De Dienst Toezicht Wonen, Bouwen en Milieu voert onder meer toezicht uit op het correct uitvoeren van omgevingsvergunningen voor stedenbouwkundige handelingen, via controles en plaatsbezoeken door de verbalisanten ruimtelijke ordening. In het kader van dit toezicht stelt zij een aantal handelingen die vallen onder de zogenaamde preventieve handhavingsfase.
In de preventieve handhavingsfase kan worden vermeden dat een proces-verbaal of verslag van vaststelling wordt opgemaakt. De prestaties van preventieve handhaving zijn telkens gericht op de vrijwillige beëindiging (of vermijding) van een (nakend) stedenbouwkundig misdrijf of stedenbouwkundige inbreuk. Meer concreet betreft dit de inzet van het instrument van de aanmaning (met advies over hoe de inbreuk vlot beëindigd kan worden). Indien correct gevolg wordt gegeven aan een aanmaning vermijdt de burger dat hij of zij strafrechtelijk of bestuursrechtelijk gesanctioneerd wordt als pleger van een stedenbouwkundig misdrijf of stedenbouwkundige inbreuk.
In die zin is de aanmaning een prestatie in het individueel belang van de ontvanger. Door de aanmaning (en de verdere opvolging daarvan) wordt een strafrechtelijke of bestuursrechtelijke santctie mogelijk vermeden. De betrokkene moet weliswaar zelf nog actie ondernemen, maar er wordt wel een mogelijkheid geboden die niet zou bestaan indien onmiddellijk sanctionerend wordt opgetreden. Uiteraard is die werkwijze ook voordelig voor de Stad, nu zij erop gericht is inbreuken op korte(re) tijd te doen ophouden.
Voor die individuele dienstverlening waarbij de belanghebbende een persoonlijk belang doet gelden/een persoonlijk voordeel geniet, kan van hem een retributie worden gevraagd.
De retributie blijft beperkt tot de preventieve handhavingsfase. Voor prestaties die geleverd worden in het kader van de repressieve handhavingsfase, de fase die aanvangt van zodra er een proces-verbaal of verslag van vaststelling wordt opgemaakt, kan niet in dezelfde mate worden gesteld dat een eventuele vergoeding die hiervoor gevraagd zou worden een tegenprestatie is voor een bijzondere dienst geleverd in het persoonlijk belang/voordeel van de burger. Het dossier bevindt zich dan in de fase van het gerechtelijk traject. De Stad heeft de regie dan niet meer (volledig) in handen. Het parket is dan strikt genomen ‘de spelverdeler’ en heeft de mogelijkheid om (1) de gerechtelijke procedure te starten of (2) niet gerechtelijk te vervolgen en het dossier over de maken aan de gewestelijke entiteit voor bestuurlijke beboeting. Een retributie voor prestaties die geleverd worden nadat de repressieve fase van start is gegaan loopt dan ook het risico onwettelijk te worden verklaard.
Er wordt voorgesteld een forfaitair bedrag te hanteren. Daarvoor wordt uitgegaan van de gemiddelde werklast van de preventieve handhavingsdossiers. Deze dienstverlening wordt ook vandaag al uitgevoerd, zodat de gemiddelde werklast van ca 2u waarop het tarief wordt gebaseerd, verantwoord en realistisch is. Er wordt dan ook een tarief van 85 euro voorgesteld (jaarlijks te indexeren conform de andere retributiereglementen) per controle waaruit prestaties de betrokken prestaties voortvloeien. Dat betekent dat, indien bij hercontrole de inbreuk is weggewerkt, uit die tweede controle geen prestaties meer zullen voortvloeien en de retributie slechts eenmaal (voor de prestaties na de eerste controle) verschuldigd is. Is na de tweede controle toch nog bijkomend advies en aanmaning nodig, dan zal de retributie een tweede keer verschuldigd zijn. Zoals hoger aangegeven leiden controles (eerste of latere hercontroles) die tot een proces-verbaal of verslag van vaststelling leiden, niet tot een retributie.
De Dienst Toezicht Wonen, Bouwen en Milieu is belast met de uitvoering van dit reglement.
| Dienst* | Dienst Toezicht Wonen, Bouwen en Milieu | ||
| Budgetplaats | 7010000 | ||
| 2023 | 38.250 | ||
| 2024 | 38.700 | ||
| 2025 | 39.600 | ||
| Later | |||
| Totaal |
Er wordt uitgegaan van ca 450 aanmaningen (en dus retributies) per jaar.
Het reglement gaat in op 1 januari 2023.