-
Recent werden een aantal Slovaakse drugsdealers die actief waren in de Brugse Poort o.a. veroordeeld tot gevangenisstraffen van 3 tot 5 jaar. De winst met hun druggerelateerde en heling-activiteiten werd door de rechter op 100.000 euro geschat. De personen in kwestie bleken tijdens de uitvoering van hun druggerelateerde activiteiten OCMW-steun, o.a. een leefloon, ontvangen te hebben. Van dergelijke inkomsten was het OCMW ongetwijfeld niet op de hoogte.
Vermoedelijk komt het soms nog voor dat OCMW-cliënten, die een leefloon of andere al dan niet financiële steun ontvangen, strafrechterlijk veroordeeld worden voor criminele feiten die hen (aanzienlijke) inkomsten opleverden tijdens de periode dat ze deze steun ontvingen. Zo worden onaangegeven inkomsten uit illegale praktijken (drugs, diefstal, inbraak, heling, oplichting, afpersing, …) op een kwalijke en cynische manier gecombineerd met het een beroep doen op het sociaal vangnet van het OCMW.
Vandaar mijn vragen:
In de Sociale Dienst (OCMW) hebben we een beleid rond beroepsgeheim in het geval van strafrechtelijke feiten/procedures.
Dit beleid is goedgekeurd op het BCSD Algemene Zaken van 16 juni 2015 en bevat 3 luiken:
Als het parket of het arbeidsauditoraat een strafonderzoek voert, dan kan het beslissen om ons hierover te informeren (rechtstreeks of eventueel onrechtstreeks via politie of inspectiediensten) door middel van ‘kantschriften’.
We krijgen regelmatig kantschriften van het arbeidsauditoraat (of soms van het parket) wanneer strafonderzoeken aanwijzen dat er sprake is van onterechte OCMW-uitkeringen. Er zijn dan 2 mogelijkheden:
Indien we geen informatie krijgen van het parket, maar via de pers vernemen dat cliënten veroordeeld zijn, vragen wij informatie op bij het parket om meer duidelijkheid te krijgen over de identiteit van de personen en de concrete strafrechtelijke feiten.
Deze informatie zal dan aanleiding geven tot een nieuw sociaal onderzoek in deze dossiers waarbij in concreto wordt nagegaan of de voorwaarden voor leefloon of financiële hulp zijn geschonden. Deze voorwaarden zijn o.a. de correcte medewerking aan het sociaal onderzoek (juiste en volledige verklaringen over de financiële situatie), ontoereikende bestaansmiddelen en de werkbereidheid.
Strafrechtelijke feiten met verboden inkomsten doen alleszins ernstige vragen rijzen of deze voorwaarden wel vervuld zijn.
Na dit sociaal onderzoek legt de betrokken maatschappelijk werker via het sociaal verslag een verzoek voor aan het BCSD m.b.t. een stopzetting, terugvordering en schorsing en dit volgens de modaliteiten van ons handhavingsbeleid
do 17/11/2022 - 09:36