-
Recent werd bericht dat Luminus een aantal nieuwe gasturbines wil bouwen in Wondelgem om mee het energietekort door de nieuwe federale regering voorgenomen sluiting van de kerncentrales op te vangen. De CO2-uitstoot van de centrale zou hierdoor stijgen van 900.000 ton per jaar naar 1,25 miljoen ton. Dat is dus een stijging met 350.000 ton. Dat is niet min vergeleken met de totale CO2-uitstoot van ongeveer 1,4 mio ton/jaar (verkeer, wonen, niet-ETS-bedrijven) die het Gentse stadsbestuur via zijn Klimaatplan wil terugdringen. Daarnaast zullen de extra gasturbines ook zorgen voor bijkomende NOx-emissies die de Gentse luchtkwaliteit negatief zullen beïnvloeden.
Vandaar mijn vragen:
Ik wil u bedanken voor deze vraag, mevrouw Van Bossuyt. Het gaat hier inderdaad over een grote installatie. We hebben als college op 5 november vorig jaar input gegeven over het tweede scoping-advies voor het project. Dit is een installatie van Klasse I. De bevoegdheid daarvan ligt bij de provincie Oost-Vlaanderen. Als stad hebben we een adviserende rol voor de beleidsdomeinen waarover wij bevoegd zijn. In dat eerste advies hebben we een aantal aandachtspunten aangebracht, onder meer over de natuur op het terrein en over hergebruik van de laagwaardige restwarmte van de centrale. Het definitieve MER-ontwerp is recent binnengekomen voor advies. Begin februari komt dat op het college.
Effect op het klimaatplan
De CO2-uitstoot van zulke centrales valt niet onder de doelstellingen van de Burgemeestersconvenant die we met het Gents Klimaatplan willen behalen. Net zoals de fabrieken van ArcelorMittal, StoraEnso of Cargill trouwens. Die bedrijven vallen onder de Europese emissiehandel en moeten, zoals iedereen, tegen 2050 klimaatneutraal zijn. In de MER voor dit project wordt daarop ingegaan.
Als stad zijn we niet bevoegd voor het Europese emissiebeleid of het Vlaamse en federale energiebeleid. Dat betekent niet dat we geen initiatief nemen. We hebben een rol opgenomen als energiemakelaar, onder meer om de uitwisseling van warmte tussen de bedrijven te faciliteren. Dat is al gebeurd bij de warmtebronnen van StoraEnso en Ivago; er loopt een onderzoek bij ArcelorMittal. Ook voor dit project worden die mogelijkheden onderzocht. Dat heb ik ook besproken tijdens een overleg met Luminus en de Dienst Milieu en Klimaat. Als het mogelijk blijkt om de restwarmte van de gascentrale te koppelen met andere bedrijven of met het bestaande warmtenet, kunnen we heel wat CO2 besparen elders in de stad. Concreet is dat nog niet. Het onderzoek daarover moet nog worden opgestart.
Gentse haven als locatie
Wat voor de Gentse haven pleit als locatie voor deze installatie is dat de nodige infrastructuur al aanwezig is. Die centrales komen er toch. Of ze nu in Gent liggen of ergens over de gemeentegrenzen – voor het klimaat maakt dat geen verschil. En dan is het feit dat er weinig infrastructuurwerken nodig zijn een bijkomend voordeel.
Bevoorradingszekerheid
Zijn we opgetogen dat er misschien nieuwe gascentrales moeten komen? Neen, niet echt. Maar de uitbreiding van de elektriciteitscentrale van Luminus past in het beleid voor bevoorradingszekerheid. Dat is er op gericht om ervoor te zorgen dat op elk moment, en voor iedereen, voldoende stroom beschikbaar is. De laatste vijftien jaar is daar jammer genoeg veel te weinig op ingezet. En of de laatste twee kerncentrales nu open blijven of niet, flexibele gascentrales zijn nodig voor de overgang naar 100% hernieuwbare energie. Ook kerncentrales gaan al eens stuk of moeten onderhouden worden. En dan moet er opvangcapaciteit zijn om de bevoorrading te verzekeren. Of die centrale er komt of niet, is trouwens ook afhankelijk van de Europese Commissie. Die moet nog een oordeel vellen over het steunmechanisme voor de gascentrales. Met deze aanvraag anticipeert Luminus daar al op. Maar er is nog geen zekerheid over.
Luchtkwaliteit
Tot slot, ik deel uw bekommernis over de luchtkwaliteit in Gent. Ongetwijfeld zal deze centrale voor bijkomende uitstoot zorgen van NOx. Maar hoe zit het met de cijfers? In de Gentse kanaalzone komen de NOx-emissies voor 68% van de industrie, 16% van energie, en 14% van verkeer en scheepvaart. Deze centrale zal die verhoudingen niet fundamenteel veranderen.
Voor Gent als geheel komt NOx voor 75% van wegverkeer en vooral van dieselwagens en vrachtwagens. Het is net die NOx die de grootste impact heeft op de gezondheid. Ze komt vrij dicht bij de mensen en blijft lang hangen in smalle straten. Willen we dat de Gentenaars gezonde lucht kunnen inademen, dan is het verkeer overduidelijk prioriteit nummer 1.
Concluderend: