Het college van burgemeester en schepenen geeft gunstig advies voor het uitvoeren van bodemsaneringswerken.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Aecom Belgium bvba heeft een aanvraag voor het uitvoeren van een bodemsaneringsproject ter hoogte van Parallelweg zn, 9000 Gent ingediend bij OVAM.
Het ingediende bodemsaneringsproject bevat activiteiten of inrichtingen die vergunningsplichtig zijn overeenkomstig het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid. Daarom heeft OVAM het bodemsaneringsproject op 16 juli 2022 doorgestuurd aan het college van burgemeester en schepenen om overeenkomstig artikel 83 van het Vlarebo advies uit te brengen.
Het project handelt over:
• Onderwerp: Tweede gefaseerd Bodemsaneringsproject: VOCI's en 1,4 dioxaan in het grondwater Stelplaats Wissenhage, Parallelweg, Gent
• Adres: Parallelweg zn, 9000 Gent
• Kadastrale gegevens: Gent (afd. 7) sectie G 160 F3, (afd. 7) sectie G 219 W, (afd. 7) sectie G 266 F, (afd. 7) sectie G 267 C, (afd. 7) sectie G 267 D, (afd. 7) sectie G 268 B, (afd. 7) sectie G 269 B, (afd. 7) sectie G 270 A, (afd. 7) sectie G 271 A en (afd. 7) sectie G 271 C
• Aangevraagde rubrieken:
17.3.3.1°a) | oxiderende vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS03 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied | klasse 3
17.3.4.1°a) | bijtende vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS05 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | klasse 3
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 16 augustus 2022.
OMSCHRIJVING PROJECT
Het bodemsaneringsproject is opgesteld voor de tweede fase van de sanering van het terrein gelegen aan de Wondelgemmeersen/Parallelweg te Gent.
Ten gevolge van een stortmassief en de jarenlange industriële lozingen op het terrein is de bodem en grondwater verontreinigd met VOCl’s en 1,4 dioxaan. In 2015 werd het stortmassief ontgraven waardoor het grootste deel van de verontreiniging in het vaste deel van de aarde werd verwijderd. Huidig project beoogt de sanering van het grondwater.
De sanering zal uitgevoerd worden dmv injecties van oxidans met significante afname van verontreiniging in grondwater tot gevolg, zodat geen risico meer uitgaat van deze verontreiniging. Na uitvoering van de saneringswerken wordt verwacht dat de vooropgestelde saneringsdoelstellingen bereikt zijn. De duur van de actieve grondwatersanering wordt geraamd op 1 jaar. Er wordt een monitoring van de grondwaterverontreiniging voorzien gedurende 3 jaar. Na sanering blijft mogelijk een restverontreiniging aanwezig waarvoor gebruiksadviezen worden geformuleerd.
OPENBAAR ONDERZOEK
De vergunningsaanvraag kreeg zoals bepaald in artikel 86 van het Vlarebo de vereiste publiciteit.
Het dossier lag van 28 juli 2022 tot 27 augustus 2022 ter inzage van het publiek op de Dienst Milieu en Klimaat.
Tot op het moment van opmaken van dit verslag (16/08/2022) werden nog geen bezwaarschriften ingediend.
MILIEUHYGIENISCHE EN VEILIGHEIDSASPECTEN
aspect bodem en grondwater
Voor het injecteren van ISCO product worden grote hoeveelheden natriumpersulfaat en natriumhydroxide gestockeerd op de site. Hiervoor worden rubrieken 17.3.3.1°a) en 17.3.4.1° aangevraagd. De producten zullen gestockeerd worden op een verharde zone zodat er geen lekkage naar de ondergrond kan plaatsvinden.
RUIMTELIJKE SITUERING
Het project ligt in zone voor gemeenschapsvoorziening en industriegebied volgens het gewestplan.
