Terug
Gepubliceerd op 07/07/2021

Notulen  commissie stedenbouw, stadsontwikkeling, natuur en wonen (SSW)

do 18/03/2021 - 19:00 Digitale zitting

Samenstelling

Aanwezig

Christophe Peeters; Johan Deckmyn; Karin Temmerman; Sven Taeldeman; Zeneb Bensafia; Sara Matthieu; Jef Van Pee; Gert Robert; Carl De Decker; Karla Persyn; Patricia De Beule; Tom De Meester; Stijn De Roo; Anita De Winter; Christiaan Van Bignoot; Manuel Mugica Gonzalez; Tine De Moor; Tine Heyse; Sami Souguir; Astrid De Bruycker; Els Roegiers; Veli Yüksel; Bart De Muynck

Afwezig

Gabi De Boever; Elke Sleurs; Sandra Van Renterghem; Anne Schiettekatte; Mieke Bouve; Cengiz Cetinkaya; Yüksel Kalaz; Caroline Persyn; Joris Vandenbroucke; Sonja Welvaert; Hafsa El -Bazioui; Mattias De Vuyst; Fourat Ben Chikha; Adeline Blancquaert; Stephanie D'Hose; Yeliz Güner; Alana Herman; Mehmet Sadik Karanfil; Bert Misplon; Ronny Rysermans; Anneleen Van Bossuyt; Nicolas Vanden Eynden; Evita Willaert; Emmanuelle Mussche; Tom Van Dyck; Anneleen Schelstraete; André Rubbens; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman

Secretaris

Bart De Muynck

Agendapunten

* Toelichting: ontwerpbeleidsnota Ruimtelijke Planning, Stadsontwikkeling en Stedelijke Vernieuwing. (met bijlagen voor de raadsleden)

Datum beslissing: do 18/03/2021 - 22:51
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig
Christophe Peeters; Johan Deckmyn; Karin Temmerman; Sven Taeldeman; Zeneb Bensafia; Jef Van Pee; Gert Robert; Cengiz Cetinkaya; Carl De Decker; Karla Persyn; Patricia De Beule; Stijn De Roo; Caroline Persyn; Christiaan Van Bignoot; Sonja Welvaert; Manuel Mugica Gonzalez; Tine Heyse; Sami Souguir; Astrid De Bruycker; Els Roegiers; Bart De Muynck
Afwezig
Gabi De Boever; Elke Sleurs; Sandra Van Renterghem; Sara Matthieu; Anne Schiettekatte; Mieke Bouve; Tom De Meester; Anita De Winter; Yüksel Kalaz; Joris Vandenbroucke; Tine De Moor; Hafsa El -Bazioui; Mattias De Vuyst; Veli Yüksel; Fourat Ben Chikha; Adeline Blancquaert; Stephanie D'Hose; Yeliz Güner; Alana Herman; Mehmet Sadik Karanfil; Bert Misplon; Ronny Rysermans; Anneleen Van Bossuyt; Nicolas Vanden Eynden; Evita Willaert; Emmanuelle Mussche; Tom Van Dyck; Anneleen Schelstraete; André Rubbens; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman
Secretaris
Bart De Muynck

* Toelichting: ontwerpbeleidsnota Ruimtelijke Planning, Stadsontwikkeling en Stedelijke Vernieuwing. (met bijlagen voor de raadsleden)

* Toelichting: ontwerpbeleidsnota Ruimtelijke Planning, Stadsontwikkeling en Stedelijke Vernieuwing. (met bijlagen voor de raadsleden)

Motivering

IR 1.

2021_MV_00111 - Mondelinge vraag van raadslid Karin Temmerman: Omvorming woonmaatschappij

Datum beslissing: do 18/03/2021 - 22:51
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig
Christophe Peeters; Johan Deckmyn; Karin Temmerman; Sven Taeldeman; Zeneb Bensafia; Jef Van Pee; Gert Robert; Cengiz Cetinkaya; Carl De Decker; Karla Persyn; Patricia De Beule; Stijn De Roo; Caroline Persyn; Christiaan Van Bignoot; Sonja Welvaert; Manuel Mugica Gonzalez; Tine Heyse; Sami Souguir; Astrid De Bruycker; Els Roegiers; Bart De Muynck
Afwezig
Gabi De Boever; Elke Sleurs; Sandra Van Renterghem; Sara Matthieu; Anne Schiettekatte; Mieke Bouve; Tom De Meester; Anita De Winter; Yüksel Kalaz; Joris Vandenbroucke; Tine De Moor; Hafsa El -Bazioui; Mattias De Vuyst; Veli Yüksel; Fourat Ben Chikha; Adeline Blancquaert; Stephanie D'Hose; Yeliz Güner; Alana Herman; Mehmet Sadik Karanfil; Bert Misplon; Ronny Rysermans; Anneleen Van Bossuyt; Nicolas Vanden Eynden; Evita Willaert; Emmanuelle Mussche; Tom Van Dyck; Anneleen Schelstraete; André Rubbens; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman
Secretaris
Bart De Muynck
IR 1.

2021_MV_00111 - Mondelinge vraag van raadslid Karin Temmerman: Omvorming woonmaatschappij

2021_MV_00111 - Mondelinge vraag van raadslid Karin Temmerman: Omvorming woonmaatschappij

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

Mevrouw de schepen,

In de gemeenteraad en in de commissie werd de beslissing van de Vlaamse regering om alle sociale huisvestingsmaatschappijen (SHM’s) en sociale verhuurkantoren (SVK’s) samen te voegen tot één speler per gemeente: de woonmaatschappij reeds een aantal keer besproken. 

De Vlaamse regering wou dat deze operatie tegen 1 januari rond was. Van de lokale besturen wordt geacht dat zij de regie in handen nemen van het lokale woonbeleid. Zij dienden ten laatste op 31 oktober 2020 een voorstel van werkingsgebied in. Deze data werden niet gehaald.

U hebt ondertussen gesprekken gevoerd met de verschillende SHM’s die werkzaam zijn in onze stad en ik neem aan ook met de SVK’s.

Voor de grootste SHM van de stad gaat de kerntaak in deze bestuursperiode naar het renoveren van het verouderd patrimonium enerzijds en het bouwen van nieuwe sociale woningen anderzijds. Er werd daartoe een zeer ambitieus meerjarenplanning door Woningent opgesteld.

Als fractie steunen wij volop de ambitie van het stadsbestuur om zoveel mogelijk degelijke sociale woningen te voorzien in onze stad. Wij vrezen dan ook dat deze hervorming heel wat tijd en energie zal kosten, die het uitvoeren van deze ambitie mogelijk in de weg staat. 

Indiener(s)
Karin Temmerman
Gericht aan
Tine Heyse
Tijdstip van indienen
do 18/02/2021 - 13:14
Toelichting

1.      Denkt het bestuur dat deze hervorming een verbetering in de huidige situatie zal brengen? Zo ja, op welke manier?

2.      Welke stappen zijn er lokaal reeds gezet in het afbakenen van de werkingsgebieden?

3.      Zal deze afbakening ook in de gemeenteraad worden besproken?

4.      De Vlaamse regering is ervan overtuigd dat het hele proces op 1 januari 2023 afgerond zal zijn. Denkt u dat deze timing realistisch is?

5.      Op welke manier zal u de SVK’s en de SHM bij deze operatie betrekken?  

Bespreking
Antwoord

De intentie van de Vlaamse regering om tot 1 woonmaatschappij te komen zal nog veel voeten in de aarde hebben. Er staat een strakke deadline op en de decretale omkadering moet nog gestemd worden. Als stad zijn we geen vragende partij geweest voor deze operatie. De situatie in Gent is op vlak van sociaal wonen ook niet te vergelijken met veel andere steden en gemeenten. 

Wij hebben hier 5 huisvestingsmaatschappijen, waarvan 2 maatschappijen met meer dan 5.000 woningen. Er was een goede samenwerking tussen de maatschappijen, die we verder wilden uitbouwen. We wilden de krachten bundelen, niet in structuren maar in daden. Onze 5 maatschappijen én het SVK zijn zeer complementair aan elkaar en hebben elk hun sterktes. Het is nu de opdracht om deze sterktes te laten samenkomen in de nieuwe woonmaatschappij. 

Er zijn wel een aantal voordelen aan de éénmaking, zeker op lange termijn. Zo zal eindelijk vanuit Vlaanderen een centraal inschrijvingssysteem op poten worden gezet wat een grote vereenvoudiging zal betekenen voor de kandidaat huurder, al kan je dat eigenlijk ook invoeren met meerdere woonactoren.

Om te komen tot die 1 woonmaatschappij moet er in eerste instantie een keuze gemaakt worden voor een werkingsgebied. Daarna moet er een woonmaatschappij worden opgericht. Het voorstel van afbakening moet door de stad gebeuren, de initiatief tot oprichting van de woonmaatschappij ligt bij de maatschappijen. De 2 zijn natuurlijk nauw met elkaar verbonden.

We hebben door de diensten een overzicht laten maken van de huidige situatie in en rond Gent. 

Voor de afbakening van het werkingsgebied moeten we de keuze maken of we een werkingsgebied nemen dat samenvalt met Gent, of dat we ook andere gemeenten er bij betrekken. Gent voldoet aan alle voorwaarden (aantal sociale woningen, SVK) om als werkingsgebied te worden aangeduid, maar kan er voor kiezen om met 1 of meerdere (aansluitende) gemeentes samen te gaan. 

Gent verschilt op fundamentele wijze van de omliggende gemeenten op vlak van (sociaal) wonen. 

Gent heeft een veel groter aantal sociale woningen (14.852) dan de omliggende gemeenten. Na Gent is Zelzate de eerstvolgende met 883 woningen. Ook de wachtlijsten zijn van een totaal andere orde. Op de wachtlijst van Gent staan 10.918 gezinnen, eerst volgende is Evergem met 579 gezinnen. De huurders en de kandidaat huurders in de omliggende gemeenten hebben een ander sociaal-economisch profiel. Door het grote verschil tussen Gent en de omliggende gemeenten zal in een afbakening met meer gemeenten er altijd een onevenwicht bestaan binnen het bestuur.

Daarom hebben we principieel beslist om Gent als werkingsgebied af te bakenen voor de woonmaatschappij. Deze beslissing zal nog worden meegedeeld aan de ons omliggende gemeenten. Deze keuze is er wel 1 met uitgestoken hand. We zien vanuit Gent weinig meerwaarde in een groter werkingsgebied, maar indien een aanliggende gemeente wel de nood bestaat om aan te sluiten, dan zullen we dat met open vizier onderzoeken.

