De algemeen directeur heeft enkele mededelingen naar aanleiding van 4 brieven die het college ontving van de gouverneur van Oost-Vlaanderen sinds de vorige gemeenteraad.
In een brief van 16 juli liet de gouverneur weten dat ze de wijziging van formatie van het personeel bij de politie (zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 26 april 2021) heeft goedgekeurd.
Verder heeft de gouverneur 3 klachten behandeld, waarbij ze na onderzoek telkens oordeelde om niet op te treden in het kader van het bestuurlijk toezicht. Zo bleek een klacht onontvankelijk, omdat deze betrekking had op een huisvestingsmaatschappij die niet onder haar bevoegdheid, noch onder de bevoegdheid van de stad of het OCMW valt. Een andere klacht had betrekking op een collegebeslissing inzake de tuinwijk Sint-Bernadette. Die klacht heeft niet geleid tot een toezichtsmaatregel. En een laatste klacht ging over een omgevingsvergunning en de klachtenbehandeling, waarbij de gouverneur oordeelde dat de klacht niet-ontvankelijk en ongegrond is.
Nieuwe Gemeentewet, artikel 134, § 1 en artikel 135.
Decreet over het Lokaal Bestuur, artikelen 40, § 3.
Nieuwe Gemeentewet, artikel 134, § 1.
Via ministerieel besluit van 13 maart 2020 is de federale fase van het nationaal noodplan betreffende de coördinatie en het beheer van de crisis coronavirus COVID-19 afgekondigd. De federale fase is een uitzonderlijke situatie en is nog altijd van toepassing.
De federale overheid moest toen dringende maatregelen nemen om de verspreiding van het coronavirus te beperken. Die uitzonderlijke situatie rechtvaardigde het om van de normale vergaderwijze af te wijken. In die omstandigheden kon het lokaal bestuur via een burgemeestersbesluit een andere vergaderwijze vastleggen.
Met een besluit van 8 april 2020 heeft de burgemeester dan ook besloten dat de zittingen van het college van burgemeester en schepenen, het vast bureau, het bijzonder comité voor de sociale dienst, het bijzonder comité voor de sociale dienst – hulpverlening, de gemeenteraadscommissies, de gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn zouden doorgaan in digitale zitting volgens videoconferentie, en dit voor de duur van de federale fase.
De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur kondigde in de commissievergadering Binnenlands Bestuur van 2 juni 2020 een kader aan voor vergaderingen van lokale bestuursorganen vanaf september 2020. Dat vertaalde zich concreet in richtlijnen voor vergaderingen van lokale bestuursorganen die gelden vanaf 1 september 2020 en die terug te vinden zijn op de website van het Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB).
Deze richtlijnen zijn een dynamisch gegeven waarbij de evolutie van de opgelegde maatregelen wordt gevolgd en de richtlijnen daarop worden afgestemd. De democratische waarborgen uit de regelgeving, zoals tegensprekelijk debat, openbaarheid van de vergadering (indien van toepassing) of het correct verloop van beraadslaging en stemming staan daarbij centraal.
Gebaseerd op deze richtlijnen heeft de burgemeester op 3 september 2020 een tijdelijke politieverordening uitgevaardigd tot het laten doorgaan van de vergaderingen van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn in digitale zitting middels videoconferentie. Deze politieverordening werd bekrachtigd door de gemeenteraad op 7 september 2020. Voor de overige vergaderingen van lokale bestuursorganen was, op grond van de richtlijnen van het ABB, geen bijkomende besluitvorming vereist.
De richtlijnen zoals die momenteel op de website van het ABB vermeld staan (https://www.lokaalbestuur.vlaanderen.be/vergaderingen-van-lokale-bestuursorganen-tijdens-coronacrisis) bepalen dat het lokaal bestuur tijdens de huidige gezondheidssituatie autonoom over de wijze van vergaderen kan beslissen. De vergadering kan fysiek, hybride of digitaal doorgaan. De keuze op welke wijze het bestuur vergadert, moet een weloverwogen keuze zijn. Het is een lokale afweging die moet worden gemaakt.
Voor wat de vergaderingen van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn betreft, maken de richtlijnen melding van de noodzaak van een burgemeestersbesluit als omwille van de social distancing de normale vergaderlocatie maar een beperkt aantal bezoekers toelaat. De burgemeester heeft de bevoegdheid om het bezoekersaantal te beperken op grond van zijn bevoegdheid om de openbare orde en de volksgezondheid te beschermen (artikels 134, § 1 en 135, § 2 Nieuwe Gemeentewet). Het burgemeestersbesluit geeft dan aan wat het maximumaantal toegestane bezoekers is om de social distancing na te leven. De burgemeester kan in dat besluit aangeven dat geïnteresseerden zich op voorhand moeten inschrijven en dat de inschrijvingen worden afgesloten als het maximumaantal bezoekers bereikt is. De webtoepassing van de gemeente vermeldt dat ook duidelijk.
De gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn kunnen digitaal doorgaan als het lokaal bestuur dit, gelet op de gezondheidssituatie, de aangewezen vergadervorm acht.
Daaraan zijn 3 voorwaarden verbonden:
Ook staan de richtlijnen een hybride vorm van vergaderen toe. Dit betekent dat bepaalde raadsleden fysiek vergaderen en andere raadsleden die er fysiek niet bij kunnen zijn, digitaal deelnemen. De raadsleden die digitaal deelnemen moeten zichtbaar en hoorbaar zijn voor de andere raadsleden en voor het publiek. De raadsleden die digitaal deelnemen, moeten via het digitaal platform op een gelijkwaardige manier als de raadsleden die fysiek aanwezig zijn, mee kunnen debatteren, beraadslagen en stemmen. Voor het overige moet de hybride vergadering voldoen aan de democratische principes uit de regelgeving.
Voor de andere lokale bestuursorganen (gemeenteraadscommissies, college van burgmeester en schepenen, vast bureau, en het BCSD en haar subcomités) vermelden de richtlijnen van het ABB het volgende:
Met naleving van de noodzakelijke maatregelen inzake hygiëne en social distancing biedt de raadzaal van het Gentse stadhuis momenteel slechts plaats voor 24 raadsleden, terwijl er 53 raadsleden zijn. Vergaderen op een andere fysieke locatie is om organisatorische en financiële redenen onhaalbaar en onwenselijk.
Bovendien is de digitale vergadering van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn voor pers en publiek te volgen middels audiovisuele livestream (terug te vinden op de website van de stad) en voldoet ook de procedure voor geheime stemming aan de noodzakelijke democratische waarborgen.
De vergaderingen van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn dienen dus, om reden van openbare gezondheid, digitaal of op een hybride wijze door te gaan. Deze digitale of hybride vergaderingen kunnen plaatsvinden met volledig respect van de hoger vermelde democratische waarborgen uit de regelgeving.
Ingeval van een hybride vergadering (gemeenteraad, raad voor maatschappelijk welzijn, gemeenteraadscommissies) in de raadzaal van het stadhuis moet het bezoekersaantal gereduceerd worden om de noodzakelijke maatregelen inzake hygiëne en social distancing te kunnen waarborgen. Het maximumaantal toegestane bezoekers wordt vastgesteld op 12 personen. Geïnteresseerden zullen zich op voorhand moeten inschrijven en de inschrijvingen worden afgesloten als het maximumaantal bezoekers bereikt is. Dit wordt duidelijk op de webtoepassing van de gemeente vermeld.
Tenslotte moet worden vermeld dat het decreet van 16 juli 2021 tot wijziging van diverse decreten wat betreft de versterking van de lokale democratie naast de fysieke vergadervorm, ook de vergadervormen digitaal en hybride vergaderen voor de lokale vergaderorganen decretaal heeft verankerd. De Vlaamse Regering kan de minimale voorwaarden voor digitale en hybride vergaderingen bepalen. Eens het besluit van de Vlaamse regering hieromtrent definitief is goedgekeurd en in werking is getreden, zal het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn hierop worden afgestemd.Gelet op de strekking van voorliggende politieverordening, die om redenen van openbare gezondheid ingrijpt in de wijze van vergaderen van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn, kon de vergadering van diezelfde raad evident niet worden afgewacht en diende de burgemeester toepassing te maken van artikel 134, § 1, Nieuwe Gemeentewet. Het bestrijden van de verdere verspreiding van het coronavirus COVID-19 dient te worden beschouwd als een onvoorziene gebeurtenis in de zin van voormeld artikel.
Artikel 134, § 1, van de Nieuwe Gemeentewet schrijft voor dat dergelijke politieverordening van de burgemeester op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad moet worden bekrachtigd.
Bekrachtigt de tijdelijke politieverordening van de burgemeester tot het laten doorgaan van de vergaderingen van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn in digitale zitting of in hybride zitting van 7 september 2021.
.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt dat de notulen door de algemeen directeur worden opgesteld en dat die notulen in de eerstvolgende vergadering ter goedkeuring moeten worden voorgelegd.
Elk lid van de vergadering heeft het recht tijdens de vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen van de vorige vergadering. Als die opmerkingen worden aangenomen, worden de notulen in die zin aangepast.
Keurt de notulen goed van de vergadering van de gemeenteraad van 21 en 22 juni 2021.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 1.
In de collegezitting van 11/03/2021 werd de indiening van het projectvoorstel 'BLockchain IN Government' - kortweg BLING - goedgekeurd. Dit project werd ingediend onder het Interreg Noordzee Regio-subsidieprogramma van de Europese Unie naar aanleiding van de twaalfde oproep voor aanmeldingen voor grensoverschrijdende projecten. Deze oproep richtte zich uitsluitend op reeds goedgekeurde projecten die een verlengingsaanvraag konden indienen. Hierbij konden er extra activiteiten en/of extra partners toegevoegd worden aan reeds lopende projecten.
Het project BLING was zo'n reeds goedgekeurd project. Het project beoogt, door de expertise van kennisinstellingen en het speelveld van gemeenten en overheidsorganisaties te combineren met bedrijven en burgers, te onderzoeken welke rol blockchain kan spelen voor overheden.
HOWEST - partner in BLING - had de Stad Gent gevraagd om toe te treden tot het BLING-partnerschap. Deze projectuitbreiding werd aangevraagd in het kader van de Interreg Noordzee Regio-projectoproep en dit werd op 15 juni 2021 door het Interreg-secretariaat goedgekeurd.
HOWEST en Stad Gent zullen samen een extra demonstratieproject uitvoeren toegespitst op de Gentse Energielening. De Dienst Milieu en Klimaat (DMK) wil verder de drempel verlagen naar de Gentse Energielening en de Gentenaar beter ontzorgen in de omslag naar een energieneutrale en comfortabele woning. Hiervoor gaat DMK de haalbaarheid na om via Blockchaintechnologie de aanvraag en goedkeuring van de Gentse Energielening te optimaliseren/verbeteren door automatisatie en het verder potentieel van de technologie te verkennen. In samenwerking met de HOWEST, Dienst Data & Informatie, Dienst Organisatieontwikkeling, District 09, REGent en OCMW wordt:
Het projectbudget van Stad Gent bedraagt 133.960 euro, waarvan 50% gesubsidieerd wordt door Interreg. De ontvangen subsidie zal worden ingezet om een projectmedewerker te kunnen aanwerven. De HOWEST ontvangt daarnaast ook bijkomend budget aan om de ontwikkelkosten voor de blockchaintechnologie voor deze demo te dekken. Deze middelen zitten dus niet in het Gentse budget vervat, maar zullen wel ten gunste komen van de Gentse activiteiten.
De goedkeuring laat Stad Gent nu toe om toe te treden tot het BLING-partnerschap dat bestaat uit volgende partners: Gemeente Groningen (projectleider), Stad Antwerpen, Stad Roeselare, Gemeente Emmen, Provincie Drenthe, County Administrative Board of Skåne, Centraal Justitieel Incassobureau Nederland, South East of Scotland Transport Partnership en de universiteiten van Göteborg, Aalborg, Oldenburg en Edinburgh.
Om afspraken te maken en te formaliseren tussen Gemeente Groningen (projectleider) en de verschillende projectpartners van het BLING-consortium werd een partnerschapsovereenkomst opgesteld. Deze behandelt de verplichtingen van de verschillende partners, de aansprakelijkheid en de afspraken in verband met uitbetaling en rapportage.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd goedkeuring te verlenen aan deze partnerschapsovereenkomst betreffende de uitvoering van het BLING-project. De samenwerking in het kader van het project is van start gegaan op 15/06/2021. De einddatum van het project ligt vast op 30/06/2023, echter de partnerschapsovereenkomst blijft van kracht tot alle verplichtingen in hoofde van deze overeenkomst en het subsidiecontract zijn nagekomen.
Keurt goed de partnerschapsovereenkomst voor het project 'BLockchain IN Government (BLING)' in het kader van het Interreg Noordzee Regio- subsidieprogramma van de Europese Unie
In de collegezitting van 11 maart 2021 werd de indiening van het projectvoorstel Stronghouse goedgekeurd. Dit project werd ingediend onder het Interreg Noordzee Regio-subsidieprogramma van de Europese Unie naar aanleidng van de twaalfde oproep voor aanmeldingen voor grensoverschrijdende projecten. Deze oproep richtte zich uitsluitend op reeds goedgekeurde projecten die een verlengingsaanvraag konden indienen. Hierbij konden project uitgebreid worden in tijd en in budget en konden er extra activiteiten en/of konden extra partners toegevoegd worden.
Het project Stronghouse was zo'n reeds goedgekeurd project. Stronghouse streeft naar duurzame huisvesting voor sterke gemeenschappen. Als onderdeel van de energietransitie analyseert en herontwerpt Stronghouse maatregelen om huiseigenaren - individueel en op wijkniveau - te motiveren en te faciliteren om te investeren in energierenovatie / renovatie van hun huis.
IGEMO is partner in Stronghouse en had de Stad Gent (Dienst Milieu en Klimaat - DMK) gevraagd om toe te treden tot het partnerschap. IGEMO en Stad Gent zullen inzetten op het verder ontwikkelen van de online tool 'Check Je Huis' https://checkjehuis.stad.gent/.. Daarbij wensen ze in te zetten op volgende ontwikkelingen in de tool: (1) Betere link met EPC; (2) Sterkere conversie van de tool door de ontwikkeling van een boekingstool voor een energiedeskundige als ook en boekingstool voor een aannemer.
Deelname aan dit Europees project Stronghouse zal toelaten de online tool 'Check Je Huis' naar een volgend ontwikkelingsniveau te brengen (zaken toe te voegen die DMK ambieerde maar nog niet tot uitvoering heeft gebracht. Het geeft de Stad ook meer zichtbaarheid en erkenning (ook internationaal) als ontwikkelaar van de tool. Daarenboven biedt het kansen om de Open data te laten gebruiken zoals initieel was beoogt: de tool staat ter beschikking van anderen, die op hun beurt de tool verbeteren en aanvullen met extra functionaliteiten die ook voor Stad Gent ter beschikking komen. We treden toe tot een partnerschap dat bestaat uit volgende partners: Provincie Drenthe (projectleider), Gemeente Noordenveld, IGEMO, Stad Roeselare, VIVES Hogeschool, Vechta University (Duitsland), stad Bremerhaven (Duitsland), Atene KOM GmbH (Duitse consultant), ProjectZero (Denemarken), Gate 21 (Denemarken), Fors A/S (Denemarken), Stad Albertslund (Denemarken), Stad Fredensborg (Denemarken), iNudgeyou (Denemarken), University of Gothenburg (Zweden), Spring AB (Zweden), Linnaeus University (Zweden), Robert Gordon University Aberdeen (UK) en Orkney Islands Council (UK).
De kosten gerelateerd aan de activiteiten waar Stad Gent zich voor engageert worden geraamd op 111.643 EUR, waarvan 50% gesubsidieerd wordt door Interreg. De projectbegroting bevat zowel kosten voor personeel (Dienst Milieu en Klimaat) als voor de aanbesteding voor de verder ontwikkeling van de tool. Voor de aanbesteding zal ook bijkomende financiering worden bekomen via de Vlaamse Overheid in het kader van het Programma Innovatieve Overheidsopdrachten. De projectuitbreiding werd op 15 juni 2021 goedgekeurd door het Interreg secretariaat.
Om afspraken te maken en te formaliseren tussen de provincie Drenthe (projectleider) de verschillende projectpartners van het Stronghouse-consortium werd een partnerschapsovereenkomst opgesteld. Deze behandelt de verplichtingen van de verschillende partners, de aansprakelijkheid en de afspraken in verband met uitbetaling en rapportage.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd goedkeuring te verlenen aan deze partnerschapsovereenkomst betreffende de uitvoering van Stronghouse-project. Deze overeenkomst loopt van 15/06/2021 tot en met 30/06/2023.
Keurt goed de partnerschapsovereenkomst voor het project 'Sustainable housing for strong communities' (Stronghouse) in het kader van het Interreg Noordzee Regio-subsidieprogramma van de Europese Unie.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 1.
In de collegezitting van 21/01/2021 werd de deelname aan en indiening van het projectvoorstel 'Schoolfood4Change' goedgekeurd. Dit project werd ingediend onder het Horizon 2020- subsidieprogramma van de Europese Unie ihkv de projectoproep met als referentie LC-GD-6-1-2020 'Testing and demonstrating systemic innovations in support of the Farm-to-Fork Strategy'. Het project wil een transitie maken naar meer gezonde en duurzame voedingspatronen op scholen. Stad Gent zal via dit project verder inzetten op: (1) systemische verandering door middel van een voedselbeleid op maat van de school, (2) opleiden van kantines en keukenpersoneel en (3) duurzame aanbestedingen.
Het projectbudget van Stad Gent bedraagt 314.687 euro. Dit is 100% gesubsidieerd.
Om afspraken te maken en te formaliseren tussen de projectcoördinator ICLEI en de verschillende projectpartners van het consortium werd een partnerschapsovereenkomst opgesteld. Deze behandelt de verplichtingen van de verschillende partners, de aansprakelijkheid en de afspraken in verband met uitbetaling en rapportage. Deze overeenkomst dient door alle partners ondertekend te worden alvorens het project zijn aanvang kan nemen op 1 januari 2022.
Het Horizon 2020-programma werkt met de rol van 'Legal Signatory'. Deze rol werd toebedeeld aan de strategisch coördinator, Frits Laroy. Deze partnerschapsovereenkomst zal dan ook door de Legal Signatory ondertekend worden.
De gemeenteraad keurt goed de partnerschapsovereenkomst die integraal deel uitmaakt van dit besluit voor het project 'Schoolfood4Change' in het kader van het Horizon 2020-subsidieprogramma van de Europese Unie.
Benoit Forêt namens De Werkvennootschap NV diende een omgevingsvergunningsaanvraag in voor gronden gelegen aan Gebroeders Naudtslaan 6, 8, 14, 16, 18, 20, Heidelaan 1, 3, 5, 7, 9, 11, 13, 15, 17, 19, 29, 31, 33, 35, 37, 39, 41, 43, 45, 47, 49, 51, 53, 55, 57, 59, 61, 63, 65, 67, 69, 71, 73, 75, 77, 79, 81, 83, 85, 87, 89, 91, 93, 95, 97, 99, 101, 103, 105, 107, 109, 111, 113, 115, 117, Industriepark Rosteyne 9, 11, 15, 17, John Kennedylaan 51, Leegstraat 146B, 146C, 148, 150, 157, 159, 161, 163, 165, 167, 169, 171, Michel Gillemanstraat 5, 6, 9, Pres. J.F. Kennedylaan 2, 3, Rijkswachtlaan 11, Rozenlaan 29, 31, Verbroederingslaan 41, 86, Wachtebekestraat 184, 186, 231 en Zandstraat 18 kadastraal gekend als sectie A nrs. 482A3, 482B3, 482C3, 482Z, 485G, 486A, 493P, 493R, 496C, 497A, 500B, 503B, 517B, 519A, 520Y, 529D2, 529E2, 529F2, 530M, 562C, 567C, 825A, 826, 827, 828D, 828C, 829A, 829B, 830A, 831B, 920C, 922C, 926N, 1176A, 1177, 1178, 1191, 1192, 1193, 1203, 1204B, 1204C, sectie B nrs. 350B, 350C, 350/3 , 350/2 , 352A, 354A, 355A, 356C, 356/3 , 356/2 , 356D, 952X3, 953A2, 956T2, 956V2, 956X2, 958T, 958/2 , 958/3 , 960B, 962C, 962D, 962B, 963B, 964C, 964B, 965/2 , 965A, 968B, 968A, 968/2 , 969A, 969E, 970B, 970A, 971B, 972/2 , 972B, 973B, 977E, 977/2 , 977D, 978N, 980A, 981A, 985B2, 985P, 985H, 985C2, sectie C nrs. 57V, 57G, 58, 89C, 89B, 90A, 91B, 92/2 , 92A, 94B, 96C, 96D, 98C, 100/2 A, 101M2, 103G, 103H, 104F, 106R, 107C, 107K, 108F, 108E, 108A, 108D, 110P3, 124E, 125C, 125F, 126D, 126E, 127E, 127F, 127/2 , 127H, 128N, 128H, 128M, 128K, 129L, 129G, 131N, 131/2 , 131S, 131R, 131T, 136B, 136A, 148C, 149/2 , 149C, 149D, 166B, 167C, 167B, 167/2 , 184C, 184D, 186B, 186C, 187D, 188D, 193C, 193B, 194C, 195D, 197E, 198D, 198C, 198E, 199Y, 322G, 322F, 322H, 322M, 325C, 325P, 325D, 325G, 325H, 325K, 325N, 325M, 325L, 325A, 325R, 325F, 325B, 325E, 326D, 329C, 333G, 333F, 333E, 333H, 333D, 337Y, 337X, 338G, 338D, 338F, 338L, 338H, 338E, 338C, 339D, 344S, 344E, 344P, 344R, 344F, 344M, 348F, 348H, 349A, 360A, 362E, 363, 365K, 365L, 365M, 365H, 365D, 365F, 366T, 366S, 376E, 377C2, 377Z, 377X, 377A2, 377B, 377E, 377F, 377D, 377C, 377G, 377H, 377W, 404W2, 405X, 405T, 405S, 405Y, 405A2, 406N, 406K, 406L2, 406M2, 406P2, 406K2, 406S2, 406N2, 406P, 406E2, 406T, 406S, 406R2, 406F2, 406R, 407K, 407H, 408S, 426/3 , 451/3 , 452R, sectie F nrs. 832B, 833H, 833G, 833F, 837A, 838/2 , 843E, 850K, 850F, 850L, 859G, 862C, 862D, 864C, 865C, 888H, 896S, 909C, 910K4, 911B, 911C, 911/2 , 912/2 , 912G, 912H, 915G, 916E, afdeling 14 sectie B nrs. 296A, sectie H nrs. 915Y, 915Z, 915S, 915/2 B, 915/2 A, 919D, 919C, 1194A, 1196A, 1198C, 1199C, 1199B, 1200, 1205A, 1207A, 1208C, 1209F, 1243D, 1260E, 1262A, 1264C, 1265C, 1267B en 1267C.
De aanvraag heeft betrekking op een Vlaams project, met name een project door of in opdracht van publiekrechtelijke rechtspersonen met betrekking tot autosnelwegen en gewestwegen, met inbegrip van bruggen over en tunnels onder die wegen, om die reden is de Vlaamse overheid de vergunningverlenende overheid.
Deze aanvraag werd op 07/02/2021 ingediend bij de Vlaamse overheid. Op 07/02/2021 werd aan het college van burgemeester en schepenen gevraagd een openbaar onderzoek te organiseren en de aanvraag voor te leggen aan de gemeenteraad. Er werd ook gevraagd advies uit te brengen.
Beschrijving aanvraag:
Voorliggende omgevingsvergunningsaanvraag behelst de infrastructuurwerken voor de optimaliseren van de R4 Oost tot primaire weg type I. Hiervoor zullen alle lichtengeregelde kruispunten op de R4 Oost weggewerkt worden tot ongelijkvloerse kruisingen met de R4. Slechts op een beperkt aantal punten zal er nog uitwisseling met de R4 mogelijk zijn.
Binnen deze vergunningsaanvraag zullen van noord naar zuid volgende aanpassingen doorgevoerd worden:
Ter hoogte van Zelzate (knoop O1-Kanaalstraat-Leegstraat en 02-Rijkswachtstraat-Akker) zal de R4 via onderdoorgangen het lokale verkeer kruisen. Ter hoogte van de knoop O4bis gaat de R4 omhoog om de toekomstige verlenging van spoorlijn L204 te kunnen kruisen. De uitwisseling met Wachtebeke en Arcelor wordt op maaiveld voorzien. In de overige knopen blijft de R4 op maaiveld liggen en wordt de uitwisseling voorzien op +1. Op deze manier kan ook de westelijk gelegen spoorlijn gekruist worden om de haven te ontsluiten.
