Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 74 en artikel 83, 5de lid.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt dat de notulen door de algemeen directeur worden opgesteld en dat die notulen in de eerstvolgende vergadering ter goedkeuring moeten worden voorgelegd.
Elk lid van de vergadering heeft het recht tijdens de vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen van de vorige vergadering. Als die opmerkingen worden aangenomen, worden de notulen in die zin aangepast.
De notulen zijn te vinden in de interne toepassing eBesluitvorming bij de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn van 28 maart 2022 onder 'Publicaties' (link: https://ebesluitvorming.gentgrp.gent.be/do/agenda/view?id=9886).
Keurt de notulen goed van de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn van 28 maart 2022.
Beheersovereenkomst 2020-2025 tussen Stad Gent, OCMW Gent en sogent zoals goedgekeurd op de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn van 17 december 2019.
Nota beheer en verkoop patrimonium OCMW Gent in beheer van sogent voor de periode 2020-2025 zoals goedgekeurd op de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn van 26 april 2021.
De gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn van 17 december 2019 hebben de beheersovereenkomst 2020 - 2025 tussen stad Gent, OCMW Gent en sogent goedgekeurd. In de beheersovereenkomst werd het beheer van het passief OCMW-patrimonium opnieuw toegekend aan sogent voor de periode 2020 tot en met 2025.
Op 26 april 2021 keurden de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn, in uitvoering van deze beheersovereenkomst, een richtkader goed dat gehanteerd moet worden voor het beheer en de verkoop van het passief OCMW-patrimonium bij sogent.
Rond de besteding van de opbrengsten uit de verkoop van het passief patrimonium werden in het richtkader voorwaarden gesteld. Dit om de slagkracht van het OCMW te bestendigen en dus de sociale missie ook in de toekomst zeker te stellen.
"Het patrimonium van het OCMW, bestaande uit gronden en gebouwen, zijn vaste activa. De vervreemding van vaste activa maakt deel uit van de investeringsverrichtingen (= verrichtingen die verbonden zijn aan de aanschaf, het gebruik en de vervreemding van duurzame middelen). De geïnde bedragen of opbrengsten die uit vervreemding van deze eigendommen gehaald worden dienen aangewend te worden voor investeringen. De waardevastheid van patrimonium moet behouden blijven om de sociale missie ook op lange termijn te kunnen inzetten. Concreet betekent dit dat het niet mogelijk is om patrimonium te verkopen om te investeren in goederen die op korte termijn afgeschreven worden. De naleving hiervan zal opgevolgd worden door de Stad en OCMW en hierover zal een rapportage opgezet worden.
De opbrengsten uit investeringsverrichtingen kunnen dus niet aangewend worden om de exploitatierekening in evenwicht te houden. Indien er tekorten zijn op deze rekening mag deze niet worden aangevuld met investeringsgelden. De reden hiervoor is het systeem van de autofinancieringsmarge. Dit is om te vermijden dat de OCMW's zouden verplicht worden om activa te verkopen om zo het financiële evenwicht in stand te houden. Opbrengsten die wel kunnen worden toegewezen op de exploitatierekening zijn recurrente opbrengsten zoals huuropbrengsten, pachtgelden, etc." (p. 5)
In bijgaand rapport wordt dan ook voor rechtspersoon OCMW nagegaan in hoeverre voor deze legislatuur aan de eis tot waardevaste herinverstering van de opbrengsten uit verkoop tegemoet wordt gekomen. Dit betekent concreet dat de investeringen in nieuwbouw, verwerving van gronden en gebouwen evenals renovaties die tot waardebehoud of -vermeerdering leiden, worden afgezet tegenover de opbrengsten uit verkoop. Ook subsidie-inkomsten en uitgaven worden meegenomen.
Voor de volledigheid wordt hierbij ook gewezen op de bijkomende eis rond financiering van het woonbeleid met 30 MIO EUR van de 40 MIO EUR opbrengsten. "Van deze opbrengsten zal 30 miljoen euro [onrechtstreeks] aangewend worden voor investeringen in kader van het woonbeleid van de stad Gent (1/3 van de 90 miljoen euro extra investeringen voorzien in het bestuursakkoord). De overige 10 miljoen euro dragen mee bij aan de realisatie van diverse andere sociale doelstellingen van de stad en ocmw Gent." (p. 13)
Over de voortgang van uitgaven naar wonen voor kwetsbaren wordt gerapporteerd door de dienst wonen via een afzonderlijk raadsbesluit.
