Op 23 januari verscheen in de pers naar aanleiding van een getuigenis op sociale media dat homofobie nog steeds een feit is. Het incident gebeurde weliswaar op de trein van Aalst naar Gent, maar ze geven ook aan in de pers dat de politie van Gent hun aangifte over dit voorval de volgende dag “relativeerde” en het verhaal enkel genoteerd werd. De politie geeft tevens aan eigen boezem te kijken: “De korpschef onderzoekt welke politiedienst iets gedaan heeft en vooral, wat ze niet gedaan hebben. Als het voor de eerste politiedienst duidelijk was dat dit een dossier ‘slagen’ was, dan hadden zij die klacht moeten activeren. Dit is absoluut niet oké, want hier is mogelijk homofoob geweld mee gemoeid. Wij willen niet het gevoel geven aan de mensen dat ze niet welkom zijn bij de politie.”
Het koppel geeft duidelijk aan dat naar de politie stappen een grote drempel om te overwinnen was. Joram getuigde als volgt ““Ik ben kwaad omdat homofobie in België nog steeds gereduceerd wordt tot individuele feiten of wordt toegeschreven aan bepaalde bevolkingsgroepen terwijl de dader gewoon wit was (...). Deze fysieke aanval was misschien niet alledaags, maar intimidaties zijn dat wel. En ze komen van alle kanten”, schrijft hij op Instagram.”
- Hoe gaat u als schepen van gelijke kansen en bevoegd voor het lgbtqia+ beleid om met dergelijke signalen?
- Worden er in de toekomst vanuit Stad Gent nog campagnes/acties uitgerold mbt de aanpak van gaybashing?
- En welke andere beleidsacties mbt dit thema zijn er de komende tijd nog voorzien?
Het zijn barre tijden voor de mensen voor de regenbooggemeenschap, hun familie en hun geliefden. Toen u uw vraag indiende, was er van de dood van David P. nog geen sprake. Ondertussen zijn we allemaal geschokt door wat er is gebeurd. We wáren dat al, door de getuigenis van het voorval op die trein. We stellen vast dat dit regelmatig gebeurd. Wat David P. is overkomen, kwam daar als een mokerslag bovenop. We moeten de uitspraken verder afwachten maar er is het vermoeden dat er homohaat mee gepaard ging.
Maar ik kan u zeggen: de verontwaardiging over dit soort incidenten , die is als brandstof voor het vuur van onze strijd tegen discriminatie. Tegen álle vormen van discriminatie. Ieder incident is een wake up call. We zijn er duidelijk nog niet, als mensen omwille van wie ze zijn en wie ze lief hebben, nog steeds door sommigen niet aanvaard worden en zelfs geconfronteerd met verbaal en fysiek geweld, we mogen dat niet aanvaarden. Ik begrijp dat gewoonweg niet.
We moeten die strijd dan ook keihard blijven voeren, allemaal samen, op alle vlakken. Ons ‘Actieplan Antidiscriminatie en Antiracisme’ zit vol met acties, dat weet u. Net omdat we niet wachten op de zoveelste wake up call om beleid te voeren. En het toeval wil, dat we gisteren nog een Webinar hebben georganiseerd, samen met collega Elke Decruynaere, over de aanpak van discriminatie in het onderwijs – een voorloper van een ruimere studiedag in het najaar. Want dat vraag ik mij in dit geval ook meteen af: waar is het in hemelsnaam onderweg fout gegaan met die jonge mensen wanneer zij op een bepaald moment overgaan op verbaal of zelfs fysiek geweld? Ieder van ons, elke beleidsmaker, elke vereniging, elk bedrijf, elke school, heeft een maatschappelijke rol te spelen, om er voor te helpen zorgen dat we zo’n dingen nooit meer meemaken. Elk individu heeft een rol te spelen, maar ook op het collectieve niveau moeten we er voor zorgen dat dit niet meer gebeurt. Bondgenoten is dan ook de kern van ons actieplan antidiscriminatie en antiracisme.
Dit gezegd zijnde, kom ik tot de antwoorden op vragen.
1) Hoe gaat u als schepen van gelijke kansen en bevoegd voor het lgbtqia+ beleid om met dergelijke signalen?
Ja, als schepen krijg ik zeer regelmatig signalen, onder andere uit het ‘Regenboognetwerk’ in onze stad. De getuigenis van de persoon van dat incident op de trein heb ik zelf gezien op sociale media; We hebben binnen het college ook de afspraak om dergelijke signalen aan elkaar door te spelen, en ik heb dat meteen aan de burgemeester bezorgd, met de vraag dit te bespreken met de korpschef. Ze zijn daar beide meteen mee aan de slag gegaan, ze vinden dit een zeer ernstig signaal. Zo vinden we elkaar zo veel mogelijk in een bondgenootschap tegen discriminatie. Daar moeten we, zoals gezegd, blijven werk van maken. Dat bondgenootschap kan niet groot genoeg zijn…
Als het gaat over de aanpak van haatmisdrijven gaan we voor een ketenaanpak in onze stad. In het zogenaamde ‘Vijfhoeksoverleg’ zit de Stad Gent samen de politie, het parket, Unia en çavaria, ter preventie van én opvolging van haatmisdrijven.
In het geval van deze case nam de referentiepersoon haatmisdrijven contact op met de slachtoffers, waarop ook Unia contact opnam met de referentieambtenaar. Unia krijgt dan het pv-nummer zodat zij hun rol kunnen spelen ten aanzien van de politie, de slachtoffers en het parket. Binnen de politie onderzoekt de Dienst Intern Toezicht wat de rol geweest is van (vermoedelijk) de federale Spoorwegpolitie, en van het onthaal van de eigen Politiezone Gent. De politie liet me ook weten dat het intern onderzoek nog steeds lopende is.
