De belasting op de pompen werd voor het laatst gewijzigd door de gemeenteraad van 28 september 2021. Bij deze wijziging werd de toepassing verlengd tot het einde van de legislatuur, en werd de beperking tot de publiek toegankelijke pompen opgeheven.
De eerste reacties op de aangifteperiode, en ook de eerste dossierverwerkingen, nopen tot bijsturen van het belastingreglement.
In artikel 1 worden de pompen voor het bedelen van brandstof aangeduid. Bij de niet-professionele eigenaars die door de uitbreiding van het toepassingsgebied in aanmerking komen, blijkt deze term een commerciële bijklank te hebben en dus voor verwarring te zorgen. Er wordt voorgesteld in plaats daarvan over het tanken van brandstof te spreken.
In artikel 3 staat, voor het eerste tarief, enkel 'Diesel' vermeld. Hoewel stookolie (vaak gebruikt bij niet-publieke pompen voor bijvoorbeeld landbouwvoertuigen) in feite hetzelfde product is, bleek ook dit voor veel verwarring te zorgen. Ter verduidelijking wordt voorgesteld het tarief als 'Diesel/stookolie' te omschrijven.
Bij de uitbreiding van het toepassingsgebied tot de niet voor het publiek toegankelijke pompen, werd terecht de redenering gemaakt dat ook deze pompen tijdelijke verbindingen tot stand brengen met een bepaald risico, waardoor het verantwoord was ook van de eigenaars van die pompen een bijdrage te vragen.
Er werd op dat ogenblik echter geen rekening mee gehouden dat de pompen die niet voor het publiek toegankelijk zijn, minder vaak gebruikt worden dan deze die wel voor het publiek toegankelijk zijn. Er mag dan ook van uitgegaan worden dat het risico weliswaar aanwezig is, maar in beperktere mate. Het is verantwoord om het tarief daaraan aan te passen. Voorgesteld wordt voor de pompen die niet toegankelijk zijn voor het publiek, een tarief aan te rekenen dat slechts de helft bedraagt van de reguliere tarieven.
Bij de behandeling van de dossiers blijken een aantal in principe belastbare pompen, deel uit te maken van een werf en tijdelijk van aard te zijn. Het belastingreglement viseert de toestand op 1 januari van het aanslagjaar. Daardoor zouden in principe enkel de pompen belastbaar zijn die op 1 januari op een werf aanwezig zijn, zelfs al staan zij slechts enkele weken opgesteld; daarentegen blijven pompen die maandenlang (maar niet rond de nieuwjaarsperiode) staan opgesteld buiten schot. Dit lijkt een oneerlijke behandeling van de mobiele werfpompen. Bovendien moet ook worden gekeken naar de impact voor het alternatief voor dergelijke werven: de werfvoertuigen waarvoor de mobiele werfpompen bedoeld zijn kunnen ook worden bijgevuld door mobiele tankwagens. Niet alleen is het risico van dergelijke tankwagens minstens even groot, bovendien is er de milieubelasting in de vorm van de uitstoot door het rondrijden van die tankwagen.
Blijft de werf een jaar of langer staan, dan is er niet langer sprake van een tijdelijke pomp en vervalt de vrijstelling, ook al staat de pomp op een werf opgesteld.
Er wordt geen budgettaire impact verwacht door deze wijzigingen. Er werd een veel groter aantal bijkomende belastingplichtigen aangeschreven, dan oorspronkelijk was ingeschat. Er wordt verwacht dat de mindere opbrengst per dossier door het gehalveerde tarief en de beperkte vrijstellingen, wordt gecompenseerd door het grotere aantal dossiers.
Het Team Belastingen Economie+ van het Departement Financiën is belast met de uitvoering van dit reglement.
Wijzigt artikel 1 van het reglement 'Belasting op de pompen' zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 18 december 2019 en laatst gewijzigd door de gemeenteraad van 28 september 2021 als volgt:
Het woord 'bedelen' wordt vervangen door 'tanken'.
De wijzigingen treden in werking op 1 januari 2022.
Wijzigt artikel 3 van het reglement 'Belasting op de pompen' zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 18 december 2019 en laatst gewijzigd door de gemeenteraad van 28 september 2021 als volgt:
De wijzigingen treden in werking op 1 januari 2022.
Voegt een nieuw artikel 5 in na het huidige artikel 4 in het reglement 'Belasting op de pompen' zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 18 december 2019 en laatst gewijzigd door de gemeenteraad van 28 september 2021 als volgt:
"Artikel 5. Vrijstellingen
Van de belasting zijn vrijgesteld, de tijdelijke mobiele pompen op werven, voor zover de werf minder dan een jaar loopt."
De huidige artikels 5 tot en met 8 worden hernummerd naar 6 tot en met 9.
De wijzigingen treden in werking op 1 januari 2022.
Neemt kennis van de gecoördineerde versie van het reglement 'Belasting op de pompen' zoals gevoegd in bijlage.