De raad gaat online door (via de digitale vergadertoepassing van Microsoft Teams). Dit in het kader van de maatregelen om de verspreiding van het coronavirus te bestrijden. De voorzitter deelt mee dat de vergadering live wordt uitgezonden, niet alleen geluid maar ook beeld.
De voorzitter herinnert de raadsleden om de afspraken (zoals vermeld in de leidraad) in acht te nemen.De voorzitter wijdt voor de vergadering in memoriam aan wijlen de heer Jacques Bottequin.
Hij is overleden op 30 december 2020. Jacques Bottequin werd benoemd tot lid van de Commissie Openbare Onderstand - één van de voorlopers van het OCMW - op 1 juli 1965 en was lid van de OCMW-raad tot 1985. Van 1984 tot eind maart 1985 was hij tevens voorzitter van het OCMW, van 1971 tot 1985 was hij lid van het vast bureau. Hij was beheerder van de vereniging van openbare verzorgingsinstellingen en lid van het bijzonder comité van de verplegingsinstelling van de Bijloke en van het ziekenhuis Sint-Amandus. Hij heeft een grote rol gespeeld in de totstandkoming van het nieuwe ziekenhuis De Bijloke, vandaag Jan Palfijn, als verdediger van een sterk en modern openbaar ziekenhuis. De heer Bottequin was actief bij de liberale partij waar hij o.a. 10 jaar voorzitter was van het arrondissement Gent-Eeklo.
Daarop wordt door de vergadering ter nagedachtenis van de overledene een moment van stilte en ingetogenheid gehouden.De voorzitter spreekt haar nieuwjaarsboodschap uit.
De algemeen directeur heeft twee mededelingen naar aanleiding van brieven die het college ontving van de gouverneur van Oost-Vlaanderen.
In een brief van 15 december 2020 maakte de gouverneur een aantal inhoudelijke en vormelijke opmerkingen over het besluit van 19 oktober 2020 betreffende de gewijzigde politiebegroting. De gouverneur heeft de begrotingswijziging wel goedgekeurd, maar vraagt om de nodige correcties te doen bij de begroting van 2021 en de jaarrekening van 2020.
Verder ontving het college op 7 januari een brief van de gouverneur naar aanleiding van een klacht over een beslissing van de gemeenteraad van 19 oktober 2020. De klager beweerde dat het voorstel van raadsbesluit betreffende de LEZ niet in openbare zitting was genomen en daarom niet geldig zou zijn. De gouverneur heeft de klacht onderzocht en oordeelde dat deze ongegrond was. De digitale zitting was immers wel openbaar dankzij de live-uitzending.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 1.
De gemeenteraad keurde op 14 december 2020 een subsidieovereenkomst met de Eerstelijnszone Gent vzw goed, waarbij reeds een subsidie van 60.000 euro werd toegewezen aan de stad. Deze overeenkomst was gebaseerd op een Besluit van de Vlaamse Regering dat voorzag in extra middelen voor de zorgraden die inzetten op lokale contact- en bronopsporing (VR 2020 1009 DOC.0995).
De Vlaamse Regering keurde op 13 november 2020 een besluit goed tot toekenning van een subsidie aan de lokale besturen om de contact- en bronopsporing ter bestrijding van de COVID-19-pandemie te versterken. Dit gaat dus over een tweede subsidie, die ditmaal rechtstreeks aan de lokalen besturen wordt toegekend. Deze subsidie moet worden aangewend voor de extra inzet op preventie, sensibilisering, bronopsporing, quarantainecoaching en contactonderzoek. De lokale besturen werken in al deze opdrachten ondersteunend en/of aanvullend op de centrale contactopsporing en de reeds bestaande initiatieven op het niveau van de eerstelijnszone.
De lokale besturen kiezen in het kader van dit besluit tussen de volgende opties, met bijhorende financiering:
Optie 1: complementaire inzet in sensibilisering, preventie, bronopsporing, quarantaine-coaching, analyse van clusters en zorg voor kwetsbare personen of groepen: een forfaitaire financiering op basis van het aantal inwoners van de gemeente: 0,125 euro per inwoner en per maand.
Optie 2: alle voorgaande opdrachten, aangevuld met de aanvullende inzet in contactonderzoek: krijgen voorgaande forfaitaire subsidie en daarnaast nog een variabele subsidie van 100 euro per afgehandeld ticket/werkorder van een nieuwe indexpatiënt, inclusief de werkorders/tickets van een evenwaardig aantal hoog risicopatiënten.
Op basis van hun keuze engageren de lokale besturen zich om verschillende taken op te nemen in hun gemeente en hiervoor de nodige personeelscapaciteit en middelen te voorzien. De Vlaamse Regering zal deze bijkomende inspanningen financieel ondersteunen.
Deze subsidie heeft betrekking op de periode van 1 november 2020 tot en met 31 maart 2021.
Stad Gent kiest voorlopig voor optie 1, met de bedoeling om op te schalen naar optie 2 zodra aan de randvoorwaarden wordt voldaan.
Om van de subsidie te kunnen genieten, moet de gemeente aan volgende voorwaarden voldoen :
- Uiterlijk op 11 december 2020 laat de gemeente via digitale aangifte weten dat zij bijkomende engagementen wil opnemen in strijd tegen de COVID-19-pandemie en welke optie zij verkiest.
- Uiterlijk op 31 januari 2021 dient de gemeente via het digitaal loket de ondertekende samenwerkingsovereenkomst met alle bijlagen (samenwerkingsovereenkomst, verwerkersovereenkomst, eventueel protocol, afsprakenkader, aanvraagformulieren voor de accounts in de verschillende dataplatformen) in.
- Uiterlijk op 1 juni 2021 bezorgt de gemeente via het digitaal loket van ABB het evaluatieverslag zoals bedoeld in artikel 11 van het besluit en artikel 6 van deze overeenkomst. Op basis van het evaluatieverslag wordt door de Vlaamse overheid gecontroleerd en beoordeeld of de engagementen werden nagekomen en of ze de uitbetaling van de volledige forfaitaire subsidie rechtvaardigen.
Om deze subsidie te verkrijgen werd een samenwerkingsovereenkomst contact- en bronopsporing ter bestrijding van de COVID-19-pandemie - optie 1, opgemaakt, te sluiten met het Agentschap Zorg en Gezondheid, gevestigd te Koning Albert II laan 35/33, 1030 Schaarbeek. Deze overeenkomst wordt aangegaan voor bepaalde tijd beginnend ten vroegste op 1 november 2020 en uiterlijk eindigend op 31 maart 2021.
| Dienst* | Welzijn en Gelijke Kansen |
| Budgetplaats | 342260000 |
| Categorie* | |
| Subsidiecode | |
| 2021 | 164.750 |
| Totaal | 164.750 |
Keurt goed de bij dit besluit gevoegde samenwerkingsovereenkomst met Agentschap Zorg en Gezondheid, Koning Albert II laan 35/33, 1030 Schaarbeek, met betrekking tot de contact- en bronopsporing ter bestrijding van de COVID-19-pandemie - optie 1.
De gemeenteraad keurde op 23 januari 2012 het reglement voor erkenning/subsidiëring van vormings- en/of ontmoetingsactiviteiten voor senioren (waaronder jubileumvieringen) goed.
Een belangrijk deel van de huidige erkende verenigingen loopt het risico in 2021 niet langer in aanmerking te zullen komen voor erkenning of voor werkingssubsidies omdat zij, omwille van de corona-maatregelen, niet kunnen beantwoorden aan de voorwaarden voor erkenning opgenomen in de verschillende erkenningsreglementen, en meer specifiek de voorwaarde om een minimum aantal activiteiten/projecten te hebben georganiseerd in het afgelopen werkingsjaar. Bij niet-erkenning kunnen de verenigingen de faciliteiten of mandaten die daar aan vasthangen verliezen.
Door voor het werkingsjaar 2021 een tijdelijke aanpassing van de erkenningsreglementen door te voeren, wordt dit vermeden. Daarbij gelden de volgende principes:
Het reglement wordt daarom voor het werkingsjaar 2021 als volgt aangepast:
Voor het Reglement voor erkenning / subsidiëring van vormings- en /of ontmoetingsactiviteiten voor senioren (waaronder jubileumvieringen) stelt de dienst Welzijn en Gelijke Kansen volgende toevoeging aan het reglement voor:
Artikel 15 – Uitzonderingsbepaling naar aanleiding van de coronacrisis
Voor het werkingsjaar 2021 is het de aanvrager toegestaan om het minimaal aantal vormings- en/of ontmoetingsactiviteiten aan te tonen op basis van het werkjaar 2019, teneinde te voldoen aan de voorwaarde van artikel 3(4).
Wijzigt het 'reglement voor erkenning/subsidiëring van vormings- en/of ontmoetingsactiviteiten voor senioren (waaronder jubileumvieringen)' met toevoeging van art.15:
Artikel 15 – Uitzonderingsbepaling naar aanleiding van de coronacrisis
Voor het werkingsjaar 2021 is het de aanvrager toegestaan om het minimaal aantal vormings-en/of ontmoetingsactiviteiten aan te tonen op basis van het werkjaar 2019, teneinde te voldoen aan de voorwaarde van artikel 3(4).
De wijziging treedt in werking op 1 februari 2021.
Neemt kennis van de gecoördineerde versie van het 'reglement voor erkenning/subsidiëring van vormings- en/of ontmoetingsactiviteiten voor senioren (waaronder jubileumvieringen)' zoals gevoegd in bijlage.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 3.
De gemeenteraad keurde op 23 februari 2015 het 'reglement voor de erkenning en subsidiëring van verenigingen in verband met sociale voorzieningen en personen met een beperking' goed.
Een belangrijk deel van de huidige erkende verenigingen loopt het risico in 2021 niet langer in aanmerking te zullen komen voor erkenning of voor werkingssubsidies omdat zij, omwille van de corona-maatregelen, niet kunnen beantwoorden aan de voorwaarden voor erkenning opgenomen in de verschillende erkenningsreglementen, en meer specifiek de voorwaarde om een minimum aantal activiteiten/projecten te hebben georganiseerd in het afgelopen werkingsjaar. Bij niet-erkenning kunnen de verenigingen de faciliteiten of mandaten die daar aan vasthangen verliezen.
Door voor het werkingsjaar 2021 een tijdelijke aanpassing van de erkenningsreglementen door te voeren, wordt dit vermeden. Daarbij gelden de volgende principes:
Dit reglement wordt daarom voor het werkingsjaar 2021 als volgt aangepast:
Voor het Reglement voor de erkenning en subsidiëring van verenigingen in verband met sociale voorzieningen en personen met een beperking stelt de dienst Welzijn en Gelijke Kansen volgende toevoeging aan het reglement voor :
Artikel 18 – Uitzonderingsbepaling naar aanleiding van de coronacrisis
Voor het werkingsjaar 2021 is het de aanvrager toegestaan om, in afwijking van de bepaling in artikel 5§2b), haar activiteiten aan te tonen op basis van het kalenderjaar 2019, teneinde te voldoen aan de voorwaarde van artikel 3§1g).
Wijzigt het 'reglement voor de erkenning en subsidiëring van verenigingen in verband met sociale voorzieningen en personen met een beperking' met toevoeging van artikel 18:
Artikel 18 – Uitzonderingsbepaling naar aanleiding van de coronacrisis
Voor het werkingsjaar 2021 is het de aanvrager toegestaan om, in afwijking van de bepaling in artikel 5§2b), haar activiteiten aan te tonen op basis van het kalenderjaar 2019, teneinde te voldoen aan de voorwaarde van artikel 3§1g).
De wijziging treedt in werking op 1 februari 2021.
Neemt kennis van de gecoördineerde versie van het 'reglement voor de erkenning en subsidiëring van verenigingen in verband met sociale voorzieningen en personen met een beperking' zoals gevoegd in bijlage.
Stad Gent heeft sinds 2018 een bouwspeelplaats op de tijdelijke invulling van de Lübecksite. Na een eerste testjaar (2020) op de nieuwe locatie (ecosite in de Bruiloftstraat, 9050 Gentbrugge), is het wenselijk om de werking met das Kunst vzw (Kerkstraat 108, 9050 Gentbrugge) te continueren en te versterken door het sluiten van een subsidieovereenkomst (van 01/02/2021 tot en met 31/08/2022).
Gent is een kind- en jeugdvriendelijke stad. Deze overeenkomst wordt dan ook aangegaan om een plek in de stad te vrijwaren voor kinderen en jongeren waar avontuurlijk spelen en speels bouwen centraal staan.
Dienst | Jeugddienst |
budgetplaats | 3405900DK |
budgetpositie | 6491000 |
categorie | E subsidies |
subsidiecode | NIET_RELEVANT |
2021 | 7.200 euro |
2022 | 8.061,20 euro |
2023 | 806,80 euro |
Totaal | 16.068,00 euro |
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 1.
Bloemenstad vzw is een landelijk erkende jeugdvereniging
De Jeugddienst heeft sinds 2019 een subsidieovereenkomst met Bloemenstad vzw, Ebergiste de Deynestraat 1, 9000 Gent.
Om dit te realiseren wordt er een subsidieovereenkomst gesloten met Bloemenstad vzw voor de werkingsjaren 2021, 2022 en 2023.
Met Bloemenstadvzw, met maatschappelijke zetel te Ebergiste de Deynestraat 1, 9000 Gent, wordt een subsidieovereenkomst gesloten voor stadsondersteuning van de open jeugdwerkinitiatieven, voor de periode van 01/01/2021 tot en met 31/12/2023. Het subsidiebedrag van deze overeenkomst bedraagt jaarlijks 84.221,23 euro (zonder indexering).
Dienst | Jeugddienst |
budgetplaats | 3405400BL
|
budgetpositie | 6491000 |
categorie | E subsidies |
subsidiecode | NIET_RELEVANT |
2021 | 75.799,11 euro |
2022 | 86.123,78 euro |
2023 | 88.285,49 euro |
2024 | 8.850,22 euro |
Totaal | 259.058,60 euro |
Keurt goed de subsidieovereenkomst met Bloemenstad vzw, Ebergiste de Deynestraat 1, 9000 Gent, voor het realiseren van jeugdwerk en de uitbouw van een vrijwilligerswerking in Nieuw Gent - werkingsjaren 2021-2023, zoals gevoegd in bijlage.
De Stad Gent wil de komende jaren stevig inzetten op het uitbreiden van het jeugd(welzijns)werk met focus op kinderen en jongeren in kwetsbare situaties, en lanceerde daarom in september 2020 een 'Open Call Jeugd(welzijns)werk'. De raad voor maatschappelijk welzijn keurde op 25 mei 2020 de subsidieovereenkomst voor Mobiele tienermoederwerkster - werkingsjaren 2020-2022 - met LEJO vzw goed, voor een jaarlijks toegekende subsidie van 30.315 euro voor gepaste hulpverlening aan tienermoeders in Gent.
De Open Call bevatte 7 (sub-)categorieën waarvoor organisaties zich kandidaat konden stellen:
Organisaties konden tot en met 4 oktober 2020 een dossier indienen. Op 7 en 8 oktober vonden de jury's plaats. In zitting van 22 oktober 2020 gaf het college van burgemeester en schepenen de Jeugddienst het mandaat om gesprekken te voeren met een aantal geselecteerde organisaties om subsidieovereenkomsten voor 2021 - 2023 af te sluiten.
Eén van de geselecteerde organisaties binnen categorie 1A was Lejo vzw voor Mobiele jeugdwelzijnswerkers.
Daarnaast voorziet Dienst Outreachend Werk budget voor trajectbegeleiding.
De subsidie bedraagt 73.200 euro per jaar.
Voor de opdracht mobiel jeugdwelzijnswerk (43.200€ per jaar (niet-geïndexeerd)) wordt de toegekende subsidie bij meerjarige subsidieovereenkomsten jaarlijks verhoogd met 2,51%.
Voor de methodiek trajectbegeleiding (30.000€ per jaar (niet-geïndexeerd)) wordt de toegekende subsidie bij meerjarige subsidieovereenkomsten jaarlijks verhoogd met 0,85%.
De overeenkomst gaat in op 01/01/2021 en eindigt op 31/12/2023.
VZW LEJO realiseert hiervoor de volgende prestaties:
1. Realiseren van stadsbreed kwalitatief jeugdwelzijnswerk voor meest precaire tieners/jongeren met focus op tienerouders, met een combinatie van mobiel jeugdwelzijnswerk en trajectbegeleiding.
2. Realiseren van de vrijetijdsfunctie via mobiel jeugdwelzijnswerk & realiseren van rust/activeringsmomenten (“safe spaces”)
3. Realiseren van welzijnsfunctie via trajectbegeleiding
4. Realiseren van de brug en signaalfunctie
Volgende budgetten zijn nodig en beschikbaar:
Dienst | Jeugddienst | Dienst Outreachend werken | Totaal |
budgetplaats | 3405400JG
| 35013IE00 |
|
budgetpositie | 6491000 | 6491000 |
|
categorie | E subsidies | E subsidies |
|
subsidiecode | NIET_RELEVANT | NIET_RELEVANT |
|
2021 | 38.880 euro | 27.000 euro | 65.880,00 euro |
2022 | 44.175,89 euro | 30.229,50 euro | 74.405,39 euro |
2023 | 45.284,7 euro | 30.486,45 euro | 75.771,15 euro |
2024 | 4.539,59 euro | 3.051,22 euro | 7.590,80 euro |
Totaal | 132.880,18 euro | 90.767,17 euro | 223.647,34 euro |
De toelage wordt na goedkeuring door het College overgemaakt aan crediteur 420358606 (Lejo) op rekeningnummer BE41 8900 1466 4310.
De Stad Gent wil de komende jaren stevig inzetten op het uitbreiden van het jeugd(welzijns)werk met focus op kinderen en jongeren in kwetsbare situaties, en lanceerde daarom in september 2020 een 'Open Call Jeugd(welzijns)werk'.
De Open Call bevatte 7 (sub-)categorieën waarvoor organisaties zich kandidaat konden stellen:
Organisaties konden tot en met 4 oktober 2020 een dossier indienen. Op 7 en 8 oktober vonden de jury's plaats. In zitting van 22 oktober 2020 gaf het college van burgemeester en schepenen de Jeugddienst het mandaat om gesprekken te voeren met een aantal geselecteerde organisaties om subsidieovereenkomsten voor 2021 - 2023 af te sluiten. Eén van de geselecteerde organisaties binnen categorie 3 was vzw Voetbal in de Stad, voor een vrijetijdsaanbod door de KAA Gent Foundation aan de Watersportbaan.
De subsidie bedraagt 27.000 euro per jaar, en wordt jaarlijks geïndexeerd met 2,51 %. De werking loopt van 01/01/2021 tot 31/12/2023.
Op 23 juni 2020 keurde de gemeenteraad de subsidieovereenkomst voor de werking van de KAA Gent Foundation voor werkingsjaren 2020 - 2025 met KAA Gent cvba so en vzw Voetbal in de Stad, beiden met maatschappelijke zetel Ottergemsesteenweg Zuid 808, 9000 Gent, goed. Het huidige addendum is hier een aanvulling op.
Aan de omschrijving (artikel 1) wordt het volgende toegevoegd: 'Het realiseren van een kwalitatief vrijetijdsaanbod in de wijk Watersportbaan door middel van een sociaal-sportieve methodiek.' De looptijd gaat van 01/01/2021 tot en met 31/12/2023.
Aan de initiële prestaties (artikel 2) worden drie prestaties met indicatoren toegevoegd:
Dienst | Jeugddienst |
budgetplaats | 3406300KG |
budgetpositie | 6491000 |
categorie | E subsidies |
subsidiecode | NIET_RELEVANT |
2021 | 24.300 euro |
2022 | 27.609,93 euro |
2023 | 28.302,94 euro |
2024 | 2.837,24 euro |
Totaal | 83.050,11 euro |
De evaluatie van het project integrale aanpak problematiek jongeren met Intra-Europese migratie-achtergrond (2016-2019) leert dat de opdracht van specifieke hulpverlening niet bij de lokale overheid ligt. Wel beschikt de stad over de mogelijkheden om bij te dragen tot stabiliteit in de levensomstandigheden van precaire doelgroepen en tot het creëren van ruimte voor hulpverlening in die leefwerelden. Als stad realiseren we die verbinding met hulpverlening door het creëren van veilige, warme plekken (“safe spaces”) zowel in de fysieke ruimte (via huur en inrichting van een plek) als in de sociale ruimte (via prestaties voor begeleiding en/of vorming door derden).
