Zolang we vrijspel geven aan stereotypes rond gender en seksuele diversiteit, zullen we als samenleving geconfronteerd blijven worden met homofobie.
Rolmodellen en representatie in de omgeving waarin kinderen opgroeien, zijn hierbij van groot belang. Een deel van die omgeving geven we als Stad zelf mee vorm; het stedelijk onderwijs, de kinderopvang en het jeugdwerk zijn zulke contexten. Het is belangrijk dat elke jonge Gentenaar zich thuis en gerepresenteerd voelt in deze contexten. Verschillende concrete elementen binnen die omgevingen bepalen mee die context.
Over hoe we als Stad daarmee aan de slag gaan, heb ik de volgende vragen:
Collega De Bruycker had het daarnet al over de campagne en hoe dat we in het kader van het Actieplan antidiscriminatie hier verder aan gaan werken. Ik ga dat niet allemaal herhalen, maar ik ga wel het bruggetje maken naar de vraag van collega Ben Chikha (IR 4 & 8 waren achter elkaar gesteld).
Het klopt dat het wel van belang is om in deze niet enkel curatief, maar ook preventief te werken, door dat echt op heel vroege leeftijd te doen. Mensen miskijken zich soms een beetje en denken dat we kleuters en leerlingen lager onderwijs daar niet met moeten ‘lastigvallen’. Terwijl dat dat net een zeer goede zaak is. Dat geldt trouwens niet alleen voor dit thema, maar ook als het gaat over racisme, dat zijn echt zaken waar je met kinderen al op heel jonge leeftijd moet over praten. Omdat ze anders onbewust een aantal van de stereotypen en beelden die breed in onze samenleving leven, gewoon overnemen. Dat heeft echt ook effect op hoe dat ze zich ten opzichte van elkaar gedragen.
Daarom dat we bijvoorbeeld met onze dienst kinderopvang, als het gaat over die beeldvorming, daar heel erg met bezig zijn: Welke beelden gebruiken we in onze publicaties als we het hebben over de ouders? Maar ook de invulformulieren hebben we gewijzigd, waar er vroeger stond naam van de mama: …., naam van de papa: …, wordt er nu steevast melding gemaakt van ouder 1: …., ouders 2: …..., op die manier wordt dat open gelaten.
Maar dat is een praktijk die we denk ik nog verder kunnen uitrollen. Want heel veel van de communicatie van scholen gebeurt vanuit de scholen zelf, gelukkig maar dat wij niet centraal communiceren naar alle ouders van het stedelijk onderwijs, elke school heeft zijn eigenheid, maar ik denk wel dat we daar nog winst kunnen maken, als we kijken naar de formulieren die de scholen zelf opstellen en dag in dag uit gebruiken, of dat ze deze ook op een gender neutrale manier kunnen opstellen. Ik denk dat dat nog niet de dagdagelijkse praktijk is. Dat kunnen we zeker, met wat er al gebeurt in de dienst kinderopvang, verder opnemen.
De jeugddienst is trouwens in contact met lokaal sociaal beleid rond de gender inclusieve communicatie en gender inclusieve registratie. Dus ook binnen onze jeugddienst is men daar nu mee aan de slag.
Ik wil nog meegeven dat binnen het stedelijk onderwijs, een van de vijf pijlers (gender)gelijkheid is. In navolging daarvan hebben we een heel uitgebreid aanbod aan vormingen.
Elke leerkracht die nieuw start in het stedelijk onderwijs wordt in onze visie en manier van aanpak ondergedompeld. Hier geven we opvolging aan en hier wordt doorlopend aan gewerkt, o.a. via pedagogische studiedagen of bijscholingen.
Ik zou graag willen afsluiten met twee concrete voorbeelden. In 2018 hebben we ‘Lou op weg naar school’ georganiseerd. Dat was een vorming voor kleuterleerkrachten. We hebben maar liefst 91 kleuterleerkrachten mogen verwelkomen die ochtend. Ze hebben een hele voormiddag vorming gekregen en zijn ook naar huis kunnen gaan met een boekje van Lou. Waarin dat Lou, het hoofdpersonage, met jan en alleman in contact komt. Heel wat stereotypen en genderstereotypen worden op een plezante, complexloze manier, op het niveau van kleuters, doorprikt.
Ook bij de dienst kinderopvang heeft elke buitenschoolse opvang een boekje en het bijhorende educatieve materiaal gekregen en nam iedere keer van elk team een lid deel aan de vorming.