-
Wij kregen recent het jaarverslag van de vzw Bloemekensforum. Deze actieve organisatie slaagde er vorig jaar in om, ondanks de coronacrisis, een waaier aan activiteiten op te zetten voor hun buurt, dankzij de inzet van een grote groep vrijwilligers.
Toch vrezen zij voor het voortbestaan van hun werking:
“Wij blijven nog steeds hopen (tegen beter weten in) dat er voor onze vzw een werkbare ontmoetingsruimte gevonden kan worden die aansluit bij het groen van onze wijk.
Ondanks het feit dat we hier al jaren voor vragende partij zijn (zie o.a. onze vroegere mail van 11 februari 2019 met de nota over de gewenste groene ontmoetingsplek - ook in bijlage), ziet de toekomst voor onze vzw er na september 2021 zeer somber uit.”
Concreet vragen zij een ontmoetingsplaats voor de wijk te voorzien in het oude UCO-gebouw aan de kant van de Maïsstraat. Hun uitgewerkt voorstel voor een gezamenlijk gebruik van een deel van het UCO-complex door de bedrijven en de buurt is u zeker bekend.
Over welke ruimtes kan de vzw Bloemekensforum beschikken om de werking op de UCO-site te kunnen verderzetten na september 2021? Graag toelichting bij uw antwoord.
Het Bloemekensforum is zonder twijfel een sterke werking die een vaste waarde is in de Bloemekenswijk. De vzw beschikt, en dat maakt het jaarverslag 2020 nog eens duidelijk, over een grote groep van enthousiaste vrijwilligers die ondanks Corona er toch in slaagde om een aantal boeiende activiteiten te organiseren, dikwijls ook in samenwerking met andere buurtpartners of organisaties.
Sinds 2014 kan het Bloemekensforum gebruik maken van een tijdelijke invulling op de hoek van de UCO site. Deze tijdelijke invulling loopt totdat de bouwwerken starten voor het dienstenbedrijf sociale economie. Het dienstenbedrijf sociale economie dat onder de bevoegdheid van Schepen Coddens valt , had voor corona rond de 350 medewerkers in een werkervaringscontract. Deze werknemers worden begeleid door een 80 tal mensen die instaan voor begeleiding en omkadering. Het UCO gebouw zal de uitvalsbasis worden voor 250 tot 300 medewerkers en heeft alle beschikbare oppervlakte nodig om deelwerkingen zoals Foodsavers, het Fietsatelier, de cluster bouw (die een rol speelt in de groei van het SVK-patrimonium),… te laten ontwikkelen. De inschatting is zelfs dat het aantal vierkante meter in het gebouw aan de krappe kant is. Momenteel zijn de verbouwingsplannen nog niet volledig beëindigd. Concreet betekent dit dus dat de timing rond de verbouwing zal opschuiven. Hierdoor zal de vzw Bloemekensforum ook nog in 2021 gebruik kunnen maken van de tijdelijke invulling waarover ze nu beschikken.
Als stad en als schepen ben ik trots op wat het Bloemekensforum tot nu toe gerealiseerd heeft en wat zij betekenen voor de buurt. Er is dus een blijvend engagement van de stad om een oplossing te vinden voor hun huisvesting. Eerst werd er nog gezocht om toch een stuk van het gebouw te behouden door bij voorbeeld de fietsenstalling te verplaatsen naar de kelder of fietsen in de hoogte te stapelen. Helaas werden we geconfronteerd met de limiet van de beschikbare ruimte, met extra kosten omdat er een afwijking zou komen van de bestaande structuren in het gebouw of met extra eisen van de brandweer. Het Bloemekensforum is ook van nabij betrokken geweest bij de besprekingen rond de mogelijkheden in het gebouw zelf. De mogelijkheid om ruimtes in het gebouw (middenstraat, refter, sanitair,…)te gebruiken na de uren of in het weekend zal er wel zijn.