Daarnaast is de politie ook aan het bekijken wat er mogelijk is om in de toekomst haatmisdrijven (waaronder ook homofoob en transfoob geweld) op een zo’n professionele en kwalitatieve mogelijke manier te laten opvolgen door speciaal opgeleide medewerkers.
De politie is ook volop bezig met het evalueren van het meldpunt homo en transfobie. Want: ondanks campagnes blijft de aangiftebereidheid laag. Onze politie stelt vast dat de opname van een klacht vaak goed verloopt, maar – spijtig genoeg - soms ook minder goed. In zo’n geval worden in tweede instantie politiemedewerkers met meer kennis ter zake ingeschakeld. Hoe dan ook: een beter ‘onthaal’ van bij de start, zou de meldingsbereidheid ongetwijfeld gaandeweg verhogen.
De referentieambtenaar van de politie kreeg van de korpsleiding het mandaat om de werkwijze van Nederland te implementeren in Gent, in combinatie met het Gentse systeem van ‘onthaal op afspraak’. Er werd met het netwerk ‘Roze in Blauw’ van de Nederlandse politie contact opgenomen om te zien hoe zij dit aanpakken (zowel praktisch als inhoudelijk). Binnen de Politiezone Gent is er ook intern overleg met de sleutelfiguren inzake onthaal en meldpunt, voor het uitwerken van de praktische organisatie.
Dit alles om u mee te geven welk ‘raderwerk’ er in gang treedt, als we signalen ontvangen.
2) Worden er in de toekomst vanuit Stad Gent nog campagnes/acties uitgerold m.b.t. de aanpak van gaybashing? 3) En welke andere beleidsacties m.b.t. dit thema zijn er de komende tijd nog voorzien?
U vraagt me of er nog campagnes of acties worden uitgerold rond gaybashing, en welke beleidsacties er nog gepland staan. Dat zijn er heel wat.
Er zitten daarnaast, zoals ik al zei, nog veel acties in ons Actieplan Antidiscriminatie en Antiracisme, zoals
U ziet, collega Temmerman: de strijd tegen discriminatie, racisme, intimidatie en haatspraak, die voeren we samen, fors en op vele fronten. Wat in het bijzonder de intimidatie van niet-hetero mensen betreft: liefde is liefde in onze stad, punt. Het is en blijft onaanvaardbaar dat mensen dit moeten meemaken, anno 2021. Maar mijn boodschap aan die mensen is duidelijk: jullie staan er absoluut niet alleen voor, want we voeren die strijd in de eerste plaats samen met jullie.
do 18/03/2021 - 08:06Vorig jaar tijdens de grote vakantie werd voor de eerste keer zomerscholen georganiseerd om de leerachterstand te verhinderen.
De leerlingen kregen een leertraject op maat, gekoppeld aan sport en spel.
Hoe heeft men de zomerscholen ervaren ?
Zal men in de komende zomervakantie terug zomerscholen organiseren ?
Dank u wel collega voor uw vraag.
Het is zo dat vorig jaar de eerste keer was de zomerscholen zijn opgezet. We hadden in Gent wel al eerder de zomerkampen vanuit de brede schoolwerking. Maar via de zomerscholen hebben we toch 357 leerlingen bereikt in 9 verschillende zomerscholen en 45 klassen, uit voornamelijk de kansarme milieus. Wat ook echt wel de bedoeling was. Dit was een van de grote opdrachten om kinderen die in een kwetsbare omgeving opgroeien en vandaaruit minder kansen hebben, te bereiken. Ik kan zeggen dat we op dat vlak in elk geval positief kunnen evolueren. We hebben zeker de beoogde doelgroep bereikt.
Wat wel minder evident bleek te zijn, het is nochtans wel de bedoeling van de zomerscholen om echt te gaan remediëren op vak inhouden, bijvoorbeeld door heel gericht te gaan bijwerken op wiskunde of als een leerling achterstand heeft op Frans, om daar op te gaan werken. Dat is minder evident omdat je daar echt een schoolse context voor nodig hebt en het blijft wel de zomervakantie. Misschien dat je beter de focus legt tijdens de schooluren en tijdens het schooljaar om dat te doen, want in alle eerlijkheid, alle kinderen en alle leerlingen hebben nood aan en recht op vakantie.
De zomerschool op zich kan wel zeer verrijkend werken. Het zal kwestie zijn van een goed evenwicht te vinden tussen het schools remediërende en het verrijkende en ontspannende karakter van een zomerschool. We hebben onze eigen evaluatie gemaakt in Gent. Het bereiken van de doelgroep was zeker positief, maar er zijn wel een aantal inhoudelijke aandachtpunten naar voren gekomen. Wat ik vooral hoop is dat we meer tijd krijgen om dit goed voor te bereiden en dat er vanuit Vlaanderen ook middelen voorzien worden voor de coördinatie. Nu werd het volledig bij de scholen gelegd om in te tekenen op de oproep. In alle eerlijkheid, wij hebben de scholen ongelooflijk moeten motiveren om in te tekenen op de oproep. Hadden wij die rol niet gespeeld en hadden we dit niet heel actief vanuit de stad op ingezet, dan kan ik u meegeven dat er slechts een handvol zomerscholen waren geweest in Gent en de resultaten veel minder goed en groot waren geweest.
Ik hoop dat we daar ook erkenning voor krijgen van de Vlaamse overheid en een ook middelen om het geheel te kunnen coördineren. Want het alleen maar bij de scholen leggen, zal niet de resultaten geven waarop men hoopt.
We zijn benieuwd naar het kader dat er eind maart zou komen en we hopen dat dat ons de mogelijkheid geeft om hier inderdaad een vervolg aan te breien.
We hebben alvast onze evaluatie overgemaakt, ook aan de Thomas Moore school die in opdracht van de Vlaamse overheid een evaluatie maakt voor heel Vlaanderen.
Via VVSG waren we ook betrokken bij de uitwerking van de inspiratiegids zomerscholen.