Binnen die doelgroep van jongeren in precaire situaties blijken autochtone jongeren in generatiearmoede, levend met een inkomen onder de armoedegrens, vaak dak- en thuisloos en vaak met een instellingsverleden bijzondere aandacht te vragen. Ze krijgen moeilijk aansluiting bij het reguliere vrijetijdsaanbod, een sociaal netwerk en de arbeidsmarkt.
Als rust- en activeringsplek (“safe space”), specifiek gericht op deze autochtone jongeren in generatiearmoede, biedt een actie van Jongerenonthaal een antwoord. De jeugdwelzijnswerker, present in de leefwereld van de jongeren in het bijzonder op de safe spaces ondersteunt de jongeren op verschillende levensdomeinen om hen weerbaarder en sterker te maken in hun eigen positie in de maatschappij. De jeugdwelzijnswerker zal hierbij de 4 functies van kwalitatief jeugdwelzijnswerk vervullen.
De deelwerking Jong Gent in Actie (JGIA) van vzw BMLIK zal dit Jongerenonthaal realiseren.
JGIA bereikte met hun Jongerenonthaal, gestart tijdens de eerste lockdown van de coronacrisis in het voorjaar van 2020, een 50-tal jongeren, waarvan een flink aantal in meer precaire leefsituaties. De grootste groep jongeren verblijft wel nog bij ouders of voogd, doch in een context van (door corona) toenemende armoede. Een ander belangrijk deel van hun jongeren zijn dak- en thuisloos of hebben een instellingsverleden.
Met het Jongerenonthaal realiseert JGIA twee onthaal- en ontmoetingsmomenten per week. Met de gerichte subsidie voor het Jongerenonthaal garanderen we de (logistieke) organisatie van deze ontmoetingsmomenten, de ondersteuning van jongeren door een jeugdwelzijnswerker op die momenten en de samenwerking hierrond met andere partners zoals vzw LEJO, Jeugdstraathoekwerk, Schoolspotters en vzw JONG.
Op 17 februari 2020 keurde de gemeenteraad de subsidieovereenkomst voor uitbouwen dialoog mensen en jongeren in armoede, verbreden doelgroep en deelname aan het praktijkonderzoek traject middenveld - werkingsjaren 2020-2022 - met de Beweging voor Mensen met een Laag Inkomen en Kinderen (BMLIK), vzw, Nieuwe bosstraat 3, 9000 Gent goed. Het huidige addendum is hier een aanvulling op.
In de omschrijving van de actie en de prestaties zoals vermeld in artikel 2, prestatie 5 (“vrijetijdsaanbod”) van de basisovereenkomst worden extra prestaties voor de realisatie van “safe space” voor precaire jongeren via kwalitatief jeugdwelzijnswerk toegevoegd.
Het addendum gaat in op 01/01/2021 en eindigt op 31/12/2021.
Dienst | Jeugddienst | Dienst Outreachend werken | Totaal |
budgetplaats | 3405400JG
| 35013IE00 |
|
budgetpositie | 6491000 | 6491000 |
|
categorie | E subsidies | E subsidies |
|
subsidiecode | NIET_RELEVANT | NIET_RELEVANT |
|
2021 | 9.000 euro | 13.500 euro | 22.500 euro |
2022 | 1.000 euro | 1.500 euro | 2.500 euro |
Totaal | 10.000 euro | 15.000 | 25.000 euro |
Er is dringende nood aan bijkomende kinderopvangplaatsen voor baby's en peuters in de stad Gent die betaalbaar, kwaliteitsvol en toegankelijk zijn en op de instandhouding van het bestaande aanbod aan opvangplaatsen op het grondgebied van de stad Gent.
In uitvoering van de meerjarenprogrammatie van de Vlaamse overheid voor de periode 2021-2024, waarbij voor de Stad Gent een voorafname 5 % van het voor het Agentschap Opgroeien beschikbare budget wordt voorzien voor de subsidiering van minimaal 125 opvangplaatsen, zet de Stad Gent eigen middelen in voor de subsidiëring van kinderopvangplaatsen van baby’s en peuters in de stad Gent vanaf de vroegste realisatiedatum tot ze door het Agentschap Opgroeien worden overgenomen. Met het sluiten van een overeenkomst betreffende de procedure voor de toekenning van subsidies voor inkomenstarief in de kinderopvang van baby's en peuters met de Vlaamse overheid en Opgroeien Regie, Hallepoortlaan 27, 1060 Brussel, wordt ernaar gestreefd om zo snel mogelijk bijkomende plaatsen kinderopvang, die werken volgens het inkomenstarief, te realiseren.
De wijze van subsidiëren is volledig gebaseerd op het subsidiesysteem voorzien in artikel 7 en 8 van het Decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van de kinderopvang van baby's en peuters, en het artikel 11 tot en met 36/1 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013. Meer bepaald zal de Stad Gent een subsidie voor het werken met inkomenstarief geven, naar analogie met de subsidie inkomenstarief (trap 2) die Opgroeien Regie toekent. De subsidie wordt door het Agentschap Opgroeien Regie uitbetaald aan de organisator en gefactureerd aan de Stad Gent.
Met het oog op het hanteren van afgesproken doelstellingen en criteria in het uitbreidingsbeleid dringt zich de noodzaak op om afspraken te maken over de voorwaarden waaronder Opgroeien Regie de subsidiëring van de door de Stad gepresubsidieerde plaatsen overneemt. De criteria die de Stad Gent zal hanteren voor het beoordelen van de aanvragen, in bijlage bij dit besluit, werden afgestemd met Opgroeien Regie en positief geadviseerd door de adviesraad Lokaal Overleg Kinderopvang Gent.
Er wordt met Opgroeien Regie maximaal gestreefd naar gemeenschappelijke oproepen tot uitbreiding van het aantal kinderopvangplaatsen met de subsidie voor inkomenstarief in de stad Gent.
In de overeenkomst met de Vlaamse overheid en het Agentschap Opgroeien Regie betreffende de procedure voor de toekenning van subsidies voor inkomenstarief in de kinderopvang van baby's en peuters worden alle modaliteiten en de organisatie betreffende deze procedure vastgelegd.
De overeenkomst treedt in werking vanaf de datum van ondertekening door beide partijen en geldt voor onbepaalde duur.
| Dienst* | Dienst Kinderopvang |
| Budgetplaats | 3441700PF |
| Categorie* | E Subs. |
| Subsidiecode | 6492000 |
| 2020 | 0 |
| 2021 | 493.072,50 |
| 2022 | 496.801,43 |
| 2023 | 500.562,05 |
| 2024 | 504.354,64 |
| 2025 | 508.179,47 |
| Totaal | 2.666.095,09 |
Keurt goed de bij dit besluit gevoegde overeenkomst met de Vlaamse overheid en het Agentschap Opgroeien Regie, Hallepoortlaan 27, 1060 Brussel, betreffende de procedure voor de toekenning van subsidies voor inkomenstarief in de kinderopvang voor baby's en peuters.
Keurt goed de criteria waarmee de Stad Gent de aanvragen tot subsidiëring zal beoordelen, zoals gevoegd in bijlage.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 1
Op 25.06.2020 lanceerde ESF zijn oproep 502 : 'Nieuwe krachten voor de Kinderopvang'
De oproep heeft als doel de instroom van kwetsbare werkzoekenden en niet-beroepsactieven in de functie van kinderbegeleiders in de kinderopvang voor baby’s en peuters stimuleren en versterken. De oproep wil hiermee een antwoord bieden op het knelpuntkarakter van de functie van kinderbegeleider van baby’s en peuters in Vlaanderen en Brussel. Door het creëren van een meer divers personeelsbestand in de kinderopvang wenst deze oproep ook bij te dragen aan een meer toegankelijke kinderopvang voor kansengroepen.
Tot de doelgroep van kandidaten voor deze oproep behoren werkzoekenden en niet-beroepsactieven met interesse in de functie van kinderbegeleider voor baby’s en peuters. Deze oproep wenst een geïntegreerd opleidings- en begeleidingstraject te creëren voor personen waarvoor de bestaande opleidingen drempels opwerpen omwille van het ontbreken van essentiële randvoorwaarden zoals opvang voor kinderen van het gezin of andere uiteenlopende persoonlijke en contextuele redenen. De werkzoekenden en niet-beroepsactieve personen hebben een zekere afstand tot de arbeidsmarkt en beschikken over het potentieel om mits een maatgerichte opleiding en begeleiding binnen een periode van maximum 2 jaar de kwalificatie te behalen en als kinderbegeleider in het normaal economisch circuit aan de slag te gaan. In het projectbudget wordt max.40% gedragen door een ESF-subsidie en 60% door cofinanciering, aangevuld met een Vlaamse co-financiering.
Op 30.09.2020 werd in naam van Stad Gent een aanvraag voor het project 'Nieuwe krachten voor de Gentse Kinderopvang' door stedelijke Dienst Kinderopvang ingediend. De projectaanvraag kwam tot stand in nauwe samenwerking met de stedelijke Dienst Werk en in afstemming met het Lokaal Overleg Kinderopvang en VDAB.
Op 27.11.2020 kreeg het project (met als projectnummer 10005) een positieve beslissing.
Het project loopt van 01.12.2020 tot 31.12.2022 en bestaat uit een partnerschap van stedelijke Diensten Kinderopvang & Werk, Arteveldehogeschool en CVO Groeipunt in samenwerking met VDAB. De inhoud van het project en de rol van iedere partner zijn opgenomen in de samenvatting in bijlage.
Het goedgekeurde totale projectbudget bedraagt maximaal 1 074 843,82 euro waarvan
ESF subsidie €429.937,53 (40%)
Co-financiering ikv ESFsubsidie €521.391,71 (48,51%)
Vlaamse co-financiering Onderwijs Vlaanderen €123.514,59 (11,49%)
De uitgaven van de Stad betreft de inzet van :
- 0,4 VTE consulent voor het opnemen van het promotorschap en inhoudelijke coördinatie van het project (door Dienst Kinderopvang - volledige looptijd))
- 0.5 VTE consulent voor het opnemen van de jobcoaching in ondersteuning van 15 deelnemende kandidaten (door Dienst Werk - volledige looptijd)
- 0.5 VTE consulent voor het opnemen van de jobcoaching in ondersteuning van 15 deelnemende kandidaten (door Dienst Werk - van 01.07.2021 tot einde project)
De ontvangsten voor de Stad, via ESF- en Vlaamse middelen dekt 100% van deze personeelsinzet. Echter, de financiering van het project gebeurt op basis van geclaimde kosten / gerapporteerde tijdsinvestering en wordt per rapportperiode (is per jaar) verrekend. De vermelde bedragen zijn dus maximum bedragen waarvoor de nodige verantwoordingsstukken moeten worden ingediend.
De vereiste inbreng in co-financiering wordt gerealiseerd door een samenwerking met opleider CVO Groeipunt en meer specifiek de opleidingstak die instaat voor het organiseren
van de opleiding BinK (Begeleider in de Kinderopvang). De acties die onderdeel zijn van het project worden gezamenlijk gerealiseerd met personeelsinzet door het partnerschap dat het project indiende. Er zal daarom per partner een projectovereenkomst worden afgesloten met daarin de engagementen en middelen die hier vanuit het project tegenover kunnen staat.
De Stad Gent wil een beleid voeren
* dat de kwaliteit in de sector kinderopvang ondersteunt en versterkt
* waarbij we antwoorden formuleren die bijdragen tot het wegwerken van het knelpuntkarakter van de profielen 'begeleider in de kinderopvang'
* dat een meer divers personeelsbestand creëert
* dat een toegankelijke kinderopvang realiseert voor kansengroepen
* waarbij werkzoekenden kwaliteitsvolle jobs aangeboden krijgen en organisaties actief in de sector kinderopvang de juiste mensen vinden om zich te kunnen vestigen en te groeien.
| Dienst* | Kinderopvang |
| Budgetplaats | PKK |
| Categorie* | |
| Subsidiecode | ESF.NKK |
| 2019 | |
| 2020 | |
| Totaal |
| Dienst* | Kinderopvang |
| Budgetplaats | |
| Categorie* | Exploitatie |
| Subsidiecode | ESF.PKK |
| 2019 | |
| 2020 | |
| Totaal |
keurt de projectovereenkomst in het kader van de ESF-oproep 502 ; Projectnummer 10005; Nieuwe Krachten voor de Gentse Kinderopvang, goed.
De gemeenteraad heeft op 23/06/2020 de subsidieovereenkomst goedgekeurd met Larf! vzw, Kazemattenstraat 17, 9000 Gent, voor de uitvoering van De Plantrekkerij (artistieke projecten) in Nieuw Gent.
Dit addendum heeft als doel om de omschrijving van de actie en de prestaties van deze overeenkomst uit te breiden, waarbij het uitvoeren van het Europese project Speed-You-Up met NEET-jongeren (Youth not in employment, education or training) in de wijk Nieuw Gent wordt toegevoegd.
Speed-You-Up is het letterwoord dat staat voor Students and NEET young people, Professionals and Educators work on Employability and Entrepreneurial skills in the battle against school Dropout and Youth UnemPloyment.
Het project ging van start op 1 februari 2020 en loopt tot 30 september 2022 en wordt geleid door de Arteveldehogeschool. Het project telt in totaal 13 partners uit België, Nederland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. In Vlaanderen nemen de Stad Gent met het Onderwijscentrum Gent, de Stad Oostende met het Economisch huis en de Stad Sint-Niklaas met het Welzijnshuis deel aan dit project. Voor de Stad Gent kadert dit project binnen de Brede School Secundair Onderwijs en de brede leer-en leefomgeving van jongeren.
Het project versterkt en werkt complementair met het bestaande aanbod in de wijk Nieuw Gent voor jongeren tussen 15 en 24 jaar, meer bepaald 'De Plantrekkerij', onderwerp van de oorspronkelijk subsidieovereenkomst.
De Plantrekkerij is een project van Larf! voor en van ondernemende jongeren uit Nieuw Gent die het voortouw willen nemen voor hun generatiegenoten uit de buurt. Dit project sluit inhoudelijk aan bij de doelstellingen van het Speed-You-up-project. Het biedt kansen tot toeleiding naar werk, onderwijs, onderneming & cultuur, is ingebed in een lokale context en geniet het vertrouwen van Neet-jongeren in Nieuw Gent.
Voor de periode van 01/02/2021 tot en met 30/09/2022 wenst het Onderwijscentrum Gent een bijkomende samenwerking op te zetten met Larf! vzw.
De overeenkomst omvat het voorbereiden, ontwikkelen en uitvoeren van coachingsessies met NEET-jongeren, hun toeleiding naar specifieke oefensituaties ( werk, wijkgericht projectwerk, studie, …) en het organiseren van het slotmoment van het Speed-You-Up-project met ruimte voor evaluatie & beleidsaanbevelingen.
Overdracht van middelen: 30.000 euro
| Dienst* | Onderwijscentrum Gent | Onderwijscentrum Gent |
| Budgetplaats | 3444700SU | 3444700WK |
| Categorie* | E subs. | E subs. |
| Subsidiecode | NIET_RELEVANT | NIET_RELEVANT |
| 2021 | € 13.500,00 | |
| 2022 | € 15.000,00 | |
| 2023 | € 1.500,00 | |
| Totaal | € 28.500,00 | € 1.500,00 |
Keurt goed het addendum bij de subsidieovereenkomst met Larf! vzw, met maatschappelijke zetel te Kazemattenstraat 17, 9000 Gent, voor 'De Plantrekkerij' (artistieke projecten) in Nieuw Gent - Werkingsjaren 2020-2023, zoals gevoegd in bijlage.
Het Decreet over het lokaal bestuur dd. 22 december 2017, artikel 2, §2.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 1.
Op 14 april 2020 werd via de Regiegroep Onderwijs Gent een oproep gelanceerd aan de Gentse onderwijskoepels (het Katholiek Onderwijs, het Stedelijk Onderwijs Gent, het GO!, het Provinciaal Onderwijs en de onafhankelijke scholen) om invulling te geven aan het Gentse relanceplan op het vlak van onderwijs. Dat Gentse relanceplan kwam er om in diverse maatschappelijke segmenten de schok te helpen opvangen van de coronacrisis en de 'lockdown'-maatregelen die ermee gepaard gingen en gaan. De onderwijsrelance valt (momenteel) uiteen in vier fasen:
Deze maatregel heeft betrekking op FASE 4 van de onderwijsrelance.
Omdat de Stad Gent (Onderwijscentrum) de scholen op haar grondgebied wil ondersteunen bij het bieden van onderwijscontinuïteit, en dus bij het garanderen van een optimale onderwijsorganisatie, legde ze een ‘pool’ aan van pedagogisch-didactisch bekwame ondersteuners, waaruit scholen kunnen putten om door corona ontstane personeelshiaten op te vullen. Het Onderwijscentrum Gent treedt op als ‘matchmaker’. De gemeenteraad gaf in november 2020 principieel haar goedkeuring aan deze ondersteunende aanpak (cfr. gemeenteraadsbesluit 2020_GRMW_01173, dd. 23 november 2020, waaraan onderhavig besluit is gekoppeld).
Om hoger vermelde doelstelling te realiseren, werd op de stadsbegroting een budget vrijgemaakt tot en met 31 december 2020. Met dat budget werden vergoedingen uitbetaald aan de vrijwilligers en interimarissen, die door het Onderwijscentrum Gent werden gematcht aan de scholen. Die maakten hun noden aan 'extra helpende handen', ontstaan door de coronacrisis en de maatregelen die eruit voortvloeien, kenbaar via bevragingen, die tweewekelijks door het Onderwijscentrum werden gelanceerd.
Er werden tussen midden oktober en eind december vijf oproepen gelanceerd. Gemiddeld waren er per oproep 53 ondersteuningsvragen van Gentse scholen, waarvan 41 uit het basisonderwijs en 12 uit het secundair onderwijs. Aan gemiddeld 45 ondersteuningsvragen werd door het Onderwijscentrum Gent een positief gevolg gegeven. Gemiddeld werden per oproep 82 mensen ingezet (22 vrijwilligers, 52 interimarissen, 6 medewerkers van de Stad Gent (voornamelijk uit de Sportdienst) en 2 studenten in het kader van hun stage). Gemiddelde kostprijs per oproep beliep 60.832,08 euro. Na vijf oproepen ligt de totale kostprijs, op 313.313,28 euro (toestand op 18 december 2020). Op 6 januari 2021 werd een zesde oproep gelanceerd.
Eind november deed het Onderwijscentrum Gent een bevraging onder de scholen die op dat moment van het aanbod gebruik maakten. Daaruit blijkt dat aan 18% van de aanvragen de vervangingsnood van één of meerdere onderwijspersoneelsleden ten grondslag lag, die risicopatiënten zijn, en dus tijdelijk niet fysiek aanwezig konden zijn op school. In 34 % van de gevallen ging het om vervanging van personeelsleden in quarantaine, of nood aan klassikale ondersteuning van leerkrachten, die via een online verbinding les gaven, terwijl de leerlingen, overeenkomstig de geldende coronakleurencode, gewoon in de klas aanwezig waren. In 11 procent van de gevallen lag een coronabesmetting aan de basis van de aanvraag, waardoor één of meerdere personeelsleden preventief thuis dienden te blijven, en van daaruit online les gaven. In 6 % van de gevallen ging het om aanvragen voor ondersteuning bij het zoeken van een vervanger voor één of meerdere personeelsleden, die door een langdurig herstel na COVID 19 thuis zaten. En in 22 % van de gevallen lag een vervangingsnood aan de basis die het gevolg was van de coronaregels zelf. Zo mag men door corona tijdelijk maar op één school lesgeven, maar niet zelden geven leerkrachten op meerdere scholen les: waar dat tijdelijk niet meer kan, ontstaat er dus een probleem. In 9% van de gevallen lag een andere al dan niet kortstondige vervangingsnood aan de basis (uitval omwille van familiale redenen, psychologische druk, etc.). In de meerderheid van de gevallen werden leerkrachten vervangen. Maar soms stelden scholen ook vragen om iemand te sturen die administratief werk kon overnemen van een uitgevallen collega.