Er wordt daarom met steun van collega Van Braeckevelt momenteel naar andere locaties gekeken op en rond de UCO-site. We doen dit in nauw overleg met het Bloemekensforum en de andere partners op de site. In afwachting van een definitieve oplossing, is er gekozen voor containers. De containerpiste werd ook door hen als meest interessante gekozen. Om deze piste mogelijk te maken, zullen er middelen voorzien worden. Samen met het Bloemekensforum zal er bepaald worden hoe en wanneer die best zullen ingezet worden. Een addendum op de huidige convenant en voorzien van de bijkomende middelen is dan wellicht voor de vzw de meest werkbare en flexibele oplossing.
do 15/04/2021 - 08:17Eind januari verdeelde de stad buttons voor dove en slechthorende Gentenaars.
De buttons maken mensen met een mondmasker duidelijk dat doven en slechthorenden afhankelijk zijn van liplezen en mimiek. De buttons werden verdeeld o.m. ook als aanvulling op de eerde verdeelde mondmaskers met vensters.
om te gebruiken in het vaccinatiecentrum. Deze liggen ter beschikking aan de inkom. De buttons worden voornamelijk door de oudere bevolking, die nu eerst aan de beurt is, duidelijk zeer gretig meegenomen en gebruikt. Sommigen vragen hierbij ook extra uitleg waarvoor het dient. In het filmpje van Stad Gent ‘Vaccinatie in Gent: stap voor stap uitgelegd’: integreerden we ook de beschikbaarheid van de buttons en hoe die gebruikt worden in het onthaal en de werking van het vaccinatiecentrum ( https://youtu.be/KGhbH0nR-iQ?t=94 ). Je vindt dit filmpje op het Youtube kanaal van de stad.
Sommign bezoekers brengen de buttons terug op het eind van hun bezoek aan het vaccinatiecentrum. De meesten houden ze echter bij voor verder en later gebruik elders. We merken dus dat de doelgroep ouderen ook globaal gebaat is met dit initiatief.
Omdat deze buttons nu zo snel de deur uitgaan, hebben we nog een 2de extra bestelling van 1400 buttons geplaatst. In het totaal zullen we dus al 3500 buttons voorzien hebben.
We blijven uiteraard verder opvolgen. Ik ben vooral blij dat de buttons gebruikt worden en duidelijk dus ook tegemoet komen aan noden die dove of slechthorende burgers ervaren in onze stad. Nu het gebruik van mondmaskers de norm is geworden, blijkt dat die voor een hele grote groep, zoals doven of slechthorende mensen, echt wel een drempel is. Het is duidelijk dat we soms met kleine ingrepen de toegankelijkheid van onze dienstverlening en onze stad kunnen verhogen. Zeker in combinatie met de mondmaskers met vensters die we eerder voorzagen, kunnen we dus ook hier spreken van een succes.
do 15/04/2021 - 08:19Geachte schepen
In het laatste capaciteitsrapport was er nog sprake van een tekort aan Gentse onderwijsstoeltjes van 1912 in het basisonderwijs, en 4268 in het secundair onderwijs.
Een artikel in De Gentenaar vorig jaar, sprak van een daling van dat tekort met de helft. Er waren toen nog zo’n 3000 plaatsen te kort.Iedereen vindt het belangrijk dat elke leerling op de school van zijn of haar wensen en voorkeur zit, waar ze hun talenten en interesses ten volle kunnen ontplooien en ontwikkelen.
Het is lang anders geweest, er was een zeer grote capaciteitsnood, maar daar is, in Gent en de andere regio’s, de afgelopen jaren heel hard aan gewerkt. Voldoende aantal plaatsen, brengt ook meer keuzevrijheid met zich mee.
Er waren een aantal studies, Vlaamse capaciteitsmonitors, die probeerden er een cijfer op te plakken: het aantal nodige (toekomstige) stoelen versus het aantal beschikbare stoelen. Deze onderzoeken zijn er geweest in 2015, 2018 en in 2019 kregen we ook een (eigen) Gents rapport en dat zijn de cijfers waar u naar verwijst. Er werd toen een tekort voorspeld van 1.912 en 4.268 plaatsen.
Intussen hebben we een update gemaakt van alle capaciteitsprojecten, en stelden we vast dat er sinds 2010 maar liefst 77 Gentse capaciteitsprojecten zijn opgestart in het onderwijs over alle netten heen. De meerderheid van de budgetten komt van de Vlaamse overheid. Projecten van gemeenschapsonderwijs worden volledig betaald, als het gaat over het stedelijk of het vrij onderwijs, dan betaalt de inrichtende macht eveneens een aandeel. Zo leggen we als Stad ook een belangrijk deel bij voor de stedelijke scholen. 2/3de van deze 77 extra projecten zijn intussen afgerond.