Parallel aan de R4 wordt tussen de knoop O4bis (Wachtebeke-Arcelor) en Gent de fietssnelweg F40 aangelegd. Deze zal ten oosten van de R4 aangelegd worden tot aan de Piratenstraat waar hij de R4 kruist en via de westelijke zijde doorloopt tot in Gent. Ook ter hoogte van de knoop O4bis wisselt de fietssnelweg van kant om ten zuiden van de E34 richting kanaal Gent-Terneuzen te lopen en zo naar Zelzate. Dit laatste deel maakt geen onderdeel uit van het project R4WO. Tevens sluit de fietssnelweg hier aan op de fietssnelweg F41 richting Wachtebeke, Moerbeke…
Huidige aanvraag betreft de werken en handelingen die nodig zijn voor de inrichting van deze wegen. Daarnaast bevat de aanvraag ook de aanvraag voor tijdelijke omleidingswegen die meer dan een jaar aanwezig zullen zijn.
De werken binnen deze aanvraag omvatten onderstaande werken (aangezien de aanvraag onder de MER-plicht valt zijn alle werken vergunningsplichtig).
VOORBEREIDENDE WERKEN:
Rooien van hoogstammige bomen en struiken:
Rooien van struiken
Rooien van bomen met een stamomtrek < 1,0 m, individueel of in rij
Rooien van bomen met een stamomtrek > 1,0 m, individueel of in rij
Ontbossen:
Rooien van kleinere bosjes tussen de knopen O1 en O2 en rond het op- en afrittencomplex met de E34
Rooien van een groter areaal bos ter hoogte van het Kloosterbos (o.a. aanleg knoop O4bis)
Voorbereidende werken: Opbraak van verhardingen:
Slopen van de bestaande wegenis (zowel R4, lokale wegenis, incl. greppels, boordstenen, geleideconstructies…) met een oppervlakte van ca. 189.000 m²
Voorbereidende werken: Opbraak van constructies ·
Inbuizing van Aquafin diam. 1200 t.h.v. Leegstraat (deelplan 02):
Brug E34 over de R4 (deelplan 07)
Voorbereidende werken: Slopen van (vrijstaande) gebouwen
Slopen van woningen en gebouwen in de Leegstraat ten oosten van R4 (deelplan 02)
Slopen van woningen en gebouwen ter hoogte van de Wachtebekestraat (deelplan 05)
Voorbereidende werken: Reliëfwijzigingen:
Lokaal dempen van bestaande grachten en herprofileren
Reliëfwijzigingen (afgraven) i.f.v. de aanleg van de onderdoorgangen
Reliëfwijzigingen (ophogen) i.f.v. de aanleg van op- en afritten, de knoop O4bis
TIJDELIJKE INFRASTRUCTUURWERKEN:
Tijdelijke werkzones:
Inrichten van grond als tijdelijke werkzone
INFRASTRUCTUURWERKEN:
Aanleg hemelwatervoorzieningen (RWA):
Aanleg van hemelwaterrioleringen t.h.v. de onderdoorgangen (O1, O2 en op- en afrittencomplex met de E34)
Aanleg rioleringen (DWA):
Nvt
Aanleg van wegenis en verhardingen:
Aanpassen verharding op de R4
Aanpassen en aanleggen verharding voor realisatie fietssnelweg en andere fietspaden om aansluiting met lokaal wegennet te realiseren
Aanpassen verharding op aansluitende lokale wegen
Vervangen van de bruggen van de E34
Aanleggen van nieuwe op- en afritten tussen de R4 en E34
Aanleggen van een nieuwe ontsluitingsweg richting Wachtebeke (N449) met een totale oppervlakte van ca. 257.300 m²
Plaatsen van aanhorigheden langs de weg:
Plaatsen van geleideconstructies langs de weg
Plaatsen van verlichting
Plaatsen van bebording langs de weg
Lokaal inbuizen van langsgrachten
Plaatsen van geluidswerende constructies.
Aanpassen van bestaande spoorweginfrastructuur:
Bouwen van nieuwe onderdoorgangen voor de toekomstige spoorlijn L204, ter hoogte van de E34, de knoop O4 en O4bis.
Aanpassen van bestaande waterlopen:
Watergang van de Kernemelkpolder (O8200), 2de categorie: vernieuwen van de bestaande koker onder de R4 (deelplan 01)
Afschaffen van de Watergang van de Kernemelkpolder (O8200), 3de categorie, voor het deel dat interfereert met de R4 (deelplan 02)
Afschaffen van de bestaande waterloop van 3de categorie O8201bis (deelplan 04)
Lokaal inbuizen van de Pachtgoedbeek (O1310), waterloop van 2de en 3de categorie aan de oostelijke zijde van de R4 i.f.v. kruising van de fietssnelweg.
Afwerken van gevels van gebouwen:
Na afbraak van halfopen bebouwing zullen de gemene gevels wind- en waterdicht afgewerkt worden (deelplan 05)
Beplantingen:
Inzaaien van bermen en taluds na uitvoering van de werken.
Aanplanten van bomen: individueel of in rij
Aanplanten van bosgoed
BEVOEGDHEID GEMEENTERAAD
De aanvraag omvat naast de vermelde werken die betrekking hebben op gewestwegen, ook de opheffing van gemeentewegen op Gents grondgebied. De gemeenteraad moet hierover een beslissing nemen.
Deelplan 10 - SOE01-02 – Knoop O4bis – Wachtebeke-Arcelor
In deze omgevingsvergunning zijn de wijzigingen op Gents grondgebied eerder beperkt.
Volgende gemeenteweg die het plangebied kruisen worden afgeschaft:
Particuliere weg (9997)
Het tracé van deze voetweg loopt, op het grondgebied van de stad Gent, tussen de terreinen van bedrijf Arcelor-Mittal (in het westen) en de gemeentegrens met Wachtebeke (in het oosten). Het tracé loopt vervolgens verder naar het oosten en sluit er aan op Walderdonk. Het tracé van deze weg wordt op het grondgebied van Gent, doorsneden door de spoorlijn L204 naar Arcelor, de R4 en de oude spoorwegbedding naar Moerbeke. Op het grondgebied van de Stad Gent is deze weg niet meer aanwezig in het landschap en bijgevolg ook niet meer in gebruik als verbindings- of ontsluitingsweg.
Procedure:
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 27 mei 2021 tot 25 juni 2021.
Er werd voor wat betreft het Gentse grondgebied geen bezwaren ingediend.
Aangezien de aanvraag het opheffen van een gemeentewegen (buurtweg) omvat waarvoor de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft, neemt de gemeenteraad daarover een besluit.
In uitvoering van artikel 12 van het decreet over de gemeentewegen keurt de gemeenteraad de opheffing van de gemeenteweg (voormalige buurtweg) goed.
In uitvoering van artikel 31§1 van het decreet betreffende de Omgevingsvergunning neemt de gemeenteraad een beslissing over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg alvorens de bevoegde overheid een beslissing neemt over de vergunningsaanvraag. De gemeenteraad neemt daarbij kennis van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek. De gemeenteraad spreekt zich ook uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein.
De gemeenteraad is van oordeel dat het voorstel van wegaanleg kan goedgekeurd worden om volgende redenen:
De afschaffing van de gemeenteweg (voormalige buurtweg) die de gewestweg R4 doorkruisen wordt louter en alleen met het oog op de verkeersveiligheid van het langzaam-verkeer doorgevoerd. De meeste verbindingen zijn vandaag reeds in onbruik omwille van de verkeersveiligheid. De verbindingen zullen vervangen worden door nieuwe ongelijkgrondse kruisingen (bruggen of tunnels) met de R4 op wel overwogen locaties die passen binnen het huidige netwerk van trage wegen. Op deze manier kunnen de fietsers de R4 conflictvrij kruisen waar dit vandaag niet het geval is.
De afschaffing van de gemeenteweg heeft geen impact op de ontsluiting van aangrenzende percelen. De afgeschafte tracés doorkruisen allemaal het bestaand of toekomstig openbaar gewestdomein van de R4. Er zijn dan ook geen ontsluitingen aanwezig naar aangrenzende percelen.
Gelet op bovenstaande wordt geconcludeerd dat de voorgestelde werken voldoen aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit. Er wordt voldaan aan de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen.
Keurt de opheffing van de gemeenteweg (voormalige buurtweg) zoals opgenomen in de bijlage die deel uitmaakt van dit besluit, goed.
Sébastien Wellens namens REX Projects NV diende een omgevingsvergunningsaanvraag in voor gronden gelegen aan Antwerpsesteenweg en Groenstraat kadastraal gekend als afdeling 17 sectie B nrs. 1159E en 1160D.
Deze aanvraag werd op 26/02/2021 ingediend bij het college van burgemeester en schepenen. Op 21/04/2021 werd het dossier volledig en ontvankelijk verklaard.
Beschrijving aanvraag:
De aanvraag is gelegen langs de Antwerpsesteenweg nabij de kruising met de R4 te Oostakker. De omgeving wordt gekenmerkt door een heterogene bebouwingstypologie, gaande van gesloten woningbouw over vrijstaande handelspanden tot grootschalige handelscomplexen (Mediamarktsite).
De bouwplaats betreft een braakliggend perceel en een perceel met een onverharde wandeldoorsteek naar de achterliggende Groenstraat.
De aanvraag voorziet de bouw van een meergezinswoning met 20 woonentiteiten met een gelijkvloerse commerciële ruimte gericht op kantoren, dienstverlening en vrije beroepen.
Op het perceel (kadasternr. 1160 D) met de bestaande onverharde wandeldoorsteek tussen de Antwerpsesteenweg en de Groenstraat wordt een nieuw pad van 2m breed aangelegd in grindverharding. Dit perceel van 705m² wordt na de heraanleg kosteloos overgedragen aan stad Gent. De nieuwe rooilijn wordt op de perceelsgrens gelegd.
Procedure:
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 29 april 2021 tot 28 mei 2021.
Resultaat: 7 bezwaren.
De gemeentelijk omgevingsambtenaar heeft deze aanvraag geadviseerd. Het advies van de omgevingsambtenaar is aan dit besluit toegevoegd. Dit verslag bevat eveneens een samenvatting en bespreking van de bezwaren. Deze bezwaren hebben echter geen betrekking op het voorstel van nieuwe rooilijn of het hierin gevatte wandel- en fietspad.
In uitvoering van artikel 12 van het decreet over de gemeentewegen keurt de gemeenteraad een rooilijnplan goed. In uitvoering van artikel 31§1 van het decreet betreffende de Omgevingsvergunning neemt de gemeenteraad een beslissing over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg alvorens de bevoegde overheid een beslissing neemt over de vergunningsaanvraag. De gemeenteraad neemt daarbij kennis van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek. De gemeenteraad spreekt zich ook uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein.
Het vergunningverlenend bestuursorgaan is van oordeel dat een vergunning kan verleend worden op basis van het advies van de omgevingsambtenaar.
De gemeenteraad is van oordeel dat het voorstel van wegaanleg kan goedgekeurd worden om volgende redenen:
De bestaande wandeldoorsteek tussen de Antwerpsesteenweg en de Groenstraat is bestemd als “Wandel- en fietspad” binnen het BPA Krijte. Momenteel is deze doorsteek aanwezig als een onverhard pad over een privé-eigendom. Het is niet aangewezen een pad dat functioneel door iedereen gebruikt wordt privaat te houden. Bijgevolg is de heraanleg en overdracht naar openbaar domein noodzakelijk. Dit wordt als last opgenomen bij voorliggende vergunning voor de bouw van de meergezinswoning en heraanleg van het pad.
Door de heraanleg van dit pad en de opname ervan in openbaar domein wordt een duurzaam alternatieve doorsteek gegarandeerd voor wandelaars en fietsers om het gevaarlijke kruispunt Groenstraat – Antwerpsesteenweg – Orchideestraat te vermijden.
De aansluiting van dit pad ligt in het verlengde van de Herman Teirlinckstraat en bijgevolg ter hoogte van een lichtengeregeld kruispunt.
Hierdoor wordt vanaf de achterliggende residentiële woonwijken een veilige verbinding gemaakt naar de kleinhandelssite MediaMarkt die deel zal uitmaken van het te ontwikkelen stedelijk transferium. Deze doorsteek heeft bijgevolg een grote meerwaarde voor de buurt.
Om het fietscomfort te garanderen en zich te aligneren met het materiaalgebruik binnen het openbaar domein van stad Gent, wordt als voorwaarde opgelegd dat het pad aangelegd moet worden in geveegd beton i.p.v. in een halfverharding.
Deze verharding moet zodanig aangelegd worden dat het hemelwater dat erop valt afvloeit naar een voldoende grote onverharde oppervlakte (op eigen terrein) waar natuurlijke infiltratie kan plaatsgrijpen. De onverharde oppervlakte moet minimaal 1/3 van de oppervlakte van de verharding zijn. De over te dragen grond is hier voldoende ruim voor om dit technisch te kunnen uitwerken.
De verhardingen mogen geen opstaande boordstenen bevatten.
De voorgestelde werken voldoen dus aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit. Er wordt voldaan aan de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen.
Het algemeen bouwreglement van de Stad Gent omvat geen reglementering inzake het opleggen van lasten bij omgevingsvergunningen. Op basis van bovenstaande beoordeling is het redelijk en proportioneel te verantwoorden om in deze omgevingsvergunningsaanvraag lasten op te leggen aan de houder van de vergunning.
Het voorstel van wegenis moet aangepast worden op een aantal punten. Het gaat echter om beperkte aanpassingen die door het vergunningverlenende bestuursorgaan als voorwaarde kunnen opgelegd worden in het kader van de beslissing over deze omgevingsvergunningsaanvraag.
Keurt het rooilijnplan en bijhorend plan met overdracht naar openbaar domein, zoals opgenomen in bijlage, goed.
keurt de ligging, breedte en uitrusting van de gemeentewegen, zoals ontworpen in de omgevingsvergunningsaanvraag, gelegen Antwerpsesteenweg en Groenstraat en kadastraal gekend als afdeling 17 sectie B nrs. 1159E en 1160D, goed mits voldaan wordt aan volgende voorwaarden:
legt aan de houder(s) van de omgevingsvergunning, bij afgifte van de vergunning, de hiernavolgende lasten op:
LAST 1 – Aanleg wandel- en fietspad
De houder van de vergunning is verplicht om de openbare wegenis en het hierbij aansluitende openbaar groen, zoals aangegeven op het plan aan te leggen op eigen kosten.
TER INFORMATIE:
In de hoedanigheid van toekomstige eigenaar-wegbeheerder/beheerder van de openbare riolering stellen de Stad Gent en Farys minimale kwaliteitseisen m.b.t. de technische uitvoering (materiaalkeuze, samenstelling fundering, e.d.) van de wegenwerken.
Om die reden moet nog een technisch dossier worden ingediend bij de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen van de Stad Gent en bij Farys.
Het definitieve technische dossier moet (aangepast ingevolge bijkomende technische opmerkingen vanwege de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen of Farys) bestaan uit een grondplan bestaande toestand, grondplannen ontworpen toestand (riolering/ wegenis/groen), lengteprofielen, dwarsprofielen en details van de kunstwerken. De vereisten waaraan deze plannen moeten voldoen, kunnen opgevraagd worden via tdwegen@stad.gent.
Het definitieve technisch ontwerp moet, samen met het bestek, de hydraulische nota en de gedetailleerde raming ter goedkeuring digitaal overgemaakt worden aan de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen (tdwegen@stad.gent).
Dit goedgekeurde definitieve technisch ontwerp dient als basis voor de aanbesteding of onderhandse overeenkomst. Een kopie van de inschrijving moet overgemaakt worden aan de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen.
De aanvangsdatum van de werken moet minimum 14 kalenderdagen vooraf aan de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen worden meegedeeld. De houder van de vergunning belegt vooraf een coördinatievergadering met de ontwerper, de aannemer en het stadsbestuur (Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen).
De uitvoering van de proeven, voorzien in het bestek, kunnen door het stadsbestuur geëist worden. In ieder geval zal de uitslag van de genomen proeven aan de Stad medegedeeld worden.
De houder van de vergunning moet, op zijn kosten, instaan voor het leveren en plaatsen van de nodige verkeersborden en het aanbrengen van de nodige wegmarkeringen, op de site en aan de bestaande, aanpalende weg, volgens de aanduidingen van het IVA Mobiliteitsbedrijf Stad Gent – Cel Verkeerstechnische Taken (VTT) . De houder van de omgevingsvergunning moet daartoe een gegeorefereerd plan (digitaal aan te leveren in dwg en pdf) met aanduiding en inplanting van de aan te brengen verkeerssignalisatie voor nazicht en goedkeuring voor te leggen aan het IVA Mobiliteitsbedrijf Stad Gent – Cel Verkeerstechnische Taken (VTT) via mobiliteit@stad.gent met vermelding ‘VTT – verkavelingsplan’. Volgende elementen moeten hierbij alvast in acht genomen worden:
Algemene regel inzake uitvoering van de wegenwerken: De wegenwerken worden in principe in één geheel uitgevoerd en volledig afgewerkt, waarna de afgewerkte weg (voorlopig en definitief) opgeleverd kan worden in aanwezigheid van de Stad Gent i.f.v. latere kosteloze afstand aan de Stad Gent (zie verder).
Vóór de voorlopige oplevering moet op kosten van de houder van de omgevingsvergunning een GRB-conform as-built plan opgemaakt worden. Dit as-built plan wordt door de houder van de omgevingsvergunning ingediend bij Informatie Vlaanderen (ter info zie: https://overheid.vlaanderen.be/GRB-As-builtplannen). De voorlopige oplevering kan pas doorgaan als een schriftelijke goedkeuring van Informatie Vlaanderen i.v.m. de conformiteit aan het GRB voorgelegd wordt.
LAST 2 – Kosteloze grondafstand
De weg (met zijn uitrusting), alsook het aanliggende openbaar groen zullen uiterlijk één jaar na de definitieve oplevering van de laatst uitgevoerde uitrustingswerken kosteloos aan de stad worden afgestaan.
De akte van overdracht wordt verleden voor een notaris die door de houder van de vergunning wordt aangeduid. Alle kosten met betrekking tot deze akte (opmaken, verlijden, registreren, overschrijven, …) zijn ten laste van de houder van de vergunning. Een attest van kosteloze grondafstand is bij het dossier gevoegd.
De basis voor de akte van overdracht is een goed opmetingsplan dat aan een aantal vereisten moet voldoen. Die vereisten moeten worden opgevraagd bij de Dienst Vastgoedbeheer, Sint-Salvatorstraat 16 te 9000 Gent, telefoon 09 266 59 70, email: vastgoedbeheer@stad.gent.
Alvorens de akte kan worden verleden, moet dat opmetingsplan samen met het ontwerp van de akte worden voorgelegd aan de Dienst Vastgoedbeheer voor nazicht en goedkeuring door de gemeenteraad.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 1.
De gemeenteraad van 21 juni 2021 stelde de Oproep vast voor een Concessie van openbare dienst met als voorwerp het leveren, installeren, onderhoud en exploiteren van publiek toegankelijke normale Laadinfrastructuur voor Elektrische Voertuigen in de stad Gent.
Tevens keurde de gemeenteraad de voorwaarden van de concessie goed.
Procedure: openbare oproep met Europese bekendmaking
Aanvang van de concessie: januari 2022 (indicatief)
Duur van de concessie:
Gunningscriteria: Prijs (65 punten) en Kwaliteit (35 punten)
Het college van burgemeester en schepenen van 3 juni 2021 verleende toestemming om de procedure van bekendmaking op te starten onmiddellijk na goedkeuring van het dossier door het college, met opening offertes evenwel na de datum van de gemeenteraad. De Oproep werd gepubliceerd op 8 juni 2021.
De Oproep voorzag dat kandidaten vragen om inlichtingen en/of opmerkingen konden indienen uiterlijk 20 dagen voor de uiterste indieningsdatum van de offertes, zijnde 30 juli 2021. Het Mobiliteitsbedrijf ontving talrijke vragen en heeft vervolgens de vragen en de antwoorden die een algemene draagwijdte hebben, bekendgemaakt d.m.v. publicatie van een rechtzettingsbericht, dat geacht wordt integraal deel van de Oproep uit te maken.
De vragen om inlichtingen en/of opmerkingen geven aanleiding tot een wijziging van de Oproep wat betreft volgende punten:
Wijziging 1: In II.6. Gunningscriteria, 1A Laaddienstprijs per kWh, wordt de tabel met de scores per aangeboden Laaddienstprijs vervangen door een tabel waarbij er een grotere vork aan Laaddienstprijzen is.
Wijziging 2: In Deel III, artikel 5, Taken en verantwoordelijkheden Concessieverlener, worden de woorden “pubmoele Laadpalen” vervangen door de woorden “publieke Laadpalen”.
Wijziging 3: In Deel III, artikel 14, Prijsherziening, worden de maanden aangepast, zodat de indexen gekend zijn bij indiening van de offertes en op moment van aanvraag Prijsherziening.
Wijziging 4: In IV.3, Uitvoeringstermijn, wordt het einde van de uitvoeringtermijn verduidelijkt.
Wijziging 5: In IV.5.13, Omvang Laadpaal, wordt het maximale ruimtebeslag aangepast naar 110.000 mm2.
Wijziging 6: IV.5.36, Update protocollen, wordt verduidelijkt door het schrappen van de woorden "vaststelling van een nieuwe marktstandaard”.
Wijziging 7: In IV.5.45. NEN 1010. en IV.5.46. NEN/EN/IEC 61439 worden de NEN-normen vervangen door de NBN-normen
Sommige wijzigingen betreffen essentiële bepalingen van de oorspronkelijke Oproep, zodat het aangewezen is ook deze voor te leggen aan de Gemeenteraad.
Gezien de beperkte tijd tussen de uiterste indieningsdatum van de vragen om inlichtingen en/of opmerkingen, en de uiterste datum voor publicatie van de antwoorden, was er geen tijd om het rechtzettingsbericht voorafgaand aan de publicatie op 16 juli 2021 te laten goedkeuren door de gemeenteraad.
Daarom wordt aan de gemeenteraad gevraagd het rechtzettingsbericht (Nota van Inlichtingen 1 – Terechtwijzend Bericht 1) betreffende de Oproep voor een Concessie van openbare dienst met als voorwerp het leveren, installeren, onderhoud en exploiteren van publiek toegankelijke normale Laadinfrastructuur voor Elektrische Voertuigen in de stad Gent, gepubliceerd op 16 juli 2021, te bekrachtigen.
Bekrachtigt het bij dit besluit gevoegde rechtzettingsbericht (Nota van Inlichtingen 1 – Terechtwijzend Bericht 1) betreffende de Oproep voor een Concessie van openbare dienst met als voorwerp het leveren, installeren, onderhoud en exploiteren van publiek toegankelijke normale Laadinfrastructuur voor Elektrische Voertuigen in de stad Gent .
Bij Ministerieel Besluit van 13 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het COVID-19 coronavirus te beperken besloot de FOD Binnenlandse Zaken tot een sluiting, voorlopig tot en met 3 april 2020,van de inrichtingen die behoren tot de culturele, feestelijke, recreatieve, sportieve en horecasector.
De maatregelen werden nadien nog veelvuldig uitgebreid en gewijzigd, en blijven in bepaalde vorm nog geruime tijd van toepassing.
Bij raadsbesluit van 26 mei 2020 werden reeds in een aantal economische belastingen, gericht op doelgroepen die ernstig door de federale maatregelen werden getroffen, gedeeltelijke vrijstellingen voorzien, onder meer voor de belasting op het verstrekken van logies. Bij raadsbesluit van 28 september 2020 werd voor de belasting op logies, wat betreft de uitbaters die aan de forfaitaire belasting zijn onderworpen, die vrijstelling verlengd tot eind 2020.
Het stadsbestuur wenst de toeristische logiessector bijkomend te ondersteunen in het kader van haar relanceplan. Er zal voor de berekening van de belasting op het verstrekken van logies geen rekening worden gehouden met overnachtingen en bezoekers gedurende de maanden september, oktober en november 2021. Naar analogie met de regeling die de federale overheid trof voor de horeca wat het btw-tarief van ter plaatse genuttigde maaltijden en dranken betreft,zorgt dit bij de logiesuitbaters voor de nodige extra marge.
