-
Het vorige maand voorgestelde ‘Strategisch kader voor een divers en inclusief personeelsbeleid 2021-25’ bevat onder meer de volgende actie (n° 13, p. 33): “Eén van de structurele drempels voor instroom is de toegankelijkheid van vacatureberichten op genderneutraliteit en heldere taal. Departement HR ondersteunt leidinggevenden binnen ieder departement om, in samenwerking met de taalcoach en/of partners-experten vanuit de doelgroepen zelf, bij iedere vacature de leesbaarheid en de genderneutraliteit te screenen. Indien bij bepaalde vacatures de kennis van het Nederlands niet of minder relevant is, vermelden we de mogelijkheid tot taallessen en -coaching op de werkvloer. We bekijken de mogelijkheden om in onze vacatureberichten sollicitanten meer info te geven over de verwachte kennis van het Nederlands en de (eventuele) mogelijkheid om on-the-job de kennis van het Nederlands te verbeteren.”
Graag had ik een antwoord gekregen op volgende vragen:
Op de gemeenteraad van november stelde ik nav een vraag van uw collega Anneleen Van Bossuyt vast dat de actie rond relevante taalkennis in vacatures anders werd geïnterpreteerd. Daarom hebben we actie 13 waarnaar u verwijst, herformuleerd. We hebben aan de actie niets gewijzigd, maar als we semantische discussies kunnen vermijden door anders te verwoorden, mogen we dat niet nalaten.
Ik hoop dat het ook voor u en uw fractie wat duidelijker is.
De doelstelling van onze personeelsbeleid en strategisch kader is helder: als inclusieve werkgever kansen willen geven en drempels willen wegwerken. Ook willen we een kwalitatieve dienstverlening bieden. Voor ons sluit het ene het andere niet uit, in tegendeel.
Hoe we omgaan met taal is een goed voorbeeld van hoe we drempels willen wegwerken.
In de eerdere debatten hierover verwees ik al naar het onderzoek van de VDAB naar taalvereisten in vacatures en talenkennis van werkzoekenden waaruit blijkt dat het gevraagde niveau van kennis van het Nederlands in vacatures een belangrijke drempel is en dat de lat vaak hoog ligt en aanbeveelt om jobgerichte talenkennis te bevragen. Als werkgever onderschrijven we die visie en passen we dat ook toe.
Het is niet zo dat er lijst bestaat van vacatures waarvoor men aangeeft of de kennis van de Nederlandse taal al dan niet relevant is. Wat we wel doen is per functie specifiek bekijken wat het vereiste taalniveau moet zijn.
We passen de ‘taligheid’ van de selectie dan ook aan, aan het niveau van de functie, en dit voor alle kandidaten. Ik heb het al eerder gezegd maar wil het graag herhalen: Alle selectieprocedures bij Stad Gent worden, zonder uitzondering, in het Nederlands gevoerd. Wanneer een kandidaat iets niet begrijpt, wordt er niet naar een andere taal overgeschakeld. Op basis van de verschillende selectieonderdelen, die consequent in het Nederlands plaatsvinden, wordt dus ook de kennis van de Nederlandse taal van de sollicitanten getest. We testen de kennis van het Nederlands die vereist is om de job correct uit te voeren (de opdrachten begrijpen, goed en veilig kunnen uitvoeren en met de collega’s en de leidinggevende kunnen communiceren)
Ik ben zelf opgegroeid in een gezin waar Nederlands niet de thuistaal is, ik ben daarom ook gevoelig voor helder en duidelijk taalgebruik. Anderstaligen en ook Nederlandstalige laagtaalvaardigen aanwerven zien wij als een belangrijke springplank naar nieuwe kansen voor de medewerker in kwestie en voor Stad Gent, als werkgever om geen talenten te missen. De beste kansen om zich de taal eigen te maken en desgevallend te integreren en bij te dragen tot de samenleving is via tewerkstelling.