Deze principiële beslissing hebben wij ook al gecommuniceerd aan de 5 huisvestingsmaatschappijen en SVK-Gent. Vanuit geen enkel van de maatschappijen kwam het signaal dat dit hun toekomstplannen dwarsboomt. De afbakening wordt ook besproken op het volgend lokaal woonoverleg.

Ondertussen hebben we ook een politiek ambtelijke werkgroep opgericht om het traject vanuit stads kant te begeleiden (o.a. ook de opname van SVK-Gent in de woonmaatschappij). 

We hebben ook beslist om HuurinGent in de eerste fase niet mee op te nemen in de woonmaatschappij.

Het werkingsgebied (of toch het advies van afbakening) moet voor 31 oktober 2021 door de gemeenteraad worden vastgelegd. Vooraleer we zo ver zijn zal dit voorstel tot afbakening dus nog eerst op het lokaal woonoverleg en de woonraad worden besproken.

Wat de timing betreft is het nogal dubbel. Het decreet is nog niet goedgekeurd (op dit moment wacht men op het advies van de raad van State) en toch lopen de termijnen al. De discussie over de werkingsgebieden zal in veel regio’s een pak complexer zijn. De vraag is of dit allemaal rond zal zijn tegen 31 oktober. De effectieve oprichting van de woonmaatschappij moet tegen 1/1/2023 rond zijn. Dit is een heel ambitieuze timing voor een dergelijke operatie. Langs de andere kant pleiten we er voor om de tijd ook niet nodeloos te rekken aangezien naar aanloop van de oprichting een aantal werken dreigen stil te vallen. Niemand heeft baat bij een jaren aanslepende procedure.

ma 22/03/2021 - 11:15
IR 2.

2021_MV_00133 - Mondelinge vraag van raadslid Johan Deckmyn: Oude stortplaatsen omvormen tot bos

Datum beslissing: do 18/03/2021 - 22:51
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig
Christophe Peeters; Johan Deckmyn; Karin Temmerman; Sven Taeldeman; Zeneb Bensafia; Jef Van Pee; Gert Robert; Cengiz Cetinkaya; Carl De Decker; Karla Persyn; Patricia De Beule; Stijn De Roo; Caroline Persyn; Christiaan Van Bignoot; Sonja Welvaert; Manuel Mugica Gonzalez; Tine Heyse; Sami Souguir; Astrid De Bruycker; Els Roegiers; Bart De Muynck
Afwezig
Gabi De Boever; Elke Sleurs; Sandra Van Renterghem; Sara Matthieu; Anne Schiettekatte; Mieke Bouve; Tom De Meester; Anita De Winter; Yüksel Kalaz; Joris Vandenbroucke; Tine De Moor; Hafsa El -Bazioui; Mattias De Vuyst; Veli Yüksel; Fourat Ben Chikha; Adeline Blancquaert; Stephanie D'Hose; Yeliz Güner; Alana Herman; Mehmet Sadik Karanfil; Bert Misplon; Ronny Rysermans; Anneleen Van Bossuyt; Nicolas Vanden Eynden; Evita Willaert; Emmanuelle Mussche; Tom Van Dyck; Anneleen Schelstraete; André Rubbens; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman
Secretaris
Bart De Muynck
IR 2.

2021_MV_00133 - Mondelinge vraag van raadslid Johan Deckmyn: Oude stortplaatsen omvormen tot bos

2021_MV_00133 - Mondelinge vraag van raadslid Johan Deckmyn: Oude stortplaatsen omvormen tot bos

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

Vlaams minister van Natuur Zuhal Demir wil oude stortplaatsen in heel Vlaanderen omvormen tot bos. Zo zouden 256 stortplaatsen in 147 gemeenten in aanmerking kunnen komen.

De grootste oppervlakte aan oude stortplaatsen die opnieuw bos kunnen worden, zouden zich in Gent bevinden. (74 hectare) Om de betrokken steden en gemeenten te overtuigen hun oude storten effectief om te vormen tot een bos komt er een steuntje in de rug door middel van subsidies voor het aanplanten van bomen en de financiering van het bodemonderzoek, dat in principe ten laste valt van de gemeente. Er zou tevens beroep kunnen gedaan worden op specialisten van OVAM en van het Agentschap Natuur en Bos (ANB) om het project te begeleiden.

Op die manier kan er van een oude stortplaats een waardevol gebied gemaakt worden.

Indiener(s)
Johan Deckmyn
Gericht aan
Astrid De Bruycker
Tijdstip van indienen
ma 08/03/2021 - 11:52
Toelichting

Zal er ingegaan worden op het voorstel van de minister om ongebruikte vervuilde stortplaatsen te bebossen?

Bespreking
Antwoord
  1. Kan de schepen meer uitleg geven bij de lijst die zij heeft ontvangen met potentiële locaties? Indien zij niet op de exacte locaties kan ingaan, kan zij dan een globale analyse maken over hoe zij kijkt naar deze lijst?

De Stad heeft op 3 maart een brief van minister Demir ontvangen. In deze brief stelt de minister dat OVAM klaar staat om de kosten te dragen van oriënterende bodemonderzoeken voor percelen die in aanmerking komen voor bebossing of natuurontwikkeling. Als bijlage bij deze brief werd een kaart op A4 gevoegd van alle bij OVAM gekende stortplaatsen op het grondgebied van de Stad Gent (785,42 ha), met een onderscheid tussen de stortplaatsen in eigendom van een "gemeente, stad of OCMW" en de stortplaatsen in private eigendom. Een lijst met concrete percelen werd niet toegevoegd. Er werd gevraagd om tegen 30 maart terreinen door te geven "die in aanmerking komen voor een groene herbestemming". 

De ambitie om oude stortplaatsen om te vormen tot bos is zeer mooi. Hier in Gent leefde dat idee al langer. En het is niet bij een idee gebleven. Zo waren de Gentbrugse Meersen jarenlang een stortplaats van huishoudelijk afval, en nu is het een echte groenpool waar je kan wandelen, fietsen, spelen en genieten van de natuur. Hetzelfde geldt voor het Sint-Baafskouterpark naast het sportcomplex Rozebroeken waar we beleving en natuur combineren. In Gent hebben we al veel van dergelijke gebieden onderzocht en heringericht, een nieuwe bestemming gegeven.  

Een eerste blik op de kaart bevestigde dit. Er werden gebieden aangeduid in de Gentbrugse Meersen en de geboortebossen,  het Sint-Baafskouterpark, delen van de Bourgoyen Ossemeersen, het Halfwegpark en de aangrenzende Malemmeersen. Allemaal al bestaande groene gezonde gebieden.   

We hebben dan ook contact opgenomen met OVAM om meer duidelijkheid te krijgen over welke percelen men precies op het oog had. Op maandag 8 maart kregen we een lijst van OVAM  met per aangeduide stortplaats een indicatie van eigenaar, totale oppervlakte en bebosbare oppervlakte volgens de criteria van het Vlaamse Agentschap Natuur en Bos (ANB). Volgens deze lijst zou de stad 247 ha stortplaatsen in eigendom hebben, waarvan 74 ha bebosbaar zou zijn. 

We konden hierbij echter het volgende opmerken:

  • De optelsom van die vermeend bebosbare locaties volgens die lijst overtreft zelfs de 74 ha, maar bevat tal van onjuistheden en roept veel nieuwe vragen op.
  • Meerdere locaties werden aangeduid als eigendom van de Stad, maar blijken eigenlijk eigendom te zijn van  UGent (1,12 ha van de  UZ-site), Regie der gebouwen (5,97 ha op de site van het Forensisch Psychiatrisch centrum aan de Hurstweg) of Natuurpunt (2,27 ha in de Malemmeersen aan Alsberghe-Van Oost). 
  • Maar liefst 67,94 ha ligt in de Gentbrugse Meersen. Op een deel is de E17 met de vrachtwagenparking gelegen. In de meersen zelf heeft de Stad zoals bekend al veel inspanningen gedaan. Het zuidelijk deel is al volledig ingericht als natuur-en bosgebied. Ook in het noordelijk deel werden al percelen in onze eigendom gesaneerd in samenwerking met OVAM.   Een deel van deze percelen is gelegen in recreatiegebied; hier werd intussen de sportcluster aangelegd. Voor de percelen met bestemming natuur- en bosgebied is momenteel de opmaak van een inrichtings- en beheersplan lopende. In dat kader werden al Vlaamse subsidies aangevraagd via de zogenaamde Blue Deal (projectoproep hefboomprojecten Natte natuur), voor de realisatie van natte natuur hier. Het is de bedoeling in dit noordelijk deel in de toekomst samen met Natuurpunt nog de laatste percelen aan te kopen. Maar dat betekent dus dat het hier gaat over  percelen die nu nog niet in eigendom zijn van de Stad en die dus op dit moment niet in aanmerking komen voor OBO's door OVAM. In het noordelijk deel plannen we op termijn nog 20 ha bosuitbreiding, waarvoor we uiteraard graag gebruik zullen maken van beschikbare subsidies.
  •  1,7 ha ligt in het Sint-Baafskouterpark, maar dit gebied is in de praktijk zoals bekend al ingericht natuur/bosgebied.
  • 0,7 ha op een  voormalige stortplaats centraal in de Bourgoyen; hier maken we graag gebruik van het aanbod van OVAM.
  • 0,01 ha in het toekomstige Papiermolenpark; ook hiervoor maken we graag gebruik van het aanbod van OVAM. 
  •  

Op donderdag 11 maart konden we in overleg met OVAM verder verfijnen dat het aanbod om oriënterende bodemonderzoeken uit te voeren enkel geldt voor:

  • Percelen in eigendom van de Stad;
  • Waar effectief stortmateriaal is aangetoond of gekend;
  • En waar nog geen oriënterend bodemonderzoek is uitgevoerd; 

Dat lijkt te willen zeggen dat de grootste opportuniteiten op heden niet door de OVAM kunnen opgepikt worden:

  • Diverse percelen met een verdachte ophogingslaag, zoals de verlaten camping in de Sneppemeersen, die cf. de regelgeving echter niet als ‘aangetoonde’ stortplaats worden beschouwd;
  • Diverse percelen die de Stad nog in de toekomst wil verwerven in het kader van het RUP Groen (Rosdambeekvallei);
  • Percelen van private partijen zoals bv het terrein van Natuurpunt in de Malemmeersen.  

