Sluikstorten blijft tot op heden een probleem in onze stad. Het jaarlijkse aantal meldingen en de opgehaalde tonnen sluikstort handhaven zich al jaren op een hoog niveau (zie o.a. https://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20211103_97455843).
Naast een GAS-boete rekenen de Stad Gent en Ivago, net zoals een aantal andere Vlaamse steden en gemeenten, al langer een opruimkost aan voor de sluikstorters. In 2010 stelde toenmalig schepen Tom Balthazar dat die kost als snel oploopt tot 250 euro. In het ‘Actieplan Sluikstort en Zwerfvuil 2014-19’ wordt een gedifferentieerd tarief van 63 euro, 125 euro en 250 vernoemd voor respectievelijk sluikstorten van <50l, <240l of >240l. In een recent via inzagerecht bezorgde ongedateerde Ivago-nota wordt vermeld dat de aangerekende opruimkost voor een sluikstort tot 1m³ (klein) 125 euro bedraagt en die voor een sluikstort groter dan 1m³ (groot) 250 euro. Aan beide bedragen ligt een berekening ten grondslag waarbij gemaakte administratieve kosten, inplanningskosten, opruimkosten en afvalkosten (met ook hier een onderscheid tussen een klein stort [150kg] en een groot stort [500kg]) in rekening gebracht worden.
Uit de antwoorden van schepen Van Braeckevelt op twee schriftelijke vragen (2020_SV_00115 en 2022_SV_00054) blijkt dat in de praktijk de gemiddelde opruimkost (totaal gevorderd bedrag gedeeld door het aantal vastgestelde overtreders) al vele jaren dezelfde is. In de periode 2013-2021 – dus gedurende de vorige legislatuur en de helft van de huidige legislatuur – bedraagt die opruimkost 125 euro. Al minstens negen jaar is de door de stad en Ivago van sluikstorters gevraagde opruimkost in de feiten ongewijzigd.
De maatschappelijke kost en impact van sluikstorten is groot. Zwerfvuil en sluikstorten behoren al jaren tot de grootste ergernissen van de Gentenaars. In hotspotwijken verzuurt sluikstorten de leefomgeving en de relaties tussen mensen. Dit fenomeen met alle middelen bestrijden behoort tot de plichten onze stad als lokale overheid.
De opruimkost voor sluikstorten is blijkens hogergenoemde cijfers al jaren niet verhoogd, veeleer integendeel (zie voornoemde uitspraak van voormalig schepen Balthazar). Dat was gedurende diezelfde periode echter wel het geval voor tal van andere retributies die het stadsbestuur aanrekent. In 2013 was er een gemiddelde stijging van de retributietarieven met 15%. Ook aan het begin van deze legislatuur werd een stijging van een heel aantal retributies doorgevoerd (huisvuilzakken, tarieven lokale dienstencentra, sportkampen, schoolopvang, enz.).
Dat de opruimkost voor sluikstorten al vele jaren onveranderd is, is niet billijk in het licht van de vele andere verhogingen die werden doorgevoerd, met name ook in domeinen die allerminst een kwalijke maatschappelijke impact hebben. Daarom is het wenselijk om de aangerekende opruimkost binnen de kortst mogelijke termijn te verhogen via een billijke indexering. Daarnaast – in het licht ook van de werkwijze/aanpak in andere steden en gemeenten enerzijds en van het modelreglement voor het aanrekenen van opruimkosten van sluikstorten van Mooimakers anderzijds – verdient het aanbeveling om de actueel door Ivago gebruikte berekeningswijze te evalueren, bijvoorbeeld via een benchmark, en bij te sturen.
Daarom, op voorstel van de N-VA-fractie,
De gemeenteraad draagt het college van burgemeester en schepenen op om in overleg met Ivago de retributie voor het opruimen van een sluikstort binnen de kortst mogelijk termijn te verhogen via een billijke indexering.
De gemeenteraad draagt het college van burgemeester en schepenen op om de retributie voor het opruimen van een sluikstort te evalueren, met het oog op een bijsturing van de berekening van de aan sluikstorters aangerekende kost, opdat deze meer in lijn zou zijn met de effectieve opruimkosten.