Zo zie je maar dat een maatregel gericht naar een bepaalde groep, in dit geval anderstaligen, de organisatie voor veel meer potentiele medewerkers, en ook laagtaalvaardigen, toegankelijk maakt.
Dit is de doelstelling van deze specifieke actie maar ook van ons strategisch kader en ons personeelsbeleid.
wo 20/01/2021 - 09:12-
Het eind vorig jaar voorgestelde ‘Strategisch kader voor een divers en inclusief personeelsbeleid 2021-25’ bevat onder meer de volgende actie (n° 48, p. 39): “Stad Gent erkent de urgentie op het vlak van representatie van medewerkers met een buitenlandse herkomst en kiest daarom resoluut voor positieve acties. Het departement HR onderzoekt welke selectieprocedures de geschiktheid van kandidaten kunnen meten op basis van een drempelwaarde, waarna iedereen die slaagt op een lijst terechtkomt die niet langer op score wordt gerangschikt. Ieder departement engageert zich om bij de gelijke geschiktheid van kandidaten, de kandidaat te kiezen met een buitenlandse herkomst totdat het vooropgestelde streefcijfer bereikt wordt. Representatie van de doelgroep heeft immers een sleutelrol om de geesten te veranderen en onbedoelde vooroordelen om te buigen.”
Graag had ik een antwoord gekregen op volgende vragen:
In eerste instantie zullen we i.s.m. met een externe partner het concept van drempelwaarde verfijnen. Een mogelijke partner hierin is Unia. We zullen hierover ook contact opnemen met de dienst Diversiteitsbeleid van de Vlaamse Overheid.
Wat uw vraag naar de reikwijdte betreft, we leggen deze legislatuur de focus op de niveaus A en B omdat een analyse van de personeelscijfers van Stad Gent uit 2019 ons leert dat er voornamelijk een ondervertegenwoordiging van personen met een arbeidsbeperking en personen met een buitenlandse herkomst op die niveaus. We sluiten weliswaar niet uit om dit in de toekomst op andere functieniveaus toe te passen.
Van zodra dit onderzocht en afgestemd werd, kan de concrete uitwerking van deze actie met veel plezier worden toegelicht aan de Commissie Personeel.
wo 20/01/2021 - 09:15Geachte schepen
Vorig jaar riep het GMF op, via de actie wij(k)water, om zoveel als mogelijk het hemelwater dat via kerkdaken afstroomt, te hergebruiken.
De Sint-Machariuskerk deed dit al, en bij de heraanleg van Oostakkerdorp is de aanleg van een Wadi gepland.
Een en ander lijkt me ook te passen in het droogteplan.
Vandaar mijn vragen:
Zijn er via de Stad al plannen gemaakt om het hergebruik van dit hemelwater te stimuleren?
Zijn er, naast de kerkdaken, ook mogelijkheden via onze eigen openbare gebouwen, of openbare terreinen?
Kunnen we dat water gebruiken als reserve voor droge periodes?
Wat is de stand van zaken van het Droogteplan voor Gent? Zijn we klaar voor een eventuele langdurige droogteperiode?
Zijn er via de Stad al plannen gemaakt om het hergebruik van dit hemelwater te stimuleren?
Het project Wij(k)water van GMF is een onderzoeksproject. Daarbij zullen voor 5 kerken in Gent de mogelijkheden voor opvang, hergebruik en infiltratie van hemelwater worden onderzocht. Zowel Stad Gent (via FM) als Farys zetelen in de stuurgroep om mee op te volgen. Op de (voorlopige) shortlist voor het onderzoek staan momenteel volgende kerken:
Los van het project Wij(k)water nam Stad Gent al het initiatief voor opvang en hergebruik van een aantal kerkgebouwen.
Zo werd vorig jaar de kerk van Gentbrugge volledig afgekoppeld van de gemengde riolering en aangesloten op een regenwaterput van 30.000l. Dit water wordt hergebruikt voor de waterkraantjes op de begraafplaats. Als de regenwaterput overloopt kan het water via een infiltratieriolering in de ondergrond sijpelen.
