In een opgemerkte open brief vertelt Daan Vander Steene zijn ervaringen als rolstoelgebruiker in onze stad. Hij verwoordt de dagelijkse frustratie van de grote groep mensen die elke dag met dezelfde problemen te maken hebben. Hij besluit zijn brief met een oproep aan Gent om het beter te doen en vraagt cafébazen, restaurateurs en beleidsmakers erover te praten en de zaken aan te pakken.
Hij heeft zonder meer gelijk. Wij weten allemaal dat rolstoelgebruikers en mensen die minder mobiel zijn in onze stad geconfronteerd worden met een eindeloze reeks hindernissen. Het is bijzonder spijtig te moeten vaststellen dat onze stad op dit vlak zo weinig vooruitgang boekt.
Iedereen vindt inclusie vanzelfsprekend. Aan goede intenties ontbreekt het niet. Het probleem zit bij het omzetten van die intenties in concrete realisaties. Het gaat te traag.
Het aanleggen van het openbaar domein is een kerntaak van de stad. Niemand heeft iets aan een toegankelijke winkel wanneer het voetpad erbuiten te wensen over laat.
Van stedelijke gebouwen mag verwacht worden dat zij zo goed mogelijk in orde zijn. Ook dat is nog niet altijd het geval.
Ik ben me ervan bewust dat Gent wel een aantal beleidsmaatregelen neemt (toegankelijkheidsambtenaren, klankbordgroep, adviesraden, overleg met ATO…) maar het maakt nog te weinig het verschil.
Ik kan me ook niet van de indruk ontdoen dat er wel inspraak georganiseerd wordt maar dat er met de adviezen en opmerkingen nog niet voldoende aan de slag wordt gegaan.
Wat moet er gebeuren om tegemoet te komen aan de concrete noden van rolstoelgebruikers en om sneller resultaten te boeken? Wat is uw visie hierop?
Ook ik heb de open brief van Daan gelezen en heb hem ondertussen met schepen Bracke gesproken. Zijn getuigenis en die van vele anderen zijn inderdaad het bewijs dat er nog stappen gezet moeten worden. Dat het anders en beter moet. Uit dat gesprek, maar ook de realiteit en uw vraagstelling blijkt duidelijk dat dit een breed maatschappelijk probleem is. Niet alleen in handel en horeca, maar – we moeten inderdaad ook hand in eigen boezem durven steken – ook in het openbaar domein en zelfs bij openbare gebouwen is nog veel werk aan de winkel.
Dit is trouwens ook wat we beogen met het charter en actieplan toegankelijkheid waar we op al die verschillende domeinen inzetten en proberen de neuzen in dezelfde richting te krijgen. Hierin zijn 19 acties opgenomen waarvan het merendeel in volle uitrol zit en sommigen al afgerond werden.
U vraagt hier naar mijn visie. Deze staat heel duidelijk vermeld in het charter dat we lanceerden: we moeten zo veel mogelijk streven naar die integrale toegankelijkheid en dat vanaf de eerste stap in een proces. Ik merk echter ook dat we met sensibiliseren, informeren en of zelfs beschikbare toegankelijkheidssubsidies, bv. via in het reglement van schepen Bracke voor verfraaiing van handelspanden, toch niet die gewenste verandering realiseren. Hoewel dit belangrijke puzzelstukjes zijn, bereiken we hiermee alleen de reeds overtuigde uitbaters en eigenaars.
Uit het gesprek dat schepen Bracke en ikzelf hadden met Daan bleek duidelijk dat veel mensen gewoon niet stilstaan bij de nood aan toegankelijkheid. Veel mensen met een beperking besluiten toch niet op café te gaan of naar theater te gaan, vaak na een slechte ervaring met toegankelijkheid waardoor andere mensen letterlijk het probleem niet zien. Tot ze er zelf mee geconfronteerd worden in hun familie- of vriendenkring. Subsidies alléén, zijn duidelijk niet voldoende om mensen aan te zetten tot ingrepen op het vlak van toegankelijkheid.
Structurele veranderingen vragen daarom structurele aanpassingen. Dat kan door meer sturende regelgeving. Idealiter komt die van Vlaanderen. Zo is dat ook gebeurd in Frankrijk. Ik denk dat u mij niet zal tegenspreken, als ik zeg dat de Vlaamse regelgeving rond toegankelijkheid ambitieuzer moet, en dat er ook Vlaamse regelgeving is (zoals die van erfgoed bv) die haaks staat op het kunnen realiseren van toegankelijkheid. Daar stoten onze toegankelijkheidambtenaren dagelijks op. Verder zouden Vlaamse subsidies hier ook soelaas kunnen bieden. De subsidies voor toegankelijke bus- en tramhaltes die we van Vlaanderen krijgen zijn welkom, maar ze zijn ook maar een druppel op een hete plaat.
Met het oog op een nieuw actieplan zal ik daarom op lokaal niveau gesprekken aangaan met mijn collega’s in het schepencollege om eventuele aanpassingen ook in stedelijke regelgeving binnen hun bevoegdheden op te nemen. Zo kunnen verschillende diensten, zoals stedenbouw, projectbureau ruimte en de dienst economie, samen met de toegankelijkheidsambtenaren, onderzoeken hoe we stedelijke verwachtingen ten aanzien van horeca en handelspanden, stadsgebouwen, openbaar domein kunnen koppelen aan stedenbouwkundige vergunningen, horeca-attesten, terrasvergunningen, ed.
Die toegankelijkheid van de horeca bijvoorbeeld koppelen we dan best ook aan de bereikbaarheid ervan en dus aan de toegankelijkheid van het openbaar domein errond. We weten dat er in Gent een aantal probleemzones zijn (Veldstraat, Sint-Jacobs, Oudburg en omgeving Gravensteen/Veerleplein). We moeten van in het begin, samen met de horeca, de plannen voor de heraanleg van die zones bekijken, om de zorg voor toegankelijkheid meteen mee te nemen in integrale plannen. Dat vraagt veel afstemming tussen heel veel spelers om effectief die neuzen in dezelfde richting te krijgen. We merken dat het inschakelen van onze ervaringsdeskundigen cruciaal blijft om mensen hun ogen te openen voor de drempels waar ze tegenaan lopen.
Wat Daans brief alvast heel duidelijk heeft gemaakt is dat vele Gentenaars, diensten en uitbaters zich nog steeds niet bewust zijn van deze problematiek. Daans brief is in die zin dus een enorme wake-up call – niet alleen voor ons, ook voor heel veel anderen. Ik hoop dat heel veel mensen nu bijvoorbeeld ook op een andere manier gaan kijken naar hoe ze het openbaar domein gebruiken. Een heel eenvoudig voorbeeld: dat ze bijvoorbeeld denken ‘Ik ga mijn fiets niét hier ‘dubbel parkeren’ (bij wijze van spreken) want dan kan er geen rolstoelgebruiker meer passeren’.
In elk geval: als Stad gaan we er blijven aan werken, in samenwerking met Daan zelf en met de ervaringsdeskundigen waar we nu al mee samenwerken.
do 16/09/2021 - 08:34