Van de totale investeringsontvangsten (verkopen en subsidies) blijkt deze legislatuur 87% opnieuw waardevast geïnvesteerd te worden in functie van het patrimonium van de rechtspersoon OCMW.
Een belangrijke kanttekening bij dit resultaat is dat 1) moeilijk uitsplitsbare stadsbrede projecten die ook de sociale missie dienen maar vanwege de sociale synergie aan de stadskant zijn opgenomen en 2) kosten die vóór de sociale synergie ten laste kwamen van het OCMW en nu overgenomen zijn door de rechtspersoon Stad Gent (zoals leninglasten) hierin niet opgenomen zijn. Deze zouden de ratio in positieve zin beïnvloeden.
Neemt kennis van het resultaat van waardevaste herinvesteringen van opbrengsten uit verkoop van passief OCMW-patrimonium voor de periode 2020 tot en met 2025 zoals gerapporteerd in bijgevoegde nota.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 95.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikelen 10, 87, 91, 92, 95, 100, 103 en 105.
Met een schrijven van 15 april 2022 gericht aan de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn, dient raadslid Cengiz Cetinkaya ontslag in als effectief lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst.
De algemeen directeur heeft ter vervanging van het ontslagnemend lid, een voordrachtakte ontvangen van één kandidaat-lid, nl. van raadslid Fourat Ben Chikha.
De voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn gaat na of de akte van voordracht ontvankelijk is.
De raad voor maatschappelijk welzijn onderzoekt de geloofsbrieven.
Neemt kennis van het ontslag van de heer Cengiz Cetinkaya als effectief lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst.
Neemt er kennis van dat er een ontvankelijke voordrachtsakte werd ingediend voor één kandidaat-lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst.
Keurt goed de geloofsbrieven en stelt de verkiezing vast van het hiernavolgend lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst:
Fourat Ben Chikha.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 105, §2.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 105, §2.
Overeenkomstig artikel 105, §2 van het decreet over het lokaal bestuur kan de raad voor maatschappelijk welzijn in zijn huishoudelijk reglement bepalen dat plaatsvervangers worden aangewezen die de effectieve leden van het bijzonder comité mogen vervangen, als die verhinderd zijn. De plaatsvervangers moeten leden van de raad voor maatschappelijk welzijn zijn en worden aangewezen door de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn die de voordracht van het effectieve lid van het comité ondertekend hebben.
De mogelijkheid om plaatsvervangers aan te duiden in het bijzonder comité voor de sociale dienst wordt geregeld in artikel 154 van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn.
In zitting van 25 februari 2019 werd raadslid Fourat Ben Chikha aangeduid als plaatsvervangend lid in het bijzonder comité voor de sociale dienst.
De groen-fractie wenst over te gaan tot een vervanging van dit plaatsvervangend lid in het bijzonder comité voor de sociale dienst.
De groen-fractie heeft hiertoe een voordrachtakte ingediend. De voordrachtakte is ontvankelijk.
Keurt goed de aanduiding van Anita De Winter als plaatsvervangend lid in het bijzonder comité voor de sociale dienst.
Besluit van de Vlaamse regering van 16 september 1997 betreffende de samenstelling en de werking van de lokale adviescommissie omtrent de minimale levering van elektriciteit, gas en water en latere wijzigingen.
Decreet van 20 december 1996 tot regeling van de rol van de lokale adviescommissie in het kader van het recht op minimumlevering van elektriciteit, gas en water en de levering van thermische energie.
Besluit van de Vlaamse regering van 16 september 1997 betreffende de samenstelling en de werking van de lokale adviescommissie omtrent de minimale levering van elektriciteit, gas en water en latere wijzigingen.
Op 3 januari 2019 werd de heer Cengiz Cetinkaya aangeduid als effectief lid van de Lokale Adviescommissie omtrent de minimale levering van elektriciteit en gas.
Ingevolge het ontslag van de heer Cengiz Cetinkaya als lid van het Bijzonder Comité voor de sociale dienst, dient hij vervangen te worden in deze lokale adviescommissie, aangezien hierin enkel BCSD-leden kunnen afgevaardigd worden.
Keurt goed, de aanduiding van mevrouw Liliane De Cock, lid van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst, als effectief lid van de Lokale Adviescommissie omtrent de minimale levering van elektriciteit en gas, ter vervanging van de heer Cengiz Cetinkaya.