Wat ook belangrijk nieuws is: begin 2020, met de nieuwe minister van onderwijs, gebeurde een herberekening. Men heeft opnieuw naar de voorspellingen van de tekorten gekeken, die gemaakt waren eind 2018. Hierbij heeft men gekeken naar het aantal effectieve inschrijvingen op dat moment versus wat er toen voorspeld was. Het voorspelde tekort was blijkbaar een overschatting in het basis- en het secundair onderwijs en niet alleen in Gent.
Daarnaast werden ook alle geplande plaatsen via capaciteitsprojecten, huurdossiers en DBFM-dossiers die intussen werden goedgekeurd, mee opgenomen in de herziening. Deze herziening toonde een, toch groot, verschil aan: het tekort in het voltijds secundair onderwijs was niet 4.268, maar 618 plaatsen. Wat zeer goed nieuws is, maar het zijn wel nog altijd 618 plaatsen te kort, wat betekent dat er bijkomend moet uitgebreid worden.
Dat goede nieuws geeft mij een dubbel gevoel. Want, het tekort van 618 plaatsen zorgde er namelijk voor dat er niets van de voorziene 34 miljoen euro op begrotingsjaar 2021 naar Gent kwam. Voor het eerst ooit vielen we met Gent uit de boot bij een uitbreidingsronde. De noden in andere regio’s waren groter, zoals in Vilvoorde en Antwerpen. Maar nogmaals, het is een dubbel, want als de problemen daar veel groter zijn, is het ook rechtmatig dat de middelen naar daar gaan.
Tegelijk moet het tekort van 618 plaatsen nog opgelost worden. Daarom kijk ik uit naar de volgende uitbreidingsronde die er aan komt voor de periode 2022-2024. Het gaat dan ook over een groter bedrag, namelijk 180 miljoen. Ik hoop dat wij hiervoor ook in aanmerking komen, om zo het voorspelde tekort op te lossen.
Ik kijk ook uit naar de nieuwe editie van de capaciteitsmonitor. Want de Vlaamse herberekening die men maakte, was geen officiële capaciteitsmonitor. Je kan wachtlijsten ook oplossen door zaken anders te berekenen, dat is een truc die helaas al een paar keer toegepast werd in andere sectoren. Maar hierdoor zijn de mensen op de wachtlijsten niet met geholpen.
We moeten dus de officiële capaciteitsmonitor afwachten om te zien of het inderdaad de herberekening bevestigd. Namelijk dat het tekort is verminderd, omwille van de inhaaloperatie die we deden en door de overschatte voorspelling.
We zullen het snel weten, want ze zijn op dit moment bezig met een aanbod bevraging. De verwachting is dat er dit voorjaar een nieuwe capaciteitsmonitor komt.
Wat voor mij nog een belangrijke parameter zal zijn, is het resultaat van de online aanmeldingen van het secundair onderwijs die op dit moment lopen. Vorig jaar hadden we echt een topscore, er was geen enkele andere stad die meedeed met het online aanmelden, waar zoveel leerlingen de school van eerste voorkeur kregen. Ik hoop dat we dit mooie resultaat de komende jaren kunnen aanhouden. Het is nu nog wachten op de concrete cijfers.
Ik hoop ook, dat als we de kans krijgen, als het klopt dat het 618 plaatsen zijn in plaats van meer dan 4.000, dat we ook die 618 leerlingen een plek kunnen geven op school. Maar een school bouw je niet op 1 jaar, dus ik hoop dat de cijfers in Gent er voor 2022 zullen zijn. Daarom is het jammer dat er dit jaar geen uitbreidingsronde komt.
