De Nieuwe Gemeentewet, artikel 119.
De Nieuwe Gemeentewet, artikel 135, § 2;
De Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
In toepassing van artikel 134 § 1 Nieuwe Gemeentewet werd op 22 juli 2021 een "Politieverordening tot invoering van het bestuurlijk beslag ter bestrijding van geluidsoverlast veroorzaakt door motorvoertuigen" genomen door de burgemeester. Zoals vereist, werd deze politieverordening bekrachtigd door de gemeenteraad in zitting van 7 september 2021.
De politieverordening gold tot en met 31 december 2021. Gelet op de noodzaak aan continuïteit in de handhaving van deze specifieke vorm van overlast, heeft de burgemeester op 23 december 2021 met een politieverordening, genomen in uitvoering van artikel 134, § 1, van de Nieuwe Gemeentewet, de mogelijkheid tot bestuurlijk beslag verlengd tot 31 maart 2022. Bij deze gelegenheid werd artikel 6 van de politieverordening (duur van de inbeslagname) ook aangepast conform het recent gewijzigde Burgerlijk Wetboek. Deze verlenging werd door de gemeenteraad bekrachtigd in zitting van 24 januari 2022.
De invoering van het bestuurlijk beslag heeft echter ontegensprekelijk een zeer krachtig preventief effect teweeg gebracht, met een quasi onmiddellijke daling van het aantal klachten en meldingen tot gevolg. Ook al wordt in de praktijk eerder gerechtelijk opgetreden, toch biedt het bestuurlijke luik een positieve, aanvullende, meerwaarde en is een verlenging van de maatregel noodzakelijk om het preventieve effect te behouden en de handhaving mogelijk te maken.
Aan de gemeenteraad wordt derhalve gevraagd goedkeuring te verlenen aan het incorporeren in de GAS codex van deze preventieve maatregel tot bestuurlijk beslag in kader van knalpotterreur, dit om een structurele en continue toepassing hiervan mogelijk te maken.
Betrokken politieverordening werd initieel genomen in kader van de problematiek inzake "boomcars" (= voertuigen die hinder veroorzaken door bijzonder luide muziek) en de zogenaamde "knalpotterreur" (= voertuigen die hinder veroorzaken door lawaaierige, al dan niet aangepaste, motoren en uitlaten) die bijzonder grote proporties aanneemt. Dit resulteerde in een toenemend aantal meldingen en klachten vanuit verschillende kanalen die zich situeren op verschillende locaties binnen de stad. Op 26 juni 2021 ging bovendien nog een actie van een 120-tal bewoners van de wijk Muide - Meulestede door tegen de aanhoudende "knalpotterreur".
Het is dan ook duidelijk dat deze problematiek de leefbaarheid van de stad en de openbare rust van de inwoners aantast en dat een krachtdadig optreden aan de orde is.
Artikel 30 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt (de WPA), zoals deze bepaling thans in voege is, laat de leden van het operationeel kader van de politie toe om voorwerpen of dieren die een gevaar betekenen voor het leven of de lichamelijke integriteit van de personen of de veiligheid van goederen te onttrekken aan het vrij beschikkingsrecht van de eigenaar, de bezitter of de houder, en dit in de plaatsen waartoe zij wettelijk toegang hebben en zolang zulks met het oog op de openbare veiligheid of de openbare rust vereist is.
Deze mogelijkheid is niet van toepassing op situaties waarin geen rechtstreeks risico voor andermans leven, de fysieke integriteit of de veiligheid van goederen aanwezig is, maar die wel ernstige hinder veroorzaken voor omwonenden (bijv. aangepaste uitlaatsystemen van patserauto's, het onnodig in toeren jagen van opgedreven voertuigen,...). In die gevallen kan immers niet teruggevallen worden op de procedure voorzien in art. 30 WPA aangezien er geen direct gevaar voor het leven of de fysieke integriteit mee gemoeid is (wat wel het geval is bv bij onaangepast en roekeloos rijgedrag).
De gerechtelijke en bestuurlijke aanpak van patsergedrag en straatraces waarbij er een gevaar bestaat voor het leven of de fysieke integriteit van personen is momenteel reeds voorhanden. Wat betreft de gerechtelijke aanpak is het immers zo dat het Parket van Oost-Vlaanderen eind 2019 een omzendbrief heeft uitgevaardigd zodat er forser tegen patsergedrag en straatraces kan opgetreden worden (Omzendbrief N° OBOV2019010 van 27 november 2019). Bij gevaarlijke en herhaaldelijke feiten kan sindsdien sneller worden overgegaan tot het intrekken van het rijbewijs, immobilisatie van het voertuig en zelfs arrestatie van de bestuurder indien er sprake is van zeer ernstige feiten. Deze gerechtelijke aanpak heeft steeds voorrang op een eventuele bestuurlijke inbeslagname.
