Terug
Gepubliceerd op 19/08/2022

2022_CBS_08502 - 2022122 - verzoek tot ontheffing voor de project-MER plicht voor het project ‘Bemalingen ombouw van de R4 West en Oost tot primaire wegen’ - gunstig advies

college van burgemeester en schepenen
do 18/08/2022 - 08:31 Collegezaal
Datum beslissing: do 18/08/2022 - 08:55
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Tine Heyse

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Sofie Bracke, schepen; Tine Heyse, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Isabelle Heyndrickx, schepen; Hafsa El-Bazioui, schepen; Evita Willaert, schepen; Rudy Coddens, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Luc Kupers, adjunct-algemeendirecteur

Verontschuldigd

Filip Watteeuw, schepen; Sami Souguir, schepen; Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Secretaris

Luc Kupers, adjunct-algemeendirecteur

Voorzitter

Sofie Bracke, schepen
2022_CBS_08502 - 2022122 - verzoek tot ontheffing voor de project-MER plicht voor het project ‘Bemalingen ombouw van de R4 West en Oost tot primaire wegen’ - gunstig advies 2022_CBS_08502 - 2022122 - verzoek tot ontheffing voor de project-MER plicht voor het project ‘Bemalingen ombouw van de R4 West en Oost tot primaire wegen’ - gunstig advies

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

*Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 56.

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

*Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) met een titel betreffende milieueffect- en veiligheidsrapportage van 18 december 2002.
*Besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage, en de wijzigingen van 29 april 2013.
*Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014.

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

Op 6 juli 2022 werd er een adviesvraag gesteld aan het college van burgemeester en schepenen door het Departement Omgeving, Team Milieueffectrapportage met volgend onderwerp:

Aanvrager

TM BRAVO4 EPC

 

Omschrijving

verzoek tot ontheffing voor de project-MER plicht voor het project ‘Bemalingen ombouw van de R4 West en Oost tot primaire wegen’

 

Referentienummer van de aanvraag

PR2760

 

De Dienst Milieu en Klimaat vroeg verschillende stadsdiensten om advies. Volgend gecoördineerd advies werd uitgebracht door de Dienst Milieu en Klimaat op 9 augustus 2022:


Dossiernummer

2022122

 

Advies MER van Tm Bravo4 Epc

 

1. Overzicht

1.1 Aanvraag

 

Datum adviesvraag

22 juli 2022

Voorwerp

MER

Omschrijving

verzoek tot ontheffing voor de project-MER plicht voor het project ‘Bemalingen ombouw van de R4 West en Oost tot primaire wegen’

 

 

2. Motivering

2.1 Omschrijving

De ontheffingsaanvraag wordt opgesteld in functie van de bemalingen bij de aanleg van verschillende civiele kunst- en infrastructuurwerken (o.a. tunnels, riolering en grachten, bruggen…) aan Ringweg R4 in Gent en omgeving.

In het kader van de heraanleg van de R4 is reeds een globaal projectMER R4WO (PR2462, mei 2020) opgemaakt. In dit reeds goedgekeurd projectMER werden de bemalingseffecten van het toenmalige referentieontwerp door middel van analytische formules berekend en geëvalueerd. Hieruit bleek dat er geen aanzienlijk negatieve effecten verwacht werden. Gezien bij het opstellen van het globale projectMER nog niet alle technische detailgegevens per knooppunt beschikbaar waren, werd rekening gehouden met enkele vrijheidsgraden betreffende het ontwerp waarbij vermeld werd dat voor de projectgedeelten met diepe uitgravingen  per knoop een uitvoerings- en bemalingstechniek dient toegepast te worden waarvan de effecten niet groter zijn dan die van het referentieontwerp.

Inmiddels is het project meer geconcretiseerd en zijn de uitvoerings- en bemalingstechnieken per kunst- en infrastructuurwerk voor elk knooppunt op punt gesteld. Op basis van deze geactualiseerde uitvoerings- en bevallingstechnieken werd door studiebureau AGT NV een globaal cumulatief numeriek grondwatermodel met bijhorende hydrogeologische studie volgens de Richtlijnen Bemalingen opgesteld.

De bemalingen behoren aldus tot de uitvoeringsfase en zullen conform art. 7,§2, 2e al. Omgevingsvergunningsdecreet het voorwerp vormen van afzonderlijke omgevingsaanvragen.

De voornaamste effecten van de bemalingen tijdens de uitvoeringsfase betreffen: verdrogingseffecten op vegetatie, impact op grondwaterstanden en impact lozing bemalingswater.


2.2 Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten

De afzonderlijke omgevingsaanvragen voor de bemalingen gelegen in een PFAS risicozone waar no regret maatregelen gelden dienen een PFAS analyse met toetsing aan de geldende norm te bevatten. 

Indien men geen aantrekking van (rest)verontreiniging verwacht volstaat rubriek 53.2. Indien verontreiniging zal aangetrokken worden door de bemaling dienen ook de rubrieken voor zuivering (rubriek 3.6.3.) en/of verhoogde lozingsnormen (rubriek 3.4) aangevraagd te worden. 

 

2.3 Archeologie

Het projectgebied is gelegen BUITEN de historische kernstad van Gent.

Vanaf 01.01.2016 dient men rekening te houden met het onroerenderfgoeddecreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten. 

