Elke stad kent wel een duivenproblematiek. Van gebouwen die onder een laag duivenuitwerpselen verdwijnen tot ziektes die verspreid worden. Duiven planten zich zeer snel voort. Daarom is het erg belangrijk dat er actie ondernomen wordt voordat het probleem uit de hand loopt. Er worden daarbij verschillende methodes gebruikt om de duivenoverlast tegen te gaan.
In Leuven hadden ze het afgelopen jaar groot succes met de duivenpil, een diervriendelijke aanpak van de overlast. Ik heb enkele vragen over hoe deze problematiek in Gent wordt aangepakt.
Vooraleer in te gaan op de vragen, toch even duidelijk maken dat het hier enkel gaat over stadsduiven. Het zijn deze duiven die voor de overlast zorgen (er zijn nog andere duiven bv. de holenduif, Turkse tortel …) .
Schattingen van de Gentse duivenpopulatie zijn er niet, dus ook geen streefcijfer i.v.m. de bepaalde populatiegrootte. Het aantal gevangen duiven en interventies wordt wel bijgehouden. Hier zien we de laatste jaren een sterke daling in het aantal gevangen duiven (van meer dan 2.000 duiven in ‘07-’08 naar minder dan 500 in 2020), en dit met dezelfde interventie methodes. Wat een indicatie is dat de totale duiven populatie de laatste jaren gedaald is.
In de huidige aanpak om de duivenpopulatie onder controle te houden, worden de duiven op 2 verschillende manieren aangepakt : de actieve en een passieve manier.
Nog even aangeven dat de daling die ik daarnet toelichtte komt door o.a. het inzetten op pandenbeleid: leegstaande panden afsluiten.
De actieve aanpak gebeurt door een ploeg van 2 duivenvangers die van begin november tot einde maart duiven op het openbaar domein wegvangen. Deze vangsten gebeuren naar aanleiding van meldingen door burgers en andere stadsdiensten. Jaarlijks is er sprake van een 50-70 meldingen.
De passieve bestrijding gebeurt door in te zetten op natuurlijke predatoren. In Gent gaat het dan voornamelijk over slechtvalken. In Gent zijn er de laatste jaren een 10-tal broedende koppels (o.a. rond stadhuis en stationsbuurt). Onderzoek toonde aan dat duiven een belangrijk aandeel vormen in de voeding van slechtvalken en dit vooral bij het grootbrengen van de jongen. Naast de effectieve predatie door slechtvalk is er ook het afschrikeffect voor duiven door de aanwezigheid van deze roofvogels.
Wat het gebruik van de duivenpil betreft: na, onder andere, de berichtgeving over de resultaten in Leuven en Tongeren werd deze methode door de Groendienst onderzocht. We zijn hierbij echter tot de conclusie gekomen dat we deze methode niet willen invoeren in Gent. Verschillende redenen:
1) Belangrijk bij deze afweging is het feit dat deze methode geen duurzame methode is. Het effect van de duivenpil is tijdelijk. Dit wil zeggen dat dit voor onbepaalde tijd en dagelijks zou toegepast moeten worden. Van zodra ermee gestopt wordt, wordt het effect, en de jarenlange investering immers teniet gedaan.
2) Bijkomstig is de “duivenpil” een maïskorrel gedrenkt in een diergeneeskundig product. Dit betekent dat het gebruik ervan onder toezicht van een dierenarts moet gebeuren. Op dit moment is er slechts 1 bedrijf die de gemodificeerde maïskorrel aanbiedt.
3)Ook zijn er nog te weinig gegevens naar jarenlange toepassing en het effect van deze methode.
4) Kan enkel door voederen (met deze specifiek maïskorrels) en dat willen we onze bevolking net afleren.
In Gent zetten we dus in op het verminderen van overlast door onder andere de focus te verleggen naar het voederverbod. Duivenoverlast doet zich namelijk lokaal voor in de directe omgeving van plaatsen waar (overmatig) gevoederd wordt, zoals o.a. in mijn buurt. Het meer bewust maken van de burgers d.m.v. een krachtige sensibilisering en/of bewustmaking actie inzake het voederverbod en de effecten van het voederen van duiven, zal hierbij efficiënter en een, op langere termijn, duurzamere oplossing bieden om de overlast door duiven binnen de perken te houden. Idem voor andere vogels, zoals brood voederen aan eenden (dit om andere redenen – niet goed voor die eenden)
Tot slot. Eerder dan een bepaalde populatiegrootte na te streven, en/of het gebruik van de duivenpil te willen invoeren, willen we, als stad Gent vooral inzetten op het verminderen van de overlast door duiven.
wo 21/04/2021 - 08:31Het probleem van sigarettenpeuken die in overvloed en tot grote ergernis van velen rondslingeren aan de tram- en bushaltes van de Lijn, is spijtig genoeg een bekend fenomeen.
Eén van de redenen zou kunnen zijn dat de oude grijze ronde vuilnisbakken geen afzonderlijk reservoir hebben voor sigarettenpeuken.
Ik heb vernomen dat deze oude grijze vuilnisbakken aan de tram- en bushaltes van de Lijn vervangen zullen worden. Namelijk door de nieuwe groene of grijze exemplaren van de Stad Gent welke wel een peukenreservoir hebben en die stilaan het hele Gentse stadsgezicht beginnen te veroveren.
Dit zou alvast een goede stap vooruit in de strijd tegen de rondslingerende sigarettenpeuken.