Daarnaast zijn er ook gevallen waar een immobilisatie van het voertuig gedurende de duurtijd van de intrekking van het rijbewijs niet mogelijk is, bv. wanneer er weliswaar asociaal rijgedrag is doch geen overtredingen van de tweede graad werden vastgesteld. In die situaties is een toepassing van de bestuurlijke inbeslagname op grond van artikel 30 van de WPA mogelijk.
Momenteel is er echter, zoals hoger uiteengezet, sprake van overlast en verstoring van de openbare rust door patserauto's, boomcars en de zogenaamde "knalpotterreur". Naast de bestaande mogelijkheden om geluidsoverlast van wagens reeds aan te pakken (met name het opleggen van een boete bij te luide auto’s alsook de afkeuring van de wagen indien knalpotten een gevolg zijn van een ombouwing waardoor de auto niet meer conform de technische eisen is) kan ook in deze gevallen een bestuurlijke inbeslagname een zeer adequaat middel zijn om een onmiddellijk einde te maken aan de rustverstoring.
Met het Politiereglement op de openbare rust en de veiligheid, goedgekeurd in de gemeenteraad van 19 januari 1998, is er reeds een verbod op het in werking stellen van de geluidsversterking in een voertuig op een zodanig geluidsniveau dat hoorbaar is voor wie niet in het voertuig heeft plaatsgenomen (artikel 6) én een verbod op nachtgerucht (artikel 7) in voege maar de handhaving middels een gemeentelijke administratieve sanctie blijkt niet adequaat voor een onmiddellijk herstel van de openbare rust. Gelet op de zware administratieve procedure die de GAS wet voorziet kan de effectieve administratieve geldboete immers pas ten vroegste weken na de inbreuk worden opgelegd, waardoor GAS geen structurele oplossing vormt voor het overlastprobleem ter plaatse.
Een preventieve politiemaatregel waarbij de bron van de overlast per direct wordt weggenomen, is dan ook noodzakelijk. In het verleden heeft een gelijkaardige aanpak ten aanzien van bronnen van elektronische geluidsversterking (en dan vooral de wijdverspreide draagbare geluidsboxen die bv aan een gsm kunnen worden gekoppeld) de effectiviteit van dergelijke preventieve bestuurlijke inbeslagname reeds aangetoond.
De inbeslagname is een dwangmaatregel waarbij een zaak tijdelijk aan het vrije beschikkingsrecht van de eigenaar of bezitter wordt onttrokken ter vrijwaring van de openbare rust. Het is dus geen straf maar een preventieve handeling, zonder eigendomsoverdracht, die een verstoring van de openbare rust moet doen ophouden.
Krachtens artikels 41 en 162 van de Grondwet en de artikelen 2 juncto 40 van het decreet over het lokaal bestuur regelt de gemeenteraad alles wat van gemeentelijk belang is en kunnen de gemeenten daartoe "alle handelingen stellen die niet door een wet zijn verboden" (Cass. 6 april 1922, Pas. 1922, I, 235; R.v.St. BERGHMANS en cons. nr. 20840, 6 januari 1981; artikel 40, §1 decreet over het lokaal bestuur; artikel 162 grondwet). De gemeente is op grond van artikel 135 nieuwe gemeentewet bevoegd om geluidshinder met preventieve politiemaatregelen tegen te gaan. Onder meer preventieve politiemaatregelen aangepast aan de concrete ordehandhavingsbehoefte (zoals een (tijdelijke) inbeslagname van een geluidstoestel (bv. muziekinstallatie)) om rustverstoring te voorkomen of verdere rustverstoring tegen te gaan, worden in principe toegestaan door de Raad van State.
De gemeenteraad zou dus middels het politiereglement kunnen voorzien in de inbeslagname van geluidsbronnen bij overlast.
Gelet op het feit dat de bestuurlijke inbeslagname gekoppeld is aan een inbreuk op artikel 6 (boomcar) of 7 (nachtlawaai) van het Politiereglement op de openbare rust en de veiligheid, is het aangewezen om deze preventieve maatregel eveneens in voormeld politiereglement op te nemen.
Hierbij kan een nieuw artikel 42 worden gevoegd aan Titel XVI van voormeld politiereglement, en kan de benaming van deze titel worden gewijzigd in 'Strafbepalingen en bestuurlijke inbeslagname' :
" Titel XVI : Strafbepalingen en bestuurlijke inbeslagname
(...)
Artikel 42
§1. Ter vrijwaring van de openbare rust kan de politie motorvoertuigen (zijnde elk zichzelf over de weg voortbewegend voertuigen uitgerust met een aandrijfmotor anders dan voertuigen die op rails worden voortbewogen) die artikel 6 en 7 van dit politiereglement schenden en daardoor de openbare rust verstoren, in beslag nemen als preventieve politiemaatregel.