De archeologische criteria bij een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen zijn afhankelijk van de bestemming van de percelen (gewestplan), alsook de aard van de aanvrager. De te hanteren beslissingsboom is te raadplegen op volgende locatie: https://www.onroerenderfgoed.be/sites/default/files/2020-06/20200527_omgevingsvergunning_stedenbouwkundige_handelingen.pdf

In conclusie kan gesteld worden dat indien voor dit project een omgevingsvergunning noodzakelijk is en de bodemingrepen beantwoorden aan bepaalde oppervlaktecriteria, een archeologienota dient opgemaakt te worden.

2.4 Groenaspecten

Algemeen wordt vastgesteld dat de biodiversiteitseffecten tgv de grondwaterverlaging nogal summier en kort-door-de-bocht uitgewerkt zijn; dit zeker in vergelijking met de zettingen, transport bodemverontreinigingen,..

  • Er wordt een paar keer verwezen naar de stationaire grondwaterstanden uit het regionaal grondwatermodel om een NICHE-amplitude te verrekenen voor een habitat, zonder die stand te vernoemen of weer te geven op kaart. Dit geldt zeker voor de punten O5bis (grondwaterstand op 2 m-mv thv habitat is vrij ongeloofwaardig), W6,.. Men moet hier ook in gedachte houden dat een dergelijk afgeleide grondwaterstand nogal significant kan verschillen met de werkelijke situatie (regionaal tav lokaal). Het zou de moeite lonen om bij de droogtegevoelige habitats peilbuizen te plaatsen en gedurende een droog/nat seizoen de grondwaterstijghoogtes op te volgen. Nu worden mogelijke effecten wel zeer snel weggeschreven.
  • De verdroging van de droogtegevoelige percelen nabij de zijarm van de Moervaart – tussen O5 en O6 - wordt direct genuanceerd door te stellen dat het lozingswater op de Moervaart-zijarm de verdroging zal tegengaan. Dit is een veel te optimistische inschatting. Een lichte peilverhoging op een oppervlaktewater compenseert nauwelijks voor een verdroging van de belendende oeverpercelen. Het verdient de voorkeur een maatregel te evalueren die verder reikt, bvb via de perceelgrachten of zelfs maaiveld – zoals bij punt W8.
  • Verdroging systeem Lieve nabij W11 is niet behandeld als effect. De maatregel om bemalingswater in het watersysteem thv het Ter Durmenpark te brengen mag best beter geëvalueerd worden.

 

2.5 Mobiliteit

Er zijn geen mobiliteitseffecten die in rekening gebracht moeten worden.

 

3. Besluit

De aanvraag wordt gunstig beoordeeld mits naleving van de opmerkingen.

Waarom wordt deze beslissing genomen?

Het college van burgemeester en schepenen moet over het ingediende project-MER een advies uitbrengen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand gecoördineerd advies van de Dienst Milieu en Klimaat en neemt het tot haar eigen motivatie.

Activiteit

AC34245 Adviseren en afleveren van omgevingsvergunningen en MER's

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen geeft een gunstig advies voor het verzoek tot ontheffing voor de project-MER plicht voor het project ‘Bemalingen ombouw van de R4 West en Oost tot primaire wegen’ ingediend door Tm Bravo4 Epc.

Artikel 2

Volgende opmerkingen worden meegegeven:

1. Indien voor dit project een omgevingsvergunning noodzakelijk is en de bodemingrepen beantwoorden aan bepaalde oppervlaktecriteria, dient een archeologienota opgemaakt te worden.

2. De afzonderlijke omgevingsaanvragen voor de bemalingen gelegen in een PFAS risicozone waar no regret maatregelen gelden dienen een PFAS analyse met toetsing aan de geldende norm te bevatten. 

3. Algemeen wordt vastgesteld dat de biodiversiteitseffecten tgv de grondwaterverlaging nogal summier en kort-door-de-bocht uitgewerkt zijn; dit zeker in vergelijking met de zettingen, transport bodemverontreinigingen,..

- Er wordt een paar keer verwezen naar de stationaire grondwaterstanden uit het regionaal grondwatermodel om een NICHE-amplitude te verrekenen voor een habitat, zonder die stand te vernoemen of weer te geven op kaart. Dit geldt zeker voor de punten O5bis (grondwaterstand op 2 m-mv thv habitat is vrij ongeloofwaardig), W6,.. Men moet hier ook in gedachte houden dat een dergelijk afgeleide grondwaterstand nogal significant kan verschillen met de werkelijke situatie (regionaal tav lokaal). Het zou de moeite lonen om bij de droogtegevoelige habitats peilbuizen te plaatsen en gedurende een droog/nat seizoen de grondwaterstijghoogtes op te volgen. Nu worden mogelijke effecten wel zeer snel weggeschreven.

- De verdroging van de droogtegevoelige percelen nabij de zijarm van de Moervaart – tussen O5 en O6 - wordt direct genuanceerd door te stellen dat het lozingswater op de Moervaart-zijarm de verdroging zal tegengaan. Dit is een veel te optimistische inschatting. Een lichte peilverhoging op een oppervlaktewater compenseert nauwelijks voor een verdroging van de belendende oeverpercelen. Het verdient de voorkeur een maatregel te evalueren die verder reikt, bvb via de perceelgrachten of zelfs maaiveld – zoals bij punt W8.

- Verdroging systeem Lieve nabij W11 is niet behandeld als effect. De maatregel om bemalingswater in het watersysteem thv het Ter Durmenpark te brengen mag best beter geëvalueerd worden.