Met de start van het schooljaar schieten ook weer vele sportclubs uit de startblokken, ook veel jongeren- en G-sportwerkingen die op werkingssubsidies van de stad kunnen rekenen, dat is ook goed, we zijn overtuigd dat deze subsidies kunnen bijdragen om meer jongeren en mensen met een beperking aan het sporten te krijgen.
Uiteraard is de erkenning en subsidiering van deze werkingen aan voorwaarden gebonden, zoals bijvoorbeeld aangepaste begeleiding, geen enkele vorm van discriminatie tolereren en Panathlon-verklaring in verband met de rechten van het Kind in de sport respecteren.
Ik vertel de schepen niets nieuws dat dit niet steeds het geval is.
Hoe wordt er toegekeken op het respecteren van bovenstaande voorwaarden?
Waar kunnen kinderen of hun ouders terecht bij niet-naleving van deze voorwaarden?
Hoe wordt daar gevolg aan gegeven? hoe dwingend zijn we als stad in het nakomen van deze voorwaarden?
Uiteraard is niemand gebaat met het inhouden van de subsidies, we steunen de schepen dat voorkomen beter is maar we kunnen ons voorstellen dat (tijdelijk) inhouden van subsidies soms nodig zal zijn om het nodige respect voor de voorwaarden af te dwingen: is dit de voorbije legislatuur als laatste maatregel al moeten gebeuren?
(1 - Toezicht voorwaarden)
Als we spreken over aangepaste begeleiding, dan gaat het eigenlijk over het feit dat sportverenigingen die een bijkomende erkenning voor jeugd- of G-sportwerking willen verkrijgen (inclusief het recht op werkingssubsidies) een specifieke werking voor deze doelgroepen moeten hebben met aangepaste begeleiding.
Bij de aanvraag doet de Sportdienst hiervoor een administratieve controle, en bij iedere verlengingsaanvraag worden ook de werkingsverslagen van de aparte jeugd- en/of G-sportwerking gecontroleerd.
De Sportdienst kijkt ook de diploma’s en attesten van de opgegeven gekwalificeerde trainers en begeleiders na. De vereniging moet minstens 35% gediplomeerde jeugdtrainers inzetten, wat voor de G-sportwerking specifiek betekent dat deze minimaal 5 jaar ervaring moeten aantonen in de begeleiding van G-sport of in het bezit moeten zijn van een G-sportdiploma.
Via tussentijdse steekproeven gaat de dienst ook na of de opgegeven trainers en begeleiders wel degelijk nog bij de betrokken club actief zijn.
Voor het niet tolereren van discriminatie en het respecteren van de Panathlon-verklaring, verklaren de sportclubs bij aanvraag van de bijkomende erkenning en bij iedere verlengingsaanvraag op eer dat ze hiermee akkoord gaan.
Bij elke melding over mogelijke onregelmatigheden die de Sportdienst van waar dan ook ontvangt, start de dienst uiteraard met een onderzoek en kunnen acties genomen worden.
(2 – hoe melden?)
Bij klachten over de kwaliteit van de begeleiding waarvoor de betrokkenen het gevoel hebben dat overleg binnen de club geen oplossing brengt, kunnen zowel ouders als kinderen dit melden bij de Sportdienst. De dienst zal dan uitleg vragen aan de clubverantwoordelijken en samen trachten een oplossing te zoeken.
Bij klachten over discriminatie of het niet respecteren van de Panathlon-waarden, zijn ook nog andere instanties aanspreekbaar. Elke vorm of gevoel van discriminerend en/of grensoverschrijdend gedrag kan steeds gemeld worden bij diverse organisaties zoals UNIA, de Genderkamer van de Vlaamse Ombudsdienst, het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen, de eventuele koepelvereniging of -federatie, en natuurlijk ook bij de Stad Gent.
Met een case van grensoverschrijdend gedrag in een sportclub kan je bovendien ook terecht bij de ‘club-API’ (= de aanspreekpersoon integriteit van de sportclub), of bij het ontbreken ervan bij de ‘federatie-API’ (= de aanspreekpersoon integriteit van de sportfederatie). En natuurlijk ook bij de Sportdienst zelf, die de case intern bezorgt bij één van de vier medewerkers die een specifieke API-opleiding hebben gevolgd. Die medewerkers zullen elke melding discreet maar grondig opvolgen. Het principe is eigenlijk dat iedereen die zich betrokken voelt bij een case van grensoverschrijdend gedrag terecht kan bij één van de API-aanspreekpunten naar eigen keuze, waar men zich het best bij voelt.
(3 – gevolgen?)
Het erkennings- en subsidiereglement vermeldt duidelijk dat de Stad Gent te allen tijde controle mag uitoefenen en bijkomende info mag opvragen, én dat het erkenningen en subsidies kan weigeren of intrekken als niet aan alle voorwaarden wordt voldaan.
De administratieve voorwaarde over het aantal gekwalificeerde trainers wordt objectief beoordeeld en op basis daarvan wordt een erkenning al dan niet toegekend, verlengd of ingetrokken.
Bij meldingen over discriminatie of grensoverschrijdend gedrag (onder welke vorm dan ook) zal de dienst eerst in gesprek gaan met de betrokken partijen (melder en sportclub). Als er ook een objectieve vaststelling van discriminerend of grensoverschrijdend gedrag is (zoals een strafrechtelijke veroordeling of een gemotiveerd advies van UNIA of andere instellingen) dan zal de Sportdienst een voorstel tot intrekking van de erkenning en het recht op subsidies voorleggen aan het college.
(4 – gekende cases?)
In de huidige legislatuur is er geen geval bekend waar voor dergelijke redenen de erkenning en de bijhorende subsidies moesten worden ingetrokken.
Uiteraard hanteert de Sportdienst wel steeds het principe dat zolang een melding of een klacht in onderzoek is, de eerstvolgende uitbetaling van de subsidies aan die club uitgesteld wordt tot er een conclusie is.
Alles begint steeds met een melding. Als u dus kennis heeft over specifieke feiten, dan nodig ik de betrokken personen uit om melding te doen.
di 13/09/2022 - 08:43