in het geval van een opgestart of lopend wettelijk re-integratietraject nadat de medewerker definitief ongeschikt is verklaard door een definitieve beslissing van de preventieadviseur-arbeidsarts en zolang geen (her)tewerkstelling mogelijk is. De beslissing van de preventieadviseur-arbeidsarts is in zo'n geval voldoende om de arbeidsongeschiktheid te staven. Alle dagen waarvoor de statutaire medewerker op grond van artikel 234/7 van de Rechtspositieregeling Ouderenzorg vrijgesteld is van de verplichting om een attest van arbeidsongeschiktheid in te dienen, worden met ziektedagen gelijkgesteld.
Wanneer de contractuele medewerker tijdelijk arbeidsongeschikt is, wordt de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst geschorst en heeft de medewerker in principe recht op gewaarborgd loon en vervolgens op ziekte-uitkeringen.
In een aantal situaties kan de contractuele medewerker volgens de instructies van de RVA evenwel uitkeringen ontvangen voor tijdelijke werkloosheid ingevolge overmacht veroorzaakt door medische redenen.
Indien de medewerker leiding geeft, maakt de feedback van de directe medewerkers over het leidinggeven om de 2 jaar verplicht deel uit van het samenwerkingsgesprek dat gevoerd wordt tussen de leidinggevende en diens leidinggevende. Voor de mandaathouders gebeurt dit echter in het midden en op het einde van de mandaatperiode. De rechtspositieregeling wordt geconformeerd aan de gangbare praktijk.
In zitting van 22 november 2021 hebben de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn enkele wijzigingen goedgekeurd aan het opvangverlof, adoptieverlof, het pleegouderverlof en het pleegzorgverlof. De administratieve stand van deze verloven is nog niet vastgelegd in de rechtspositieregeling. Al deze verloven worden voor de volledige periode gelijkgesteld met dienstactiviteit. De bezoldiging wordt geregeld in de betreffende artikels uit de rechtspositieregeling.
Voor statutaire medewerkers tellen deze verloven automatisch mee voor de opbouw van schaalanciënniteit, omdat er recht is op een salaris. Voor contractuele medewerkers tellen deze verloven in principe niet mee voor de opbouw van schaalanciënniteit, omdat er een uitkering wordt uitbetaald en geen salaris. Om deze ongelijkheid weg te werken, wordt in de rechtspositieregeling voorzien dat het opnemen van adoptie-, pleegouder- en pleegzorgverlof meetelt voor de opbouw van schaalanciënniteit. Om alle ouders op dezelfde manier te behandelen, wordt dit ook zo voor het geboorteverlof voorzien.
De periodes van tijdelijke werkloosheid door het coronavirus werden door de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn gelijkgesteld met effectieve prestaties meerekenbaar voor de toekenning van de eindejaarstoelage, de geldelijke anciënniteit en de administratieve anciënniteiten (schaal-, dienst-, niveau- en graadanciënniteit). Ondertussen is de tijdelijke werkloosheid door het coronavirus vervangen door tijdelijke werkloosheid door overmacht.
In het kader van tijdsonafhankelijk werken wordt artikel 306 van de Rechtspositieregeling Ouderenzorg opgeheven. Dit artikel bepaalt dat medewerkers de werkplek tijdens de diensturen enkel kunnen verlaten indien ze uitdrukkelijk toestemming van een leidinggevende hebben gekregen. Dit past niet binnen de filosofie van tijdsonafhankelijk werken, omdat medewerkers niet langer verplicht moeten aanwezig zijn tijdens de stamtijden.
Wijzigt de Rechtspositieregeling Ouderenzorg met ingang van 1 september 2022 als volgt:
* In artikel 201 wordt de eerste alinea gewijzigd als volgt: "Elke medewerker (m/v/x), met uitzondering van de jobstudenten en de medewerkers (m/v/x) tewerkgesteld binnen het stelsel van artikel 17 van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, heeft recht op maaltijdcheques."
* In artikel 208/1 wordt § 1 gewijzigd als volgt: "Alle medewerkers (m/v/x) met uitzondering van de jobstudenten, de medewerkers (m/v/x) tewerkgesteld binnen het stelsel van artikel 17 van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, medewerkers (m/v/x) tewerkgesteld met een overeenkomst alternerende opleiding, met een individuele beroepsinlevingsovereenkomst, met een beroepsinlevingsstage-overeenkomst en brugjongeren hebben recht op ecocheques."