In De Morgen verscheen onlangs een frappante titel: "Minst ervaren leraars staan voor kwetsbaarste klassen: Een van de drama’s van Vlaams onderwijs".
Als je verder leest, kom je te weten dat de link wordt gelegd met de vlakke loopbanen in onderwijs en de weinige kansen tot promoveren, behalve door schooldirecteur te worden.
Nochtans stelt het artikel dat de tevredenheid over het lerarenberoep niet laag is, maar dat er vandaag weinig incentives zijn voor ervaren leerkrachten om les te geven in grootstedelijke contexten. Voor haast hetzelfde loon wordt daar veel meer van je verwacht.
Het “verlaten van de stad” wordt voor leerkrachten een vervolgoptie in hun loopbaan, door naar scholen te gaan met een minder divers publiek, naar de meer “gemakkelijke” scholen.
Hebt u zicht op de uitstroom in het Stedelijk Onderwijs? Ervaart ook het SOG het patroon dat ervaren leerkrachten de stad verlaten om buiten Gent aan de slag te gaan?
We hebben ervaren leerkrachten nodig in ons Gentse onderwijs. Wat onderneemt u om hen hier te houden?
En laten we eerlijk zijn, we moeten ze eerst hebben om ze te kunnen houden. Wat onderneemt u om de instroom te vergroten?
Het is niet evident om hier cijfermateriaal over te verzamelen. We hebben toch een poging gedaan. Binnen het stedelijk onderwijs zijn we gaan kijken naar de uitstroom. Wat we niet kunnen doen is uit de statistieken halen of dat mensen het onderwijs definitief verlaten hebben of ze in een andere stad of gemeente starten, of voor een andere inrichtende macht gaan werken.
Wat ik je wel kan meegeven is dat het percentage van de uitstroom per schooljaar tussen de 7-8% schommelt. Behalve vorig schooljaar, dat was de helft hiervan. Dit is een opvallende terugval, wat positief nieuws is. Deze cijfers geef ik wel met groot voorbehoud, want bijvoorbeeld de gepensioneerde zitten daar ook in en uiteraard heeft dit niet te maken met de motivatie. Maar zoals gezegd, het is echt niet simpel om hier met het juiste cijfermateriaal te kunnen werken.
Wel halen we uit de gesprekken in kader van loopbaanbegeleiding een drietal redenen die leerkrachten geven op het moment dat ze stoppen of als ze overwegen om te stoppen.
Een eerste is het gebrek aan steun door leidinggevende en/of collega’s, de werkcultuur en sfeer, het gevoel één team te zijn op school en ook op elkaar te kunnen leunen. Dat blijkt ook uit breed Vlaams onderzoek een belangrijk knelpunt. Dat is ook dé reden dat we binnen het stedelijk onderwijs heel hard inzetten op leiderschapstraining en het belang van een directie voor het team en ook het echt in team gaan werken. De tijd dat de leerkracht koning was in zijn klas, maar surtout lesgaf en er weinig contact of samenwerking met de andere collega’s was, dat willen we toch echt achter ons laten. Teams en leerkrachten kunnen zoveel sterker zijn als ze samenhangen en samenwerken. Dat is ook een stukje cultuur die moet veranderen.
Daar wordt volop aan gewerkt, maar dat is zeker een pijnpunt.
Een tweede is dat men vaak aangeeft dat de reden waarom men in het onderwijs gestapt is, de leerlingen vooruit krijgen, het lesgeven op zich, dat dit ondergesneeuwd geraakt. Dit onder allerlei andere beslommeringen en taken waar leerkrachten tijd aan moeten geven.
Dat is een tweede belangrijke punt en dat steun ik ook. Laat onze leerkrachten terug lesgeven. Dat is hun kern en hun core business. Van daaruit dat we veel initiatieven ontwikkelen, zowel met het onderwijscentrum als ook als inrichtende macht, waar we heel veel zaken op centraal niveau proberen te organiseren en faciliteren. Zodanig dat leerkrachten en schooldirecties minder met praktische beslommeringen en administratie moeten bezig zijn en zich zoveel mogelijk op de leerling en hun kerntaak kunnen richten.
Het klopt dat die uitdagingen en noden in de grootstedelijke context zeker groter zijn. In die zin valt er zeker iets voor te zeggen om net de meest ervaren leerkrachten in die contexten in te zetten. Ik denk dat het goed is om met die vaststelling verder aan de slag te gaan. Wat ik gelukkig wel merk is dat die grootstedelijke context ook wel leerkrachten aantrekt, die daar heel bewust voor kiezen en dat met heel veel engagement doen en zich ook verdiepen in een aantal thema’s zoals bijvoorbeeld meertaligheid. Die met heel veel liefde en enthousiasme zich wijden aan hun job, net in die grootstedelijke context.
Dus in die zin zien we ook dit effect, maar daar blijft wel de vraag naar ondersteuning als het gaat over die grootstedelijke uitdaging. Dat is ook een van de redenen waarom dat we daar met het Onderwijscentrum Gent heel hard op inzetten. Hier maak ik het bruggetje van het stedelijk onderwijs naar het Onderwijscentrum Gent, wat het team “Leraar in Gent” gestart is. Zij gaan op de twee sporen heel hard inzetten. Het reclame maken voor de job, de instroom verhogen en als tweede, de leerkrachten soigneren. Dat gaat over ze voorzien van de nodige tools om hun job goed te kunnen doen, maar ook iets waar we sterk in geloven, elkaar in contact brengen en op die manier ervoor zorgen dat het sterke teams worden.
-
De homofobe moord op een man in Beveren, gepland in de val gelokt door een groepje jongeren, is bijzonder schokkend. Opvallend is ook de jonge leeftijd van de daders. Het gaat om nog leerplichtige jongeren.
