Toelichting Deel 1
Na afloop van de “Themacommissie Wonen” bleef ik toch achter met een aantal vragen die ik toch namens mijn fractie wil stellen in deze commissie. Want, mevrouw de Schepen, van alle vragen die ons partij ontvangt van bezorgde Gentenaars gaan de meeste over sociale huisvesting.
In de betreffende beleidsnota kunnen we lezen: “Van vrij uniforme groepen van huurders in de jaren tachtig zijn we nu geëvolueerd naar een huurdersbestand dat een grote diversiteit heeft. Dat proces zal zich in de komende jaren nog verder doorzetten”. Onze vrees is (en ik neem als voorbeeld een Vlaamse mama met 3 kinderen die na 7 jaar wachten nog steeds geen woning kreeg toegewezen) dat deze mevrouw in de toekomst nog minder kans zal maken.
Toelichting Deel 2
Sinds dit jaar kunnen huisvestigingsmaatschappijen controles laten uitvoeren met de steun van de Vlaamse overheid. De sociale verhuurders kunnen zonder enige administratieve rompslomp via een raamovereenkomst beroep doen op private onderzoeksbureaus. Het buitenlands fraudeonderzoek wordt aldus gestimuleerd én financieel ondersteund. Er zijn ook nieuwe controle-instrumenten d.m.v. de digitalisering en de modernisering op til (buitenlandse kadasters, info FOD Financiën en raamovereenkomst VMSW) waardoor er dossiers zullen opgestart worden. Ik denk dat we het eens zijn dat sociale woningen moeten gaan naar die personen die er écht recht op hebben en dat dit daarom grondig moet gecontroleerd worden. Het kan niet zijn dat mensen recht hebben op een sociale woning terwijl zij ofwel hier ofwel in het land van herkomst een eigendom bezitten. Op de commissie kon u mij niet echt overtuigen dat deze problematiek grondig zal aangepakt worden. Onze fractie heeft de stille indruk dat fraudeonderzoeken voor deze meerderheid geen onmiddellijke prioriteit is. Onze fractie vindt dit niet alleen onbegrijpelijk, maar ook oprecht onrechtvaardig.
Vragen Deel 1:
Vraag Deel 2:
Uw vraag over WoninGent ga ik niet beantwoorden. We hebben een themacommissie WoninGent gehad waarbij de voorzitter en directeur van WoninGent aanwezig waren. Die vraag had daar gesteld moeten worden. U kan ze ook nog steeds stellen in de raad van bestuur van WoninGent. Het andere deel van uw vraag zal ik wel beantwoorden, want dat is een beleidsmatige vraag.
Ik ben het over 1 ding met u eens, namelijk dat de wachttijd op een sociale woning voor een alleenstaande moeder met 3 kinderen veel te lang is. Maar het is even erg voor een moeder van Vlaamse, dan wel buitenlandse origine. Het toewijzingssysteem maakt daar geen onderscheid in én gelukkig maar.
Toewijzing in sociale huisvesting gebeurt op basis van Vlaamse regelgeving eventueel binnen dat Vlaamse kader aangevuld met een lokaal toewijsreglement.
De voorwaarde is in de eerste plaats een laag inkomen en de volgorde wordt chronologisch bepaald. Voor een klein deel kan er voorrang gegeven worden op basis van woonnood (bv vanuit een onbewoonbaar verklaarde woning). De toewijzingen gebeuren dus op basis van objectieve criteria. Herkomst is daar gelukkig geen van.
De grotere diversiteit in de sociale huisvesting is een gevolg van de grotere diversiteit in Gent. Bij de gezinnen met een migratieachtergrond zijn er bovendien veel met een laag inkomen.
De noden voor een alleenstaande mama met 3 kinderen zijn reëel, of ze nu van Vlaamse origine is of niet. En de huidige wachttijden voor gezinnen zijn té lang.
Daarom is het zo belangrijk dat we als stad de huisvestingsmaatschappijen ondersteunen in hun inspanningen om het aanbod uit te breiden in zijn geheel en voor gezinnen met kinderen in het bijzonder.
ma 20/09/2021 - 08:45