Wat het basisonderwijs betreft, heeft men de aanbodszijde voor de vakantie afgerond. Op dit moment zijn er 32.162 stoelen in het Gentse basisonderwijs. Als alles verloopt zoals gepland, komen er 1.010 stoelen bij. Dit wil zeggen dat het voorspelde tekort opgelost geraakt. Maar, nogmaals, we zullen moeten zien of deze cijfers bevestigd worden in de officiële capaciteitsmonitor. Ik kan wel al meegeven dat de laatste aanmeldingen in het basisonderwijs een goed resultaat gaven. Er hebben de afgelopen 10 jaar nog nooit zoveel ouders een basisschool van eerste voorkeur gekregen.
Met dit harde werk zijn we al twee legislaturen met bezig. Het uitbreidingswerk loont en ik hoop dat we op deze weg kunnen verder gaan. Het is zeker nog geen tijd om achteruit te leunen, we moeten blijven uitbreiden, maar we mogen ook tevreden zijn met de goede cijfers die we kunnen voorleggen en die hopelijk straks bevestigd worden.
ma 19/04/2021 - 12:36Tijdens het debat over dakloosheid op de jongste raad verwees de schepen nogmaals naar het gemak waarmee omliggende gemeenten daklozen doorsturen naar Gent, zonder zelf aan oplossingen te hoeven werken. Voor onze fractie is solidarisering van de nachtopvang daarom een terechte bekommernis, voor zover de daklozen zelf daar niet de dupe van worden.
De oproep tot solidariseren van kosten of personeel is niet nieuw maar ondertussen reeds een drietal jaren oud. We horen dan ook graag de stand van zaken van dit dossier.
De Stad Gent financiert de nachtopvang zo goed als volledig. Slechts 3% van de kosten wordt bovenlokaal gesubsidieerd. Ons pleidooi blijft dat de nachtopvang sterkere bovenlokale aansturing en financiering nodig heeft.
Bovenlokale sturing kan zorgen voor een regiodekkend aanbod qua nachtopvang. Mevrouw Sleurs, u zal zich wel herinneren dat we dit bij u aangekaart hebben, toen u staatssecretaris was. Daarnaast kwam dit ook al aan bod bij de VVSG en bij het Steunpunt Mensen en Samenleving en in haar adviezen ten aanzien van de Vlaamse werkgroep thuislozenzorg.
We hebben ook een voorstel om te zorgen voor minder discussies over lokale binding. Men zou dit kunnen organiseren als een ‘opvangcentrum binnen het algemeen welzijnswerk’. Het bevoegde OCMW betaalt voor de opvang en blijft ook zelf de begeleiding opnemen, ook al verblijft hun cliënt in een opvangcentrum in een andere stad.
Om deze manier van financiering door het bevoegde OCMW afdwingbaar te maken, moet Vlaanderen echter nachtopvang erkennen als instelling binnen het algemeen welzijnswerk zoals voorzien in de bevoegdheidswet van 2 april 1965. Jammer genoeg hebben we op de vraag die VVSG hierover stelde aan de minister van Welzijn, nog geen positief antwoord gekregen.
Maar nu even terug naar de Gentse situatie:
Omwille van de zeer grote druk op de Gentse nachtopvang door de corona maatregelen, werd er tijdelijk al een systeem ingevoerd vooral gericht op daklozen met een duidelijke band met Gent. Dit in afwachting van een systeem rond solidarisering.
Wanneer mensen uit andere gemeentes zich aanmelden, bekijken we momenteel vooral een warme overdracht naar deze gemeentes.
Als blijkt dat de situatie van de persoon een verblijf in de nachtopvang vereist, ondanks de binding met een andere gemeente, dan kan dit nog steeds om billijkheidsredenen of omwille van de kwetsbaarheid van deze persoon. Dit gebeurt in 15% van alle personen die zich aanmelden zonder band met Gent, wat toch niet weinig is.
Wie zich ‘s avonds of in het weekend aanmeldt, en dus niet bij het OCMW onthaal kan passeren, kan wel nachtopvang krijgen in Gent als overbrugging tot het onderzoek gebeurd is en afstemming met de andere gemeente.
Wij vragen in ons toekomstmodel aan omliggende gemeentes en steden Gent om de effectieve kost van een bed nachtopvang te betalen én om de begeleiding van de personen blijvend op te nemen.