Ook op de kleinere begraafplaatsen wordt onderzocht of het regenwater van de kerk of gebouwen in de omgeving kunnen gebruikt worden als alternatief voor leiding water.
Verder wordt momenteel bij het nieuwe ontwerp van de Sint-Antonius Abt-kerk (Muide Meulestede) onderzocht of opvang en hergebruik en infiltratie van hemelwater mogelijk is.
Op de begraafplaatsen van Oostakker en Sint-Denijs-Westrem zijn de standpijpen van de kleine gebouwtjes op de begraafplaats afgekoppeld van de riolering en kan het water via het maaiveld infiltreren.
Daarnaast werden op de begraafplaatsen ook al veel inspanningen geleverd om het aandeel verharding te verminderen, onder meer op de Westerbegraafplaats en Wondelgem en Gentbrugge.
Zijn er, naast de kerkdaken, ook mogelijkheden via onze eigen openbare gebouwen, of openbare terreinen?
Die zijn er zeker.
Onze eigen gebouwen
Bij elk nieuw ontwerp of renovatiedossier wordt hergebruik en infiltratie van hemelwater onderzocht en geïmplementeerd.
Voorbeelden:
De uitwerking gebeurt in samenspraak met FM en aan de hand van de Visienota rond hemelwater en groendaken bij stadspatrimonium. Die vormt een aanvulling op de geldende regelgeving rond hemelwater op gebouwniveau zoals de Gewestelijke Verordening Hemelwater en het Algemeen Bouwreglement van de Stad Gent. Het hergebruik van hemelwater staat daarbij centraal.
Daken die niet ingezet worden voor regenwaterhergebruik kunnen ingericht worden als groendak, zodat hemelwater gebufferd wordt en minder in de riolering terecht komt. Dit jaar wordt een groendak geplaatst op 8 schoolgebouwen (Steenakker, Kerkdreef, Hutsepot, Onderwijsstraat, Peerstraat, Zwijnaardsesteenweg, Witte Molenstraat, Klaverdries).
Hemelwater is dus een aandachtspunt bij elk stadsgebouw en zal ook opgenomen worden in het nieuwe kader voor stadspatrimonium- een instrument dat uit zal gaan van de Vlaamse GRO. GRO is een handleiding die in 2017 ontwikkeld werd om in de bouwprojecten van Het Facilitair Bedrijf van de Vlaamse overheid een gelijklopend en holistisch ambitieniveau te implementeren op vlak van duurzaamheid.
Openbaar domein en stadsontwikkelingsprojecten
Voor het openbaar domein ligt de focus op ontharding en vergroening en infiltratie van hemelwater. Deze uitgangspunten worden in elk dossier meegenomen. Specifiek hiervoor wordt ook een vierde Integraal Plan Openbaar Domein uitgewerkt (IPOD IV). Daarin komen richtlijnen voor ontwerp en aanleg waarin adaptatiemaatregelen centraal staan.
Voorbeelden zijn de heraanleg van de Hertstraat, Kikvorsstraat, Maaseikplein,…
Voor nieuwe stadsontwikkelingsprojecten werd in het Klimaatplan opgenomen dat deze hemelwaterneutraal moet gebeuren. 95% van de neerslag wordt ter plaatse opgevangen voor hergebruik of infiltratie en gaat niet naar de riolering. De ruimte voor water (bovenop de ruimte voor groen) bedraagt minstens 7% van de afwaterende oppervlakte.
Kunnen we dat water gebruiken als reserve voor droge periodes?
De Groendienst gebruikt nu al opgevangen regenwater voor de sproeirondes.
De Groendienst bekeek de mogelijkheden met FM om in de Floralienhal tijdelijk een tiental 1000-liter te vaten te plaatsen om regenwater van het dak van de Floralienhal te gebruiken als sproeiwater. Dit blijkt mogelijk te zijn maar is nog niet uitgevoerd. We zijn nog steeds van plan dit op korte termijn in uitvoering te steken, maar er is geen timing vooropgesteld.