Doordat de coronacrisis en de eraan verbonden maatregelen nog niet voorbij zijn, kampen de Gentse scholen nog steeds met moeilijkheden om continuïteit te garanderen binnen hun schoolwerking en -teams. Uiteraard zijn die maatregelen bedoeld om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, maar waar ze impact hebben, dreigen ze steevast ook een belangrijke hypotheek te leggen op de getroffen schoolwerkingen.
Scholen zijn niet altijd in de mogelijkheid zelf een oplossing te vinden voor de personeelshiaten die zich versterkt door de coronacrisis stellen. Ook brengt de Vlaamse uitbreiding van de vervangingsmogelijkheden in het basis- en secundair onderwijs (cfr. Vlaamse Omzendbrief met referentie ‘PERS/2020/05 dd. 13 november 2020) niet altijd soelaas. Zo gelden de vervangingen slechts voor de maximale duur van 10 werkdagen, wat vaak te kort is om een oplossing te bieden, bijvoorbeeld bij soms langdurige revalidatie van leerkrachten die door COVD 19 getroffen zijn geweest. Bovendien brengt de uitbreiding geen oplossing als een leerkracht niet uitvalt, maar na een besmettingsdreiging van thuis uit les moet geven, via een vorm van afstandsonderwijs: op dat moment is er uiteraard nood aan technische en agogische ondersteuning in de klas, omdat je een groep leerlingen niet online kan 'managen'. Maar daartoe zijn via het vervangingsstelsel geen middelen voorzien.
We denken dat er nood zal zijn om de maatregel te continueren tot het einde van het schooljaar 2020-2021. De nood aan ondersteuning en dus de budgettaire impact, zal evenwel wisselend zijn en het verdere verloop van de pandemie alsook de gefaseerde uitrol van de vaccinatiestrategie reflecteren. We schatten de bijkomende budgettaire impact momenteel op 350.000 euro. Dit is niet voorzien bij budgetopmaak 2021 en kan dus pas bij budgetwijziging worden rechtgezet. Om deze noodzakelijke dienstverlening aan de Gentse scholen te blijven garanderen, is er dus nood aan overbruggingskredieten, temeer daar we verwachten dat de grootste noden zich de eerstkomende maanden zullen voordoen. Via onderhavig besluit stellen we alvast voor 75.000 euro bijkomend te voorzien. De verdere bestemming van benodigde middelen zal het voorwerp zijn van verdere besluitvorming.
| Dienst* | Onderwijscentrum Gent |
| Budgetplaats | 3444400C1 |
| Categorie* | E |
| Subsidiecode | NIET_RELEVANT |
| 2021 | 75.000 |
| Totaal | 75.000 |
Keurt goed de verlenging van de onderwijsrelancemaatregel tot en met 12/02, waarbij het Onderwijscentrum Gent via een ‘pool’ van vrijwilligers, interimarissen, stagiairs en anderen met een geschikt profiel ‘extra helpende handen’ matcht aan scholen, die door de coronacrisis met extra personeelsuitval kampen. Op die manier draagt de Stad Gent bij aan de continuering van het leerproces van kinderen en jongeren, en helpt ze voorkomen dat door de coronacrisis verdere leerachterstand wordt opgebouwd.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 1.
Basisonderwijs
Het Decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997 bepaalt dat het schoolbestuur verplicht is voor al zijn scholen van het gewoon- en buitengewoon basisonderwijs de capaciteit te bepalen:
Het Decreet bepaalt eveneens dat het schoolbestuur voor al zijn scholen gewoon- en buitengewoon basisonderwijs de capaciteit kan bepalen:
Indien het schoolbestuur van deze mogelijkheid geen gebruik maakt, dan kan op niveau van het geboortejaar en op niveau van het leerjaar niet geweigerd worden op basis van capaciteit.
De Stad Gent kiest ervoor om voor al haar scholen waarvan ze het schoolbestuur is, wel gebruik te maken van deze mogelijkheid.
De capaciteiten zijn meegedeeld aan het LOP (Lokaal overlegplatform) Gent.
Dit zijn eveneens de capaciteiten die gebruikt worden in CAR (centraal aanmeldingsregister).
Secundair onderwijs
In het besluit van 27 juni 2011 heeft de gemeenteraad van de Stad Gent de capaciteit goedgekeurd van alle secundaire scholen waarvoor de Stad Gent het schoolbestuur is.
In de toelichting bij het besluit werd daarbij aangegeven dat het aangewezen is die vastgestelde capaciteit jaarlijks te herbekijken op basis van schommelingen in vraag en aanbod.
Tevens moeten scholen vóór de start van de inschrijvingsperiode voor alle vestigingsplaatsen met een eerste leerjaar van de eerste graad van het voltijds gewoon secundair onderwijs een capaciteit bepalen op één van volgende niveau's:
- het structuuronderdeel (1A of 1B)
- de combinatie van de beide structuuronderdelen (1A én 1B)
In het buitengewoon secundair onderwijs moet (met uitzondering van type 5, waar dit niet verplicht is) het schoolbestuur voor elk van zijn scholen de capaciteit bepalen op één of meerdere van volgende niveau's:
- de school
- de vestigingsplaats
- de opleidingsvorm
- het type
- het structuuronderdeel
- de combinatie van twee of meerdere structuuronderdelen
- de pedagogische eenheid
Deze capaciteiten worden doorgegeven aan het LOP (Lokaal Overlegplatform).
Voor het schooljaar 2021-2022 moet de capaciteitsbepaling van de scholen van het gewoon- en buitengewoon basisonderwijs en van het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs van het Stedelijk Onderwijs Gent worden goedgekeurd.
Keurt goed de bepaling van de capaciteit van de scholen van het gewoon en buitengewoon basisonderwijs en van het secundair en het buitengewoon secundair onderwijs van het Stedelijk Onderwijs Gent voor het schooljaar 2021-2022, zoals vermeld in bijlagen.
Wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, zoals gewijzigd.
Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40§1.
Deeltijds Onderwijs (DBSO) evolueerde sinds het decreet “Leren en Werken” (2008-2009) naar een voltijds engagement met volwaardige certificaten, getuigschriften en diploma’s. Bij de fusie met het deeltijds van het GO! werd afgesproken voortaan te spreken over CLW-Gent (Centrum voor Leren en Werken Gent). Officieel bleef de naam van het centrum: Autonoom Centrum voor DBSO.
Met het decreet “Duaal Leren” wordt er steeds meer van 'een centrum' geëvolueerd in de richting van “een echte (voltijdse) school” zonder echter de sterktes, missie, visie en waarden te negeren. Ook in de toekomst worden er kansen geboden aan alle jongeren en met een bijzondere aandacht voor kansengroepen.
Naast “Leren en Werken” is het centrum ook aanbieder van Duaal Leren.
Op dit ogenblik is er een ruim aanbod aan duale opleidingen op het niveau van de 3de graad en het 7de specialisatiejaar. Om te kunnen tegemoet komen aan de huidige doelgroep zal vanaf het schooljaar 2021-2022 zestien duale opleidingen aangeboden worden op het niveau van de 2de graad.
Tegen 2025 zal “Leren en Werken” volledig zijn ingekanteld in “Duaal Leren”, wat betekent dat alle opleidingen binnen “Leren en Werken” zullen geconcordeerd zijn naar een duale variant.
DuO²-Gent (CLW Gent) als expertisecentrum duaal leren binnen de scholengemeenschap Artevelde:
Binnen het Centrum Leren en Werken stad Gent (CLW Gent) is er al heel wat expertise opgebouwd binnen het stelsel van Leren en Werken (DBSO). De afgelopen 10 jaar zijn er binnen deze onderwijsvorm heel wat hervormingen geweest om de kwalitatieve uitstroom te verhogen. Naast het modulair maken van bijna alle opleidingen en het kunnen uitreiken van graden en diploma’s, is de invoering van het duaal leren een volgende fase in het vergroten van een kwalitatieve uitstroom.
Duaal leren heeft zijn meerwaarde binnen onze inrichtende macht en het is belangrijk om binnen de beschikbare infrastructuur zo veel als mogelijk programmeringen aan te vragen. Naast het aanbod aan duale opleidingen binnen het huidige CLW-Gent is binnen het gewoon secundair onderwijs samenwerking met Hotelschool Gent en het Spectrum Gent een must in het kader van opleidingen die door beiden kunnen worden aangeboden.
Voor de volgende schooljaren geldt de afspraak om binnen het gewoon secundair onderwijs van de Scholengemeenschap Artevelde alle duale opleidingen aan te vragen en in te richten vanuit één expertise centrum voor duaal leren met name het huidige CLW Gent of het toekomstige DuO²-Gent. Met de Hotelschool en het Spectrum kunnen, indien vragende partij, afspraken worden gemaakt om op beide scholen lesuren van het CLW te investeren in praktijklessen van specifieke duale opleidingen. Jongeren die vanuit de Hotelschool of het Spectrum worden toegeleid naar een duale opleiding kunnen steeds terugkeren naar de voltijdse variant wanneer het niet zou lukken binnen duaal leren.
De profilering van het duaal leren in het gewoon secundair onderwijs binnen onze scholengemeenschap moet gebeuren vanuit één expertisecentrum voor duaal leren voor de ganse scholengemeenschap; een nieuwe naam voor het CLW-Gent is prioritair en meer dan wenselijk. Elke school die duale opleidingen kan aanbieden (CLW, Hotelschool, Spectrum) vermeldt dan het aanbod of een beperkt deel van het duale aanbod binnen hun eigen opleidingen, maar in samenwerking met het Expertisecentrum Duaal Leren Gent è DuO²-Gent.
Daarnaast zijn er ook duale opleidingen binnen het BuSO en in de toekomst ook binnen het volwassenonderwijs. Ook hier is samenwerking met IBC en CVO Gent belangrijk.
Waarom de keuze voor DuO²-Gent:
DuO verwijst naar Duaal Onderwijs, maar ook naar de dubbele leerweg die wordt aangeboden, namelijk “duaal” en “leren en werken”. DuO staat ook voor de vorm van onderwijs, 2 dagen leren en 3 dagen werken.
Het ² is een versterking van “DuO” en visualiseert ook de slogan “Leren en werken in ’t kwadraat!”
“Duaal Leren” is eigenlijk een upgrade van “Leren en Werken”, de component “leren” en de component “werken” binnen duaal zijn veel meer met elkaar verstrengeld, vandaar “Leren en werken in ’t kwadraat!”
Keurt goed dat met ingang van 1 september 2021 de naam van het Autonoom Centrum voor DBSO (CLW-Gent) wordt gewijzigd in "DuO²-Gent".
Decreet van 22 december 2017, artikel 2, § 2
Decreet van 22 december 2017, artikel 40, § 1
Stedelijk Onderwijs Gent is een 'intern verzelfstandigd agentschap' (verder: 'IVA') van de Stad. De gemeenteraad besliste op 25 februari 2013 tot oprichting van het IVA.
Elke interne verzelfstandiging (op lokaal niveau) situeert zich volledig binnen de rechtspersoon van het lokaal bestuur, waardoor IVA's nooit een eigen rechtspersoonlijkheid hebben. Dit in tegenstelling tot de externe vormen van verzelfstandiging, met name de autonome gemeentebedrijven en de extern verzelfstandigde agentschappen in privaatrechtelijke vorm.
Tot en met 31 december 2018 bepaalde de Vlaamse overheid met het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 de basisregels voor interne verzelfstandiging.
De Vlaamse regelgever besliste echter, in het licht van de vereenvoudiging van de regelgeving, om de intern verzelfstandigde agentschappen niet meer op te nemen in het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
Dit betekent dat de Stad nog steeds kan kiezen voor interne verzelfstandiging, maar daarbij niet langer verplicht is om een decretaal voorgeschreven formule te volgen. De Stad kan dus zelf een regeling op maat uitwerken. Deze mogelijkheid wordt expliciet bevestigd door de Memorie van Toelichting bij het Decreet Lokaal Bestuur en kadert in de verhoogde autonomie die de Vlaamse overheid wenst te bieden aan lokale besturen.
De Stad Gent kiest inzake haar onderwijsbeleid voor het behoud van deze interne verzelfstandigingsvorm, met name een intern verzelfstandigd agentschap als een dienst zonder eigen rechtspersoonlijkheid met een zekere operationele en financiële autonomie, door de Stad belast met beleidsuitvoerende taken van gemeentelijk belang.
Voorliggend hernieuwd IVA kader vervangt, herneemt waar mogelijk en actualiseert waar nodig de eerdere afspraken die de Stad maakte in verband met deze IVA in resp. het oprichtingsbesluit d.d. 25 februari 2013 en de beheersovereenkomst.
Dit hernieuwde IVA kader voor het Stedelijk Onderwijs Gent (SOG) bevat in hoofdzaak:
- de omschrijving van de beleidsuitvoerende taken van gemeentelijk belang van het SOG;
- de situering van de werkzaamheden van SOG binnen de strategische en operationele doelstellingen van de Stad;
- de taken van de directeur van het SOG, die deel uitmaakt van het directieteam van het departement Onderwijs, Opvoeding en Jeugd;
- de operationele autonomie op financieel vlak;
- jaarlijks wordt het financieel resultaat van het SOG berekend en gerapporteerd. Er wordt na afloop van een boekjaar, net zoals andere stadsdiensten, geen financieel resultaat verdeeld;
- afspraken over de ondersteunende dienstverlening;
- organisatiebeheersing en audit;
- rapportering en evaluatie. Zo zal de gemeenteraad jaarlijks via de directeur van het SOG gerapporteerd worden over de uitvoering van de taakstelling van het SOG en de taken van de directeur.
Om deze reden wordt dit hernieuwde IVA afsprakenkader tussen de Stad en het Stedelijk Onderwijs Gent voorgelegd aan de gemeenteraad.
keurt goed het hernieuwd afsprakenkader IVA Stedelijk Onderwijs Gent (SOG), zoals opgenomen in de bijlage "Naar een hernieuwd afsprakenkader IVA Stedelijk Onderwijs Gent: taakstelling IVA, opdrachten directeur IVA, operationele autonomie en rapportering" inclusief het principe dat na afloop van een boekjaar, net zoals andere stadsdiensten, geen financieel resultaat verdeeld wordt.
De beheersovereenkomst 2020-2025 tussen Stad Gent, OCMW Gent en sogent, goedgekeurd op de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn van 17 december 2019, artikel 11.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 41, 2de lid, 5°.
Het project Malmar – Bijgaardehof beoogt de herontwikkeling van het voormalige fabrieksgebouw binnen het Bijgaardepark tot een nieuwe collectieve woonontwikkeling, aangevuld met buurtondersteunende functies alsook een uitbreiding van het bestaande park. Hiertoe sloot de Stad Gent met sogent een bijzondere samenwerkingsovereenkomst af voor de parkuitbreiding binnen het project MALMAR Bijgaardehof en dit voor de studie-, verwervings- en uitvoeringsfase. Deze overeenkomst werd op 20 maart 2017 goedgekeurd door de gemeenteraad.
Op 23 september 2019 keurde de gemeenteraad vervolgens een eerste addendum als uitbreiding op voormelde afgesloten overeenkomst goed, om onder partijen de nodige afspraken te maken inzake de vastgestelde minerale bodemverontreiniging en bodemverontreiniging vastgesteld met niet-gebonden asbestdelen.Bij de finalisering van het programma van eisen in samenwerking met de Groendienst werd duidelijk welke elementen aangevuld dienden te worden bij het uitwerken van het ontwerp van de parkuitbreiding, met name: dempen van kelder i.f.v. een kwalitatieve parkuitbreiding, voorzieningen voor behoud vleermuizen-populatie, regenwateropvang voor toekomstig definitief moestuinproject op de site, en dergelijke meer.
Er is bij uitwerking gebleken dat de oorspronkelijk voorziene parkuitbreiding eerder het in stand houden van een vervallen gebouw met erfgoedwaarde is, bovendien wordt verkozen een deel van het park op volle grond aan te leggen waardoor de onderliggende bestaande kelder gedempt moet worden en belangrijke stabiliteitswerken en instandhoudingswerken nodig zijn.
De raming, door het ontwerpteam opgesteld, voor het uitwerken van dat programma van eisen, is hoger dan het voorziene budget volgens de goedgekeurde samenwerkingsovereenkomst. Het doel van dit addendum is om dit extra budget ten bedrage van 66.000 euro te voorzien in het kader van de uitvoering van het project.Er wordt derhalve aan de gemeenteraad gevraagd het voorliggend addendum 2 hiertoe goed te keuren.
| Dienst* | Groendienst |
| Budgetplaats | AC348870000 |
| Categorie* | I |
| Subsidiecode | NIET RELEVANT |
| 2021 | 66.000 EUR |
| Totaal | 66.000 EUR |
Keurt goed het addendum 2 bij de bijzondere samenwerkingsovereenkomst met sogent voor het project Malmar Bijgaardehof - parkuitbreiding: studie-, verwervings- en uitvoeringsfase, zoals gevoegd in bijlage.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
Het Decreet over het lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 1.
De 'overeenkomst 2021-2025 met betrekking tot de werking van het milieuklachtenmeldpunt Gentse kanaalzone' wordt afgesloten in uitvoering van actie M6 "Continue opvolging van de milieukwaliteit – voortzetting werking milieuklachtenmeldpunt" van het subregionaal actieprogramma "milieukwaliteiten" van het definitief ontwerp van strategisch plan voor de Gentse Kanaalzone (2007). Dit definitief ontwerp van strategisch plan focust inzake milieu op het wegwerken van de lokale milieuverstoringen.
Het milieuklachtenmeldpunt werd opgericht in uitvoering van de Samenwerkingsovereenkomst Milieuklachtenmeldpunt van 12 september 2002, afgesloten voor een duurtijd van 6 jaar. De werking van het milieuklachtenmeldpunt werd vervolgens geregeld door nieuwe overeenkomsten voor de periode 2008-2012, met verlenging tot einde 2013 en een nieuwe overeenkomst voor de periode 2014-2019 met stilzwijgende verlenging tot 2020.
De overeenkomst heeft enkel betrekking op klachten m.b.t. hinder veroorzaakt door de haven- en industriële activiteiten in de Gentse Kanaalzone.
De werking van het milieuklachtenmeldpunt wordt jaarlijks geëvalueerd met alle partners. Het meldpunt wordt positief gewaardeerd, zowel door de Provincie, North Sea Port, de gemeenten Evergem en Zelzate, de Stad Gent en de Vlaamse overheid, departement Omgeving (Afdeling Handhaving – Omgevingsinspectie). De meerwaarde van het meldpunt ligt in het feit dat het permanent bereikbaar is, dat er direct wordt gebeld naar de vermoedelijke veroorzaker en dat er, indien nodig, een plaatsbezoek volgt kortelings na het ontvangen van de klacht. Ook de gezamenlijke communicatie en bekendmaking via de nieuwsbrief Gentse Kanaalzone is een meerwaarde.
Deze nieuwe overeenkomst herbevestigt de werking van het milieuklachtenmeldpunt en geldt voor de periode 2021-2025 - ze treedt in werking op 1 januari 2021 en eindigt op 31 december 2025.
De verderzetting van de werking van het milieuklachtenmeldpunt heeft de volgende doelstellingen:
1° het fungeren als één aanspreekpunt voor klachten rond hinder voor de inwoners van en nabij de Gentse Kanaalzone; in het bijzonder buiten de kantooruren, wanneer, de provincie, de stad Gent en de gemeenten Evergem en Zelzate niet bereikbaar zijn;
2° een efficiënte registratie en opvolging van de klachten die via het milieuklachtenmeldpunt worden gemeld, onder andere door het snel op de hoogte brengen van de bedrijven die de oorzaak zijn van de geur-, stof- en geluidshinder, indien nodig;
3° een betere communicatie met de inwoners van de Gentse kanaalzone.
De uiteindelijke doelstelling is een reductie van de geur-, stof- en geluidshinder.
Keurt goed de overeenkomst 2021-2025 met betrekking tot de werking van het Milieuklachtenmeldpunt Gentse Kanaalzone, zoals gevoegd in bijlage, met inwerkingtreding op 1 januari 2021.
