Kunstmatige hemelluminantie of hemelgloed, veroorzaakt door kunstmatige verlichting, is een vorm van vervuiling die vooral in industriezones en stedelijke gebieden voorkomt. Ook bij ons in Gent. Al in 2013 vroeg het Overlegplatvorm Zwijnaarde om na 22u 's avonds de 'industriële' verlichting, vooral van serres op de daken van het Technologiepark, aan te pakken om de hemelgloed te beperken. Ondertussen is het aantal serres op gebouwen in het Technologiepark toegenomen, evenals de lichthinder, zo ondervinden omwonenden. In het ontwerp-RUP "Technologiepark Ardoyen - Tramstraat" lezen we : "lichthinder is moeilijk te vatten via stedenbouwkundige voorschriften". Er is meestal geen omgevingsvergunning nodig en ook de lichtsterkte is nauwelijks te vatten.
- Op welke manier tracht het stadsbestuur lichtvervuiling aan te pakken?
- Klopt het dat de stad voor de bouw- en milieuvergunningen, tegenwoordig Omgevingsvergunningen, voor serres op daken geen concrete voorwaarden oplegt om kunstmatige hemelgloed te beperken?
- Welke concrete opties ziet u om de lichtvervuiling in Zwijnaarde aan te pakken?
De beheersing van hinder door licht maakt onderdeel uit van Vlarem II, het “besluit van de Vlaamse regering houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne”. Zowel voor inrichtingen die vallen onder de indelingsplicht en dus exploiteren onder een Omgevingsvergunning (voorheen Milieuvergunning) als voor niet-ingedeelde inrichtingen, gelden er bepalingen hieromtrent:
Deze bepalingen zijn echter voornamelijk gericht op lichthinder (en niet op lichtvervuiling), de bepaling omtrent de niet-functionele lichtoverdracht naar de omgeving geldt enkel voor lichtbronnen in open lucht.
Naast de Vlarem 2-wetgeving heeft ook het Gentse Lichtplan de ambitie om lichthinder en lichtvervuiling zo veel als mogelijk te voorkomen. Het Lichtplan is echter enkel een beleidsdocument, wat betreft handhaving kan er bijgevolg enkel vanuit de Dienst Toezicht (op basis van de bepalingen uit de Vlarem II-wetgeving) worden opgetreden.
Het is de afdeling milieutoezicht van de Dienst Toezicht Wonen, Bouwen en Milieu die toezicht uitoefent op de bepalingen van de milieuwetgeving (en dus ook van Vlarem II). Bij meldingen van lichthinder voeren de toezichthouders controles uit en worden er na vastgestelde inbreuken aanmaningen en indien nodig processen-verbaal opgesteld.
De afdeling is echter gebonden aan haar toezichtbevoegdheden, lokale toezichthouders oefenen het toezicht uit op de toepassing van milieuvoorschriften voor inrichtingen die overeenkomstig de indelingslijst zijn ingedeeld als inrichtingen van klasse 2 en 3 en voor de niet-ingedeelde inrichtingen.
Het toezicht op de inrichtingen van klasse 1 wordt uitgevoerd door de Afdeling Handhaving van het Departement Omgeving van de Vlaamse Overheid (cluster omgevingsinspectie).
In het Technologiepark Zwijnaarde zijn (op het eerste zicht) de bedrijven met serres op het dak bedrijven van klasse 1, waarbij het Departement Omgeving van de Vlaamse Overheid de toezichthoudende overheid is en de Deputatie vergunning verlenende overheid is. Het aspect licht wordt in deze dossiers tijdens het proces van vergunningverlening dan ook bekeken door de provincie. Als Stad geven we, behoudens specifieke materie/omstandigheden, geen advies op deze vergunningen. Vanuit DMK worden daar dus geen voorwaarden aan gekoppeld. De provincie bekijkt dan ook in deze dossiers het aspect licht. Onderstaande een voorbeeld uit de recente hervergunning van BASF (OMV_2019048653):
“De exploitatie bevindt zich centraal op het Technologiepark en is omgeven door diverse andere gebouwen en exploitaties en is dan ook weinig zichtbaar voor de omgeving (buffering). In de serres van BASF worden landbouwgewassen zoals koolzaad, katoen en tarwe geteeld. Om het jaar rond telen van deze gewassen mogelijk te maken wordt gebruik gemaakt van assimilatiebelichting. De klimaatcomputer staat garant voor een effectieve en efficiënte sturing van de assimilatiebelichting en gevelschermen. In de serre wordt uitsluitend belicht (indien lichtintensiteit onder bepaalde waarde daalt) tussen 6.00u en 22.00u. Binnen deze periode wordt de assimilatiebelichting uitsluitend aangeschakeld als de instraling van de zon onder een bepaalde waarde komt. Experimenten die langere belichtingsduur vereisen worden binnenskamers uitgevoerd in gesloten groeikamers.
Bij de keuze van de belichtingsarmaturen is gekozen voor armaturen met reflectoren. De reflectoren weerkaatsen het licht in het armatuur naar beneden, zodat zijdelings verstrooid en opwaarts gestraald licht beperkt wordt, en het rendement wordt verhoogd. Gevelschermen aan de binnenzijde van de serre
beperken de hinder veroorzaakt door zijdelings verstrooid licht. Deze gevelschermen worden bij zonsondergang automatisch dicht gestuurd en blijven dicht tot na zonsopgang.”
wo 20/01/2021 - 11:01