De maatregel geldt voor de logies die per overnachting worden belast. De logies die op forfaitaire basis per slaapplaats worden belast, genieten reeds van een kwijtschelding tot half april 2022.
De Teams Belastingen van het Departement Financiën zijn belast met de uitvoering van deze beslissing.
| Dienst* | Belastingen Wonen+ |
| Budgetplaats | 350240000 |
| 2022 | -600.000 |
| Totaal | -600.000 |
Voor de berekening van de belasting op het verstrekken van logies wordt geen rekening gehouden met overnachtingen en bezoekers gedurende de maanden september, oktober en november 2021.
Decreet Lokaal Bestuur, artikel 2
Decreet Lokaal Bestuur, artikel 2
Invoering LEZ, mogelijke uitbreiding LEZ en actualiteitsdebat rond dit thema.
Vlaams Belang heeft steeds consequent actie gevoerd tegen zowel de invoering van en uitbreiding van de LEZ. De invoering van de LEZ in Gent was en is nog steeds een asociale maatregel. Er zijn tal van voorbeelden van mensen die hier rechtstreeks door getroffen worden. De zogenaamde compenserende flankerende maatregelen zijn niets meer dan een druppel op een hete plaat. De Gentse maatregelen zijn repressief en zeker niet positief te noemen. Wie het ‘t minst breed heeft, wordt het zwaarst getroffen. Zo verdiende de Stad Gent inmiddels al miljoenen euro’s aan de LEZ. Heel wat Gentenaars die getroffen zijn door de concrete gevolgen van deze maatregel, ervaren de LEZ vaak als asociaal en beschouwen deze als een platte taks. Zelfs de meerderheidspartijen Open VLD en de sp.a vinden de uitbreiding van de LEZ een brug te ver en gingen op de rem staan. Deze maatregel maakte nochtans deel uit van het bestuursakkoord.
De invoering van de LEZ is duidelijk een lokale maatregel. Door de invoering van een aantal bovenlokale maatregelen (nationaal en Europees) is de LEZ een overbodige en nutteloze maatregel geworden. Ik verwijs hiervoor naar de verschillende nationale en en Europese maatregelen.
Aanzienlijke vermindering van de uitstoot van verontreinigende stoffen door de energievoorziening
Opleggen van normen voor luchtkwaliteit
Nationale emissiereductiedoelstellingen
Emissienormen en -plafonds voor de voornaamste verontreinigingsbronnen, van verontreiniging van voertuigen en schepen tot de energiesector en de verschillende industriële activiteiten.
Geleidelijke elektrificatie en vergroening van het wagenpark (CO2-uitstoot van de dienstvoertuigen met 40 procent te verminderen tegen 2030)
Verdere technische innovaties binnen de autosector, uitstootloze auto's zijn de toekomst
Vandaar, op voorstel van Vlaams Belang: Afschaffen van de LEZ
De LEZ wordt afgeschaft wegens overbodig door de invoering van nationale en Europese beleidsmaatregelen met bindende doelstellingen in het kader van het verbeteren van de luchtkwaliteit.
Nieuwe Gemeentewet, artikel 134, § 1.
Decreet over het lokaal bestuur, artikel 40 § 3
Nieuwe Gemeentewet, artikel 134 § 1.
In toepassing van artikel 134 § 1 Nieuwe Gemeentewet werd op 22 juli 2021 een "Politieverordening tot invoering van het bestuurlijk beslag ter bestrijding van geluidsoverlast veroorzaakt door motorvoertuigen" genomen door de burgemeester.
Deze politieverordening werd genomen in kader van de problematiek inzake "boomcars" (= voertuigen die hinder veroorzaken door bijzonder luide muziek) en de zogenaamde "knalpotterreur" (= voertuigen die hinder veroorzaken door lawaaierige, al dan niet aangepaste, motoren en uitlaten) die de laatste tijd bijzonder grote proporties aanneemt. Dit resulteert in een toenemend aantal meldingen en klachten vanuit verschillende kanalen die zich situeren op verschillende locaties binnen de stad. Op 26 juni 2021 ging bovendien nog een actie van een 120-tal bewoners van de wijk Muide - Meulestede door tegen de aanhoudende "knalpotterreur".
Het is dan ook duidelijk dat deze problematiek de leefbaarheid van de stad en de openbare rust van de inwoners aantast en dat een krachtdadig optreden aan de orde is.
Artikel 30 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt (de WPA), zoals deze bepaling thans in voege is, laat de leden van het operationeel kader van de politie toe om voorwerpen of dieren die een gevaar betekenen voor het leven of de lichamelijke integriteit van de personen of de veiligheid van goederen te onttrekken aan het vrij beschikkingsrecht van de eigenaar, de bezitter of de houder, en dit in de plaatsen waartoe zij wettelijk toegang hebben en zolang zulks met het oog op de openbare veiligheid of de openbare rust vereist is.
Deze mogelijkheid is niet van toepassing op situaties waarin geen rechtstreeks risico voor andermans leven, de fysieke integriteit of de veiligheid van goederen aanwezig is, maar die wel ernstige hinder veroorzaken voor omwonenden (bijv. aangepaste uitlaatsystemen van patserauto's, het onnodig in toeren jagen van opgedreven voertuigen,...). In die gevallen kan immers niet teruggevallen worden op de procedure voorzien in art. 30 WPA aangezien er geen direct gevaar voor het leven of de fysieke integriteit mee gemoeid is (wat wel het geval is bv bij onaangepast en roekeloos rijgedrag).
De gerechtelijke en bestuurlijke aanpak van patsergedrag en straatraces waarbij er een gevaar bestaat voor het leven of de fysieke integriteit van personen is momenteel reeds voorhanden.
Wat betreft de gerechtelijke aanpak is het zo dat het Parket van Oost-Vlaanderen eind 2019 een omzendbrief heeft uitgevaardigd zodat er forser tegen patsergedrag en straatraces kan opgetreden worden (Omzendbrief N° OBOV2019010 van 27 november 2019). Bij gevaarlijke en herhaaldelijke feiten kan sindsdien sneller worden overgegaan tot het intrekken van het rijbewijs, immobilisatie van het voertuig en zelfs arrestatie van de bestuurder indien er sprake is van zeer ernstige feiten. Deze gerechtelijke aanpak heeft steeds voorrang op een eventuele bestuurlijke inbeslagname.
Daarnaast zijn er ook gevallen waar een immobilisatie van het voertuig gedurende de duurtijd van de intrekking van het rijbewijs niet mogelijk is, bv. wanneer er weliswaar asociaal rijgedrag is doch geen overtredingen van de tweede graad werden vastgesteld. In die situaties is een toepassing van de bestuurlijke inbeslagname op grond van artikel 30 van de WPA mogelijk.
Momenteel is er echter, zoals hoger uiteengezet, sprake van overlast en verstoring van de openbare rust door patserauto's, boomcars en de zogenaamde "knalpotterreur". Naast de bestaande mogelijkheden om geluidsoverlast van wagens reeds aan te pakken (met name het opleggen van een boete bij te luide auto’s alsook de afkeuring van de wagen indien knalpotten een gevolg zijn van een ombouwing waardoor de auto niet meer conform de technische eisen is) kan ook in deze gevallen een bestuurlijke inbeslagname een zeer adequaat middel zijn om een onmiddellijk einde te maken aan de rustverstoring.
Met het Politiereglement op de openbare rust en de veiligheid, goedgekeurd in de gemeenteraad van 19 januari 1998, is er reeds een verbod op het in werking stellen van de geluidsversterking in een voertuig op een zodanig geluidsniveau dat hoorbaar is voor wie niet in het voertuig heeft plaatsgenomen (artikel 6) én een verbod op nachtgerucht (artikel 7) in voege maar de handhaving middels een gemeentelijke administratieve sanctie blijkt niet adequaat voor een onmiddellijk herstel van de openbare rust. Gelet op de zware administratieve procedure die de GAS wet voorziet kan de effectieve administratieve geldboete immers pas ten vroegste weken na de inbreuk worden opgelegd, waardoor GAS geen structurele oplossing vormt voor het overlastprobleem ter plaatse.
Een preventieve politiemaatregel waarbij de bron van de overlast per direct wordt weggenomen, is dan ook noodzakelijk. Een gelijkaardige aanpak ten aanzien van bronnen van elektronische geluidsversterking (en dan vooral de wijdverspreide draagbare geluidsboxen die bv aan met een gsm kunnen worden gekoppeld) heeft de effectiviteit van dergelijke preventieve bestuurlijke inbeslagname reeds aangetoond.
De inbeslagname is een dwangmaatregel waarbij een zaak tijdelijk aan het vrije beschikkingsrecht van de eigenaar of bezitter wordt onttrokken ter vrijwaring van de openbare rust. Het is dus geen straf maar een preventieve handeling, zonder eigendomsoverdracht, die een verstoring van de openbare rust moet doen ophouden.
De gemeente is op grond van artikel 135 Nieuwe Gemeentewet bevoegd om geluidshinder met preventieve politiemaatregelen tegen te gaan. Onder meer preventieve politiemaatregelen aangepast aan de concrete ordehandhavingsbehoefte (zoals een (tijdelijke) inbeslagname van een geluidstoestel (bv. muziekinstallatie)) om rustverstoring te voorkomen of verdere rustverstoring tegen te gaan, worden in principe toegestaan door de Raad van State.
Gelet op de druk op het openbaar domein (door de zomerperiode en de geldende corona-maatregelen) en de ernst van de verstoring van de openbare rust, kon er niet gewacht worden op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad op 27 september 2021 en was een dringend optreden van de burgemeester vereist.
Artikel 134, § 1, van de Nieuwe Gemeentewet bepaalt dat in geval van oproer, kwaadwillige samenscholing, ernstige stoornis van de openbare rust of andere onvoorziene gebeurtenissen, waarbij het geringste uitstel gevaar of schade zou kunnen opleveren voor de inwoners, de burgemeester politieverordeningen kan maken, onder verplichting om daarvan onverwijld aan de gemeenteraad kennis te geven, met opgave van de redenen waarom hij heeft gemeend zich niet tot de raad te moeten wenden. Voornoemde verordeningen vervallen dadelijk, indien zij door de raad in de eerstvolgende vergadering niet worden bekrachtigd.
Daarom werd met voorliggende verordening aan politie de mogelijkheid geboden om, ter bestrijding van de overlast veroorzaakt door zogenaamde "boomcars" en "knalpotterreur", de motorvoertuigen die de geluidsoverlast veroorzaken bestuurlijk in beslag te nemen als preventieve politiemaatregel. Het bestuurlijk beslag beoogt de onmiddellijke vrijwaring en herstel van de openbare rust en is geen sanctie, maar een preventieve maatregel.
De minimale duur van het beslag bedraagt 72 uur, hetgeen een effectief herstel van de openbare rust moet toelaten. Bovendien moet ook de procedure zijn administratief beloop kunnen hebben. Indien de openbare rust dit vereist, kan de duur van het beslag uitzonderlijk verlengd worden.
Het beslag impliceert de onmiddellijke takeling en bewaring van het voertuig en is dan ook onderworpen aan het reglement "Belasting op het takelen en bewaren van voertuigen", goedgekeurd in de gemeenteraad van 18 december 2019.
Onderhavige politieverordening trad door het acuut karakter onmiddellijk in werking en geldt tot en met 31 december 2021 waarna de verordening geëvalueerd wordt.
Artikel 134, § 1, van de Nieuwe Gemeentewet schrijft voor dat dergelijke politieverordening van de burgemeester op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad moet worden bekrachtigd.
Bekrachtigt de " Politieverordening tot invoering van het bestuurlijk beslag ter bestrijding van geluidsoverlast veroorzaakt door motorvoertuigen", genomen door de burgemeester in toepassing van artikel 134 § 1 van de Nieuwe Gemeentewet op 22 juli 2021 .
De gemeenteraad heeft in de zitting van 23 juni 2020 Sonja Welvaert, gemeenteraadslid, voorgedragen als bestuurder namens het lid Stad Gent in de raad van bestuur van de EVA vzw De Fietsambassade Gent.
Keurt goed de voordracht van Patricia De Bruyne als bestuurder namens het lid Stad Gent in de raad van bestuur van de EVA vzw De Fietsambassade Gent.
Deze aanstelling gebeurt onder de voorwaarde van het naleven van de Deontologische code voor lokale mandatarissen, zoals goedgekeurd op 20 november 2017, en gewijzigd op 17 december 2018, 21 oktober 2019 en 21 juni 2021.
De gemeenteraad heeft op 25 maart 2019 de aanduiding van de stemgerechtigde leden in het gezamenlijk Intern Auditcomité voor Stad en OCMW Gent goedgekeurd.
De Open Vld-fractie wenst over te gaan tot een vervanging in het gezamenlijk Intern Auditcomité voor Stad en OCMW Gent.
De gemeenteraad keurt goed de vervanging van Stephanie D'Hose door Nicolas Vanden Eynden, namens de Open Vld-fractie, als lid met stemrecht van het gezamenlijk Intern Auditcomité voor Stad en OCMW Gent.
Ignaas Vandenabeele namens COURTPARK NV en de heer Ignaas Vandenabeele diende een omgevingsvergunningsaanvraag in voor gronden gelegen aan Doornsteeg , Gebroeders Van Eyckstraat en Keizer Karelstraat 1 kadastraal gekend als afdeling 4 sectie D nrs. 648G, 648K en 648H en op openbaar domein.
Deze aanvraag werd op 24/12/2020 ingediend bij het college van burgemeester en schepenen. Op 03/02/2021 werd het dossier volledig en ontvankelijk verklaard.
Beschrijving aanvraag:
Het plangebied omvat de site van het voormalige ‘Belgacom’-gebouw, nu Portussite genoemd. Deze site kenmerkt zich door de dominante aanwezigheid van een T-vormige kantoortoren (17.000m²) langs de Keizer Karelstraat en zijn technische bijgebouw (12.000m² - reeds gesloopt) aan de achterzijde langs de Doornsteeg. De oppervlakte van het totale plangebied bedraagt ca. 1,5 ha.
Op deze site werden reeds 2 Omgevingsvergunningen afgeleverd, namelijk op 7 november 2019 en op 23 juli 2020 (respectievelijk fase 1: OMV_2019098384 en fase 2: OMV_2020048273). Deze aanvragen omvatten het slopen van de technische bijgebouwen en het bouwrijp maken van het perceel. Beide vergunningen werden aangevraagd met het oog op een herontwikkeling van deze site zoals voorzien in het RUP Portus. Deze sloop- en saneringswerken werden reeds aangevat.
Voorliggende aanvraag betreft “fase 3” van de herontwikkeling van de Portus-site. Namelijk een combinatie van de gedeeltelijke renovatie van het bestaand gebouw dat tot voor kort een kantoorfunctie huisvestte, de zogenaamde Belgacomtoren in combinatie met een gemengd nieuwbouwproject ter hoogte van de reeds gesloopte grootschalige bebouwing daarachter. Ook wordt een nieuw openbaar park aangelegd en wordt het openbaar domein aan de randen van de projectsite aangepast en heringericht.
De inplanting van de gebouwen is gebaseerd op de bestaande footprint van het kantoorgebouw en de creatie van een nieuw achterliggend bouwblok. De randen worden afgewerkt met nieuwe bouwvolumes. Die gebouwen worden, net zoals in de huidige toestand, op een sokkel voorzien. Er ontstaat hierdoor een verhoogd binnengebied (9.13 TAW) dat vanuit diverse zijdes toegankelijk wordt gemaakt door middel van hellingen, trappartijen en liften. Dit binnengebied is over de volledige footprint onderkelderd over 3 ondergrondse verdiepingen (met uitzondering van de verdiepte patio die op niveau -1 komt te liggen). Het ontwerp voorziet in een voldoende opbouw van substraat (namelijk 145cm) waardoor er een groen binnengebied kan worden bekomen. Centraal in de groenzone is een patiotuin voorzien die licht en lucht kan bieden aan de ondergrondse laag die zich op niveau -1 bevindt. Verder worden de verschillende deelprojecten met elkaar verbonden over deze tuinzone met wandelpaden, waarlangs ook de toegangen tot deze gebouwen worden ontsloten. Deze paden worden doorgetrokken naar het omliggende openbare domein waardoor de groene zone voor de bewoners en gebruikers van deze collectieve private buitenruimte toegankelijk wordt gemaakt via de Doornsteeg, Veermanplein, kant Nederschelde en Gebroeders Van Eyckstraat. Het binnengebied bevindt zich volledig op privaat domein en maakt geen onderdeel uit van het openbare domein.
Het project betreft een bouwblok dat op zich omgeven is door bestaand openbaar domein. Langs alle zijdes wordt een heraanleg van het openbaar en een wijziging van de rooilijn voorzien in aansluiting op de nieuwe bebouwde omgeving. Deze omgevingsaanleg is gekoppeld aan een overdracht van diverse gronden:
Ten noorden wordt een nieuwe openbaar park voorzien dat grenst aan de Nederschelde en een oppervlakte heeft van ca. 2.000m². Doorheen het park slingert een secundair parkpad dat eveneens toegang biedt naar de appartementen. Dit pad wordt aangelegd in een waterdoorlatende verharding. Er is gestreefd om de totale verharde oppervlakte te beperken. Langsheen het water wordt een nieuwe weg voorgesteld met een breedte van 2,5m. Dit pad heeft een schrikstrook in grasvoeg (langsheen het water) en een bewandelbare strook in greskeien van 2m. Langsheen de noordzijde van het nieuwe gebouw wordt ook een privatieve groenstrook voorzien. De grens openbaar – privaat wordt door een boordsteen gerealiseerd. De aanvraag voorziet dat het onderhoud van deze privatieve groenstrook via het privaat domein kan worden georganiseerd. Uit de schaduwstudie wordt duidelijk dat het toekomstig park voor een groot deel van het jaar in de schaduw van de nieuwe bouwvolumes zal komen te liggen. Het gebruik van deze parkruimte wordt eerder gezien als een passieve en meer extensieve parkomgeving als aanvulling op de meer zongericht en open parkstructuur richting het Veermanplein. Het is de ambitie van de stad Gent om in de nabije toekomst het Veermanplein en Jules de Vigneplein als een continue groenstructuur in te richten. Het bestaande hoger gelegen bastion wordt behouden als een uitzichtpunt dat uitkijkt over de Portus Ganda. Voor de boomsoorten wordt gekozen uit de aangeleverde ‘aanbevolen lijst struiken en bomen’ van de stad Gent. Een mix tussen hoogstammige en meerstammige bomen zorgt voor afwisselende doorzichten en gelaagdheid.
Het nieuwe plein aan de zijde van de Keizer Karelstraat wordt beschouwd als een ‘groen’ plein met minimale verharding en met behoud van de bestaande waardevolle bomen. Het openbaar plein heeft een oppervlakte van 700m². De scheiding tussen privaat en openbaar domein wordt op een heldere manier gerealiseerd door een boordsteen bij een continue verhardingstype, een overgang tussen beplantingszones en verharding en een overgang tussen verschillende verhardingstypes.
Het plein wordt een ontmoetingsruimte met zitplekken aan de recafunctie in deelproject B. Uit de schaduwstudie blijkt dat deze plek, in tegenstelling tot het noordelijke park, wel zongericht is.
Een aantal vaste plantenborders worden rond de terraszone voorzien. Op het plein worden ook een aantal hoogstambomen aangeplant. De twee Metasequioa’s, aan Gebroeders Van Eyckstraat, blijven behouden. Langsheen de Gebroeders Van Eyckstraat wordt een zitbank geplaatst om het hoogteverschil tussen de stoep en de stamvoet van de bomen egaler op te vangen. Voor de toekomstige werkzaamheden rond de Metasequoia’s is contact opgenomen met een boomdeskundige. Zij zullen tijdens het verdere verloop van het proces ook worden betrokken.
De Doornsteeg wordt verbreed overeenkomstig te RUP-voorschriften tot een breedte tussen de rooilijnen van 9m. Hiervoor wordt een strook private grond opgenomen in het openbaar domein. Het bestaande voetpad verdubbelt hierdoor in breedte. Ook langs de hellingbaan naast de Doornsteeg wordt een zone overgedragen en met een tijdelijke groeninrichting ingevuld, in afwachting van een definitieve heraanleg van de Doornsteeg. Deze aanleg is niet opgenomen in voorliggende aanvraag.
Langsheen de Gebroeders Van Eyckstraat wordt een openbare laad- en loszone voorzien. Het voetpad wordt achter deze zone voorzien om conflicten met vrachtwagens te vermijden.
Aan de noordwestelijke zijde wordt langsheen het water een deel nieuwe openbare weg gecreëerd. In deze zone loopt dezelfde weg langs het water zoals voorzien in het park. De overige delen worden aangelegd met greskeien met grasvoeg om brandweervoertuigen en onderhoudsdiensten van de sluis op te vangen.
Aan de zijde van Veermanplein wordt een deel van de private bebouwing op bestaand openbaar domein gepland zoals voorzien in het RUP. De nieuwe rooilijn komt hier te liggen op de voorgevels. Het deel van het plein tussen de nieuwe gebouwen en het fietspad worden tijdelijk heraanlegd met beplanting totdat een totaalontwerp voor het Veermanplein in uitvoering is. De timing hiervoor is nog onbekend.
Procedure:
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 12 februari 2021 tot 13 maart 2021.
Resultaat : geen petitielijsten, 3 schriftelijke bezwaren, geen schriftelijke gebundelde bezwaren, geen mondelinge bezwaren en 3 digitale bezwaren
Het tweede openbaar onderzoek werd gehouden naar aanleiding van een wijzigingslus van 20 juli 2021 tot 18 augustus 2021.
Resultaat : geen petitielijsten, geen schriftelijke bezwaren, geen schriftelijke gebundelde bezwaren, geen mondelinge bezwaren en 2 digitale bezwaren
De gemeentelijk omgevingsambtenaar heeft deze aanvraag voorwaardelijk gunstig geadviseerd. Het advies van de omgevingsambtenaar is aan dit besluit toegevoegd. Dit verslag bevat eveneens een samenvatting en bespreking van de bezwaren.
In uitvoering van artikel 12 van het decreet over de gemeentewegen keurt de gemeenteraad een rooilijnplan goed. In uitvoering van artikel 31§1 van het decreet betreffende de Omgevingsvergunning neemt de gemeenteraad een beslissing over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg alvorens de bevoegde overheid een beslissing neemt over de vergunningsaanvraag. De gemeenteraad neemt daarbij kennis van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek. De gemeenteraad spreekt zich ook uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein.
Het vergunningverlenend bestuursorgaan is van oordeel dat een vergunning kan verleend worden op basis van het advies van de omgevingsambtenaar.
De gemeenteraad is van oordeel dat het voorstel van wegaanleg kan goedgekeurd worden om volgende redenen:
De inplanting van de gebouwen is logischerwijs gericht als in een klassiek bouwblok naar de randen van de potentiële bouwzone zodat langs alle zijdes een leesbaar afgebakend openbaar domein tot stand komt. De positionering van de nieuwbouwvolumes volgt de RUP zonering en ligt in lijn met de bebouwing aan de zuidkant. De gewenste stedenbouwkundige inplanting wordt dus gevolgd.
De positionering van de gebouwen, evenwijdig aan het openbaar domein, heeft als gevolg het creëren van een binnengebied met een groen karakter, dit op een verhoogd plateau. Dit binnengebied is geconnecteerd met de omliggende straten en krijgt een semi-publiek karakter gezien het zich volledig op privaat domein bevindt maar tegelijk ook toegankelijk is als collectieve buitenruimte.
Projectgebied D en E worden ook toegankelijk gemaakt via deze binnentuin, waarbij voor Deel E dit de enige toegang is. Verder wordt het binnengebied ook toegankelijk gemaakt voor de brandweer, dit via de Doornsteeg. Diezelfde toegang leidt ook naar een laad- en loszone die zich op deze plateau tussen project B en C bevindt.
De collectieve binnentuin is een meerwaarde voor het project daar dit als groenbuffer kan dienen tussen de deelprojecten maar tegelijk ook veel extra buitenruimte genereert voor de appartementen. Daarnaast zal de dieper gelegen patiotuin ook licht en lucht trekken naar de ondergrondse laag, daar waar zich de diensten bevinden.