Gebieden voor gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut: In de gebieden voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen zijn de voorzieningen toegelaten, welke gericht zijn op het algemeen belang en die ten dienste van de gemeenschap worden gesteld. Woongelegenheid kan toegestaan worden voor zover die noodzakelijk is voor de goede werking van de inrichtingen (artikel 17 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen)
Industriegebieden: Deze zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven. Ze omvatten een bufferzone. Voor zover zulks in verband met de veiligheid en de goede werking van het bedrijf noodzakelijk is, kunnen ze mede de huisvesting van het bewakingspersoneel omvatten. Tevens worden in deze gebieden complementaire dienstverlenende bedrijven ten behoeve van de ander industriële bedrijven toegelaten, namelijk: bankagentschappen, benzinestations, transportbedrijven, collectieve restaurants, opslagplaatsen van goederen bestemd voor nationale of internationale verkoop.
Huidige aanvraag omvat niet de aanvraag voor stedenbouwkundige werken waardoor een ruimtelijke afweging niet aan de orde is. Alle werken dienen stedenbouwkundig vergund worden vooraleer de werken kunnen starten.
MER-SCREENING en WATERTOETS
MER-screening
De aanvraag heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage I, II of III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit). Er is geen MER screening vereist.
Watertoets
Overeenkomstig artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 en latere wijzigingen betreffende het integraal waterbeleid dient de aanvraag onderworpen te worden aan de watertoets. Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 (BS 31/10/2006) en latere wijzigingen stelt nadere regels vast voor de toepassing van de watertoets.
De aanvraag wordt getoetst aan de kenmerken van het watersysteem, aan de doelstellingen en beginselen van artikel 5, 6 en 7 van het decreet integraal waterbeleid, en aan de bindende bepalingen van het bekkenbeheerplan.
De inrichting is niet gelegen in overstromingsgevoelig gebied.
De opslag van gevaarlijke stoffen is een ingedeelde activiteiten. De impact hiervan werd besproken onder het aspect bodem en grondwater. De opslag moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II waardoor verontreiniging zal voorkomen worden.
De aanvraag is mits toepassing van bovenstaande voorwaarden verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5, 6 en 7 van het decreet integraal waterbeleid en aan de bindende bepalingen van het bekkenbeheerplan.
De dienst Milieu en Klimaat verleent onderhavig advies op basis van de gegevens uit het watertoetsinstrument (http://www.watertoets.be).
CONCLUSIE
Dit advies heeft als bedoeling om de OVAM zo correct mogelijk te adviseren met betrekking tot de milieuvergunningsaspecten van het bodemsaneringsproject.
Dit advies doet geen uitspraak met betrekking tot het bodemsaneringsaspect zelf, bijvoorbeeld de keuze van de saneringstechniek, nazorgverplichtingen of de te behalen terugsaneerwaarden.
Het behoort OVAM toe om erover te waken dat eigenaars en gebruikers van omliggende gronden die al of niet rechtstreeks betrokken zijn bij de vervuiling/sanering tijdig en duidelijk te informeren over de juridische toestand en mogelijk negatieve praktische of financiële impact ten gevolge van de aanwezige verontreiniging en/of geplande saneringswerken. Dit advies behandelt deze aspecten niet.
De risico's voor de effecten op het leefmilieu kunnen tot een aanvaardbaar niveau beperkt worden, mits het naleven van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden.
De aanvraag wordt gunstig geadviseerd.
Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen bij OVAM over de activiteiten of inrichtingen die vergunningsplichtig zijn binnen het ingediende bodemsaneringsproject.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
De aanvraag tot het uitvoeren van bodemsaneringswerken betreffende het tweede gefaseerd bodemsaneringsproject: voci's en 1,4 dioxaan in het grondwater stelplaats wissenhage, parallelweg, gent wordt gunstig geadviseerd voor volgende rubrieken:
17.3.3.1°a) | oxiderende vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS03 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied | klasse 3
17.3.4.1°a) | bijtende vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS05 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | klasse 3