Naar aanleiding van de moord was er o.a. de getuigenis van een jongedame die enkele jaren geleden als scholiere systematisch op een Gentse school gepest werd door een aantal schoolgenoten omdat ze lesbisch was. Dit leidde o.a. ook tot een gewelddadig incident in het Citadelpark, met vuistslagen in het gezicht en schoppen in de buik. Het meisje deed aangifte van de geweldpleging bij de politie, maar daar was de slotsom – na verhoor van de vermeende daders – dat er geen bewijzen waren. Ook de school besloot op geen enkele manier in te grijpen en het meisje moest dag in dag uit haar belagers zien. De jongedame belandde in een depressie en stopte met school in Gent.
Dergelijke feiten zijn uiteraard onaanvaarbaar. Het gaat ook verre om een alleenstaand feit: 4 op 10 Vlaamse LGBTQ+ jongeren voelen zich niet veilig op school, meer dan 50% wordt op school geconfronteerd met verbaal geweld, en meer dan 25% met fysiek geweld, zo leert recent onderzoek van Çavaria.
De nieuwe beleidsnota gelijke kansen kondigt aan dat via het Regenboognetwerk op zoek zal worden gegaan naar mogelijkheden voor acties zodat LGBTQ+ jongeren een veiliger klimaat beleven op school.
Vandaar mijn vragen:
Allereerst mevrouw Sleurs, op u vraag naar cijfermateriaal. Het kwam daarnet ook al aan bod tijdens de eerste vraagstelling door collega Temmerman.
Als er aangifte gedaan wordt na een incident, blijk het jammer genoeg heel moeilijk te zijn om er uit of er ook sprake is van gaybashing of het gaat het over homofobie. Ik ben het absoluut met u eens dat dat wel nodig is.
Het zou een goede zaak zijn, mochten er meer cijfers zijn. Maar dat is wat betreft de Gentse scholen niet het geval, wat betreft het onderwijs in Vlaanderen niet het geval en ook buiten het onderwijs is dit niet het geval. We zitten daar echt nog met een data probleem.
Wat betreft het welzijn van deze jongeren, wil ik me zeker engageren om te kijken hoe we dat nog beter in kaart kunnen brengen. Ik zal me daar beraden over bijkomende acties.
Wat uw derde vraag betreft, daar kan ik u verwijzen naar een onderzoek dat we heel recent gedaan hebben. Het DISCO onderzoek, waar collega De Bruycker daarnet ook al naar verwezen heeft in het kader van de webinar gisteren over discriminatie in onderwijs.
Aan het DISCO onderzoek hebben bijna 2.000 leerkrachten meegewerkt uit het basis- en secundair onderwijs, over alle netten in Gent heen.
We hebben heel breed gemeten en leerkrachten zelf bevraagd over hoe dat zij staan ten opzichte van diversiteit. We hebben ook hun houding en attitude ten opzichte van gender en holebiseksualiteit gemeten.
De conclusie van de onderzoekers is de volgende, dat de attitude van leerkrachten zowel in basisonderwijs als in secundair onderwijs heel positief is. In het bijzonder over transgender springen ze er zelfs uit tegenover de rest in Vlaanderen. De leerkrachten geven aan dat ze daar geen enkel probleem in zien, willen aan dit thema ook aandacht besteden en ze staan hier positief tegenover.
Dat was wel opvallend, in het bijzonder als het ging over transgender leerlingen, maar eigenlijk in het algemeen. Ze waren positief ten opzichte van gender en holebiseksualiteit en men scoorde zichzelf ook goed over hoe dat men daar mee omgaat.
De onderzoekers plaatsten hier wel enkele vragen bij en gaven aan dat waar de attitude heel positief is, dat ze in de praktijk soms wel enige handelingsverlegenheid merken.
Ze merken dat het toch niet voor elke leerkracht even evident is en dat niet elke leerkracht goed weet hoe, als er zich bijvoorbeeld een conflict voordoet, zij moeten reageren. Ze gaan het soms uit de weg gaan om een stukje erger te voorkomen, maar dat is in deze zeker niet de goede oplossing.
Daar dient echt nog wel aan gewerkt te worden. Het is ook daarom dat wij een aantal trajecten aangaan. In samenwerking met UNIA loopt er een begeleiding. Er loopt ook een initiatief samen met Cavaria. We willen via Kliq, een educatief aanbod, gaan kijken wat we op scholen nog meer kunnen opzetten van trajecten van begeleiding voor leerkrachten om verder aan die handelingsverlegenheid te gaan werken.
Het positieve is in elk geval dat wat betreft de attitude en de houding van de leerkrachten, dit wel zeker goed zit.
Wil dat zeggen dat er geen problemen zijn? Helaas niet. Wat gebeurt er dan als er sprake is van gaybashing of van pestgedrag op basis hiervan? Dan wordt er heel casusgericht gewerkt. Ik denk dat geen enkele situatie dezelfde is. Er wordt dan gekeken naar wat er precies gebeurt is. Er wordt in gesprek gegaan met de leerlingbegeleiders, klasleerkrachten, CLB-medewerkers. Soms moeten we ook ten gevolge hiervan maatregelen treffen tegen andere leerlingen of tussenkomsten die worden daar dan besproken.
Daar wordt echt op gewerkt en gehandeld en het wordt heel ernstig genomen.
Mijnheer de Schepen,
In Gent zijn er reeds sociale kruideniers gestart, zoals op Sint-Amandsberg en aan het Rabot. Momenteel zijn er op de wijk Muide-Meulestede werken aan de gang om een nieuwe sociale kruidenier te openen. Hoogstwaarschijnlijk is inderdaad in deze buurt, net zoals in een aantal andere wijken, dit een mooie oplossing voor Gentenaars die het minder breed hebben en op deze manier gezonde voeding kunnen kopen.
Vragen:
- wanneer is de opening van deze sociale kruidenier voorzien?
- zal iedereen in deze winkel terecht kunnen en wordt er een divers aanbod voorzien?
