We zijn allemaal zeer aangedaan door het drama in het kinderdagverblijf in Mariakerke. Onze gedachten en medeleven gaan in de eerste plaats uit naar de familie en de naasten van het slachtoffertje. We wachten de verdere onderzoeken af, maar willen graag informeren naar de betere toepassing van controle en handhaving binnen deze sector.
Naar aanleiding van deze gebeurtenis sprak bevoegd Vlaams Minister Beke onder andere over een mogelijkheid om de controles en inspectie van kinderopvang ook op lokaal niveau te gaan organiseren, bijvoorbeeld via de gemeentelijke Huizen van het Kind.
Welke rol heeft Stad Gent als lokale overheid opgenomen?
Hoe kijkt u vanuit uw lokale ervaring naar de idee om meer controlebevoegdheden aan lokale besturen toe te wijzen, bv via de gemeentelijke Huizen van het Kind? Werden de lokale overheden hierover al gecontacteerd of geconsulteerd?
Vooreerst mijn medeleven aan de betrokken familie. Iedereen is zwaar getroffen door wat een paar kilometer van hier gebeurd is. De info die de dagen en weken daarna nog gekomen is over de omstandigheden, maakt het alleen maar erger. Het gerechtelijk onderzoek loopt. Vanuit het parlement is een onderzoekscommissie aangekondigd., in de regering is een audit aangekondigd.
Met Dienst Kinderopvang zijn we een stad die pioniert in het aanbieden van kinderopvang, voor een kwart van alle plaatsen. Maar ook onze regierol, de samenwerking met de private en andere gesubsidieerde kinderopvang, daar pionieren wij in. De kwaliteit is iets wat we zeer belangrijk vinden. Tegelijk worden ook wij als werkgever met een aantal zeer grote problemen, om het personeelstekorten niet te noemen, geconfronteerd.
Over het drama in Oostakker hebben we heel snel contact opgenomen met het kabinet van de minister en ook met de top van het Agentschap Opgroeien. In eerste instantie zijn we geen betrokken partij, het gaat niet over een stedelijke crèche. We hadden daar geen directe rol in. Maar dat neemt niet weg dat we ons getroffen voelden. We wilden een heel duidelijk signaal naar de minister geven. Temeer omdat in de pers een aantal uitspraken door Opgroeien werden gedaan die naar ons aanvoelen niet correct waren. Ook dat hebben we laten weten. En dat is iets wat vandaag trouwens ook in de krant staat.
Dan heb ik het over de zogenaamde intense pedagogische begeleiding die er niet is geweest. Wij hadden daar signalen van, omdat we nauw samenwerken met Mentes, die instaat voor die pedagogische begeleiding. Maar die in deze nooit de vraag of opdracht gekregen had. In tegenstelling tot wat er beweerd was in de krant. Dat was voor ons een signaal om aan het Agentschap Opgroeien opheldering te vragen, en dat is dan vandaag nu rechtgezet. Maar er is veel meer denk ik dat echt vragen oproept en dat gevolgen moet krijgen.
Ik ga een aantal aspecten eruit halen.
Ten eerste met betrekking tot de handhaving en signaalfunctie die we als stad als dan niet kunnen opnemen. Ik denk dat het belangrijk is dat men nu nagaat hoe het kan als er zoveel knipperlichten waren, dat daar niet eerder is ingegrepen. En dan zeker die inspectie 2 weken voordien. Men heeft vastgesteld dat er een ongeschoolde begeleider alleen op de vloer stond met 13 kinderen. Ik snap niet dat je dan nog de tijd neemt om een verslag te schrijven. Dat dat dan nog 3 – 4 weken moet duren. Als je iets vaststelt als ambtenaar kan je eigenlijk meteen optreden. Als je merkt: dit is hier een gevaarlijke situatie, dan hoef je echt niet te wachten tot het verslag ingediend is. Nood breekt wet. En hier had men volgens de wet kunnen ingrijpen. Wat als men meteen had ingegrepen en meteen had gesteld dat de crèche moest sluiten. Dan was er een kans dat dit misschien niet gebeurd was.