Wijzigt de Rechtspositieregeling Ouderenzorg met ingang van 1 november 2022 als volgt:
* In artikel 44 wordt in de eerste zin van de 4e alinea het woord “arbeidsduurregeling” vervangen door “arbeidstijdregeling”.
* In artikel 50 wordt de tweede alinea gewijzigd als volgt: "In dit samenwerkingsgesprek komen de thema’s aan bod die de samenwerking en het functioneren van de medewerker (m/v/x) ondersteunen. Tijdens het samenwerkingsgesprek kan de leidinggevende gebruik maken van gegevens afkomstig uit digitale werksystemen om het functioneren op te volgen, op voorwaarde dat dit op voorhand met de medewerker (m/v/x) werd besproken en geregistreerd in een eerder samenwerkingsgesprek. Uit dit gesprek moet ook blijken welke gegevens uit welke systemen met de medewerker (m/v/x) kunnen besproken worden, alvorens die gegevens kunnen gebruikt worden. Het samenwerkingsgesprek is een persoonlijk en vertrouwelijk gesprek."
* In artikel 51 wordt de eerste alinea gewijzigd als volgt: "Indien de medewerker (m/v/x) leiding geeft, maakt de feedback van de directe medewerkers (m/v/x) over het leidinggeven om de 2 jaar verplicht deel uit van het samenwerkingsgesprek dat gevoerd wordt tussen de leidinggevende en diens leidinggevende. Voor de mandaathouders is dit niet om de 2 jaar verplicht, maar wel telkens in het midden en op het einde van de mandaatperiode."
* In artikel 87 wordt de tweede alinea gewijzigd als volgt: "Enkel de diensten die recht geven op een salaris geven recht op de toekenning van schaalanciënniteit. Met uitzondering van tijdelijke werkloosheid door overmacht, het zwangerschapsverlof, de bevallingsrust, het opvangverlof, het pleegouderverlof, het pleegzorgverlof en het geboorteverlof voor de contractuele medewerkers (m/v/x), de thematische verloven en het zorgkrediet in totaal tot beloop van maximum één jaar, komen de periodes van onbezoldigde volledige afwezigheid of disponibiliteit niet in aanmerking voor de toekenning van schaalanciënniteit."
* In artikel 106 wordt in de eerste alinea punt 5° opgeheven.
* Artikel 151 wordt gewijzigd als volgt: "Voor de toepassing van artikel 150 moet worden verstaan onder: werkelijke diensten: alle diensten die recht geven op een salaris of die bij ontstentenis van een salaris krachtens de rechtspositieregeling toch in aanmerking worden genomen voor de vaststelling van het salaris alsook de periodes van tijdelijke werkloosheid door overmacht."
* In artikel 173 wordt de laatste alinea gewijzigd als volgt: "De periodes waarin de medewerker (m/v/x) tijdens de referentieperiode als titularis van een functie met volledige prestaties of onvolledige prestaties met ouderschapsverlof, als vermeld in het koninklijk besluit van 29 oktober 1997 tot invoering van een recht op ouderschapsverlof in het kader van de onderbreking van de beroepsloopbaan, was, of met bevallingsverlof was met toepassing van de Arbeidswet van 16 maart 1971, of tijdelijk werkloos was door overmacht worden gelijkgesteld met periodes waarvoor de medewerker (m/v/x) het salaris volledig heeft ontvangen."
* In artikel 179 wordt in § 2 de eerste alinea gewijzigd als volgt: “Als door omstandigheden buiten de wil van de medewerker (m/v/x) over een periode van 4 maanden de gemiddelde arbeidstijd groter is dan 38 uur per week voor voltijdse prestaties of dan het gewone aantal te presteren uren op weekbasis bij deeltijdse prestaties, wordt aan de medewerker (m/v/x) bovenop het uursalaris extra inhaalrust toegekend."
* In artikel 179 wordt § 3 gewijzigd als volgt: “Aan de medewerker (m/v/x) van niveau A wordt voor elk overuur een uursalaris uitbetaald als, buiten de wil van de betrokken medewerker (m/v/x) om over een periode van vier maanden de gemiddelde arbeidstijd groter is dan 38 uur per week voor voltijdse prestaties of dan het gewone aantal te presteren uren op weekbasis bij deeltijdse prestaties.”
