Het aantal kinderen dat extra ondersteuning krijgt op school, steeg vorig jaar met 20 % tegenover twee jaar geleden. Vooral autismespectrumstoornissen (ASS) worden gemeld.
In sommige klassen in het basisonderwijs zijn dit 4 tot 5 kinderen/klas, wat niet zo evident is voor de leerkracht.
De ondersteuningsnetwerken die specialisten uitsturen naar de scholen, worden voor 30 % gefinancierd op basis van het aantal attesten bij de leerlingen.
Volgens de experts is het gevolg van dat gelabel, dat er te veel gefocust wordt op de problemen van individuele leerlingen in plaats van de basiszorg voor alle leerlingen uit te bouwen. Het is veel interessanter om structuur, rust en discipline in de hele klas te brengen. Daar profiteren alle kinderen van en niet alleen de leerling met ASS.
Hoe is de situatie in het Gentse Stedelijk Onderwijs ?
Door een officieel label en/of diagnose krijgt de school financiële middelen om deze kinderen extra ondersteuning te bieden. Heeft u enig idee over hoeveel kinderen het gaat in het Gentse Stedelijk Onderwijs ? Hoe wordt dit ondersteuningsbeleid aangepakt ?
Blijft er voldoende aandacht gaan naar het uitbouwen van de basiszorg voor alle leerlingen ?
Het is helaas in ons eigen Stedelijk Onderwijs ook zo dat we een stijging van het aantal leerlingen zien voor wie bijkomende ondersteuning nodig is.
In de cijfers van ons Stedelijk Ondersteuningsteam zien we dat er vorig schooljaar aan het begin van het schooljaar 781 leerlingen op deze criteria aantikten, begin dit schooljaar zijn dat er al 801. Op zich is dat een beperkte stijging, maar als we wat verder in de tijd teruggaan, zien we dat er in 2017 nog 331 leerlingen aantikten. Met andere woorden: op vijf jaar tijd is het aantal leerlingen die hierop aantikken méér dan verdubbeld (maal 2,5).
Voor een goed begrip, dit gaat over leerlingen die in het gewone onderwijs schoollopen, maar voor wie de school op ondersteuning kan rekenen vanuit het ondersteuningsnetwerk. Niet al die leerlingen hebben een formele diagnose, maar ze hebben wel specifieke ondersteuningsnoden.
Gelet op die enorme groei, is het niet evident om een sterk ondersteuningsbeleid uit te bouwen. Ook beleidsmatig zijn het voor de ondersteuners en voor de scholen een woelige aantal jaren geweest. Nadat de Vlaamse regering tijdens de vorige legislatuur het M-decreet goedkeurde, kondigde de huidige Vlaamse regering al in het regeerakkoord aan dat ze dat M-decreet wilden vervangen. Sinds kort zijn de contouren van het nieuwe leersteundecreet gekend, dat het M-decreet vervangt. Voor alle betrokkenen betekent dit opnieuw wat zoeken en bepaalde zaken herdenken. Dit alles met de bedoeling om zoveel mogelijk leerlingen in het gewoon onderwijs te kunnen laten schoollopen.
Vandaag bestaan er in de werkwijze nog grote verschillen tussen scholen, tussen ondersteuners, tussen verwachtingen van de ouders.
Zo willen ouders vaak dat er individueel gewerkt wordt met hun kind, wat ook voor ondersteuners een comfortabele werkwijze is.
Maar de Vlaamse subsidies zijn niet toereikend om dat voor al deze leerlingen te kunnen doen.
Maar goede leerlingenbegeleiding uitbouwen is een gedeelde verantwoordelijkheid van de scholen, de CLB’s en het ondersteuningsteam.
Daarom startten ons Stedelijk Onderwijs, ondersteuningsnetwerk en iCLB vorig schooljaar een gezamenlijk traject op waarbij de visie en aanpak versterkt en complementair opgebouwd worden.
Een heel belangrijke pilaar daarin, zoals u in uw vraag ook aangeeft collega Bouve, is het verder versterken van de brede basiszorg op de scholen, die inderdaad aan alle leerlingen ten goede komt.
Ook daar wordt, op verschillende manieren, binnen het Stedelijk Onderwijs op ingezet.
Maar evident is dat vandaag allemaal niet.
Want we hadden het al over het lerarentekort, maar ik moet dat hier ook vermelden, want dat tekort heeft een belangrijke impact op dit verhaal.
Het feit dat de cijfers over het aantal leerlingen met specifiek zorgnoden zo sterk stijgt, duidt immers in de eerste plaats op een noodkreet van leerkrachten naar extra handen op de klasvloer.
Zorgcoördinatoren zijn vaak genoodzaakt om in te springen voor een afwezige collega en moeten dus zelf voor de klas staan waardoor hun ondersteuning te vaak wegvalt.
Ik vermeldde de pilootprojecten al, die hopelijk goedgekeurd zullen worden. Wel, daarin willen we de opdracht van leerkrachten herdenken en flexibeler maken. Vandaag is het voor een school organisatorisch lastig om leerkrachten vrij te roosteren. En een belangrijk aspect is om bijscholing/professionalisering een structurele plaats te geven in de opdracht van elke leerkracht.
Collega Misplon, ik moet u het antwoord verschuldigd blijven op uw vraag over verschillende ondersteuners die in de klassen komen. Dat zijn soms veel verschillende mensen. Dat kan gaan om mensen die de leerling ondersteunen in het kader van extra zorgnoden. Dat kan ook zijn dat een leerling kinesitherapie volgt en de therapeut op de school het kind ondersteunt. U kan daar altijd nog een bijkomende vraag over stellen voor een volgende keer, collega Misplon. Het antwoord of er ook limieten worden gesteld op het aantal verschillende ondersteuners moet ik u op dit moment verschuldigd blijven.
do 15/09/2022 - 08:53