Deze zomer informeerde ik bij Vlaams minister voor Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters naar alternatieve locaties voor het oefenterrein van De Lijn in Wondelgem.
De minister antwoordde dat het schrappen van de realisatie van het geplande Oost-Vlaamse oefenterrein aan de Hurstweg in Wondelgem niet tot de mogelijkheden behoort. De Lijn hoopt in het najaar van 2022 hiervoor een nieuwe omgevingsvergunning in te dienen. Ze belooft dat - voor zover technisch en economisch haalbaar - er rekening zal gehouden worden met de bezwaren van de buurt.
De natuurwaarde van dit stuk grond is zeer groot omdat het een laaggelegen en nat gebied betreft. De extreme droogte tijden de zomerperiode beklemtoonden meer dan ooit het belang van waterbufferende natuurgebieden.
Uit het antwoord op mijn schriftelijke vraag aan de minister bleek ook dat de onderzoeken naar locaties voor het oefenterrein dateren van midden de jaren ’90 en dat De Lijn niet meer kan nagaan welke andere terreinen bekeken werden als alternatief.
Ook burgers en bewegingen (zoals het Gents Milieufront) stellen zich vragen bij de realisatie van dit nieuwe oefenterrein en zijn zelf een zoektocht gestart naar andere locaties.
Ik had van de schepen graag een antwoord gekregen op volgende vragen.
Zoals jullie wellicht zullen weten, heeft de actualiteit jullie vraag in deze commissie enigszins achterhaald. Ik zal dan ook de laatste vraag van de heer Van Lysebettens als eerste behandelen.
Vorige week woensdag weigerde de Vlaamse minister van Omgeving de aanvraag voor een omgevingsvergunning van De Lijn voor een stelplaats op de locatie Wissenhage. In haar beslissing oordeelt de Vlaamse minister dat de in 2014 uitgevoerde boscompensatie van 11,25ha aan bos door De Lijn in dit voorliggende dossier niet als – ik citeer – “anticipatieve” compensatie kan worden aangewend. Bij gevolg ontbreekt er een feitelijke boscompensatie voor de voorgenomen ontbossing van ca 4,9 ha in het huidige dossier. Een dergelijk ontbreken van boscompensatievoorstel is in strijd met het Bosdecreet.
Deze weigering van de omgevingsvergunning van de stelplaats zal allicht ook zijn gevolgen hebben voor het oefenterrein van De Lijn aan de Buitensingel. Immers, het lijkt me aannemelijk dat De Lijn beide dossiers – stelplaats en oefenterrein - als één geheel ziet en beide dossiers op elkaar afstemt. Voortgaande op de persberichten begrijp ik dat De Lijn zich intern beraadt welke stappen zij verder wil ondernemen. Als stad wachten we momenteel nog af welke richting zij willen uitgaan.
Hierna wil ik kort effen de geschetste problematiek in beide dossiers aankaarten:
Momenteel zijn er geen nieuwe onderzoeken lopende naar alternatieve locaties voor zowel de stelplaats als het oefenterrein. Voor stad Gent is zo’n zoektocht ook niet zo evident. Niet alleen hebben we geen kennis van het programma van eisen, maar de stadsgrenzen kunnen ook terecht als te beperkend worden gezien.
Dit is zeker zo voor een provinciaal (!) oefenterrein. Waarom zou de huidige stelplaats in Destelbergen of zelfs het parkeerterrein van de Makro in Nazareth voor een oefenterrein geen soelaas kunnen bieden voor dat oefenterrein? In ieder geval is een bestaande, al verharde locatie logischer. En in Gent zijn natuurwaarden al schaars en is ze behouden waar mogelijk belangrijk. Dus is alternatieven zoeken voor de oefenschool aangewezen. De stad wil De Lijn zeker helpen bij het zoeken van een alternatieve oefenlocatie.
Laat me concluderen…
De Lijn heeft nood aan een stelplaats en dus moet De Lijn nu kijken hoe en waar die kan worden gerealiseerd. Wissenhage blijft de voorkeursoptie. Een goede stelplaats voor bussen en trams is echt wel belangrijk voor onze stad.
De oefenschool ook daar realiseren is dan weer geen goed idee. Verharden beperken en natuurwaarden beschermen is belangrijk.
Ik ga ervanuit dat wat de oplossing ook zal zijn, daar rekening mee wordt gehouden.
Misschien ook nog aangeven dat voor de stelplaats de Vlaamse Minsiter voor Omgeving dient te verlenen, terwijl voor het oefenterrein het college van burgemeester en schepenen de vergunningverlenende overheid is. Ook nuttig om aan te geven is het feit dat stad Gent aan de Buitensingel een grondpositie heeft.
Uiteraard is het aangewezen dat iedere oplossing ook in een bestemmingsplan wordt verankerd. In het belang van elke Gentenaar hoop ik wel dat de uitvoering van een stelplaats voor openbaar vervoer in deze stad hierdoor niet nog eens 20 jaar op zich zal laten wachten.
vr 16/09/2022 - 09:10