Context en achtergrond
Op 24 juni 2003, ruim 17 jaar geleden, werd het huidig reglement op werken aan nutsvoorzieningen op het openbaar domein goedgekeurd door de gemeenteraad. De Stad Gent koos hiermee voor een eigen reglementering die afwijkt van de zgn. Code voor infrastructuur- en nutswerken langs gemeentewegen (Code Nutswerken), het afsprakenkader dat in 2001 tot stand kwam tussen de Vlaamse steden/gemeenten en nutsbedrijven.
In de periode 2015-2016 nam de Stad Gent actief deel aan de werkgroep van steden/gemeenten, nutsbedrijven, de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) en de Vlaamse Raad van Netwerkbeheerders (VRN) om de Code Nutswerken van 2001 te actualiseren en verbeteren. Hoewel de geactualiseerde Code Nutswerken heel wat belangrijke verbeteringen inhoudt, waren er in 2017 voor de Stad Gent nog een reeks principiële, operationele en technische bezwaren op het vlak van de uitvoering van nuts- en infrastructuurwerken, toezicht op het openbaar domein en Minder Hinder. De keuze werd toen gemaakt om (vooralsnog) niet toe te treden tot de Code en het stedelijk reglement over nutswerken te herzien.
In 2018-2019 kende de denkoefening rond nuts- en infrastructuurwerken in Gent een doorstart, onder impuls van verschillende factoren. De afdeling Innames Publieke Ruimte (IPR), ontstaan uit een grondige reorganisatie en nu deel van de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, kreeg naast de vergunnende, controlerende en handhavende taken (incl. vergunning van en toezicht op nutswerken) een centrale rol toebedeeld binnen het Gentse minderhinder-beleid. Er werd sterk geïnvesteerd in een geavanceerd digitaal systeem om de operationele uitvoering van deze opdrachten te ondersteunen (MoniTHOR: Temperen van Hinder in de Openbare Ruimte). MoniTHOR is gekoppeld met het Generiek Informatieplatform Openbaar Domein (GIPOD) van de Vlaamse Overheid, maar liep op verschillende vlakken vooruit op de verdere ontwikkeling van het Vlaams systeem. Vanuit deze positie kon de Stad Gent een belangrijke bijdrage leveren aan GIPOD², dat momenteel bij alle steden/gemeenten en nutsbedrijven geïntegreerd wordt, alsook aan de verdere uitwerking van de (registratie)regels onder het GIPOD-decreet. In 2020 werd beslist om MoniTHOR als 'digitaal fundament' onder het overkoepelende BORG-project (Beheersen van de Openbare Ruimte in Gent) uit te bouwen met de nieuwe RADAR-toepassing voor de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen. Deze Gentse systemen worden nu gestroomlijnd met GIPOD² en de nieuwe decretale verplichtingen in 2021.
In 2018 werd ook een traject opgestart met de nutsmaatschappijen om de bekommernissen en verwachtingen van de Stad Gent te bespreken, en toe te werken naar een nieuw kader voor nutswerken in Gent. Het bestuursakkoord 2019-2024 'Ambitie en durf voor Gent' legt de nadruk op mobiliteit, verkeersveiligheid en Minder Hinder bij (wegen)werken, met een sterke focus op het comfort en de veiligheid van voetgangers en fietsers. Het huidige stadsbestuur wil in dit verband meer dan ooit inzetten op een betere organisatie, uitvoering en communicatie van nuts- en infrastructuurwerken.
In deze context was er een voortschrijdend inzicht met betrekking tot de noodzakelijke herziening van de Gentse reglementering rond nuts- en infrastructuurwerken, die sinds 2003 ongewijzigd was gebleven. De voordelen om alsnog aansluiting te zoeken bij de Code Nutswerken kregen geleidelijk aan meer gewicht, vanuit de vaststelling dat dit omstandige afsprakenkader - inmiddels onderschreven door 90 % van de Vlaamse steden/gemeenten - heel bepalend is voor de juridische, digitale en procesmatige dynamiek rond het Vlaamse GIPOD en dus ook de structurele samenwerking met de nutsmaatschappijen. Tezelfdertijd bleek het absoluut zaak om de Gentse beleidswensen rond (hinder door) nutswerken scherp te stellen en de grenzen van de lokale bevoegdheden en autonomie op dit vlak zorgvuldig te bewaken.
Sinds eind 2019 zijn een reeks minderhinder-voorwaarden standaard opgenomen in de collegebesluiten over de zgn. domeintoelating of 'reservatievergunning' voor nutswerken (die dan in een tweede fase, na de concrete planning en voor de effectieve start van de werken, meestal nog een signalisatievergunning of 'uitvoeringsvergunning' vereisen). Hiermee werd duidelijk de toon gezet voor de verwachtingen van het stadsbestuur op dit vlak.
De volgende stap is om het gedateerde reglement van 2003 effectief te vervangen door een nieuw, up to date kader voor nuts- en infrastructuurwerken in Gent. De bezwaren van 2017 i.v.m. de aansluiting bij de Code Nutswerken werden het afgelopen jaar opnieuw grondig onder de loep genomen. Sommige van deze bezwaren bleken ondertussen minder prangend, andere werden bevestigd in hun pertinentie. Uiteindelijk is de richting gekozen van een reglement dat de Code Nutswerken overneemt, maar dit kader op een aantal punten wel specifiek op maat stelt van het Gentse beleid. De eerste ontwerpversie werd in oktober 2020 overgemaakt aan de nutsmaatschappijen en tijdens een digitale vergadering nader toegelicht en besproken.
Minderhinder-beleid voor nuts- en infrastructuurwerken
Nuts- en infrastructuurwerken zijn noodzakelijk voor een duurzaam beheer en inrichting van het openbaar domein en de ondergrondse- en bovengrondse infrastructuur, en dienen dus een algemeen belang. Het is evenwel een grote bekommernis van de Stad Gent dat deze werken in de praktijk al te vaak aanleiding geven tot grote hinder en onveilige situaties: werken worden opgestart in de volle spits met alle verkeersproblemen van dien, signalisatie is ontoereikend of niet-conform, trottoirs worden opgebroken zonder veilige doorgang voor voetgangers, fietsers worden door werfinnames op de rijweg geduwd, zwaar werfverkeer in schoolomgevingen en op schoolfietsroutes brengt stappers en trappers in gevaar, handelaars zien de toegang tot hun zaak belemmerd door onverwachte werken, herstel na de werken laat kwalitatief te wensen over, ... .
Het Gentse minderhinder-beleid is erop gericht om de hinder voor weggebruikers en aangelanden door werken zo veel mogelijk te vermijden of beperken, met bijzondere aandacht voor de veiligheid en het comfort van voetgangers en fietsers, alsook de bereikbaarheid van woningen, horeca- en handelszaken, scholen en andere gemeenschapsvoorzieningen. Een grondige voorbereiding, afstemming en coördinatie alsook tijdige en duidelijke (hinder)communicatie zijn hierbij essentieel.
Veiligheid staat voorop, zowel bij de signalisatie, de organisatie en inrichting van de werf als het verkeer van en naar de werf (werftransport), in het bijzonder in schoolomgevingen en op belangrijke schoolfietsroutes. Innames van voetpaden en fietspaden zijn in omvang en duur te beperken tot het hoogst noodzakelijke – als er echt geen andere oplossing is – en moeten in voorkomend geval steeds gepaard gaan met een voldoende brede en veilige doorgang voor stappers en trappers. Een omleiding voor voetgangers en fietsers wordt in lijn met het STOP-principe enkel toegestaan als er geen redelijk alternatief is, en moet in dat geval zo kort en veilig mogelijk zijn. Borden ‘fietsers afstappen’ zijn niet toegestaan.
De Stad Gent wil ook dat de vergunde signalisatie niet alleen tijdig, duidelijk zichtbaar maar ook steeds op de minst hinderlijke wijze opgesteld wordt, en geen belemmering vormt voor het veilig en vlot verkeer op de rijweg, voet- en fietspaden. Men dient alle redelijke maatregelen te nemen om misbruiken, ongevallen of hinder te voorkomen (zoals het degelijk vastmaken van verkeersborden, palen en voeten). Na de werken is de signalisatie onmiddellijk te verwijderen.
Het stallen van werfwagens (lichte vrachtwagens of vrachtwagens) binnen de werfzone kan enkel indien dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de werken en voor zover dit conform is met de verleende vergunning. Zo niet moet er reglementair geparkeerd worden op een andere plaats. Uiteraard dienen de nutsmaatschappijen en hun aannemers ook het mobiliteitsbeleid van de Stad Gent en de regels inzake het autovrij gebied strikt na te leven.
De Stad Gent verwacht dat netbeheerders, nutsbedrijven en hun aannemers hun werken zo optimaal en efficiënt mogelijk plannen, coördineren, organiseren en waar mogelijk in synergie uitvoeren, volgens de regels en principes van het Gentse minderhinder-beleid (waaronder voormelde krachtlijnen) en de afspraken die vastgelegd zijn in de Code voor infrastructuur- en nutswerken langs gemeentewegen (Code Nutswerken), zoals in 2016 goedgekeurd door de Raad van Bestuur van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG).
Nieuw NINF-reglement: Code Nutswerken met Gentse accenten
Met het nieuw reglement over nuts- en infrastructuurwerken in Gent (NINF-reglement) onderschrijft het stadsbestuur de Code Nutswerken, voor zover de concrete toepassing daarvan verenigbaar is met enerzijds de bevoegdheid en autonomie als lokaal bestuur en anderzijds de lokale, Vlaamse en federale regelgeving. Dit wordt samen met een reeks krachtlijnen van het minderhinder-beleid meegegeven in de inleidende bepalingen (Hoofdstuk I).
Hoofdstuk II van het NINF-reglement herneemt de tekst van de Code en voegt waar nodig interpretatieve nota’s, aanvullende of afwijkende bepalingen toe, die bindend zijn voor de toepassing in Gent. Een lijst van de artikelen uit de Code Nutswerken die op deze manier specifiek op maat van het Gentse beleid zijn gesteld, is opgenomen als bijlage van het NINF-reglement. Het betreft - naast heel wat andere zaken - o.m. het maatschappelijk optimum bij het ontwerp en beheer van de publieke ruimte en de kostenregeling voor sonderingen (art. 15.2), de informatieplicht en de termijnen voor bewonersbrieven e.a. communicatie (artikel 26), de algemene bepalingen voor de uitvoering van werken met een meer dwingende vertaling van het Charter Werftransport (artikel 28-29), minderhinder-maatregelen die ook specifiek uitgewerkt worden voor de plaatsing van signalisatie (artikel 34.1) en verduidelijkingen van bepaalde noties zoals bvb. 'stockage' (artikel 38), 'werfzone' en 'verkeershinder' (artikel 57).
De regels en principes van het Gentse minderhinder-beleid worden met het NINF-reglement meer algemeen doorgetrokken in alle fasen van nuts- en infrastructuurwerken: planning en coördinatie, vergunningsprocedures, begin/uitvoering/einde van de werken, toezicht en klachtenbehandeling. Bij niet-naleving en wanneer dialoog geen of onvoldoende resultaat oplevert, behoudt het stadsbestuur zich het recht voor om binnen haar bevoegdheden alle nuttige maatregelen of sancties te nemen. Vergunningsaanvragen kunnen desnoods geweigerd worden tot er voldoende garanties zijn dat de reglementering in de praktijk nageleefd zal worden.
Het laatste geldt zeker ook voor de jaartoelating voor bepaalde nuts- en infrastructuurwerken en signalisatie (NINF-jaartoelating). Dit wordt geregeld in Hoofdstuk III van het reglement, ter vervanging van de artikelen 18 en 22 van de Code Nutswerken. Deze nieuwe regeling, die aansluit bij artikel 10 van het politiereglement betreffende de uitvoering van werken, vervangt ook de jaartoelating die bedoeld werd in artikel 2.2 van het oude stadsreglement op werken aan nutsvoorzieningen alsook de jaartoelatingen voor het signaleren van werken 3de, 4de en of 6de categorie (cf. Wegcode). De Stad Gent wil dit complexe, historisch gegroeide kluwen verlaten en kiest voor een meer geïntegreerd systeem om de uitvoering te faciliteren van de vele duizenden klantaansluitingen en andere kleine of dringende nuts/onderhoudswerken die jaarlijks in Gent uitgevoerd worden. Ook voor eigen werken en onderhoud van het openbaar domein door diensten van Groep Gent. Het reglement laat een zekere ruimte om jaartoelatingen op maat te stellen. Als wortel én als stok, want de mogelijkheid om werken via jaartoelating uit te (blijven) voeren kan ook afhangen van de nalevingsgraad van het NINF-reglement en de mate waarin de nutsmaatschappij/aannemer zich inschrijft binnen het Gentse minderhinder-beleid.
Volgens de slotbepalingen (Hoofdstuk IV) wordt het oude reglement op werken aan nutsvoorzieningen opgeheven door de inwerkingtreding van het het NINF-reglement op 1 april 2021. Hoofdstuk III over de jaartoelating zal in werking treden op latere datum, vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen. Reden hiervoor is dat er een centraal aanvraag- en meldingssysteem voor jaartoelatingen en kleine werken gepland is in het kader van de digitale GIPOD-vernieuwing en de voorziene decreetwijziging. Het is raadzaam om de evolutie in 2021 af te wachten vooraleer eventueel verder te investeren in een systeem op (louter) Gents formaat. Ondertussen kunnen over de NINF-jaartoelating wel reeds de nodige voorbereidende gesprekken gevoerd worden met de nutsmaatschappijen.
Verder wordt niet verwacht dat de transitie voor rechtsonzekerheid of andere grote problemen zal zorgen, te meer daar het oude reglement al langer voorbijgestreefd is door de praktijk en het nieuwe reglement aansluit bij de Code Nutswerken waarmee de nutsmaatschappijen wegens de ruime toepassing in Vlaanderen goed vertrouwd zijn. De vergunningen voor nuts- en infrastructuurwerken die verleend zijn vóór de inwerkingtreding van het NINF-reglement blijven geldig, tenzij het noodzakelijk is om hierover een nieuwe beslissing te nemen. De Stad Gent streeft in dat geval naar een maximale continuïteit voor eerder vergunde werken die reeds in uitvoering of concreet gepland zijn.
De Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, afdeling Innames Publieke Ruimte (IPR), is belast met de controle van/het toezicht op de uitvoering van dit reglement.
Heft op vanaf 1 april 2021 het 'Reglement op werken aan nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein', goedgekeurd in de gemeenteraad van 24 juni 2003.
Keurt goed het 'Reglement over nuts- en infrastructuurwerken in Gent (NINF-reglement)', dat bij dit besluit wordt gevoegd, met inwerkingtreding op 1 april 2021 behalve Hoofdstuk III - Jaartoelating voor bepaalde nuts- en infrastructuurwerken en signalisatie - waarvan de datum van inwerkingtreding vastgesteld zal worden door het college van burgemeester en schepenen.
Het Provinciedecreet van 9 december 2005, artikel 2, § 2, 2°.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 1.
Lokale overheden hebben het vaak moeilijk om efficiënt die specialismen te leveren die noodzakelijk zijn voor de goede werking van hun administratie. Deze overheden zijn betrokken in heel wat processen waar de Provincie ook actor is.
De efficiënte werking van de lokale overheden is in het belang van alle actoren (burger, ondernemingen, andere overheden, ...). Met verschillende lokale overheden samen over neutrale, niet commercieel gebonden deskundigheid beschikken is een mogelijke oplossing.
De Provincie kan vanuit haar bestaande intermediaire rol en invulling gevend aan artikel 2 (§2, 2e) van het Provinciedecreet, een ondersteunende, coördinerende rol spelen bij het participatorisch inzetten van deskundigheid bij deze lokale overheden.
Zij beschikt hiervoor over eGov, dat als missie heeft externe informatica-gerelateerde ondersteuning te bieden en daarbij intermediair op te treden naar de hogere overheden toe.
Via een samenwerkingsovereenkomst stelt de Provincie, Piva eGov, tegen betaling een GIS-medewerker ter beschikking aan Stad Gent voor een totaal van maximum 50 dagen per jaar gedurende het jaar 2021.
De taken van de GIS-medewerker hebben betrekking op de investeringen die de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen doet in het kader van aanleg fietsinfrastructuur. Dit onder andere met betrekking tot de toekomstige fietsrouteplanner en de indicatoren rond de opvolging van de fietsinfrastructuur. De medewerker zal ingezet worden tijdens de eerste aanmaak van deze informatielaag volgens de uitgevoerde investeringen. De werken houden zowel tekenwerk op kantoor als verificatie op het terrein in.
Deze overeenkomst vangt aan op 1 januari 2021 en eindigt op 31 december 2021.
| Dienst* | Diens Wegen, Bruggen en Watelopen |
| Budgetplaats | 349125200 |
| Categorie* | I |
| 2021 | € 21.000,00 |
| Totaal | € 21.000,00 |
Keurt goed de samenwerkingsovereenkomst met de Provincie Oost-Vlaanderen, Piva eGov, betreffende het ter beschikking stellen van een GIS-medewerker voor de periode 1 januari 2021 t.e.m. 31 december 2021, ter ondersteuning van de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen in het kader van het aanmaken van informatie over de fietsinfrastructuur.
De gemeenteraad stelde op 19/10/2020 de naam 'Goedjens' principieel vast voor het fiets- en wandelpad binnen de verkaveling Zuidbroek-Beekstraat te Mariakerke.
Conform het Decreet tot bescherming van de namen van de openbare wegen en pleinen van 28 januari 1977, werd na de principiële vaststelling door de gemeenteraad een openbaar onderzoek georganiseerd.
De Cultuurraad werd op 20/10/2020 op de hoogte gebracht van de organisatie van het openbaar onderzoek en bracht binnen de gestelde termijn geen advies uit. Overeenkomstig artikel 4,2° van het decreet plaatsnaamgeving wordt het advies als gunstig beschouwd.
Stelt de naam 'Goedjens' definitief vast voor het fiets- en wandelpad binnen de verkaveling Zuidbroek-Beekstraat te Mariakerke, zoals aangeduid met blauwe kleur op bijgevoegde plannen.
De gemeenteraad stelde op 28/09/2020 de namen 'Rendelgat', 'Kalkbrugpad' en 'Stekenevaardeken' principieel vast voor de onderdoorgang en de paden binnen het nieuwe project gelegen Nieuwland/Bomastraat te Gent.
Conform het Decreet tot bescherming van de namen van de openbare wegen en pleinen van 28 januari 1977, werd na de principiële vaststelling door de gemeenteraad een openbaar onderzoek georganiseerd.
De Cultuurraad werd op 13/10/2020 op de hoogte gebracht van de organisatie van het openbaar onderzoek en bracht binnen de gestelde termijn geen advies uit. Overeenkomstig artikel 4,2° van het decreet plaatsnaamgeving wordt het advies als gunstig beschouwd.
Stelt de naam 'Rendelgat' definitief vast voor het pad vanaf de onderdoorgang die wordt afgesloten met plooibare paaltjes tot aan de groene doorsteek binnen het nieuwe project gelegen Nieuwland/Bomastraat te Gent, zoals aangeduid met groene kleur op bijgevoegde plannen.
Stelt de naam 'Kalkbrugpad' definitief vast voor het noordelijke deel van de groene doorsteek binnen het nieuwe project gelegen Nieuwland/Bomastraat te Gent, zoals aangeduid met rode kleur op bijgevoegde plannen.
Stelt de naam 'Stekenevaardeken' definitief vast voor het zuidelijke deel van de groene doorsteek binnen het nieuwe project gelegen Nieuwland/Bomastraat te Gent, zoals aangeduid met blauwe kleur op bijgevoegde plannen.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
De ingediende dossiers (projectvoorstellen) zijn raadpleegbaar bij de Dienst Economie, Keizer Karelstraat 1, 9000 Gent (8ste verdieping).
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, art. 40, §1.
Op 14/06/2018 keurde het college van burgemeester en schepenen de projectoproep 'Watergebonden Bouwlogistiek' goed. Deze oproep is een gezamenlijk initiatief van Stad Gent en NV De Vlaamse Waterweg om te onderzoeken hoe bouwlogistiek van de weg naar het water toegeleid kan worden en om de ontwikkeling van varend materieel voor Gentse bouwlogistiek te ondersteunen. De projectoproep werd gepubliceerd in het Bulletin der Aanbestedingen, alsook op de website van de Stad Gent en van GentLevert. De projectoproep bestond uit twee luiken:
- algemeen onderdeel: voorstellen ter promotie van watergebonden bouwlogistiek.