Het is heel terecht dat er gekeken wordt naar betere en snellere handhaving, maar minstens even belangrijk is ook het inbouwen van het voorzorgsprincipe, niet enkel alles juridisch bekijken. Op bepaald moment heeft minister geuit dat het lokaal bestuur misschien een opdracht moet krijgen. Als het gaat over een signaalfunctie is dat een goed idee. Als we signalen krijgen van ouders of van anderen van in crèche X of Y is er iets aan de hand, dan moeten wij daar iets mee kunnen doen. Al is het doorgeven aan Agentschap Opgroeien en de geëigende kanalen. Vandaag is dat niet het geval. Als wij zo signalen krijgen, en we geven ze door, dan krijgen we eigenlijk als lokaal bestuur- dat is in andere besturen gebeurd- als reactie: sorry maar het zijn de ouders die moeten melding maken. Jullie als lokale overheid zijn niet gemachtigd om een officiële melding of klacht te doen. Ja, dat is echt iets dat niet kan en waar wij als stad echt onze rol in willen spelen.
Iets anders is de kwaliteitscontrole, de inspecties. Daar denk ik, als men er op dit moment niet in slaagt om dat op Vlaams niveau geregeld te krijgen, dat het geen goed idee is om dat te delegeren naar steden en gemeenten. Wij zijn een grote stad, maar er zijn ook heel veel kleinere gemeenten met kinderopvang. Hoe moeten die zich allemaal gaan organiseren om op een goede manier die controle te gaan doen en die handhaving te gaan doen? Dus ik denk dat men de zaken op orde moet stellen in Vlaanderen. Op lokaal vlak zouden we de signaalfunctie moeten kunnen opnemen, maar het is geen goed idee om controle en handhaving af te schuiven naar steden en gemeenten. VVSG heeft daar intussen ook heel helder standpunt over ingenomen. Dat ook voor hen dit absoluut niet aan de orde is. Ik denk dat dat een helder antwoord is op die gestelde vraag.
Dan is er nog het vraagstuk, ik heb het daarnet ook aangehaald, van de pedagogische ondersteuning. Vandaag in de krant blijkt dat de verklaringen die eerder daarover gemaakt zijn, helemaal niet kloppen. Dat er geen intense pedagogische ondersteuning is geweest. Dat was ook wat wij vermoedden. Als stad Gent organiseren we zelf ook pedagogische ondersteuning voor private crèches via Mentes.. We hebben nooit een vraag vanuit ‘t Sloeberhuisje gekregen. Ook nooit vanuit Agentschap Opgroeien hebben we een vraag gekregen. Vandaar dat wij ook zo verwonderd waren dat daar plots de verklaringen waren in de pers. Vandaag blijkt dat ook dat daar toch iets niet klopt. Als er zoveel knipperlichten zijn, als men in de veronderstelling is vanuit het Agentschap dat er pedagogische begeleiding is, maar dat dat niet het geval is. Dan is er toch ook iets verkeerd. Op zijn minst in de communicatie. De bijkomend vraag is of pedagogische ondersteuning alleen hier het antwoord zou geweest zijn. Je moet denk ik geen grote cursus pedagogie volgen, om te weten dat je een baby niet door elkaar schudt. In die zin denk ik dat hier in eerste instantie handhaving en inspectie en controle aan de orde is.
Wat hebben wij dan wel gedaan vanuit het Lokaal Loket en dus vanuit onze rol ten aanzien van private kinderdagverblijven en de ouders? Daar hebben we absoluut onze regierol opgenomen. We spraken alle ouders aan, ook ouders wiens kindje tot voor een paar weken geleden naar die crèche gingen. Die zaten met heel grote vragen: wat is er allemaal gebeurd met mijn kindje? Ze zaten ook met veel boosheid en kwaadheid. Een aantal van hen hebben intussen ook het woord genomen in de pers. Zij geven ook aan: hoe kan het dat er zoveel meldingen, zoveel vragen waren. Ze waren ook absoluut niet tevreden over de communicatie die met hen gevoerd was.
Wat hebben wij vanuit de stad zelf gedaan? We hebben die ouders gecontacteerd. Ten eerste zijn we gaan zoeken naar de adressen van de ouders. We hebben die teruggevonden omdat ze een aanvraag voor opvang gedaan hebben via het lokaal loket. Van daaruit hebben we zelf initiatief genomen om die ouders telefonisch te contacteren. Er is voor al die ouders gezocht naar een ander plekje in de kinderopvang.
Ik wil daar echt mijn dankbaarheid uitspreken voor al die organisatoren van de kinderopvang die hun uiterste best gedaan hebben de afgelopen weken, ondanks alle issues waar ook zij mee geconfronteerd worden, om plaats te maken voor die kindjes. Ook voor de medewerkers van het Lokaal Loket een hartelijke dank voor het luisterend oor voor die ouders. Het waren erg moeilijke gesprekken vaak, het waren heel heftige contacten ook, zeer emotioneel. Maar die ouders hebben echt een luisterend oor gevonden bij onze medewerkers. Ik denk dat het heel belangrijk is dat dit gebeurd is. Het werd heel hard gewaardeerd door de ouders.
