Terug
Gepubliceerd op 22/03/2021

2021_MV_00133 - Mondelinge vraag van raadslid Johan Deckmyn: Oude stortplaatsen omvormen tot bos

commissie stedenbouw, stadsontwikkeling, natuur en wonen (SSW)
do 18/03/2021 - 19:00 Digitale zitting
Datum beslissing: do 18/03/2021 - 22:51
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig

Christophe Peeters; Johan Deckmyn; Karin Temmerman; Sven Taeldeman; Zeneb Bensafia; Jef Van Pee; Gert Robert; Cengiz Cetinkaya; Carl De Decker; Karla Persyn; Patricia De Beule; Stijn De Roo; Caroline Persyn; Christiaan Van Bignoot; Sonja Welvaert; Manuel Mugica Gonzalez; Tine Heyse; Sami Souguir; Astrid De Bruycker; Els Roegiers; Bart De Muynck

Afwezig

Gabi De Boever; Elke Sleurs; Sandra Van Renterghem; Sara Matthieu; Anne Schiettekatte; Mieke Bouve; Tom De Meester; Anita De Winter; Yüksel Kalaz; Joris Vandenbroucke; Tine De Moor; Hafsa El -Bazioui; Mattias De Vuyst; Veli Yüksel; Fourat Ben Chikha; Adeline Blancquaert; Stephanie D'Hose; Yeliz Güner; Alana Herman; Mehmet Sadik Karanfil; Bert Misplon; Ronny Rysermans; Anneleen Van Bossuyt; Nicolas Vanden Eynden; Evita Willaert; Emmanuelle Mussche; Tom Van Dyck; Anneleen Schelstraete; André Rubbens; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman

Secretaris

Bart De Muynck
2021_MV_00133 - Mondelinge vraag van raadslid Johan Deckmyn: Oude stortplaatsen omvormen tot bos 2021_MV_00133 - Mondelinge vraag van raadslid Johan Deckmyn: Oude stortplaatsen omvormen tot bos

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

Vlaams minister van Natuur Zuhal Demir wil oude stortplaatsen in heel Vlaanderen omvormen tot bos. Zo zouden 256 stortplaatsen in 147 gemeenten in aanmerking kunnen komen.

De grootste oppervlakte aan oude stortplaatsen die opnieuw bos kunnen worden, zouden zich in Gent bevinden. (74 hectare) Om de betrokken steden en gemeenten te overtuigen hun oude storten effectief om te vormen tot een bos komt er een steuntje in de rug door middel van subsidies voor het aanplanten van bomen en de financiering van het bodemonderzoek, dat in principe ten laste valt van de gemeente. Er zou tevens beroep kunnen gedaan worden op specialisten van OVAM en van het Agentschap Natuur en Bos (ANB) om het project te begeleiden.

Op die manier kan er van een oude stortplaats een waardevol gebied gemaakt worden.

Indiener(s)

Johan Deckmyn

Gericht aan

Astrid De Bruycker

Tijdstip van indienen

ma 08/03/2021 - 11:52

Toelichting

Zal er ingegaan worden op het voorstel van de minister om ongebruikte vervuilde stortplaatsen te bebossen?

Bespreking

Antwoord

  1. Kan de schepen meer uitleg geven bij de lijst die zij heeft ontvangen met potentiële locaties? Indien zij niet op de exacte locaties kan ingaan, kan zij dan een globale analyse maken over hoe zij kijkt naar deze lijst?

De Stad heeft op 3 maart een brief van minister Demir ontvangen. In deze brief stelt de minister dat OVAM klaar staat om de kosten te dragen van oriënterende bodemonderzoeken voor percelen die in aanmerking komen voor bebossing of natuurontwikkeling. Als bijlage bij deze brief werd een kaart op A4 gevoegd van alle bij OVAM gekende stortplaatsen op het grondgebied van de Stad Gent (785,42 ha), met een onderscheid tussen de stortplaatsen in eigendom van een "gemeente, stad of OCMW" en de stortplaatsen in private eigendom. Een lijst met concrete percelen werd niet toegevoegd. Er werd gevraagd om tegen 30 maart terreinen door te geven "die in aanmerking komen voor een groene herbestemming". 

De ambitie om oude stortplaatsen om te vormen tot bos is zeer mooi. Hier in Gent leefde dat idee al langer. En het is niet bij een idee gebleven. Zo waren de Gentbrugse Meersen jarenlang een stortplaats van huishoudelijk afval, en nu is het een echte groenpool waar je kan wandelen, fietsen, spelen en genieten van de natuur. Hetzelfde geldt voor het Sint-Baafskouterpark naast het sportcomplex Rozebroeken waar we beleving en natuur combineren. In Gent hebben we al veel van dergelijke gebieden onderzocht en heringericht, een nieuwe bestemming gegeven.  