Het proces met betrekking tot solidarisering van de nachtopvang wordt getrokken door CAW Oost-Vlaanderen. Op een provinciaal overleg met kleinstedelijke OCMWs in Oost-Vlaanderen zijn 14 steden vertegenwoordigd.
We zijn blij dat Aalst ook inzet op solidarisering. Aalst neemt als centrumstad samenwerking op met de omliggende eerstelijnszones maar ook met de regio Vlaamse Ardennen. We hebben met Aalst afgestemd en er zijn vrij veel gelijkenissen in de aanpak. We hopen op een sneeuwbaleffect.
Er lijkt ondertussen meer bereidheid bij deze kleinstedelijke OCMWs om tot een samenwerking te komen in het kader van de nachtopvang, waarbij ook financieel wordt bijgedragen.
CAW plant als volgende stap een overleg met de hoofden van de sociale diensten uit alle gemeenten uit de omringende eerstelijnszones. Dit zijn eerstelijnszones West- (3 gemeentes) en Oost-Meetjesland (6 gemeentes), Scheldekracht (8 gemeentes) en daarnaast Schelde en Leie (5 gemeentes). Het betreft dus in totaal 22 gemeentes.
Op dit overleg wordt een voorstel van concrete samenwerking afgetoetst en besproken bespreken. Eens CAW dat samenwerkingsvoorstel klaar heeft, zal ik dat voorstel eerst met mijn collega’s binnen het schepencollege politiek bespreken.
We hopen op twee positieve effecten van deze solidarisering:
Dakloze mensen kunnen beter geholpen worden in samenwerking met hun eigen regio, hun eigen netwerk, door een door hem of haar gekende maatschappelijk werker. Vaak kan dit ook over een regio gaan waar de wooncrisis minder hard toeslaat en men sneller oplossingen kan vinden.
Daarnaast hopen we door deze solidarisering (en financiële bijdragen) meer middelen te kunnen investeren in structurele en duurzame oplossingen voor dakloosheid. Dit hebben we vorige commissie besproken naar aanleiding van de resultaten van de telling.
-
Onze stad telt een groot aantal daklozen (zie o.a. de recente telling en het actuadebat vorige maand). Recent uitte de schepen nogmaals de wens om wat betreft de opvang van daklozen samen te werken met andere gemeenten.
De Stad Aalst is er in samenwerking met het CAW ondertussen effectief in geslaagd om voor de lokale daklozenopvang samen te werken met een aantal buurgemeenten. Concreet gaat het om een samenwerking met de gemeenten Lede, Haaltert, Erpe-Mere en Denderleeuw, die bereid werden gevonden om mee te stappen in een solidarisering van de daklozenopvang (gestart begin 2021).
Vandaar mijn vragen:
De Stad Gent financiert de nachtopvang zo goed als volledig. Slechts 3% van de kosten wordt bovenlokaal gesubsidieerd. Ons pleidooi blijft dat de nachtopvang sterkere bovenlokale aansturing en financiering nodig heeft.
Bovenlokale sturing kan zorgen voor een regiodekkend aanbod qua nachtopvang. Mevrouw Sleurs, u zal zich wel herinneren dat we dit bij u aangekaart hebben, toen u staatssecretaris was. Daarnaast kwam dit ook al aan bod bij de VVSG en bij het Steunpunt Mensen en Samenleving en in haar adviezen ten aanzien van de Vlaamse werkgroep thuislozenzorg.
We hebben ook een voorstel om te zorgen voor minder discussies over lokale binding. Men zou dit kunnen organiseren als een ‘opvangcentrum binnen het algemeen welzijnswerk’. Het bevoegde OCMW betaalt voor de opvang en blijft ook zelf de begeleiding opnemen, ook al verblijft hun cliënt in een opvangcentrum in een andere stad.
Om deze manier van financiering door het bevoegde OCMW afdwingbaar te maken, moet Vlaanderen echter nachtopvang erkennen als instelling binnen het algemeen welzijnswerk zoals voorzien in de bevoegdheidswet van 2 april 1965. Jammer genoeg hebben we op de vraag die VVSG hierover stelde aan de minister van Welzijn, nog geen positief antwoord gekregen.