De inbeslagname betreft een preventieve dwangmaatregel waarbij een zaak tijdelijk aan het vrije beschikkingsrecht van de eigenaar of bezitter wordt onttrokken ter vrijwaring van de openbare orde, zonder dat daarmee een eigendomsoverdracht gepaard gaat.
§2. Deze inbeslagname impliceert de onmiddellijke takeling en bewaring van het motorvoertuig. Voor het takelen en het bewaren van het motorvoertuig is een belasting verschuldigd zoals bepaald in het reglement “Belasting op het takelen en bewaren van voertuigen”, goedgekeurd in de gemeenteraad van 18 december 2019. Dit reglement is terug te vinden op https://stad.gent/nl/reglementen/belastingreglement-op-het-takelen-en-bewaren-van-voertuigen.
§ 3. Het motorvoertuig wordt in beslag genomen voor een minimale termijn van 72 uren of zolang dit met het oog op de openbare rust vereist is. Het motorvoertuig wordt vanaf de inbeslagname ter beschikking gehouden van de houder, bezitter of eigenaar conform de toepasselijke bepalingen van het Burgerlijk Wetboek. De Stad Gent zal vrij kunnen beschikken over het motorvoertuig overeenkomstig de procedure die in het Burgerlijk Wetboek daartoe voorzien wordt.
§ 4. Voor de teruggave van het motorvoertuig dient de houder, bezitter of eigenaar zich tijdens de kantooruren aan te melden op het Algemeen Politiecentrum Gent (Antonius Triestlaan 12, 9000 Gent) om een vrijgaveformulier te bekomen waarmee hij / zij zich vervolgens bij de takelaar kan aanbieden om het motorvoertuig op te halen. "
Gelet op het feit dat huidige "Politieverordening tot invoering van het bestuurlijk beslag ter bestrijding van geluidsoverlast veroorzaakt door motorvoertuigen nog geldt tot en met 31 maart 2022", zal voornoemd nieuw artikel 42 in werking treden op 1 april 2022.
Wijzigt titel XVI van het Politiereglement op de privatieve ingebruikneming als volgt:
" Titel XVI. Strafbepalingen en bestuurlijke inbeslagname "
Keurt goed de toevoeging van een nieuw artikel 42 in het Politiereglement op de openbare rust en de veiligheid:
" Artikel 42
§1. Ter vrijwaring van de openbare rust kan de politie motorvoertuigen (zijnde elk zichzelf over de weg voortbewegend voertuigen uitgerust met een aandrijfmotor anders dan voertuigen die op rails worden voortbewogen) die artikel 6 en 7 van dit politiereglement schenden en daardoor de openbare rust verstoren, in beslag nemen als preventieve politiemaatregel.
De inbeslagname betreft een preventieve dwangmaatregel waarbij een zaak tijdelijk aan het vrije beschikkingsrecht van de eigenaar of bezitter wordt onttrokken ter vrijwaring van de openbare orde, zonder dat daarmee een eigendomsoverdracht gepaard gaat.
§2. Deze inbeslagname impliceert de onmiddellijke takeling en bewaring van het motorvoertuig. Voor het takelen en het bewaren van het motorvoertuig is een belasting verschuldigd zoals bepaald in het reglement “Belasting op het takelen en bewaren van voertuigen”, goedgekeurd in de gemeenteraad van 18 december 2019. Dit reglement is terug te vinden op https://stad.gent/nl/reglementen/belastingreglement-op-het-takelen-en-bewaren-van-voertuigen.
§ 3. Het motorvoertuig wordt in beslag genomen voor een minimale termijn van 72 uren of zolang dit met het oog op de openbare rust vereist is. Het motorvoertuig wordt vanaf de inbeslagname ter beschikking gehouden van de houder, bezitter of eigenaar conform de toepasselijke bepalingen van het Burgerlijk Wetboek. De Stad Gent zal vrij kunnen beschikken over het motorvoertuig overeenkomstig de procedure die in het Burgerlijk Wetboek daartoe voorzien wordt.
§ 4. Voor de teruggave van het motorvoertuig dient de houder, bezitter of eigenaar zich tijdens de kantooruren aan te melden op het Algemeen Politiecentrum Gent (Antonius Triestlaan 12, 9000 Gent) om een vrijgaveformulier te bekomen waarmee hij / zij zich vervolgens bij de takelaar kan aanbieden om het motorvoertuig op te halen. "
Keurt goed de inwerkingtreding van het nieuw artikel 42 van het politiereglement op 1 april 2022
Neemt kennis van de gecoördineerde versie van het Politiereglement op de openbare rust en de veiligheid.