Besluit van de Vlaamse regering van 16 september 1997 betreffende de samenstelling en de werking van de lokale adviescommissie omtrent de minimale levering van elektriciteit, gas en water en latere wijzigingen.
Decreet van 20 december 1996 tot regeling van de rol van de lokale adviescommissie in het kader van het recht op minimumlevering van elektriciteit, gas en water en de levering van thermische energie.
Besluit van de Vlaamse regering van 16 september 1997 betreffende de samenstelling en de werking van de lokale adviescommissie omtrent de minimale levering van elektriciteit, gas en water en latere wijzigingen.
Op 3 januari 2019 werd de heer Cengiz Cetinkaya aangeduid als plaatsvervangend lid van de Lokale Adviescommissie omtrent de minimale levering van water.
Ingevolge het ontslag van de heer Cengiz Cetinkaya als lid van het Bijzonder Comité voor de sociale dienst, dient hij vervangen te worden in deze lokale adviescommissie, aangezien hierin enkel BCSD-leden kunnen afgevaardigd worden.
Keurt goed, de aanduiding van mevrouw Liliane De Cock, lid van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst, als plaatsvervangend lid van de Lokale Adviescommissie omtrent de minimale levering van water, ter vervanging van de heer Cengiz Cetinkaya.
Op de raden van 25 juni 2012 werd beslist om een tweede pensioenpijler in te voeren voor de contractuele medewerkers. Voor de uitbouw van deze tweede pensioenpijler wordt gewerkt met een dubbel systeem:
1. Vaste prestatie-systeem voor de loopbaan vóór 1 januari 2010
2. Vaste bijdrage-systeem voor de loopbaan vanaf 1 januari 2010
Aangezien in het huidig bestuursakkoord werd opgenomen dat de Stad en het OCMW Gent alle medewerkers een 'gelijkwaardige verloning en pensioen' wenst aan te bieden, werd de bijdrage voor het vaste bijdrage-systeem geleidelijk opgetrokken van 1% van het pensioengevend jaarloon naar een formule step rate van 5,25% * S1 + 11,5% *S2
Voor dit aanvullend pensioen van de contractuele medewerkers werd, samen met de meeste Vlaamse lokale besturen een beroep gedaan op de groepsverzekering van Belfius Insurance en Ethias, een contract van bijna 650 besturen en ongeveer 80.000 contractanten. De verzekeraars hebben de overeenkomst echter op 23 juni 2021 met ingang van 1 januari 2022 stopgezet.
Om deze tweede pensioenpijler ook vanaf 1 januari 2022 verder te zetten heeft het bestuur de keuze tussen enerzijds een overheidsopdracht voor een groepsverzekering bij een verzekeraar en anderzijds het aansluiten bij een instelling voor bedrijfspensioen-voorziening (verder: ‘IBP’ of ‘pensioenfonds’).
Na onderhandelingen met de VVSG en de OFP PROVANT, het pensioenfonds voor de besturen van de provincie Antwerpen, werd deze laatste omgevormd tot OFP PROLOCUS (een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening met ondernemingsnummer 0809.537 155), een pensioenfonds waarbij alle lokale besturen van het Vlaamse Gewest kunnen toetreden.
Kenmerken pensioenfonds
Door de toetreding bij een IBP is het bestuur meer betrokken bij het beheer van zijn pensioenfinanciering, dit in tegenstelling tot een groepsverzekering. In deze piste kan het bestuur een vertegenwoordiger afvaardigen in de algemene vergadering van OFP PROLOCUS en heeft naast controlebevoegdheid ook de mogelijkheid om – indien nodig - punten op de agenda van de algemene vergadering te zetten. In de statuten is bovendien voorzien dat het grootste en op een na grootste aangesloten bestuur eveneens een afvaardiging mag voorzien in de Raad van Bestuur, dit zou van toepassing zijn voor Stad en OCMW Gent.
Daarnaast zal een IBP in tegenstelling tot een groepsverzekering ook geen winsten ten voordele van de organisatie zelf nastreven. Het IBP heeft verder nog ruime beleggingsmogelijkheden, zodat een ruimer rendement mogelijk is dan in een tak 21 verzekering, zonder dat dit enige garantie inhoudt.
