/
Ondanks de ‘quick wins’ die de schepen vorige maand heeft doorgevoerd blijf ik klachten krijgen van ondernemers over het vergunningsbeleid in het autovrij gebied. Ondere andere krijg ik klachten van leveranciers die niet wekelijks in een bepaald autovrij gebied moeten zijn omdat ze grote leveringen leveren waarmee de klant even voort kan. Het blijkt enorm moeilijk voor hen om een vergunning te krijgen door het criterium van regelmatigheid waarvoor ze gemiddeld wekelijks in een bepaald autovrijgebied moeten leveren.
Graag had ik hierover volgende vragen gesteld:
Zoals ik eerder aangegeven heb, hebben we al meerdere overleggen gehad met verschillende belanghebbenden. Deze overleggen verliepen constructief en verhelderend. Zo hebben wij een aantal zaken en kwesties kunnen verduidelijken, maar ook vanuit de handelaars kwamen er interessante input. Hiermee zijn we dan ook onmiddellijk aan de slag gegaan en hebben we aangepast en bijgestuurd.
Het wederzijds begrip is gegroeid. Dit is een goede manier van werken gebleken, met openheid langs beide kanten. We houden dus verder contact met Unizo en blijven werken aan klantvriendelijkheid, zonder onze doelstellingen uit het oog te verliezen.
Het klopt dat ondernemingen die niet vaak in het autovrij gebied moeten zijn, geen vergunning krijgen voor een heel jaar.
Maar ze krijgen wel een vergunning voor de periode dat ze effectief in het autovrij gebied moeten zijn.
Dit is juist één van de doelstellingen van het vernieuwde vergunningenbeleid. En dat is ook heel logisch. Je vraagt een vergunning aan voor de tijdstippen waarop je in het autovrij gebied moet zijn.
Ondernemingen kunnen dus nog steeds gewoon een vergunning krijgen, alleen is dit nu voor de momenten waarop zij effectief in het autovrij gebied moeten zijn of wanneer zij kunnen aantonen dat zij regelmatig een bestemming hebben in het autovrij gebied.
We willen hiermee het oneigenlijk gebruik van vergunningen tegengaan. We spreken over oneigenlijk gebruik van een vergunning wanneer de vergunning niet wordt gebruikt om naar een bestemming in het autovrij gebied te rijden, maar om door het autovrij gebied te rijden. Het autovrij gebied wordt als short cut gebruiken mag niet, niet in het vorige reglement, en niet in het nieuwe.
Sinds eind mei/begin juni is het criterium waarbij een onderneming regelmatig een bestemming moet hebben in het autovrij gebied verder verfijnd. Dit is gebeurd op basis van feedback van ondernemingen, na overleg met o.a. UNIZO, maar ook met onze eigen doelstellingen in het achterhoofd. Bij de aanvraag van een vergunning voor een langere periode moet de onderneming aantonen dat hij voor ¼ van de aangevraagde periode gemiddeld 1 maal per week een bestemming heeft in het autovrij gebied.
Nieuwe ondernemingen, dus ondernemingen die net opstarten of voor het eerst in een autovrij gebied activiteiten uitvoeren, kunnen een vergunning voor 3 maand aanvragen. Tijdens deze periode hebben zij tijd om stukken te verzamelen die aantonen dat ze regelmatig een bestemming hebben in een autovrij gebied, waardoor ze nadien een vergunning voor een langere periode kunnen aanvragen.
We zetten nu in op het informeren en ondersteunen van ondernemingen.
Het Mobiliteitsbedrijf is ook nog bezig met een verdere analyse van het huidige vergunningenbeleid om te kijken of er verder nog bijsturingen nodig zijn. Zij doen dit op basis van data, feedback van ondernemingen en ze overleggen met bijvoorbeeld UNIZO en stadsdiensten zoals de dienst Economie. We mikken op het najaar voor verdere bijsturingen, waar nodig.
wo 15/06/2022 - 10:20