Er zijn 19 aanvragen ingediend, 17 hebben een oplossing gevonden. 8 bij stedelijke kinderdagverblijven, 8 niet-stedelijke, 1 kindje kon naar school, 1 vraag staat nog open omdat de ouders nog aan het nadenken zijn. In elk geval is het zo dat we naar oplossingen mee helpen zoeken hebben.
Het drama is ook besproken op het Lokaal Overleg kinderopvang. Dat is het overleg met alle organisatoren kinderopvang in de stad Gent. Meestal zitten we met een 30 tot 40 mensen samen. We hadden een overleg op 25/2, vrij kort na de feiten. Ik kan u meegeven dat de ontreddering daar ook zeer groot was. Ook boosheid over wat er gebeurd is. Al die mensen worden ook heel hard door ouders aangesproken. Ze merken ook dat het vertrouwen in kinderopvang een stevige knauw heeft gekregen. Ook de kinderbegeleiders zelf en de verantwoordelijken twijfelen hard aan hun eigen inzet en engagement en hebben ook schrik voor wat zich zou kunnen voordoen. Anderzijds, en dat vond ik ook wel heel mooi om te horen, hebben heel wat ouders net ook hun vertrouwen uitgesproken naar de organisatoren. Die zeiden dat het vreselijk is wat er gebeurd is, maar dat ze blij zijn dat ze hun kindje in hun kinderopvang kunnen brengen. Dat was positief. Ook dat kwam aan bod op het Lokaal Overleg Kinderopvang. En goed van de ouders dat ze dat gedaan hebben naar die initiatieven.
Er is ook de vraag gekomen of we vanuit Stad Gent een rouwregister konden opzetten. Dat was niet de vraag van de ouders. Dat hebben we uiteraard gerespecteerd.
Het is goed dat er nu politiek debat is over de kinderopvang, over welke lessen kunnen we trekken. Tegelijk denk ik dat we ook nodige sereniteit moeten bewaren.
Ik wil eindigen met antwoord op de vragen die ook gesteld zijn naar de camera’s, waarom we daar niet op ingaan, en wat dan de weg is die wij wel willen bewandelen. Maar eerst: Wat zijn zaken die we zelf doen als stad voor meer en kwaliteitsvollere opvang?
We hebben onze regiefunctie, en tegelijk zijn we zelf ook aanbieder van heel wat stadscrèches. We zetten in op het vermeerderen van opvangplaatsen. Dat is trouwens ook belangrijk. Wat nu wordt voorgesteld is (een wat ongelukkige naam) een soort van tripadvisor voor kinderopvang. Dat is redelijk cynisch, voor die ouders die helemaal niet kunnen kiezen. Die al blij zijn dat er een plaatsje is.
Wat op dit moment wordt aangekondigd van maatregelen vind ik eigenlijk nog te mager. Dat is voor hen niet echt een oplossing. Als er in Gent straks transparantie is over de inspectieverslagen, die tripadvisor, maar je kan niet kiezen als ouder. Dan is dat eigenlijk zeer wrang. Daarom denk ik dat het nog altijd nodig is om extra plaatsen te voorzien in Gent.
In Gent investeren we zelf 2,6 mio € voor crèches van andere aanbieders. We steken ook een heel stuk bij, en ook dat gaat over miljoenen euro’s, voor de uitbouw van onze eigen kinderdagverblijven. Vorige maand stond hier nog het ontwerp voor het nieuwe kinderdagverblijf in de Wasstraat geagendeerd.
Maar zoals gezegd, het gaat niet alleen over kwantiteit, het gaat ook over kwaliteit. Dat doen we via onze starters- en investeringspremie voor de externe crèches. Dat is een extra subsidie voor de kinderopvang in Gent. Daar leggen we ook link met hoe kunnen we in de kwaliteit investeren.
In eigen werking hebben we een uitgebouwd competent systeem van opleiding en coaching. Dat is belangrijk, mevrouw Bouve, in antwoord op uw vraag nl. wat zijn de zaken die wij doen?