Rekening houdend met correcte eigendomssituaties, en de vaststelling dat de meeste locaties al park of bos zijn, blijft van de op kaart aangeduide bebosbare oppervlakte dus maar heel weinig over. We steunen de ambities maar betreuren dat de minister hierover in de pers gecommuniceerd heeft voordat OVAM en onze administraties dit samen op punt hebben kunnen zetten.  

In de loop van de komende weken willen onze stadsdiensten graag verder overleggen met OVAM om de data en gegevensuitwisseling helemaal goed te krijgen en om alle mogelijke opportuniteiten grondig te onderzoeken, ook

-voor oriënterende bodemonderzoeken (OBO) voor natuuronwikkeling (naast OBO's voor bebossing) in Gent

-voor bebossing op voormalige stortplaatsen naast de sites die nu voorgesteld worden via de brief van de minister. 

Dit is belangrijk om een nauwgezette inschatting te kunnen maken van eventueel bijkomende opties. Het financieringsaanbod voor bodemonderzoek en natuurherstel of bebossing laten we immers uiteraard niet aan ons voorbijgaan. Grond is schaars, en we laten geen enkele kans liggen om de tuin van de Gentenaars te vergoten.  

 

2. Hoe verhoudt deze lijst zich ten opzichte van de doelstellingen in het RUP Groen en in de stedelijke doelstellingen voor toegankelijk en bereikbaar groen?

Er zijn op de kaart 2 voormalige stortplaatsen gelegen in het ontwerp van RUP Groen: 1 in de Rosdambeekvallei en 1 in de Assels. Voor beide locaties is de ontwikkeling van natte natuur de doelstelling. Gezien deze stortplaatsen op dit moment niet in eigendom zijn van een overheid, zijn deze niet relevant voor deze oproep. Eén locatie aan de Rosdambeekvallei zal worden aangekocht door de Stad, die daardoor reeds een OBO heeft laten uitvoeren. Uit overleg met de OVAM blijkt dat de kosten voor dat OBO niet kunnen gerecupereerd worden. 

 

3. Hoe staat de schepen tegenover de suggestie om bepaalde percelen te bebossen, wanneer er zich op vandaag een ander type natuur bevindt?

Uit de brief van de minister blijkt dat bebossing van deze percelen geen noodzakelijke voorwaarde voor financiering is. Ook voor zones die in aanmerking komen voor natuurherstel en -ontwikkeling kunnen we gebruik maken van de regeling van OVAM. Er wordt uiteraard, cf. het persbericht, sterk gehint naar bebossing. 

Voor elke locatie moet op maat gewerkt worden: hoe ziet de gewenste groenstructuur eruit,  welke samenstelling heeft het stort en kan het al dan niet afgegraven worden of is een  bebossing zonder afgraving meer opportuun,…  

De meeste stortplaatsen die nog in aanmerking komen voor een groene inrichting zijn op dit moment privaat en meestal lijkt de ontwikkeling van natte natuur hier de voorkeur weg te dragen, aangezien het gaat om (voormalige) valleigebieden. In het geval we zelf eigenaar zijn van dergelijke gebieden (cfr Gentbrugse meersen) gaan we graag in op Vlaamse subsidiemogelijkheden via de zogenaamde Blue Deal.  

Voor percelen die wel degelijk interessant kunnen zijn voor bebossing (bv percelen in de Rosdambeekvallei die we nu aankopen in het kader van het RUP Groen), maken we uiteraard graag gebruik van de bestaande Vlaamse bebossingssubsidies.


4. Hoe staat de schepen tegenover de suggestie om bepaalde percelen te bebossen, wanneer deze percelen verpacht of in landbouwgebruik zijn?

De stortplaatsen die in aanmerking komen voor bebossing of natuurontwikkeling zijn 

  • ofwel gelegen in een groene gewestplanbestemming, 
  • ofwel opgenomen in het ontwerp van RUP groen  
  • ofwel onderdeel van een groenpool in ontwikkeling.

Het landbouwgebruik in groene gewestplanbestemmingen is uitdovend. Voor de percelen die deel uitmaken van het RUP Groen of van de groenpool Vinderhoutse bossen werd een flankerend landbouwbeleid uitgewerkt waarmee nu eerst evident rekening gehouden dient te worden bij de realisatie op terrein. 

 

5. Hoe staat de schepen tegenover de suggestie om bepaalde percelen te bebossen, wanneer er op vandaag een andere economische activiteit op plaatsvindt?

De gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de Stad wordt gestuurd door de Structuurvisie 2030 - Ruimte voor Gent, definitief vastgesteld door de gemeenteraad op 22 mei 2018. Voor de gewenste groenstructuur, waarin is bepaald waar de Stad extra natuurontwikkeling wenst en waar ze inzet op bosuitbreiding, is daarnaast het groenstructuurplan uit 2012 richtinggevend. Daarin werden door de Stad een aantal zoekzones aangeduid waar bosuitbreiding wenselijk is. Bij het afbakenen van deze zoekzones werd in eerste instantie gekeken naar de ecologische potenties van bepaalde deelgebieden en het realiseren van een netwerk van bosverbindingen. De aanwezigheid van een stortplaats wordt door de Stad niet beschouwd als een doorslaggevend criterium voor bebossing. 

 Een mooi voorbeeld zijn de vele stortlocaties die in de haven en langs de Wiedauwkaai worden aangeduid. Deze private locaties zijn bedoeld voor economische activiteit (zo’n 256 ha) en er zit bij een eerste screening geen enkele opportuniteit bij om te bebossen. 

Er worden dus enkel stortplaatsen in beschouwing genomen die op basis van de gewenste groenstructuur in aanmerking komen voor bosuitbreiding en/of natuurontwikkeling.

vr 19/03/2021 - 08:02
IR 3.

2021_MV_00136 - Mondelinge vraag van raadslid Stijn De Roo: Analyse lijst OVAM voor bebossing oude stortplaatsen

Datum beslissing: do 18/03/2021 - 22:51
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig
Christophe Peeters; Johan Deckmyn; Karin Temmerman; Sven Taeldeman; Zeneb Bensafia; Jef Van Pee; Gert Robert; Cengiz Cetinkaya; Carl De Decker; Karla Persyn; Patricia De Beule; Stijn De Roo; Caroline Persyn; Christiaan Van Bignoot; Sonja Welvaert; Manuel Mugica Gonzalez; Tine Heyse; Sami Souguir; Astrid De Bruycker; Els Roegiers; Bart De Muynck
Afwezig
Gabi De Boever; Elke Sleurs; Sandra Van Renterghem; Sara Matthieu; Anne Schiettekatte; Mieke Bouve; Tom De Meester; Anita De Winter; Yüksel Kalaz; Joris Vandenbroucke; Tine De Moor; Hafsa El -Bazioui; Mattias De Vuyst; Veli Yüksel; Fourat Ben Chikha; Adeline Blancquaert; Stephanie D'Hose; Yeliz Güner; Alana Herman; Mehmet Sadik Karanfil; Bert Misplon; Ronny Rysermans; Anneleen Van Bossuyt; Nicolas Vanden Eynden; Evita Willaert; Emmanuelle Mussche; Tom Van Dyck; Anneleen Schelstraete; André Rubbens; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman
Secretaris
Bart De Muynck
IR 3.

2021_MV_00136 - Mondelinge vraag van raadslid Stijn De Roo: Analyse lijst OVAM voor bebossing oude stortplaatsen

2021_MV_00136 - Mondelinge vraag van raadslid Stijn De Roo: Analyse lijst OVAM voor bebossing oude stortplaatsen

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

De Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) heeft een lijst gemaakt met voormalige afvalstorten in eigendom van lokale en bovenlokale overheden die kunnen bebost worden.

In totaal zou er in Gent een potentie van 73 ha zijn. Wanneer de stad zou overgaan tot bebossing, kan er aanspraak worden gemaakt op een gratis bodemonderzoek  van OVAM en een subsidie voor de aanleg van het bos.
Indiener(s)
Stijn De Roo
Gericht aan
Astrid De Bruycker
Tijdstip van indienen
ma 08/03/2021 - 16:36
Toelichting

1) Kan de schepen meer uitleg geven bij de lijst die zij heeft ontvangen met potentiële locaties? Indien zij niet op de exacte locaties kan ingaan, kan zij dan een globale analyse maken over hoe zij kijkt naar deze lijst?

2) Hoe verhoudt deze lijst zich ten opzichte van de doelstellingen in het RUP Groen en in de stedelijke doelstellingen voor toegankelijk en bereikbaar groen?

3) Hoe staat de schepen tegenover de suggestie om bepaalde percelen te bebossen, wanneer er zich op vandaag een ander type natuur bevindt?

4) Hoe staat de schepen tegenover de suggestie om bepaalde percelen te bebossen, wanneer deze percelen verpacht of in landbouwgebruik zijn?

5) Hoe staat de schepen tegenover de suggestie om bepaalde percelen te bebossen, wanneer er op vandaag een andere economische activiteit op plaatsvindt?

Bespreking
Antwoord
  1. Kan de schepen meer uitleg geven bij de lijst die zij heeft ontvangen met potentiële locaties? Indien zij niet op de exacte locaties kan ingaan, kan zij dan een globale analyse maken over hoe zij kijkt naar deze lijst?

De Stad heeft op 3 maart een brief van minister Demir ontvangen. In deze brief stelt de minister dat OVAM klaar staat om de kosten te dragen van oriënterende bodemonderzoeken voor percelen die in aanmerking komen voor bebossing of natuurontwikkeling. Als bijlage bij deze brief werd een kaart op A4 gevoegd van alle bij OVAM gekende stortplaatsen op het grondgebied van de Stad Gent (785,42 ha), met een onderscheid tussen de stortplaatsen in eigendom van een "gemeente, stad of OCMW" en de stortplaatsen in private eigendom. Een lijst met concrete percelen werd niet toegevoegd. Er werd gevraagd om tegen 30 maart terreinen door te geven "die in aanmerking komen voor een groene herbestemming". 

De ambitie om oude stortplaatsen om te vormen tot bos is zeer mooi. Hier in Gent leefde dat idee al langer. En het is niet bij een idee gebleven. Zo waren de Gentbrugse Meersen jarenlang een stortplaats van huishoudelijk afval, en nu is het een echte groenpool waar je kan wandelen, fietsen, spelen en genieten van de natuur. Hetzelfde geldt voor het Sint-Baafskouterpark naast het sportcomplex Rozebroeken waar we beleving en natuur combineren. In Gent hebben we al veel van dergelijke gebieden onderzocht en heringericht, een nieuwe bestemming gegeven.  