Het bestuur kan toetreden tot OFP PROLOCUS zonder overheidsopdracht aangezien de voorwaarden van een ‘in house opdracht’ voldaan zijn: namelijk dat het bestuur ten eerste via de algemene vergadering waar ze lid van wordt, toezicht uitoefent op OFP PROLOCUS zoals op haar eigen diensten en dat ten tweede meer dan 80% van de activiteiten van de OFP PROLOCUS de uitvoering van taken behelst die hem zijn toegewezen door de controlerende overheden, nl. het voorzien in aanvullende pensioenen voor lokale en provinciale besturen. Ten derde kan er geen directe participatie van privékapitaal zijn in de OFP PROLOCUS en ten vierde is OFP PROLOCUS zelf onderworpen aan de wetgeving op de overheidsopdrachten.
Modaliteiten OFP Prolocus
Vanuit het OFP PROLOCUS hebben Stad en OCMW Gent een schriftelijk engagement verkregen inzake duurzame beleggingen. Dit engagement wordt als bijlage aan dit besluit toegevoegd.
Het aanbod van OFP PROLOCUS, net zoals de groepsverzekering die tot eind 2021 werd aangehouden bij Ethias en Belfius Insurance, vereist geen werknemersbijdragen en voorziet daarnaast in een overlijdensdekking en een kapitaalsuitkering. Anders dan bij de groepsverzekering bij Ethias en Belfius, worden in dit aanbod eveneens bijdrages berekend op periodes van moederschapsrust, adoptieverlof, arbeidsongeval en beroepsziekte.
De huidige bijdragen onder de formule ‘steprate’ kunnen ook bij het nieuwe OFP Prolocus verdergezet worden. In het plan van OFP Prolocus wordt, net zoals bij de vorige groepsverzekering gewerkt met een stelsel van ‘vaste bijdrage’ waarbij de werkgever belooft een om een bepaalde bijdrage (een bijdrage uitgedrukt als een percentage van het aan de RSZ onderworpen brutoloon) te betalen zonder vastgesteld rendement. De behaalde rendementen worden toegekend conform het kaderreglement.
Van het bestuur wordt verwacht dat ze de vastgestelde minimumbijdrage betaald. Wanneer het wettelijk minimumrendement niet behaald wordt, zal het bestuur bijkomende bijdragen moeten betalen. Dit minimumrendement bedraagt momenteel 1,75% voor actieve aangeslotenen. Als bijkomende veiligheid voorziet het bestuur voor de eerste vijf jaar, bovenop de middelen nodig voor de pensioentoezegging, in een extra prefinanciering van 5 % om zo de kans op het betalen van bijkomende bijdragen te verkleinen. Deze prefinanciering blijft ter beschikking van het bestuur ter financiering van latere bijdragen.
Het bestuur kan met andere rechtspersonen waarmee ze nauwe banden heeft een zogenaamde ‘MIPS’-groep (‘Multi-inrichterspensioenstelsel’) vormen. Binnen een MIPS-groep heeft interne mobiliteit van de ene naar de andere entiteit voor het personeel geen gevolgen voor de pensioentoezegging. Binnen een dergelijke MIPS-groep speelt een onderlinge solidariteit.
De kosten voor de werking van OFP PROLOCUS worden voor 2022 forfaitair vastgelegd op 1000 euro per jaar per werkgever en 10 euro per jaar per aangeslotene. Deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd tot en met 2024. Nadien zal een meer stabiel systeem van kostenvergoeding worden uitgebouwd, gebaseerd op de werkelijke kosten enerzijds en het werkelijke aantal aangesloten besturen en medewerkers anderzijds.
De reserves die reeds opgebouwd waren via de voormalige groepsverzekering bij Ethias/Belfius worden tot nader order verder door de verzekeraars opgevolgd. De opportuniteit van een eventuele overdracht van deze reserves zal in een volgende fase verder bekeken worden, maar heeft nu geen betrekking op voorliggende beslissing.
Voorstel van toetreding
Gelet op bovenstaande redenen wordt voorgesteld om met ingang van 1 januari 2022 toe te treden tot OFP PROLOCUS, waarbij de huidige pensioentoezeggingen zoals laatst vastgelegd op de raden van 25 maart 2020 behouden blijven.
