Onlangs werd het kader publiek sanitair voorgesteld. Daarin is de visie meegenomen dat publiek sanitair dat vanaf nu vernieuwd wordt, steeds genderinclusief en rolstoeltoegankelijk zal zijn. Ook in het strategisch kader voor diversiteit en inclusie staat bij beleidsambitie nr. 71 dat de stad zal onderzoeken welke structurele aanpassingen de werkvloer transvriendelijker en genderinclusiever maken. Genderinclusieve toiletten en kleedkamers worden daarbij genoemd als voorbeelden.
Dank voor uw vraag.
Op 12 december 2021 keurde het college van Burgemeester en Schepenen inderdaad het Beleidskader Publiek Sanitair goed waarin kwaliteitsvoorwaarden werden opgenomen voor integrale toegankelijkheid en genderinclusiviteit van het publiek sanitair. In het kader werd ook al geschetst welke budgetten nodig zijn om de geformuleerde ambities waar te maken. Die werden op dat moment echter niet in de begroting opgenomen, noch voor kantoren, noch voor scholen of jeugdinfrastructuur. Gezien het kader kort voor mijn start als schepen zonder budget werd goedgekeurd kan ik u enkel meedelen wat er sindsdien is gebeurd binnen de bestaande budgetten. Bovendien weet u ongetwijfeld dat bouwprojecten een lange doorlooptijd hebben en 6 maanden sinds ik deze bevoegdheid heb mogen opnemen erg kort is.
Met dat in het achterhoofd geef ik u graag een stand van zaken, want we leveren inderdaad inspanningen om de principes van het beleidskader toe te passen. Maar soms stuiten we ook op hogere regelgeving die de toepassing niet altijd makkelijk maakt. Zo moeten we volgens de huidige arbeidswetgeving als werkgever nog steeds aparte dames- en herentoiletten voorzien . Hier bovenop mogen er eventueel bijkomende genderinclusieve toiletten voorzien worden, maar dat vergt dus extra ruimte die er niet altijd is.
Gezien ik dus met u vaststel dat eind vorig jaar geen bijkomend budget voorzien werd, leggen we de focus op het toepassen van het kader bij geplande bouwprojecten. .
Ik geef u twee voorbeelden. Een project in ontwerpfase is de nieuwe logistieke hub die aan de Lourdeshoek zal gerealiseerd worden. Daar formuleren van bij de start van het ontwerptraject samen met de toegankelijkheidsambtenaar hoe het plaatsen van genderinclusieve werknemerstoiletten kan gerealiseerd worden bovenop de conformiteit met ARAB/Codex over het welzijn op het werk.
Een ander voorbeeld is van een project dat binnenkort wordt afgewerkt. AC Zuid is een project dat reeds jaren loopt en waarvan het ontwerp lang voor de goedkeuring van het beleidskader vorm kreeg. De vraag naar genderinclusieve toiletten kwam op een moment dat het niet meer mogelijk was om de indeling en de inrichting van de sanitaire ruimten nog aan te passen. Naar aanleiding van de vraag van een lid van de Roze Neuzekes, het personeelsnetwerk voor LGBTQIA+ over de reden om in de plannen van AC Zuid geen genderinclusieve toiletten te voorzien voor personeel, ging het team dat de uitvoering van de werken opvolgt samen met interne experten aan de slag om te bekijkenwat er wel nog mogelijk was. Er is beslist om de genderinclusieve signalisatie, die ontworpen werd voor het publiek sanitair, ook hier toepassen. Dus zowel de mannen- als vrouwentoiletten worden daarmee aangeduid. Geen symbooltjes van een man of een vrouw, maar aanduiding van de voorzieningen die aanwezig zijn:
We zullen dit wellicht ook toepassen op 1 verdieping voor de personeelstoiletten. Voor alle toiletten of meer verdiepingen kan niet, omdat de wetgeving m.b.t. ‘Welzijn op het Werk’ hier van toepassing is, en (zoals reeds geduid) die verplicht nog steeds een opdeling tussen mannen en vrouwentoiletten.
We zijn hierover ook continu in overleg met ervaringsdeskundigen. Het personeelsnetwerk LGBTQI+ (die zichzelf de Roze Neuzekes doopten) geeft hierover toch een wat genuanceerd advies. Collega’s van dat netwerk geven aan dat genderinclusief sanitair niet voor iedereen evident is. Ze raden daarom aan om bij elke realisatie ook een traject op te zetten gericht naar het personeel om het draagvlak te verzekeren. De hr-diversiteitscoördinator zal met hen bekijken hoe we hen hierbij het best kunnen betrekken.
Bij bestaande gebouwen zijn er momenteel geen initiatieven om bijkomende genderinclusieve toiletten te voorzien. De middelen zijn hiervoor niet voorzien en die zouden wel nodig zijn want dergelijke aanpassingen zijn minder eenvoudig dan soms gedacht – soms is bijvoorbeeld niet de nodige bijkomende ruimte beschikbaar.
Bij scholen geldt dezelfde arbeidswetgeving voor het sanitair van personeel/leerkrachten. Voor het sanitair voor de leerlingen is er momenteel geen kader en zijn er geen plannen om genderinclusieve toiletten te voorzien. De onderwijsinspectie laat in het kader van de BVH-doorlichting (dit staat voor bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne) genderinclusieve toiletten voor leerlingen toe, maar onder voorwaarden. De toiletten dienen volledig afgesloten te zijn met een wasbakje in elk toilethokje. Het is niet dwingend. Volledig afgesloten toiletten met elk een lavabo betekent dat aanpassing niet zo makkelijk te realiseren is en dit een zeer grondige renovatie vergt. Voor het onderwijzend personeel is de Codex over het Welzijn op het Werk van toepassing en moeten we dus minimaal mannen en vrouwentoiletten voorzien hebben voordat we aanvullend ook gender-inclusieve toiletten kunnen voorzien.
Kortom: Onze diensten werken binnen het kader en maken vooruitgang. Want ik deel absoluut het voornemen om hierin verder te evolueren naar inclusieve infrastructuur waar iedereen zich veilig en comfortabel voelt maar we zijn hier gebonden aan een reeks beperkingen die ik u geduid heb (regelgeving, ruimte en budget) die ervoor zorgen dat we niet met een eenvoudige beslissing een drastische toename van dergelijke voorzieningen kunnen realiseren.
wo 22/06/2022 - 11:42