Een eerste blik op de kaart bevestigde dit. Er werden gebieden aangeduid in de Gentbrugse Meersen en de geboortebossen,  het Sint-Baafskouterpark, delen van de Bourgoyen Ossemeersen, het Halfwegpark en de aangrenzende Malemmeersen. Allemaal al bestaande groene gezonde gebieden.   

We hebben dan ook contact opgenomen met OVAM om meer duidelijkheid te krijgen over welke percelen men precies op het oog had. Op maandag 8 maart kregen we een lijst van OVAM  met per aangeduide stortplaats een indicatie van eigenaar, totale oppervlakte en bebosbare oppervlakte volgens de criteria van het Vlaamse Agentschap Natuur en Bos (ANB). Volgens deze lijst zou de stad 247 ha stortplaatsen in eigendom hebben, waarvan 74 ha bebosbaar zou zijn. 

We konden hierbij echter het volgende opmerken:

  • De optelsom van die vermeend bebosbare locaties volgens die lijst overtreft zelfs de 74 ha, maar bevat tal van onjuistheden en roept veel nieuwe vragen op.
  • Meerdere locaties werden aangeduid als eigendom van de Stad, maar blijken eigenlijk eigendom te zijn van  UGent (1,12 ha van de  UZ-site), Regie der gebouwen (5,97 ha op de site van het Forensisch Psychiatrisch centrum aan de Hurstweg) of Natuurpunt (2,27 ha in de Malemmeersen aan Alsberghe-Van Oost). 
  • Maar liefst 67,94 ha ligt in de Gentbrugse Meersen. Op een deel is de E17 met de vrachtwagenparking gelegen. In de meersen zelf heeft de Stad zoals bekend al veel inspanningen gedaan. Het zuidelijk deel is al volledig ingericht als natuur-en bosgebied. Ook in het noordelijk deel werden al percelen in onze eigendom gesaneerd in samenwerking met OVAM.   Een deel van deze percelen is gelegen in recreatiegebied; hier werd intussen de sportcluster aangelegd. Voor de percelen met bestemming natuur- en bosgebied is momenteel de opmaak van een inrichtings- en beheersplan lopende. In dat kader werden al Vlaamse subsidies aangevraagd via de zogenaamde Blue Deal (projectoproep hefboomprojecten Natte natuur), voor de realisatie van natte natuur hier. Het is de bedoeling in dit noordelijk deel in de toekomst samen met Natuurpunt nog de laatste percelen aan te kopen. Maar dat betekent dus dat het hier gaat over  percelen die nu nog niet in eigendom zijn van de Stad en die dus op dit moment niet in aanmerking komen voor OBO's door OVAM. In het noordelijk deel plannen we op termijn nog 20 ha bosuitbreiding, waarvoor we uiteraard graag gebruik zullen maken van beschikbare subsidies.
  •  1,7 ha ligt in het Sint-Baafskouterpark, maar dit gebied is in de praktijk zoals bekend al ingericht natuur/bosgebied.
  • 0,7 ha op een  voormalige stortplaats centraal in de Bourgoyen; hier maken we graag gebruik van het aanbod van OVAM.
  • 0,01 ha in het toekomstige Papiermolenpark; ook hiervoor maken we graag gebruik van het aanbod van OVAM. 
  •  

Op donderdag 11 maart konden we in overleg met OVAM verder verfijnen dat het aanbod om oriënterende bodemonderzoeken uit te voeren enkel geldt voor:

  • Percelen in eigendom van de Stad;
  • Waar effectief stortmateriaal is aangetoond of gekend;
  • En waar nog geen oriënterend bodemonderzoek is uitgevoerd; 

Dat lijkt te willen zeggen dat de grootste opportuniteiten op heden niet door de OVAM kunnen opgepikt worden:

  • Diverse percelen met een verdachte ophogingslaag, zoals de verlaten camping in de Sneppemeersen, die cf. de regelgeving echter niet als ‘aangetoonde’ stortplaats worden beschouwd;
  • Diverse percelen die de Stad nog in de toekomst wil verwerven in het kader van het RUP Groen (Rosdambeekvallei);
  • Percelen van private partijen zoals bv het terrein van Natuurpunt in de Malemmeersen.  

Rekening houdend met correcte eigendomssituaties, en de vaststelling dat de meeste locaties al park of bos zijn, blijft van de op kaart aangeduide bebosbare oppervlakte dus maar heel weinig over. We steunen de ambities maar betreuren dat de minister hierover in de pers gecommuniceerd heeft voordat OVAM en onze administraties dit samen op punt hebben kunnen zetten.  

In de loop van de komende weken willen onze stadsdiensten graag verder overleggen met OVAM om de data en gegevensuitwisseling helemaal goed te krijgen en om alle mogelijke opportuniteiten grondig te onderzoeken, ook

-voor oriënterende bodemonderzoeken (OBO) voor natuuronwikkeling (naast OBO's voor bebossing) in Gent

-voor bebossing op voormalige stortplaatsen naast de sites die nu voorgesteld worden via de brief van de minister. 

Dit is belangrijk om een nauwgezette inschatting te kunnen maken van eventueel bijkomende opties. Het financieringsaanbod voor bodemonderzoek en natuurherstel of bebossing laten we immers uiteraard niet aan ons voorbijgaan. Grond is schaars, en we laten geen enkele kans liggen om de tuin van de Gentenaars te vergoten.  

 

2. Hoe verhoudt deze lijst zich ten opzichte van de doelstellingen in het RUP Groen en in de stedelijke doelstellingen voor toegankelijk en bereikbaar groen?

Er zijn op de kaart 2 voormalige stortplaatsen gelegen in het ontwerp van RUP Groen: 1 in de Rosdambeekvallei en 1 in de Assels. Voor beide locaties is de ontwikkeling van natte natuur de doelstelling. Gezien deze stortplaatsen op dit moment niet in eigendom zijn van een overheid, zijn deze niet relevant voor deze oproep. Eén locatie aan de Rosdambeekvallei zal worden aangekocht door de Stad, die daardoor reeds een OBO heeft laten uitvoeren. Uit overleg met de OVAM blijkt dat de kosten voor dat OBO niet kunnen gerecupereerd worden. 

 

3. Hoe staat de schepen tegenover de suggestie om bepaalde percelen te bebossen, wanneer er zich op vandaag een ander type natuur bevindt?

Uit de brief van de minister blijkt dat bebossing van deze percelen geen noodzakelijke voorwaarde voor financiering is. Ook voor zones die in aanmerking komen voor natuurherstel en -ontwikkeling kunnen we gebruik maken van de regeling van OVAM. Er wordt uiteraard, cf. het persbericht, sterk gehint naar bebossing. 

Voor elke locatie moet op maat gewerkt worden: hoe ziet de gewenste groenstructuur eruit,  welke samenstelling heeft het stort en kan het al dan niet afgegraven worden of is een  bebossing zonder afgraving meer opportuun,…  

De meeste stortplaatsen die nog in aanmerking komen voor een groene inrichting zijn op dit moment privaat en meestal lijkt de ontwikkeling van natte natuur hier de voorkeur weg te dragen, aangezien het gaat om (voormalige) valleigebieden. In het geval we zelf eigenaar zijn van dergelijke gebieden (cfr Gentbrugse meersen) gaan we graag in op Vlaamse subsidiemogelijkheden via de zogenaamde Blue Deal.  

Voor percelen die wel degelijk interessant kunnen zijn voor bebossing (bv percelen in de Rosdambeekvallei die we nu aankopen in het kader van het RUP Groen), maken we uiteraard graag gebruik van de bestaande Vlaamse bebossingssubsidies.


4. Hoe staat de schepen tegenover de suggestie om bepaalde percelen te bebossen, wanneer deze percelen verpacht of in landbouwgebruik zijn?

De stortplaatsen die in aanmerking komen voor bebossing of natuurontwikkeling zijn 

  • ofwel gelegen in een groene gewestplanbestemming, 
  • ofwel opgenomen in het ontwerp van RUP groen  
  • ofwel onderdeel van een groenpool in ontwikkeling.

Het landbouwgebruik in groene gewestplanbestemmingen is uitdovend. Voor de percelen die deel uitmaken van het RUP Groen of van de groenpool Vinderhoutse bossen werd een flankerend landbouwbeleid uitgewerkt waarmee nu eerst evident rekening gehouden dient te worden bij de realisatie op terrein. 

 

5. Hoe staat de schepen tegenover de suggestie om bepaalde percelen te bebossen, wanneer er op vandaag een andere economische activiteit op plaatsvindt?

De gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de Stad wordt gestuurd door de Structuurvisie 2030 - Ruimte voor Gent, definitief vastgesteld door de gemeenteraad op 22 mei 2018. Voor de gewenste groenstructuur, waarin is bepaald waar de Stad extra natuurontwikkeling wenst en waar ze inzet op bosuitbreiding, is daarnaast het groenstructuurplan uit 2012 richtinggevend. Daarin werden door de Stad een aantal zoekzones aangeduid waar bosuitbreiding wenselijk is. Bij het afbakenen van deze zoekzones werd in eerste instantie gekeken naar de ecologische potenties van bepaalde deelgebieden en het realiseren van een netwerk van bosverbindingen. De aanwezigheid van een stortplaats wordt door de Stad niet beschouwd als een doorslaggevend criterium voor bebossing. 

 Een mooi voorbeeld zijn de vele stortlocaties die in de haven en langs de Wiedauwkaai worden aangeduid. Deze private locaties zijn bedoeld voor economische activiteit (zo’n 256 ha) en er zit bij een eerste screening geen enkele opportuniteit bij om te bebossen. 

Er worden dus enkel stortplaatsen in beschouwing genomen die op basis van de gewenste groenstructuur in aanmerking komen voor bosuitbreiding en/of natuurontwikkeling.

vr 19/03/2021 - 08:03
IR 4.

