De Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) heeft een lijst gemaakt met voormalige afvalstorten in eigendom van lokale en bovenlokale overheden die kunnen bebost worden.
In totaal zou er in Gent een potentie van 73 ha zijn. Wanneer de stad zou overgaan tot bebossing, kan er aanspraak worden gemaakt op een gratis bodemonderzoek van OVAM en een subsidie voor de aanleg van het bos.1) Kan de schepen meer uitleg geven bij de lijst die zij heeft ontvangen met potentiële locaties? Indien zij niet op de exacte locaties kan ingaan, kan zij dan een globale analyse maken over hoe zij kijkt naar deze lijst?
2) Hoe verhoudt deze lijst zich ten opzichte van de doelstellingen in het RUP Groen en in de stedelijke doelstellingen voor toegankelijk en bereikbaar groen?
3) Hoe staat de schepen tegenover de suggestie om bepaalde percelen te bebossen, wanneer er zich op vandaag een ander type natuur bevindt?
4) Hoe staat de schepen tegenover de suggestie om bepaalde percelen te bebossen, wanneer deze percelen verpacht of in landbouwgebruik zijn?
5) Hoe staat de schepen tegenover de suggestie om bepaalde percelen te bebossen, wanneer er op vandaag een andere economische activiteit op plaatsvindt?
De Stad heeft op 3 maart een brief van minister Demir ontvangen. In deze brief stelt de minister dat OVAM klaar staat om de kosten te dragen van oriënterende bodemonderzoeken voor percelen die in aanmerking komen voor bebossing of natuurontwikkeling. Als bijlage bij deze brief werd een kaart op A4 gevoegd van alle bij OVAM gekende stortplaatsen op het grondgebied van de Stad Gent (785,42 ha), met een onderscheid tussen de stortplaatsen in eigendom van een "gemeente, stad of OCMW" en de stortplaatsen in private eigendom. Een lijst met concrete percelen werd niet toegevoegd. Er werd gevraagd om tegen 30 maart terreinen door te geven "die in aanmerking komen voor een groene herbestemming".
De ambitie om oude stortplaatsen om te vormen tot bos is zeer mooi. Hier in Gent leefde dat idee al langer. En het is niet bij een idee gebleven. Zo waren de Gentbrugse Meersen jarenlang een stortplaats van huishoudelijk afval, en nu is het een echte groenpool waar je kan wandelen, fietsen, spelen en genieten van de natuur. Hetzelfde geldt voor het Sint-Baafskouterpark naast het sportcomplex Rozebroeken waar we beleving en natuur combineren. In Gent hebben we al veel van dergelijke gebieden onderzocht en heringericht, een nieuwe bestemming gegeven.
Een eerste blik op de kaart bevestigde dit. Er werden gebieden aangeduid in de Gentbrugse Meersen en de geboortebossen, het Sint-Baafskouterpark, delen van de Bourgoyen Ossemeersen, het Halfwegpark en de aangrenzende Malemmeersen. Allemaal al bestaande groene gezonde gebieden.
We hebben dan ook contact opgenomen met OVAM om meer duidelijkheid te krijgen over welke percelen men precies op het oog had. Op maandag 8 maart kregen we een lijst van OVAM met per aangeduide stortplaats een indicatie van eigenaar, totale oppervlakte en bebosbare oppervlakte volgens de criteria van het Vlaamse Agentschap Natuur en Bos (ANB). Volgens deze lijst zou de stad 247 ha stortplaatsen in eigendom hebben, waarvan 74 ha bebosbaar zou zijn.
We konden hierbij echter het volgende opmerken:
Op donderdag 11 maart konden we in overleg met OVAM verder verfijnen dat het aanbod om oriënterende bodemonderzoeken uit te voeren enkel geldt voor:
Dat lijkt te willen zeggen dat de grootste opportuniteiten op heden niet door de OVAM kunnen opgepikt worden:
Rekening houdend met correcte eigendomssituaties, en de vaststelling dat de meeste locaties al park of bos zijn, blijft van de op kaart aangeduide bebosbare oppervlakte dus maar heel weinig over. We steunen de ambities maar betreuren dat de minister hierover in de pers gecommuniceerd heeft voordat OVAM en onze administraties dit samen op punt hebben kunnen zetten.
In de loop van de komende weken willen onze stadsdiensten graag verder overleggen met OVAM om de data en gegevensuitwisseling helemaal goed te krijgen en om alle mogelijke opportuniteiten grondig te onderzoeken, ook
-voor oriënterende bodemonderzoeken (OBO) voor natuuronwikkeling (naast OBO's voor bebossing) in Gent
-voor bebossing op voormalige stortplaatsen naast de sites die nu voorgesteld worden via de brief van de minister.
