Vrijdagavond 12 maart 2021 werden 15 jongeren, waarvan 10 minderjarigen, hardhandig gearresteerd en een nacht opgesloten door de lokale politie. Het politieoptreden gebeurde na een diefstal met geweld. Het parket van Gent onderzoekt het criminele feit, maar de disproportionele handelingen van de politie bij de arrestaties doen vragen rijzen.
De corona-maatregelen zorgen ervoor dat jongeren het mentaal al enorm zwaar hebben en het vertrouwen in de politie is al laag. Deze feiten doen het imago van de Gentse politie en het mentale welbevinden van jongeren zeker geen goed.
Welke stappen zal de burgemeester ondernemen na het problematische politieoptreden tegen de jongeren?
Zullen de jongeren psychologisch bijgestaan worden na deze traumatiserende ervaring?
Hoe zal getracht worden het vertrouwen in de politie te verbeteren na deze gebeurtenis?
Ik heb van verschillende raadsleden vragen ontvangen omtrent deze thematiek, sta mij toe dat ik in een gezamenlijk en geïntegreerd antwoord zal voorzien op jullie vragen.,
Net als de korpschef wens ik allereerst het geweld tegen de slachtoffers te veroordelen en de slachtoffers een goed herstel toe te wensen van wat ze meegemaakt hebben. Geweld kent absoluut geen plaats in onze stad, laat me daar heel duidelijk over zijn.
Wat betreft de gevraagde gegevens omtrent de feiten zelf kan ik geen andere uitspraken doen dan de communicatie vanuit het parket die u ook reeds in de media kon lezen. Naar aanleiding van een diefstal met geweld op de Korenlei op 12 maart 2021 werden door de politie 15 jongeren, waarvan 10 minderjarigen, weerhouden en gearresteerd op aanwijzing van de slachtoffers en van getuigen. Het gaat over gerechtelijke arrestaties die door het parket bevestigd werden. Het bepalen van het aandeel van elke jongere en de eventuele strafbaarheid hiervan maakt deel uit van het gerechtelijk onderzoek. Net zoals voor elke gerechtelijk onderzoek gebeurt dit aan de hand van alle mogelijke elementen voor de waarheidsvinding waaronder het afnemen van verklaringen en het zoeken naar materiële bewijzen.
Het verdere onderzoek is een zaak van het gerecht en we dienen de resultaten van dit onderzoek ook af te wachten. Ook onze politie is gehouden tot haar beroepsgeheim en kan niet ingaan op de feiten zelf. De politie geeft mij mee steeds gehandeld te hebben op basis van de instructies van het parket. Wat betreft het politieoptreden zelf: inmiddels hebben de ouders een klacht geformuleerd die ikzelf als een formele klacht beschouw en die zal als dusdanig verder behandeld worden. In hun schrijven geven de ouders ook aan klacht neer te leggen bij het comité P, het vast Comité van Toezicht op de Politiediensten. De waarheidsvinding door de bevoegde instanties moet nu eerst plaatsvinden alvorens er verdere uitspraken kunnen worden gedaan. De minderjarige verdachten worden verder opgevolgd door de betrokken jeugdparketten. De korpschef garandeert mij alleszins dat elke bron, elk mogelijk bewijs, elke aantijging nauwkeurig wordt bijgehouden om deze waarheidsvinding toe te laten. De politie zal dus niet nalaten om na te gaan of alle interne procedures op een correcte manier gevolgd zijn. Het parket gaf reeds in haar communicatie mee dat op basis van de gegevens uit het dossier er geen aanwijzingen zijn dat de politie niet correct zou gehandeld hebben.
Collega’s,
Los van deze individuele zaak geef ik jullie graag enkele algemene elementen mee waaromtrent enige onduidelijkheid ontstond in de media de afgelopen dagen:
1) Het is geenszins zo dat onze politie er een speciale werkwijze op nahoudt bij het verhoren van minderjarigen na aanhouding. De wettelijk voorgeschreven procedures worden gevolgd. Zo voorziet de Salduz-wetgeving bij aanhouding in de verplichte bijstand van een advocaat tijdens het verhoor van een minderjarige en het recht op een voorafgaandelijk vertrouwelijk overleg met een advocaat, in tegenstelling tot een volwassen persoon kan een minderjarige immers geen afstand doen van deze rechten. De politie geeft mij mee dat dit er in de praktijk ook toe leidt dat jongeren soms langer in hun cellen dienen te verblijven in afwachting van de komst van een advocaat. De politie beseft zeer goed dat dit beter vermeden kan worden maar zij doet wat zij moet doen om de maatschappij te beschermen en om aan waarheidsvinding te doen, rekening houdend met o.a. de Salduz-regels waarbij advocaten opgeroepen worden om de minderjarigen bij te staan.