- hoe zal het winkelconcept er uitzien en kunnen buurtbewoners ook in de werking betrokken worden?
- kan er eventueel ruimte voor ontmoeting voorzien worden?
- komen er op korte termijn nog sociale kruideniers in andere Gentse wijken? Zo ja, onder welke vorm en wie zal deze uitbaten?
-De opening van de solidaire buurtwinkel in Muide Meulestede is voorzien in april 2021. De exacte datum wordt eerstdaags vastgelegd. Dit zal ruim bekend gemaakt worden via pers, sociale media en lokale advertenties. Via sociale partners uit de buurt zullen de sociale klanten toe geleid worden.
De opstart van deze solidaire buurtwinkel is mee mogelijk gemaakt met projectmiddelen uit het Sociaal Innovatiefonds.(collega Astrid DB)
-In deze solidaire buurtwinkel zal iedereen uit de buurt welkom zijn. Er zal gewerkt worden met een gedifferentieerd tariefsysteem zodat personen en gezinnen die financieel kwetsbaar zijn aan een verminderd tarief, inkopen kunnen doen. Er wordt hiervoor een niet-stigmatiserend systeem geïntroduceerd, waarmee mensen met een financiële kwetsbaarheid zich kunnen identificeren. Daarnaast wordt er specifiek ingezet op het bereiken van buurtbewoners voor wie mobiliteit, een probleem is. Om deze mensen te bereiken, zal ook samengewerkt worden met een complementair project van Samenlevingsopbouw omtrent levering van boodschappen aan huis.
Dit is dus een ander soort winkel dan een sociale kruidenier, waar enkel mensen met een beperkt inkomen en op doorverwijzing, een basisaanbod aan voeding, onderhouds- en verzorgingsproducten, kunnen aankopen tegen een sterk verminderd tarief.
Aanbod en winkelconcept:
-Er zal een ruim en kwalitatief assortiment aan levensmiddelen (voeding, onderhoud en hygiëne) beschikbaar zijn, waarbij zo veel als mogelijk ingespeeld wordt op de evolutie naar een duurzame voedingsketen. Het principe van de korte keten wordt ook zoveel als mogelijk toegepast.
De winkel streeft naar de uitstaling van een echte buurtwinkel met kwalitatieve en gezonde producten en een vriendelijke, buurtgerichte werking.
Betrokkenheid van buurtbewoners:
-Buurtbewoners zullen samen met kwetsbare werkzoekenden (arbeidszorg en tijdelijke werkervaring) de draaiende krachten zijn in de werking van de winkel. Daarnaast wordt er gewerkt met een inspraakmodel waarbij de buurt mee de ontwikkelingen van de winkel zal bepalen. De buurt werd ondertussen reeds bevraagd omtrent de inrichting en het aanbod in de winkel.
Ontmoeting:
-In de solidaire buurtwinkel komt er in samenwerking met buurtpartners zoals Samenlevingsopbouw een ontmoetingsplek voor klanten en andere buurtbewoners.
Nog andere Sociale Kruideniers:
-We hebben twee sociale kruideniers in Gent, met verschillende werkingsgebieden: Sociale Kruideniers vzw in Rabot, met momenteel een mobiele werking in Ledeberg, de Watersportbaan en Nieuw Gent. En Sivi in Sint-Amandsberg met een mobiele werking in de kanaaldorpen en Scheldeoord.
In 2021 start het experiment om op vier plaatsen met een mobiele sociale kruidenier (Watersportbaan, Nieuw-Gent, Gentbrugge-Ledeberg en Scheldeoord) te werken met een marktwagen.
Binnen het traject materiële hulp en met de betrokken partners proberen we zo langzaam te groeien naar een mooie spreiding van (betalende) sociale kruideniers en (gratis) voedselondersteuning overheen de stad
do 18/03/2021 - 08:19-
Enkele jaren geleden ontwikkelde de vzw De Rand het initiatief ‘taaliconen’. Deze taaliconen geven aan welke kennis van het Nederlands nodig is om een bepaalde activiteit comfortabel te kunnen volgen. De symbolen kunnen gebruikt worden om culturele, sportieve of andere activiteiten in het Nederlands op ieders maat terug te vinden. In Brussel en Vlaanderen worden de taaliconen ondertussen al door meer dan 200 organisaties gebruikt. De bedoeling is zo bij te dragen aan de integratie van anderstaligen.
Ook In-Gent biedt op zijn website informatie aan over deze ‘taaliconen’, inclusief een aanbod van een gratis infosessie en alle benodigde materiaal voor organisaties die er gebruik van willen maken.
Vandaar mijn vragen:
Bedankt om via uw interessante vraag de taaliconen eens onder de aandacht te brengen.
Taaliconen zijn 4 beschikbare symbolen om te gebruiken bij Nederlandstalige vrijetijdsactiviteiten, zoals sport- of cultuuractiviteiten. Organisaties kunnen ze bijvoorbeeld gebruiken op hun website, op flyers, of in een UiT-databank.
Ik vind de taaliconen een goed instrument en dat op 2 vlakken.
Want het aanbieden van oefenkansen Nederlands in onze alledaagse bezigheden is een opdracht waar de ganse maatschappij haar schouders onder moet zetten. Als je een nieuwe taal leert, dan leer je dat maar voor 20% in een schoolcontext (in dit geval in de lessen NT2 voor anderstaligen) en de resterende 80% leer je vooral door te oefenen, te spreken, kortom te participeren aan het dagdagelijkse leven en daarin is het krijgen van oefenkansen Nederlands essentieel. Ook in de samenwerkingsovereenkomst tussen de stad en In-Gent geven we aandacht en middelen aan oefenkansen Nederlands. Veel anderstaligen geven namelijk aan dat ze die oefenkansen onvoldoende krijgen. Ze twijfelen ook of hun kennis van het Nederlands voldoende is om te kunnen deelnemen. Ze vragen zich af: ‘Zal ik de begeleider verstaan?’, ‘Moet ik veel praten?’, ‘Ben ik welkom?’ En de taaliconen helpen hen over die drempel. Want een taal leer je dus vooral door te participeren, maar daarvoor moet je ook de kans krijgen om te participeren. Moet je je welkom voelen. Dus participatie bevordert het Nederlands leren en dus ook integratie. Zo kijk ik er alvast naar.