Maar nu even terug naar de Gentse situatie:
Omwille van de zeer grote druk op de Gentse nachtopvang door de corona maatregelen, werd er tijdelijk al een systeem ingevoerd vooral gericht op daklozen met een duidelijke band met Gent. Dit in afwachting van een systeem rond solidarisering.
Wanneer mensen uit andere gemeentes zich aanmelden, bekijken we momenteel vooral een warme overdracht naar deze gemeentes.
Als blijkt dat de situatie van de persoon een verblijf in de nachtopvang vereist, ondanks de binding met een andere gemeente, dan kan dit nog steeds om billijkheidsredenen of omwille van de kwetsbaarheid van deze persoon. Dit gebeurt in 15% van alle personen die zich aanmelden zonder band met Gent, wat toch niet weinig is.
Wie zich ‘s avonds of in het weekend aanmeldt, en dus niet bij het OCMW onthaal kan passeren, kan wel nachtopvang krijgen in Gent als overbrugging tot het onderzoek gebeurd is en afstemming met de andere gemeente.
Wij vragen in ons toekomstmodel aan omliggende gemeentes en steden Gent om de effectieve kost van een bed nachtopvang te betalen én om de begeleiding van de personen blijvend op te nemen.
Het proces met betrekking tot solidarisering van de nachtopvang wordt getrokken door CAW Oost-Vlaanderen. Op een provinciaal overleg met kleinstedelijke OCMWs in Oost-Vlaanderen zijn 14 steden vertegenwoordigd.
We zijn blij dat Aalst ook inzet op solidarisering. Aalst neemt als centrumstad samenwerking op met de omliggende eerstelijnszones maar ook met de regio Vlaamse Ardennen. We hebben met Aalst afgestemd en er zijn vrij veel gelijkenissen in de aanpak. We hopen op een sneeuwbaleffect.
Er lijkt ondertussen meer bereidheid bij deze kleinstedelijke OCMWs om tot een samenwerking te komen in het kader van de nachtopvang, waarbij ook financieel wordt bijgedragen.
CAW plant als volgende stap een overleg met de hoofden van de sociale diensten uit alle gemeenten uit de omringende eerstelijnszones. Dit zijn eerstelijnszones West- (3 gemeentes) en Oost-Meetjesland (6 gemeentes), Scheldekracht (8 gemeentes) en daarnaast Schelde en Leie (5 gemeentes). Het betreft dus in totaal 22 gemeentes.
Op dit overleg wordt een voorstel van concrete samenwerking afgetoetst en besproken bespreken. Eens CAW dat samenwerkingsvoorstel klaar heeft, zal ik dat voorstel eerst met mijn collega’s binnen het schepencollege politiek bespreken.
We hopen op twee positieve effecten van deze solidarisering:
Dakloze mensen kunnen beter geholpen worden in samenwerking met hun eigen regio, hun eigen netwerk, door een door hem of haar gekende maatschappelijk werker. Vaak kan dit ook over een regio gaan waar de wooncrisis minder hard toeslaat en men sneller oplossingen kan vinden.
Daarnaast hopen we door deze solidarisering (en financiële bijdragen) meer middelen te kunnen investeren in structurele en duurzame oplossingen voor dakloosheid. Dit hebben we vorige commissie besproken naar aanleiding van de resultaten van de telling.
-
De aanslepende coronacrisis zorgt ook bij heel wat jongeren voor een zekere moeheid wat betreft het opvolgen van de coronamaatregelen. Dat bleek eerder al uit de resultaten van de aan de UGent ontwikkelde motivatiebarometer: de motivering bij jongeren ligt gemiddeld lager dan bij de oudere leeftijdsgroepen.
De actuele hernieuwde druk op de ziekenhuizen, en in het bijzonder de afdelingen intensieve zorgen, maakt dat het zo goed mogelijk opvolgen van de maatregelen echter cruciaal blijft. Blijvend inzetten op het sensibiliseren van jongeren is daarom belangrijk. De stad zette in november o.a. een samenwerking op met ‘influencers’ om jongeren te bereiken via sociale media.