De openbare zones, langs de buitenschil, worden voorzien zoals opgelegd in de RUP-voorschriften. De exacte contour van de openbare ruimtes wordt in voorliggende aanvraag vastgesteld. Er komt in vergelijking met de huidige situatie een aanzienlijke vergroening en ontharding tot stand. Het park, gelegen langs de Nederschelde, biedt een meerwaarde voor de nieuwe bewoners én voor de ruimere omgeving en is gunstig gelegen langsheen het water. Het kan in de toekomst functioneren als een uitloper van het Veermanplein. Het groene plein aan de Keizer Karelstraat zorgt voor een groen rustpunt op het einde van de recent heraangelegde Reep. Door dit plein rondom de reca functie te voorzien wordt deelproject B kwalitatief ingebed in zijn omgeving en kunnen enkele waardevolle bomen worden opgenomen in het openbaar domein. De aanpassing van de rooilijn laat ook hier een breder voetpad toe en dus een aangenamere opstapmogelijkheid voor de bussen.
De nieuwe wegenis is gericht op fietsers en wandelaars en takt aan op het bestaande netwerk van wegen. Het ontwerp van de infrastructuur houdt rekening met de standaardtypes en voorkeuren die zijn beschreven in het Integraal Plan Openbaar Domein van stad Gent. Er zijn enkele aanpassingen nodig in het ontwerp om te voldoen aan bovenstaande richtlijnen. Deze aanpassingen moeten samen met onderstaande verfijningen worden opgenomen in de opmaak van het technisch dossier:
Groenaanleg:
Openbaar domein:
Bovenstaande punten worden mee opgenomen in de bijzondere voorwaarden.
Het toegevoegde rooilijnenplan geeft 5 verschillende loten weer. Deze hebben in de bestaande toestand volgende statuten:
De loten die tot op heden een privatief karakter hadden worden overgedragen naar het openbaar domein van de stad. Lot 2, het enige lot dat tot op heden een openbaar karakter had, wordt overgedragen naar privatieve eigendom en dit in overeenstemming met de bestemmingszones van het RUP. Deze kosteloze grondoverdrachten zijn in verhouding tot het projectontwerp. De delen opgenomen in het rooilijnenplan komen in aanmerking om te worden opgenomen in het openbaar domein. Dit wordt via lastoplegging opgenomen in de vergunning.
De voorgestelde werken voldoen dus aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit. Er wordt voldaan aan de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen.
Het algemeen bouwreglement van de Stad Gent omvat geen reglementering inzake het opleggen van lasten bij omgevingsvergunningen. Op basis van bovenstaande beoordeling is het redelijk en proportioneel te verantwoorden om in deze omgevingsvergunningsaanvraag lasten op te leggen aan de houder van de vergunning.
Het voorstel van wegenis moet aangepast worden op een aantal punten. Het gaat echter om beperkte aanpassingen die door het vergunningverlenende bestuursorgaan als voorwaarde kunnen opgelegd worden in het kader van de beslissing over deze omgevingsvergunningsaanvraag.
Keurt het rooilijnplan, zoals opgenomen in bijlage, goed.
keurt de ligging, breedte en uitrusting van de gemeentewegen, zoals ontworpen in de omgevingsvergunningsaanvraag, gelegen Doornsteeg , Gebroeders Van Eyckstraat en Keizer Karelstraat 1 en kadastraal gekend als afdeling 4 sectie D nrs. 648G, 648K en 648H en op openbaar domein, goed mits voldaan wordt aan volgende voorwaarden:
legt aan de houder(s) van de omgevingsvergunning, bij afgifte van de vergunning, de hiernavolgende lasten op:
LAST 1 – Aanleg wegenis en riolering
De houder van de vergunning is verplicht om de openbare wegenis met inbegrip van de riolering, zoals aangegeven op het plan en aangepast aan de opgelegde voorwaarden, aan te leggen op eigen kosten.
TER INFORMATIE:
In de hoedanigheid van toekomstige eigenaar-wegbeheerder/beheerder van de openbare riolering stellen de Stad Gent en Farys minimale kwaliteitseisen m.b.t. de technische uitvoering (materiaalkeuze, samenstelling fundering, e.d.) van de wegenwerken.
Om die reden moet nog een technisch dossier worden ingediend bij de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen van de Stad Gent en bij Farys.
Het definitieve technische dossier moet (aangepast ingevolge bijkomende technische opmerkingen vanwege de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen of Farys) bestaan uit een grondplan bestaande toestand, grondplannen ontworpen toestand (riolering/ wegenis/groen), lengteprofielen, dwarsprofielen en details van de kunstwerken. De vereisten waaraan deze plannen moeten voldoen, kunnen opgevraagd worden via tdwegen@stad.gent.
Het definitieve technisch ontwerp moet, samen met het bestek, de hydraulische nota en de gedetailleerde raming ter goedkeuring digitaal overgemaakt worden aan de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen (tdwegen@stad.gent).
Dit goedgekeurde definitieve technisch ontwerp dient als basis voor de aanbesteding of onderhandse overeenkomst. Een kopie van de inschrijving moet overgemaakt worden aan de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen.
De aanvangsdatum van de werken moet minimum 14 kalenderdagen vooraf aan de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen worden meegedeeld. De houder van de vergunning belegt vooraf een coördinatievergadering met de ontwerper, de aannemer en het stadsbestuur (Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen).
De uitvoering van de proeven, voorzien in het bestek, kunnen door het stadsbestuur geëist worden. In ieder geval zal de uitslag van de genomen proeven aan de Stad medegedeeld worden.
De houder van de vergunning moet, op zijn kosten, instaan voor het leveren en plaatsen van de nodige verkeersborden en het aanbrengen van de nodige wegmarkeringen, op de site en aan de bestaande, aanpalende weg, volgens de aanduidingen van het IVA Mobiliteitsbedrijf Stad Gent – Cel Verkeerstechnische Taken (VTT) . De houder van de omgevingsvergunning moet daartoe een gegeorefereerd plan (digitaal aan te leveren in dwg en pdf) met aanduiding en inplanting van de aan te brengen verkeerssignalisatie voor nazicht en goedkeuring voor te leggen aan het IVA Mobiliteitsbedrijf Stad Gent – Cel Verkeerstechnische Taken (VTT) via mobiliteit@stad.gent met vermelding ‘VTT – verkavelingsplan’.
Algemene regel inzake uitvoering van de wegenwerken: De wegenwerken worden in principe in één geheel uitgevoerd en volledig afgewerkt, waarna de afgewerkte weg (voorlopig en definitief) opgeleverd kan worden in aanwezigheid van de Stad Gent i.f.v. latere kosteloze afstand aan de Stad Gent (zie verder).
Vóór de voorlopige oplevering moet op kosten van de houder van de omgevingsvergunning een GRB-conform as-built plan opgemaakt worden. Dit as-built plan wordt door de houder van de omgevingsvergunning ingediend bij Informatie Vlaanderen (ter info zie: https://overheid.vlaanderen.be/GRB-As-builtplannen). De voorlopige oplevering kan pas doorgaan als een schriftelijke goedkeuring van Informatie Vlaanderen i.v.m. de conformiteit aan het GRB voorgelegd wordt.
LAST 2 – Openbaar groen
De houder van de vergunning is verplicht om het openbaar groen zoals aangegeven op het plan en aangepast aan de opgelegde voorwaarden, aan te leggen op eigen kosten.
De houder van de vergunning moet, op zijn kosten, een ontwerper aanstellen voor het opmaken van een ontwerp-beplantingsplan. Het ontwerp moet, samen met de gedetailleerde raming, in dubbel exemplaar overgemaakt worden aan de Groendienst, AC Zuid Woodrow Wilsonplein 1 te 9000 Gent, telefoon 09 323 66 00, mail groendienst@stad.gent.
Het door het college aangenomen ontwerp dient als basis voor de aanbesteding of onderhandse overeenkomst. De aanduiding van de aannemer moet aan de Groendienst ter goedkeuring voorgelegd worden. Een kopie van de inschrijving, het bestek en de plannen moet door de houder van de vergunning, in dubbel exemplaar, overgemaakt worden aan de Groendienst.
De aanvangsdatum van de werken moet minimum 14 kalenderdagen vooraf aan de Stad worden meegedeeld.
De beëindiging van de werken moet aan de Groendienst worden meegedeeld. De onderhoudsperiode van 3 jaar gaat in op de datum van de voorlopige oplevering van de werken. Op het einde van deze termijn van 3 jaar volgt de definitieve oplevering. De Stad Gent neemt het onderhoud van het openbaar groen over vanaf de definitieve oplevering van de werken.
LAST 3 –Aanleg van nutsvoorzieningen
De houder van de vergunning staat – op eigen kosten – in voor het (laten) aanleggen van nieuwe en/of het (laten) aanpassen van bestaande nutsvoorzieningen naar en in de nieuwe wegenis.
Ongeacht de verplichting tot aanpassing van bestaande nutsvoorzieningen, moeten de volgende nutsvoorzieningen minimaal aangelegd worden:
- elektriciteit
- water
- kabeltelevisie
- telecommunicatie
- openbare verlichting
De voorwaarden uit de adviezen van Eandis, FARYS, Telenet en Proximus NV dienen strikt nageleefd te worden.
De ontwikkelaar moet telkens instaan voor de kosten en lasten van het installeren van de openbare verlichting. Dit dient te gebeuren volgens de richtlijnen van de Stad Gent (en Eandis), opdat de Stad Gent bij overdracht van het openbaar domein ook het beheer van de verlichting kan overnemen. De ontwikkelaar dient ruime tijd voor de start van de uitvoeringswerken advies op te vragen bij de lichtcel, via het volgende emailadres: openbareverlichting@stad.gent. De openbare verlichting dient telkens conform het Lichtplan te worden geplaatst. Alle info over het lichtplan is te raadplegen via www.stad.gent/gentverlicht.
LAST 4 – Kosteloze grondafstand
Lot 1, 3, 4, 5 en 6 (zoals opgenomen in het rooilijnenplan) moeten kosteloos overgedragen worden aan Stad Gent en zullen het statuut van openbaar domein krijgen.
Lot 2 zal kosteloos worden overgedragen aan de projectsite en zal het statuut van private eigendom krijgen.
De weg (met zijn uitrusting en riolering), alsook de zones voor openbaar groen zullen uiterlijk één jaar na de definitieve oplevering van de laatst uitgevoerde uitrustingswerken kosteloos aan de stad worden afgestaan.
De akte van overdracht wordt verleden voor een notaris die door de houder van de vergunning wordt aangeduid. Alle kosten met betrekking tot deze akte (opmaken, verlijden, registreren, overschrijven, …) zijn ten laste van de houder van de vergunning. Een attest van kosteloze grondafstand is bij het dossier gevoegd.
De basis voor de akte van overdracht is een goed opmetingsplan dat aan een aantal vereisten moet voldoen. Die vereisten moeten worden opgevraagd bij de Dienst Vastgoedbeheer, Sint-Salvatorstraat 16 te 9000 Gent, telefoon 09 266 59 70, email: vastgoedbeheer@stad.gent.
Alvorens de akte kan worden verleden, moet dat opmetingsplan samen met het ontwerp van de akte worden voorgelegd aan de Dienst Vastgoedbeheer voor nazicht en goedkeuring door de gemeenteraad.
Stijn Bernaerdt namens Stad Gent diende een omgevingsvergunningsaanvraag in voor gronden gelegen aan Berkhoutsheide , Kikvorsstraat en Smaragdstraat kadastraal gekend als afdeling 8 sectie H nrs. 648R, 651D, 651C, 651B, 652E, 652B, 653P, 653A2, 653K, 653M, 653L, 653V, 653T, 653N, 653R, 653S, 653E2, 654E2, 654F2, 655C3, 658C4, 658X3, 658P4, 658B4, 658N4, 658D5, 658E4, 658G4, 658W3, 658V4, 658W4, 658B5, 658C5, 658L5, 658T3, 658H4, 658M4, 658F4, 658G5, 658H5, 658Z3, 658X4, 658F5, 658Y3, 658A5, 658R4, 658K5, 658K4, 658Y4, 658E5, 658A4, 658D4, 658V3, 658Z4, 658D3, 658K3, 658L4, 658S4, 658T4, 659V2, 663X2 en 669K5 en op openbaar domein.
Deze aanvraag werd op 16/03/2021 ingediend bij het college van burgemeester en schepenen. Op 13/04/2021 werd het dossier volledig en ontvankelijk verklaard.
Beschrijving aanvraag:
Voor het stadsvernieuwproject Nieuw Gent Vernieuwt werd in 2017 een ontwikkelingsplan goedgekeurd. In het ontwikkelingsplan wordt onder meer ruimte gezocht voor de nieuwbouw van ongeveer 650 sociale woningen. Om een van de nieuwbouw woningclusters uit het project mogelijk te maken, is een omlegging van de Kikvorsstraat (ongeveer ter hoogte van de bocht aan de Edelsteenstraat) nodig. Volgens het ontwikkelingsplan krijgt de Kikvorsstraat ook een nieuw profiel en meer duurzame inrichting. Gekoppeld aan deze herinrichting en omlegging van een deel van de Kikvorsstraat en Edelsteenstraat wordt ook Berkhoutsheide en de Smaragdstraat heraangelegd, in functie van de realisatie van een gescheiden rioleringsstelsel en ontharding.
Aanpassing rooilijn
Procedure:
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 23 april 2021 tot 22 mei 2021.
Resultaat : geen petitielijsten, geen schriftelijke bezwaren, geen schriftelijke gebundelde bezwaren, geen mondelinge bezwaren en 6 digitale bezwaren
De gemeentelijk omgevingsambtenaar heeft deze aanvraag geadviseerd. Het advies van de omgevingsambtenaar is aan dit besluit toegevoegd. Dit verslag bevat eveneens een samenvatting en bespreking van de bezwaren. De bezwaren hebben vooral betrekking op de nieuwe riolering en niet op het voorstel van de nieuwe rooilijn of de heraanleg van de straat op zich.
In uitvoering van artikel 12 van het decreet over de gemeentewegen keurt de gemeenteraad een rooilijnplan goed. In uitvoering van artikel 31§1 van het decreet betreffende de Omgevingsvergunning neemt de gemeenteraad een beslissing over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg alvorens de bevoegde overheid een beslissing neemt over de vergunningsaanvraag. De gemeenteraad neemt daarbij kennis van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek. De gemeenteraad spreekt zich ook uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein.
Het vergunningverlenend bestuursorgaan is van oordeel dat een vergunning kan verleend worden op basis van het advies van de omgevingsambtenaar.
De gemeenteraad is van oordeel dat het voorstel van wegaanleg kan goedgekeurd worden om volgende redenen:
De belangrijkste uitgangspunten voor het ontwerp zijn de volgende:
Duidelijk leesbare en veilige wegenaanleg
De hoofdontsluitingsweg voor de wijk is de lusvormige weg gevormd door de Kikvorsstraat en de Edelsteenstraat. Deze as wordt als zone 30 aangelegd, de breedte van de weg wordt bepaald door de ruimte die nodig is voor de bus. Ter hoogte van de bochten is deze weg bijgevolg breder dan in de rechte delen.
Binnen het nieuwe vervoersplan van de Lijn is beslist om de bus een aangepast traject te geven. In de toekomst zal de bus via de Zwijnaardsesteenweg en de Edelsteenstraat de wijk binnen komen. Ter hoogte van de Hagedisstraat, De Pintelaan en Salamanderstraat zal de bus in een lus rijden om op het kruispunt met de Salamanderstraat z’n eindhalte te bereiken. Bij het verlaten van de wijk rijdt de bus terug weg langs de zijde van de Edelsteenstraat richting Steenakker.
Binnen het huidige projectgebied is ter hoogte van de noordelijke aansluiting van Berkhoutsheide en ter hoogte van het gebouw Windekind een bushalte voorzien.
De Kikvorsstraat wordt aangelegd in asfalt, langsheen het volledige traject worden aan beide zijden parkeerplaatsen voorzien waar dit mogelijk is. De parkeerplaatsen worden zoals steeds aangelegd in kasseien. Tevens worden ook aan beide zijden van de weg voldoende brede voetpaden voorzien in betonstraatstenen in het dubbelklinkerformaat. Ter hoogte van de kruispunten worden op de logische looplijnen veilige oversteekplaatsen ingericht.
De overige straten binnen het projectgebied worden aangelegd als woonerf. Hier is de wagen te gast en is de weg in de eerste plaats een ruimte om te verblijven, te spelen en je buren te ontmoeten. We maken dit leesbaar door het beperken van de verhardingsbreedte tot een loper van 4m. Alle gebruikers maken gebruik van deze loper, deaanleg in betonstraatstenen geeft duidelijk aan dat de voetganger hier de belangrijkste gebruiker is. De snelheid van de wagens wordt in deze woonerven onder controle gehouden door de aanleg van asverschuivingen en rijbaankussens.
Ook binnen de woonerven worden een aantal parkeerplaatsen ingericht, het is echter niet de bedoeling dat geparkeerde wagens en het bijhorende zoekverkeer hier de overhand nemen.
Straten die nu nog niet aangelegd worden maar in de toekomst in aanmerking komen om als woonerf uitgevoerd te worden, zoals de Robijnstraat en de Safierstraat, krijgen een doorlopend voetpad zodat de wegencategorisering nu reeds duidelijk wordt.
Alle huidige rijrichtingen blijven mogelijk, enkel in Berkhoutsheide wordt éénrichtingsverkeer ingevoerd van aan de aantakking thv de nieuwbouw Saturnus tot aan het kruispunt met de doodlopende pijpenkop.
Duidelijke grens tussen privaat en openbaar domein: => nieuw rooilijnplan
Tot op vandaag waren alle gronden tot en met de bedding van de wegenis nog steeds eigendom van de huisvestingsmaatschappijen die hier woningen beheren.
Dit wordt gewijzigd, waarbij gestreefd worden op de gronden maximaal over te dragen aan de stad, rekening houdende dat de sanitaire putten van de woningen privatief blijven. De nieuwe rooilijnen zijn in onderling overleg met de betrokken huisvestingsmaatschappijen tot stand gekomen en houden rekening met hun toekomstige plannen.
Teneinde de grens tussen privaat en openbaar domein duidelijk te maken wordt een verzonken boordsteen geplaatst thv de rooilijn.
Aanleg van voldoende parkeerplaatsen zonder tijdelijk overaanbod
Binnen het ontwikkelingsplan is een visie ontwikkeld in verband met parkeren. Hierbij is uitgegaan van de parkeerrichtlijnen van de stad waarbij voor sociale woningen 0,5 parkeerplaats per wooneenheid wordt gerekend.
Bijzondere aandacht voor het klimaat
We merken vandaag reeds de gevolgen van een wijzigend klimaat, we krijgen steeds langere, drogere en warmere periodes en de sporadische zomerbuien zijn heviger dan voorheen. We merken tevens op dat het in de binnenstad heel wat warmer is dan in de buitengebieden op zomerse nachten. Om ons aan te passen aan deze omstandigheden dienen we onze gebouwen, tuinen, parken en wegen anders aan te leggen.
Binnen dit project proberen we zoals we momenteel overal doen in de eerste plaats enkel te verharden wat functioneel strikt noodzakelijk is. Hierbij gaan we er van uit dat iedere verharding intensief moet gebruikt worden en als we dit niet kunnen aantonen leggen we ze niet aan.
Ook proberen we maximaal verhardingen een dubbel gebruik te geven, zo vallen bijvoorbeeld de brandwegen binnen de parkzone samen met de parkpaden en is de rijloper op de parking ter hoogte van het gebouw Windekind iets dichter tegen het gebouw voorzien dan vandaag waardoor deze ook als brandweerweg kan functioneren.
Verhardingen waar het gebruik dit toelaat worden tevens waterdoorlatend aangelegd zoals bijvoorbeeld de parking ter hoogte van het gebouw Windekind. Ook worden de opritten naar de private garages in de Kikvorsstraat en de verbredingen van de paden voor de brandweer aangelegd in grasdallen.
Gezien de grote groene ruimte waar we in deze omgeving over beschikken is het binnen dit project mogelijk om verder te gaan dan in sommige andere straten van de stad. Hier hebben we ook de ruimte om zo veel als mogelijk regenwater dat op de noodzakelijke verhardingen valt ter plaatse te houden en in de bodem te laten infiltreren. We doen dit enerzijds door zowel langs de Kikvorsstraat grachten en anderzijds langs de woonerven infiltratiezones aan te leggen. In deze lagergelegen zones wordt het water opgevangen en sijpelt dit langzaam in de bodem. We hebben verspreid over nieuw Gent infiltratieproeven uitgevoerd en de bodem laat dit mits het doorbreken van de bovenste laag perfect toe.
Tenslotte proberen we ook de verhardingen die we aanleggen om ons te kunnen verplaatsen maximaal af te schermen van zonlicht door ze af te dekken met een bladerdek van de bomen. Hierdoor krijgen deze verhardingen op zonovergoten dagen minder kans om overdag de warmte op te nemen en geven deze warmte ’s nachts ook minder af. Deze bomen zorgen er tevens voor dat er koelteplekken ontstaan waar het ondanks de warmte toch nog aangenaam is om overdag buiten te vertoeven.
Oog voor detail en voorzieningen
Het fietsverkeer binnen de wijk zelf zal in hoofdzaak verlopen via de “verkeersvrije dorpsstraat” die een prominente plaats zal krijgen binnen het parkontwerp. Er zijn zowel in de woonerven als aan de bestemmingen waar we fietsgebruik verwachten fietsenstallingen voorzien. In totaal zijn 12 modules van elk 5 fietsen ingepast in het ontwerp.
In functie van toegankelijkheid worden alle zebrapaden, bushaltes en straatmonden uitgerust met blindengeleiding en naadloze aansluitingen. De bushaltes krijgen een verhoogde boordsteen zodat het ook voor iemand die minder goed te been is vlot mogelijk wordt om de bus op te stappen. Ook wordt de trap en oncomfortabele helling thv de aansluiting aan het pad naar de N60 in Berkhoutsheide weggewerkt.
In het park worden voldoende zitgelegenheden voorzien zodat een rustpauze inlassen mogelijk wordt bij een langere wandeling in de buurt.
Het afval binnen de wijk wordt in de toekomst opgehaald door Ivago via ondergrondse sorteerstraten. Binnen het projectgebied worden 2 van deze verzamelpunten voorzien. Eén aan de bushalte thv de nieuwbouw en één thv het kruispunt van de Kikvorsstraat met Berkhoutsheide.
Het ontwerp houdt reeds rekening met een aantal gekende aanpalende geplande ontwikkelingen, zo sluit het naadloos aan op de voorziene brug die toegang zal geven tot een nieuwbouwwijk op het einde van de Smaragdstraat en zijn de aansluitingsmogelijkheden voorzien voor het net opgestarte project thv de garageboxen in Berkhoutsheide.
Tenslotte wordt binnen het volledige projectgebied een gescheiden rioleringsstelsel aangelegd.
Wat het afvalwater betreft worden 2 zones afgebakend. Een eerste zone bestaande uit Berkhoutsheide (tem huisnr 31) en de Kikvorsstraat zal gravitair afwateren richting een nieuw pompstation thv Kikvorsstraat nr. 254. Deze pomp zal het nieuwe stelsel oppompen in het bestaande rioleringsstelsel in de Kikvorsstraat. Een tweede zone bestaande uit het zuidelijke deel van de Kikvorsstraat , de Edelsteenstraat en de Smaragdstraat wordt via een pompstation thv de Saffierstraat opgepompt in de bestaande gemengde leiding in de Edelsteenstraat.
Voor het regenwater worden de noodoverlopen van de infiltratievoorzieningen(wadi’s) verzameld en via een regenwaterleiding afgevoerd naar de Leebeek thv de doodlopende pijpenkop in Berkhoutsheide. Gezien de afwaartse ligging van dit stelsel is dit ook reeds gedimensioneerd om de latere fases 2 en 3 van de Kikvorsstraat op te vangen.
Tussen het kruispunt met de Hagedisstraat en huisnummer 282 in de Kikvorsstraat wordt de rijweg hersteld in de bestaande toestand in afwachting van een integrale heraanleg na de bouw van de volgende woonclusters.
De voorgestelde werken voldoen dus aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit. Er wordt voldaan aan de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen.
Het voorstel van wegenis moet aangepast worden op een aantal punten. Het gaat echter om beperkte aanpassingen die door het vergunningverlenende bestuursorgaan als voorwaarde kunnen opgelegd worden in het kader van de beslissing over deze omgevingsvergunningsaanvraag.
Keurt het rooilijnplan, zoals opgenomen in bijlage, goed.