De taaliconen zijn dan ook niet toevallig ontwikkeld door het Huis van Nederlands in Brussel. Brussel als de plek waar veel anderstaligen, maar evengoed Franstaligen graag Nederlands willen leren en op zoek gaan naar plekken waar ze Nederlands kunnen oefenen en oppikken. Het is pas later dat vzw De Rand er ook mee aan de slag is gegaan.
Hier op Gents grondgebied is In-Gent in 2020 gestart om met zoveel mogelijk Gentse organisaties te overtuigen om met de taaliconen te werken. 2020 is dus een beetje een testjaar geweest, en dan nog eens in corona.
In-Gent 2 bood vormingen aan in open aanbod voor organisaties. Tijdens deze vormingen krijgen organisaties meer informatie over wat taaliconen zijn en hoe ze die kunnen gebruiken in hun organisatie. Voor de eerste sessie waren 16 organisaties ingeschreven en namen er 13 deel. De 2de sessie werd echter geannuleerd omwille van corona. In-Gent besloot – naast de vormingen in open aanbod – ook nog 1 op 1 gespreken met organisaties aan te gaan. Zo hadden ze met 6 organisaties gesprekken. Daarnaast wordt ook in andere vormingen rond taal- of diversiteitsbeleid van IN-gent informatie gegeven over de taaliconen.
Tot nog toe leverde dit concrete samenwerkingen op met onder meer het Huis van Alijn/Industriemuseum, het Design Museum Gent, het Festival van de Gelijkheid, Belmundo festival.
Daarnaast vonden ook gesprekken plaats met een centrum voor volwassenenonderwijs, Diversiteitswerf Cultuur die de taaliconen bekend maakten bij musea en bibliotheken, het STAM en het Museum voor schone kunsten.
Daarnaast gebruikt In-Gent uiteraard zelf ook taaliconen voor eigen activiteiten. Walk the talk.
De introductie van taaliconen bij onze eigen groep staat op de planning in 2021. Twee concrete pistes zijn (1) het vrijwilligerspunt waarbij ze de toegankelijkheid van vrijwilligersvacatures willen verhogen door taaliconen aan elke vacature toe te voegen, en (2) Uit in Gent: de website van Uit In Gent is verouderd waardoor het nu nog niet lukt om de taaliconen kwalitatief te gebruiken. Maar de plannen liggen klaar om taaliconen op te nemen op de nieuwe Uit in Gent – website.
Als schepen evalueer ik dus de taaliconen voorlopig positief, maar er is lokaal nog veel ruimte om hierin te groeien. We merken dat veel organisaties interesse hebben, maar taaliconen ook geen wondermiddel zijn. Het gebruik van taaliconen vraagt wel een degelijk een zekere inspanning van organisaties of evenementen om actief aan de slag te gaan en ook effectief die oefenkansen Nederlands te creëren voor anderstaligen. Voor sommige organisaties is dat echt nog zoeken, want het verplicht hen in zekere zin om een bredere denkoefening te maken en hun eigen aanbod onder de loep te nemen. Is ons aanbod toegankelijk voor mensen die Nederlands leren? Zo neen, hoe doen we dat dan? Moeten we ons aanbod aanpassen? Als een organisatie een icoon gebruikt, dan geldt dus wel de voorwaarde dat ze hier ook effectief mee aan de slag gaan en bijvoorbeeld ook helder communiceren in het Nederlands om dat publiek te bereiken. Vandaar dat IN-Gent bij nieuwe gebruikers van de taaliconen ook duidt op het belang van een breder taal- en diversiteitsbeleid. Hiervoor kunnen ze steeds op IN-Gent rekenen voor ondersteuning.
Dus samenvattend: we zijn er mee bezig en zien nog mogelijkheden om hierin te groeien.
do 18/03/2021 - 08:08Mevrouw de Schepen,
We hebben allemaal kunnen vaststellen wat een meerwaarde Covitesse 6 in deze moeilijke tijden geweest is voor de Gentenaars, en hoe de culturele spelers deel van de oplossing waren om eenzaamheid tegen te gaan. Veel Gentenaars konden een telefoontje doen, zorginstellingen werden gebeld, en de online-activiteiten en de deur-aan-deurinterventies werden echt op prijs gesteld. Velen onder ons konden gewoon weer eens lachen, eventjes zonder zorgen zijn.
We weten allemaal dat het covid-tijdperk nog niet voorbij is, en dat iedereen met ongeduld wacht op zijn of haar beurt om het ‘vaccin van de vrijheid’ te krijgen.
Maar, initiatieven zoals covitesse 6 kunnen ook buiten coronatijden georganiseerd worden. Deze laagdrempelige initiatieven brengen cultuur dichter bij die Gentenaars waarvoor de drempel nog te groot is om een cultuurhuis of concertzaal binnen te stappen. Cultuur is een middel tegen verzuring en isolement, en covitesse 6 heeft bewezen dat het ook anders kan.
Komt er een vervolg op Covitesse 6 en indien zo, hoe wordt dit aangepakt?
Bedankt voor de vraag. Terecht ook, we kregen veel positieve reacties over dit initiatief van onze culturele sector i.s.m. buurtwerk -maar ook wijk- en sociale regie, straathoekwerk, antennewerkers van LDC’s, ...aanwezig in de wijken dicht bij de mensen. Als je kijkt naar de coronacrisis dat die sterkte van keuze van nabijheid om dicht bij de wijken bij de mensen te zijn, dat zich ook heeft bewezen. Een fantastische creatieve samenwerking met artiesten, dat soms letterlijk en figuurlijk voor vuurwerk zorgde.
