In de stedelijke basisscholen wordt er ochtend-, middag- en avondtoezicht ingericht. Dit toezicht is één van de sociale voordelen binnen het Decreet betreffende het flankerend onderwijsbeleid op lokaal niveau (FLOB Decreet). Dat decreet stelt dat een lokaal bestuur een sociaal voordeel verplicht kenbaar moet maken aan de andere schoolbesturen op zijn grondgebied. Die hebben de keuze om er aanspraak op te maken of niet. De scholen van andere besturen moeten voldoen aan een aantal gelijke voorwaarden als het stedelijk onderwijs en er moeten tevens bewijsstukken worden voorgelegd.
Het FLOB Decreet voorziet in sociale voordelen en andere voordelen. In het verleden heeft Stad Gent ingezet op de uitbouw van de zogenaamde ‘andere' voordelen met een brede dienstverlening voor alle onderwijsnetten in Gent, onder andere via de verschillende werkingen van het Onderwijscentrum. Er werden reeds heel wat inspanningen gedaan om de gelijkheid van elke leerling in Gent te garanderen. Het jaarlijkse budget voor het volledig flankerend onderwijsbeleid (via Onderwijscentrum) bedraagt 8,85 miljoen euro (BO 22) en is de facto veel ruimer dan de sociale voordelen. Daaronder valt o.a. het subsidiereglement ‘sociaal steunfonds’ waarbij de stad een subsidie toekent als tussenkomst in schoolkosten van kinderen in precaire leefomstandigheden binnen niet-stedelijke scholen (jaarlijks budget van 54.000 euro; voor schooljaar 2020-2021 uitzonderlijk 110.000 euro i.h.k.v. corona), maar ook bvb de werking van de brugfiguren en Brede School.
In 2020 werd er ook een subsidiereglement uitgewerkt waarbij niet-stedelijke scholen een subsidie kunnen aanvragen voor de organisatie van hun buitenschoolse opvang. Hiervoor werd 250.000 euro per jaar gebudgetteerd. Dit was een belangrijke stap om tegemoet te komen aan de vraag die in 2019 voor het eerst formeel gesteld werd naar het sociaal voordeel. In het gemeenteraadsbesluit werd dan ook al verwezen naar het decreet.
Om de sociale voordelen voor toezicht vast te stellen voor het stedelijk onderwijs werden de bepalingen toegepast uit het Besluit van de Vlaamse Regering houdende bepaling van de begrippen gezondheidstoezicht en sociale voordelen van 24 juli 1991. Volgens deze berekeningen (zie bijlage) wordt er bij toepassing van de geldende tarieven uit het retributiereglement een sociaal voordeel gecreëerd voor de stedelijke scholen voor wat het ochtend- en avondtoezicht betreft van kleuters en leerlingen lagere school. Voor wat het middagtoezicht betreft, geldt er enkel een sociaal voordeel voor kleuters; voor lagere schoolkinderen is dat niet het geval. In deze berekeningen is rekening gehouden met het kortingstarief (“sociale korting”) dat conform het retributiereglement wordt toegepast voor een deel van de kinderen; dat is het geval voor 28,98 % van de kleuters en 23,72 % van de lagere schoolkinderen.
Dit besluit stelt de bedragen van de sociale voordelen vast voor kleuters en leerlingen in het stedelijk onderwijs en de bijhorende normen en modaliteiten waaronder het stedelijk onderwijs ochtend-, middag- en avondtoezicht organiseert en waaraan bijgevolg ook de andere netten die aanspraak willen maken op een sociaal voordeel moeten voldoen.
Dit besluit is gebaseerd op de leerlingenaantallen van februari 2021 en facturatie van de maanden september, oktober en november 2021 en geldt als rapportage over het schooljaar 2021-2022.
Voor het schooljaar 2021-2022 wordt er geen toelage sociaal voordeel uitbetaald gezien er voor dit schooljaar reeds uitvoering werd gegeven aan het reglement buitenschoolse opvang voor niet-stedelijk onderwijs; via dit subsidiereglement kregen de niet-stedelijke scholen immers reeds subsidies voor de organisatie van hun opvang. Er is momenteel afstemming met de andere schoolbesturen lopende om te bekijken hoe het budget voor subsidies voor opvang van niet-stedelijke scholen best kan ingezet worden: via het bestaande subsidiereglement buitenschoolse opvang of via een striktere toepassing van de regelgeving sociale voordelen in het FLOB Decreet.
Jaarlijks zal de vaststelling van de bedragen van de sociale voordelen voor het stedelijk onderwijs en de bijhorende normen en modaliteiten opnieuw voorgelegd worden aan de Gemeenteraad op basis van de meest recente cijfers. In 2022 zal ook de verdere uitwerking van de voorwaarden waaronder een toelage kan worden gevraagd, voorgelegd worden.
Stelt vast dat er per jaar een sociaal voordeel is in het stedelijk onderwijs van:
Stelt vast dat er géén sociaal voordeel wordt gecreëerd voor het middagtoezicht in de lagere scholen binnen het stedelijk onderwijs.
Neemt kennis van het normenstelsel dat wordt gehanteerd:
Neemt kennis van het minimum bruto-uurloon dat wordt gehanteerd voor het personeel dat wordt ingezet voor ochtend-, middag- en avondtoezicht:
*zonder patronale bijdrage, maaltijdcheques, vakantiegeld, eindejaartoelage, woon-werkverkeer, enz.
Neemt kennis van de duurtijden van de toezichten:
Zoals wettelijk bepaald in het Uitvoeringsbesluit en het Decreet Basisonderwijs (art 3, 43°) zijn de leerkrachten gehouden zelf in te staan voor de opvang van de leerlingen in de periode van normale aanwezigheid. Deze periode loopt vanaf 15 minuten vóór de eerste les 's morgens tot 15 minuten na de laatste les 's middags en vanaf 15 minuten vóór de eerste les 's namiddags tot 15 minuten na de laatste les; deze periodes zijn aldus niet inbegrepen in bovenstaande duurtijden.
Stelt vast dat de remgelden (ouderbijdragen) worden toegepast zoals ze zijn vastgelegd in het Retributiereglement voor prestaties geleverd door de Dienst Kinderopvang en het Stedelijk Onderwijs Gent.