Een eerste blik op de kaart bevestigde dit. Er werden gebieden aangeduid in de Gentbrugse Meersen en de geboortebossen,  het Sint-Baafskouterpark, delen van de Bourgoyen Ossemeersen, het Halfwegpark en de aangrenzende Malemmeersen. Allemaal al bestaande groene gezonde gebieden.   

We hebben dan ook contact opgenomen met OVAM om meer duidelijkheid te krijgen over welke percelen men precies op het oog had. Op maandag 8 maart kregen we een lijst van OVAM  met per aangeduide stortplaats een indicatie van eigenaar, totale oppervlakte en bebosbare oppervlakte volgens de criteria van het Vlaamse Agentschap Natuur en Bos (ANB). Volgens deze lijst zou de stad 247 ha stortplaatsen in eigendom hebben, waarvan 74 ha bebosbaar zou zijn. 

We konden hierbij echter het volgende opmerken:

  • De optelsom van die vermeend bebosbare locaties volgens die lijst overtreft zelfs de 74 ha, maar bevat tal van onjuistheden en roept veel nieuwe vragen op.
  • Meerdere locaties werden aangeduid als eigendom van de Stad, maar blijken eigenlijk eigendom te zijn van  UGent (1,12 ha van de  UZ-site), Regie der gebouwen (5,97 ha op de site van het Forensisch Psychiatrisch centrum aan de Hurstweg) of Natuurpunt (2,27 ha in de Malemmeersen aan Alsberghe-Van Oost). 
  • Maar liefst 67,94 ha ligt in de Gentbrugse Meersen. Op een deel is de E17 met de vrachtwagenparking gelegen. In de meersen zelf heeft de Stad zoals bekend al veel inspanningen gedaan. Het zuidelijk deel is al volledig ingericht als natuur-en bosgebied. Ook in het noordelijk deel werden al percelen in onze eigendom gesaneerd in samenwerking met OVAM.   Een deel van deze percelen is gelegen in recreatiegebied; hier werd intussen de sportcluster aangelegd. Voor de percelen met bestemming natuur- en bosgebied is momenteel de opmaak van een inrichtings- en beheersplan lopende. In dat kader werden al Vlaamse subsidies aangevraagd via de zogenaamde Blue Deal (projectoproep hefboomprojecten Natte natuur), voor de realisatie van natte natuur hier. Het is de bedoeling in dit noordelijk deel in de toekomst samen met Natuurpunt nog de laatste percelen aan te kopen. Maar dat betekent dus dat het hier gaat over  percelen die nu nog niet in eigendom zijn van de Stad en die dus op dit moment niet in aanmerking komen voor OBO's door OVAM. In het noordelijk deel plannen we op termijn nog 20 ha bosuitbreiding, waarvoor we uiteraard graag gebruik zullen maken van beschikbare subsidies.
  •  1,7 ha ligt in het Sint-Baafskouterpark, maar dit gebied is in de praktijk zoals bekend al ingericht natuur/bosgebied.
  • 0,7 ha op een  voormalige stortplaats centraal in de Bourgoyen; hier maken we graag gebruik van het aanbod van OVAM.
  • 0,01 ha in het toekomstige Papiermolenpark; ook hiervoor maken we graag gebruik van het aanbod van OVAM. 
  •  

Op donderdag 11 maart konden we in overleg met OVAM verder verfijnen dat het aanbod om oriënterende bodemonderzoeken uit te voeren enkel geldt voor:

  • Percelen in eigendom van de Stad;
  • Waar effectief stortmateriaal is aangetoond of gekend;
  • En waar nog geen oriënterend bodemonderzoek is uitgevoerd; 

Dat lijkt te willen zeggen dat de grootste opportuniteiten op heden niet door de OVAM kunnen opgepikt worden:

  • Diverse percelen met een verdachte ophogingslaag, zoals de verlaten camping in de Sneppemeersen, die cf. de regelgeving echter niet als ‘aangetoonde’ stortplaats worden beschouwd;
  • Diverse percelen die de Stad nog in de toekomst wil verwerven in het kader van het RUP Groen (Rosdambeekvallei);
  • Percelen van private partijen zoals bv het terrein van Natuurpunt in de Malemmeersen.  

Rekening houdend met correcte eigendomssituaties, en de vaststelling dat de meeste locaties al park of bos zijn, blijft van de op kaart aangeduide bebosbare oppervlakte dus maar heel weinig over. We steunen de ambities maar betreuren dat de minister hierover in de pers gecommuniceerd heeft voordat OVAM en onze administraties dit samen op punt hebben kunnen zetten.  

In de loop van de komende weken willen onze stadsdiensten graag verder overleggen met OVAM om de data en gegevensuitwisseling helemaal goed te krijgen en om alle mogelijke opportuniteiten grondig te onderzoeken, ook

-voor oriënterende bodemonderzoeken (OBO) voor natuuronwikkeling (naast OBO's voor bebossing) in Gent

-voor bebossing op voormalige stortplaatsen naast de sites die nu voorgesteld worden via de brief van de minister. 

