Al jaren sleept - geheel buiten de wil van het stadsbestuur om - het dossier voor de bouw van een nieuwe stelplaats voor De Lijn aan. Die stelplaats, voorzien op de Galvestonsite en waarvoor jaren geleden al een nieuwe trambrug over de Wiedauwkaai en Terneuzenlaan werd gebouwd, is noodzakelijk voor een betere organisatie van het openbaar vervoer in onze stad(sregio). Nu ze er eindelijk lijkt te komen, steekt er stevig protest op vanuit de buurtbewoners. Zij dienden reeds meer dan honderd bezwaarschriften in. Het verlies van groen en waardevolle natuur is de kern van hun bezwaar. Afgelopen jaren deed de stad inspanningen op dat vlak met oa het Bloemekenspark en het pad langs de Lieve, maar er is duidelijk nog nood aan meer groen in de wijk.
Ziet de schepen mogelijkheden om de nood aan meer groen in de wijk te verzoenen met de bouw van een stelplaats? Kan er nog overlegd worden met De Lijn om hiervoor alle opties te onderzoeken?
Geachte heer Vandenbroucke,
Als schepen voor Mobiliteit, Publieke Ruimte en Stedenbouw begrijp ik heel goed de bekommernissen bij de oprichting van een stelplaats in Wissenhage door De Lijn. Immers, groen en natuur maken de stad aantrekkelijk, leefbaar en klimaatrobuust. Dat geldt zowel voor aaneengesloten openruimtegebieden, de grote groenpolen aan de rand van de stad, de groene en groen-blauwe assen, de wijkparken, als voor de straatbomen, het gevelgroen en de groendaken. Mede op mijn aangeven zijn er in onze stad momenteel zo’n 5000 geveltuinen gerealiseerd en vervult de stad hiermee een voortrekkersrol in Vlaanderen. Ook het vierde luik van het “integraal plan openbaar domein” (IPOD 4), dat in december vorig jaar werd aangenomen, maakt verregaande keuzes voor een klimaatrobuuste stad. De visie in IPOD 4 verzekert de ontharding en vergroening van de publieke ruimte voor de komende decennia.
Bij het project Wissenhage moeten we als stad rekening houden met de geschiedenis.
De stedenbouwkundige voorschriften in het Gewestplan en het RUP zijn gekend. Al sinds de jaren ’70 voorziet het Gewestplan op de bewuste plek industriegebied. Op initiatief van de Vlaamse Regering werden in 2001 verschillende potentiële locaties in het Vlaams Gewest voor de tram- en busstelplaats De Lijn in beeld gebracht. De locatie op de Wondelgemse Meersen kwam voor onze regio hier als meest gunstige uit. Een deeltje van de industriezone op het Gewestplan is daarop door de Vlaamse Overheid in januari 2001 bestemd voor gemeenschapsvoorziening, toen al speciaal voor De Lijn.
Vervolgens komen het toenmalige stadsbestuur van stad Gent en De Lijn overeen om de gronden met bestemming gemeenschapsvoorziening te gebruiken in functie van de nieuwe ontwikkeling van De Lijn aan Wissenhage. Deze overeenkomst werd in deze gemeenteraad op 26 november 2001 goedgekeurd.
Sindsdien is er geïnvesteerd in de Gaardeniersbrug maar werd het terrein zelf nog niet ingericht. Nochtans had de vervoersmaatschappij De Lijn met de omgevingsvergunning 2016/07015, waarvoor er in de vorige bestuursperiode onder de toenmalige schepen voor Stedenbouw op 05/07/2016 een positief advies werd afgeleverd, alle sleutels in handen voor het bouwen van een bus- en tramstelplaatsen met onderhoudsgebouwen. Door die eerdere omgevingsvergunning zit men niet meer in een normale onderhandelingspositie
Voor de herneming van deze omgevingsvergunning werd Stad Gent op 11 maart 2022 om advies gevraagd. Ik zeg hier ‘advies’, want de vergunningverlenende overheid voor de omgevingsaanvraag met als titel ‘aanleg en exploitatie van een nieuwe stelplaats Wissenhage en onderhoudscentrum voor trams en bussen van De Lijn’ is de Vlaamse Regering. Voor deze aanvraag werd dan ook een nieuw openbaar onderzoek gestart dat liep van 24 maart 2022 tot 22 april 2022. De vele bezwaren die zijn binnengekomen zullen gebundeld overgemaakt worden aan de Vlaamse Overheid als vergunningverlenende overheid.
Door het ontbreken van enige activiteit op deze plek is er in de loop van 20 jaar een biotoop door spontane vegetatie ontstaan. Verschillende bezwaarindieners verwijzen hiernaar en zijn bezorgd over het verlies aan groene ruimte. Bij het formuleren van het advies ten aanzien van de Vlaamse Overheid zullen deze bezwaren inhoudelijk aan de wettelijke en ruimtelijke context worden afgetoetst.
Voor het voorliggende dossier zijn andermaal adviezen opgevraagd. Alle adviezen zijn momenteel ingediend. Zo zal het stadsbestuur onder meer met negatieve adviezen van zowel de brandweer als het agentschap Natuur en Bos moeten rekening houden.
In conclusie kan ik voor stelplaats Wissenhage aangeven dat het advies van stadsbestuur met de drie aangehaalde elementen zal rekening houden: 1) wettelijke stedenbouwkundige context; 2) de bezwaren en 3) de externe adviezen. Uiteraard is het voor mij onmogelijk om vooruit te lopen op de concrete inhoud van dit advies. Het is het voltallige college dat zich hier eerstdaags collegiaal zal over uitspreken. Wat wel duidelijk is, is dat bij een eventuele herwerking van dit dossier een sterkere groenstructuur en bomenstructuur voor de site noodzakelijk zal zijn. Een dergelijke groenstructuur kan de slaagkansen op een vergunning bij een eventuele herneming zeker vergroten. Ik zeg dit ook niet zomaar…
Immers, binnen de wettelijke mogelijkheden komt het aandringen op een sterkere groenstructuur of het behoud van groen bij een omgevingsvergunning tegenwoordig wel vaker voor. Zo onderhandelt het stadsbestuur binnen hetzelfde gebied van de Wondelgemse Meersen momenteel met De Lijn om ten noorden van haar autobusrijschool een groenzone op wijkniveau te behouden. Ook De Lijn heeft hier wel oren naar. Op dit ogenblik werk ik hier samen met collega’s El-Bazioui en De Bruycker respectievelijk bevoegd voor Facility Management en de Groendienst nog aan de praktische modaliteiten. Dit initiatief van het college tot behoud van groen in de Wondelgemse Meersen brengt me naadloos terug bij mijn intro van dit antwoord, nl. het belang van groen en natuur voor een aantrekkelijke, leefbare en klimaatrobuuste stad.