Op grond van de Wet van 21 maart 2007 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera' s, gewijzigd bij Wet van 12 november 2009 en Wet van 21 maart 2018, moeten een aantal verplichtingen worden nageleefd wanneer men een bewakingscamera wil plaatsen en gebruiken met het oog op bewaking en toezicht.
Onder bewakingscamera verstaat artikel 2, 4° van de Wet van 21 maart 2007 elk vast, tijdelijk vast of mobiel observatiesysteem dat de bewaking en het toezicht van de plaatsen tot doel heeft en dat hiervoor beelden verwerkt. Een ANPR- camera kan beschouwd worden als een intelligente bewakingscamera dewelke op grond van artikel 2, 4°/3 van de Wet van 21 maart 2007 wordt beschouwd als een bewakingscamera die ook onderdelen en software bevat, die al dan niet gekoppeld aan registers of bestanden, de verzamelde beelden al dan niet autonoom kunnen verwerken.
Wanneer men een bewakingscamera in een niet-besloten plaats, d.w.z. elke plaats die niet door een omsluiting is afgebakend en vrij toegankelijk is voor het publiek (vb. straat, plein, park, ander deel van het openbaar domein, ...) wil plaatsen, kan de beslissing tot het plaatsen ervan slechts genomen worden door de verantwoordelijke voor de verwerking nadat de gemeenteraad een positief advies heeft gegeven.
De gemeenteraad verstrekt zijn advies na voorafgaandelijk de korpschef van de politiezone, waar die plaats zich bevindt, te hebben geraadpleegd. (artikel 5 § 2 Wet van 21 maart 2007)
De verantwoordelijke voor de verwerking dient bij het indienen van zijn adviesvraag, bepaalde inlichtingen te bezorgen om toe te laten een duidelijk advies te formuleren. Tevens dient hij mee te geven welke de veiligheidsproblemen zijn die aan de basis liggen van de beslissing om bewakingscamera's te plaatsen en waarin camerabewaking een gepast instrument is om hierop te antwoorden.
De gemeenteraad dient zijn advies uit te brengen op basis van de informatie bezorgd door de verantwoordelijke voor de verwerking en de analyse van de korpschef. Dit advies moet in alle gevallen gemotiveerd worden.
Indien de analyse van de korpschef gevolgd wordt, kan de motivering steunen op de elementen uit de analyse van de korpschef.
Indien de gemeenteraad een andere beslissing wenst te nemen dan deze volgend uit de analyse van de korpschef dan moet de gemeenteraad zijn advies uitvoeriger motiveren.
Op 25 april 2016 verleende de gemeenteraad een positief advies aan de aanvraag van de Stad Gent (Mobiliteitsbedrijf) om (ANPR) bewakingscamera's te plaatsen en te gebruiken op niet-besloten plaatsen op het grondgebied van de Stad Gent, na voorafgaandelijk advies van de korpschef. De aanvraag kaderde in de realisatie van het nieuwe circulatieplan voor de Gentse binnenstad.
Op 23 april 2019 werd door de gemeenteraad een bijkomend positief advies verleend aan de aanvraag van de Stad Gent (Mobiliteitsbedrijf) nadat de impact van het circulatieplan geëvalueerd werd. Hier en daar werden bijsturingen uitgewerkt.
Huidige aanvraag wordt gedaan omwille van volgende redenen:
Er worden voldoende maatregelen ingebouwd om de privacy van de omwonenden en de andere weggebruikers in de betreffende zones te garanderen.
Door de heer Filip Rasschaert, korpschef van de Politiezone Gent, werd aan deze aanvraag een positief advies verleend.
Gelet op de doelstellingen van het cameratoezicht en de wijze van implementatie ervan, kan er worden gesteld dat er een maatschappelijk en wettelijk draagvlak is voor het gevraagde cameratoezicht.
De verantwoordelijke voor de verwerking kan slechts overgaan tot het plaatsen van één of meer bewakingscamera's in een niet-besloten plaats nadat de gemeenteraad een positief advies heeft gegeven.
Verleent een positief advies aan de bijkomende aanvraag van de Stad Gent (Mobiliteitsbedrijf) om ANPR-camera's te plaatsen en te gebruiken op niet-besloten plaatsen, nl. toegangswegen tot de Gentse autovrije gebieden en aan toegangsverboden, zoals vermeld in de bijkomende lijst 'plaatsgesteldheid' die bij dit besluit wordt gevoegd.