In de media wordt bericht over een overleg dat op donderdag 29 april heeft plaatsgevonden tussen minister Diependaele, het stadsbestuur, de architecten en de actiegroepen en dat zou geleid hebben tot een tijdsvenster van 8 weken waarbinnen 'de actiegroepen' de mogelijkheid krijgen om een alternatief voor het te bouwen paviljoen voor te stellen. We lezen ook dat er argumenten zijn tegen een tunnel onder het Sint-Veerleplein, een extra toegang naast de poort en aanpassingen aan de hoofdingang. De schepen liet weten dat een paviljoen rekening houdend met de adviezen nog steeds de beste oplossing is, maar dat het geplande paviljoen verkleind zou worden. De minister sprak over een 'doorbraak'.
Kan de schepen ons informeren over het overleg van 29 april? Wie nam deel, wat is besproken en wat is precies afgesproken? Wat is de impact op de verdere procedure naar aanpak en timing, en op de visie van het stadsbestuur?
Dit is inderdaad de eerste commissie na het overleg dat plaatsvond. Het vervolgoverleg dat Minister Diependaele organiseerde vond plaats op donderdag 29 april ll. in het VAC Gent en er werd ruim 4 uren tijd voor vrijgemaakt.
Naast minister Diependaele, schepen De Bruycker en ikzelf, hebben deelgenomen aan het gesprek:
Belangrijk was dat bij aanvang van het gesprek dat iedereen aan tafel het eens was over het basisuitgangspunt: we willen een Gravensteen dat integraal toegankelijk wordt voor mensen met een beperking en mensen die minder goed te been zijn. Alle actiegroepen waren het voor een eerste keer ook eens over deze toegankelijkheid.
Dit is ook een van de subsidievoorwaarden van Toerisme Vlaanderen.
In tegenstelling tot het eerste gesprek heeft het ontwerpteam niet het voorliggende plan toegelicht, maar hebben ze vooral het proces toegelicht hoe ze tot wat voorligt als beste oplossing zijn gekomen.
Ze hebben toegelicht welke afwegingen werden gemaakt om eventuele alternatieve pistes niet te weerhouden. De toelichting werd opgesplitst in twee delen, zijnde:
1. Het overbruggen van het hoogteverschil tussen het trottoir en het niveau in het Gravensteen (ca. 3-4 meter)
2. Het overbruggen van de hoogteverschillen binnenin het Gravensteen
De verschillende onderzochte pistes, de beperkingen (zowel qua erfgoed, als technisch en praktisch) waarop men stootte en de afwegingen die men heeft gemaakt werden uitvoerig toegelicht.
Zo kan een aanvaardbare hellingsgraad in functie van de toegankelijkheid niet worden bereikt zonder het aanzienlijk afgraven van de ondergrond van het poortgebouw, wat de proportie van het poortgebouw zou aantasten.
De afwegingen die werden gemaakt voor de tunnelvarianten gaan voornamelijk over het verstoren van het archeologisch bodemarchief en de aanwezigheid van micro-paalfunderingen onder de walmuur (tunnel Veerleplein) en de hoogte van de Hoofdbrug (tunnel waterzone). Daarnaast werden ook de aspecten veiligheid en vandalismegevoeligheid van een tunnel mee in overweging genomen.
Een extern gebouw in de zone poortgebouw, kant Veerleplein, werd niet weerhouden omwille van de beschikbare oppervlakte, de erfgoedwaarde van de walmuur en o.m. het zicht vanop het Veerleplein. Dat dit een visueel een “veel ingrijpender” scenario zou zijn, werd trouwens door iedereen aan tafel beaamd.
Daarenboven huisvest de voorliggende piste, zijnde een extern gebouw in de parkzone, ook andere functies die bij voorkeur buiten de walmuur georganiseerd worden om het erfgoed binnen het Gravensteen te ontlasten. Deze functies zijn een hedendaagse beperkte personeelsruimte en sanitair, een shop (die voor alle duidelijkheid vandaag ook bestaat -en maar liefst de helft van de ridderzaal inpalmt- én die ook de onthaalfunctie moet vervullen voor wie gebruik wil maken van de lift) en de hoogspanningscabine (deze moet hoe dan ook buiten de walmuur).
Er werd dan ook toegelicht dat een extern gebouw dat énkel in toegankelijkheid voorziet, zijnde uitsluitend een lift en een trap (brandweervereiste) + een onthaalfunctie, ongeveer 80m² zou beslaan. Dit is het noodzakelijk gegeven om effectief aan de slag te gaan.
Ook voor de lift die de verschillende verdiepingen toegankelijk moet maken werden de verschillende onderzochte pistes toegelicht. Andere positioneringen van de lift zouden niet dezelfde toegankelijkheid kunnen garanderen of zorgen voor een liftschacht binnenin de ridder- en wapenzaal.
Voor de lift binnenin zouden bovendien de houten zolderingen en moerbalken doorbroken moeten worden, wat niet omkeerbaar is.
Wanneer de lift langs de westgevel (waterkant) gepositioneerd zou worden, zou de liftopening mogelijks in historische schouwen binnenin terecht komen en het misschien nog meer iconische beeld van het Gravensteen van langs de waterkant aantasten.
Zowel voor het overbruggen van het niveauverschil tussen het trottoir en opperhof, als voor het overbruggen van de niveaus binnenin het Gravensteen werden dus heel wat afwegingen gemaakt en toegelicht: zowel op vlak van erfgoed, als technisch, esthetisch en praktisch.
Het was duidelijk dat een aantal afwegingen die werden gemaakt voor discussie vatbaar zijn. Het Agentschap Onroerend Erfgoed sluit dan ook niet uit dat er, eventueel mits het onderzoeken van bijkomende informatie of nieuwe elementen, alternatieve scenario’s mogelijk zijn die hun goedkeuring zouden kunnen wegdragen en ze zijn bereid deze te bekijken en op hun waarde te beoordelen.
Om die reden werd dus geconcludeerd dat de actiegroepen 8 weken de tijd krijgen om een alternatief scenario naar voren te schuiven. Dat scenario moet voldoen aan de doelstellingen van de projectdefinitie (integrale toegankelijkheid) en de toets van Toerisme Vlaanderen (subsidiërende overheid) en het Agentschap Onroerend Erfgoed doorstaan.
Als er een alternatief kan gevonden worden die aan deze criteria voldoet, werd toegezegd dat het alternatief in alle ernst in de schoot van het college zou worden besproken.
Als college staan we achter het voorliggend voorstel van het ontwerpteam als best mogelijke oplossing voor het Gravensteen. Het ontwerpteam werkt hierop ook verder. Zo kon het paviljoen, na het eerste gesprek, inderdaad nog met zo’n 25m² verkleind worden waardoor het nog zo’n 123m² of net geen 10% van de groenzone inneemt.
Wat de timing betreft, zullen we uiteraard geen verdere formele stappen in het project zetten alvorens een aangereikt alternatief werd onderzocht.
di 11/05/2021 - 08:23