Dit is belangrijk om een nauwgezette inschatting te kunnen maken van eventueel bijkomende opties. Het financieringsaanbod voor bodemonderzoek en natuurherstel of bebossing laten we immers uiteraard niet aan ons voorbijgaan. Grond is schaars, en we laten geen enkele kans liggen om de tuin van de Gentenaars te vergoten.
2. Hoe verhoudt deze lijst zich ten opzichte van de doelstellingen in het RUP Groen en in de stedelijke doelstellingen voor toegankelijk en bereikbaar groen?
Er zijn op de kaart 2 voormalige stortplaatsen gelegen in het ontwerp van RUP Groen: 1 in de Rosdambeekvallei en 1 in de Assels. Voor beide locaties is de ontwikkeling van natte natuur de doelstelling. Gezien deze stortplaatsen op dit moment niet in eigendom zijn van een overheid, zijn deze niet relevant voor deze oproep. Eén locatie aan de Rosdambeekvallei zal worden aangekocht door de Stad, die daardoor reeds een OBO heeft laten uitvoeren. Uit overleg met de OVAM blijkt dat de kosten voor dat OBO niet kunnen gerecupereerd worden.
3. Hoe staat de schepen tegenover de suggestie om bepaalde percelen te bebossen, wanneer er zich op vandaag een ander type natuur bevindt?
Uit de brief van de minister blijkt dat bebossing van deze percelen geen noodzakelijke voorwaarde voor financiering is. Ook voor zones die in aanmerking komen voor natuurherstel en -ontwikkeling kunnen we gebruik maken van de regeling van OVAM. Er wordt uiteraard, cf. het persbericht, sterk gehint naar bebossing.
Voor elke locatie moet op maat gewerkt worden: hoe ziet de gewenste groenstructuur eruit, welke samenstelling heeft het stort en kan het al dan niet afgegraven worden of is een bebossing zonder afgraving meer opportuun,…
De meeste stortplaatsen die nog in aanmerking komen voor een groene inrichting zijn op dit moment privaat en meestal lijkt de ontwikkeling van natte natuur hier de voorkeur weg te dragen, aangezien het gaat om (voormalige) valleigebieden. In het geval we zelf eigenaar zijn van dergelijke gebieden (cfr Gentbrugse meersen) gaan we graag in op Vlaamse subsidiemogelijkheden via de zogenaamde Blue Deal.
Voor percelen die wel degelijk interessant kunnen zijn voor bebossing (bv percelen in de Rosdambeekvallei die we nu aankopen in het kader van het RUP Groen), maken we uiteraard graag gebruik van de bestaande Vlaamse bebossingssubsidies.
4. Hoe staat de schepen tegenover de suggestie om bepaalde percelen te bebossen, wanneer deze percelen verpacht of in landbouwgebruik zijn?
De stortplaatsen die in aanmerking komen voor bebossing of natuurontwikkeling zijn
Het landbouwgebruik in groene gewestplanbestemmingen is uitdovend. Voor de percelen die deel uitmaken van het RUP Groen of van de groenpool Vinderhoutse bossen werd een flankerend landbouwbeleid uitgewerkt waarmee nu eerst evident rekening gehouden dient te worden bij de realisatie op terrein.
5. Hoe staat de schepen tegenover de suggestie om bepaalde percelen te bebossen, wanneer er op vandaag een andere economische activiteit op plaatsvindt?
De gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de Stad wordt gestuurd door de Structuurvisie 2030 - Ruimte voor Gent, definitief vastgesteld door de gemeenteraad op 22 mei 2018. Voor de gewenste groenstructuur, waarin is bepaald waar de Stad extra natuurontwikkeling wenst en waar ze inzet op bosuitbreiding, is daarnaast het groenstructuurplan uit 2012 richtinggevend. Daarin werden door de Stad een aantal zoekzones aangeduid waar bosuitbreiding wenselijk is. Bij het afbakenen van deze zoekzones werd in eerste instantie gekeken naar de ecologische potenties van bepaalde deelgebieden en het realiseren van een netwerk van bosverbindingen. De aanwezigheid van een stortplaats wordt door de Stad niet beschouwd als een doorslaggevend criterium voor bebossing.
Een mooi voorbeeld zijn de vele stortlocaties die in de haven en langs de Wiedauwkaai worden aangeduid. Deze private locaties zijn bedoeld voor economische activiteit (zo’n 256 ha) en er zit bij een eerste screening geen enkele opportuniteit bij om te bebossen.
Er worden dus enkel stortplaatsen in beschouwing genomen die op basis van de gewenste groenstructuur in aanmerking komen voor bosuitbreiding en/of natuurontwikkeling.
vr 19/03/2021 - 08:03