* In artikel 221 wordt de tweede alinea gewijzigd als volgt: "Elke periode met recht op salaris, een uitkering in het kader van de ziekte- en invaliditeitsverzekering, een uitkering in het kader van tijdelijke werkloosheid door overmacht of een wachtgeld geeft recht op jaarlijkse vakantiedagen, rekening houdend met het prestatieregime."
* In artikel 231 wordt in § 2 de eerste alinea gewijzigd als volgt: "Het opvangverlof wordt gelijkgesteld met bezoldigde dienstactiviteit. Tijdens het opvangverlof behoudt de statutaire medewerker (m/v/x) het recht op zijn/haar gebruikelijke salaris."
* In artikel 232 wordt de laatste alinea gewijzigd als volgt: "Het pleegzorgverlof wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit. De statutaire medewerker (m/v/x) heeft bij de opname van de dagen pleegzorgverlof recht op 82% van het brutosalaris."
* In artikel 232 bis wordt in § 2 de laatste alinea gewijzigd als volgt: "Het pleegouderverlof wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit. Tijdens de eerste drie dagen van het pleegouderverlof heeft de medewerker (m/v/x) recht op een doorbetaling van het salaris. Vanaf de vierde dag heeft een statutaire medewerker (m/v/x) recht op 82% van het brutosalaris."
* In artikel 234/7 wordt een tweede alinea toegevoegd luidend als volgt: "Medewerkers (m/v/x) hoeven geen attest van arbeidsongeschiktheid meer in te dienen in het geval van een opgestart of lopend wettelijk re-integratietraject nadat de medewerker (m/v/x) definitief ongeschikt is verklaard door een definitieve beslissing van de preventieadviseur-arbeidsarts en zolang geen (her)tewerkstelling mogelijk is. Alle dagen waarvoor de statutaire medewerker (m/v/x) op grond van deze bepaling vrijgesteld is van de verplichting om een attest van arbeidsongeschiktheid in te dienen, worden met ziektedagen gelijkgesteld. Contractuele medewerkers (m/v/x) hebben in principe recht op gewaarborgd loon en vervolgens op ziekte-uitkeringen.
In een aantal situaties kan de contractuele medewerker (m/v/x) volgens de instructies van de RVA evenwel uitkeringen ontvangen voor tijdelijke werkloosheid ingevolge overmacht veroorzaakt door medische redenen.”
* In artikel 236, § 1 wordt in de 2e alinea de laatste zin gewijzigd als volgt: “Voor deeltijds werkende statutaire medewerkers (m/v/x) gebeurt de toekenning van de ziektekredietdagen pro rata de prestatiebreuk.”
* In artikel 236, § 2 wordt in de 2e alinea de eerste zin gewijzigd als volgt: “Gedurende de periodes van deeltijdse arbeid geldt voor de aanrekening van de ziektedagen het totaal aantal normaal te werken dagen, eventueel omgezet in uren volgens het normaal voorziene uurrooster.”
* In artikel 272 wordt in de laatste zin het woord “arbeidsduurregeling” vervangen door “arbeidstijdregeling”.
* Artikel 306 wordt opgeheven.
* In artikel 309 wordt § 1 gewijzigd als volgt: "De medewerkers (m/v/x) dienen de communicatie- of informaticamiddelen (bv. smartphone, laptop, etc.) op een dusdanige wijze te gebruiken dat zij de kwaliteit van het werk bevorderen en het imago van het bestuur niet schaden.
Het gebruik van laptops is voorbehouden voor professionele doeleinden.
De medewerker (m/v/x) zorgt ervoor dat hij/zij tijdens de werkuren steeds telefonisch bereikbaar is. Privégesprekken en digitale berichten met mobiele of vaste telefoons tijdens de werkuren zijn verboden."
* In Bijlage 1: Begrippen en definities wordt het begrip “2° arbeidsduurregeling” met de overeenkomstige definitie geschrapt en vervangen door het begrip “2 ° arbeidstijdregeling” met de volgende definitie: “de glijdende, variabele, vaste of flexibele uurregeling overeenkomstig het arbeidsreglement en het overeengekomen uurrooster waarin de medewerker (m/v/x) werkt”.
* In Bijlage 1: Begrippen en definities wordt bij het begrip “31° inhaalrust” het woord “arbeidsduurregeling” vervangen door “arbeidstijdregeling”.
* In Bijlage 1: Begrippen en definities wordt bij het begrip “44° rusttijd” het woord “arbeidsduurregeling” vervangen door “arbeidstijdregeling”.