Wel wordt er nu door Farys onderzocht voor de gebouwencluster van het Citadelpark hoe het hemelwater van de daken in de toekomst afgekoppeld kan worden (al dan niet deels) en oa. deels kan gebruikt worden in het park (oa. vullen vijvers, infiltratie in het park). De realisatie daarvan is gekoppeld aan de uitvoering van de gebouwencluster (ICC 2024, rest nog niet bepaald).
Daarnaast zijn er in het plantendistributiecentrum in De Pinte twee grote waterreservoirs (2 x ongeveer 100.000 liter) van opvang regenwater van de serres. Dit wordt ook ingezet als gietwater. Op de depot van Drongen is er een regenwaterput van 10000 liter die ingezet wordt voor gietwater.
Maar of opgevangen hemelwater een voldoende reserve is om droge periodes door te komen, moet locatie per locatie bekeken worden. Het hangt af van de grootte van het dakoppervlak of verharde zone die kan worden aangesloten op buffer enerzijds, en hoe groot de watervraag is anderzijds. Bijvoorbeeld is voor het begieten van nieuwe aanplant meer water nodig dan voor kleine buurtmoestuinen.
Wat is de stand van zaken van het Droogteplan voor Gent? Zijn we klaar voor een eventuele langdurige droogteperiode?
De droogtestudie is lopende en wordt uitgevoerd door studiebureau SumAqua. Ze zal afgewerkt zijn tegen deze zomer. Het is belangrijk om te verduidelijken dat dit gaat over een proactief droogtebeleid. Er zal worden onderzocht wat de grootste knelpunten zijn, waar ons beleid best op focust, welke acties we kunnen nemen als lokale overheid (bvb inzake bemalingen, vegetatiekeuze,…) om droogte te voorkomen. Deze studie omvat geen reactief droogtebeleid en zal geen scenario’s bevatten over wat te doen bij droogte. Die strategie wordt uitgewerkt op Vlaams niveau (zie verder) maar is nog in opmaak.
Binnen de droogtestudie is de analyse van de droogtesituatie voor Gent bijna afgerond. Dat geldt ook voor het waterbalansmodel waarin vraag en aanbod in beeld worden gebracht en mogelijke tekorten of onevenwichten opgespoord worden.
In Gent zijn er voorlopig geen acute problemen voor drinkwater. Op dit moment lijdt stedelijk groen en natuur (oa watergevoelige vegetatie) het meest onder de droogte. Ook bedrijven langs het Kanaal Gent Terneuzen, dat door de droogte al verschillende zomers minder aanvoer had, hebben al last gehad van de voorbije droogteperiodes. Ook zijn deze gevoelig voor zoutintrusie door verminderde bovenaanvoer. De scheepvaart heeft de voorbije zomers eveneens beperkingen gehad owv diepgangbeperkingen. Ook landbouwers hebben te lijden onder oogstverliezen door de droogte.
Op Vlaamse niveau wordt met het VRAG (Vlaams reactief afwegingskader) ingezet op een reactief plan dat ingezet kan worden tijdens langdurige droogte. De inhoud van het plan is nog niet bekend, maar een eerste versie zou voor de zomer van 2021 klaar moeten zijn en moet een ondersteuning bieden aan welke maatregelen er door wie genomen moeten worden in geval van droogte. Maar momenteel is nog niet duidelijk hoe het reactief afwegingskader in de praktijk gebruikt kan worden. We verwachten daar in de loop van het voorjaar meer nieuws over.
wo 20/01/2021 - 11:28Al vier keer op rij werden de groene restafvalzakken en blauwe PMD-zakken in de Gandastraat door de ophalers van IVAGO in dezelfde afvalwagen gegooid, waarop het afval werd samengedrukt en vervolgens in de laadbak geduwd. Dit werd ons door meerdere buurtbewoners bevestigd.
Burgers begrijpen dit niet en vragen zich af waarom ze dan nog zouden sorteren.
