Het departement MOW van de Vlaamse overheid, en Vlaams minister Lydia Peeters, stellen jaarlijks een Geïntegreerd Investeringsprogramma op (GIP). Dit programma omvat de geplande investeringen van de zeven uitvoerende entiteiten (onder andere Agentschap Wegen en Verkeer, De Lijn en de Vlaamse Waterweg) van het departement voor de volgende jaar, met een doorkijk naar de komende jaren.
Ook diverse grote Gentse dossiers staan er uiteraard in opgelijst. Denk maar aan de Verapazbrug of de fietsverbinding tussen De Sterre en Ardoyen en de heraanleg van de N60 in Zwijnaarde.
De bevoegde minister heeft de ambitie om deze legislatuur met dit beleidsinstrument echter meer te doen dan louter elk jaar opnieuw een opsomming maken. Het gaat dan meer bepaald over gerichter en efficiënter plannen en investeringen en onderhoudswerken af te stemmen op de doelstellingen en prioriteiten.
Naast de planning van het GIP kan ook nog meer ingezet worden op een portfoliowerking via een investeringscatalogus.
Het opzet is om van ideeën en projecten rond mobiliteit te komen tot projecten die daadwerkelijk kunnen worden uitgevoerd.
Kort samengevat gebeurt dat in drie stappen:
Op die laatste lijst, de planned list worden deze gerangschikt op prioriteit.
Zo krijg je met andere woorden een helder beeld van de zaken die je als overheid wil doen tegenover hetgeen je budgettair kan doen om de beleidsdoelstellingen te realiseren.
Dat is in een notendop het Vlaams kader zal worden uitgevoerd.
Deze methode is state of the art, en ook voor de lokale besturen biedt dit belangrijke opportuniteiten.
Stad Antwerpen is de vorige legislatuur, onder leiding van intendant Alexander D’Hooghe, alvast met succes op deze wijze aan de slag gegaan bij de planning van de leefbaarheidsprojecten in het kader van de Oosterweelverbinding: projecten definiëren, prioriteren en obstakels (van technische, juridische, financiële aard maar ook wat het draagvlak betreft) in kaart brengen en weg werken.
Ook in Gent, het havengebied en de ruime regio zijn de uitdagen op vlak van mobiliteit talrijk én complex en is er de realiteit van de budgettaire context waarbinnen we moeten werken.
Ik ben er dan ook van overtuigd dat we ook in onze stad verder vooruit moeten durven denken en zouden moeten kunnen komen tot een Investeringscatalogus, als een soort van menukaart waarmee we onder andere de grote projecten logisch te kunnen inplannen in het Vlaamse GIP.
Het is daarbij uiteraard niet de bedoeling om bestaande/lopende projecten in vraag te stellen.
Integendeel, het uiteindelijke doel is om de beschikbare middelen zo optimaal mogelijk toe te wijzen aan zo obstakelvrij mogelijke projecten en uitvoering van de deze projecten zo te versnellen. We moeten programmatorisch te werk gaan en daarbij idealiter een rollend plan tot minstens 2030 ontwikkelen. Om zo tot een ambitieus lange termijnplan te komen dat nodig is om onze beleidsvisie inzake mobiliteit en infrastructuur te kunnen waarmaken en ons als stad sterker te positioneren.
Een belangrijke mijlpaal om naar toe te werken is daarbij Gent Culturele Hoofdstad. Tegen is het voor onze fractie niet alleen belangrijk om onze culturele infrastructuur op orde hebben, maar ook de weg-, fietsinfrastructuur en het openbaarvervoersnet.
Hoe kijkt u naar ambities in dit verband op Vlaams niveau?
Hoe kijkt u naar de manier van werken in Antwerpen?
Hoe staat u tegenover het opmaken van een Gentse Investeringscatalogus? Ziet u opportuniteiten om ook in onze stad hiervoor gebruik te maken van externe expertise op dit terrein?
Bedankt voor uw vraag en suggestie.
Sinds enkele jaren heeft de stad gewerkt aan de professionalisering van de projectwerking. Zij heeft ingezet op de bouw van een projectbeheersysteem (Sirius) waarin alle projecten van de organisatie opgenomen zijn, zowel de ruimtelijke, de thematische en de organisatorische. Het projectproces start met het initiëren van projecten zodat projectideeën gecapteerd worden en worden verder opgevolgd van onderzoeksfase tem nazorgfase. Alle projecten zijn voorzien van een volledige raming en een tijdsschema waardoor een zicht verkregen wordt op de projectportfolio, met een goede doorkijk in de tijd. Ook de financiële evenwichten tussen portfolio en budget kunnen hierdoor gemanaged worden.
(eigen toevoeging SDB, beetje peper&zout)
De methodiek die u voorstelt kan zeker zijn voordelen hebben, in het bijzonder voor een grote organisatie met vele huizen als de Vlaamse Overheid. Er kunnen ook nadelen aan verbonden zijn; een gerichtheid op interne processen ipv op output. Ook een prioritering voor obstakelvrije projecten lijkt op het eerste zicht een evidentie; wie kan daar nu iets tegen hebben, maar mogelijks ook een keuze voor status quo en middelmaat.
Dus daar moeten we mee opletten. De Stad heeft geen specifieke criteria uitgewerkt om de projecten te ranken, maar doet de prioritering op continue basis binnen het College, om zo haar beleidsdoelstellingen vorm te geven. Door deze manier van werken kan flexibel ingespeeld worden op initiatieven van derden.
De Stad kijkt dus zeker uit naar de plannen van de Vlaamse Overheid om een logisch opgebouwde investeringscatalogus op te maken, zodat zij zich daar tijdig en adequaat kan op aligneren. Het is een interessante suggestie die u doet, we gaan dat zeker goed in het oog houden.
wo 12/05/2021 - 10:33