Tijdens het debat over dakloosheid op de jongste raad verwees de schepen nogmaals naar het gemak waarmee omliggende gemeenten daklozen doorsturen naar Gent, zonder zelf aan oplossingen te hoeven werken. Voor onze fractie is solidarisering van de nachtopvang daarom een terechte bekommernis, voor zover de daklozen zelf daar niet de dupe van worden.
De oproep tot solidariseren van kosten of personeel is niet nieuw maar ondertussen reeds een drietal jaren oud. We horen dan ook graag de stand van zaken van dit dossier.
De Stad Gent financiert de nachtopvang zo goed als volledig. Slechts 3% van de kosten wordt bovenlokaal gesubsidieerd. Ons pleidooi blijft dat de nachtopvang sterkere bovenlokale aansturing en financiering nodig heeft.
Bovenlokale sturing kan zorgen voor een regiodekkend aanbod qua nachtopvang. Mevrouw Sleurs, u zal zich wel herinneren dat we dit bij u aangekaart hebben, toen u staatssecretaris was. Daarnaast kwam dit ook al aan bod bij de VVSG en bij het Steunpunt Mensen en Samenleving en in haar adviezen ten aanzien van de Vlaamse werkgroep thuislozenzorg.
We hebben ook een voorstel om te zorgen voor minder discussies over lokale binding. Men zou dit kunnen organiseren als een ‘opvangcentrum binnen het algemeen welzijnswerk’. Het bevoegde OCMW betaalt voor de opvang en blijft ook zelf de begeleiding opnemen, ook al verblijft hun cliënt in een opvangcentrum in een andere stad.
Om deze manier van financiering door het bevoegde OCMW afdwingbaar te maken, moet Vlaanderen echter nachtopvang erkennen als instelling binnen het algemeen welzijnswerk zoals voorzien in de bevoegdheidswet van 2 april 1965. Jammer genoeg hebben we op de vraag die VVSG hierover stelde aan de minister van Welzijn, nog geen positief antwoord gekregen.
Maar nu even terug naar de Gentse situatie:
Omwille van de zeer grote druk op de Gentse nachtopvang door de corona maatregelen, werd er tijdelijk al een systeem ingevoerd vooral gericht op daklozen met een duidelijke band met Gent. Dit in afwachting van een systeem rond solidarisering.
Wanneer mensen uit andere gemeentes zich aanmelden, bekijken we momenteel vooral een warme overdracht naar deze gemeentes.
Als blijkt dat de situatie van de persoon een verblijf in de nachtopvang vereist, ondanks de binding met een andere gemeente, dan kan dit nog steeds om billijkheidsredenen of omwille van de kwetsbaarheid van deze persoon. Dit gebeurt in 15% van alle personen die zich aanmelden zonder band met Gent, wat toch niet weinig is.
Wie zich ‘s avonds of in het weekend aanmeldt, en dus niet bij het OCMW onthaal kan passeren, kan wel nachtopvang krijgen in Gent als overbrugging tot het onderzoek gebeurd is en afstemming met de andere gemeente.
Wij vragen in ons toekomstmodel aan omliggende gemeentes en steden Gent om de effectieve kost van een bed nachtopvang te betalen én om de begeleiding van de personen blijvend op te nemen.
Het proces met betrekking tot solidarisering van de nachtopvang wordt getrokken door CAW Oost-Vlaanderen. Op een provinciaal overleg met kleinstedelijke OCMWs in Oost-Vlaanderen zijn 14 steden vertegenwoordigd.
We zijn blij dat Aalst ook inzet op solidarisering. Aalst neemt als centrumstad samenwerking op met de omliggende eerstelijnszones maar ook met de regio Vlaamse Ardennen. We hebben met Aalst afgestemd en er zijn vrij veel gelijkenissen in de aanpak. We hopen op een sneeuwbaleffect.
Er lijkt ondertussen meer bereidheid bij deze kleinstedelijke OCMWs om tot een samenwerking te komen in het kader van de nachtopvang, waarbij ook financieel wordt bijgedragen.
CAW plant als volgende stap een overleg met de hoofden van de sociale diensten uit alle gemeenten uit de omringende eerstelijnszones. Dit zijn eerstelijnszones West- (3 gemeentes) en Oost-Meetjesland (6 gemeentes), Scheldekracht (8 gemeentes) en daarnaast Schelde en Leie (5 gemeentes). Het betreft dus in totaal 22 gemeentes.
Op dit overleg wordt een voorstel van concrete samenwerking afgetoetst en besproken bespreken. Eens CAW dat samenwerkingsvoorstel klaar heeft, zal ik dat voorstel eerst met mijn collega’s binnen het schepencollege politiek bespreken.
We hopen op twee positieve effecten van deze solidarisering:
Dakloze mensen kunnen beter geholpen worden in samenwerking met hun eigen regio, hun eigen netwerk, door een door hem of haar gekende maatschappelijk werker. Vaak kan dit ook over een regio gaan waar de wooncrisis minder hard toeslaat en men sneller oplossingen kan vinden.
Daarnaast hopen we door deze solidarisering (en financiële bijdragen) meer middelen te kunnen investeren in structurele en duurzame oplossingen voor dakloosheid. Dit hebben we vorige commissie besproken naar aanleiding van de resultaten van de telling.