Keurt de ligging, breedte en uitrusting van de gemeentewegen, zoals ontworpen in de omgevingsvergunningsaanvraag, gelegen Berkhoutsheide , Kikvorsstraat en Smaragdstraat en kadastraal gekend als afdeling 8 sectie H nrs. 648R, 651D, 651C, 651B, 652E, 652B, 653P, 653A2, 653K, 653M, 653L, 653V, 653T, 653N, 653R, 653S, 653E2, 654E2, 654F2, 655C3, 658C4, 658X3, 658P4, 658B4, 658N4, 658D5, 658E4, 658G4, 658W3, 658V4, 658W4, 658B5, 658C5, 658L5, 658T3, 658H4, 658M4, 658F4, 658G5, 658H5, 658Z3, 658X4, 658F5, 658Y3, 658A5, 658R4, 658K5, 658K4, 658Y4, 658E5, 658A4, 658D4, 658V3, 658Z4, 658D3, 658K3, 658L4, 658S4, 658T4, 659V2, 663X2 en 669K5 en op openbaar domein, goed mits voldaan wordt aan volgende voorwaarde:
Op 18 december 2019 werd door de gemeenteraad een belasting goedgekeurd op de bedrijfsvestigingen, op de motoren en op de opslagplaatsen. Deze belasting liep van aanslagjaar 2020 tot en met (na verlenging) 2021. Intussen werd een project opgestart om een vernieuwde economische belasting te ontwerpen.
Met name de belastingen op motoren is immers sterk verouderd. De belasting bestaat sinds de jaren ’50 van de vorige eeuw, en is in feite voornamelijk gericht op de industriële sector. Het economisch landschap is sindsdien sterk gewijzigd, zonder dat het reglement noemenswaardige wijzigingen onderging. Zo worden de aanwezige motoren belast ongeacht hoe zwaar zij gebruikt worden. Verder is de belasting ook bijzonder complex, in die mate dat de toepassing voor moeilijkheden zorgt bij zowel de ondernemingen als de administratie. De omzendbrief lokale fiscaliteit treedt bij dat het vermogen niet altijd meer betekenisvol is voor de financiële draagkracht.
Ook de belasting op de opslagplaatsen voor brandbare stoffen is, na opeenvolgende wijzigingen van de VLAREM-wetgeving, steeds moeilijker toepasbaar geworden zonder ingrijpende aanpassingen.
Het bestuur wenst dan ook een vernieuwde, algemene bedrijfsbelasting in te voeren die beter inspeelt op de realiteit van vandaag. Gezien de langetermijnvisie op sommige bepalingen en grenswaarden, wordt dit reglement uitzonderlijk goedgekeurd tot het einde van de volgende legislatuur, zodat aan de belastingplichtigen een duidelijk toekomstperspectief wordt geboden – dit uiteraard met dien verstande dat een belastingreglement steeds door het bestuur kan worden gewijzigd ingevolge maatschappelijke evoluties of voortschrijdend inzicht.
1. Inleiding
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen aan alle belanghebbenden op het grondgebied van de stad Gent. In die zin komt de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
Het is verantwoord van de economische actoren op het grondgebied een bijdrage te vragen aan de algemene financiering van de stad. Deze bedrijven en ondernemers genieten immers mee van de dienstverlening van de Stad, zoals aangelegde wegen, ondersteuning voor ondernemingen, straatverlichting, …
De inwoners dragen reeds op algemene wijze bij aan de stadsfinanciën via de opcentiemen op de personenbelasting. Ondernemingen kunnen niet op basis van hun inkomsten worden belast. Opcentiemen op de vennootschapsbelasting zijn, overeenkomstig artikel 464 WIB, niet toegelaten. Om een eerlijke spreiding van de belasting te bekomen, dient de financiële draagkracht van de ondernemingen te worden benaderd. Een differentiatie van de opcentiemen op de onroerende voorheffing biedt onvoldoende elementen om de doelgroep te identificeren. Daarom wordt opnieuw gekozen voor een eigen lokale belasting. Om de draagkracht van de ondernemingen te bepalen word worden twee kenmerken in rekening genomen: oppervlakte en energieverbruik. De belasting wordt gevraagd van elke onderneming zoals voorzien in het Wetboek Economisch Recht, met inbegrip van beoefenaars van vrije beroepen (voor zover niet op een andere basis uitgesloten).
Verder is het verantwoord de grondslagen van deze belasting zo te kiezen en te modelleren, dat de ondernemingen worden gestimuleerd om bij te dragen aan welbepaalde beleidsdoelstellingen van de Stad Gent. Zo wenst het bestuur de ondernemingen mits weldoordachte tariefstructuren en vrijstellingen uitdrukkelijk mee in te schakelen in het bereiken van haar klimaatdoelstellingen en de shift naar lokale hernieuwbare energie.
De belasting is verschuldigd op basis van de toestand op 1 januari, en is ondeelbaar. Dit houdt in dat een vestiging die pas start in februari pas vanaf het volgende aanslagjaar onder de toepassing van het reglement valt, en dat een vestiging die in februari sluit nog volledig in rekening wordt gebracht voor de belasting voor dat aanslagjaar. Het nadeel dat de ondernemers bij de sluiting hierdoor ondervinden, hebben zij als voordeel gehad bij de opening. Daarmee volgt deze belasting de algemene trend van de Gentse stadsbelastingen.
De belasting is verschuldigd door de exploitant van de economische activiteit. Dit volgt logisch uit het doel van de belasting.
Voor de berekening van de belasting worden de grondslagen van alle vestigingen opgeteld. Zo wordt de totale activiteit op het Gentse grondgebied in rekening genomen. Een vestiging is elk (gedeelte van een) onroerend goed of geheel van onroerende goederen, waarop zich een activiteitenkern of centrum van werkzaamheden bevindt van een onderneming, onder gelijk welke vorm en van individuele of collectieve aard, en dat bestemd of benut wordt ten behoeve van de exploitatie van die onderneming.
Het reglement voorziet in een maximumbelasting van 6,15 miljoen euro, min of meer de som van de maximumbelastingen van de belastingen op bedrijfsvestigingen, motoren en opslagplaatsen. Er wordt voorzien om telkens na 5 jaar, wanneer ook de ondergrens van de energiecomponent wordt aangepast (zie verder), dit maximumbedrag te laten evolueren. Een eerste keer wordt dit voorzien in 2027 (naar 6,5 miljoen euro).
Het voorziene budget is de optelsom van de drie te integreren belastingen.
2. Oppervlakte
2.1. Belastbare oppervlakte
In eerste instantie wordt de totale oppervlakte van de Gentse vestigingen in aanmerking genomen als maatstaf voor de omvang van de activiteiten, en dus draagkracht. Dit criterium wordt reeds geruime tijd door de rechtspraak aanvaard (zie o.m. Gent 23 januari 2007, 2005/AR/2536) omdat het oppervlaktecriterium een redelijk criterium is die overeenstemt met de verdelende rechtvaardigheid en samenhangt met de financiële draagkracht en de graad van hinderlijkheid van de belastingplichtige en de mate waarin de dienstverlening aan de belastingplichtige gebeurt.
De belastbare oppervlakte bestaat uit de som van alle bebouwde en onbebouwde oppervlaktes die ter beschikking staan van de onderneming. Dit begrip is ruimer dan ‘gebruikt worden door de onderneming’: ook de oppervlaktes die voor haar gebruik zijn voorbehouden, moeten bij de belastbare oppervlakte worden meegeteld. Dit houdt de som in van alle vloeroppervlaktes van alle bouwlagen, parkeerplaatsen, laad- en losplaatsen, maar eveneens de onbebouwde groenzones die immers bijdragen tot de aantrekkelijkheid van de onderneming voor klanten zowel als werknemers en de reservegronden. Delen die enkel als private woning worden gebruikt, worden niet als belastbare oppervlakte beschouwd. Percelen die onder toepassing van de belasting op onbebouwde bouwgronden of kavels vallen, en die voor de economische activiteiten worden gebruikt (stockage, parking, …) kunnen onder beide reglementen belastbaar worden gesteld. De oppervlakte wordt immers effectief voor de activiteiten van de exploitant gebruikt.
Delen meerdere ondernemers een bedrijvencomplex, waarbij er sprake is van gemeenschappelijke delen, dan worden de parkeerplaatsen en onbebouwde oppervlaktes die niet door één van hen individueel worden gebruikt of voorbehouden, pro rata verdeeld onder de aanwezig ondernemers onder volgende formule:
Ab1 = Ai1 + Ag* (Ai1/Ai)
Ab1: totale belastbare oppervlakte van de belastingplichtige
Ai1: individueel door de belastingplichtige gebruikte of tot gebruik voorbehouden oppervlakte
Ag: te verdelen gemeenschappelijke oppervlakte
Ai: som van de door alle aanwezige belastingplichtigen individueel gebruikte of tot gebruik voorbehouden oppervlaktes
Delen van vierkante meter worden per vestiging afgerond naar de bovenliggende vierkante meter.
2.2. Tarieven
Agrarische bedrijven (die uitsluitend land- en/of tuinbouw als activiteit hebben) zijn, wanneer de maatstaf van oppervlakte wordt bekeken, minder financieel draagkrachtig en hebben grotere oppervlaktes nodig om economisch rendabel te zijn. De (grond)oppervlakte is voor deze bedrijven een grondstof of productiemiddel, en niet alleen de plaats waar deze grondstoffen verwerkt worden of productiemiddelen geplaatst. Het is daarom verantwoord deze bedrijven aan een afzonderlijk tarief te onderwerpen, voor wat het onderdeel bedrijfsoppervlakte betreft.
Deze ondernemingen hebben immers noodzakelijk een lager rendement (en dus kleinere financiële draagkracht) per vierkante meter oppervlakte. Door dergelijke tariefstructuur, die voor deze categorie van belastingplichtigen in aangepaste tarieven voorziet in overeenstemming met hun financiële draagkracht, wordt tegemoetgekomen aan de doelstelling van een evenwichtige spreiding van de belastingdruk (zie o.m. Cass. 16 juni 2016, F.14.0218.N).
Voor de recreatieve vestigingen, die eveneens over een aanzienlijke oppervlakte dienen te beschikken, kan naar analogie met de agrarische bedrijven geredeneerd worden. Zij kunnen daarom aan een gelijkaardig tarief worden onderworpen. (zie o.m. Cass. 16 juni 2016, F.14.0218.N). Onder recreatieve vestigingen wordt begrepen de vestiging waarvan de werkzaamheden bestaan uit het exploiteren van kampeerterreinen, andere recreatieve accommodaties van toeristische aard, sportinstallaties, dieren- en botanische tuinen, parken, markten, openluchtmusea en natuur- en wildreservaten.
Alle andere soorten ondernemingen kunnen – rekening houdende met rechtspraak die erkent dat de belastingplichtigen in vereenvoudigde categorieën kunnen worden ingedeeld – aan eenzelfde tarief worden onderworpen.
Het forfait van de ‘andere’ ondernemingen van 500-1500m² komt overeen met het eenheidstarief (voor afronding) voor 1000m². Het forfait van de ondernemingen van 1500-2500m² komt overeen met het eenheidstarief (voor afronding) voor 2000m². Het eenheidstarief voor serres is 10% van het eenheidstarief voor andere ondernemingen. Het eenheidstarief voor openluchttuinbouw is 10% van het eenheidstarief voor serres. Het eenheidstarief voor landbouw is een kwart van het eenheidstarief voor tuinbouw. Het eenheidstarief voor recreatieve ondernemingen is gelijk aan het eenheidstarief voor tuinbouw.
3. Energieverbruik
3.1. Belastbare energie
Als tweede component wordt het totale energieverbruik van de vestigingen in aanmerking genomen. Het energieverbruik is zowel een maatstaf van de intensiteit van de bedrijfsprocessen, en bij uitbreiding de financiële draagkracht, als een maatstaf van de mate waarin de stad inspanningen moet leveren om haar klimaatdoelstellingen te bereiken. Ook de omzendbrief betreffende de gemeentefiscaliteit beveelt aan de begrippen duurzaamheid en vergroening in te calculeren in de gemeentelijke fiscaliteit.
Het energieverbruik heeft verschillende voordelen ten aanzien van de motoren als grondslag:
Het (aanmoedigen tot zuinig omspringen met) energieverbruik is tot slot een belangrijke component in de weg naar een klimaatneutrale stad.
Het betreft alle energieverbruik: elektriciteit, maar ook olie, gas en steenkool. Het bestuursakkoord stelt immers dat ook gas als energiebron moet worden vervangen. Bovendien zou een belasting die enkel rekening houdt met elektriciteitsverbruik, de bedrijven net terug naar deze fossiele brandstoffen kunnen jagen.
Het gaat om het energieverbruik van het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar (het referentiejaar genoemd). Dat is geen verboden retroactiviteit. Het retroactiviteitsverbod heeft enkel betrekking op het belastbare feit en niet op de gebruikte berekeningsgrondslag. (Zie o.m. Cass. 20 februari 1986, Arr.Cass. 1985-86, 871). Zo mag de belasting wel berekend worden in functie van gegevens die betrekking hebben op het voorgaande aanslagjaar (M. DE JONCKHEERE, Handboek lokale en regionale belastingen. Deel 1.Lokaal, Brugge, die Keure, 2015, 62-63).
Bedoeld wordt om de energie die op de vestiging verbruikt wordt voor de bedrijfsprocessen als maatstaf te nemen. Daaruit volgen logischerwijs het buiten beschouwing laten van energiedragers die bedoeld zijn om ongewijzigd door te verkopen (bvb de verkochte brandstoffen van tankstations) en van energie voor voertuigen die de openbare weg gebruiken. Die laatsten blijven immers niet noodzakelijk op de site, zodat het doorgaans geen energie betreft die in de vestiging wordt verbruikt. Bovendien zou hierdoor een oneerlijke ongelijke behandeling kunnen ontstaan tussen bijvoorbeeld de werkgever die elektrische laadpalen aan de werknemers ter beschikking stelt vs. de werkgever die een tankkaart/laadkaart ter beschikking stelt.
Voor elektriciteit en aardgas kan afgegaan worden op de meterstanden. Door middel van een volmacht bij de eerste aangifte, kunnen deze waarden bovendien verkregen worden via de netbeheerders (EANDIS, ELIA, FLUVIUS, …). Dat vereenvoudigt de administratie voor de ondernemingen. Van meters waarachter verschillende ondernemingen gekoppeld zijn (of zowel privé-woonst als een onderneming) wordt het verbruik verdeeld volgens dezelfde verdeelsleutel als voor gemeenschappelijke oppervlakte wordt gehanteerd. Vestigingen die slechts gedeeltelijk op het Gents grondgebied gelegen zijn, worden op dezelfde manier verrekend.
Voor andere energiebronnen, wordt bij de aangifte gevraagd de hoeveelheden en leveranciers op te geven. Aan de hand van steekproeven kan bij de leveranciers opgevraagd worden of de aangegeven hoeveelheden kloppen. Bij vermoeden van fraude staat de toepasselijke wetgeving toe dat de boekhouding wordt gecontroleerd. De datum van de levering bepaalt bij welk aanslagjaar het energieverbruik van de volledige levering wordt gerekend.
Ondernemingen die onderworpen zijn aan de VER- of ETS-rapportering (Verhandelbare Emissierechten Systeem of Emissions Trading System) van de Europese Unie kunnen die rapportering gebruiken om de aangifte aan te vullen, zodat een reeds bestaande rapporteringsplicht kan worden hergebruikt. Die rapportering wordt immers jaarlijks door een onafhankelijke derde verificateur nagezien. Hetzelfde geldt voor de EBO-rapportering (Energiebeleidsovereenkomst) zoals bedoeld in het energiedecreet.
Alle belastbare energiebronnen worden op gemeenschappelijke eenheid gebracht en opgeteld. Die gemeenschappelijke eenheid is kWh (of MWh, indien dit voor de leesbaarheid aangewezen is). Daarvoor worden in het reglement voor de meest voorkomende energiebronnen in een omzettingstabel voorzien van de meest gangbare eenheid naar het aantal aan te rekenen kWh. Daarbij wordt voorzien in een omzettingsfactor, die schonere energie (wat de CO2-uitstoot betreft) bevoordeelt ten aanzien van meer vervuilende energiedragers.
Biomassa wordt niet in deze opsomming opgelijst. Los van de oorsprong van sommige biobrandstoffen, die voor discussie zorgt over het hernieuwbaar en duurzaam karakter ervan, maken de diversiteit van biobrandstoffen en de noodzaak aan transport ervan (in tegenstelling tot de opgesomde immateriële energiebronnen) dat zij niet van dezelfde aard is als de opgesomde energiebronnen en niet uniform.
Biomassa zal, zoals andere niet in de lijst voorkomende energiedragers, omgezet worden op basis van de verhouding van de CO2-uitstoot ten aanzien van een referentiewaarde van 0,192 ton CO2 per MWh. Daarvoor kan eventueel gebruik gemaakt worden van de standaard brandstofemissiefactoren voorzien in bijlage VI van de uitvoeringsverordening 2018/2066 van de Europese Unie. De omzettingsfactor kan nooit minder dan 1 bedragen. Schone energiedragers en elektrificatie worden gestimuleerd ten aanzien van meer vervuilende energiedragers, maar dragen uiteraard wel nog bij aan de bedrijfsactiviteiten en dienen dus als maatstaf van de draagkracht van de onderneming in rekening te worden gebracht (maar zie de vrijstelling voor groene energie).
Voor restenergie wordt expliciet in een voordelige omzettingsfactor voorzien. Restenergie loopt immers het risico, op zich bekeken, een zeer vervuilende energiedrager te zijn (bvb sommige restgassen). Daarbij wordt er echter aan voorbij gegaan dat het gebruik van restenergie de voorkeur geniet boven het laten vervliegen van de energie (waarbij eenzelfde hoeveelheid CO2 in de lucht komt) en daarnaast verbruiken van aanvullende (vaak fossiele) energie (netto dus meer CO2). Daarom wordt voor restenergie voorzien in een omzettingsfactor 1, zodat dit hergebruik van restenergie, dat aansluit bij de beleidsdoelstellingen, wordt aangemoedigd.
Ook voor afvalstromen wordt in een voordeliger omzettingsfactor voorzien. Ook hier moet een afweging worden gemaakt tussen de objectieve CO2-uitstoot en het gevolg van het niet-verbranden van de afvalstroom (de zogeheten ‘energetische valorisatie van hoogcalorische afvalstromen’). Hoewel alternatieven zoals hergebruik en recyclage op de eerste plaats moeten komen, kent de verbranding van afvalstromen als energiebron ook zijn plaats in de visie op afvalverwerking zodat het gepast is hier een beperkte correctie op toe te passen. Concreet wordt een ‘korting’ van 25% op de omzettingsfactor toegepast – opnieuw zonder dat die daardoor minder dan 1 kan bedragen.
Het totale energieverbruik per vestiging wordt afgerond naar de bovenliggende MWh.
3.2. Tarieven
Onder meer gezien de mindere stabiliteit van het energieverbruik (vergeleken met de oppervlakte) wordt ervoor gekozen geen tarief per kWh of per MWh toe te passen. In plaats daarvan resulteert het totale energieverbruik van het referentiejaar in een bepaalde energievork. Het is aan die energievorken dat een forfaitair tarief wordt toegekend. Dit heeft als voordeel dat gebruik gemaakt kan worden van het voorstel van aangifte: indien de totale oppervlakte van de onderneming niet is gewijzigd en het totale energieverbruik binnen dezelfde energievork valt, dient de onderneming niet te antwoorden op het door de diensten verzonden voorstel van aangifte. Enkel bij wijziging van energievork (bijvoorbeeld omdat een onderneming groeit, of maatregelen neemt om haar energieverbruik te beperken) dient de aangifte te worden aangepast en teruggestuurd.
Zoals bij de forfaitaire tarieven voorzien bij de component oppervlakte, is het tarief per energievork telkens bepaald op basis van een prijs per kWh en het gemiddelde van de vork. Het betreft grotendeel een lineair tarief. Vanaf 50.000 MWh daalt het fictieve ‘tarief per kWh’ lichtjes om te vermijden dat de maximumbelasting te snel zou worden bereikt (waardoor ondernemingen niet meer worden gestimuleerd hun energieverbruik te beperken). Bovendien gaat het hier om dermate intensieve bedrijfsprocessen dat de draagkracht niet meer lineair in verhouding staat met het toenemende energieverbruik.
Dat voor alle ondernemingen hun energieverbruik tot een bepaald forfait aanleiding geeft, is geen probleem. De belasting beoogt belastingplichtigen met verschillende toestanden en die verscheidenheid moet noodzakelijkerwijs worden opgevangen in vereenvoudigde categorieën. (zie ook Cass. 3 september 2015).
Op lange termijn voorziet de belasting dat het energieverbruik vanaf 100.000 kWh in aanmerking komt. Uit onderzoek is gebleken dat nog lager energieverbruik overeenkomt met ondernemingen kleiner dan 500m² en zelfs sterke privé-gebruikers. Die ondernemingen van minstens 500m² die uitzonderlijk toch dergelijk laag energieverbruik hebben, kunnen worden verondersteld een beperkte financiële draagkracht te hebben, waar het oppervlaktetarief voor volstaat. Het toe te passen tarief zou bovendien dermate klein worden, dat de administratieve kost van de dat de potentiële opbrengst niet opweegt tegen de administratieve last (bij de onderneming en bij de administratie van de stad).
In een eerste fase worden bovendien de eerste vorken niet aangerekend. Voor de gematigde verbruikers tussen 100.000 kWh en 1.000.000 kWh, waarbij vastgesteld werd dat het energieverbruik vaak ten dele haar oorzaak vindt in gebrekkige isolatie, wordt daarmee het signaal gegeven dat zij mits de nodige investeringen in isolatie, alternatief energieverbruik, … zich op de belasting kunnen voorbereiden. Pas geleidelijk aan wordt voorzien om deze ondergrens te laten zakken, voor het eerst na 5 jaar. De vork vanaf 100.000 kWh zal dus pas op zeer lange termijn effectief belastbaar gesteld worden.
4. Vrijstellingen
Kleine ondernemingen: Er wordt een minimale totale oppervlakte ingesteld (van 500m²). Zo worden de kleine ondernemingen uitgesloten van de belasting, waarvan immers mag worden aangenomen dat de draagkracht gering is zodat zij aan een zeer lage belasting zouden zijn onderworpen. Ook dit beantwoordt aan reeds lang vaststaande rechtspraak (zie o.m. Gent 23 januari 2007, 2005/AR/2536). Er kan worden gesteld dat de potentiële opbrengst niet opweegt tegen de administratieve last (bij de onderneming en bij de administratie van de stad). Uit onderzoek is ook gebleken dat deze ondernemingen doorgaans onvoldoende energieverbruik kennen om op die basis belastbaar te zijn.
Doordat het gaat om de totale oppervlakte van alle vestigingen op het Gentse grondgebied, komen ondernemingen met meerdere kleinere vestigingen (maar samen dus wel een zekere aanwezigheid op het grondgebied) ook in scope.
Rechtspersonenbelasting: De belasting wenst een bijdrage te bekomen van de economische spelers in de stad. Zij doet dit in de vorm van het huidig belastingreglement, omdat opcentiemen op de vennootschapsbelasting niet zijn toegestaan. Verenigingen en instellingen die onder de rechtspersonenbelasting vallen (in plaats van de vennootschapsbelasting), kunnen worden gesteld geen economische activiteit uit te oefenen. Daarom wordt uitdrukkelijk voorzien in die rechtspersonen vermeld in artikel 180-181-182 WIB, waar de entiteiten worden opgesomd die niet aan de vennootschapsbelasting zijn onderworpen. Sinds de hervorming van het economisch recht, is het minder vanzelfsprekend dat alle vzw’s aan de rechtspersonenbelasting zijn onderworpen. De administratie werkt een samenwerking uit met de FOD Financiën die de controle op deze vrijstelling faciliteert.
Starters: De Stad Gent stimuleert starters op verschillende manieren, onder meer met het OOG (Ondersteuningspunt Ondernemers Gent), events voor startende ondernemers, gratis starten en het starterscontract. Het bestuur wil zo Gent aantrekkelijk maken voor nieuwe ondernemers. Starters die zich ontwikkelen tot sterke lokale ondernemingen, maar ook gevestigde waarden die een eerste vestiging in Gent starten, brengen heel wat voordelen mee op vlak van werkgelegenheid, dienstverlening naar de burger, … Het is daarom verantwoord deze starters te ondersteunen in het kader van dit belastingreglement, door een tijdelijke vrijstelling van 3 jaar te verlenen aan nieuwe ondernemingen. Die periode kan dan door de nieuwe vestiging gebruikt worden om de leefbaarheid van de vestiging in Gent te analyseren en verderzetting te beoordelen. De hoge retentiegraad in Gent toont aan dat het ondersteunen van starters op deze manier bovendien rendeert op lange termijn.