- specifiek onderdeel: de ontwikkeling van een vaartuig/ponton (voor werfbelevering).
Twee indieners dienden op regelmatige wijze projectvoorstellen in. De projectvoorstellen werden door de Stad Gent en NV De Vlaamse Waterweg beoordeeld.
Op 6/12/2018 keurde het college van burgemeester en schepenen de beoordeling van de projectvoorstellen goed.
Voor het algemeen onderdeel van de oproep werd Urban Waterways Logistics Consortium geselecteerd. Er werden gesprekken aangevat met het oog op de opmaak van een projectovereenkomst.
Voor het specifiek onderdeel van de oproep werden De Jachtwerf BVBA en Urban Waterways Logistics Consortium geselecteerd. Er werden gesprekken opgestart met beide aanbieders met bijzondere aandacht voor het technisch plan, het exploitatieplan, het businessplan en het projectplan.
Uit deze gesprekken werden volgende conclusies getrokken:
- de voorstellen voor het specifiek onderdeel, met name de ontwikkeling van een vaartuig/ponton (voor werfbelevering), voldoen niet. De Stad Gent en De Vlaamse Waterweg oordelen verder dat bijkomend onderzoek moet verricht worden naar de exploitatiemodellen, de technische vereisten, het ruimtegebruik en de noodzakelijke investeringen. Hierna kan een nieuw initiatief genomen worden voor de ontwikkeling van vaartuigen voor bouwlogistiek op Gentse wateren. Er werd besloten om voor dit onderdeel geen projectovereenkomst te sluiten met de aanbieders.
- het voorstel van VZW Urban Waterway Logistics voor het algemeen onderdeel, met name voorstellen ter promotie van watergebonden bouwlogistiek, voldoet wel en een projectovereenkomst werd opgemaakt. VZW Urban Waterway Logistics zal gedurende een periode van 2 jaar proefprojecten uitvoeren in het domein watergebonden bouwlogistiek in Gent, gericht op de zone binnen de R40. Hiervoor zullen de Stad Gent en De Vlaamse Waterweg een budget ter beschikking stellen van 100.000 euro.
- bij de initiële kandidatuurstelling presenteerde Urban Waterway Logistics zich als consortium van 5 aanbieders. Die leden besloten intussen te ageren met de rechtspersoonlijkheid van een VZW, met name de VZW Urban Waterway Logistics met ondernemingsnummer 0744.621.290. De aanbieders in het consortium hebben de rol van toegetreden leden.
- tot het consortium trad ook de firma Tesco BV toe, vertegenwoordigd door Mevr. Marylou Overmeer. Deze rederij heeft bijkomend ervaring in het vervoer van goederen met duwbak, spits en kempenaar, maar anderzijds ook voor de uitbouw van stadslogistiek via de ontwikkeling van een "urban boat" en testen in Nederland. Dit draagt bij aan het aanbod van de VZW Urban Waterway Logistics.
- Voor de uitvoering van de proefprojecten zal de Stad Gent en NV De Vlaamse Waterweg een budget ter beschikking stellen van 100.000 euro: 50.000 euro door Stad Gent en 50.000 euro door NV De Vlaamse Waterweg. Dit budget dient om de meerkosten van de logistieke organisatie mee te financieren. De goedkeuring van deze proefprojecten en het gevraagde budget gebeurt voorafgaand door het college van burgemeester en schepenen via een projectfiche. Die projectfiche wordt dan toegevoegd als bijlage aan de projectovereenkomst.
Aan de Gemeenteraad wordt bijgevolg goedkeuring gevraagd om:
- voor het specifiek onderdeel, met name de bouw van een ponton/vaartuig (voor werfbelevering) geen projectovereenkomst op te maken.
- de werking van het consortium via de rechtspersoon VZW Urban Waterway Logistics, met het extra toegetreden lid Tesco BV, goed te keuren
- de projectovereenkomst tussen Stad Gent, NV De Vlaamse Waterweg en VZW Urban Waterway Logistics goed te keuren.
- het college van burgemeester en schepenen delegatie te verlenen om de verschillende projectfiches en het budget van in totaal maximaal 50.000 euro goed te keuren.
Aan de Raad van Bestuur van NV De Vlaamse Waterweg wordt op 27 januari 2021 dezelfde goedkeuring gevraagd.
| Dienst* | Dienst Economie | ||
| Budgetplaats | AC35407 | ||
| Categorie* | E subs. | ||
| Subsidiecode | niet_relevant | ||
| 2020 | |||
| 2021 | 25000 | ||
| 2022 | 25000 | ||
| 2023 | |||
| 2024 | |||
| 2025 | |||
| Later | |||
| Totaal | 50000 |
keurt goed de beslissing om voor het specifieke onderdeel, met name de bouw van een vaartuig/ponton (voor werfbelevering, geen projectovereenkomst op te maken.
keurt goed de werking van het consortium via de rechtspersoon VZW Urban Waterway Logistics, met het extra toegetreden lid Tesco BV.
keurt goed de projectovereenkomst tussen Stad Gent, NV De Vlaamse Waterweg en VZW Urban Waterway Logistics.
verleent het college van burgemeester en schepenen delegatie om de verschillende projectfiches en het budget van in totaal maximaal 50.000 euro goed te keuren.
Het Decreet betreffende de Brownfieldconvenanten van 30 maart 2007, artikel 10, § 1.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 1.
Op 12 maart 2010 werd de 2de oproep voor de totstandkoming van brownfieldconvenanten gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, waarbinnen dossier 54. Ertvelde – Kuhlmann Site Herontwikkeling werd ingediend.
Op 26 november 2010 verklaarde de Vlaamse Regering het dossier ontvankelijk en gegrond, met het oog op het aanvatten van de onderhandelingen.
Op 27 juni 2011 keurde de gemeenteraad Stad Gent het ontwerp van brownfieldconvenant voor Brownfieldproject 54. Ertvelde – Kuhlmann Site Herontwikkeling voorlopig goed.
Op 8 juli 2011 keurde de Vlaamse Regering het ontwerp goed.
Op 23 december 2011 keurde de Vlaamse Regering het brownfieldconvenant 54. Ertvelde – Kuhlmann Site Herontwikkeling definitief goed met het oog op de ondertekening ervan.
Op 10 juli 2012 werd het brownfieldconvenant ondertekend door alle partijen.
Op 23 november 2015 keurde de gemeenteraad Stad Gent het addendum 1 aan het Brownfieldconvenant voor 54 Ertvelde - Kuhlmannsite Herontwikkeling goed. Dit addendum werd goedgekeurd door de Vlaamse Regering en ondertekend op 19 september 2016.
Op 25 april 2019 werd de 9de oproep voor de totstandkoming van brownfieldconvenanten gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, waarbinnen dossier 206. Zelzate – Herontwikkeling Callemansputte werd ingediend.
Op 23 augustus 2019 verklaarde de Vlaamse minister voor Economie de aanvraag ontvankelijk en gegrond, waarna de onderhandelingen werd opgestart door de onderhandelaar, aangesteld door de Vlaamse Regering.
De Brownfieldcel heeft tijdens haar zitting van 9 december 2019 kennis genomen van het ontwerp van brownfieldconvenant 206. Zelzate – Herontwikkeling Callemansputte en de intentie tot de opmaak van addendum 2 aan het brownfieldconvenant 54. Ertvelde – Kuhlmann Site Herontwikkeling. De Brownfieldcel adviseerde de Vlaamse Regering om – op basis van de inhoud van het ontwerp van brownfieldconvenant – het betreffende ontwerp principieel goed te keuren met het oog op het organiseren van een inspraak- en informatievergadering. Tegelijk was de brownfieldcel akkoord om middels addendum de percelen van de Gipsberg uit brownfieldconvenant 54. Ertvelde – Kuhlmann Site Herontwikkeling te halen en toe te voegen aan 206. Zelzate – Herontwikkelings Callemansputte. Om te vermijden dat een juridisch vacuüm ontstaat, worden de percelen van de Gipsberg pas formeel overgedragen op het moment van gelijktijdige ondertekening door alle partijen van zowel het brownfieldconvenant 206. Zelzate – Herontwikkeling Callemansputte als addendum 2 aan het brownfieldconvenant 54. Ertvelde – Kuhlmann Site Herontwikkeling.
Momenteel ligt het addendum 2 aan het brownfieldconvenant voor het brownfieldproject 54. Ertvelde – Kuhlmann Site Herontwikkeling voor tussen de Vlaamse Regering, de actoren (Dredging International NV, Scheldedijk 30, 2070 Zwijndrecht, DEME Environmental Contractors NV, Scheldedijk 30, 2070 Zwijndrecht, Jan De Nul NV, Tragel 60, 9308 Hofstade, Envisan NV, Tragel 60, 9308 Hofstade, Terranova NV, Scheldedijk 30, 2070 Zwijndrecht), de uittredende actoren (Orrion Chemicals Regen NV, Kuhlmannkaai 1, 9042 Gent, Riemediation NV, Waterlelielaan 1, 9032 Wondelgem), en de regisseurs (Stad Gent, Gemeente Evergem, Fortune De Kokerlaan 11, 9940 Evergem, Gemeente Zelzate, Grote Markt 1, 9060 Zelzate, Provincie Oost Vlaanderen, Gouvernementstraat 1, 9000 Gent, North Sea Port Flanders NV, John Kennedylaan 32, 9042 Gent, OVAM, Stationsstraat 110, 2800 Mechelen, Departement Omgeving, Koning Albert II laan 20 bus 8, 1000 Brussel).
Door dit addendum verschuift de Gipsberg (Terranova) van convenant 54 naar convenant 206. De reden van deze verschuiving is dat convenant 54 vermoedelijk tegen 2022 kan afgesloten worden. De Gipsberg daarentegen heeft nog een langer traject te gaan, vermoedelijk tot 2031, de voorziene timing van het beëindigen van het opvullen van het gipsstort en de sanering ervan. De overblijvende gronden in convenant 54 zijn de industriële gronden aan de Kuhlmannkaai. Deze gronden situeren zich deels op grondgebied van Gent en deels in Evergem, zijn reeds volledig gesaneerd en bijna volledig gesloopt. Tevens zal DEME Environmental Contractors NV binnen dit convenant alle eigendommen van Orrion Chemicals Regen NV en Riemediation NV verwerven.
Keurt goed het addendum 2 aan het brownfieldconvenant voor het brownfieldproject 54. Ertvelde – Kuhlmann Site Herontwikkeling tussen de Vlaamse Regering, de actoren (Dredging International NV, Scheldedijk 30, 2070 Zwijndrecht, DEME Environmental Contractors NV, Scheldedijk 30, 2070 Zwijndrecht, Jan De Nul NV, Tragel 60, 9308 Hofstade, Envisan NV, Tragel 60, 9308 Hofstade, Terranova NV, Scheldedijk 30, 2070 Zwijndrecht), de uittredende actoren (Orrion Chemicals Regen NV, Kuhlmannkaai 1, 9042 Gent, Riemediation NV, Waterlelielaan 1, 9032 Wondelgem), en de regisseurs (Stad Gent, Gemeente Evergem, Fortune De Kokerlaan 11, 9940 Evergem, Gemeente Zelzate, Grote Markt 1, 9060 Zelzate, Provincie Oost Vlaanderen, Gouvernementstraat 1, 9000 Gent, North Sea Port Flanders NV, John Kennedylaan 32, 9042 Gent, OVAM, Stationsstraat 110, 2800 Mechelen, Departement Omgeving, Koning Albert II laan 20 bus 8, 1000 Brussel), zoals gevoegd in bijlage.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 1.
De lokale diensteneconomie creëert jobs voor kansengroepen via het organiseren van een aanbod voor niet-ingevulde behoeften. Dat biedt de Stad opportuniteiten om nieuwe dienstverlening te organiseren. Bijzondere aandacht gaat naar opleiding, begeleiding en doorstroming van de werknemers naar de reguliere arbeidsmarkt. Zo draagt de lokale diensteneconomie bij tot de realisatie van de doelstellingen die geformuleerd werden in het bestuursakkoord 2020-2025 en de beleidsnota Werk en Sociale Economie. De lokale cofinanciering is essentieel voor de voortzetting van de projecten lokale diensteneconomie.
In de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn van 25 mei 2020 werd beslist om de overeenkomst LDE met Samenlevingsopbouw vzw met 1 jaar te verlengen tot eind 2020 in afwachting van mogelijke bijsturing, op basis van een analyse van diverse door de Stad gefinancierde organisaties. Het resultaat van deze analyse wordt echter pas verwacht in 2021. Daarom wordt voorgesteld om deze overeenkomsten opnieuw te verlengen met 1 jaar tot eind 2021.
Om de continuering van het project lokale diensteneconomie van Samenlevingsopbouw te garanderen wordt volgende financiering voor één jaar voorgesteld. Gezien het steeds gaat over minstens 85% personeelskosten, wordt een indexering van 2,51% toegepast.
Samenlevingsopbouw Gent vzw, Blaisantvest 70, Gent
Organisatie van buurtbeheer: groenonderhoud, autodelen, afvalbeheer en sociale kruidenier.
6 VTE doelgroepwerknemers, periode 01/01/2021-31/12/2021
| Dienst Werk | Dienst Beleidsparticipatie | Totaal |
44.134,86 euro | 25.219,92 euro | 69.354,78 euro |
De evaluatiefiche van dit project werden als bijlage bij dit besluit gevoegd.
| Dienst* | Werk | Beleidsparticipatie |
| Budgetplaats | 348230000 |
3454000GW |
| Categorie* | E.subs |
E.Subs |
| Subsidiecode | Niet_Relevant |
Niet_Relevant |
| 2021 | 39721,37 |
22697,93 |
| 2022 | 4413,49 |
2521,99 |
| Totaal | 44134,86 |
25219,92 |
nvt
Keurt goed de subsidieovereenkomst met Samenlevingsopbouw Gent vzw, Blaisantvest 70, 9000 Gent, project Buurtbeheer, periode 01/01/2021-31/12/2021, zoals gevoegd in bijlage.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 1.
Stad Gent coördineert het project Mobiel Arbeidsteam (bekend als Jobteam Gent), een samenwerkingsverband tussen 9 organisaties die samen kwetsbare werkzoekenden en inactieven opzoeken en intensief begeleiden naar werk. De financiering van het project was aanvankelijk goedgekeurd door het Europees Sociaal Fonds voor de jaren 2020 en 2021. De focus lag op een bereik van 1200 kwetsbare personen met als doel hiervan ongeveer 75 % effectief op te nemen in een begeleidingstraject.
De partners zijn Stad en OCMW Gent, vzw Groep Intro, vzw Compaan, vzw Weerkracht, vzw CAW Oost-Vlaanderen, vzw De Sloep, vzw JES, vzw Jong en vzw TOPunt voor De Stap-Leerwinkel Oost-Vlaanderen.
Het project is geformaliseerd door een projectovereenkomst tussen Stad Gent als promotor en het ESF-Agentschap, een partnerovereenkomst tussen de betrokken organisaties en tot slot ook een publieke samenwerkingsovereenkomst tussen Stad Gent en VDAB om de bijdrage van VDAB in de lokale cofinanciering te regelen (zie gekoppelde besluiten).
Het totale projectbudget voor 2020 – 2021 bedroeg 4.728.972,76 euro, waarvan 40% gedragen door een ESF-subsidie, 40% Vlaamse cofinanciering en 20% lokale cofinanciering. De lokale cofinanciering werd evenredig verdeeld tussen Stad Gent, OCMW Gent en VDAB.
In reactie op een oproep van het ESF-agentschap diende de Stad een voorstel voor uitbreiding en verlenging van het project tot eind 2022 in. Het ESF-agentschap keurde dit voorstel goed. Hierdoor trekt het partnerschap het beoogde bereik tot eind 2022 op naar 1.500 tot 1.800 personen en het aantal begeleidingstrajecten naar 1.250.
Deze verlenging en uitbreiding brengt het totale projectbudget voor de volledige projectperiode op 8.695.544,81 euro. Dit budget is opgebouwd volgens de richtlijnen van het ESF-agentschap, met name een loonkost voor de betrokken projectmedewerkers (berekend op basis van standaarduurtarieven van ESF), vermeerderd met 40% voor overhead en werkingskosten.
Binnen het partnerschap is de afspraak dat de partners de loonsubsidie en 33% van de middelen voor overhead doorgestort krijgen. De resterende 7% overheadmiddelen wordt beheerd door de Stad in functie van gezamenlijke uitgaven voor het project.
In opvolging van dit voorstel tot uitbreiding en verlenging dienen een aantal addenda bij de basisovereenkomsten en bijhorende financiële gevolgen voor de Stad te worden goedgekeurd.
De uitbreiding en verlenging is geformaliseerd in een addendum bij de projectovereenkomst tussen Stad Gent en het ESF-Agentschap, waarin de gewijzigde looptijd, uitbreiding van de opdrachten en uitbreiding van het projectbudget is vastgelegd. Dit addendum, opgenomen als bijlage bij dit besluit, ligt voor ter goedkeuring. Zoals opgenomen in dit addendum: de verlenging en uitbreiding brengt het totale projectbudget voor de periode 1/01/2020 tot 31/12/2022, opgemaakt volgens de budgettaire richtlijnen van het ESF-agentschap, op 8.695.544,81 euro. De 20% lokale cofinanciering voor de gehele projectperiode bedraagt 1.739.108,96 euro.
Zoals overeengekomen bij opmaak van het basisproject, voorziet de lokale overheid in 2/3de van de lokale cofinanciering en VDAB in 1/3de. Voor VDAB betekent dit een verhoging van haar lokale bijdrage tot 579.702,96 euro. Deze herziening is opgenomen in een addendum bij de publieke samenwerkingsovereenkomst tussen VDAB en Stad Gent inzake de cofinanciering van Mobiel Arbeidsteam Gent. Dit addendum ligt eveneens voor ter goedkeuring.
Volgens de financiering-verdeelsleutel dient de Stad 1.159.405,92 euro lokale cofinanciering bij te dragen voor de totale projectperiode. Deze cofinanciering wordt ingevuld door de inzet van 1 VTE consulent op de reguliere personeelsformatie van dienst werk en activering, de inzet van 1 VTE arbeidsbegeleider van de Dienst Werk en activering die gefinancierd is via lokale middelen uit het project Post Mobiel Wonen en het resterend deel door indirecte kosten die gemaakt worden voor het project en al regulier gebudgetteerd zijn.
Ook de partnerovereenkomst die de uitvoering van het project tussen de verschillende partners regelt, wijzigt door de verlenging en uitbreiding. De gewijzigde engagementen, taakverdeling en bijhorende financiële afspraken zijn opgenomen in het addendum bij de partnerovereenkomst, dat ter goedkeuring voorligt.
De ontvangsten en doorstortingen naar partners worden buiten het stadsbudget gehouden en verlopen via de wachtrekening. Enkel uitgaven en ontvangsten voor Stad Gent en OCMW Gent zijn in het stadsbudget opgenomen.
De verlenging en uitbreiding wijzigt het projectbudget voor de volledige projectperiode. Voor het jaar 2020 is het niet mogelijk om het budget retroactief te laten aanpassen in het budget.
De verwachte ontvangsten en uitgaven voor het uitgebreide dossier voor de jaren 2021 en 2022 zijn weergegeven in dit besluit en worden opgenomen in het budget met een budgetverhogende kredietaanpassing.
De uitgaven voor 2021 en 2022, die worden gefinancierd met de subsidies voor Stad Gent, omvatten de loonkosten (berekend volgens de ESF-standaarduurtarieven) van 7 VTE medewerkers verbonden aan de rechtspersoon OCMW Gent en van 10,6 VTE medewerkers verbonden aan Stad Gent. Voor de totale projectperiode (2020 - 2021) is de loonkost voor OCMW Gent 1.301.779,84 euro, waarvan 453.276,60 euro in 2021 en 453.276,60 euro in 2022. De totale loonkost voor Stad Gent is 1.521.910,35 euro, waarvan 619.819,43 euro in 2021 en 619.819,43 euro in 2022. Voor de totale projectperiode zijn werkingskosten ten bedrage van 650.526,53 euro voorzien, waarvan 216.842,17 euro in 2021 en 216.842,17 euro in 2022.