Vandaar mijn vragen:
Stad Gent heeft inderdaad verschillende campagnes gelanceerd. Voor het eerst hebben we op zo’n grote schaal met influencers samengewerkt. Ik kan u meegeven dat deze samenwerking een goed resultaat had. De filmpjes van de campagne tijdens de eerste lockdown zijn zo’n 33.000 keer bekeken en hadden meer dan 1.000 reacties. Dit is een mooi resultaat als campagne op schaal van de stad Gent.
Op dit moment merken we dat de influencers er zelf niet meer zo open voor staan. Hun prijzen zijn ook verhoogd, wat volgens mij een stukje tekenend is voor de corona-moeheid. Dit is iets wat je niet bij de jongeren alleen kan leggen, maar er is een algemene corona-moeheid. We moeten er goed op letten op welke manier we mensen aanspreken en motiveren. Dit zal nu een andere aanpak vereisen dan deze van tijdens de eerste lockdown, we moeten kijken naar wat er nu leeft.
We hebben in elk geval doorheen de coronaperiode al verschillende zaken gedaan. Zo was er de influencers-campagne, de Elaba-campagne van november 2020 tot januari 2021, deze ging vooral over 1,5m afstand houden, om 20u ’s avonds alcoholverbod en nog een aantal regels. Ik denk in alle eerlijkheid dat we nu niet meer moeten afkomen met een Elaba-campagne. We moeten nu goed kijken naar welke boodschap we uitzenden en op welk moment. De afgelopen maanden hebben we het vooral gehad over de mentale gezondheid bij de jongeren en gaven we de boodschap om vol te houden. Hier hebben we heel hard op ingezet en waar we nog verder op willen inzetten is de Vlaamse campagne. Als lokaal bestuur kunnen we zeker via onze netwerken een rol spelen, maar dat doen we eerder bijvoorbeeld via de scholen. De scholen zijn hier ontzettend hard met bezig, zo zijn er bijvoorbeeld educatieve pakketten aangeboden geweest, met extra aandacht voor de manier waarop je deze onderwerpen aanbrengt en hoe je de leerlingen meekrijgt.
Op onze beurt hebben we met het jeugdwelzijnswerk en de jeugdwerkers van de stad Gent de Vlaamse campagne WAT mee helpen verspreiden. Dit was een krant van een 50-tal pagina’s op maat van de jongeren, met informatie over corona en de maatregelen.
Voor de jeugdwerkers was het handig om hieruit te putten in hun gesprekken met jongeren. Voor jongeren zelf was het boekje door de omvang, het bevatte 50 pagina’s, wellicht minder interessant.
De Ambrassade, die dit mee hebben uitgewerkt waren vorige en deze week niet bereikbaar, maar we gaan volgende week wel contact met hen opnemen. Om te kijken wat we kunnen doen en met de vraag wat er nog volgt vanuit de Vlaamse campagne. Want ik denk dat het geen zin heeft dat elke stad zijn eigen campagne ontwikkeld, maar we moeten op zoek gaan naar lopende initiatieven die door experts op vlak van communicatie en jongeren zijn ontwikkeld en bekijken of we deze lokaal kunnen versterken.
Dit wil ik zeker nog bekijken, zodat we dat kunnen doen.
Het zal van groot belang zijn om kort op de bal te spelen en na te gaan wat er leeft bij de jongeren. Anders loop je het risico van een soort tegenreactie te krijgen. Dit merken we bij de dienst Communicatie van de stad Gent, dat we daar zeer bewust met moeten omgaan.
Ik deel absoluut u bezorgdheid en we zullen inderdaad gericht naar de jongeren moeten communiceren.
Als laatste wil ik nog meegeven dat we naar aanleiding van een aantal situaties op en rond Sint-Pietersplein heel actief hebben ingezet op communicatie op het terrein. Zo waren er allerlei infoborden, digitale kranten op grote schermen, maar ook door de gemeenschapswachten die op het terrein aanwezig waren, flyers van de politie over DO’s en DON’ts.
Ik denk dat dat de manier van communiceren moet zijn: op heel veel verschillende manieren en via verschillende kanalen. Want ‘de’ jongeren bestaat niet, dat is een heel grote en diverse doelgroep. Maar ik deel nogmaals dat we zeer gericht en op hun maat moeten communiceren.
Als u nog suggesties hebt, dan hoor ik die graag.
ma 19/04/2021 - 12:39