Het verleden heeft aangetoond dat dit begrip ‘nieuwe bedrijven’ grondig moet worden gedefinieerd om misbruiken te vermijden. Het gaat in eerste instantie om die ondernemingen die voorheen nog geen vestiging exploiteerden op het grondgebied van Gent. Een tweede Gentse vestiging van een bestaande onderneming is geen nieuw onzeker verhaal, waarvan de leefbaarheid in Gent nog moet worden onderzocht. Evenmin kan een zelfstandige, die zijn activiteiten in een vennootschap onderbrengt, gezien worden als een nieuwe onderneming. Het gaat om het verderzetten van bestaande activiteiten, en zelfs over het verderzetten van dezelfde vestiging. Kortom moet het gaat om een belastingplichtige die voorheen geen vestiging exploiteerde op het grondgebied van Gent, en mag die belastingplichtige ook niet ontstaan zijn door wijziging, samenvoeging of splitsing, juridisch of op andere wijze, van een dergelijke natuurlijke of rechtspersoon of erdoor zijn opgericht.
Groeiers: De Stad Gent ondersteunt niet alleen starters; ook de groei van bestaande ondernemingen willen we ondersteunen. Ondernemingen die door groei in een hogere energievork terechtkomen, kunnen op hun vraag nog 3 aanslagjaren lang genieten van het tarief dat voor hun bestaande energievork van toepassing was. De uitbreiding blijft op die manier tijdelijk onbelast. Omdat deze vrijstelling slechts éénmaal per onderneming en per groei wordt toegestaan, vereisen we hier uitzonderlijk dat de onderneming de gedeeltelijke vrijstelling uitdrukkelijk aanvraagt. Zo wordt vermeden dat de vrijstelling wordt ‘opgebruikt’ aan een eenmalige toevallige stijging van energieverbruik, die geen indicatie is van een structurele groei van de onderneming.
Vrijstellingen met betrekking tot groene energie: Het gebruik van groene energie, waaronder wordt begrepen de automatisch aanwezige energie uit zon, warmte, water en wind, moet worden aangemoedigd.
In het kader van dit belastingreglement gebeurt dit onder meer door de vrijstelling van de oppervlakte die nodig is voor de installaties die die groene energie gebruiken (en meestal omzetten in elektrische energie). Hoewel deze oppervlakte uiteraard nuttig is voor de onderneming, wenst het bestuur door het vrijstellen van die oppervlaktes het signaal te geven dat ze deze initiatieven ondersteunt. Het gaat enkel om de oppervlakte van de installatie zelf.
Verder wordt deze groene energie – die bovendien moeilijk kwantificeerbaar is – ook vrijgesteld, en dient zij niet te worden opgeteld bij het totale energieverbruik van de onderneming. Het gaat om de groene energie zelf, niet de eventuele elektriciteit die ermee wordt opgewekt (maar zie daarvoor hieronder).
De opgesomde energievormen onderscheiden zich bovendien van andere hernieuwbare energiebronnen in die zin dat zij praktisch gesproken van nature eindeloos aanwezig zijn, terwijl andere hernieuwbare energiebronnen zoals biomassa of afvalstromen in theorie eindeloos hernieuwbaar zijn maar daarvoor handelingen vereisen.
Vrijstelling met betrekking tot lokaal opgewekte elektriciteit: Het bestuur wenst de ondernemingen mee te betrekken in haar doelstellingen op vlak van lokaal eigen verbruik. Elektriciteit die lokaal wordt opgewekt en verbruikt, belast immers het distributienet niet waardoor de kosten voor de distributienetbeheerders – die intergemeentelijke samenwerkingsverbanden zijn en waarin het bestuur dus een financieel belang heeft – beperkt worden. Lokaal geproduceerde en verbruikte elektriciteit dient dus niet te worden opgeteld bij de totale belastbare energie. Dit zorgt er bovendien voor dat de vrijgestelde groene energie ook vrijgesteld blijft na omzetting in elektriciteit, anderzijds dat door middel van fossiele brandstoffen lokaal opgewekte elektriciteit niet een tweede keer wordt belast (gezien de primaire energiebron wel belastbaar blijft).
Gezien deze vrijstelling de positieve impact op de belasting van het distributienet wenst te stimuleren, spreekt het voor zich dat de vrijstelling dan ook beperkt moet blijven tot de ter plekke verbruikte energie. De aanpak van de VREG met betrekking tot zonnepanelen van particulieren wordt dus gevolgd: lokaal opgewekte en verbruikte stroom dient niet in rekening te worden gebracht, maar de geïnjecteerde stroom kan niet van de op andere momenten afgenomen stroom worden afgetrokken.
Er mag van uit gegaan worden dat de ondernemingen die de doelgroep uitmaken van deze belasting, wanneer zij fotovoltaïsche installaties aanleggen, al over aparte meters beschikken voor afname en injectie (gezien de verplichting hiertoe voor installaties van meer dan 10kW). Uitzonderlijke kleinere installaties zonder (voorlopig) aparte injectieteller, zullen niet van dien aard zijn dat zij een aanzienlijke impact hebben op het totale energieverbruik van de onderneming, rekening houdende met de initieel voorziene ondergrenzen.
Het gaat zowel om de elektriciteit uit installaties waarvan de onderneming zelf eigenaar is, als deze die in samenwerking met een derde partner op hun site zijn opgericht, zolang de elektriciteit maar rechtstreeks aan de onderneming geleverd wordt (en dus niet via het distributienet). Daardoor wordt ruimte geboden voor installaties waar de onderneming de eigendom, samen met onderhoud, heeft uitbesteed. Het eindresultaat is immers hetzelfde: een ontlasting van het distributienet.
Vrijstelling met betrekking tot energie die niet op de vestiging wordt gebruikt: Zoals hoger aangegeven wordt als indicator gekeken naar het energieverbruik van de ondernemingen op de site zelf. Energie – zowel elektrische als door middel van andere energiedragers – die dienstig is voor voertuigen die de openbare weg op gaan (in het reglement omschreven als die voertuigen die onder de verkeersbelasting op de motorvoertuigen vallen of die speciaal van die belasting zijn vrijgesteld door een bepaling van de desbetreffende wetten) wordt dan ook vrijgesteld. Zij moet niet worden aangegeven of kan, in het geval van elektrische laadpalen na het meetpunt, worden afgetrokken. Dit is logisch, gezien de energie door deze voertuigen niet op de vestiging wordt verbruikt. Er valt niet vast te stellen waar de energie precies verbruikt wordt – mogelijk is dit niet eens op het grondgebied van de Stad. Bovendien wordt op die manier vermeden dat er een ongelijke behandeling ontstaat tussen ondernemingen die voor hun medewerkers in een tankkaart of laadkaart voorzien, en ondernemingen die zelf in laadinfrastructuur voor hun medewerkers voorzien.
Het bestuur wil bovendien aanmoedigen dergelijke laadinfrastructuur ook open te stellen voor het publiek, wat uiteraard zou worden afgeremd indien dit voor de ondernemingen in een hoger belastbaar energieverbruik (en dus hogere belasting) zou resulteren.
Vrijstelling met betrekking tot lokale energierecuperatie: Hergebruik van energie wordt op een aantal punten al impliciet aangemoedigd in dit belastingreglement. Zo is warmte als energiebron vrijgesteld, waardoor het hergebruik van de restwarmte van de ene onderneming in de andere onderneming automatisch een voordeel oplevert. De ontvangende onderneming, hoeft voor die warmte immers geen belastbare energiebronnen te gebruiken (en aan te geven). Ook binnen één vestiging wordt recuperatie bevoordeeld door enkel de primaire energiebron te belasten. Het gebruik van een warmtekrachtkoppeling, die uit bijvoorbeeld aardgas zowel elektriciteit als warmte opwekt, resulteert enkel in een belastbaar gasverbruik.
Het bestuur wil ook innovatieve samenwerkingen met betrekking tot op zich belastbare reststromen tussen verschillende ondernemingen aanmoedigen. De restenergie (CO2-gas, waterstof, … die in feite een afvalstroom van een eigenlijk bedrijfsproces is), die via een eigen rechtstreeks kanaal (een specifieke pijpleiding, …) van de ene Gentse vestiging wordt afgestaan aan een andere Gentse vestiging om daar verder te worden gebruikt, wordt volledig vrijgesteld: voor de helft bij de aanleverende onderneming, die de helft van de energiestroom terug in mindering mag brengen van haar totale belastbare energieverbruik; voor de helft bij de ontvangende onderneming, die de energiestroom slechts voor de helft moet aangeven. Op die manier hebben beide ondernemingen baat om op creatieve manier afvalstromen die nog nuttig kunnen zijn voor andere ondernemingen, te capteren en te (laten) hergebruiken.
Hoewel het aantal projecten van dit type voorlopig beperkt is, beoogt het bestuur door deze vrijstelling de ondernemingen ertoe aan te zetten dergelijke samenwerkingen, die een positieve impact hebben op de klimaatdoelstellingen, aan te moedigen.
5. Algemene bepalingen
5.1. Duurtijd
Het reglement loopt uitzonderlijk tot 2031, het einde van de volgende legislatuur. Deze uitzonderlijke maatregel is verantwoord, nu het reglement de uiting is van een visie op lange termijn: na verloop van 5 jaar is in 2027 voorzien in een eerste daling van de ondergrens voor energieverbruik. Daarna biedt het reglement opnieuw 5 jaar stabiliteit. Het is belangrijk bij ambities op lange termijn, voldoende duidelijkheid en voorspelbaarheid te bieden aan de belastingplichtigen.
De hogere wetgeving verzet zich niet tegen dergelijke aanpak. Het eenjarigheidsbeginsel in fiscaliteit houdt voor lokale belastingen niet in dat het belastingreglement elk jaar opnieuw zou moeten worden goedgekeurd. In tegendeel biedt het goedkeuren van het reglement voor meerdere jaren een stabiliteit en voorspelbaarheid. De omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit stelt weliswaar dat het wenselijk is de geldigheidsduur beperkt te houden tot één jaar in de volgende legislatuur, doch dit betreft (slechts) een richtlijn die vooral steekhoudt bij verlenging van belastingreglementen met minimale wijziging. Bij een sterk vernieuwd reglement dat bovendien een visie uitdraagt naar de toekomst, is het belangrijk die visie voor voldoende lange tijd te veruitwendigen.
Dit belet uiteraard niet dat het (huidige of volgende) bestuur gedurende de looptijd het belastingreglement kan aanpassen indien noodzakelijk of gewenst, zoals het huidige bestuur voorziet in een evaluatie en desgevallend bijsturing/verfijning van het reglement na een aanslagjaar toepassing.
Aan de belastingreglementen wordt wel jaarlijks uitvoering gegeven door de inschrijving van de overeenkomstige kredieten in het meerjarenplan.
5.2. Belastingverhoging
Bij gebrek aan aangifte binnen de gestelde termijn, wordt voorzien in een belastingverhoging bij de ambtshalve vestiging van de belasting. Er mag van de ondernemingen verwacht worden dat zij tijdig de aangifte indienen, zoals al jaren wordt verwacht voor de economische belastingen. Gezien het een sterk gewijzigd, vernieuwd belastingreglement betreft wordt voorlopig geen belastingverhoging toegepast bij onjuiste, onnauwkeurige of onvolledige aangifte. In een startperiode is het niet abnormaal dat de ondernemingen te goeder trouw fouten in de aangifte zouden maken. Pas na vijf jaar werking van het reglement – wanneer ook de eerste maal de ondergrens voor de component energie daalt – zal, net zoals bij de andere Gentse belastingreglementen, ook daarvoor een belastingverhoging worden toegepast indien de belasting ambtshalve moet worden gevestigd.
Het Team Belastingen Economie+ is belast met de uitvoering van dit reglement.
| Dienst* | Belastingen Economie+ |
| Budgetplaats | 7340000 |
| 2022 | 22.876.455 |
| 2023 | 23.264.811 |
| 2024 | 23.659.768 |
| 2025 | 24.061.441 |
| Totaal | 93.862.475 |
Binnen het armoedebeleidsplan en vanuit het lokaal onderwijsbeleid wordt via innovatieve projecten en wetenschappelijk onderzoek gezocht naar nieuwe manieren om de onderwijs- en ontplooiingskansen van kwetsbare kinderen te verhogen. In het kader van de bestrijding van kinderarmoede is het cruciaal dat kinderen en jongeren voldoende toegang hebben tot een gezonde en volwaardige maaltijd. In het pilootproject Lekker(s) Op School wil Stad Gent onderzoeken hoe binnen de Gentse context scholen gezonde, betaalbare en duurzame maaltijden kunnen aanbieden, wat ze daarvoor nodig hebben en welke positieve effecten op ontwikkelingskansen van kleuters deze maaltijden kunnen hebben. Hierbij wordt rekening gehouden met de noden en mogelijkheden van scholen en wordt ervoor gezorgd dat zoveel mogelijk kleuters die opgroeien in kwetsbare situaties maximaal positieve effecten ervaren op vlak van gezondheid en ontplooiing.
Stad Gent wil binnen het beschikbare budget en in overleg tussen de scholen, onderzoekers en projectleiders maximaal onderstaande randvoorwaarden vervuld zien:
Om in dit aanbod te voorzien werden reeds subsidieovereenkomsten afgesloten en goedgekeurd op de gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn van 21 juni 2021 met 5 scholen. Tevens werd een collegebesluit opgemaakt voor de stedelijke school De Toverberg.
Om te kunnen voorzien in gezonde en duurzame maaltijden op scho(o)l(en) waar nog geen (externe) cateraar actief is, kunnen subsidieovereenkomsten met subsidie in natura afgesloten worden. Voorliggend is de subsidieovereenkomst voor subsidie in natura met basisschool De Mozaïek, Sint-Magrietstraat 33, 9000 Gent. Gezien er binnen de Mozaïek nog geen (externe) cateraar actief is die in het aanbod kan voorzien, wordt geopteerd voor een samenwerking waarbij Stad en OCMW Gent een aanbod aan gezonde en duurzame aanvulling op de lunchboxen van de kleuters voorziet via de raamovereenkomsten van de Stad Gent. Gezien pas midden juli duidelijk werd dat hiervoor ook een subsidieovereenkomst dient afgesloten te worden, en het project start op 6 september 2021, wordt gevraagd om dit ter goedkeuring voor te leggen aan de gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn van 7 september 2021.
| Dienst* | Team Beleidsondersteuning |
| Budgetplaats | B10130000 |
| Categorie* | E |
| Subsidiecode | / |
| 2021 | 12.744 euro |
| 2022 | 18.576 euro |
| Totaal | 31.320 euro |
Binnen het armoedebeleidsplan en vanuit het lokaal onderwijsbeleid wordt via innovatieve projecten en wetenschappelijk onderzoek gezocht naar nieuwe manieren om de onderwijs- en ontplooiingskansen van kwetsbare kinderen te verhogen. In het kader van de bestrijding van kinderarmoede is het cruciaal dat kinderen en jongeren voldoende toegang hebben tot een gezonde en volwaardige maaltijd. In het pilootproject Lekker(s) Op School wil Stad Gent onderzoeken hoe binnen de Gentse context scholen gezonde, betaalbare en duurzame maaltijden kunnen aanbieden, wat ze daarvoor nodig hebben en welke positieve effecten op ontwikkelingskansen van kleuters deze maaltijden kunnen hebben. Hierbij wordt rekening gehouden met de noden en mogelijkheden van scholen en wordt ervoor gezorgd dat zoveel mogelijk kleuters die opgroeien in kwetsbare situaties maximaal positieve effecten ervaren op vlak van gezondheid en ontplooiing.
Stad Gent wil binnen het beschikbare budget en in overleg tussen de scholen, onderzoekers en projectleiders maximaal onderstaande randvoorwaarden vervuld zien:
Om in dit aanbod te voorzien werden reeds subsidieovereenkomsten afgesloten en goedgekeurd op de gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn van 21 juni 2021 met 5 scholen. Tevens werd een collegebesluit opgemaakt voor de stedelijke school De Toverberg.
Om te kunnen voorzien in gezonde en duurzame maaltijden op scho(o)l(en) waar nog geen (externe) cateraar actief is, kunnen subsidieovereenkomsten met subsidie in natura afgesloten worden. Voorliggend is de subsidieovereenkomst voor subsidie in natura met Scholengroep van het Katholiek Onderwijs, Tentoonstellingslaan 2 te 9000 Gent voor vrije basisschool Onze-Lieve-Vrouwcollege. In het Onze-Lieve-Vrouwcollege wordt ingezet op gezonde, duurzame en voedzame 10-uurtjes. Gezien er binnen het Onze-Lieve-Vrouwcollege nog geen (externe) cateraar actief is die in het aanbod kan voorzien, wordt geopteerd voor een samenwerking waarbij Stad en OCMW Gent in dit aanbod voorzien via de raamcontracten van Stad Gent. Omdat pas midden juli duidelijk werd dat hiervoor ook een subsidieovereenkomst dient afgesloten te worden, en het project start op 6 september 2021, wordt gevraagd om dit ter goedkeuring voor te leggen aan de gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn van 7 september 2021.
| Dienst* | Team Beleidsondersteuning |
| Budgetplaats | B10130000 |
| Categorie* | E |
| Subsidiecode | / |
| 2021 | 17.700 euro |
| 2022 | 25.800 euro |
| Totaal | 43.500 euro |
Nieuwe Gemeentewet, artikel 134, § 1.
Ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, zoals laatst gewijzigd met het ministerieel besluit van 25 augustus 2021, in bijzonder artikel 27 § 1.
Wet op het politieambt, artikelen 5/6, 14 en 30.
Decreet over het Lokaal Bestuur, artikelen 40, § 3.
Nieuwe Gemeentewet, artikel 134, § 1.
Met een politieverordening van de burgemeester van 25 februari 2021 werd een verbod uitgevaardigd op het bezit van open glazen recipiënten op het Sint Pietersplein, de Graslei, de Korenlei, de Coupure Links en de Coupure Rechts. Dat verbod was ingegeven door redenen van openbare veiligheid: de aanwezigheid van flessen, glazen en glasscherven op die locaties waar heel veel mensen bijeenkomen en waar alcohol wordt geconsumeerd brengt immers ontegensprekelijk een veiligheidsrisico met zich mee. Mensen kunnen zich niet alleen verwonden aan scherven die op de grond liggen maar glas kan, in welke vorm dan ook, in het ergste geval ook als wapen worden gebruikt bij vechtpartijen.
Die politieverordening (waarin toen tevens een verbod op het gebruik van elektronisch versterkte muziek was opgenomen) werd bekrachtigd door de gemeenteraad van 1 maart 2021 en vervolgens nog eens verlengd door de gemeenteraad van 29 maart 2021.
In zitting van 26 april 2021 heeft de gemeenteraad een uitbreiding van het glasverbod naar het Citadelpark, het Muinkpark en de Bijlokesite goedgekeurd, en dit omdat uit vaststellingen bleek dat die locaties nieuwe hotspots werden waar heel veel mensen bijeen kwamen en waar ook erg veel glas aanwezig was en achterbleef. Ook hier kwam de openbare veiligheid dus in het gedrang.
De gemeenteraad van 25 april 2021 heeft de politieverordening nogmaals verlengd, en dit tot 1 juli 2021.
Gelet op de aanhoudende druk op het openbaar domein gedurende de zomermaanden, heeft de burgemeester, toepassing makend van zijn bevoegdheid op grond van artikel 134, § 1, Nieuwe Gemeentewet, op 30 juni 2021 de politieverordening verlengd tot 1 september 2021.
De maatregel van het verbod op het in bezit hebben van open glazen recipiënten wordt door politie niet langer nuttig geacht voor de locaties Coupure Links, Coupure Rechts, Citadelpark, Muinkpark en de Bijlokesite gelet op de weinige registraties van overtredingen op die locaties.
Het Sint-Pietersplein vormt echter een uitloper van de Overpoortstraat (waar ook al langer een gelijkaardig glasverbod geldt) en de studentenbuurt, waar in september het leven terug volop op gang zal komen met een (naar verwachting) volledige opstart van het hoger onderwijs. Het lijkt aannemelijk dat het Sint-Pietersplein ook nu weer een grote aantrekkingskracht zal blijven uitoefenen op uitgelaten feestvierders die hun eigen drankvoorraad meezeulen, met alle risico's van dien.
Op de Korenlei en Graslei worden door politie dan weer opvallend meer incidenten vastgesteld, en blijft de aanwezigheid van glas voor aanzienlijke veiligheidsrisico's zorgen. Voor de periode van 9 juli 2021 tot 18 augustus 2021 waren de Korenlei en Graslei goed voor 30 van de 35 pv's opgemaakt voor overtreding van het glasverbod.
Het veiligheidsrisico dat de aanwezigheid van flessen, glazen en glasscherven op die locaties met zich meebrengen, blijft dan ook onveranderd groot.
Daarom wordt met voorliggende politieverordening het verbod op het in bezit hebben van open glazen recipiënten verlengd tot 1 januari 2022, doch enkel voor het Sint-Pietersplein en de Korenlei en Graslei.
Aangezien de eerstvolgende bijeenkomst van de gemeenteraad pas voorzien is op 7 september 2021 en de veiligheid van de gebruikers van het openbaar domein en de handhavers geen verder uitstel kan verdragen, is een dringend optreden door de burgemeester vereist.
Artikel 134, § 1, van de Nieuwe Gemeentewet bepaalt dat in geval van oproer, kwaadwillige samenscholing, ernstige stoornis van de openbare rust of andere onvoorziene gebeurtenissen, waarbij het geringste uitstel gevaar of schade zou kunnen opleveren voor de inwoners, de burgemeester politieverordeningen kan maken, onder verplichting om daarvan onverwijld aan de gemeenteraad kennis te geven, met opgave van de redenen waarom hij heeft gemeend zich niet tot de raad te moeten wenden. Voornoemde verordeningen vervallen dadelijk, indien zij door de raad in de eerstvolgende vergadering niet worden bekrachtigd.
Zoals steeds wordt voornoemde verbodsbepaling stelselmatig geëvalueerd en kan deze bepaling indien noodzakelijk ten allen tijde worden bijgestuurd.
De politieverordening burgemeester op het in bezit hebben van open glazen recipiënten op welbepaalde plaatsen genomen door de burgemeester op 27 augustus 2021 in toepassing van artikel 134, § 1 van de Nieuwe Gemeentewet gaat in op 01 september 2021 en ligt thans voor ter bekrachtiging door de gemeenteraad. Gelet op het feit dat voornoemde politieverordening ingaat op 01 september 2021, zal de gewijzigde "Politieverordening houdende verbod op het gebruik van elektronische geluidsversterking op het grondgebied van 20u tot 06u teneinde de verdere verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken en op het in bezit hebben van open glazen recipiënten op welbepaalde plaatsen" zoals goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 25 mei 2021 worden opgeheven met ingang van 01 september 2021. Op die manier wordt vermeden dat 2 politieverordeningen naast elkaar dezelfde materie gaan regelen.
Bekrachtigt de "Politieverordening burgemeester op het in bezit hebben van open glazen recipiënten op welbepaalde plaatsen" genomen door de burgemeester in toepassing van artikel 134 § 1 Nieuwe Gemeentewet van 27 augustus 2021.
Heft op de "Politieverordening houdende verbod op het gebruik van elektronische geluidsversterking op het grondgebied van 20u tot 06u teneinde de verdere verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken en op het in bezit hebben van open glazen recipiënten op welbepaalde plaats" zoals gewijzigd door de gemeenteraad in zitting van 25 mei 2021, dit met ingang van 01 september 2021.
Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988, artikelen 119 en 135, § 2.
Ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, en haar latere wijzigingen.
Wet op het politieambt, artikelen 5/6, 14 en 30.
Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 3.
Nieuwe Gemeentewet, artikel 134 § 1.
Naar aanleiding van een zeer uitvoerige klacht betreffende geluidshinder in de omgeving van de Krook, vond er een overleg plaats tussen verschillende betrokken diensten (dienst preventie voor veiligheid, dienst beleidsparticipatie, dienst toezicht, juridische dienst en lokale politie).
Conclusie van dit overleg was dat de aanwezigheid van draagbare geluidsboxen op verschillende locaties in de stad meer en meer voor zeer ernstige overlast zorgt, zeker in de nachtelijke uren. Het probleem stelde zich niet enkel aan de Krook, maar ook uit de buurt van het Muinkpark, Citadelpark, Coyendanspark, Gras- en Korenlei, etc... komen soortgelijke meldingen. De corona-crisis heeft de buitencultuur overduidelijk een grote boost gegeven.