Dit is belangrijk om een nauwgezette inschatting te kunnen maken van eventueel bijkomende opties. Het financieringsaanbod voor bodemonderzoek en natuurherstel of bebossing laten we immers uiteraard niet aan ons voorbijgaan. Grond is schaars, en we laten geen enkele kans liggen om de tuin van de Gentenaars te vergoten.  

 

2. Hoe verhoudt deze lijst zich ten opzichte van de doelstellingen in het RUP Groen en in de stedelijke doelstellingen voor toegankelijk en bereikbaar groen?

Er zijn op de kaart 2 voormalige stortplaatsen gelegen in het ontwerp van RUP Groen: 1 in de Rosdambeekvallei en 1 in de Assels. Voor beide locaties is de ontwikkeling van natte natuur de doelstelling. Gezien deze stortplaatsen op dit moment niet in eigendom zijn van een overheid, zijn deze niet relevant voor deze oproep. Eén locatie aan de Rosdambeekvallei zal worden aangekocht door de Stad, die daardoor reeds een OBO heeft laten uitvoeren. Uit overleg met de OVAM blijkt dat de kosten voor dat OBO niet kunnen gerecupereerd worden. 

 

3. Hoe staat de schepen tegenover de suggestie om bepaalde percelen te bebossen, wanneer er zich op vandaag een ander type natuur bevindt?

Uit de brief van de minister blijkt dat bebossing van deze percelen geen noodzakelijke voorwaarde voor financiering is. Ook voor zones die in aanmerking komen voor natuurherstel en -ontwikkeling kunnen we gebruik maken van de regeling van OVAM. Er wordt uiteraard, cf. het persbericht, sterk gehint naar bebossing. 

Voor elke locatie moet op maat gewerkt worden: hoe ziet de gewenste groenstructuur eruit,  welke samenstelling heeft het stort en kan het al dan niet afgegraven worden of is een  bebossing zonder afgraving meer opportuun,…  

De meeste stortplaatsen die nog in aanmerking komen voor een groene inrichting zijn op dit moment privaat en meestal lijkt de ontwikkeling van natte natuur hier de voorkeur weg te dragen, aangezien het gaat om (voormalige) valleigebieden. In het geval we zelf eigenaar zijn van dergelijke gebieden (cfr Gentbrugse meersen) gaan we graag in op Vlaamse subsidiemogelijkheden via de zogenaamde Blue Deal.  

Voor percelen die wel degelijk interessant kunnen zijn voor bebossing (bv percelen in de Rosdambeekvallei die we nu aankopen in het kader van het RUP Groen), maken we uiteraard graag gebruik van de bestaande Vlaamse bebossingssubsidies.


4. Hoe staat de schepen tegenover de suggestie om bepaalde percelen te bebossen, wanneer deze percelen verpacht of in landbouwgebruik zijn?

De stortplaatsen die in aanmerking komen voor bebossing of natuurontwikkeling zijn 

  • ofwel gelegen in een groene gewestplanbestemming, 
  • ofwel opgenomen in het ontwerp van RUP groen  
  • ofwel onderdeel van een groenpool in ontwikkeling.

Het landbouwgebruik in groene gewestplanbestemmingen is uitdovend. Voor de percelen die deel uitmaken van het RUP Groen of van de groenpool Vinderhoutse bossen werd een flankerend landbouwbeleid uitgewerkt waarmee nu eerst evident rekening gehouden dient te worden bij de realisatie op terrein. 

 

5. Hoe staat de schepen tegenover de suggestie om bepaalde percelen te bebossen, wanneer er op vandaag een andere economische activiteit op plaatsvindt?

De gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de Stad wordt gestuurd door de Structuurvisie 2030 - Ruimte voor Gent, definitief vastgesteld door de gemeenteraad op 22 mei 2018. Voor de gewenste groenstructuur, waarin is bepaald waar de Stad extra natuurontwikkeling wenst en waar ze inzet op bosuitbreiding, is daarnaast het groenstructuurplan uit 2012 richtinggevend. Daarin werden door de Stad een aantal zoekzones aangeduid waar bosuitbreiding wenselijk is. Bij het afbakenen van deze zoekzones werd in eerste instantie gekeken naar de ecologische potenties van bepaalde deelgebieden en het realiseren van een netwerk van bosverbindingen. De aanwezigheid van een stortplaats wordt door de Stad niet beschouwd als een doorslaggevend criterium voor bebossing. 

 Een mooi voorbeeld zijn de vele stortlocaties die in de haven en langs de Wiedauwkaai worden aangeduid. Deze private locaties zijn bedoeld voor economische activiteit (zo’n 256 ha) en er zit bij een eerste screening geen enkele opportuniteit bij om te bebossen. 

Er worden dus enkel stortplaatsen in beschouwing genomen die op basis van de gewenste groenstructuur in aanmerking komen voor bosuitbreiding en/of natuurontwikkeling.

vr 19/03/2021 - 08:02