2021_MV_00143 - Mondelinge vraag van raadslid Els Roegiers: Stortplaatsen omvormen tot extra hectaren bos

Datum beslissing: do 18/03/2021 - 22:51
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig
Christophe Peeters; Johan Deckmyn; Karin Temmerman; Sven Taeldeman; Zeneb Bensafia; Jef Van Pee; Gert Robert; Cengiz Cetinkaya; Carl De Decker; Karla Persyn; Patricia De Beule; Stijn De Roo; Caroline Persyn; Christiaan Van Bignoot; Sonja Welvaert; Manuel Mugica Gonzalez; Tine Heyse; Sami Souguir; Astrid De Bruycker; Els Roegiers; Bart De Muynck
Afwezig
Gabi De Boever; Elke Sleurs; Sandra Van Renterghem; Sara Matthieu; Anne Schiettekatte; Mieke Bouve; Tom De Meester; Anita De Winter; Yüksel Kalaz; Joris Vandenbroucke; Tine De Moor; Hafsa El -Bazioui; Mattias De Vuyst; Veli Yüksel; Fourat Ben Chikha; Adeline Blancquaert; Stephanie D'Hose; Yeliz Güner; Alana Herman; Mehmet Sadik Karanfil; Bert Misplon; Ronny Rysermans; Anneleen Van Bossuyt; Nicolas Vanden Eynden; Evita Willaert; Emmanuelle Mussche; Tom Van Dyck; Anneleen Schelstraete; André Rubbens; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman
Secretaris
Bart De Muynck
IR 4.

2021_MV_00143 - Mondelinge vraag van raadslid Els Roegiers: Stortplaatsen omvormen tot extra hectaren bos

2021_MV_00143 - Mondelinge vraag van raadslid Els Roegiers: Stortplaatsen omvormen tot extra hectaren bos

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

Minister Zuhal Demir wil 256 stortplaatsen omvormen tot 485 hectare extra bos. In opdracht van de minister is OVAM de voorbije maanden samen met het Agentschap Natuur en Bos nagegaan welke voormalige stortplaatsen potentieel in aanmerking komen voor een nieuwe groene bestemming. In totaal zijn er 147 gemeenten die beschikken over voormalige stortplaatsen die bebost kunnen worden. De grootste bebosbare oppervlakte is te vinden in Gent met 73,93 hectare. Gemeenten die instappen in dit project kunnen rekenen op financiële steun.

Indiener(s)
Els Roegiers
Gericht aan
Astrid De Bruycker
Tijdstip van indienen
di 09/03/2021 - 14:44
Toelichting

In Gent hebben we ervaring met het omvormen van storten tot natuurgebied. Het Sint-Baafskouterpark bijvoorbeeld, ooit een open vuilnisbelt, is nu een aangename groenzone.

Wat is de reactie van het stadsbestuur op het aanbod van minister Demir?
Welke sites in Gent komen volgens u in aanmerking? Graag wat toelichting

Bespreking
Antwoord
  1. Kan de schepen meer uitleg geven bij de lijst die zij heeft ontvangen met potentiële locaties? Indien zij niet op de exacte locaties kan ingaan, kan zij dan een globale analyse maken over hoe zij kijkt naar deze lijst?

De Stad heeft op 3 maart een brief van minister Demir ontvangen. In deze brief stelt de minister dat OVAM klaar staat om de kosten te dragen van oriënterende bodemonderzoeken voor percelen die in aanmerking komen voor bebossing of natuurontwikkeling. Als bijlage bij deze brief werd een kaart op A4 gevoegd van alle bij OVAM gekende stortplaatsen op het grondgebied van de Stad Gent (785,42 ha), met een onderscheid tussen de stortplaatsen in eigendom van een "gemeente, stad of OCMW" en de stortplaatsen in private eigendom. Een lijst met concrete percelen werd niet toegevoegd. Er werd gevraagd om tegen 30 maart terreinen door te geven "die in aanmerking komen voor een groene herbestemming". 

De ambitie om oude stortplaatsen om te vormen tot bos is zeer mooi. Hier in Gent leefde dat idee al langer. En het is niet bij een idee gebleven. Zo waren de Gentbrugse Meersen jarenlang een stortplaats van huishoudelijk afval, en nu is het een echte groenpool waar je kan wandelen, fietsen, spelen en genieten van de natuur. Hetzelfde geldt voor het Sint-Baafskouterpark naast het sportcomplex Rozebroeken waar we beleving en natuur combineren. In Gent hebben we al veel van dergelijke gebieden onderzocht en heringericht, een nieuwe bestemming gegeven.  

Een eerste blik op de kaart bevestigde dit. Er werden gebieden aangeduid in de Gentbrugse Meersen en de geboortebossen,  het Sint-Baafskouterpark, delen van de Bourgoyen Ossemeersen, het Halfwegpark en de aangrenzende Malemmeersen. Allemaal al bestaande groene gezonde gebieden.   

We hebben dan ook contact opgenomen met OVAM om meer duidelijkheid te krijgen over welke percelen men precies op het oog had. Op maandag 8 maart kregen we een lijst van OVAM  met per aangeduide stortplaats een indicatie van eigenaar, totale oppervlakte en bebosbare oppervlakte volgens de criteria van het Vlaamse Agentschap Natuur en Bos (ANB). Volgens deze lijst zou de stad 247 ha stortplaatsen in eigendom hebben, waarvan 74 ha bebosbaar zou zijn. 

We konden hierbij echter het volgende opmerken:

  • De optelsom van die vermeend bebosbare locaties volgens die lijst overtreft zelfs de 74 ha, maar bevat tal van onjuistheden en roept veel nieuwe vragen op.
  • Meerdere locaties werden aangeduid als eigendom van de Stad, maar blijken eigenlijk eigendom te zijn van  UGent (1,12 ha van de  UZ-site), Regie der gebouwen (5,97 ha op de site van het Forensisch Psychiatrisch centrum aan de Hurstweg) of Natuurpunt (2,27 ha in de Malemmeersen aan Alsberghe-Van Oost). 
  • Maar liefst 67,94 ha ligt in de Gentbrugse Meersen. Op een deel is de E17 met de vrachtwagenparking gelegen. In de meersen zelf heeft de Stad zoals bekend al veel inspanningen gedaan. Het zuidelijk deel is al volledig ingericht als natuur-en bosgebied. Ook in het noordelijk deel werden al percelen in onze eigendom gesaneerd in samenwerking met OVAM.   Een deel van deze percelen is gelegen in recreatiegebied; hier werd intussen de sportcluster aangelegd. Voor de percelen met bestemming natuur- en bosgebied is momenteel de opmaak van een inrichtings- en beheersplan lopende. In dat kader werden al Vlaamse subsidies aangevraagd via de zogenaamde Blue Deal (projectoproep hefboomprojecten Natte natuur), voor de realisatie van natte natuur hier. Het is de bedoeling in dit noordelijk deel in de toekomst samen met Natuurpunt nog de laatste percelen aan te kopen. Maar dat betekent dus dat het hier gaat over  percelen die nu nog niet in eigendom zijn van de Stad en die dus op dit moment niet in aanmerking komen voor OBO's door OVAM. In het noordelijk deel plannen we op termijn nog 20 ha bosuitbreiding, waarvoor we uiteraard graag gebruik zullen maken van beschikbare subsidies.
  •  1,7 ha ligt in het Sint-Baafskouterpark, maar dit gebied is in de praktijk zoals bekend al ingericht natuur/bosgebied.
  • 0,7 ha op een  voormalige stortplaats centraal in de Bourgoyen; hier maken we graag gebruik van het aanbod van OVAM.
  • 0,01 ha in het toekomstige Papiermolenpark; ook hiervoor maken we graag gebruik van het aanbod van OVAM. 
  •  

Op donderdag 11 maart konden we in overleg met OVAM verder verfijnen dat het aanbod om oriënterende bodemonderzoeken uit te voeren enkel geldt voor:

  • Percelen in eigendom van de Stad;
  • Waar effectief stortmateriaal is aangetoond of gekend;
  • En waar nog geen oriënterend bodemonderzoek is uitgevoerd; 

Dat lijkt te willen zeggen dat de grootste opportuniteiten op heden niet door de OVAM kunnen opgepikt worden:

  • Diverse percelen met een verdachte ophogingslaag, zoals de verlaten camping in de Sneppemeersen, die cf. de regelgeving echter niet als ‘aangetoonde’ stortplaats worden beschouwd;
  • Diverse percelen die de Stad nog in de toekomst wil verwerven in het kader van het RUP Groen (Rosdambeekvallei);
  • Percelen van private partijen zoals bv het terrein van Natuurpunt in de Malemmeersen.  

Rekening houdend met correcte eigendomssituaties, en de vaststelling dat de meeste locaties al park of bos zijn, blijft van de op kaart aangeduide bebosbare oppervlakte dus maar heel weinig over. We steunen de ambities maar betreuren dat de minister hierover in de pers gecommuniceerd heeft voordat OVAM en onze administraties dit samen op punt hebben kunnen zetten.  

In de loop van de komende weken willen onze stadsdiensten graag verder overleggen met OVAM om de data en gegevensuitwisseling helemaal goed te krijgen en om alle mogelijke opportuniteiten grondig te onderzoeken, ook

-voor oriënterende bodemonderzoeken (OBO) voor natuuronwikkeling (naast OBO's voor bebossing) in Gent

-voor bebossing op voormalige stortplaatsen naast de sites die nu voorgesteld worden via de brief van de minister. 

Dit is belangrijk om een nauwgezette inschatting te kunnen maken van eventueel bijkomende opties. Het financieringsaanbod voor bodemonderzoek en natuurherstel of bebossing laten we immers uiteraard niet aan ons voorbijgaan. Grond is schaars, en we laten geen enkele kans liggen om de tuin van de Gentenaars te vergoten.  

 

2. Hoe verhoudt deze lijst zich ten opzichte van de doelstellingen in het RUP Groen en in de stedelijke doelstellingen voor toegankelijk en bereikbaar groen?

Er zijn op de kaart 2 voormalige stortplaatsen gelegen in het ontwerp van RUP Groen: 1 in de Rosdambeekvallei en 1 in de Assels. Voor beide locaties is de ontwikkeling van natte natuur de doelstelling. Gezien deze stortplaatsen op dit moment niet in eigendom zijn van een overheid, zijn deze niet relevant voor deze oproep. Eén locatie aan de Rosdambeekvallei zal worden aangekocht door de Stad, die daardoor reeds een OBO heeft laten uitvoeren. Uit overleg met de OVAM blijkt dat de kosten voor dat OBO niet kunnen gerecupereerd worden. 

 

3. Hoe staat de schepen tegenover de suggestie om bepaalde percelen te bebossen, wanneer er zich op vandaag een ander type natuur bevindt?

Uit de brief van de minister blijkt dat bebossing van deze percelen geen noodzakelijke voorwaarde voor financiering is. Ook voor zones die in aanmerking komen voor natuurherstel en -ontwikkeling kunnen we gebruik maken van de regeling van OVAM. Er wordt uiteraard, cf. het persbericht, sterk gehint naar bebossing. 