Tegenover deze uitgaven staat een ontvangst van 3.474.216,71 euro voor de totale projectperiode, waarvan 1.289.938,10 euro voor 2021 en 1.289.938,10 euro voor 2022.
| Dienst* | Maatgericht Activeringscentrum | Werk | Werk |
| Budgetplaats | D391000 | 352160000 | 352160000 |
| Categorie* | Exploitatie | Exploitatie | Exploitatie |
| Subsidiecode | ESF.MAG2 | ESF.MAG | ESF.MAG |
| 2021 | 453.276,60 | 619.819,43 | 216.842,17 |
| 2022 | 453.276,60 | 619.819,43 | 216.842,17 |
| Totaal | 906.553,20 |
1.239.638,86 | 433.684,34 |
| Dienst* | Maatgericht Activeringscentrum | Werk | Werk |
| Budgetplaats | D391000 | 352160000 | 352160000 |
| Categorie* | Exploitatie | Exploitatie | Exploitatie |
| Subsidiecode | ESF.MAG2 | ESF.MAG | ESF.MAG |
| 2021 | 453.276,60 | 619.819,43 | 216.842,17 |
| 2022 | 453.276,60 | 619.819,43 | 216.842,17 |
| Totaal | 906.553,20 |
1.239.638,86 | 433.684,34 |
Keurt goed het addendum bij de projectovereenkomst voor Mobiel Arbeidsteam met het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement WSE, Afdeling ESF en duurzaam ondernemen, dat de uitbreiding en verlenging van het project tot 31 december 2022 regelt, zoals gevoegd in bijlage.
Keurt goed het addendum bij de publieke samenwerkingsovereenkomst met VDAB met betrekking tot de cofinanciering van Mobiel Arbeidsteam Gent, zoals gevoegd in bijlage.
Keurt goed het addendum bij de partnerovereenkomst voor de uitvoering van het project Mobiel Arbeidsteam met OCMW Gent, vzw Compaan, vzw Groep Intro, vzw De Sloep, vzw CAW Oost-Vlaanderen, vzw JES, vzw Jong, vzw Weerkracht en vzw TOPunt Gent, in functie van de uitbreiding en verlenging van het project tot 31 december 2022, zoals gevoegd in bijlage.
Bij gemeenteraadsbeslissing van 28 september 2020 werd het nieuwe subsidiereglement financiering loopbaanbegeleiding bij tijdelijke werkloosheid van Gentse inwoners goedgekeurd.
In het subsidiereglement is het vaste bedrag van 550 euro per 4 uur (of 137,5 per uur) loopbaanbegeleiding voorzien. Dat komt overeen met het bedrag dat de Vlaamse overheid voorziet als vergoeding per uur loopbaanbegeleiding voor gemandateerde loopbaanaanbieders. Aangezien de Stad Gent dit via een subsidiereglement toekent, werd er geen rekening gehouden met de btw-verplichting voor de aanbieders van deze dienstverlening. Die zijn immers niet vrijgesteld van belasting op het ontvangen subsidiebedrag, aangezien het een directe vergoeding betreft in ruil voor het verlenen van diensten.
Aangezien het betrokken subsidiereglement niet meer van kracht is en een aanpassing van het subsidiereglement niet meer mogelijk is, wordt er voorgesteld om de situatie te regulariseren aan de hand van volgende compensatieregeling: per ingediend en goedgekeurd uur loopbaanbegeleiding, ontvangt de aanbieder een compensatie van 28,9 euro.
De totale kostprijs van de regularisatie wordt geraamd op maximaal 15.450 euro. De financiële verbintenis wordt maar aangegaan nadat het subsidiebedrag werd goedgekeurd.
Deze regeling geldt enkel voor het subsidiereglement dat van kracht was tot 31 december 2020. Bij het nieuwe subsidiereglement 01/02/2021 - 31/05/2021, dat voorgelegd wordt ter goedkeuring van de gemeenteraad, is het bedrag van de btw reeds verrekend in het toegekende bedrag per uur.
Keurt goed de compensatie van 28,9 euro per uur als bijpassing bij de door haar, in uitvoering van het gemeenteraadsbesluit van 28 september 2020, toegestane betaling, ten op zichte van de aanbieders loopbaanbegeleiding binnen het kader van het subsidiereglement financiering loopbaanbegeleiding bij tijdelijke werkloosheid van Gentse inwoners.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 1.
Het Europees subsidieprogramma ELENA - European Local Energy Assistance - voorziet in ondersteuning voor projecten die grote, energiebesparende investeringen realiseren. Op 25 april 2019 besliste het college om in samenwerking met de intercommunale Leiedal (projectcoördinator) en de intercommunale IGEMO (projectpartner) een project in te dienen onder de naam SUPRA: Speed UP Renovation through Accompaniment (Versnel renovatie door begeleiding). Het projectvoorstel werd goedgekeurd door de Europese Investeringsbank EIB, de projectcoördinator werd daarvan in kennis gesteld op 27 juli 2020. Op 27 november 2020 kreeg Leiedal het subsidiecontract van EIB.
Doel van het voorstel is de versnelling van de energetische renovatie door de verdere opschaling van de renovatiebegeleiding. Het voorgestelde project heeft een looptijd van 3 jaar (vanaf 1 februari 2021). De totale projectkost bedraagt 3.607.000 euro. Er wordt een totale subsidie van 3.246.300 euro beoogd, waarmee 90% van de loonkost voor 12 renovatiebegeleiders en 3,3 VTE ondersteunend personeel voor een periode van 3 jaar en een deel van de flankerende werkingskosten kunnen worden afgedekt. Voor Gent gaat het concreet om versterking van de activiteiten van de Energiecentrale, zoals die vandaag door EVA vzw REGent worden opgenomen in samenwerking met de Dienst Milieu en Klimaat, met 4 VTE renovatiebegeleiders en 0,5 VTE administratieve ondersteuning.
Ter verantwoording van de subsidie moet een investering in energiezuinigheid in particuliere woningen waargemaakt worden van 15 keer het subsidiebedrag. Gent moet een totale investering van 16.500.000 euro kunnen bewijzen, gerealiseerd door Gentse huishoudens. Dat komt neer op ongeveer 460 extra begeleidingsdossiers per jaar, met een te realiseren investering van gemiddeld 12.000 euro in isolatie, technieken en schrijnwerk. Deze streefcijfers worden op basis van de huidige resultaten van de Energiecentrale realistisch en haalbaar geacht.
De Energiecentrale kan al mooie resultaten voorleggen inzake renovatiebegeleiding. De Gentse klimaatdoelstellingen en de Europese doelstellingen (door Vlaanderen overgenomen in het RenovatiePact) vragen echter om een volledig gerenoveerd woningpatrimonium tegen 2050. Hiervoor is een verdere opschaling en versnelling nodig. Het ELENA-project “SUPRA” project maakt deze versnelling mogelijk: door de inzet van het gesubsidieerd personeel kan de renovatiebegeleiding in Gent flink uitgebreid worden.
Zoals gebruikelijk in een Europees project moet naast de subsidieovereenkomst tussen de coördinerende partner en de Europese instanties ook een overeenkomst gesloten worden tussen alle projectpartners. Deze overeenkomst tussen de 3 partijen Leiedal, IGEMO en Stad Gent ligt hier ter goedkeuring voor in de 'Samenwerkingsovereenkomst SUPRA'. Deze overeenkomst formaliseert alle onderlinge afspraken, waardoor risico's en verantwoordelijkheden gedeeld worden. Deze overeenkomst moet ook afgesloten worden alvorens Leiedal de subsidieovereenkomst met EIB (bijlage 1) kan ondertekenen. Aangezien de gerealiseerde investeringen moeten bewezen worden op basis van factuurgegevens van particulieren, werden er strikte afspraken gemaakt omtrent de behandeling van persoonsgegevens. Deze afspraken zijn opgenomen als een aparte bijlage aan de samenwerkingsovereenkomst SUPRA (Bijlage 3, Afspraken tussen gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken).
Specifiek voor dit project is dat alle subsidiabele projectkosten gemaakt moeten worden door de coördinerende partner, Leiedal. Dit is als volgt uitgewerkt:
1) Aangezien een cofinanciering van 10% vereist is, en een aantal kosten gemeenschappelijk zijn, moet Leiedal de cofinanciering en andere kosten doorrekenen aan de andere partners, IGEMO en Stad Gent. Teneinde dit op de meest efficiënte manier te kunnen doen, zonder bijkomende lasten, is de oprichting van een zelfstandige groepering zonder rechtspersoonlijkheid een noodzaak. Hiervoor is nog een aparte samenwerkingsovereenkomst nodig (Samenwerkingsovereenkomst van Zelfstandige Groepering SUPRA), die hier ook ter goedkeuring voorligt.
2) Met de subsidie kan enkel Leiedal personeel aanwerven, waarvan een deel exclusief voor het grondgebied Gent zal werken. De 4 VTE renovatiebegeleiders en het 0,5 VTE administratief personeelslid zullen dus een arbeidsovereenkomst hebben met Leiedal maar in de praktijk tewerkgesteld worden bij de Stad Gent, Dienst Milieu en Klimaat. Daarom wordt aan de arbeidsovereenkomst van de personeelsleden die in Gent komen te werken een addendum toegevoegd. Hierin staat welke regels voortkomen uit het werkgeversgezag van Leiedal en welke regeling afhangt van de werkvloer bij de Stad Gent. Er is ook afgesproken dat de Stad Gent zal uitgenodigd worden om deel uit te maken van de jury voor de selectie van de personeelsleden voor werkingsgebied Gent. Ook dit addendum aan de arbeidsovereenkomst ligt voor ter goedkeuring.
Bovenop het personeel dat door Leiedal ter beschikking gesteld wordt aan de Stad Gent, voorziet de Dienst Milieu en Klimaat nog een extra halftijdse administratieve kracht. Deze wordt ter beschikking gesteld van REGent in het kader van de Samenwerkingsovereenkomst 2020-2025 tussen Stad Gent en EVA vzw REGent (goedgekeurd GR 27/04/2020): "De Stad voorziet bijkomend in 4 VTE adjunct van de directie (renovatiebegeleiders) en 1 VTE administratief medewerker vanaf 2020 tot en met 2025, waarbij deze bij goedkeuring van het project SUPRA gefinancierd worden binnen het project." (Art.9 §1)
De totale projectwaarde voor de Stad Gent bedraagt ongeveer 1.425.000 euro. Daarvoor moet Stad Gent gedurende 3 jaar een jaarlijkse cofinanciering voorzien van:
In totaal dus 3 x 110.000 euro = 330.000 euro. Deze uitgaven zijn voorzien op het reguliere werkingsbudget van de Dienst Milieu en Klimaat.
| Dienst* | Milieu en Klimaat |
| Budgetplaats | 342510000 |
| Categorie* | E |
| Subsidiecode | NIET_RELEVANT |
| 2020 | |
| 2021 | 110.000 € |
| 2022 | 110.000 € |
| 2023 | 110.000 € |
| Later | |
| Totaal | 330.000 € |
Keurt goed de samenwerkingsovereenkomst SUPRA, zoals gevoegd bij dit besluit.
Keurt goed de samenwerkingsovereenkomst Zelfstandige Groepering SUPRA, zoals gevoegd bij dit besluit.
Keurt goed het addendum bij de arbeidsovereenkomst, zoals gevoegd bij dit besluit.
Keurt goed dat de 10% cofinanciering aan de nog op te richten zelfstandige groepering SUPRA wordt vastgelegd na oprichting. Dit betreft € 40.000,00 per jaar, voor de jaren 2021, 2022 en 2023. Het budget dat hiervoor voorzien is zal niet aangewend worden tot aan de oprichting.
De Stad Gent hecht belang aan het herdenken en herinneren van oorlogen en conflicten. Herdenken en herinneren van pijnlijke episodes uit de geschiedenis dragen bij tot het versterken van vrede en het bewerkstelligen van vredevol samenleven, iets waar de Stad Gent al jarenlang op inzet.
Vaderlandslievende verenigingen leveren hierin een belangrijke bijdrage; het herinneren en herdenken is immers inherent verbonden met het doel van hun werking.
De Dienst Feesten en Ambulante Handel ondersteunt heden vaderlandslievende verenigingen met een toelage voor hun herdenkingsmoment op grondgebied Gent. In 2020 werden op die manier nog 26 verenigingen betoelaagd. Deze dienst werkt momenteel aan een nieuw reglement voor de subsidiëring van grote evenementen en festivals (vanaf 2021 in werking).
De vaderlandslievende verenigingen dreigen (als te kleinschalig) de dupe te worden en zouden niet langer een subsidie genieten via het oude reglement uit 2009 voor kleinschalige initiatieven dat zal worden opgeheven. Daarom is voorgesteld om de subsidies over te dragen naar de Dienst Protocol en daarbij een nieuw subsidiereglement te voorzien.
Door het goedkeuren van voorliggend subsidiereglement voor vaderlandslievende verenigingen waarbij een financiële ondersteuning wordt voorzien voor de werking van deze verenigingen, erkent de Stad Gent niet alleen het belang van de werking van vaderlandslievende verenigingen maar draagt ze ook bij in de doelstelling om de relatie met deze verenigingen verder duurzaam uit te bouwen.
De Dienst Protocol is belast met het toezicht op de uitvoering van dit reglement.
Het subsidiereglement voor vaderlandslievende verengingen treedt in werking op 1 februari 2021.
De Stad Gent heeft op grond van de toenmalige stedenbouwkundige regelgeving, naar aanleiding van een bouwvergunning van 23 februari 1995 met betrekking tot een pand gelegen te 9000 Gent, Vrijdagmarkt 42-44, 2° afdeling, sectie B, nr. 1637/a – bij notariële akte verleden op 25 maart 1997 - op een perceel gelegen te 9000 Gent, Krommewal 34 (gekadastreerd volgens titel sectie B, nummer 62L en volgens recent uittreksel uit de kadastrale legger nummer 62LP0000), voor een oppervlakte volgens titel en huidig kadaster van twaalf aren vier centiaren (12 a 4 ca), een erfdienstbaarheid (met hypotheekstelling) gevestigd van openbaar nut in voordeel van de Stad Gent om reden van bestemming als parkeerruimte met vier parkeerplaatsen, meer bepaald niet overdekte autostandplaatsen (dagparkings).
Thans vragen de eigenaars om deze erfdienstbaarheid en deze hypotheek te lichten mits betaling van de hoofdsom van de belasting die had moeten gevestigd worden bij het ontbreken van de parkeerplaats.
De verplichting tot het aanleggen van parkeerplaatsen is niet meer opgenomen in het thans vigerend stedelijk bouwreglement.
De hoofdsom werd betaald op 9 juni 2020, waarvoor kwijting werd verleend op 10 juni 2020.
Keurt goed de overeenkomst tot lichting van een hypotheek en afstand van erfdienstbaarheid van bestemming als parkeerruimte met 4 parkeerplaatsen op het perceel gelegen Krommewal 34, 9000 Gent, zoals gevoegd in bijlage.
Het dragen van een mondmasker, of een alternatief in stof, speelt een belangrijke rol in de strategie ter beperking van de verspreiding van het coronavirus COVID-19.
Het ministerieel besluit van 10 juli 2020 houdende wijziging van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, voerde de verplichting in voor eenieder vanaf de leeftijd van 12 jaar om de mond en de neus te bedekken met een masker of elk ander alternatief in stof in bepaalde publiek toegankelijke inrichtingen. Met navolgende wijzigingen aan het ministerieel besluit op 24 en 28 juli 2020 werd die verplichting steeds verder uitgebreid.
Om de mondmaskerverplichting te implementeren in Gent, en uitvoering te geven aan de opeenvolgende wijzigingen aan het ministerieel besluit van 30 juni 2020, werden door de (waarnemend) burgemeester en de gemeenteraad reeds verschillende politieverordeningen uitgevaardigd waarmee een mondmaskerverplichting werd ingevoerd voor bestuurders en passagiers bij individueel bezoldigd personenvervoer, in de publiek toegankelijke delen van openbare gebouwen, op welbepaalde drukbezochte plaatsen (centrumstraten, evenementen, recyclageparken) en in de nabijheid van de schoolpoorten. Op grond van de opeenvolgende ministeriële besluiten komt het immers aan de bevoegde lokale overheid toe om de private of publieke druk bezochte plaatsen aan de duiden waar een mondmaskerplicht geldt:
- De tijdelijke politieverordening burgemeester van 3 augustus 2020 houdende mondmaskerverplichting voor bestuurders en passagiers bij individueel bezoldigd personenvervoer, bekrachtigd in de gemeenteraad van 7 september 2020, voert een mondmaskerplicht in voor bestuurders en passagiers van taxi's aangezien plexiwanden onvoldoende bescherming boden. De sector was zelf ook vragende partij aangezien een gelijkaardige verplichting reeds gold voor het openbaar vervoer.
- De tijdelijke politieverordening burgemeester van 1 oktober 2020 houdende de verplichting tot het dragen van een mondmasker in de publiek toegankelijke delen van openbare gebouwen, bekrachtigd in de gemeenteraad van 19 oktober 2020, is een verderzetting van een eerdere gelijkluidende bepaling in de federale regelgeving die door het ministerieel besluit van 25 september 2020 tot wijziging van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, was komen te vervallen. De epidemiologische toestand noodzaakt(e) een continuering van die reeds gekende verplichting.
- De politieverordening houdende de verplichting tot het dragen van een mondmasker op welbepaalde plaatsen teneinde de verdere verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, goedgekeurd in de gemeenteraad van 19 oktober 2020, bepaalt, in uitvoering van de geldende ministeriële besluiten met coronamaatregelen, een aantal private of publieke drukke plaatsen waar de fysieke afstand van 1,5 meter moeilijk gegarandeerd kan worden en waar een mondmaskerplicht geldt. Het gaat onder meer om het winkelwandelgebied, een aantal drukke schakelstraten, publiek toegankelijke activiteiten, de leefstraten en de recyclageparken. Deze 'algemene' mondmaskerverordening werd in de loop van vorig jaar een aantal keren bijgestuurd, afhankelijk van de concrete noodwendigheden (zo gold er tijdens de zomermaanden een mondmaskerplicht op de Blaarmeersen en werden een aantal straten toegevoegd bij de start van het academiejaar). De straten waar de mondmaskerplicht geldt ging als bijlage bij de politieverordening (en wordt met voorliggende verordening ongewijzigd overgenomen).
- De tijdelijke politieverordening burgemeester van 28 oktober 2020 houdende de verplichting tot het dragen van een mondmasker in een straal van 200 meter rond de in- en uitgangen van scholen teneinde de verdere verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, bekrachtigd in de gemeenteraad van 23 november 2020, kwam er dan weer nadat er vanuit diverse diensten signalen kwamen dat er rond de schoolpoorten nog steeds te vaak mensen in groepjes bleven hangen om wat bij te praten, waarbij niet altijd een mondmasker werd gedragen. De algemene verplichting om een mondmasker te dragen wanneer men geen anderhalve meter afstand kan bewaren, was blijkbaar onvoldoende duidelijk om mensen hun gedrag te laten aanpassen, hetgeen in de epidemiologische context een zeker risico met zich bracht.
Alle voormelde politieverordeningen leggen de verplichting tot het dragen van een mondmasker op aan eenieder vanaf de leeftijd van 12 jaar, zoals dat ook in de toen geldende federale regelgeving was voorzien.
In het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, werd de verplichting om een mondmasker te dragen echter niet langer opgelegd aan eenieder vanaf de leeftijd van 12 jaar, maar aan "eenieder, met uitzondering van kinderen tot en met 12 jaar". Ook voor het samenscholingsverbod werd dergelijke wijziging doorgevoerd.
Gelet op de onverwachte, en niet nader gemotiveerde noch gecommuniceerde, wijziging in de federaal opgelegde mondmaskerplicht werd, na overleg in de Gemeentelijke CrisisCel, door de dienst Noodplanning een vraag om toelichting geëscaleerd naar het Nationaal CrisisCentrum (NCCN), waarin vooral werd gepeild of die wijziging bewust werd doorgevoerd dan wel berust op een mogelijke onzorgvuldige vertaling (gelet op enkele discrepanties tussen de Nederlandstalige en Franstalige tekst van het ministerieel besluit).