Het is absoluut niet de bedoeling dat als er goed gesorteerd wordt dat dit dan finaal in dezelfde vuilkar zou belanden. We hebben een beleid uitgestippeld om het sorteren te stimuleren. Het is dan ook de bedoeling dat dit bij het ophalen wordt gerespecteerd. Afval niet gesorteerd samenpersen in de vrachtwagen mag en kan niet. Indien met ziet dat dit toch gebeurt, dan vragen we om IVAGO te verwittigen en het nummer van de IVAGO-wagen door te geven. IVAGO spreekt die ploeg daar dan op aan. Er zijn geen indicaties dat het samenpersen systematisch zou gebeuren.
In specifieke gevallen gebeurt het dat werknemers van IVAGO de groene restafvalzakken en blauwe pmd-zakken samen in de trog van de vrachtwagen leggen op de hoek van de straat terug te worden uitgehaald, zodat ze ’s middags vlot kunnen worden opgehaald, zonder de wijk opnieuw met een vrachtwagen te moeten doorkruisen.
Ik heb zelf een pmd-ronde meegemaakt en heb gezien hoe praktisch dat kan zijn. Voor alle duidelijkheid die pmd-zakken worden niet in een vrachtwagen geperst maar worden op het einde van de straat of op een hoek uitgehaald om wat later door een pmd-vrachtwagen te worden opgehaald voor minder circulatie in de woonwijk.
Bij de afvalenergiecentrale gebeuren er ook nog visuele controles bij het storten van het afval, die controles wijzen niet op mistoestanden dat het pmd finaal bij het restafval zou belanden.
Ik begrijp dat burgers zich bij deze werkwijze wat vragen stellen. We krijgen hier soms ook vragen over, wat goed is omdat dit betekent dat Gentenaars bezorgd zijn over het sorteren en het gesorteerd houden van hun afval. Maar het is niet zo dat we hier veel klachten over binnen krijgen. Op deze korte tijden konden ze me niet alle klachten over niet-gescheiden ophaling sinds januari 2019 doorgeven. IVAGO deelde me mee dat ze de voorbije maanden een viertal klachten kreeg over deze werkwijze. Ik ga ervan uit dat het in eerste instantie gaat over mensen die de pmd-zakken verzamelen in de vrachtwagen en die dan op het einde van de straat ergens opstappelen om dan op een vlotte manier te kunnen worden opgehaald door een andere vrachtwagen.
wo 20/01/2021 - 09:17Kunstmatige hemelluminantie of hemelgloed, veroorzaakt door kunstmatige verlichting, is een vorm van vervuiling die vooral in industriezones en stedelijke gebieden voorkomt. Ook bij ons in Gent. Al in 2013 vroeg het Overlegplatvorm Zwijnaarde om na 22u 's avonds de 'industriële' verlichting, vooral van serres op de daken van het Technologiepark, aan te pakken om de hemelgloed te beperken. Ondertussen is het aantal serres op gebouwen in het Technologiepark toegenomen, evenals de lichthinder, zo ondervinden omwonenden. In het ontwerp-RUP "Technologiepark Ardoyen - Tramstraat" lezen we : "lichthinder is moeilijk te vatten via stedenbouwkundige voorschriften". Er is meestal geen omgevingsvergunning nodig en ook de lichtsterkte is nauwelijks te vatten.
- Op welke manier tracht het stadsbestuur lichtvervuiling aan te pakken?
- Klopt het dat de stad voor de bouw- en milieuvergunningen, tegenwoordig Omgevingsvergunningen, voor serres op daken geen concrete voorwaarden oplegt om kunstmatige hemelgloed te beperken?
- Welke concrete opties ziet u om de lichtvervuiling in Zwijnaarde aan te pakken?