* In Bijlage 1: Begrippen en Definities wordt de definitie "66° werkelijke diensten" gewijzigd als volgt: "66° werkelijke diensten: alle diensten die recht geven op een salaris of die bij ontstentenis van een salaris krachtens de rechtspositieregeling toch in aanmerking worden genomen voor de vaststelling van het salaris alsook de periodes van tijdelijke werkloosheid door overmacht"
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 77.
De Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 8 juli 1976, artikel 60, § 3, artikel 97, artikel 98, § 1 en artikel 101.
De beleidsnota Wonen 2020-2025 formuleert de belangrijke doelstelling te streven ‘Naar meer woningkwaliteit op de private eigendomsmarkt’. Gent knapt op is hierbij één van de belangrijke acties. Een gezonde, veilige, energiezuinige en aangepaste woning is essentieel om menswaardig leven te garanderen en armoede te bestrijden.
Met ‘Gent knapt op’ (hierna: GKO) willen de Stad Gent en OCMW Gent ondersteuning voorzien ten behoeve van kwetsbare Gentse eigenaar-bewoners waarvan de woning in slechte staat verkeert en die niet over de financiële middelen beschikken om deze voldoende te renoveren (zogenaamde ‘noodkopers’ of ‘noodeigenaars’). De GKO ondersteuning bestaat uit een financiële tussenkomst via een rollend fonds, sociale begeleiding en bouwtechnische begeleiding. De financiële tussenkomst via GKO die de renovatie mogelijk maakt, moet op termijn worden terugbetaald en garandeert het rollend karakter van het fonds.
Dit project evolueerde van een experimentele en wijkgerichte aanpak in 2014 naar het Europees gefinancierd ICCARus project van 2018 tot 2022. Het realiseerde reeds 115 gerenoveerde woningen en kreeg voor de innovatieve aanpak de Europese RegioStars Award 2021 in de categorie ‘Een groen Europa’. Na de Europese periode van het project Gent knapt op, werd beslist het project te integreren in de reguliere werking van de Stad Gent en OCMW Gent. Op 27 april 2021 werd het ‘reguliere’ reglement Gent knapt op voorgelegd aan de Raad voor Maatschappelijk Welzijn.
De ervaringen tijdens het voorbije werkjaar en de aanbevelingen die de onderzoeksgroep betrokken bij ICCARus formuleerde in juni 2022 zijn de basis voor de herziening van het reglement en de tussenkomstovereenkomst voor de periode 2022-2026.
Deze herziening van Gent knapt op is ingegeven door (i) de wens om optimaal rekening te houden met de onderzoeksresultaten van voorjaar 2022 én de opgedane praktijkervaring na 1 jaar werking met regulier reglement, (ii) een beter evenwicht te vinden tussen ‘algemene regels’ en het meer toelaten van maatwerk, (iii) het bereik zo groot mogelijk maken/houden, met behoud van de focus op kwetsbare eigenaars (noodkopers en noodeigenaars) en woningen in slechte staat en (iv) het zoeken naar vereenvoudiging en vermijden van extra werklast.
Hieronder een overzicht van de belangrijkste wijzigingen. Algemeen kunnen we stellen dat grotere flexibiliteit en impact wordt voorzien, met behoud van het beoogd doel nl. streven naar een gezonde, veilige, energiezuinige en levensloopbestendige woning om menswaardig leven te garanderen en armoede te bestrijden :
In de kalenderjaren 2022, 2023 en 2024 kunnen er per jaar maximaal 50 tussenkomsten verleend worden, tenzij het aantal tussenkomsten het voorgaande jaar lager lag. In dat geval kan dat aantal gecompenseerd worden tot een maximum van 60 tussenkomsten per jaar, en dit binnen de perken van het krediet van 6 mio euro dat het OCMW ter beschikking heeft in het kader van Gent knapt op.
Dit reglement loopt tot 30 juni 2026. De inschrijvingsperiode start op 1 november 2022 en eindigt op 31 september 2024. Lopende tussenkomstovereenkomsten vallen onder toepassing van het reglement Gent knapt op zoals goedgekeurd door de Raad van Maatschappelijk Welzijn van 27 april 2021; voor aanvraagdossiers waarvan de aanmeldingsdatum valt voor de datum van inwerkingtreding van dit reglement, dient de tussenkomstovereenkomst afgesloten te zijn ten laatste op 31 maart 2023.