Covitesse 6, het belburo en de intergenties zijn eigenlijk specifiek op poten gezet om Gentenaars een extra hart onder de riem te steken in de donkere coronadagen, in de coronawinter die nu toch stilaan achter de rug is. Gestart op 1 december met het Belburo, de laatste Intergenties waren half februari. Zij hebben alle Gentse wijken aangedaan op slechts 2 maanden tijd. Veel warmte, verstrooiing, zottigheid verspreid- maar ook echt een krachttoer geleverd met heel wat mensen die zich daarvoor hebben ingezet
Er is geen groot slotmoment opgezet met Covitesse 6. We wouden er niet zomaar een punt achter zetten, net omdat we zien dat er meer dan ooit een grote nood is aan zo’n warme en schone initiatieven. Ik heb gevraagd aan dienst OTV (waaronder buurtwerk onder valt) om het gesprek met het Gents Kunstenoverleg verder te zetten, te kijken hoe ze zelf de acties evalueren en hoe we op dit elan verder kunnen. Ik ben ervan overtuigd dat de creatieve ideeën van Gentse artiesten en vrijwilligers zeker inspirerend werken voor onze buurtwerkers om hun job te kunnen om-denken; om mensen in hun kot coronaveilig te bereiken. Tegelijk kennen de buurtwerkers de straten en pleinen, en de mensen achter de gevels, als geen ander en kunnen ze heel gericht de acties begeleiden. We willen hier dus zeker op dat spoor verder denken.
Na de Intergenties hebben de artiesten even moeten bekomen van zo’n krachttoer. Stel je voor:
Daarnaast zijn er andere deuren opengegaan in het passeren en zij er zo ook nog een 300-tal ‘freestyle’ intergenties gebeurd.
Het Gentse Kunstenoverleg heeft de inspanningen intussen ook geëvalueerd, samen met de betrokken stadsdiensten. Wat ze leren uit Covitesse6, uit het belburo, uit de Genteniers. En hoe ze in het voorjaar nog sterker de handen in elkaar kunnen slaan. Bv hoe kan het bereik toch nog diverser? Hoe kan er nog meer op maat van de buurt gewerkt worden?
De voorbije weken is het Kunstenoverleg intussen ook al aan het zoeken met de buurtwerkers wat kan werken voor een volgende samenwerking. Bij beide is er veel enthousiasme om zo’n samenwerking en versterking verder te zetten. Cultuur is echt een deel van de oplossing om deze coronatijden goed door te komen.
De buurtwerkers en artiesten leren elkaar beter kennen, leren meer van elkaar en zoeken nu naar een vervolgtraject waarbij ze elkaar nog doeltreffender kunnen aanvullen.
Op korte termijn zit er opnieuw een samenwerking in de pijplijn. Tegen eind maart wordt het voorstel, samen met buurtwerk, opgemaakt voor het vervolg, dat dan in mei- juni van dit jaar kan plaatsvinden.
De schoonheid van Covitesse 6 is ons dus zeker ook niet ontgaan. Dit is een samenwerking tussen cultuur en buurtwerk die we verder ruimte willen geven. Als culturele spelers en buurtwerkers de handen in elkaar slaan, wees maar zeker dat we de Gentse buurten op hun schoonst mogen verwachten!
(als er coronagolven zijn, dan kunnen er toch ook wel covitesse-golven zijn)
do 18/03/2021 - 08:14Zolang we vrijspel geven aan stereotypes rond gender en seksuele diversiteit, zullen we als samenleving geconfronteerd blijven worden met homofobie.
Rolmodellen en representatie in de omgeving waarin kinderen opgroeien, zijn hierbij van groot belang. Een deel van die omgeving geven we als Stad zelf mee vorm; het stedelijk onderwijs, de kinderopvang en het jeugdwerk zijn zulke contexten. Het is belangrijk dat elke jonge Gentenaar zich thuis en gerepresenteerd voelt in deze contexten. Verschillende concrete elementen binnen die omgevingen bepalen mee die context.
Over hoe we als Stad daarmee aan de slag gaan, heb ik de volgende vragen:
Collega De Bruycker had het daarnet al over de campagne en hoe dat we in het kader van het Actieplan antidiscriminatie hier verder aan gaan werken. Ik ga dat niet allemaal herhalen, maar ik ga wel het bruggetje maken naar de vraag van collega Ben Chikha (IR 4 & 8 waren achter elkaar gesteld).
Het klopt dat het wel van belang is om in deze niet enkel curatief, maar ook preventief te werken, door dat echt op heel vroege leeftijd te doen. Mensen miskijken zich soms een beetje en denken dat we kleuters en leerlingen lager onderwijs daar niet met moeten ‘lastigvallen’. Terwijl dat dat net een zeer goede zaak is. Dat geldt trouwens niet alleen voor dit thema, maar ook als het gaat over racisme, dat zijn echt zaken waar je met kinderen al op heel jonge leeftijd moet over praten. Omdat ze anders onbewust een aantal van de stereotypen en beelden die breed in onze samenleving leven, gewoon overnemen. Dat heeft echt ook effect op hoe dat ze zich ten opzichte van elkaar gedragen.
Daarom dat we bijvoorbeeld met onze dienst kinderopvang, als het gaat over die beeldvorming, daar heel erg met bezig zijn: Welke beelden gebruiken we in onze publicaties als we het hebben over de ouders? Maar ook de invulformulieren hebben we gewijzigd, waar er vroeger stond naam van de mama: …., naam van de papa: …, wordt er nu steevast melding gemaakt van ouder 1: …., ouders 2: …..., op die manier wordt dat open gelaten.