De beheersing van hinder door licht maakt onderdeel uit van Vlarem II, het “besluit van de Vlaamse regering houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne”. Zowel voor inrichtingen die vallen onder de indelingsplicht en dus exploiteren onder een Omgevingsvergunning (voorheen Milieuvergunning) als voor niet-ingedeelde inrichtingen, gelden er bepalingen hieromtrent:
Deze bepalingen zijn echter voornamelijk gericht op lichthinder (en niet op lichtvervuiling), de bepaling omtrent de niet-functionele lichtoverdracht naar de omgeving geldt enkel voor lichtbronnen in open lucht.
Naast de Vlarem 2-wetgeving heeft ook het Gentse Lichtplan de ambitie om lichthinder en lichtvervuiling zo veel als mogelijk te voorkomen. Het Lichtplan is echter enkel een beleidsdocument, wat betreft handhaving kan er bijgevolg enkel vanuit de Dienst Toezicht (op basis van de bepalingen uit de Vlarem II-wetgeving) worden opgetreden.
Het is de afdeling milieutoezicht van de Dienst Toezicht Wonen, Bouwen en Milieu die toezicht uitoefent op de bepalingen van de milieuwetgeving (en dus ook van Vlarem II). Bij meldingen van lichthinder voeren de toezichthouders controles uit en worden er na vastgestelde inbreuken aanmaningen en indien nodig processen-verbaal opgesteld.
De afdeling is echter gebonden aan haar toezichtbevoegdheden, lokale toezichthouders oefenen het toezicht uit op de toepassing van milieuvoorschriften voor inrichtingen die overeenkomstig de indelingslijst zijn ingedeeld als inrichtingen van klasse 2 en 3 en voor de niet-ingedeelde inrichtingen.
Het toezicht op de inrichtingen van klasse 1 wordt uitgevoerd door de Afdeling Handhaving van het Departement Omgeving van de Vlaamse Overheid (cluster omgevingsinspectie).
In het Technologiepark Zwijnaarde zijn (op het eerste zicht) de bedrijven met serres op het dak bedrijven van klasse 1, waarbij het Departement Omgeving van de Vlaamse Overheid de toezichthoudende overheid is en de Deputatie vergunning verlenende overheid is. Het aspect licht wordt in deze dossiers tijdens het proces van vergunningverlening dan ook bekeken door de provincie. Als Stad geven we, behoudens specifieke materie/omstandigheden, geen advies op deze vergunningen. Vanuit DMK worden daar dus geen voorwaarden aan gekoppeld. De provincie bekijkt dan ook in deze dossiers het aspect licht. Onderstaande een voorbeeld uit de recente hervergunning van BASF (OMV_2019048653):
“De exploitatie bevindt zich centraal op het Technologiepark en is omgeven door diverse andere gebouwen en exploitaties en is dan ook weinig zichtbaar voor de omgeving (buffering). In de serres van BASF worden landbouwgewassen zoals koolzaad, katoen en tarwe geteeld. Om het jaar rond telen van deze gewassen mogelijk te maken wordt gebruik gemaakt van assimilatiebelichting. De klimaatcomputer staat garant voor een effectieve en efficiënte sturing van de assimilatiebelichting en gevelschermen. In de serre wordt uitsluitend belicht (indien lichtintensiteit onder bepaalde waarde daalt) tussen 6.00u en 22.00u. Binnen deze periode wordt de assimilatiebelichting uitsluitend aangeschakeld als de instraling van de zon onder een bepaalde waarde komt. Experimenten die langere belichtingsduur vereisen worden binnenskamers uitgevoerd in gesloten groeikamers.
Bij de keuze van de belichtingsarmaturen is gekozen voor armaturen met reflectoren. De reflectoren weerkaatsen het licht in het armatuur naar beneden, zodat zijdelings verstrooid en opwaarts gestraald licht beperkt wordt, en het rendement wordt verhoogd. Gevelschermen aan de binnenzijde van de serre
beperken de hinder veroorzaakt door zijdelings verstrooid licht. Deze gevelschermen worden bij zonsondergang automatisch dicht gestuurd en blijven dicht tot na zonsopgang.”
wo 20/01/2021 - 11:01