Na een rappelverzoek heeft het NCCN op 30 december 2020 volgend antwoord overgemaakt:
"In het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, zoals laatst gewijzigd op 24 december 2020 (hierna ministerieel besluit van 28 oktober 2020), wordt consequent de bewoording “tot en met 12 jaar” gebruikt in verschillende bepalingen waaronder deze over de mondmaskerplicht en het samenscholingsverbod. Een uitzondering voor kinderen “ tot en met 12 jaar” dient gelezen te worden als een verplichting voor kinderen “vanaf 13 jaar”.
De mondmaskerplicht geldt dus voor kinderen vanaf 13 jaar, ook op het openbaar vervoer.
Zo stelt artikel 25 van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 dat:
“Eenieder, met uitzondering van kinderen tot en met 12 jaar, is verplicht om de mond en de neus te bedekken met een mondmasker of elk ander alternatief in stof wanneer het onmogelijk is om de naleving van de regels van social distancing te garanderen, met uitzondering van de gevallen bedoeld in artikel 23, § 2.”
(…)
En artikel 19 van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 dat:
Eenieder, met uitzondering van kinderen tot en met 12 jaar, is verplicht om de mond en de neus te bedekken met een masker of elk ander alternatief in stof, vanaf het betreden van de luchthaven, het station, op het perron of een halte, in de bus, de (pre)metro, de tram, de trein of elk ander vervoersmiddel dat door een openbare overheid wordt georganiseerd. Wanneer het dragen van een masker of van een alternatief in stof niet mogelijk is omwille van medische redenen, mag een gelaatsscherm worden gebruikt.
Bovendien dienen kinderen vanaf 13 jaar meegeteld te worden bij het aantal personen die mogen samenscholen volgens artikel 15 van het bovengenoemde ministerieel besluit.
Zo bepaalt artikel 15, §1 dat:
“§ 1. Behoudens andersluidende strengere of minder strenge bepaling voorzien door dit besluit, zijn samenscholingen van meer dan vier personen, kinderen tot en met 12 jaar niet meegeteld, enkel toegelaten onder de voorwaarden voorzien en voor de activiteiten toegelaten door dit artikel.”"
Daargelaten de vaststelling dat bovenstaande antwoord weinig inzicht biedt in het waarom van deze gewijzigde aanpak (wat nogmaals aan het NCCN werd gevraagd), is duidelijk dat het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 zo moet worden gelezen dat de mondmaskerplicht (en het samenscholingsverbod) pas van toepassing is op personen vanaf 13 jaar.
Om in overeenstemming te zijn met het gewijzigde federale standpunt, dringt een aanpassing van de voormelde politieverordeningen zich op. Er is immers geen concrete aanleiding om in Gent een strengere leeftijdsgrens van 12 jaar aan te houden. Bovendien kan van de gelegenheid gebruik worden gemaakt om de vier afzonderlijke verordeningen, die eenzelfde doel beogen en alle gebaseerd zijn op de bevoegdheid van de lokale overheid om de private of publieke druk bezochte plaatsen te bepalen waar een mondmasker moet worden gedragen, samen te voegen tot één overzichtelijk document.
Aan de gemeenteraad wordt dan ook gevraagd om de opheffing van voornoemde politieverordeningen goed te keuren, en goedkeuring te verlenen aan de aangepaste "Politieverordening houdende de verplichting tot het dragen van een mondmasker op welbepaalde plaatsen teneinde de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken".
Heft op de "Tijdelijke politieverordening burgemeester van 1 oktober 2020 houdende de verplichting tot het dragen van een mondmasker in de publiek toegankelijke delen van openbare gebouwen", zoals bekrachtigd door de gemeenteraad van 19 oktober 2020.
Heft op de "Politieverordening houdende de verplichting tot het dragen van een mondmasker op welbepaalde plaatsen teneinde de verdere verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken", zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 19 oktober 2020.
Heft op de "Tijdelijke politieverordening burgemeester van 28 oktober 2020 houdende de verplichting tot het dragen van een mondmasker in een straal van 200 meter rond de in- en uitgangen van scholen teneinde de verdere verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken", zoals bekrachtigd door de gemeenteraad van 23 november 2020.
Keurt goed de "Politieverordening houdende de verplichting tot het dragen van een mondmasker op welbepaalde plaatsen teneinde de verdere verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken" en de daarbij horende stratenlijst waar de mondmaskerplicht geldt, zoals gevoegd in bijlage.
Deze politieverordening zal worden bekendgemaakt zoals voorgeschreven in artikel 287 van het Decreet over het lokaal bestuur en treedt onmiddellijk in werking.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 1.
Op 17 december 2018 heeft de gemeenteraad de samenwerkingsovereenkomst goedgekeurd tussen de Stad Gent als leadpartner en de projectpartners van het Interreg Noord-West-Europa-project URBCON.
Het project URBCON (By-products for sustainable concrete in the urban environment) handelt over innovatieve, grondstofbesparende betonformules.
De initiële overeenkomst voor URBCON werd afgesloten voor de periode 25 oktober 2018 t.e.m. 24 oktober 2022. Wegens administratieve redenen heeft het Interregsecretariaat unilateraal beslist om de einddatum te verlengen naar 24 april 2023. Met de coronasituatie is nu een verlenging goedgekeurd tot en met 24 oktober 2023.
Na aanvang van het project op 25 oktober 2018 heeft partner CBR beslist om uit het URBCON project te stappen. CBR werd vervangen door IMERTECH.
De partner IMERTECH wordt thans vervangen door IMERYS MINERALS LTD. De reden hiervoor is een grote herstructurering bij IMERTECH. In de huidige structuur is het voor Imertech bijna onhaalbaar om als partner in het project op te treden. Alle activiteiten die voor URBCON waren voorzien, kunnen echter door IMERYS MINERALS LTD worden overgenomen. Het projectbudget van IMERTECH, 269.900 euro, wordt integraal door IMERYS MINERALS LTD overgenomen. Alle partners van het URBCON-project hebben zich akkoord verklaard met deze wijziging.
Omdat de partner IMERTECH in het Interreg NWE-project URBCON wordt vervangen door IMERYS MINERALS LTD, dient de samenwerkingsovereenkomst te worden aangepast, dat gebeurt via een amendement nr. 1, in bijlage bij dit besluit.
Wijzigt de samenwerkingsovereenkomst met de partners van het Interreg NWE-project URBCON zoals vermeld in het bij dit besluit gevoegde document 'Amendement nr. 1 bij de project-partnerschapsovereenkomst ref. NWE725 URBCON'.
Het projectenatelier dat door de Stad Gent in 2015 in aanloop naar het stadsvernieuwingsproject Nieuw Gent werd georganiseerd, had als opzet met alle wijkpartners samen na te denken over hefbomen voor wijkdynamiek. Daarbij kwam het aantrekkelijker maken en het inrichten van het Rerum-Novarumplein als toegangsplein naar de wijk als één van de drie prioriteiten naar voor. Dit werd nadien bevestigd door het sociaal onderzoek gekoppeld aan het Ontwikkelingsplan Revitalisatie Nieuw Gent. Daarin werd gewezen op de potentie van het plein als vitaal centrum voor de wijk. Ook vanuit de wijk (wijkorganisaties en bewoners) kwamen dezelfde signalen. Om die reden wordt binnen deze opdracht de hoofdfocus op het Rerum-Novarumplein gelegd, waarbij ingespeeld wordt op de potentie om vanuit een creatief houtatelier het openbaar domein via tijdelijke ingrepen vorm te geven.
Via het addendum aan de 'overeenkomst voor het project Campus Atelier Nieuw Gent' die door de gemeenteraad van 22 mei 2018 werd goedgekeurd, kreeg dit project (looptijd van 01/10/2018 tot en met 15/12/2019), dat als experiment is gestart, de kans om te verduurzamen.
De uitvoerder had als opdracht het ontwikkelen van houten buurtmeubilair en andere kleine ingrepen in het openbaar domen en dit in co-creatie met bewoners, organisaties en stadsdiensten, waardoor een zichtbaar aanwezig netwerk ontstaat in de wijk. Dit gebeurt door middel van het opstarten en inrichten van ‘Campus atelier’, een open houtwerkplaats voor co-creatie. Het Campus atelier heeft zijn eerste experimentele sporen reeds verdiend in de wijk onder leiding van kunstenares Elly Van Eeghem. Het werd ontwikkeld op basis van een scherpe wijkanalyse en bood een creatief en laagdrempelig antwoord op de vele noden en kansen in de wijk. Het project ontwikkelde een positieve dynamiek, raakte ingebed in het wijkweefsel en had daardoor potentie om te verduurzamen. Met deze overeenkomst wil de Stad Gent hierin ondersteunen.
Vaststelling is ook dat er momenteel weinig mogelijkheden in de wijk zijn om bewoners een creatieve uitlaatklep, een activeringsmogelijkheid, kansen om talenten te ontwikkelen, … te geven. De opdracht betreft een creatief project dat inzet op kwalitatieve (vrije)tijdsbesteding, talentontwikkeling, ontmoeting, verbinding en verbeelding in de wijk door middel van ingrepen in het openbaar domein. Dit op een laagdrempelige manier, aan de hand van een open atelier waar bewoners vanuit verschillende rollen een bijdrage kunnen leveren: actieve medewerking, samenwerking met partners en zichtbare aanwezigheid in de publieke ruimte. Zo levert het Campus atelier een vernieuwende bijdrage aan de culturele revitalisering van Nieuw Gent én is het gericht op de activering en aansluiting van groepen die geconfronteerd worden met drempels die hun culturele participatie beperken.
De dynamiek en methodiek worden ingezet als alternatief inspraak- en participatietraject, voornamelijk voor de herontwikkeling van het openbaar domein in Nieuw Gent vanaf 2022 in het kader van het stadsvernieuwingsproject Nieuw Gent Vernieuwt. Campus atelier is een voortraject en biedt bewoners de kans te laten zien wat ze wensen op die plek door het gewoon letterlijk te maken. Campusatelier is zichtbaar aanwezig op het terrein, capteert signalen en speelt deze door naar het beleid.
De wijk Nieuw Gent zal de komende jaren grondig veranderen door de inzet van WoninGent, Stad Gent en vele partners via het stadsvernieuwingsproject Nieuw Gent Vernieuwt. Vzw Aan de kant is hierbij een belangrijke speler. De prestaties voor deze subsidieovereenkomst zijn dan ook opgehangen aan de prioriteiten in het kader van Nieuw Gent Vernieuwt.
Op basis van de SWOT, bevraging van de sociale kerngroep en het middenveld, cijfers en vaststellingen uit het dagdagelijks werken in de wijk, zijn volgende vijf prioriteiten voor de komende jaren in de wijk Nieuw Gent geformuleerd.
1. Inzetten op een fundamentele verbetering van de woonkwaliteit in de wijk en van de leefbaarheid in de sociale (hoogbouw)woningen
2. Specifieke blijvende inzet op de kwetsbare bewoners in Nieuw Gent en op hun gezondheid namelijk op de kwetsbare kinderen en jongeren én hun ouders op de ouderen en op de vele bewoners met psychische en/of verslavingsproblemen en met een mentale en/of fysieke beperking
3. Blijvende inzet voor voldoende vrije tijdsaanbod in de wijk ( voor jong en oud) gekoppeld aan infrastructuur (in- en outdoor)
4. Inzetten op de kracht en het positivisme van de wijk en het empoweren van haar bewoners
5.(Sociaal) Activeren en laten participeren van zoveel mogelijk bewoners in de wijk
In het kader van de prioriteiten van het stadsvernieuwingsproject wordt De Kring omgebouwd tot een WijkWerkPlaats. vzw Aan de Kant zal hier de komende jaren optreden als beheerder en , de inrichting van de WijkWerkPlaats, in samenwerking met wijkpartners en bewoners, op zich nemen. Om de inrichtingswerken te realiseren, samen met de lokale actoren, en exploitatiekosten te dekken, wordt dit addendum afgesloten.
De werkingssubsidie wordt jaarlijks 100% uitbetaald, dit wijkt af van de masterovereenkomst waarin er volgens het principe 90% - 10% uitbetaald wordt. Een kostenoverzicht wordt minstens halfjaarlijks gerapporteerd in functie van optimale besteding van het geheel aan werkingsmiddelen.
| Dienst* | Dienst Beleidsparticipatie | Dienst Werk |
| Budgetplaats | 3454000PO | 3482800GV |
| Categorie* | I_sub | E_sub |
| Subsidiecode | niet relevant | niet relevant |
| 2021 | 40.000 | 20.000 |
| 2022 | 20.000 | |
| Totaal | 40.000 | 40.000 |
Keurt goed het bij dit besluit gevoegde en integraal van de beslissing deel uitmakende Addendum bij de subsidieovereenkomst met Aan de Kant vzw voor het project Campus Atelier Nieuw Gent voor de periode 1 februari 2021 tot en met 31 december 2022.
In het kader van het stadsvernieuwingsproject "Zuurstof Brugse Poort" werden over het project gebied verspreid een 4-tal tuinuitbreidingsprojecten opgestart.
Doelstelling was om, in het kader van de stadsvernieuwing, de aangelande eigenaars van de parken, waar mogelijk, de mogelijkheid te bieden een tuinuitbreiding aan te kopen zodoende de leefkwaliteit van de eigen woning te laten stijgen.
Zo konden onder meer de aangelande eigenaars van het Acaciapark, het Luizengevecht, het Biezenstuk en het Boerderijpark een strook tuinuitbreiding aankopen.
Meer specifiek met betrekking tot het Boerderijpark werd in het kader van de opwaardering van de site reeds aan 6 aangelande eigenaars (bewoners kant Meibloemstraat) de mogelijkheid geboden een tuinuitbreiding aan te kopen.
Op heden werd door de eigenaar van de woning in de Boerderijstraat 4 de vraag gesteld of ook hij in aanmerking kon komen voor tuinuitbreiding. Reden hiervoor was de effectieve uitbreiding van zijn tuin maar ook het doen stoppen van de sluikstortproblematiek op de grond gelegen achter de woning.
Door de Dienst Vastgoed werd hiertoe advies gevraagd bij de Groendienst, de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen alsook de Dienst Stedenbouw en werd een positief advies tot verkoop afgeleverd.
Concreet gaat het over de verkoop van volgend ontroerend goed:
Stad Gent - zestiende afdeling
Een perceel grond gelegen te 9000 Gent, Boerderijstraat 2 thans gekend bij het kadaster of het geweest zijnde onder Gent, zestiende afdeling, sectie K, perceelnummer 0610/S/6 met een oppervlakte volgens meting van dertien centiare eenenzestig decimiliare centiare (13,61 m²);
Bij schattingsverslag van 19 oktober 2018 (geactualiseerd op 30 november 2020) werd, door de heren Thomas Coucuyt en Klaas Claeyssens , landmeter-experten, hiertoe beëdigd door de rechtbank van Eerste Aanleg te Gent, de waarde bepaald op 95 € per vierkante meter. De koopsom van de tuinstrook wordt aldus bepaald op duizend tweehonderd tweeënnegentig euro vijfennegentig eurocent (1.292,95 €).
Het nodige bodemattest die overdracht toelaat is voor handen.
Op heden kon met de aanpalende eigenaar een aankoopbelofte worden gesloten die aan de goedkeuring van het college en de gemeenteraad wordt voorgelegd.
In het geval dat de schuld voortvloeiend uit de voorliggende verkoop niet onmiddellijk (volledig) bij het verlijden van de akte voldaan wordt, is de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie - overeenkomstig artikel 35 van de Hypotheekwet - normaal gezien gebonden om van deze openstaande schuldvordering(en) ambtshalve een hypothecaire inschrijving te nemen in zijn registers. Deze inschrijving biedt de Stad een zekerheid omtrent de latere betaling ervan. Achteraf handlichting bekomen van deze inschrijving brengt evenwel kosten met zich mee.
Hoewel bij deze verkoop de koopsom volledig bij het verlijden van de akte zal worden betaald en er dus geen openstaande schuld zal zijn, wordt voorzichtigheidshalve gevraagd om de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van deze specifieke plicht te ontslaan.
nvt
| Dienst* | Vastgoed |
| Budgetplaats | 347250000 |
| Categorie* | 2201000 |
| Subsidiecode | NVT |
| 2021 | 1.292,95 € |
| Totaal | 1.292,95 € |
Beslist tot het verkopen aan de koper, onder de voorwaarden van de bijgevoegde aankoopbelofte, van het onroerend goed gelegen te Gent, Boerderijpark en gekend ten kadaster of het geweest zijnde onder Gent, zestiende afdeling, sectie K, (deel van het) perceelnummer 0610/S/6 met een oppervlakte volgens meting van dertien centiare éénenzestig decimiliare centiare (13,61 m²) voor en mits de totale koopsom van duizend tweehonderd tweeënnegentig euro vijfennegentig eurocent (1.292,95 €)
Ontslaat de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie ervan enige ambtshalve inschrijving te nemen bij het overschrijven van de verkoopakte in zijn registers.
Op 27/06/2016 verleende de gemeenteraad zijn goedkeuring aan de samenwerkingsovereenkomst met PWA Gent vzw, Botermarkt 1, Gent, m.b.t. de aanstelling van sleuteldragers bij het ter beschikking stellen van zalen voor de periode van 1 juli 2016 t.e.m. 1 juli 2019.
Ingevolge het Decreet van 7 juli 2017 betreffende wijk-werken en diverse bepalingen in het kader van de zesde staatshervorming, werd de PWA-werking drastisch hervormd, waarna de gemeenteraad op 20 november 2017 besliste om PWA Gent vzw om te vormen tot een extern verzelfstandigd agentschap in privaatrechtelijke vorm, met name EVA vzw Wijk-werken Gent, Botermarkt 1, Gent.
Conform de statuten van vzw Wijk-werken Gent treedt deze laatste op als de opvolger in rechte van PWA Gent vzw, met als gevolg dat de samenwerkingsovereenkomst met PWA Gent vzw door vzw Wijk-werken Gent uitgevoerd wordt.
Op 25 /03/2019 verleende de gemeenteraad zijn goedkeuring aan de samenwerkingsovereenkomst met EVA Wijk-Werken Gent vzw m.b.t. de aanstelling van sleuteldragers bij het ter beschikking stellen van zalen voor de periode van 1 april tot en met 31 december 2019.
Op 16/12/2019 verleende de gemeenteraad zijn goedkeuring aan de verlenging van de samenwerkingsovereenkomst met EVA Wijk Werken Gent vzw m.b.t. aanstelling van sleuteldragers bij het ter beschikking stellen van zalen voor de periode van 1 januari 2020 tot en met 30 juni 2020.
Op 22/06/2020 verleende de gemeenteraad zijn goedkeuring aan de verlenging van de samenwerkingsovereenkomst met EVA Wijk Werken Gent vzw m.b.t. aanstelling van sleuteldragers bij het ter beschikking stellen van zalen voor de periode van 1 juli 2020 tot en met 31 december 2020.
De bestaande samenwerkingsovereenkomst was gekoppeld aan het project Extern Zalenverhuur dat liep tot 30 juni 2020.
Na het einde van project, vanaf 1 juli 2020, dient nog een beroep te kunnen worden gedaan op Sleuteldragers - binnen de wijkwerken samenwerkingsovereenkomst - door de beleidsdepartementen voor zalenverhuur in hun reguliere werking.
Naar aanleiding van de Corona maatregelen is het zalenverhuur afhankelijk van de geldende maatregelen genomen door de overheid en worden deze door de betrokken beleidsdepartementen opgevolgd en uitgevoerd. Voor verdere continuering en volledige heropstart van zalenverhuur, en van zodra dit wordt toegelaten, dient blijvend een beroep te worden gedaan op Sleuteldragers.- binnen de wijkwerkenovereenkomst.