Hierover heb ik enkele vragen:
Klopt het dat de vuilnisbakken aan de Gentse tram- en bushaltes vervangen zullen worden?
Zo ja, wanneer zal volgens u gestart kunnen worden met de vervanging van de oude vuilnisbakken aan de tram- en bushaltes?
Zullen alle grijze vuilnisbakken aan de tram- en bushaltes vervangen worden of enkel aan bepaalde haltes?
Zullen aan drukke haltes de nieuwe vuilnisbakken kunnen voorzien worden van een extra groot peukenreservoir?
IVAGO is al even bezig met de vervanging van alle vuilnisbakken door nieuwe exemplaren, zoals u correct opmerkt. Ook aan de haltes van openbaar vervoer en dus ook aan alle schuilhuisjes worden vuilnisbakken vervangen. Momenteel zijn er al 1330 van de 2567 vuilnisbakken vervangen. De vervanging van vuilnisbakken aan schuilhuisjes is eind 2020 begonnen. Deze worden samen met de andere vuilnisbakken per regio vervangen, tegen midden 2022 verwacht IVAGO klaar te zijn.
Peuken op de grond zijn een grote ergernis. Ik hoef hier niet uit te wijden aan alle problemen die daarbij komen kijken en hoe lastig ze vaak op te ruimen zijn. Het goede nieuws is dat aan alle nieuwe vuilnisbakken standaard een klein asbakje zit. Er is bovendien de mogelijkheid om een extra grote asbak aan de zijkant bij te plaatsen. Ik zal bij het antwoord een foto bezorgen ter verduidelijking.
IVAGO oordeelt of een vuilnisbak een extra asbak moet hebben, naargelang waar het nodig is, zoals bijvoorbeeld drukke openbaar vervoershaltes. Op andere plaatsen volstaat de standaard asbak.
Vandaag staan er al pakweg 12 vuilnisbakken met een extra asbak. Deze zijn geplaatst aan drukkere locaties, zoals bijvoorbeeld aan het winkelcentrum aan het Woodrow Wilsonplein.
Samengevat, de nieuwe vuilnisbakken zijn een antwoord op de peukenproblematiek en waar het probleem groter is, worden grotere asbakken voorzien. Met de peukencampagne die we in het najaar lanceren geven we hier uiteraard extra aandacht aan. Want die peuken geven echt geen proper beeld.
wo 21/04/2021 - 16:00Beste schepen,
Onze stad heeft heel wat kerken en een deel ervan zijn ook in het bezit van de stad. Zo kocht de stad in 2019 nog de Sint-Jozefskerk aan in het Rabot.
Heel wat van die kerken krijgen een buurtgerichte invulling: verenigingen in de buurt kunnen gebruik maken van de kerken.
Kerken zijn doorgaans grote en waardevolle gebouwen. Daar hoort wellicht een dure verzekering bij.
Als de Stad ruimte in een stadsgebouw ter beschikking stelt aan een gebruiker, is het principe dat de Stad instaat voor de brandverzekering die de eigenaarsrisico’s dekt, en dat de huurder instaat voor het afsluiten van een brandverzekering die de huurdersrisico’s dekt. De huurder moet een brandverzekering afsluiten voor de volledige waarde van het gehuurde goed, of voor de waarde van het deel van het gebouw dat gebruikt wordt, als dat deel brandwerend kan gecompartimenteerd worden.
Het bedrag van een dergelijke verzekering is bij de meeste stadsgebouwen eerder beperkt (gemiddeld 200-300 euro/jaar), en dus behapbaar voor een huurder.
Kerken zijn inderdaad gebouwen met een hoge nieuwbouwwaarde. Vooral door de combinatie met het feit dat kerken bovendien niet of moeilijk brandwerend te compartimenteren zijn en door meerdere gebruikers tegelijk gebruikt worden, bleek de kost om een kerk te verzekeren voor de huurders zeer hoog, zelfs indien de ruimte die de huurder inneemt eerder beperkt is. Het gaat om bedragen van 6.000 – 8.000 euro per jaar, en dit per huurder.
Omdat de Stad wil vermijden dat de kerken om die reden niet kunnen gebruikt worden of dat de huurdersrisico’s niet afdoende verzekerd zijn, hebben Dienst Vastgoed en de Juridische Dienst samen met Ethias, verzekeraar van de Stad, gezocht naar een oplossing om hieraan tegemoet te komen.
Uiteindelijk is er beleidsmatig voor gekozen om een algehele afstand van verhaal toe te staan t.a.v. occasionele en niet-occasionele gebruikers (kwaadwilligheid uitgesloten en niet van toepassing op de commerciële sector en/of doeleinden). Het inlassen van deze ‘afstand van verhaal’ in de patrimoniumpolis van de Stad (en de meerpremie die dit met zich meebrengt) is ten laste van de Stad. Dit betekent dat de Stad haar brandverzekering die de eigenaarsrisico’s dekt, uitbreidt met een ‘afstand van verhaal’ voor de huurdersrisico’s.
Concreet moeten huurders dus niet meer instaan voor het afsluiten van een verzekering voor brand- en aanverwante schade..
Voor het desgewenst verzekeren van de inboedel en indien een verzekering objectieve aansprakelijkheid verplicht is, dient de huurder zelf in te staan.
Op die manier is er een kostenefficiënte oplossing voor het probleem van de verzekering van kerken door huurders, en kunnen kerken verhuurd worden.
wo 21/04/2021 - 15:43