Ten eerste, ik wil niet met een steen werpen naar Antwerpen. Iedereen maakt zijn eigen keuze. Ik heb begrepen dat wat in Antwerpen gebeurd is, dat dat naar aanleiding van een heel specifieke aanleiding was. En dat was daar ook echt een vraag. Bij ons leeft die vraag niet. Uiteraard is er wel, en het was trouwens echt een thema dit jaar in de Dienst Kinderopvang van Stad Gent, het thema Grensoverschrijdend Gedrag. Dat was vooral gelinkt aan hoe je kan merken dat er thuis en in de context van een kind gepleegd wordt en wat doen wij dan als medewerkers? Hoe ga je daarmee om als je zo’n dingen opmerkt en waar moet je op letten? Het is ook uitgebreid naar: wat doe je als je het merkt in de werkomgeving? En ook dan: hoe reageer je daarop? Dat is super delicaat als je zoiets merkt, maar het is wel belangrijk dat we dat bespreekbaar stellen.
Ik geloof eigenlijk vooral daarin, in het preventieve. Ten eerste ervoor zorgen dat de situatie die zich daar heeft voorgedaan, nl. een ongeschoolde medewerker die alleen staat met zoveel kinderen, dat dat niet gebeurt. Wij zorgen in onze crèches daarvoor. Er gaat geen ongeschoolde medewerker alleen staan met kinderen. We zetten ongeschoolde medewerkers in in kader van stages, opleidingen en extra vrijwilligers (Mensen zijn welkom om mee te helpen in de crèches). Maar we gaan nooit iemand die onvoldoende geschoold is, alleen gaan zetten met de kinderen. We zorgen er altijd voor dat daar een extra paar ogen ook is, om te zien wat er gebeurt, en we verwachten van onze medewerkers als daar gedrag is dat niet gepast is (dat kan gaan over roepen of te hardhandig of niet gepast met kinderen, met baby’s omgaan), dat daar echt op gesproken wordt. En dat kan ook echt leiden tot een ontslag. Ook daar hebben we niet geaarzeld om bij gedrag dat niet kan getolereerd worden, ook effectief in te grijpen. Daar geloof ik heel hard in de mensen op de vloer, daar meteen op reageren en een stukje voorkomen door ervoor te zorgen dat mensen ook niet op die manier alleen komen te staan met kinderen.
Ten tweede zetten we hard in op elke medewerker die bij ons start, die op een goede manier onthalen. Er is een basiscursus ook voor de medewerkers, waar wij rond het pedagogisch coachen, maar ook begeleidersstijl, onze pedagogische visie, heel uitgebreid de medewerkers verwelkomen en doorheen hun loopbaan is er per schooljaar een vormingsaanbod voorzien. We zetten dus permanent heel hard in op de vorming van de medewerkers.
Ik ga afronden. Wat ik nog wil meegeven, is dat -ondanks alle inspanningen- ik denk dat er toch nog meer nodig is. En dat we echt wel kunnen spreken van een crisis in de kinderopvang. We doen veel investeringen als alternatief op die camera’s. Maar ik denk dat er meer nodig is. En dat het in die zin een goede zaak is dat er ook petities gestart zijn. Ik merk dat dit heel hard leeft, ook bij onze kinderbegeleiders, bij de verantwoordelijken van onze eigen stedelijke crèches. De vakbonden hebben ook aangekondigd dat ze op 25/3 gaan staken. Vanuit het Lokaal Overleg Kinderopvang, waar de hele sector samenzit, gaat ook een actie georganiseerd worden op vrijdag 25/3 om echt, en dat zal samen met de ouders zijn, aandacht te vragen voor de sector, en niet alleen handhaving en controle, maar ook meer handen op de vloer en mogelijkheden om al die openstaande vacatures in te vullen.
Ik wil daarmee eindigen: met een hart onder de riem van alle kinderbegeleiders. Want dat is een beetje het pijnlijke: er zijn zoveel mensen die met hart en ziel werken, die zich nu ook zeer gekwetst voelen en een beetje in het nauw gedreven voelen en gedemotiveerd door alle berichtgeving. Maar ik denk dat het belangrijk is dat we de 2 doen. Aan de ene kant erkennen wat er problemen zijn, aan de alarmbel trekken. En tegelijk een zeer groot hart onder de riem steken van zij die het elke dag doen. Het is een zeer mooie job en laten we ervoor zorgen dat ze het in betere omstandigheden kunnen blijven doen. Nu en in de toekomst. We doen dat zelf in de stedelijke kinderopvang, maar ook wij stoten daar op onze grenzen bijvoorbeeld vacatures die open staan. Daarom dat we ook volop de acties mee gaan ondersteunen.
vr 18/03/2022 - 13:22