Uit een bevraging (mei 2022) bij de schooldirecties door de OVSG (Onderwijsvereniging van Steden en Gemeenten) vindt in elke basisschool in Vlaanderen gemiddeld één klas ofwel geen leraar, ofwel enkel een leraar die niet over het juiste diploma beschikt. Een gemiddelde leerling in het secundair krijgt elke week één uur geen les en twee uur les door een leraar zonder het juiste diploma.
Een simultane bevraging van KOOGO, de ouderkoepel van het gemeentelijk, stedelijk en provinciaal onderwijs toont aan dat het lerarentekort ook tot veel stress en kopzorgen leidt bij de ouders. Het wegvallen van structuur en regelmaat heeft, volgens de ouders, een negatieve invloed op het welbevinden.
Het probleem doet zich voor in heel Vlaanderen, niet enkel in de grootsteden. In Gent, over de netten heen, liep het lerarentekort op tot 15 %. Bij het einde van het vorig schooljaar vreesden de directies al dat ze onvoldoende personeel zouden hebben bij de start in september 2022.
Tevens wil ik het hebben over de zorgleerkrachten, vooral in het basisonderwijs.
Doordat zorgleerkrachten opnieuw voor de klas moeten staan, ontstaat ook hier wellicht een verontrustend tekort. Door dit tekort dreigen vooral de kwetsbare leerlingen uit de boot te vallen, waardoor de kloof tussen leerlingen groter wordt.
Welke creatieve maatregelen zal u, als bevoegde schepen, invoeren om deze alarmerende tekorten van leerkrachten/zorgleerkrachten af te toppen ?
Hoe vertaalt zich dit in cijfers voor wat het stedelijk onderwijs in Gent betreft ?
Dat het lerarentekort hier hoog op de agenda staat, duidt mee de ernst, al zal die ernst niemand ontgaan zijn. Uw gedeelde bezorgdheid is terecht. Als we onderwijs willen organiseren hebben we leraren nodig. Die vaststelling is eenvoudig, maar ook helder. Geen leraar, geen les.
Jullie schetsten al welke impact dat heeft. Dit laat zich voelen op het vlak van leerachterstand, maar evengoed welzijn. Bij leerlingen, bij leraren, bij het volledige gezin, bij de volledige school.
Ik wil graag de antwoorden op jullie vragen bundelen tot één geheel.
GLOBALE GENTSE SITUATIE
Daarbij wil ik eerst de globale situatie duiden. We beschikken niet over volledige cijfers voor het Gentse grondgebied. Er bestaat immers geen centrale databank. Collega Verhoeve, in uw vraag verwijst u naar 15% personeelstekort in Gent over de netten heen. Ik begrijp dat u zich baseert op het persbericht van OVSG. Voor de correctheid. Dit gaat over een beperkt aantal scholen in het stedelijk basisonderwijs waarbij ook verschillende cijfers onterecht worden opgeteld. Dit cijfer geeft een foutief beeld van de reële situatie.
Gent staat niet alleen, maar volgt de trend die Vlaanderen breed is waar te nemen. Die trend is al enkele jaren in toenemende mate waar te nemen, en zet zich ook door. De situatie in het kleuter- en lager onderwijs kunnen we niet anders dan dramatisch noemen. Voor het secundair onderwijs is dat minder algemeen, maar geldt dat zeker en vast ook voor verschillende vakken.
De cijfers op dit moment zullen u niettemin waarschijnlijk verrassen. Een telling op 13 september op de website van de VDAB leert dat er net geen 100 vacatures zijn op Gents grondgebied. Dat vraagt bovendien nuancering, want het betreft niet altijd voltijdse tewerkstellingen of opdrachten voor een volledig jaar. Soms gaat het over twee uurtjes, soms over twee weken. Ruwweg twee derde daarvan situeert zich in het secundair onderwijs, de rest in het basisonderwijs. Dat is eigenlijk vergelijkbaar met de cijfers van één september. Toch is de vrees in de scholen groot en reëel dat het steeds moeilijker zal worden om vervangers te vinden. We maken daarom een nieuwe tussenstand op eind september. Dan is de situatie veelal gestabiliseerd, maar worden ook de bijkomende afwezigheden, bv. door ziekte, zichtbaar. Of die vervangingen zullen gevonden worden, is zeer de vraag.
SOG
Ik zou nu graag even inzoomen op de cijfers van ons eigen Stedelijk onderwijs.
Om een goed zicht te krijgen op de concrete situatie, hebben we gevraagd om de situatie op 1 september goed in kaart te brengen. Dezelfde oefening zullen ze binnenkort opnieuw herhalen, om goed de vinger bij de pols te houden.