Een overzicht van dergelijke meldingen en klachten gaat als bijlage.
Met het Politiereglement op de openbare rust en de veiligheid, goedgekeurd in de gemeenteraad van 19 januari 1998, is er reeds een verbod op het niet-vergunde gebruik van geluidsversterking op openbare plaatsen (artikel 5) én een verbod op nachtgerucht (artikel 7) in voege maar de handhaving middels een gemeentelijke administratieve sanctie blijkt niet adequaat voor een onmiddellijk herstel van de openbare rust. Gelet op de zware administratieve procedure die de GAS wet voorziet kan de effectieve administratieve geldboete immers pas ten vroegste weken na de inbreuk worden opgelegd, waardoor GAS geen structurele oplossing vormt voor het overlastprobleem ter plaatse. Bovendien is het volgens politie bijzonder moeilijk om overtreders te identificeren wanneer de eigenaar of bezitter van de draagbare speaker zich niet als dusdanig bekend maakt.
Een preventieve politiemaatregel waarbij de bron van de overlast per direct wordt weggenomen, werd door alle partijen betrokken bij voormeld overleg als noodzakelijk gezien.
In het kader van de bestrijding van een verdere verspreiding van het corona-virus COVID-19 is de mogelijkheid om dergelijke geluidsboxen onmiddellijk bestuurlijk in beslag te nemen reeds een zeer adequaat instrument gebleken. Middels een politieverordening van 25 februari 2021 werd die mogelijkheid tot bestuurlijk beslag ingevoerd ter vrijwaring van de openbare gezondheid: de aanwezigheid van geluidsboxen zorgde immers voor uitbundige samenscholingen, in strijd met de toen geldende corona-maatregelen.
De aanwezigheid van elektronisch versterkte muziek in de latere uren leidt tot een onaanvaardbare aantasting van die rust en brengt ook de leefbaarheid van de stad in het gedrang. Daarom werd met een politieverordening van de burgemeester van 30 juni 2021, genomen in toepassing van artikel 134, § 1, van de nieuwe gemeentewet aan politie de mogelijkheid geboden om tussen 22 u. ’s avonds en 06 u. ’s morgens bronnen van geluidsversterking die de nachtrust verstoren in beslag te nemen als preventieve politiemaatregel. Het bestuurlijk beslag beoogt de onmiddellijke vrijwaring en het herstel van de openbare rust.
De inbeslagname is een dwangmaatregel waarbij een zaak tijdelijk aan het vrije beschikkingsrecht van de eigenaar of bezitter wordt onttrokken ter vrijwaring van de openbare rust. Het is dus geen straf maar een preventieve handeling, zonder eigendomsoverdracht, die een verstoring van de openbare rust moet doen ophouden.
Artikel 30 van de wet op het politieambt voorziet in een bestuurlijke inbeslagneming van voorwerpen of dieren die een gevaar betekenen voor het leven en de lichamelijke integriteit van personen. Maar in geval van overlast en verstoring van de openbare rust kan hier geen beroep op gedaan worden. Daarom dat middels voorliggende politieverordening voorzien wordt in een bestuurlijk beslag in geval van overlast en ter vrijwaring van de openbare rust.
Krachtens artikels 41 en 162 van de Grondwet en de artikelen 2 juncto 40 van het decreet over het lokaal bestuur regelt de gemeenteraad alles wat van gemeentelijk belang is en kunnen de gemeenten daartoe "alle handelingen stellen die niet door een wet zijn verboden" (Cass. 6 april 1922, Pas. 1922, I, 235; R.v.St. BERGHMANS en cons. nr. 20840, 6 januari 1981; artikel 40, §1 decreet over het lokaal bestuur; artikel 162 grondwet). De gemeente is op grond van artikel 135 nieuwe gemeentewet bevoegd om geluidshinder met preventieve politiemaatregelen tegen te gaan. Onder meer preventieve politiemaatregelen aangepast aan de concrete ordehandhavingsbehoefte (zoals een (tijdelijke) inbeslagname van een geluidstoestel (bv. muziekinstallatie)) om rustverstoring te voorkomen of verdere rustverstoring tegen te gaan, worden in principe toegestaan door de Raad van State.
Voormelde politieverordening eindigt op 1 september 2021. De maatregel van het bestuurlijk beslag van geluidstoestellen wordt door politie echter uitermate positief geëvalueerd, getuige volgende passage uit een e-mail van het diensthoofd van de stafdienst van de lokale politie van 19 augustus 2021:
"We kunnen concluderen dat de bevoegdheid om tussen 22 u. ’s avonds en 06 u. ’s morgens bronnen van geluidsversterking in beslag te kunnen nemen als preventieve politiemaatregel zeer effectief gebleken is in de aanpak van nachtlawaai door gebruik van elektronisch versterkte muziek. Enerzijds voor een onmiddellijk herstel van de openbare rust bij klachten. Anderzijds is het aantal 101-meldingen en klachten sterk gedaald door het preventieve effect dat uitgaat van het bestaan van de mogelijkheid dat men zijn luidspreker tijdelijk kan kwijtspelen.
[...]
Gelet op het aangetoonde preventieve effect van de maatregel ingevoerd met de politieverordening van 30 juni 2021 is een verlenging van die maatregel wenselijk en noodzakelijk.
Aangezien de politieverordening van 30 juni 2021 eindigt op 1 september 2021, de eerstvolgende zitting van de gemeenteraad plaatsvindt op 7 september 2021 en de handhaving op het terrein alle baat heeft bij een zekere continuïteit, wordt bij deze, met toepassing van artikel 134, § 1, van de nieuwe gemeentewet, de mogelijkheid tot het bestuurlijk in beslag nemen van bronnen van elektronische geluidsversterking die aanleiding geven tot een verstoring van de nachtrust verlengd tot en met 31 december 2021.
Artikel 134, § 1, van de Nieuwe Gemeentewet bepaalt dat in geval van oproer, kwaadwillige samenscholing, ernstige stoornis van de openbare rust of andere onvoorziene gebeurtenissen, waarbij het geringste uitstel gevaar of schade zou kunnen opleveren voor de inwoners, de burgemeester politieverordeningen kan maken, onder verplichting om daarvan onverwijld aan de gemeenteraad kennis te geven, met opgave van de redenen waarom hij heeft gemeend zich niet tot de raad te moeten wenden. Voornoemde verordeningen vervallen dadelijk, indien zij door de raad in de eerstvolgende vergadering niet worden bekrachtigd.
Bekrachtigt de "Politieverordening burgemeester tot invoering van het bestuurlijk beslag ter bestrijding van geluidshinder door elektronische geluidsversterking" genomen door de burgemeester in toepassing van artikel 134 § 1 Nieuwe Gemeentewet van 27 augustus 2021.
Nieuwe Gemeentewet, artikel 134, §1
Ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, laatst gewijzigd door het ministerieel besluit van 25 augustus 2021, in het bijzonder artikel 13
Het Decreet over het Lokaal Bestuur, artikel 40, §3
Nieuwe Gemeentewet, artikel 134, §1
Gelet op de snelle stijging van de besmettingscijfers heeft de federale regering met het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 een aantal eerdere versoepelingen teruggedraaid en werden er opnieuw strengere maatregelen getroffen om de verdere verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken.
Eén van die maatregelen was het sluiten voor het publiek van de inrichtingen die behoren tot de culturele, feestelijke, sportieve, recreatieve en evenementensector, met inbegrip van onder meer de kermissen.
Ondertussen draait de vaccinatiecampagne op volle toeren, tekent zich een duidelijke dalende trend af in alle COVID-indicatoren (positiviteitsratio, incidentieniveaus en reproductiewaarde) en worden de federale coronamaatregelen stelselmatig versoepeld en afgebouwd.
Met het ministerieel besluit van 4 juni 2021 houdende wijziging van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 worden dan ook weer kermissen toegelaten, en dit vanaf 9 juni 2021 en na voorafgaande toelating door de bevoegde gemeentelijke overheid.
Met een politieverordening van de burgemeester van 8 juni 2021 werd de lokale organisatie van de kermissen aangepast aan die versoepelingen. De politieverordening werd op 21 juni 2021 door de gemeentekracht bekrachtigd.
Op het Overlegcomité van 18 juni 2021 werd beslist om het zomerplan versneld uit te rollen, gelet op de gunstige evolutie in de gezondheidssituatie en de succesvolle vaccinatiecampagne. Met het ministerieel besluit van 23 juni 2021 houdende wijziging van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 worden verdere versoepelingen doorgevoerd.
Kermissen konden nog steeds enkel plaatsvinden na toelating van de bevoegde gemeentelijke overheid, maar er gold geen beperking meer in het aantal bezoekers, er moest niet langer geteld worden, een éénrichtingsverkeersplan was enkel vereist indien meer dan 5000 bezoekers tegelijk worden ontvangen en bezoekers mochten worden ontvangen in groepen van maximum acht personen. Nieuw was ook de verplichting voor de kermisuitbaters om toe te zien op de naleving van de social distancing in de attractie en om de geldende maatregelen te afficheren.
Voornoemde maatregelen werden omgezet in een nieuwe politieverordening betreffende de organisatie van kermissen op 25 juni 2021 genomen door de burgemeester in toepassing van artikel 134 § 1 Nieuwe Gemeentewet.
Met het ministerieel besluit van 25 augustus 2021 werd de laatste fase van het zomerplan ingevoerd. Deze laatste fase treedt in werking op 1 september 2021.
Wat betreft de maatregelen voor de kermissen wordt nog steeds een voorafgaande toelating vereist, waarbij het de taak is van de bevoegde lokale overheid om de kermissen op een veilige manier te laten doorgaan.
De toegang tot de kermissen dient op dusdanige wijze te worden georganiseerd opdat de regels van de social distancing kunnen worden gerespecteerd, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elk gezelschap, evenals de passende preventiemaatregelen die minstens gelijkwaardig zijn aan deze van de ″Gids voor de opening van de handel”. De maatregel dat bezoekers dienen ontvangen te worden in groepen van 8 wordt opgeheven.
Tevens dienen kermisuitbaters, het personeel en de klanten een mondmasker dragen ingeval er meer dan 5.000 personen aanwezig zijn op eenzelfde moment.
Artikel 8, § 1, van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten stelt uitdrukkelijk dat de organisatie van ambulante activiteiten op de openbare markten wordt geregeld bij gemeentelijk reglement, goed te keuren door de gemeenteraad.
Op grond van artikel 134, § 1, van de Nieuwe Gemeentewet kan de burgemeester, in uitzonderlijke omstandigheden, tijdelijk optreden in de plaats van de gemeenteraad.
Artikel 134, § 1, van de Nieuwe Gemeentewet bepaalt dat in geval van oproer, kwaadwillige samenscholing, ernstige stoornis van de openbare rust of andere onvoorziene gebeurtenissen, waarbij het geringste uitstel gevaar of schade zou kunnen opleveren voor de inwoners, de burgemeester politieverordeningen kan maken, onder verplichting om daarvan onverwijld aan de gemeenteraad kennis te geven, met opgave van de redenen waarom hij heeft gemeend zich niet tot de raad te moeten wenden. Voornoemde verordeningen vervallen dadelijk, indien zij door de raad in de eerstvolgende vergadering niet worden bekrachtigd.
Het bestrijden van de verdere verspreiding van het coronavirus COVID-19 dient te worden beschouwd als een onvoorziene gebeurtenis in de zin van voormeld artikel. De nieuwe maatregelen treden in werking op 1 september 2021, de continuïteit van de kermissen dient gewaarborgd te blijven waarbij tevens de organisatie hiervan dient te worden aangepast aan de nieuwe federale coronamaatregelen. Aangezien de eerstvolgende bijeenkomst van de gemeenteraad pas voorzien is na de inwerkingtreding van de laatste fase van het zomerplan (en de daarbij gaande maatregelen voor kermissen), kan het voorzien in de nodige veiligheidsmaatregelen teneinde een verdere verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken en de veiligheid van zowel de kermisuitbaters als de bezoekers te garanderen, geen verder uitstel verdragen en is een dringend optreden door de burgemeester vereist.
In kader daarvan werd op 27 augustus 2021 een nieuwe politieverordening genomen door de burgemeester in toepassing van artikel 134 § 1 Nieuwe Gemeentewet.
De daarin vervatte maatregelen zijn absoluut noodzakelijk teneinde de openbare gezondheid te vrijwaren en een vlot en veilig verloop van de markten te bewerkstelligen dit met een maximale beperking van de verdere verspreiding van het COVID-19 virus.
Onderhavige politieverordening houdt tevens de door artikel 13, eerste lid, van het huidig ministerieel besluit voorziene toelating in voor het laten doorgaan van de kermissen onder de in voornoemd artikel voorziene voorwaarden.
Indien één van voornoemde voorwaarden niet wordt nageleefd, zal de toelating hiertoe met onmiddellijke ingang worden opgeheven.
Onderhavige politieverordening trad in werking op 1 september 2021. De "Politieverordening burgemeester met maatregelen voor een veilige organisatie van kermissen teneinde de verdere verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken" genomen op 25 juni 2021, werd hierdoor met ingang van 1 september 2021 opgeheven.
De politieverordening van 27 augustus 2021 werd hierbij voorgelegd aan de gemeenteraad ter bekrachtiging, dit conform artikel 134 § 1 Nieuwe Gemeentewet.
Bekrachtigt de "Politieverordening burgemeester met maatregelen voor een veilige organisatie van kermissen teneinde de verdere verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken", genomen door de burgemeester in toepassing van artikel 134 § 1 van de Nieuwe Gemeentewet op 27 augustus 2021.
Nieuwe Gemeentewet, artikel 134, § 1.
Ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, laatst gewijzigd door het ministerieel besluit van 25 augustus 2021, in het bijzonder artikel 13
Decreet over het lokaal bestuur, artikel 40 § 3
Nieuwe Gemeentewet, artikel 134 § 1.
In toepassing van artikel 134 § 1 Nieuwe Gemeentewet werd op 30 november 2020 een "Tijdelijke politieverordening burgemeester met maatregelen voor een veilige organisatie van de openbare markten teneinde de verdere verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken" genomen. Deze politieverordening werd bekrachtigd door de gemeenteraad in zitting van 14 december 2020. Betrokken politieverordening omvatte de toenmalige regels die door de federale overheid werden opgelegd.
Met het ministerieel besluit van 4 juni 2021 houdende wijziging van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 werd de eerste fase van het zomerplan ingevoerd. Op basis van de gunstige evolutie in de gezondheidssituatie, heeft het Overlegcomité immers beslist om de federale coronamaatregelen stelselmatig te versoepelen en af te bouwen. De eerste fase van deze versoepelingen trad in werking op 9 juni 2021.
Met een politieverordening van de burgemeester van 8 juni 2021 werd de lokale organisatie van de openbare markten aangepast aan die versoepelingen. De politieverordening werd op 21 juni 2021 door de gemeentekracht bekrachtigd.
Op het Overlegcomité van 18 juni 2021 werd beslist om het zomerplan versneld uit te rollen, gelet op de gunstige evolutie in de gezondheidssituatie en de succesvolle vaccinatiecampagne. Met het ministerieel besluit van 23 juni 2021 houdende wijziging van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 worden verdere versoepelingen doorgevoerd.
Markten konden nog steeds enkel plaatsvinden na toelating van de bevoegde gemeentelijke overheid, maar er gold geen beperking meer in het aantal bezoekers, er moest niet langer geteld worden, een éénrichtingsverkeersplan was enkel vereist indien meer dan 5000 bezoekers tegelijk worden ontvangen en bezoekers mochten worden ontvangen in groepen van maximum acht personen. Nieuw was ook de verplichting voor de marktkramers om de geldende maatregelen te afficheren.
Voornoemde maatregelen werden omgezet in een nieuwe politieverordening betreffende de organisatie van openbare markten op 25 juni 2021 genomen door de burgemeester in toepassing van artikel 134 § 1 Nieuwe Gemeentewet.
Met het ministerieel besluit van 25 augustus 2021 werd de laatste fase van het zomerplan ingevoerd. Deze laatste fase treedt in werking op 1 september 2021.
Wat betreft de maatregelen voor de markten wordt nog steeds een voorafgaande toelating vereist, waarbij het de taak is van de bevoegde lokale overheid om de markten op een veilige manier te laten doorgaan.
De toegang tot de markten dient op dusdanige wijze te worden georganiseerd opdat de regels van de social distancing kunnen worden gerespecteerd, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elk gezelschap, evenals de passende preventiemaatregelen die minstens gelijkwaardig zijn aan deze van de ″Gids voor de opening van de handel”. De maatregel dat bezoekers dienen ontvangen te worden in groepen van 8 wordt opgeheven.
Tevens dienen marktkramers, het personeel en de klanten een mondmasker dragen ingeval er meer dan 5.000 personen aanwezig zijn op eenzelfde moment.
Artikel 8, § 1, van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten stelt uitdrukkelijk dat de organisatie van ambulante activiteiten op de openbare markten wordt geregeld bij gemeentelijk reglement, goed te keuren door de gemeenteraad.
Op grond van artikel 134, § 1, van de Nieuwe Gemeentewet kan de burgemeester, in uitzonderlijke omstandigheden, tijdelijk optreden in de plaats van de gemeenteraad.
Artikel 134, § 1, van de Nieuwe Gemeentewet bepaalt dat in geval van oproer, kwaadwillige samenscholing, ernstige stoornis van de openbare rust of andere onvoorziene gebeurtenissen, waarbij het geringste uitstel gevaar of schade zou kunnen opleveren voor de inwoners, de burgemeester politieverordeningen kan maken, onder verplichting om daarvan onverwijld aan de gemeenteraad kennis te geven, met opgave van de redenen waarom hij heeft gemeend zich niet tot de raad te moeten wenden. Voornoemde verordeningen vervallen dadelijk, indien zij door de raad in de eerstvolgende vergadering niet worden bekrachtigd.
Het bestrijden van de verdere verspreiding van het coronavirus COVID-19 dient te worden beschouwd als een onvoorziene gebeurtenis in de zin van voormeld artikel. De nieuwe maatregelen treden in werking op 1 september 2021, de continuïteit van de markten dient gewaarborgd te blijven waarbij tevens de organisatie hiervan dient te worden aangepast aan de nieuwe federale coronamaatregelen. Aangezien de eerstvolgende bijeenkomst van de gemeenteraad pas voorzien is na de inwerkingtreding van de laatste fase van het zomerplan (en de daarbij gaande maatregelen voor markten), kan het voorzien in de nodige veiligheidsmaatregelen teneinde een verdere verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken en de veiligheid van zowel de marktkramers als de bezoekers te garanderen, geen verder uitstel verdragen en is een dringend optreden door de burgemeester vereist.
In kader daarvan werd een politieverordening door de burgemeester genomen op 27 augustus 2021, dit op grond van artikel 134 § 1 Nieuwe Gemeentewet.
De daarin vervatte maatregelen zijn absoluut noodzakelijk teneinde de openbare gezondheid te vrijwaren en een vlot en veilig verloop van de markten te bewerkstelligen dit met een maximale beperking van de verdere verspreiding van het COVID-19 virus.
Onderhavige politieverordening houdt tevens de door artikel 13, eerste lid, van het huidig ministerieel besluit voorziene toelating in voor het laten doorgaan van de markten onder de in voornoemd artikel voorziene voorwaarden.
Indien één van voornoemde voorwaarden niet wordt nageleefd, zal de toelating hiertoe met onmiddellijke ingang worden opgeheven.
Onderhavige politieverordening treedt in werking op 1 september 2021 en wordt conform artikel 134 § 1 Nieuwe Gemeentewet aan de gemeenteraad ter bekrachtiging voorgelegd. De "Politieverordening burgemeester met maatregelen voor een veilige organisatie van de openbare markten teneinde de verdere verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken" genomen op 25 juni 2021, wordt hierdoor met ingang van 1 september 2021 opgeheven.
Bekrachtigt de "Politieverordening Burgemeester met maatregelen voor een veilige organisatie van de openbare markten teneinde de verdere verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken", genomen door de burgemeester in toepassing van artikel 134 § 1 van de Nieuwe Gemeentewet op 27 augustus 2021 .
Nieuwe Gemeentewet, artikel 134, § 1.
Decreet over het lokaal bestuur, artikel 40, § 3.
Nieuwe Gemeentewet, artikel 134, § 1.
In de zomer van 2020, na de eerste verplichte horecasluiting door de COVID-19 maatregelen, stelde het Gentse stadsbestuur reeds een afwegingskader en een uitzonderingsprocedure vast voor de tijdelijke vergunning van terrasuitbreidingen, en vervolgens ook voor de snellere behandeling van nieuwe terrasaanvragen. Verschillende terrasinplantingsplannen (TIP) werden aangepast.
Naar aanleiding van de start van het academiejaar en de terugkeer van duizenden studenten naar Gent, stelde het college van burgemeester en schepenen in zitting van 17 september 2020 ook een tijdelijk TIP Overpoortstraat-Stalhof vast met een specifieke regeling voor terrassen op deze locatie. Dit TIP werd geflankeerd met de nodige maatregelen op het vlak van mobiliteit, openbare orde en veiligheid en had specifiek tot doel om in deze drukke uitgaansbuurt tot een regeling op maat te komen om de verwachte toevloed aan studenten in goede banen te leiden, met oog op de naleving van de geldende COVID-19-maatregelen
Om de sector te ondersteunen en perspectief te bieden, besliste het college van burgemeester en schepenen in zitting van 11 december 2020 om tijdelijk vergunde terrassen te verlengen t.e.m. 15 april 2022, met tot dezelfde datum ook de mogelijkheid om regulier vergunde zomeropstellingen te laten staan waarbij tevens tot een uitzonderlijke regeling voor bepaalde terrasconstructies en uitrustingen (overkappingen, windbeschutting en terrasverwarming) werd beslist .
In de gemeenteraad van 26 januari 2021 werd het Terrasreglement op de nodige punten aangepast.
Specifiek voor Overpoortstraat - Stalhof heeft het college van burgemeester en schepenen in zitting van 25 maart 2021 het tijdelijk terrasinplantingsplan (TIP) Overpoortstraat-Stalhof goedgekeurd, dit voor de periode van 1 mei 2021 t.e.m. 31 augustus 2021.
Momenteel geldt voor de zone Overpoortstraat - Voetweg - Stalhof - Kramersplein reeds het "Politiereglement betreffende het in het bezit hebben van, verkopen of bedelen van al dan niet alcoholhoudende dranken in glazen recipiënten in de Overpoortstraat, Voetweg, Stalhof en Kramersplein", zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van 25 juni 2013 en laatst gewijzigd in de gemeenteraad van 20 februari 2017.
Voormeld politiereglement bevat volgende verbodsbepalingen:
"Artikel 1
Het is verboden om al dan niet alcoholhoudende dranken in glazen recipiënten, ongeacht hun vorm, in bezit te hebben op het openbaar domein in de Overpoort- straat, Voetweg, Stalhof en Kramersplein telkens tussen 20 uur ’s avonds en 7 uur ’s morgens.
Artikel 2
Het is de uitbaters van horecazaken gelegen in de Overpoortstraat, Voetweg, Stalhof en Kramersplein verboden om tussen 20 uur ’s avonds en 7 uur ’s morgens al dan niet alcoholhoudende dranken te verschaffen in glazen recipiënten voor verbruik op het openbaar domein. De verantwoordelijken van voornoemde zaken moeten er op toezien dat al dan niet alcoholhoudende dranken in glas steeds binnen in de zaak wordt geconsumeerd en mogen niet toelaten dat ter beschikking gestelde glazen recipiënten worden meegenomen uit de betrokken zaak.
Elke uitbater van een horecazaak moet het verbod op een voor het publiek goed zichtbare plaats binnen de zaak op een bord aanbrengen, met daarop volgende boodschap: “ Tussen 20 uur ’s avonds en 7 uur ’s morgens mogen de ter beschikking gestelde glazen recipiënten niet uit de zaak worden meegenomen”.
Artikel 3
Het is verboden om in verkooppunten en bedelingspunten andere dan horecazaken gelegen in de Overpoortstraat, Voetweg, Stalhof en Kramersplein tussen 20 uur ’s avonds en 7 uur ’s morgens aan het publiek al dan niet alcoholhoudende dranken in glazen recipiënten te verkopen en/of aan te bieden, zelfs gratis en in welke hoeveelheid ook.