Voor elke locatie moet op maat gewerkt worden: hoe ziet de gewenste groenstructuur eruit,  welke samenstelling heeft het stort en kan het al dan niet afgegraven worden of is een  bebossing zonder afgraving meer opportuun,…  

De meeste stortplaatsen die nog in aanmerking komen voor een groene inrichting zijn op dit moment privaat en meestal lijkt de ontwikkeling van natte natuur hier de voorkeur weg te dragen, aangezien het gaat om (voormalige) valleigebieden. In het geval we zelf eigenaar zijn van dergelijke gebieden (cfr Gentbrugse meersen) gaan we graag in op Vlaamse subsidiemogelijkheden via de zogenaamde Blue Deal.  

Voor percelen die wel degelijk interessant kunnen zijn voor bebossing (bv percelen in de Rosdambeekvallei die we nu aankopen in het kader van het RUP Groen), maken we uiteraard graag gebruik van de bestaande Vlaamse bebossingssubsidies.


4. Hoe staat de schepen tegenover de suggestie om bepaalde percelen te bebossen, wanneer deze percelen verpacht of in landbouwgebruik zijn?

De stortplaatsen die in aanmerking komen voor bebossing of natuurontwikkeling zijn 

  • ofwel gelegen in een groene gewestplanbestemming, 
  • ofwel opgenomen in het ontwerp van RUP groen  
  • ofwel onderdeel van een groenpool in ontwikkeling.

Het landbouwgebruik in groene gewestplanbestemmingen is uitdovend. Voor de percelen die deel uitmaken van het RUP Groen of van de groenpool Vinderhoutse bossen werd een flankerend landbouwbeleid uitgewerkt waarmee nu eerst evident rekening gehouden dient te worden bij de realisatie op terrein. 

 

5. Hoe staat de schepen tegenover de suggestie om bepaalde percelen te bebossen, wanneer er op vandaag een andere economische activiteit op plaatsvindt?

De gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de Stad wordt gestuurd door de Structuurvisie 2030 - Ruimte voor Gent, definitief vastgesteld door de gemeenteraad op 22 mei 2018. Voor de gewenste groenstructuur, waarin is bepaald waar de Stad extra natuurontwikkeling wenst en waar ze inzet op bosuitbreiding, is daarnaast het groenstructuurplan uit 2012 richtinggevend. Daarin werden door de Stad een aantal zoekzones aangeduid waar bosuitbreiding wenselijk is. Bij het afbakenen van deze zoekzones werd in eerste instantie gekeken naar de ecologische potenties van bepaalde deelgebieden en het realiseren van een netwerk van bosverbindingen. De aanwezigheid van een stortplaats wordt door de Stad niet beschouwd als een doorslaggevend criterium voor bebossing. 

 Een mooi voorbeeld zijn de vele stortlocaties die in de haven en langs de Wiedauwkaai worden aangeduid. Deze private locaties zijn bedoeld voor economische activiteit (zo’n 256 ha) en er zit bij een eerste screening geen enkele opportuniteit bij om te bebossen. 

Er worden dus enkel stortplaatsen in beschouwing genomen die op basis van de gewenste groenstructuur in aanmerking komen voor bosuitbreiding en/of natuurontwikkeling.

vr 19/03/2021 - 08:04
IR 5.

2021_MV_00148 - Mondelinge vraag van raadslid Jef Van Pee: Volkstuintjes Hoge Weg breiden uit

Datum beslissing: do 18/03/2021 - 22:51
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig
Christophe Peeters; Johan Deckmyn; Karin Temmerman; Sven Taeldeman; Zeneb Bensafia; Jef Van Pee; Gert Robert; Cengiz Cetinkaya; Carl De Decker; Karla Persyn; Patricia De Beule; Stijn De Roo; Caroline Persyn; Christiaan Van Bignoot; Sonja Welvaert; Manuel Mugica Gonzalez; Tine Heyse; Sami Souguir; Astrid De Bruycker; Els Roegiers; Bart De Muynck
Afwezig
Gabi De Boever; Elke Sleurs; Sandra Van Renterghem; Sara Matthieu; Anne Schiettekatte; Mieke Bouve; Tom De Meester; Anita De Winter; Yüksel Kalaz; Joris Vandenbroucke; Tine De Moor; Hafsa El -Bazioui; Mattias De Vuyst; Veli Yüksel; Fourat Ben Chikha; Adeline Blancquaert; Stephanie D'Hose; Yeliz Güner; Alana Herman; Mehmet Sadik Karanfil; Bert Misplon; Ronny Rysermans; Anneleen Van Bossuyt; Nicolas Vanden Eynden; Evita Willaert; Emmanuelle Mussche; Tom Van Dyck; Anneleen Schelstraete; André Rubbens; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman
Secretaris
Bart De Muynck
IR 5.

2021_MV_00148 - Mondelinge vraag van raadslid Jef Van Pee: Volkstuintjes Hoge Weg breiden uit

2021_MV_00148 - Mondelinge vraag van raadslid Jef Van Pee: Volkstuintjes Hoge Weg breiden uit

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

Mevrouw de schepen,

Ik las in de pers dat de volkstuintjes in de Hoge Weg gaan uitbreiden. Een goede zaak voor de buurt.

Er is ook een tendens waar te nemen: waar vroeger 80% van de gebruikers ouderen waren, zijn dat nu 80% jongeren.

Een volkstuintje is dan ook gegeerd. En de uitbreiding zal zeker verwelkomd worden.

Vandaar mijn vragen:

Indiener(s)
Jef Van Pee
Gericht aan
Astrid De Bruycker
Tijdstip van indienen
wo 10/03/2021 - 15:19
Toelichting
  • Waar zal de uitbreiding precies gebeuren?
  • Is er al een timing gekend?
  • Hoe groot zal de uitbreiding zijn (hoeveel tuintjes zouden er bij komen)?
Bespreking
Antwoord

Waar zal de uitbreiding precies gebeuren?

De uitbreiding zal gebeuren ten zuiden van de huidige volkstuinen ( kadastrale percelen 0072F, 0072H, 0071C, 0070P, 0174A, 0177A, 0177B en een gedeelte openbaar domein). De uitbreidingszone wordt begrensd ten noorden door de huidige volkstuinen Slotenkouter, ten oosten door een gepland project van het OCMW op het nu nog niet bebouwde perceel tussen de volkstuin en de post (achterzijde van dit project ligt in het verlengde van de achterzijde van de post), ten zuiden door tuinen en ten oosten door het fietspad. De uitbreiding is voorzien op het terrein van de voormalige korfbalvelden die iets hoger gelegen is dan het bestaande volkstuincomplex, en historisch opgehoogd werd met voornamelijk steenpuin. Om deze reden worden de nieuwe tuinzones zelf nog eens opgehoogd met 40cm goede teelaarde en wordt het bestaande maaiveld niet afgegraven.

 

Is er al een timing gekend?

Het ontwerp is grotendeels afgerond, maar er dienen nog enkele kleine aanpassingen te gebeuren. Ook dient er nog verder overleg plaats te vinden met het bestuur van de volkstuinen over de realisatie van een gezamenlijke bergruimte (wie bouwt deze, budget,…) . Daarnaast werden de plannen ook aangepast om aan te sluiten op de geplande ontwikkeling van het terrein tussen de Post en de volkstuinen Slotenkouter (vooraan, aan de kant van de Hoge Weg). De werken zijn vergunningsplichtig en de omgevingsvergunning moet nog aangevraagd worden. De verwachting is dat de uitbreiding omstreeks 2023 kan uitgevoerd worden. Mogelijks kan de terreinaanleg al in de 2022 starten, gevolgd door de bouw van de gemeenschappelijke bergruimte in 2023. 

 

Hoe groot zal de uitbreiding zijn (hoeveel tuintjes zouden er bij komen)?

Het volledige terrein is 6100 m2. Naast een uitbreiding van de tuintjes komt er ook een gezamenlijke opslagruimte, een picknickzone, een boomgaard met fruitbomen en enkele spelprikkels. De volkstuinen zullen met ongeveer 2300 m2 uitgebreid worden. Op de ontwerpplannen is nu voorzien dat er grotere moestuinzones zouden aangelegd worden om in groep te gebruiken, maar de besprekingen over de inrichting (al dan niet tot individuele percelen) met het bestuur van de volkstuinen is nog lopende. In het ontwerp zijn 5 moestuinzones voorzien van wisselende grootte.

vr 19/03/2021 - 08:07
IR 6.

2021_MV_00150 - Mondelinge vraag van raadslid Gert Robert: Oprichting van de ‘Woonmaatschappij’

Datum beslissing: do 18/03/2021 - 22:51
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig
Christophe Peeters; Johan Deckmyn; Karin Temmerman; Sven Taeldeman; Zeneb Bensafia; Jef Van Pee; Gert Robert; Cengiz Cetinkaya; Carl De Decker; Karla Persyn; Patricia De Beule; Stijn De Roo; Caroline Persyn; Christiaan Van Bignoot; Sonja Welvaert; Manuel Mugica Gonzalez; Tine Heyse; Sami Souguir; Astrid De Bruycker; Els Roegiers; Bart De Muynck
Afwezig
Gabi De Boever; Elke Sleurs; Sandra Van Renterghem; Sara Matthieu; Anne Schiettekatte; Mieke Bouve; Tom De Meester; Anita De Winter; Yüksel Kalaz; Joris Vandenbroucke; Tine De Moor; Hafsa El -Bazioui; Mattias De Vuyst; Veli Yüksel; Fourat Ben Chikha; Adeline Blancquaert; Stephanie D'Hose; Yeliz Güner; Alana Herman; Mehmet Sadik Karanfil; Bert Misplon; Ronny Rysermans; Anneleen Van Bossuyt; Nicolas Vanden Eynden; Evita Willaert; Emmanuelle Mussche; Tom Van Dyck; Anneleen Schelstraete; André Rubbens; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman
Secretaris
Bart De Muynck
IR 6.

2021_MV_00150 - Mondelinge vraag van raadslid Gert Robert: Oprichting van de ‘Woonmaatschappij’

2021_MV_00150 - Mondelinge vraag van raadslid Gert Robert: Oprichting van de ‘Woonmaatschappij’

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

-

Indiener(s)
Gert Robert
Gericht aan
Tine Heyse
Tijdstip van indienen
do 11/03/2021 - 09:06
Toelichting

Sociale huisvestingsmaatschappijen (SHM’s) en sociale verhuurkantoren (SVK’s) moeten samengaan om één woonactor te vormen binnen een werkingsgebied: de woonmaatschappij.
Eerst moet het werkingsgebied worden vastgelegd. De vorming van de woonmaatschappijen moet klaar zijn tegen 1 januari 2023.
Vanaf dan zullen alle sociale woningen in handen zijn van één partner.