Collega’s, ik kan je meegeven dat er op 1 september dit jaar in ons Stedelijk basisonderwijs nog voor 9,13 voltijdse jaaropdrachten open stonden en voor 1,8 vte tijdelijke opdrachten. Op een totaal van 662,3 voltijdse equivalenten staat dit voor 1,6% van de opdrachten (in het basisonderwijs).
Hoewel er begin september traditioneel nog heel wat verschuivingen gebeuren, kunnen we over het algemeen stellen dat er in onze stedelijke basisscholen nog niet echt sprake is van een groot tekort op 1 september. Ook bij de start van vorig schooljaar geraakte de puzzel op de meeste scholen tijdig gelegd. Het knelpunt werd vooral nijpend toen leerkrachten nadien uitvielen en er geen of heel moeilijk vervangers werden gevonden. Enkel in het kleuteronderwijs werden wel nog relatief vlot vervangers gevonden.
Als we even inzoomen op het Stedelijk secundair onderwijs, dan kunnen we ook daar stellen dat zo goed als alle vacatures ingevuld waren op 1 september. Van de 11.203 in te vullen leraarsuren in het secundair stonden nog 132 uren of 1.17% nog open.
De moeilijkst in te vullen plaatsen zijn die voor wetenschapsvakken (masterprofiel) en Frans (masterprofiel), maar ook daarvoor worden er voorlopig wel nog kandidaten gevonden.
Daarnaast wil ik meegeven dat het hoopgevend is dat de inschrijvingen in de lerarenopleidingen in stijgende lijn zitten, maar victorie kraaien daarover is te vroeg. Bovendien geldt die stijging enkel voor de bachelors secundair onderwijs, en zien we zelfs nog altijd een daling voor het kleuter- en lager onderwijs. Op basis van demografie is het nochtans te verwachten dat er meer kleuters zullen zijn over enkele jaren.
GENTSE INITIATIEVEN
Van bij de start van deze legislatuur startten we met Onderwijscentrum Gent verschillende trajecten die heel breed en ondersteunend werken voor leraren, startende leraren en kandidaat-leraren. Rode draad daarbij is de aandacht voor de grootstedelijke context. Wie wil werken in deze stad, moet voldoende ondersteuning kunnen vinden. OCG werkt samen met de scholen, lerarenopleidingen en uiteraard de leraren zelf. De werking focust op het verhogen van de instroom, het beperken van de uitstroom (de voordeur wagenwijd open, de achterdeur dicht) en het inspelen op actuele noden. Ik lijst een aantal initiatieven op:
Deze gerichte initiatieven van het OCG moeten we ook kaderen binnen de totale werking van het Onderwijscentrum Gent. Zij bieden op een brede waaier van thema’s ondersteuning en expertise aan. Deze komt de scholen en de individuele leraren rechtstreeks ten goede. Laat ons deze troef niet uit het oog verliezen. De grootstedelijke context is niet voor alle leraren even vertrouwd. Die ondersteuning is dus welgekomen.
In dit kader wil ik ook het project Helpende Handen noemen. Tijdens de coronacrisis hebben we miljoenen geïnvesteerd om de scholen bij te springen. De doelstelling was het beperken en wegwerken van leerachterstand. Die extra handen waren welgekomen. We hebben toen ondervonden dat we een verschil kunnen maken, en willen dit dan ook graag verder zetten. We doen daarom een herhaalde oproep aan de minister om de budgetten die onaangeroerd blijven omwille van het lerarentekort toe te kennen aan de lokale overheden. We kunnen erin slagen om mensen te vinden die ondersteunende taken opnemen op de scholen. Dat moet het werk van de scholen, de directies, de leraren haalbaarder maken.
Onze scholen in Gent doen hun uiterste best om binnen de bestaande kaders naar oplossingen te zoeken. Maar vanop ons stedelijk niveau kunnen we maar beperkt wegen op dit fundamentele debat. We stellen vast dat personeelsregelgeving in het onderwijs heel strak vastligt in Vlaamse regelgeving, zo strak dat het als keurslijf wordt ervaren en directies aangeven dat het erg moeilijk is om een goed personeelsbeleid te kunnen voeren.
Dat besef is er in Brussel natuurlijk ook. Daarom lanceerde minister Weyts eind april een oproep aan schoolbesturen om pilootprojecten in te dienen, waarin tijdelijk kan afgeweken worden van bestaande zaken in de regelgeving om op zoek te gaan naar mogelijke oplossingen op het lerarentekort.
Op zich een goed initiatief natuurlijk. Maar er hangen 3 belangrijke ‘maars’ aan vast:
Het is natuurlijk belangrijk dat wanneer deze projecten worden opgezet. Dat er ook wordt nagedacht hoe de evaluatie hiervan zal gebeuren. Jammer genoeg werden er geen middelen voorzien. Nog voor de implementatie, nog voor het opstellen van de projecten, nog voor de wetenschappelijke monitoring ervan.
