Tijdens de commissie SSW van september bleek dat het stadsbestuur geen voorstander is van een oefenterrein voor De Lijn in Wondelgem. Daarvoor werden alternatieve locaties gesuggereerd door de schepen. Actiegroepen uit de buurt, natuur- en milieuverenigingen protesteren niet enkel tegen het oefenterrein, maar ook tegen de stelplaats Wissenhage en reiken verschillende alternatieve locaties aan voor de stelplaats.
Daarnaast werd via een persbericht van De Lijn, na de vergunningsweigering door minister Demir, gemeld dat er historische vervuiling aanwezig is op de locatie voor de te bouwen stelplaats. Over de bodemkwaliteit van het geplande oefenterrein werd geen informatie gegeven.
Werden de alternatieve locaties, die werden aangereikt door de actiegroepen, onderzocht door de stad? Zijn er gesprekken geweest vanuit de stad met De Lijn over deze alternatieve locaties? Zo ja, wat waren de conclusies?
Heeft de vervuiling, waarover sprake in het persbericht van De Lijn, enkel betrekking op het terrein van de stelplaats?
- Is er vervuiling gemeten op het terrein voor het geplande, maar afgekeurde, oefenterrein? Zo ja, wat zijn de vaststellingen daar?
- Wat zijn momenteel de risico’s voor de buurt? Is verder onderzoek nodig?
Vooraf wil ik toch heel duidelijk stellen, dat de locatiekeuze voor een stelplaats altijd in eerste instantie door De Lijn wordt gemaakt. Bij een onderzoek naar een geschikte locatie kan de stad wel meedenken en onze kennis over mogelijke sites en de ruimtelijke randvoorwaarden overmaken. Ook in het verleden is dit zo gelopen. Zo is de keuze voor de locatie Wissenhage is het gevolg van een Gewestplanwijziging in 2001 en ook toen waren er enkele andere potentiële sites. Zoals je in mijn antwoord van commissie van september kunt nalezen, was een alternatieve locatie in 2001 onder meer Lange Velden – een locatie dat ondertussen volledig is bebouwd en ontwikkeld.
Door de geweigerde omgevingsvergunning van de stelplaats Wissenhage op 7 september door minister Demir hebben we als stad zelf een aantal mogelijke opties en eventuele locaties bekeken en doorgegeven aan De Lijn.
Inhoudelijk zijn er naar mijn mening voor De Lijn drie opties:
De alternatieve locaties die vanuit verschillende hoek en door diverse actiegroepen worden aangereikt, zoeken een antwoord op de derde optie. Deze alternatieven worden ook met de nodige aandacht bekeken. Hoewel stad Gent niet in de plaats van De Lijn de geschiktste optie of locatie moet kiezen, stel ik wel vast dat diverse voorgestelde locaties vaak ver van de (kern)stad verwijderd zijn en dus ook ver van het toekomstige werkingsgebied voor elektrische bussen of trams. Voor andere voorgestelde locaties, zoals de site Arsenaal waar we als stad willen inzetten op bedrijvigheid en betaalbaar wonen, zijn andere keuzes gemaakt zijn. Bij een herwerken van de plannen op de huidige locatie Wissenhage kan de suggestie van de voormalige site Vynckier wel waardevol zijn. Immers, Vynckier paalt direct aan de locatie Wissenhage en kan dus verschillende functies van De Lijn opnemen. Bij een herwerking van de stelplaats Wissenhage kan dan een robuustere groenstructuur op Wissenhage ontstaan. Deze suggestie werd ook aan De Lijn meegegeven (en is meteen ook een antwoord op de vraag van collega Van Lysebettens.)
Tot slot wil ik nog aangeven dat Gent vragende partij blijft voor een performante stelplaats voor het openbaar vervoer in onze stad. Momenteel lijkt de site Wissenhage de meest aangewezen locatie voor deze hedendaagse bus – en tramstelplaats. Voor deze locatie zijn in het verleden al tal van stappen ondernomen, niet alleen een feitelijke boscompensatie maar ook een planologische verschuiving in 2001. Bovendien ligt ter hoogte van deze site nog steeds een trambrug te wachten om in gebruik te worden genomen.
Op vragen met betrekking tot de bodemverontreiniging is het belangrijk om aan te geven dat de saneringsproblematiek in sé niet onder de stedelijke bevoegdheid valt, maar wordt opgevolgd en gecontroleerd door OVAM in het kader van de Vlaamse bodemsaneringswetgeving. Alle vragen met betrekking tot de bodemvervuiling op de locatie zouden dus aan OVAM moeten worden voorgelegd. De Vlaamse dienst heeft de juiste expertise in huis om dit te beoordelen. Naar aanleiding van uw vraag kan ik je wel kort de conclusies in het project-MER van de omgevingsaanvraag voor de stelplaats meegeven. Zo komt over het volledige projectgebied een historische asbestverontreiniging voor. Er gaat evenwel geen ernstige bedreiging uit van de verontreiniging en er is geen sanering noodzakelijk. Er zijn ook geen veiligheidsmaatregelen, voorzorgsmaatregelen, bestemmingsbeperkingen of gebruiksbeperkingen noodzakelijk.
De effecten ten aanzien van bodem worden in het project-MER daarom als verwaarloosbaar tot beperkt negatief beoordeeld, mits in het project milderende maatregelen omwille van de asbestverontreiniging worden voorzien.
vr 18/11/2022 - 10:28