Hoe ver staat men hiermee in Gent. Welke beslissingen werden al genomen? Welke stappen worden er gezet?

Bespreking
Antwoord

De intentie van de Vlaamse regering om tot 1 woonmaatschappij te komen zal nog veel voeten in de aarde hebben. Er staat een strakke deadline op en de decretale omkadering moet nog gestemd worden. Als stad zijn we geen vragende partij geweest voor deze operatie. De situatie in Gent is op vlak van sociaal wonen ook niet te vergelijken met veel andere steden en gemeenten. 

Wij hebben hier 5 huisvestingsmaatschappijen, waarvan 2 maatschappijen met meer dan 5.000 woningen. Er was een goede samenwerking tussen de maatschappijen, die we verder wilden uitbouwen. We wilden de krachten bundelen, niet in structuren maar in daden. Onze 5 maatschappijen én het SVK zijn zeer complementair aan elkaar en hebben elk hun sterktes. Het is nu de opdracht om deze sterktes te laten samenkomen in de nieuwe woonmaatschappij. 

Er zijn wel een aantal voordelen aan de éénmaking, zeker op lange termijn. Zo zal eindelijk vanuit Vlaanderen een centraal inschrijvingssysteem op poten worden gezet wat een grote vereenvoudiging zal betekenen voor de kandidaat huurder, al kan je dat eigenlijk ook invoeren met meerdere woonactoren.

Om te komen tot die 1 woonmaatschappij moet er in eerste instantie een keuze gemaakt worden voor een werkingsgebied. Daarna moet er een woonmaatschappij worden opgericht. Het voorstel van afbakening moet door de stad gebeuren, de initiatief tot oprichting van de woonmaatschappij ligt bij de maatschappijen. De 2 zijn natuurlijk nauw met elkaar verbonden.

We hebben door de diensten een overzicht laten maken van de huidige situatie in en rond Gent. 

Voor de afbakening van het werkingsgebied moeten we de keuze maken of we een werkingsgebied nemen dat samenvalt met Gent, of dat we ook andere gemeenten er bij betrekken. Gent voldoet aan alle voorwaarden (aantal sociale woningen, SVK) om als werkingsgebied te worden aangeduid, maar kan er voor kiezen om met 1 of meerdere (aansluitende) gemeentes samen te gaan. 

Gent verschilt op fundamentele wijze van de omliggende gemeenten op vlak van (sociaal) wonen. 

Gent heeft een veel groter aantal sociale woningen (14.852) dan de omliggende gemeenten. Na Gent is Zelzate de eerstvolgende met 883 woningen. Ook de wachtlijsten zijn van een totaal andere orde. Op de wachtlijst van Gent staan 10.918 gezinnen, eerst volgende is Evergem met 579 gezinnen. De huurders en de kandidaat huurders in de omliggende gemeenten hebben een ander sociaal-economisch profiel. Door het grote verschil tussen Gent en de omliggende gemeenten zal in een afbakening met meer gemeenten er altijd een onevenwicht bestaan binnen het bestuur.

Daarom hebben we principieel beslist om Gent als werkingsgebied af te bakenen voor de woonmaatschappij. Deze beslissing zal nog worden meegedeeld aan de ons omliggende gemeenten. Deze keuze is er wel 1 met uitgestoken hand. We zien vanuit Gent weinig meerwaarde in een groter werkingsgebied, maar indien een aanliggende gemeente wel de nood bestaat om aan te sluiten, dan zullen we dat met open vizier onderzoeken.

Deze principiële beslissing hebben wij ook al gecommuniceerd aan de 5 huisvestingsmaatschappijen en SVK-Gent. Vanuit geen enkel van de maatschappijen kwam het signaal dat dit hun toekomstplannen dwarsboomt. De afbakening wordt ook besproken op het volgend lokaal woonoverleg.

Ondertussen hebben we ook een politiek ambtelijke werkgroep opgericht om het traject vanuit stads kant te begeleiden (o.a. ook de opname van SVK-Gent in de woonmaatschappij). 

We hebben ook beslist om HuurinGent in de eerste fase niet mee op te nemen in de woonmaatschappij.

Het werkingsgebied (of toch het advies van afbakening) moet voor 31 oktober 2021 door de gemeenteraad worden vastgelegd. Vooraleer we zo ver zijn zal dit voorstel tot afbakening dus nog eerst op het lokaal woonoverleg en de woonraad worden besproken.

Wat de timing betreft is het nogal dubbel. Het decreet is nog niet goedgekeurd (op dit moment wacht men op het advies van de raad van State) en toch lopen de termijnen al. De discussie over de werkingsgebieden zal in veel regio’s een pak complexer zijn. De vraag is of dit allemaal rond zal zijn tegen 31 oktober. De effectieve oprichting van de woonmaatschappij moet tegen 1/1/2023 rond zijn. Dit is een heel ambitieuze timing voor een dergelijke operatie. Langs de andere kant pleiten we er voor om de tijd ook niet nodeloos te rekken aangezien naar aanloop van de oprichting een aantal werken dreigen stil te vallen. Niemand heeft baat bij een jaren aanslepende procedure.

ma 22/03/2021 - 11:16
IR 7.

2021_MV_00151 - Mondelinge vraag van raadslid Gert Robert: Bouwproject Bruiloftstraat

Datum beslissing: do 18/03/2021 - 22:51
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig
Christophe Peeters; Johan Deckmyn; Karin Temmerman; Sven Taeldeman; Zeneb Bensafia; Jef Van Pee; Gert Robert; Cengiz Cetinkaya; Carl De Decker; Karla Persyn; Patricia De Beule; Stijn De Roo; Caroline Persyn; Christiaan Van Bignoot; Sonja Welvaert; Manuel Mugica Gonzalez; Tine Heyse; Sami Souguir; Astrid De Bruycker; Els Roegiers; Bart De Muynck
Afwezig
Gabi De Boever; Elke Sleurs; Sandra Van Renterghem; Sara Matthieu; Anne Schiettekatte; Mieke Bouve; Tom De Meester; Anita De Winter; Yüksel Kalaz; Joris Vandenbroucke; Tine De Moor; Hafsa El -Bazioui; Mattias De Vuyst; Veli Yüksel; Fourat Ben Chikha; Adeline Blancquaert; Stephanie D'Hose; Yeliz Güner; Alana Herman; Mehmet Sadik Karanfil; Bert Misplon; Ronny Rysermans; Anneleen Van Bossuyt; Nicolas Vanden Eynden; Evita Willaert; Emmanuelle Mussche; Tom Van Dyck; Anneleen Schelstraete; André Rubbens; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman
Secretaris
Bart De Muynck
IR 7.

2021_MV_00151 - Mondelinge vraag van raadslid Gert Robert: Bouwproject Bruiloftstraat

2021_MV_00151 - Mondelinge vraag van raadslid Gert Robert: Bouwproject Bruiloftstraat

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

-

Indiener(s)
Gert Robert
Gericht aan
Filip Watteeuw
Tijdstip van indienen
do 11/03/2021 - 09:36
Toelichting

Er werd een omgevingsvergunning aangevraagd voor een bouwproject op een terrein tussen de Jovastraat, Bruiloftstraat, Nelestraat en Ooievaarsnest.
De ontwikkelaar wil er een appartementsblok van vier bouwlagen bouwen met daarnaast een bedrijfsruimte met daarop twee verdiepingen kantoren.

Buurtbewoners zijn bezorgd over de plannen. De nieuwbouw zal heel wat hoger zijn dan de huidige bebouwing Dit wordt een schaalbreuk in een wijk van voornamelijk eengezinswoningen. 

 

  • Het openbaar onderzoek is ondertussen afgesloten. Hoeveel bezwaren werden er ingediend? Wanneer mogen we een beslissing van het schepencollege verwachten?
  • Hoe staat u tegenover het bouwen van meersgezinswoningen in een wijk die bijna uitsluitend uit eengezinswoningen bestaat?
  • Hoe ziet u verdichting van de twintigste-eeuwse wijken? Wat ziet u als een aanvaardbare verhoging van bouwvolumes? Wordt hiervoor een kader uitgewerkt?
Bespreking
Antwoord

Zoals je in de vraagstelling al een stuk aangeeft moet ik wat opletten met een antwoord en de uitspraken die ik over een lopend omgevingsvergunningsaanvraag doe. Dit heeft niet alleen te maken dat ik niet kan vooruitlopen op het advies van de diensten, ik moet vooral opletten met uitspraken die ik daarover doe.

Dit betreft een dossier dat nog in behandeling is voor de vergunningsprocedure en daarom kan ik geen antwoord geven op je eerste deelvraag. Waar ik niet op het dossier zelf kan antwoorden ga ik proberen om te antwoorden in algemene lijnen.

Het openbaar onderzoek liep van 10/2/2021- 11/03/2021. Op 12/03/2021 waren er 161 bezwaarschriften geregistreerd. Er kunnen er mogelijks nog enkele bijkomen, het is de poststempel die telt. De uiterste beslissingsdatum is 18 mei 2021. 

In algemene termen, nt specifiek voor dit dossier. Voor de realisatie van meergezinswoningen in Gent hebben we meerdere ruimtelijke afwegingskaders. Het meest belangrijke stedenbouwkundig kader is de Woningtypetoets. U kent die natuurlijk. De woningtypetoets vormt het kader waarbinnen we duidelijk definiëren waar meergezinswoningen toegelaten zijn, waar eengezinswoningen verplicht zijn en waar andere stedelijke woontypologieën mogelijk zijn. Het is geen verordenend instrument, maar een beoordelingskader om te bepalen welk type woning op een perceel het meest geschikt is. 

Dit gebeurt op een objectieve manier, door op een uniforme wijze de omgeving, de aanpalende woningtypes, het perceel, het mogelijke volume en de parkeermogelijkheden in beeld te brengen. Alle info over dit instrument kunt u terugvinden op de site van stad Gent. 

Ik vermoed dat u dit weet. 

Met betrekking tot je vraag over de verdichting in de 20ste eeuwse wijken, nog dit: voor de ruimtelijke ontwikkeling in de 20ste eeuwse wijken hanteert de  stad Gent wel degelijk een duidelijke visie op verdichten in de 20e eeuwse wijken, die we ook wel “groeistad” noemen. 