Daarnaast wordt ook voorgesteld om samen met de andere entiteiten van de Groep Gent, die dezelfde rechtspositieregeling volgen en waarbinnen via interne personeelsmobiliteit kan verschoven worden, een zogenaamde MIPS-groep te vormen. Het zou dan meer bepaald gaan om de volgende entiteiten: Stad Gent, OCMW Gent, Autonoom Gemeentebedrijf Erfgoed, Autonoom Gemeentebedrijf Kunsten en Design en Sociaal Verhuurkantoor Gent.
Op basis van het financieringsplan zoals in bijlage bij dit besluit toegevoegd, zullen de verschuldigde bijdragen en de kosten voor het functioneren van OFP PROLOCUS ingehouden worden door de RSZ en daarna doorgestort worden aan OFP PROLOCUS.
Daarnaast moet eveneens nog een vertegenwoordiger worden aangeduid om het bestuur te vertegenwoordigen in de algemene vergadering van OFP PROLOCUS.
Na de beslissing tot toetreding zal dit aan OFP PROLOCUS meegedeeld worden, waarop de algemene vergadering van OFP PROLOCUS de kandidatuur nog moet goedkeuren. Na goedkeuring zal het OFP Prolocus het bijzonder pensioenreglement voor het OCMW Gent opmaken, conform de afspraken vastgelegd in het kaderreglement en met de specifieke pensioentoezegging voor het OCMW Gent.
| Bijdragen | Buffer bijdragen | Kosten | |
| Budgetplaats | Verdeeld krediet verschillende budgetplaatsen | Z11000000 | Z11000000 |
| Categorie* | 6222001 | 6222001 | 6142000 |
| Subsidiecode | Verdeeld krediet verschillende subsidiecodes | NIET_RELEVANT | NIET_RELEVANT |
| 2022 | 2.408.594 | 120.430 | 17.300 |
| 2023 | 2.447.406 | 122.370 | 17.650 |
| 2024 | 2.520.221 | 126.011 | 17.780 |
| 2025 | 2.597.369 | 129.868 | 17.890 |
| 2026 | 2.723.611 | 136.181 | 18.230 |
| 2027 | 2.814.163 | 18.400 |
De buffer (=tijdelijk nodig) en kosten zijn extra lasten t.a.v. de vroegere regeling. Deze zullen bij BW22 worden voorzien via een verschuiving van kredieten binnen de patronale pensioennorm.
Het voorstel tot toetreding tot de OFP Prolocus onder de huidige modaliteiten wordt ter onderhandeling voorgelegd aan het Bijzonder Onderhandelingscomité van 19 april 2022.
Neemt kennis van en stemt in met:
Neemt kennis van de verklaring inzake beleggingsbeginselen (SIP) (algemeen luik en luik VVSG) en de statuten van OFP Prolocus zoals in bijlage aan dit besluit toegevoegd.
Keurt goed om met ingang van 1 januari 2022 toe te treden tot OFP PROLOCUS (Afzonderlijk vermogen VVSG), en hiertoe onverwijld een verzoek tot aanvaarding als lid van de Algemene Vergadering te richten tot OFP PROCOLUS.
Keurt goed dat de door het financieringsplan verschuldigde bijdragen en de kosten voor het functioneren van OFP PROLOCUS zullen worden geïnd door de RSZ in naam en voor rekening van OFP PROLOCUS.
Keurt goed dat de pensioentoezegging 5,25% bedraagt van het pensioengevend loon tot het plafond voor de berekening van het wettelijke pensioen en 11,5% van het pensioengevend loon dat dit plafond overschrijdt.
Keurt goed dat samen met de Stad Gent, het Autonoom gemeentebedrijf Erfgoed, het Autonoom Gemeentebedrijf Kunsten en Design en met het Sociaal Verhuurkantoor Gent een zogenaamde MIPS ('Multi-inrichterspensioenstelsel') - groep gevormd wordt.
Keurt goed dat Geert Vergaerde, financieel directeur Stad en OCMW Gent wordt afgevaardigd als vertegenwoordiger in de algemene vergadering van OFP Prolocus. Klaartje Huyge, departementshoofd HR Stad en OCMW Gent wordt aangeduid als vervanger van voorgaande indien hij niet aanwezig kan zijn.
Keurt goed dat de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn en de algemeen directeur worden gemachtigd om de noodzakelijke vervolgstappen te nemen voor de uitvoering van voormelde beslissingen.
Onderhavig besluit strekt ertoe een vertegenwoordiger aan te duiden voor de algemene vergadering van 20 mei 2022.