Maar dat is een praktijk die we denk ik nog verder kunnen uitrollen. Want heel veel van de communicatie van scholen gebeurt vanuit de scholen zelf, gelukkig maar dat wij niet centraal communiceren naar alle ouders van het stedelijk onderwijs, elke school heeft zijn eigenheid, maar ik denk wel dat we daar nog winst kunnen maken, als we kijken naar de formulieren die de scholen zelf opstellen en dag in dag uit gebruiken, of dat ze deze ook op een gender neutrale manier kunnen opstellen. Ik denk dat dat nog niet de dagdagelijkse praktijk is. Dat kunnen we zeker, met wat er al gebeurt in de dienst kinderopvang, verder opnemen.
De jeugddienst is trouwens in contact met lokaal sociaal beleid rond de gender inclusieve communicatie en gender inclusieve registratie. Dus ook binnen onze jeugddienst is men daar nu mee aan de slag.
Ik wil nog meegeven dat binnen het stedelijk onderwijs, een van de vijf pijlers (gender)gelijkheid is. In navolging daarvan hebben we een heel uitgebreid aanbod aan vormingen.
Elke leerkracht die nieuw start in het stedelijk onderwijs wordt in onze visie en manier van aanpak ondergedompeld. Hier geven we opvolging aan en hier wordt doorlopend aan gewerkt, o.a. via pedagogische studiedagen of bijscholingen.
Ik zou graag willen afsluiten met twee concrete voorbeelden. In 2018 hebben we ‘Lou op weg naar school’ georganiseerd. Dat was een vorming voor kleuterleerkrachten. We hebben maar liefst 91 kleuterleerkrachten mogen verwelkomen die ochtend. Ze hebben een hele voormiddag vorming gekregen en zijn ook naar huis kunnen gaan met een boekje van Lou. Waarin dat Lou, het hoofdpersonage, met jan en alleman in contact komt. Heel wat stereotypen en genderstereotypen worden op een plezante, complexloze manier, op het niveau van kleuters, doorprikt.
Ook bij de dienst kinderopvang heeft elke buitenschoolse opvang een boekje en het bijhorende educatieve materiaal gekregen en nam iedere keer van elk team een lid deel aan de vorming.
In april 2020 werd er vanuit WoninGent beslist om een uitbraak van bedwantsen in het gebouw Orion in Nieuw Gent op een collectieve wijze te bestrijden. Dit om een verdere verspreiding van de plaag in de stad tegen te gaan. Bedwantsen verspreiden zich namelijk op een zeer efficiënte manier en zorgen voor veel ongemak. De manier waarop deze bestrijding is verlopen zorgde voor verschillende vragen en onduidelijkheden bij de bewoners van Residentie Orion. Er kwamen verschillende klachten over het verloop van de bestrijding en de afhandeling ervan.
Is het stadsbestuur bereid de verantwoordelijkheid op te nemen voor deze ongediertebestrijding en deze niet door te rekenen aan de bewoners?
Bedwantsen kunnen een ware plaag vormen voor het welzijn en hebben gevolgen voor de gezondheid. Een grondige aanpak en bestrijding van een bedwantsenplaag is dan ook erg belangrijk.
Er zijn echter een aantal zaken die deze bestrijding een extra uitdaging maken.
Een bedwantsenplaag is niet erkend als een ‘gevaar voor de volksgezondheid’ zoals bijvoorbeeld wel kakkerlakken- en vliegenplagen. Dit wordt gemotiveerd door het feit dat bedwantsen geen ziektes overdragen. Daarom staat de bedwants niet vermeld in het Binnenmilieubesluit. Bij gebrek aan wetgeving hierover, kan men de toegang tot de woning in kader van bestrijding van bedwantsen niet afdwingen. Zo gebeurt het dat de bestrijdingsfirma geen toegang tot alle wooneenheden op het moment van de bestrijding van de bedwantsenplaag. Als niet alle geïnfecteerde appartementen/studio’s kunnen behandeld worden, steekt de plaag al snel opnieuw de kop op.
We stelden de vraag aan minister Beke om dit te wijzigen, maar dit werd afgewezen. Doordat bedwantsen niet zijn opgenomen in het Binnenmilieubesluit is er ook geen tussenkomst van het Agentschap Zorg en Gezondheid. Met andere woorden, op dit moment krijgen we dus geen ondersteuning om deze problematiek aan te pakken.
Door de gedegen bestrijding die nodig is, lopen de kosten al snel op. Zowel voor de sociale woningmaatschappijen als voor de huurders. Wat de bestrijdingskosten betreft, kan er een tussenkomst verleend worden door het OCMW, na financieel en sociaal onderzoek. Deze tussenkomst wordt niet teruggevorderd bij een inkomen volgens barema leefloon of bij personen met het statuut verhoogde tegemoetkoming. Voor vervanging van matrassen of meubilair, kan het OCMW ook doorverwijzen naar en kortingssysteem bij de kringloopwinkels (30% korting). Ook is er een samenwerking met het Dienstenbedrijf Sociale Economie dat meubels ter beschikking kan stellen. Deze aanpak wordt ook gevolgd bij de aanpak aan de Watersportbaan.
We volgen op of deze aanpak meer drempels kan wegnemen. Echter de verhuisbewegingen in Nieuw-Gent i. k. v. het stadsvernieuwingsproject staan voor de deur. We willen vermijden dat de bedwantsen mee verhuizen naar andere woonentiteiten binnen of buiten Nieuw Gent. Daarom bekijken we om daar tijdelijk voor twee woonblokken in te zetten op een meer intensieve aanpak. We onderzoeken pistes om de bestrijdingskosten ten laste te nemen als Stad Gent voor deze twee blokken met budget vanuit het Stadsvernieuwingsproject.
Daarnaast gaan we met een werkgroep verder op zoek naar wat een meer intensieve en adequate stadsbrede aanpak kan zijn van het bedwantsen probleem op langere termijn.
do 18/03/2021 - 08:18