Terug
Gepubliceerd op 08/10/2021

2021_VB_00358 - Vast bureau besluit nr 00313 van 23 september 2021- Rechtspositieregeling Ouderenzorg - Verhoging minimumbedrag van de pensioenpremie - Verduidelijking vervangende feestdagen - Mogelijkheid tot verlenging van de inloopperiode - Redactionele wijzigingen - Wijziging

vast bureau
do 07/10/2021 - 08:31 Zuid EGW - 26p - C1.14 HVLG - W. Wilsonplein 1 Gent
Datum beslissing: do 07/10/2021 - 09:14
Goedgekeurd

Samenstelling

Bevoegde schepen

Bram Van Braeckevelt

Aanwezig

Filip Watteeuw, schepen-voorzitter; Elke Decruynaere, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sami Souguir, schepen; Tine Heyse, schepen; Isabelle Heyndrickx; Annelies Storms, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Rudy Coddens, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Afwezig

Mathias De Clercq, burgemeester

Verontschuldigd

Sofie Bracke, schepen; Luc Kupers, adjunct-algemeendirecteur

Secretaris

Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur
2021_VB_00358 - Vast bureau besluit nr 00313 van 23 september 2021- Rechtspositieregeling Ouderenzorg - Verhoging minimumbedrag van de pensioenpremie - Verduidelijking vervangende feestdagen - Mogelijkheid tot verlenging van de inloopperiode - Redactionele wijzigingen - Wijziging 2021_VB_00358 - Vast bureau besluit nr 00313 van 23 september 2021- Rechtspositieregeling Ouderenzorg - Verhoging minimumbedrag van de pensioenpremie - Verduidelijking vervangende feestdagen - Mogelijkheid tot verlenging van de inloopperiode - Redactionele wijzigingen - Wijziging

Motivering

Gekoppelde besluiten

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

  • Wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel;
  • Koninklijk Besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel;
  • Besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 2010 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie en het mandaatstelsel van het personeel van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en houdende de minimale voorwaarden voor sommige aspecten van de rechtspositieregeling van bepaalde personeelsgroepen van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en latere wijzigingen.

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

  • Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 186, § 2, 3°;
  • Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 84, § 1.

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

Door het het vast bureau van 23 september 2021 werd kennis genomen van een aantal wijzigingen aan de Rechtspositieregeling Ouderenzorg en werd opdracht gegeven om de wijzigingen voor te leggen aan de vakbonden.

N.a.v. de vakbondsonderhandelingen op 28 september 2021 zijn enkele wijzigingen nodig aan het vast bureau besluit nr. 00313 van 23 september 2021:

  • Er wordt een gelijke regeling ingevoerd voor contractuelen en statutairen om de proeftijd/inloopperiode te verlengen als uit de eindevaluatie blijkt dat de duur van de proeftijd/inloopperiode niet volstaat om tot een gefundeerd evaluatieresultaat te komen.

Waarom wordt deze beslissing genomen?

Wijzigingen aan het motiverend gedeelte van het vast bureau besluit nr. 00313 van 23 september 2021

Aan het vast bureau wordt gevraagd de volgende wijzigingen te doen aan het motiverend gedeelte van het vast bureau besluit nr. 00313 van 23 september 2021:

  • De wijziging i.v.m. de verlenging van de inloopperiode voor contractuele medewerkers wordt geredigeerd als volgt:

Verlenging van de inloopperiode voor contractuele medewerkers

De evaluator kan een verlenging van de inloopperiode voorstellen als blijkt dat de duur van de inloopperiode niet volstaat om tot een gefundeerd evaluatieresultaat te komen. Dit kan in geval van afwezigheden tijdens de inloopperiode, maar ook bij twijfel over het functioneren van de medewerker. De inloopperiode kan éénmalig verlengd worden met maximum 6 maanden d.m.v. een samenwerkingsgesprek. 

Verlenging van de proeftijd voor statutaire medewerkers 

In artikel 44 van de Rechtspositieregeling Ouderenzorg is nu voorzien dat de aanstellende overheid éénmalig de proeftijd kan verlengen met 6 maanden. Om de gelijke behandeling tussen contractuelen en statutairen te waarborgen en medewerkers niet te lang in rechtsonzekerheid te houden, wordt de termijn om te verlengen gewijzigd naar maximum 6 maanden. 

Wijzigingen aan het beschikkend gedeelte van het vast bureau besluit nr. 00313 van 23 september 2021

Aan het vast bureau wordt gevraagd om de volgende wijzigingen te doen aan artikel 4 van het vast bureau besluit nr. 00313 van 23 september 2021:

* Artikel 43 wordt gewijzigd als volgt: "De evaluator kan een verlenging van de inloopperiode voorstellen als blijkt dat de duur van de inloopperiode niet volstaat om tot een gefundeerd evaluatieresultaat te komen. De inloopperiode kan éénmalig verlengd worden met maximum 6 maanden d.m.v. een samenwerkingsgesprek."

* In artikel 44 wordt in het derde lid de laatste zin geredigeerd als volgt: "De proeftijd kan door de aanstellende overheid éénmalig verlengd worden met 6 maximum maanden."

Activiteit

AC34627 Bieden van juridische ondersteuning HR en voeren van sociaal overleg

Besluit

Het vast bureau beslist:

Artikel 1

Wijzigt het vast bureau besluit nr. 00313 van 23 september 2021 betreffende de Rechtspositieregeling Ouderenzorg - Verhoging minimumbedrag van de pensioenpremie - Verduidelijking vervangende feestdagen - Mogelijkheid tot verlenging van de inloopperiode - Redactionele wijzigingen, als volgt:

In het motiverend gedeelte moet het volgende worden gewijzigd:

  • De wijziging i.v.m. de verlenging van de inloopperiode voor contractuele medewerkers wordt geredigeerd als volgt:

Verlenging van de inloopperiode voor contractuele medewerkers

De evaluator kan een verlenging van de inloopperiode voorstellen als blijkt dat de duur van de inloopperiode niet volstaat om tot een gefundeerd evaluatieresultaat te komen. Dit kan in geval van afwezigheden tijdens de inloopperiode, maar ook bij twijfel over het functioneren van de medewerker. De inloopperiode kan éénmalig verlengd worden met maximum 6 maanden d.m.v. een samenwerkingsgesprek. 

Verlenging van de proeftijd voor statutaire medewerkers 

In artikel 44 van de Rechtspositieregeling Ouderenzorg is nu voorzien dat de aanstellende overheid éénmalig de proeftijd kan verlengen met 6 maanden. Om de gelijke behandeling tussen contractuelen en statutairen te waarborgen en medewerkers niet te lang in rechtsonzekerheid te houden, wordt de termijn om te verlengen gewijzigd naar maximum 6 maanden. 


Bij artikel 4 dient de volgende tekst gewijzigd te worden:

* Artikel 43 wordt gewijzigd als volgt: "De evaluator kan een verlenging van de inloopperiode voorstellen als blijkt dat de duur van de inloopperiode niet volstaat om tot een gefundeerd evaluatieresultaat te komen. De inloopperiode kan éénmalig verlengd worden met maximum 6 maanden d.m.v. een samenwerkingsgesprek."

* In artikel 44 wordt in het derde lid de laatste zin geredigeerd als volgt: "De proeftijd kan door de aanstellende overheid éénmalig verlengd worden met 6 maximum maanden."

Artikel 2

Geeft opdracht om de gewijzigde versie van het vast bureau besluit te agenderen voor de commissie en de raden.