Al deze zaken vind je terug in de Gentse Structuurvisie “Ruimte voor Gent”. Onder meer op de pagina’s 202 tot en met 204.  De krachtlijnen uit “Ruimte voor Gent” werden verder verfijnd in het “Beleidskader ruimtelijk rendement”, dat in deze gemeenteraad in 2019 werd goedgekeurd. Je kan dit nalezen op onder meer pagina 71. 

In al deze visies stellen we dat we in de 20e eeuwse wijken bedachtzaam willen verdichten.  De transitie van die wijken vereist een verdichtingsstrategie op maat. We besteden daarbij veel aandacht aan de groene en publieke ruimte en vervangen eigenlijk alleenstaande villa’s stapsgewijs door compactere typologieën zoals rijwoningen, halfopen bebouwingen, urban villa’s enzovoort, maar telkens met respect voor de schaal en de context.  

Dit betekent bijvoorbeeld dat we – buiten de ruimtelijke knooppunten – vooral inzetten op de basisschaal, die heeft maximaal 4 bouwlagen.  Als de goede ruimtelijke ordening het toelaat kan op specifieke plekken binnen de 20e eeuwse wijken ook hoger gebouwd worden dan de basisschaal en wordt er gekozen worden voor de stedelijke schaal van 4 à 5 bouwlagen of een tussenschaal van 6 à 9 bouwlagen. Deze keuze en mogelijkheden worden in verdere trajecten – zoals wijkstructuurschetsen - uitgewerkt naar wijkgebonden kaders. Dit betekent dat we het verdichtingsvraagstuk op maat van de plek verder verfijnen.

Ik kan me voorstellen als je naar de 20e Eeuwse wijken kijkt en dan vertrekt van uit die basisschaal, die op zich relatief laag is van 4 bouwlagen, dat je dan spreekt van een schaalbreuk. Natuurlijk als je vertrekt van 1-2 verdiepingen is ieder extra verdiep bijna een schaalbreuk. Ik denk dat we hier bedachtzaam mee omgaan en dat we dit stapsgewijs doen. Dit is de verdienste van de structuurvisie Ruimte voor Gent, die een goede basis is voor mee verder te werken, ik kijk even naar collega Taeldeman, en wij hebben dit verder uitgewerkt in beleidskader Ruimtelijk Rendement.

Gert Robert- vraag: woningtypetoets is opgemaakt zodat een leek dit ook kan invullen, op basis van de 6 vragen die je moet scoren. Je komt dan heel makkelijk aan een score van boven 7; dan is het aangewezen om daar naar eensgezinswoningen te gaan. Ik ga ervan uit dat uw diensten deze toets zullen gebruiken als een referentiekader om het advies te geven naar het CBS.

Antwoord schepen Watteeuw: Zoals ik al zei we gebruiken de woningtypetoets, en de diensten doen dit op een zeer correcte manier, en dus voor de beoordeling van deze omgevingsvergunningsaanvraag zal deze ook gebruikt worden. Dat is logisch.

Gert Robert: Wanneer verwacht u het advies van de diensten? 

Wij verwachten het advies voor 18 mei, de administratieve molens draaien verder. De Diensten en de collega’s slagen er wel in dat wij met zeer weinig aanvragen te laat zijn, dat is een verdienste van de dienst stedenbouw, maar het zal voor 18 mei zijn.

vr 19/03/2021 - 15:04
IR 9.

2021_MV_00170 - Mondelinge vraag van raadslid Sven Taeldeman: Uitbreiding Vinderhoutse bossen met 200 ha

Datum beslissing: do 18/03/2021 - 22:51
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig
Christophe Peeters; Johan Deckmyn; Karin Temmerman; Sven Taeldeman; Zeneb Bensafia; Jef Van Pee; Gert Robert; Cengiz Cetinkaya; Carl De Decker; Karla Persyn; Patricia De Beule; Stijn De Roo; Caroline Persyn; Christiaan Van Bignoot; Sonja Welvaert; Manuel Mugica Gonzalez; Tine Heyse; Sami Souguir; Astrid De Bruycker; Els Roegiers; Bart De Muynck
Afwezig
Gabi De Boever; Elke Sleurs; Sandra Van Renterghem; Sara Matthieu; Anne Schiettekatte; Mieke Bouve; Tom De Meester; Anita De Winter; Yüksel Kalaz; Joris Vandenbroucke; Tine De Moor; Hafsa El -Bazioui; Mattias De Vuyst; Veli Yüksel; Fourat Ben Chikha; Adeline Blancquaert; Stephanie D'Hose; Yeliz Güner; Alana Herman; Mehmet Sadik Karanfil; Bert Misplon; Ronny Rysermans; Anneleen Van Bossuyt; Nicolas Vanden Eynden; Evita Willaert; Emmanuelle Mussche; Tom Van Dyck; Anneleen Schelstraete; André Rubbens; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman
Secretaris
Bart De Muynck
IR 9.

2021_MV_00170 - Mondelinge vraag van raadslid Sven Taeldeman: Uitbreiding Vinderhoutse bossen met 200 ha

2021_MV_00170 - Mondelinge vraag van raadslid Sven Taeldeman: Uitbreiding Vinderhoutse bossen met 200 ha

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

Situering

Verleden week vrijdag heeft de Vlaamse Regering het ontwerp van ‘GRUP Vinderhoutse bossen, Oude Kale en Appensvoorde’ voorlopig vastgesteld. Minister Demir heeft naar aanleiding hiervan gecommuniceerd dat er 200 ha extra bos en natte natuur voorzien wordt in de groenpool ‘Vinderhoutse bossen’.

Indiener(s)
Sven Taeldeman
Gericht aan
Astrid De Bruycker
Tijdstip van indienen
ma 15/03/2021 - 15:56
Toelichting

Vraag

  • Verandert dit iets voor de plannen in de groenpool Vinderhoutse bossen op Gents grondgebied deze legislatuur?  
  • Wat zit er de komende jaren vanuit Stad Gent nog in de pijplijn in deze groenpool? 
Bespreking
Antwoord

Verandert dit iets voor de plannen in de groenpool Vinderhoutse bossen op Gents grondgebied deze legislatuur? 

Dit wijzigt niets aan de plannen voor de realisatie van het inrichtingsplan Vinderhoutse Bossen. Het GRUP geeft de betreffende percelen de juiste bestemming conform de inrichtingsvisie van de Groenpool Vinderhoutse Bossen.  

De Vlaamse Landmaatschappij zal deze legislatuur nog instaan voor de aanplant van 40 à 50 ha op grondgebied van Stad Gent (onder voorbehoud van grondaankopen).   Ter info: in 2019 was al 1,5 ha aangeplant aan Portaal Leeuwenhof, recent werd 9 ha aangeplant en voor het volgend plantseizoen voorziet de VLM de aanplant van ca 30 ha.  

 

Wat zit er de komende jaren vanuit Stad Gent nog in de pijplijn in deze groenpool? 

Binnen het inrichtingsplan Vinderhoutse Bossen neemt de Stad Gent de uitvoering van het portaal De Campagne op zich. Dit portaal is buiten dit GRUP gelegen – de herbestemming ervan gebeurde reeds in het gemeentelijk RUP 159 “Vinderhoutse Bossen: Leeuwenhof – De Campagne”. De bebossing van dit gebied ging al van start in 2015 en de start van de uitvoering is voorzien in het najaar van 2021. Op dit moment loopt het openbaar onderzoek i.k.v. de omgevingsvergunning; volgende week dinsdag is hierover een infomoment gepland. Eind dit jaar krijgen het park, de schoolhoeve en de gronden rond het landgoed een nieuwe inrichting, waarbij maximaal rekening gehouden is met de wensen van de gebruikers. Deze toegangspoort tot de Vinderhoutse Bossen wordt zo nog aangenamer.  

Het kasteelpark is nu al een aantrekkelijke plek. Met enkele ingrepen versterken we de beleving ervan verder. Zo maken we de markante zichten terug open. En het voorplein of “cour d’honneur” wordt in ere hersteld. Er komt een nieuwe parking op de hoek van de (te knippen) Gijzelstraat en de Noordgijzelstraat. Autoverkeer naar het kasteelpark wordt beperkt tot laden en lossen en enkele parkeerplaatsen aan de ingang voor personeel en minder mobiele bezoekers.  

Tussen de Noordgijzelstraat en de Heiebreestraat komt een avontuurlijk speelbos met speelheuvels en een waterspeelplek. We besteden bijzondere aandacht aan de toegankelijkheid van deze speelzone, zodat ook kinderen met een beperking van het bos en de natuur kunnen genieten.

Tussen het avontuurlijk speelbos en de schoolhoeve komt er nog een kleinere speelruimte. Die zal ook buiten de openingsuren van de schoolhoeve toegankelijk zijn voor spelende kinderen. 

Aan de overkant van de hoeve in de Gijzelstraat planten we een boomgaard. 

De Stad maakte in overleg met Agentschap voor Natuur en Bos en de Vlaamse Landmaatschappij afspraken rond de aanplant van het geboortebos in de Vinderhoutse bossen vanaf 2022. Dit zal gebeuren op het perceel dat aansluit bij het portaal De Campagne en is net binnen het GRUP gelegen. Dit zal in de jaren 2022 tot en met 2024 goed zijn voor telkens 0,5 ha extra bos, bovenop de al genoemde inspanningen van de VLM. Samen is dit dus al zeker goed voor 42 ha extra bos in deze groenpool op het grondgebied Gent deze legislatuur.  

De Stad zal ook meefinancieren in de realisatie van de recreatieve infrastructuur door VLM in de groenpool. De start van de werken is voorzien in 2023. Het nu al opengestelde wandel-en fietsnetwerk wordt hiermee definitief ingericht (ook met onthaal-en rustpunten) en er komen nog nieuwe verbindingen, om het de wandelaars en fietsers nog comfortabeler te maken om het gebied te doorkruisen.  

Langs de Bosstraat tenslotte worden dit jaar nog de eerste wildspiegels in Gent geplaatst. Wildspiegels zijn paaltjes met een gepolijste spiegel van 9 x 9 cm of een kunststof reflector met prisma's. Ze staan in wegbermen en zijn bedoeld om wild, en dan met name reeën, ervan te weerhouden een weg over te steken als er een auto nadert. Het reeënbestand is hier immers serieus toegenomen de jongste jaren, een teken dat het goed gaat met de natuur in Gent. Iets waar we alleen maar blij mee kunnen zijn!

vr 19/03/2021 - 08:09