Alle dossiers met een dossiernummer worden voorgelegd aan (een subcomité van) het bijzonder comité voor de sociale dienst. De goedgekeurde dossiers zullen leiden tot een tussenkomstovereenkomst.
Het reglement en de tussenkomstovereenkomst worden ter goedkeuring voorgelegd aan de Raad voor Maatschappelijk Welzijn. De verantwoording van de gemaakte keuzes binnen het reglement wordt in een motivatienota bij dit besluit weergegeven.
Keurt het reglement en de tussenkomstovereenkomst Gent knapt op 2022-2026 goed, zoals gevoegd in bijlagen.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 77.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
Bij de opmaak van het meerjarenplan 20-25 werd in de subsidieovereenkomsten met vzw's een groeivoet opgenomen voor de toekenning van de subsidies. Deze groeivoeten werden verwerkt voor de volledige duur van de overeenkomst.
Er werd een onderscheid gemaakt tussen :
De sterke stijging van inflatie brengt potentieel de continuïteit van de werking en de financiële gezondheid van vzw's in het gedrag.
Het college heeft daarom beslist om de overeenkomsten open te breken en de groeivoeten aan te passen aan de huidige inflatie.
Voor 2022 en 2023 betekent dit een aanzienlijke stijging van de groeivoeten enerzijds, voor de jaren 2024 en 2025 anderzijds worden de groeivoeten naar beneden bijgesteld. De extra groei die initieel bij het meerjarenplan was voorzien voor baremieke groei en cao marge is niet van toepassing voor de vzw's, aangezien zij niet onder de RPR en cao van de stad/OCMW vallen. Daarom wordt nu enkel de wedde index meegenomen.
De nieuwe toe te passen groeivoeten zijn :
Er wordt voorgesteld om de lopende, structurele (meerjarige) subsidieovereenkomsten, opgenomen in de bijlage bij dit besluit, als dusdanig aan te passen. De overige modaliteiten van iedere overeenkomst blijven verder ongewijzigd. Deze nieuwe groeivoeten worden toegepast op de goedgekeurde bedragen zoals voorzien in de aanpassing van het MJP bij budgetronde BW22.
De extra middelen voor de toepassing van deze nieuwe groeivoeten werden voorzien in het aangepaste meerjarenplan - budgetwijziging 2022, dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad van 5 september 2022.
Als bijlage bij het besluit wordt een lijst toegevoegd van de lopende subsidieovereenkomsten met de daarin goedgekeurde groeivoet. Deze groeivoeten worden aangepast zoals in voorgaande tabel opgenomen en toegepast op de reeds goedgekeurde subsidiebedragen. De lijst werd nominatief opgemaakt per vzw, waarbij een onderscheid wordt gemaakt naar diensten en activiteiten aangezien er verschillende groeivoeten van toepassing kunnen zijn voor verschillende convenanten met eenzelfde vzw. Het is telkens de groeivoet uit de oorspronkelijke overeenkomst die wordt gecorrigeerd, met voorliggend besluit wordt m.a.w. geen aanpassing aan de soort groeivoet goedgekeurd.
| Dienst* | OCMW-breed |
| Budgetplaats | verschillende |
| Categorie* | E |
| Subsidiecode | |
| 2022 | 104.530,32 |
| 2023 | 177.867,11 |
| 2024 | 169.719,24 |
| 2025 | 157.927,12 |
| Totaal | 610.043,79 |
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt goed de aanpassing van de subsidieovereenkomsten aan de hogere groeivoeten zoals opgenomen in de bijlage bij dit besluit.
Ingevolge het ontslag van Annelies Storms als raadslid dient een nieuwe derde plaatsvervangende vertegenwoordiger namens het lid OCMW Gent in de algemene vergadering van de EVA REGent vzw te worden aangeduid.
Het Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 484.
De statuten van SVK Gent, welzijnsvereniging.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 77.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 386.
De raad voor maatschappelijk welzijn heeft op 25 maart 2019 de aanduiding van de vertegenwoordigers in de algemene vergadering van WoninGent cvba-so goedgekeurd.
Ingevolge het ontslag van Annelies Storms als raadslid dient een nieuwe vertegenwoordiger in de algemene vergadering van WoninGent cvba-so te worden aangeduid.
Keurt goed de vervanging van Annelies Storms door Sven Taeldeman, lid van de raad voor maatschappelijk welzijn, als vertegenwoordiger van het OCMW Gent in de algemene vergadering van WoninGent cvba-so, en dit met onmiddellijke ingang.