Dus collega’s, we zijn er nog niet. Want alsof dit allemaal nog niet erg genoeg is, moeten we vandaag vaststellen dat we sinds onze indiening tot op vandaag nog altijd geen nieuws mochten ontvangen of onze projecten goedgekeurd werden. De projectvoorstellen moesten tegen 15 juni ingediend worden; de scholen kregen dus slechts anderhalve maand om alles tijdig rond te krijgen. Vanuit Brussel werd gemeld dat we tegen 1 september antwoord zouden krijgen. Sindsdien zijn we drie maand verder en nog steeds kwam er geen antwoord. Ik viel eerlijk gezegd bijna van mijn stoel toen ik vorig weekend in de krant las dat de minister blijkbaar nog tot half oktober de tijd neemt om te antwoorden of de projecten al dan niet mogen van start gaan.
Maar goed, dit gezegd zijnde, wil ik tot slot nog eens kort ingaan op uw vraag naar de inhoud van de projecten.
Uit onderzoek weten we dat 1 op 5 leerkrachten die in het onderwijs starten, in de eerste vijf jaren na hun start al onmiddellijk terug afhaken.
Starten in het onderwijs is heel moeilijk: een startende leerkracht moet kennismaken met het lesmateriaal en -voorbereiding, met de schoolafspraken (al dan niet in verschillende scholen), terwijl leerkrachten met meer ervaring het lesmateriaal al beter onder de knie hebben, de leerlingen al wat kennen en ook de schoolafspraken en collega’s zijn hen gekend.
Om voltijds aan de slag te zijn, wordt vandaag enkel rekening gehouden met het aantal uren dat ze voor de klas staan. Maar de opdracht van een startende vs. een ervaren leerkracht verschilt toch wel sterk van elkaar.
Als we leerkrachten willen aanhouden, moeten we scholen de mogelijkheid bieden om zich anders te organiseren, om meer op maat te werken, rekening houdend met ieders competenties. Niet alleen op maat van startende leerkrachten trouwens. Ook meer ervaren leerkrachten hebben complementaire competenties. Ik denk bijvoorbeeld aan het ontwikkelen van digitaal lesmateriaal. Ook dat is niet elke leerkracht gegeven. Het is belangrijk dat leerkrachten in sterke teams kunnen werken, waarbinnen op maat werkafspraken gemaakt kunnen worden.
In ons Stedelijk Onderwijs willen 5 basisscholen en 2 secundaire scholen op verschillende manieren experimenteren met het anders organiseren van hun school, om die opdracht van de leerkrachten doenbaar te houden door meer op maat te gaan werken.
De praktische uitwerking verschilt tussen de scholen, en - als onze projecten door de minister goedgekeurd worden - willen we het komende schooljaar gebruiken om de plannen verder met alle betrokken partners te concretiseren, om dan in de daaropvolgende 2 schooljaren te gaan experimenteren.
Ondanks de vele inspanningen kunnen we er niet omheen dat de echte hefbomen niet in Gent, maar in Vlaanderen liggen. Ik zie dat er op vele fronten wordt gewerkt, er worden veel ballonnetjes opgelaten, maar te weinig in de diepte. Dat is wat wij met onze deelname aan die proeftuinen willen proberen. Maar wat als deze na twee jaar aflopen? Hoe zal Vlaanderen dit monitoren om conclusies te maken die beleidsmatig tot beslissingen kunnen leiden?
Dat is allemaal moeilijk te begrijpen. Dit lerarentekort heeft ongekende gevolgen. Er zullen leerlingen afstuderen met een beperktere kennis van Frans, of zonder het behalen van hun leerdoelen wiskunde, of wie weet beide. Dat is een verlies voor de leerlingen, maar ook voor de samenleving. Ik zie crisisoverleg over corona en de energieprijzen, maar ook ons onderwijs verdient dit.
Inderdaad Collega Boeve, zo een nieuw Schoolpact.
En ik heb inderdaad collega Boeve het nieuws gehoord. Ik vond het zeer interessant. Je hebt inderdaad duaal leren, maar je hebt ook het duale lesgeven. Ik heb dit ook dit weekend op de radio gehoord. Dit project is zeker welkom in de stad. We zijn een inventieve onderwijsstad. Dat is zeker iets dat we verder kunnen bekijken. Op dit moment weet ik niet of er inderdaad al dergelijke samenwerkingen zijn. Dat is misschien stof om op een volgende commissie op terug te komen. Bedankt voor uw suggestie.
do 15/09/2022 - 08:49