2) Ook inzake veiligheidsfouilleringen, gerechtelijke fouilleringen en fouilleringen voorafgaand aan de opsluiting in een cel volgt onze politie de werkwijze zoals voorgeschreven in de Wet op het Politieambt. De fouillering voorafgaand aan de opsluiting in een cel is bedoeld om er zeker van te zijn dat de betrokken persoon niet in het bezit is van voorwerpen of stoffen die gevaarlijk zijn of kunnen zijn voor hem- of haarzelf of voor anderen, of die een ontsnapping kunnen vergemakkelijken. De politie is er zich wel degelijk van bewust dat deze fouilles een mogelijke negatieve impact kunnen hebben op iedereen die opgesloten wordt en deze fouille ondergaat doch benadrukt dat enkel op deze manier mogelijke zware incidenten, zowel door personen die zichzelf iets aandoen als door personen die de politie aanvallen, kunnen worden voorkomen.
Collega Van Bossuyt,
Wat betreft uw vraag naar bijkomende veiligheidscamera’s in onze stad kan ik u meegeven dat veiligheidscamera’s voor het stadsbestuur een ‘ultimum remedium’ zijn. We zetten deze selectief en slim in. Zoals bijvoorbeeld in de Overpoortbuurt en Zuidbuurt gelet op de overlastgevoeligheid van deze buurten. Tijdelijke veiligheidscamera’s zetten we pas in wanneer alle andere inzet vanuit politie en stadsdiensten geen soelaas biedt. In de meerjarenplanning hebben we er in elk geval duidelijk voor gekozen om de komende jaren fors meer middelen in te zetten op veiligheid: de dotatie aan de politie stijgt met 25 procent tussen 2020 en 2025 (van 86,5 miljoen euro naar 108 miljoen euro) en er komen 50 agenten bij. Deze keuze sluit aan bij de keuze die we maakten in het bestuursakkoord om prioritair in te zetten op de aanwezigheid van politie op het terrein. Het slim inzetten van camera’s aanzien we hierbij als een hulpmiddel dat het politiewerk ondersteunt en tot de veiligheid bijdraagt.
Specifiek wat uw vraag betreft naar het inzetten van bodycams kan ik u meegeven dat de politie de toelating heeft om de bodycam te gebruiken voor grootschalige evenementen, Gentse Feesten en Overpoort, onverwachte ernstige rellen, alsook in het kader van de coronapatrouilles ter handhaving van de coronamaatregelen. Dit kader is ontstaan in nauw overleg tussen de korpsleiding en de vakbonden. De mogelijkheid en wenselijkheid van een bredere inzet van bodycams wordt momenteel onderzocht in samenspraak met het stadsbestuur en de korpsleiding.
Collega Cetinkaya,
Wat betreft uw vraag op welke wijze onze agenten omkaderd worden in hun omgang met arrestanten en specifiek jongeren, kan ik u meegeven dat er binnen de Gentse politie diverse sleuteldiensten en personen zijn gespecialiseerd in het omgaan met jongeren. Diverse opleidingen en trainingen worden georganiseerd. Ook inzake aandacht voor psychosociale trauma’s is er een groot bewustzijn. Met betrekking tot het opsluiten van minderjarigen besteedt de politie veel aandacht aan het goed uitvoeren van de verwittiging van de verantwoordelijken van de minderjarigen en het goed opvolgen van de interne procedures alsook het nauwgezet bijhouden van elke stap ter zake of beslissing. Er is geen specifieke vorm van slachtofferbejegening voor mensen die zich getraumatiseerd voelen door een arrestatie doch de verplichte aanwezigheid van de advocaat voor elke jongere is wel een zeer belangrijk aspect inzake het voorkomen van een trauma gezien de advocaat de jongere ziet, spreekt en hem/haar bijstaat. De politie beseft heel goed dat het aangewezen is om te blijven onderzoeken welke verbeteringen steeds mogelijk zijn. Wat betreft uw vraag naar eventuele plannen om de hand te reiken naar de ouders en de jongeren kan ik u meegeven dat zowel de korpschef als ikzelf steeds ter beschikking staan voor dialoog. Voor alle duidelijkheid: niet ter bespreking van het gerechtelijk dossier, dat kan en mag ik niet, maar wel om te luisteren en context te bieden. Zowel de korpschef als ikzelf dragen dialoog heel hoog in het vaandel.
Collega’s,
Zoals ik reeds in mijn inleiding heb gezegd roep ik op tot sereniteit in deze zaak. Laten we er ons samen van onthouden om vooruit te lopen op de objectieve waarheidsvinding. Het komt nu aan de bevoegde instanties toe om deze objectieve waarheid te vinden en de nodige conclusies te maken.
do 25/03/2021 - 11:12