Elke uitbater van verkooppunten of bedelingspunten andere dan horecazaken moet dit verbod op een voor het publiek goed zichtbare plaats binnen het verkooppunt of bedelingspunt op een bord aanbrengen, met daarop volgende boodschap: “Tussen 20 uur ’s avonds en 7 uur ’s morgens worden geen al dan niet alcoholhoudende dranken verkocht en/of aangeboden in glazen recipiënten”.
Tevens moet elke uitbater van verkooppunten of bedelingspunten andere dan horecazaken het aanbod van dranken in glazen recipiënten gedurende de duur van het verbod afschermen zodat dit aanbod volledig aan het zicht van het publiek wordt onttrokken."
Bovenstaande verbodsbepalingen werden ingevoerd om redenen van openbare veiligheid: het is evident dat de aanwezigheid van flessen, glazen en glasscherven op een locatie waar veel mensen bijeenkomen en waar veel alcohol wordt geconsumeerd een aanzienlijk veiligheidsrisico met zich meebrengt. Niet alleen kunnen mensen zich verwonden aan scherven die op de grond liggen, maar glas kan, in welke vorm dan ook, in het ergste geval ook als wapen worden gebruikt bij vechtpartijen.
De invoering van het TIP Overpoortstraat - Stalhof, waarbij een zeer omvangrijke terraszone wordt gecreëerd in wat het drukst bezochte uitgaansgebied van Gent vormt, noodzaakte een dringende, tijdelijke, aanpassing van de verbodsbepalingen in het Politiereglement van 25 juni 2013. In kader daarvan werd een tijdelijke politieverordening genomen door de burgemeester betreffende het in het bezit hebben van, verkopen of bedelen van al dan niet alcoholische dranken in open glazen recipiënten in de Overpoortstraat, Voetweg, Stalhof. Deze politieverordening werd in kader van artikel 134 § 1 Nieuwe Gemeentewet bekrachtigd door de gemeenteraad.
Bij ministerieel besluit van 18 oktober 2020 werd echter bepaald dat de inrichtingen die behoren tot de horecasector en andere eet- en drankgelegenheden gesloten dienen te blijven en de niet georganiseerde samenscholingen dienden beperkt te blijven tot maximaal 4 personen. Gelet op toenmalige sluitingsmaatregel (inclusief de in de TIP Overpoortstraat - Stalhof voorziene terraszones) diende de tijdelijke politieverordening te worden opgeheven.
Met het ministerieel besluit van 7 mei 2021 tot wijziging van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken werd het door het Overlegcomité aangekondigde "buitenplan" geactiveerd vanaf 8 mei 2021. Dit houdt onder meer in dat horeca-terrassen geopend mogen zijn tot 22u en dat de avondklok is opgeheven en vervangen door een verbod op samenscholingen van meer dan 3 personen tussen 00u en 05u. Ook het verbod op de verkoop van alcohol gaat nu pas in om 22u waar dit voorheen 20u was.
Bovenvermelde versoepelingen, in combinatie met temperaturen die stilaan de hoogte in gaan, voeden de verwachting dat de druk op het openbaar domein de volgende weken verder zal toenemen. Zeker het feit dat op de locatie Overpoort - Stalhof een zeer omvangrijke terraszone wordt gecreëerd en dit één van de drukst bezochte uitgaansgebieden van Gent uitmaakt, dient de heropening in de meest veilige omstandigheden door te gaan. De aanwezigheid van flessen, glazen en glasscherven op die locaties waar heel veel mensen bijeenkomen en waar alcohol wordt geconsumeerd brengt hierbij ontegensprekelijk een veiligheidsrisico met zich mee. Mensen kunnen zich niet alleen verwonden aan scherven die op de grond liggen maar glas kan, in welke vorm dan ook, in het ergste geval ook als wapen worden gebruikt bij vechtpartijen.
Om die reden ook werd door de gemeenteraad reeds een politieverordening goedgekeurd waarbij het verboden is om open glazen recipiënten, ongeacht hun vorm en inhoud, in bezit te hebben op het openbaar domein, op het Sint-Pietersplein, Graslei en Korenlei, de Coupure Links en Coupure Rechts, het Citadelpark, het Muinkpark en de Bijlokesite.
Gelet op het feit dat het buitenplan en de bijhorende horecaregels wat betreft de buitenterrassen pas definitief en duidelijk werden na publicatie van het ministerieel besluit op 07 mei 2021, kon niet gewacht worden op de gemeenteraad van 25 mei 2021 om de reeds bestaande politieverordening van de gemeenteraad uit te breiden naar de Overpoortstraat, Stalhof, Voetweg en Kramersplein als flankerende veiligheidsmaatregel aangezien het buitenplan op 8 mei 2021 reeds in werking treedt.
Het reeds van kracht zijnde glasverbod op voornoemde locaties bood, omwille van het beperktere toepassingsgebied, immers onvoldoende veiligheidsgaranties in die ingrijpend gewijzigde context.
Daarom heeft de burgemeester op 7 mei 2021, in toepassing van artikel 134, § 1, van de Nieuwe Gemeentewet, een dringende politieverordening uitgevaardigd waarmee het bestaande glasverbod werd aangepast aan de situatie gecreëerd door het TIP en de nieuwe horecaregels die gelden vanaf 8 mei 2021.
De politieverordening op grond van artikel 134 § 1 Nieuwe Gemeentewet stelde, net zoals dat in september 2020 ook al het geval was, een verbod in op het bezit, verkoop en bedeling van open glazen recipiënten, ongeacht hun vorm en inhoud, op het openbaar domein in de Overpoortstraat, Voetweg, Stalhof en Kramersplein, daaronder inbegrepen de in het TIP Overpoortstraat - Stalhof voorziene terraszones.
Voor de vergunde terraszones op het Kramersplein gold dit verbod niet, gelet op de afwijkende plaatsgesteldheid. De zaken die daar gevestigd zijn, trekken immers een ander, rustiger, publiek en zijn bovendien ook fysiek redelijk verwijderd van de meer typische studentikoze horeca-zaken die kenmerkend zijn voor de Overpoortstraat. Het glasverbod werd op die locatie al eerder, in als disproportioneel ervaren, niet alleen door de uitbaters zelf maar ook door politiediensten en andere diensten betrokken bij het dagelijks beheer van de buurt.
De politieverordening werd bekrachtigd door de gemeenteraad in zitting van 25 mei 2021 en gold tot en met 31 augustus 2021, onder voorbehoud van een eventuele verlenging van het TIP Overpoortstraat - Stalhof.
In zitting van 26 augustus 2021 heeft het college van burgemeester en schepenen de verlenging van het tijdelijk terrasinplantingsplan (TIP) Overpoortstraat-Stalhof goedgekeurd dit t.e.m. 30 september 2021.
Gelet op de verlenging van voornoemd TIP, de versoepelde maatregelen voorzien in de laatste fase van het zomerplan, de druk op het openbaar domein en het feit dat de burger meer en meer gebruik zal maken van alle hernieuwde mogelijkheden waaronder horecabezoeken zonder verregaande beperkende maatregelen, dient de huidige politieverordening te worden verlengd. De locatie Overpoort-Stalhof met haar omvangrijke terraszone zal ook in september één van de drukst bezochte uitgaansgebieden van Gent blijven.
Op grond van artikel 134, § 1, van de Nieuwe Gemeentewet kan de burgemeester, in uitzonderlijke omstandigheden, een politieverordening uitvaardigen in plaats van de gemeenteraad.
Het bestrijden van de verdere verspreiding van het coronavirus COVID-19 met de daaraan gepaarde federale en lokale maatregelen, dient te worden beschouwd als een onvoorziene gebeurtenis in de zin van voormeld artikel.
Gelet op het feit dat de inwerkingtreding van de laatste fase van het zomerplan op 1 september een verregaande versoepeling van de thans geldende coronamaatregelen inhoudt (voor wat betreft horeca vallen heel wat maatregelen weg) en deze pas definitief en duidelijk werden na publicatie van het ministerieel besluit op 26 augustus 2021, kan niet gewacht worden op de gemeenteraad van september 2021 om de verlenging van de reeds bekrachtigde politieverordening door de gemeenteraad te laten goedkeuren.
Om die reden werd op 27 augustus ll. een politieverordening uitgevaardigd op grond van artikel 134, § 1, van de Nieuwe Gemeentewet die het bestaande glasverbod verlengt gelijklopend met de verlenging van het TIP tot en met 30 september 2021.
Artikel 134, § 1, van de Nieuwe Gemeentewet schrijft voor dat dergelijke politieverordening van de burgemeester op de eerstvolgende gemeenteraad moet worden bekrachtigd.
Bekrachtigt de politieverordening van de burgemeester betreffende het in het bezit hebben van, verkopen of bedelen van al dan niet alcoholische dranken in open glazen recipiënten in de Overpoortstraat, Voetweg, Stalhof en Kramersplein van 27 augustus 2021.
Nieuwe Gemeentewet, artikel 134, § 1.
Ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, laatst gewijzigd door het ministerieel besluit van 25 augustus 2021, in het bijzonder artikel 25
Decreet over het Lokaal Bestuur, artikel 40.
Nieuwe Gemeentewet, artikel 134 § 1.
Het dragen van een mondmasker, of een alternatief in stof, speelt een belangrijke rol in de strategie ter beperking van de verspreiding van het coronavirus COVID-19.
Het ministerieel besluit van 10 juli 2020 houdende wijziging van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, voerde de verplichting in voor eenieder vanaf de leeftijd van 12 jaar om de mond en de neus te bedekken met een masker of elk ander alternatief in stof in bepaalde publiek toegankelijke inrichtingen. Met navolgende wijzigingen aan het ministerieel besluit op 24 en 28 juli 2020 werd die verplichting steeds verder uitgebreid.
Om de mondmaskerverplichting te implementeren in Gent, en uitvoering te geven aan de opeenvolgende wijzigingen aan het ministerieel besluit van 30 juni 2020, werden door de (waarnemend) burgemeester en de gemeenteraad reeds verschillende politieverordeningen uitgevaardigd waarmee een mondmaskerverplichting werd ingevoerd voor bestuurders en passagiers bij individueel bezoldigd personenvervoer, in de recyclageparken, op welbepaalde drukbezochte plaatsen (centrumstraten, evenementen, in de publiek toegankelijke delen van openbare gebouw) en in de nabijheid van de schoolpoorten. Op grond van de opeenvolgende ministeriële besluiten komt het immers aan de bevoegde lokale overheid toe om de private of publieke druk bezochte plaatsen aan de duiden waar een mondmaskerplicht geldt.
Al die verordeningen werden in de gemeenteraad van 25 januari 2021 samengebracht en gecoördineerd in de "Nieuwe politieverordening houdende de verplichting tot het dragen van een mondmasker op welbepaalde plaatsen teneinde de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken".
Op maandag 31 mei 2021 vond een overleg plaats met de adviserende medische experten waarbij de lokale regels inzake de mondmaskerplicht onder de loep werden genomen. De consensus op dit overleg was dat een algemene mondmaskerverplichting op het openbaar domein in open lucht in de toenmalige stand van de pandemie weinig zinvol is bij een normale interactie. Wel blijft de nodige voorzichtigheid geboden en moet er aandacht blijven gaan naar het bewaren van de nodige afstand.
Daarom werd de politieverordening die op 25 januari 2021 door de gemeenteraad werd goedgekeurd met een politieverordening van de burgemeester van 9 juni 2021 aangepast aan de gewijzigde omstandigheden en inzichten. Die politieverordening werd op 21 juni 2021 door de gemeenteraad bekrachtigd.
Met het ministerieel besluit van 23 juni 2021 houdende wijziging van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 werden een aantal wijzigingen aangebracht aan de federaal geldende regels betreffende mondmaskerplicht. Om de lokale situatie in overeenstemming te brengen met de gewijzigde federale regels, werd op 25 juni 2021, in toepassing van artikel 134, § 1, Nieuwe Gemeentewet een aangepaste politieverordening uitgevaardigd. Concreet werd het onderscheid tussen statische en dynamische betogingen opgeheven en kwam er een algemene mondmaskerplicht voor betogingen, en kwam er een uitzondering voor zittend publiek van evenementen, culturele en andere voorstellingen, sportieve wedstrijden en trainingen en congressen die buiten werden georganiseerd.
Na raadpleging van de medische experten, het Overlegcomité van 20 augustus 2021 waarop de laatste fase van het zomerplan werd aangekondigd en de publicatie van het ministerieel besluit van 25 augustus 2021 houdende wijziging van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken waarmee een heel aantal beperkingen worden opgeheven, was een verdere aanpassing van de lokaal geldende verplichting tot het dragen van een mondmasker aan de orde.
Zoals in het voormeld ministerieel besluit wordt gesteld, blijft de mondmaskerplicht nog gelden voor wat betreft bepaalde inrichtingen en activiteiten die een essentiële rol spelen in het dagelijks leven én dient in bepaalde gevallen een mondmasker te worden gedragen wanneer de social distancing niet kan nageleefd. Daartoe wordt een beroep gedaan op het verantwoordelijkheidsgevoel en de geest van solidariteit van elke burger.
Voor wat betreft ceremonies, levensbeschouwelijke bijeenkomsten, evenementen, culturele en andere voorstellingen, sportieve wedstrijden en sporttrainingen, congressen en handelsbeurzen en betogingen op de openbare weg, zijn de geldende federale maatregelen duidelijk. Er was geen bijzondere noodzaak om die maatregelen bijkomend lokaal te gaan vertalen, noch stelde zich de noodzaak om lokaal in afwijkende regels te voorzien.
In het winkel-wandelgebied werd de lokaal geldende mondmaskerplicht, gebaseerd op de bevoegdheid van de lokale overheid om de private of publieke druk bezochte plaatsen aan te duiden waar de verplichting geldt, opgeheven met ingang van 30 augustus 2021.
Wat de taxi's betreft, geldt de algemene verplichting dat een mondmasker moet worden gedragen wanneer het onmogelijk is om de regels van de social distancing na te leven zoals vervat in artikel 25, § 1, van het ministerieel besluit van 28 oktober 2021. Ook daar was een lokale verplichting niet langer noodzakelijk.
De "politieverordening tot aanpassing van de verplichting tot het dragen van een mondmasker op welbepaalde plaatsen" van 25 juni 2021 werd dan ook in die zin gewijzigd en vervangen door een nieuwe "politieverordening houdende mondmaskerplicht in de publiek toegankelijke delen van openbare gebouwen". Voornoemde politieverordening van 25 juni 2021 werd met ingang van 30 augustus 2021 opgeheven.
Op 27 augustus 2021 werd door de burgemeester een "politieverordening houdende mondmaskerplicht in de publiek toegankelijke delen van openbare gebouwen" genomen dit in toepassing van artikel 134, § 1, van de Nieuwe Gemeentewet. De mondmaskerplicht in de publiek toegankelijke delen van openbare gebouwen behoefde echter nog verder overleg en advisering vanuit de bevoegde instanties.
Uit dit overleg bleek dat de bevoegde diensten (IDPBW, medewerkers,...) gunstig stonden tegenover het afschaffen van de mondmaskerplicht in gebouwen waar geen federale mondmaskerplicht meer geldt. Bovendien werden in het verleden reeds bijkomende aanpassingen aangebracht in betrokken delen van de stadsgebouwen teneinde de verspreiding van het virus maximaal te vermijden (zo is er bijvoorbeeld aan loketten een plexi scheidingswand voorzien). Voornoemde bijkomende aanpassingen kunnen dan ook los van de afschaffing van de mondmaskerplicht verder worden gebruikt.
Ook de arbeidsarts was akkoord met het afschaffen van de mondmaskerplicht in de publieke zones van de openbare gebouwen, wat impliceert dat de bezoeker geen mondmasker meer moet dragen en dat ook de medewerker aan het loket het mondmasker mag afzetten. De voorwaarde is wel dat de bezoeker op voldoende afstand (min 1,5 meter) blijft of er een plexi scherm is geplaatst en dat het contact altijd gebeurt een goed verluchte ruimte.
Op basis van voornoemde adviezen en het feit dat ook federaal de mondmaskerplicht in publiek toegankelijke ruimtes van openbare besturen werd geschrapt, werd de "politieverordening houdende mondmaskerplicht in de publiek toegankelijke delen van openbare gebouwen" van 27 augustus 2021 door de burgemeester opgeheven met ingang van 3 september 2021.
Dit heeft tot gevolg dat sinds 3 september 2021 de federale regeling inzake mondmaskerplicht van toepassing is, en er geen bijkomende lokale mondmaskerplicht meer wordt opgelegd.
Chronologisch werden inzake mondmaskerplicht volgende lokale politieverordeningen goedgekeurd en opgeheven :
- De gemeenteraad heeft op grond van haar algemene bevoegdheid om politieverordeningen vast te stellen (artikel 40 § 3 Decreet over het Lokaal Bestuur) de mondmaskerplicht geregeld in de "Nieuwe politieverordening houdende de verplichting tot het dragen van een mondmasker op welbepaalde plaatsen teneinde de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken" goedgekeurd in zitting van 25 januari 2021.
- Tengevolge van de destijds ingevoerde nieuwe coronamaatregelen heeft de burgemeester voornoemde politieverordening gewijzigd in toepassing van artikel 134 § 1 Nieuwe Gemeentewet. Op 7 juni 2021 heeft de burgemeester de "Politieverordening tot aanpassing van de verplichting tot het dragen van een mondmasker op welbepaalde plaatsen teneinde de verdere verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken" goedgekeurd met ingang van 9 juni 2021, de "Nieuwe politieverordening houdende de verplichting tot het dragen van een mondmasker op welbepaalde plaatsen teneinde de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken" goedgekeurd in gemeenteraadszitting van 25 januari 2021 werd tevens opgeheven. Door de intrekking van de "Politieverordening tot aanpassing van de verplichting tot het dragen van een mondmasker op welbepaalde plaatsen teneinde de verdere verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken" op 9 juni 2021 is deze verordening uit het rechtsverkeer gehaald en diende deze niet bekrachtigd te worden.
- Op 9 juni 2021 werd de "Politieverordening tot aanpassing van de verplichting tot het dragen van een mondmasker op welbepaalde plaatsen teneinde de verdere verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken" van 7 juni 2021 ingetrokken, aangezien na bijkomend overleg werd besloten dat de verplichting tot het dragen van een mondmasker op de recyclageparken diende te worden opgeheven, gelet op de evolutie van de pandemie en de plaatsgesteldheid (in open lucht, met onderlinge afstand). Daarom werd met voorliggende politieverordening de eerdere verordening van 7 juni 2021 ingetrokken en op 9 juni 2021 vervangen door een nieuwe "Politieverordening tot aanpassing van de verplichting tot het dragen van een mondmasker op welbepaalde plaatsen teneinde de verdere verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken" genomen door de burgemeester. Dit alles werd conform artikel 134 § 1 Nieuwe Gemeentewet bekrachtigd door de gemeenteraad in zitting van 21 juni 2021, zoniet kwam deze wijziging anders te vervallen.
- Door de snel opeenvolgende wijzigingen en versoepelingen van de coronamaatregelen (invoering van de verschillende fases van het zomerplan) heeft de burgemeester de "Politieverordening tot aanpassing van de verplichting tot het dragen van een mondmasker op welbepaalde plaatsen teneinde de verdere verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken" gewijzigd op 25 juni 2021 in toepassing van artikel 134 § 1 Nieuwe Gemeentewet. De "Politieverordening tot aanpassing van de verplichting tot het dragen van een mondmasker op welbepaalde plaatsen teneinde de verdere verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken" van 9 juni 2021 werd hierbij opgeheven met ingang van 27 juni 2021. Deze wijziging en opheffing konden echter niet meer worden bekrachtigd door de gemeenteraad in juni 2021 aangezien de eerstvolgende gemeenteraad gepland stond op 7 september 2021.
- Conform de inwerkingtreding van de laatste fase van het zomerplan op 1 september 2021 en de publicatie van het MB van 25 augustus 2021 in het Belgisch Staatsblad van 26 augustus 2021, heeft de burgemeester voornoemde politieverordening van 25 juni 2021 opgeheven met ingang van 30 augustus opgeheven en vervangen door de "Politieverordening houdende mondmaskerplicht in de publiek toegankelijke delen van openbare gebouwen" genomen in toepassing van artikel 134 § 1 Nieuwe Gemeentewet op 27 augustus 2021. Ook deze opheffing en nieuwe politieverordening kon pas worden bekrachtigd in de eerstvolgende gemeenteraad van 7 september 2021.
- Ingevolge het feit dat federaal de mondmaskerplicht in publiek toegankelijke ruimtes van openbare besturen werd geschrapt, de positieve advisering van de bevoegde instanties om dit ook in de lokale politieverordening te schrappen en de algemeen federaal soepele bepalingen omtrent de mondmaskerplicht, werd op 2 september 2021 de "Politieverordening houdende mondmaskerplicht in de publiek toegankelijke delen van openbare gebouwen" door de burgemeester opgeheven met ingang van 3 september 2021. Ook deze opheffing kon pas worden bekrachtigd in de eerstvolgende gemeenteraad van 7 september 2021.
Niettegenstaande op 2 september 2021 de lokale reglementering houdende mondmaskerplicht werd opgeheven en hierdoor vanaf 3 september 2021 de federale regeling mondmaskerplicht geldt, dient juridisch-technisch de opheffing van de "Politieverordening houdende mondmaskerplicht in de publiek toegankelijke delen van openbare gebouwen" van 2 september 2021 te worden bekrachtigd door de gemeenteraad in toepassing van artikel 134 § 1 Nieuwe Gemeentewet.
Artikel 134, § 1, van de Nieuwe Gemeentewet bepaalt immers dat in geval van oproer, kwaadwillige samenscholing, ernstige stoornis van de openbare rust of andere onvoorziene gebeurtenissen, waarbij het geringste uitstel gevaar of schade zou kunnen opleveren voor de inwoners, de burgemeester politieverordeningen kan maken, onder verplichting om daarvan onverwijld aan de gemeenteraad kennis te geven, met opgave van de redenen waarom hij heeft gemeend zich niet tot de raad te moeten wenden. Voornoemde verordeningen vervallen dadelijk, indien zij door de raad in de eerstvolgende vergadering niet worden bekrachtigd.
Indien de opheffing niet zou worden bekrachtigd zou dit immers betekenen dat alle wijzigingen en opheffingen na de laatste bekrachtiging door de gemeenteraad op 21 juni 2021 komen te vervallen en bijgevolg opnieuw de "Politieverordening tot aanpassing van de verplichting tot het dragen van een mondmasker op welbepaalde plaatsen teneinde de verdere verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken" van 9 juni 2021 zou gelden. De inhoud van deze laatste verordening strookt echter niet meer met de huidige (beperkte) coronamaatregelen, daarnaast zou het doel van de opheffing van de "Politieverordening houdende mondmaskerplicht in de publiek toegankelijke delen van openbare gebouwen" (zijnde geen lokale reglementering mondmaskerplicht maar toepassing van de federale regeling) helemaal komen te vervallen.
Omwille van juridisch technische redenen wordt dan ook gevraagd aan de gemeenteraad om de diverse opheffingen van de lokale politieverordeningen mondmaskerplicht waartoe is besloten na de laatste bekrachtiging in de gemeenteraadszitting van 21 juni 2021 in toepassing van artikel 134 § 1 Nieuwe Gemeentewet te bekrachtigen.
Bekrachtigt de opheffing van de “Politieverordening tot aanpassing van de verplichting tot het dragen van een mondmasker op welbepaalde plaatsen teneinde de verdere verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken” genomen door de burgemeester in toepassing van artikel 134 § 1 Nieuwe Gemeentewet van 9 juni 2021 en bekrachtigd door de gemeenteraad van 21 juni 2021, dit met ingang van 25 juni 2021.
Bekrachtigt de opheffing van de “Politieverordening tot aanpassing van de verplichting tot het dragen van een mondmasker op welbepaalde plaatsen teneinde de verdere verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken” genomen door de burgemeester in toepassing van artikel 134 § 1 Nieuwe Gemeentewet van 25 juni 2021, dit met ingang van 30 augustus 2021.
Bekrachtigt de opheffing van de “Politieverordening houdende mondmaskerplicht in de publiek toegankelijke delen van openbare gebouw" genomen door de burgemeester in toepassing van artikel 134 § 1 Nieuwe Gemeentewet van 02 september 2021, dit met ingang van 03 september 2021.
Toelichting over de studie uitbreiding LEZ door experten van VITO en TML + toelichting over de LEZ evaluatie (Dienst Milieu en Klimaat).