De budgetten voor het uitbetalen van Wijk Werkers, en de hieraan verbonden administratie en overhead zijn voorzien tot eind deze legislatuur (à rato van 100.000 euro/jaar). Deze zullen gebruikt worden om de continuering te garanderen, voor het verder inzetten van de Sleuteldragers Wijkwerkers door de beleidsdepartementen van zodra dit wordt toegelaten , en dit tot het einde van deze legislatuur. Daarom is het ook noodzakelijk de samenwerkingsovereenkomst te verlengen. Er wordt nu een verlenging van deze samenwerkingsovereenkomst voorzien tot en met 31 december 2021. Een aanpassing zal gemaakt worden van zodra bekend is wanneer een reservatieconsulent (werktitel) zal aangenomen worden. Hiervoor zijn de budgetten al voorzien tot eind deze legislatuur.
In de samenwerkingsovereenkomst werd reeds eerder bij gemeenteraadsbesluit van juni 2020 in artikel 6 een verduidelijking opgenomen dat indien de beschikbare budgetten vroegtijdig dreigen uitgeput te geraken de Stad de vzw Wijkwerken hiervan schriftelijk zal op de hoogte brengen met opgave van de datum wanneer deze budgetten zullen uitgeput zijn. Na het verstrijken van deze datum is de Stad bevrijd van verdere financiële verplichtingen. Op dat moment is uiteraard ook de vzw Wijk-werken niet langer gebonden aan de voorwaarden en taken vastgelegd in onderliggende overeenkomst.
| Dienst* | Vastgoed |
| Budgetplaats | 347260004 |
| Categorie* | E |
| Subsidiecode | Niet_relevant |
| 2021 | 100.000 € |
| Totaal | 100.000 € |
Keurt goed de verlenging van de samenwerkingsovereenkomst met EVA Wijk-Werken Gent vzw, Botermarkt 1, Gent, met betrekking tot het aanstellen van sleuteldragers bij het ter beschikking stellen van zalen voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021.
In het kader van het wegenis- en rioleringsproject Lage Lakendreef dient een perceel grond verworven te worden palend aan de straat, teneinde een keerpunt voor zwaar vervoer (hulpdiensten, brandweer, Ivago enz.) te voorzien daar dit in de straat zelf verkeerstechnisch niet mogelijk is.
Een dergelijke verwerving is mogelijk van (de toegang/oprit) vzw Patrimonium Parochie in Gent-West, met maatschappelijke zetel te 9000 Gent, Brugsesteenweg 318, waarbij op het te verwerven perceel naast de noodzakelijke verharding tevens een fietsenstalling en een groenzone zal voorzien worden door de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, waarbij de doorgang moet voorzien blijven voor het functioneren van de achterliggende site (voetgangers, fietsers, gemotoriseerd vervoer, leveringen enz.).
Op het aan te kopen perceel grond zal een eeuwigdurende erfdienstbaarheid om niet, van algemene toegang, overgang en doorgang voor alle transportmiddelen en personen gevestigd worden ten gunste van het restperceel 271K en aanpalende percelen, inclusief het perceel van de naastgelegen school.
Hiertoe werd een verkoopbelofte opgemaakt die ter goedkeuring voorgelegd wordt aan de gemeenteraad.
Het handelt hier over de aankoop van het onroerend goed gelegen aan de Lage Lakendreef 4+ te Drongen, kadastraal bekend of het geweest zijnde onder Drongen, 27ste afdeling, sectie B, deel van perceelnummer 271K met een gemeten oppervlakte van 148,00 m², mits de prijs van 70.917,20 EUR.
De koopsom is gebaseerd op het schattingsverslag van 10 september 2020 opgemaakt door landmeetbureau Daeninck - Audenaert, gevoegd in bijlage.
De gevolgkosten voor de Groendienst voor het onderhoud van de groenzone bedragen 2,34 EUR/m² per jaar.
| Dienst* | TDW |
| Budgetplaats | 349125100 |
| Categorie* | I |
| Subsidiecode | NIET_RELEVANT |
| 2021 | 70.917,20 |
| Totaal | 70.917,20 |
Het stadseigendom gelegen te Gent, Wasstraat 53, wordt sinds 2001 gebruikt door vzw aPart voor het begeleiden van jongeren.
Op vraag van het Onderwijscentrum Gent zullen in de toekomst verschillende vzw’s, die werken met dezelfde doelgroep, het pand gedeeld gebruiken.
Omwille daarvan wordt voorliggende (hoofd)huurovereenkomst afgesloten met vzw Lejo, met maatschappelijke zetel te 9040 Gent, Antwerpsesteenweg 701, die op haar beurt zal onderverhuren aan de andere vzw’s.
Vanaf december 2020 zal het pand gedeeld gebruikt worden door vzw Lejo met vzw aPart en vzw Groep Intro.
In de toekomst kunnen andere vzw's van dit gebouw gebruikmaken mits akkoord van het Onderwijscentrum Gent.
De jaarlijkse huur van het pand wordt bepaald op 8.018,64 EUR en zal 100 % worden gesubsidieerd door het Onderwijscentrum Gent.
Vzw Lejo zal de energiemeters op haar naam zetten en ook een huurdersaansprakelijkheidsverzekering afsluiten.
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd de huurovereenkomst met vzw Lejo goed te keuren voor de periode van 01/12/2020 tot 30/11/2026, onder opschortende voorwaarde van de goedkeuring door de gemeenteraad van het verstrekken van een nominatieve subsidie aan deze huurder.
De onderhandelingen betreffende de huurovereenkomst hebben lange tijd in beslag genomen en werden bemoeilijkt door Covid-19 in 2020 waardoor de huurovereenkomst retroactief start vanaf 1/12/2020.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd goedkeuring te geven voor de huursubsidie van 8.018,64 EUR/jaar, onder de volgende voorwaarden:
| Dienst* | Onderwijscentrum Gent |
| Budgetplaats | 3541800TP |
| Categorie* | E subs |
| Subsidiecode | XHU.HUU |
| 2020 | 668,22 |
| 2021 | 8.018,64 |
| 2022 | 8.018,64 |
| 2023 | 8.018,64 |
| 2024 | 8.018,64 |
| 2025 | 8.018,64 |
| Later | 7.350,42 |
| Totaal | 48.111,84 |
| Dienst* | Vastgoed |
| Budgetplaats | 347250003 |
| Categorie* | E subs |
| Subsidiecode | XHU.HUU |
| 2020 | 668,22 |
| 2021 | 8.018,64 |
| 2022 | 8.018,64 |
| 2023 | 8.018,64 |
| 2024 | 8.018,64 |
| 2025 | 8.018,64 |
| Later | 7.350,42 |
| Totaal | 48.111,84 |
Keurt goed de toekenning van een nominatieve subsidie voor het bedrag van 8.018,64 EUR/jaar aan vzw Lejo, met maatschappelijke zetel te 9040 Gent, Antwerpsesteenweg 701, voor de huur van het stadseigendom gelegen te 9000 Gent, Wasstraat 53, en dit onder de volgende voorwaarden:
In zitting van 19 december 2011 gaf de gemeenteraad goedkeuring aan het sluiten van een negenjarige huurovereenkomst met vzw Uitbureau Gent, voor het huren van lokalen op het gelijkvloers van het Pakhuis Clemmen, gelegen Veldstraat 82A te 9000 Gent, kadastraal gekend onder Gent, 3de afdeling, sectie C, deel van het perceelnummer 954L
De huurovereenkomst d.d. 19 december 2011 eindigt op 31 januari 2021. De huurder heeft op 12 oktober 2020 om verlenging gevraagd.
Het betreft de lokalen op het gelijkvloers en omvattende: balieruimte, bureauruimte, berging en sanitair.
Op de derde verdieping kan de huurder, in gedeeld gebruik met het Departement Cultuur, gebruik maken van de keuken en de vergaderzaal.
De huurder zal ten behoeve van het Departement Cultuur, Sport en Vrije Tijd op het gelijkvloers een ‘Uitwinkel’ uitbaten. De praktische afspraken m.b.t. deze uitbating worden in samenspraak met het Departement Cultuur, Sport en Vrije Tijd vastgelegd.
De nieuwe huurovereenkomst is in bijlage gevoegd.
Op 10 december 2020 verklaarde de huurder zich akkoord.
De jaarlijkse huurvergoeding van 11.851,40 EUR wordt vanaf 1 februari 2021 voor 90 %, nl. voor een jaarlijks bedrag van 10.666,26 EUR, gesubsidieerd door de Dienst Cultuur. De vzw betaalt zelf een bedrag van 1.185,14 EUR per jaar of 98,76 EUR per maand aan huur. De vzw dient ook een forfait voor de nutsvoorzieningen voor een bedrag van 1.811,00 EUR per jaar of 150,92 EUR per maand en een bedrag van 400,00 EUR per jaar of 33,33 EUR per maand voor de huur van 4 bureau-units, te betalen.
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd het sluiten van de huurovereenkomst met vzw Uitbureau Gent, met maatschappelijke zetel te 9000 Gent, Kammerstraat 19, ingeschreven in het rechtspersonenregister onder nummer 0456.659.073, goed te keuren onder opschortende voorwaarde van de goedkeuring door de gemeenteraad van het verstrekken van een nominatieve subsidie aan deze huurder.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om de nominatieve subsidie, gekoppeld aan de huurovereenkomst en ten behoeve van de vzw Uitbureau Gent, goed te keuren, onder de volgende voorwaarden:
1. de huurder heeft een sociaal-culturele werking die zich perfect integreert binnen het stedelijk beleid in sociaal-culturele zaken, de erkenning van de huurder door de Stad is het bewijs dat dit het geval is;
2. de huurder biedt een meerwaarde aan het sociaal-culturele leven van Gent. De Cultuurdienst zal hierop toezien en het college van burgemeester en schepenen hierover adviseren;
3. de huurder neemt de uitbating van de Uitwinkel op zich ten behoeve van het Departement Cultuur, Sport en Vrije Tijd;
4. de Stad wordt als ondersteunende overheid vermeld in alle communicatie van de huurder;
5. er moet duidelijk worden bewezen dat de huurder niet zelf over de financiële middelen beschikt om de vastgestelde huurwaarde van het te huren goed geheel te financieren;
6. de huurder dient de voorwaarden, opgenomen in onderhavige overeenkomst, na te leven.
| Dienst | Cultuur | FM Themagebouwen |
| Budgetplaats | 341130000 | 349480000 |
| Categorie | E | E |
| Subsidiecode | XHU.HUU | niet_relevant |
| 2021 | 9.777,41 | 1.660,08 |
| 2022 | 10.666,26 | 1.811,00 |
| 2023 | 10.666,26 | 1.811,00 |
| 2024 | 10.666,26 | 1.811,00 |
| 2025 | 10.666,26 | 1.811,00 |
| Later | 11.555,12 | 1.961,92 |
| Totaal | 63.997,57 | 10.866,00 |
| Dienst | Vastgoed | Vastgoed | Vastgoed | Vastgoed |
| Budgetplaats | 347250003 |
347250002 | 347250002 | 347250002
|
| Categorie | E | E | E | E |
| Subsidiecode | XHU.HUU | niet_relevant | niet_relevant | niet_relevant |
| 2021 | 9.777,41 | 1.086,38 | 1.660,08 | 366.67 |
| 2022 | 10.666,26 | 1.185,14 | 1.811,00 | 400,00 |
| 2023 | 10.666,26 | 1.185,14 | 1.811,00 | 400,00 |
| 2024 | 10.666,26 | 1.185,14 | 1.811,00 | 400,00 |
| 2025 | 10.666,26 | 1.185,14 | 1.811,00 | 400,00 |
| Later | 11.555,12 | 1.283,90 | 1.961,92 | 433,33 |
| Totaal | 63.997,57 | 7.110,84 | 10.866,00 | 2.400,00 |
Keurt goed de toekenning van een nominatieve subsidie voor het bedrag van 10.666,26 EUR per jaar aan vzw Uitbureau Gent, met maatschappelijke zetel te 9000 Gent, Kammerstraat 19 en ingeschreven in het rechtspersonenregister onder nummer 0456.659.073, voor een deel van het stadseigendom genaamd Pakhuis Clemmen, gelegen te 9000 Gent, Veldstraat 82A en dit onder de volgende voorwaarden:
1. de huurder heeft een sociaal-culturele werking die zich perfect integreert binnen het stedelijk beleid in sociaal-culturele zaken, de erkenning van de huurder door de Stad is het bewijs dat dit het geval is;
2. de huurder biedt een meerwaarde aan het sociaal-culturele leven van Gent. De Cultuurdienst zal hierop toezien en het college van burgemeester en schepenen hierover adviseren;
3. de huurder neemt de uitbating van de Uitwinkel op zich ten behoeve van het Departement Cultuur, Sport en Vrije Tijd;
4. de Stad wordt als ondersteunende overheid vermeld in alle communicatie van de huurder;
5. er moet duidelijk worden bewezen dat de huurder niet zelf over de financiële middelen beschikt om de vastgestelde huurwaarde van het te huren goed geheel te financieren;
6. de huurder dient de voorwaarden, opgenomen in onderhavige overeenkomst, na te leven.
Partijen verklaren dat er door het college van burgemeester en schepenen van de Stad Gent op 1 december 1992 een verkavelingsvergunning werd verleend met betrekking tot diverse percelen gelegen te Gent (Mariakerke), aan de Kolegemstraat en de Hogekouterstraat, voorheen bekend ten kadaster Gent, negenentwintigste afdeling, deelgemeente Mariakerke, sectie A.
In voormelde verkavelingsvergunning werd als last opgenomen dat de wegen en de groenzone alsook hun uitrustingen ten vroegste na de waarborgtermijn van 2 jaar kosteloos moeten worden overgedragen door de eigenaar aan de Stad Gent.
Een perceel grond, zijnde de bedding van het Hogekouterhof, gelegen te Gent Mariakerke, kadastraal bekend negenentwintigste afdeling, sectie A, volgens titel deel van nummer 525, en volgens recent uittreksel uit de kadastrale legger, deel van nummer 525N2 P0000, met een oppervlakte van negenenveertig vierkante meter acht vierkante decimeter (49,08 m²), maakt deel uit van de openbare weg en dient bijgevolg overgedragen te worden aan de Stad Gent.
Het perceel grond, zijnde de bedding van het Hogekouterhof, gelegen te Gent, Mariakerke, kadastraal bekend, negenentwintigste afdeling, sectie A, volgens titel deel van nummer 525, en volgens recent uittreksel uit de kadastrale legger, deel van nummer 525N2 P0000, met een oppervlakte van negenenveertig vierkante meter acht vierkante decimeter (49,08 m²), was niet opgenomen in de verkavelingsvergunning van 01/12/1992. Omdat dit stuk perceel deel is van de openbare weg, werd beslist in onderling akkoord met de verkavelaar om bovenvermeld perceel kosteloos af te staan aan de Stad Gent.
Keurt goed de bij dit besluit gevoegde overeenkomst tot kosteloze verwerving van volgend onroerend goed:
Zoals vermeld in de verkavelingsvergunning met nummer 2009 00 439/00, met betrekking tot een terrein met als adres Koutergoedstraat te Oostakker, en met kadastrale omschrijving Afdeling 17 sectie B, volgens titel deel van nummers 1127, 1128, 1129 en 1138/B, dient de houder van deze vergunning de weg (met zijn uitrusting en riolering), na de definitieve oplevering van de laatst uitgevoerde uitrustingswerken, kosteloos aan de stad af te staan.
De wegeniswerken werden definitief opgeleverd op 26 augustus 2015.
Het opmetingsplan werd conform verklaard door de landmeetcel van de Stad Gent.
De nodige verkeerssignalisatie werd voorzien door de verkavelaar.
Alle nodige stappen zijn getroffen om het perceel kosteloos over te dragen naar Stad Gent.
Zoals vermeld in de omgevingsvergunning zijn alle kosten van de akte ten laste van de overdrager.
Hiertoe werd een overeenkomst tot kosteloze verwerving van volgend onroerend goed opgemaakt:
De percelen grond, waterbekkens, onderhoudsstroken en wegenis, gelegen te Gent, Oostakker, langsheen de Koutergoedstraat, kadastraal bekend, 17e afdeling, sectie B, volgens titel deel van nummers 1127, 1128, 1129 en 1138/B en volgens recent uittreksel uit de kadastrale legger, deel van nummers 1127HP0000, 1128E2P0000, 1128F2P0000, 1138E2P0000 en 1129L3P0000, hetzij:
Keurt goed de bij dit besluit gevoegde overeenkomst tot kosteloze verwerving van volgend onroerend goed:
De percelen grond, waterbekkens, onderhoudsstroken en wegenis, gelegen te Gent, Oostakker, langsheen de Koutergoedstraat, kadastraal bekend, 17e afdeling, sectie B, volgens titel deel van nummers 1127, 1128, 1129 en 1138/B en volgens recent uittreksel uit de kadastrale legger, deel van nummers 1127HP0000, 1128E2P0000, 1128F2P0000, 1138E2P0000 en 1129L3P0000, hetzij:
Van bij de aanvang van het stadsvernieuwingsproject Muide Meulestede Morgen geven bewoners van Meulestede aan dat er een tekort is in het aanbod van betaalbare basisvoeding in de wijk doordat meer en meer kleinhandelaars en kleine buurtwinkels weggetrokken zijn. Een jaar of 3 geleden is ook de laatste buurtwinkel met elementaire voeding dichtgegaan. Bewoners zijn dus noodgedwongen aangewezen op winkels buiten de wijk. De komst van de boerenmarkt op het Redersplein op zaterdagvoormiddag, die er is gekomen dankzij het initiatief van enkele bewoners, kan de nood niet lenigen.
Enkele grote retailers hebben de wijk als vestigingsplaats niet weerhouden. De winkeloppervlakte die deze retailers voor ogen hebben overschrijdt daarenboven de draagkracht van de wijk. Een retailstudie in 2018 voor Muide en Meulestede heeft onderzoek gedaan naar het marktpotentieel van de wijk voor de kleinere stadsconcepten die verschillend retailers hebben. Dit onderzoek bevestigde dat er weldegelijk een markt is voor de winkels in basisvoeding van kleine oppervlakte. Met Meulestede als vestigingsplaats komt deze winkel niet in een beklemmende concurrerende positie met de winkels op de Muide of een mogelijke grote retailer op de Weba site of in de toekomstige ontwikkeling van de kop van het Houtdok.
Een groot deel van Meulestede moet zeer hard op de kleintjes letten. Meulestede en Muide scoren hoog op de armoedeindex. Het belang van de betaalbaarheid van de producten en de combinatie met een sociale kruidenierswerking versterken het plan om een Solidaire Buurtwinkel uit te bouwen op Meulestede.
Sociale Kruideniers Gent vzw zien brood in het project en zijn bereid om het proefproject van de Solidaire Buurtwinkel uit te bouwen. Voor de uitbating van de winkel wordt ingezet op sociale tewerkstelling en het uitbouwen van een breed netwerk van vrijwilligers in de wijk.
Om een zicht te krijgen op de juiste zakelijke randvoorwaarden en focuspunten werd in het voorjaar van 2020 een businessplan opgemaakt in samenwerking met Febecoop.
Uit het businessplan blijkt dat het model van de Solidaire Buurtwinkel een goede kans heeft om op termijn rendabel en zelfredzaam te zijn. In de eerste jaren is extra steun echter cruciaal. Met deze convenant wordt ingezet op financiële ondersteuning voor de opstart en de coördinatie van de Solidaire Buurtwinkel.
Met de kennis die op deze manier wordt opgebouwd kunnen we een werkend model van basisvoedingswinkels verfijnen om in woonzones met een voor de markt te geringe dichtheid toch te voorzien in een betaalbaar voedingsaanbod. Creatie van ontmoeting en plekken van sociale tewerkstelling zijn daarbij mooie pluspunten.
| Dienst* | Stedelijke Vernieuwing | ||
| Budgetplaats | 405960003 | ||
| Categorie* | E | ||
| Subsidiecode | Niet_relevant | ||
| 2020 | |||
| 2021 | 62.028,00 | ||
| 2022 | 76257,70 | ||
| 2023 | 78813,60 | ||
| 2024 | 7900,70 | ||
| 2025 | |||
| Later | |||
| Totaal | 225.000,00 euro |
| Dienst* | |||
| Budgetplaats | |||
| Categorie* | |||
| Subsidiecode | |||
| 2020 | |||
| 2021 | |||
| 2022 | |||
| 2023 | |||
| 2024 | |||
| 2025 | |||
| Later | |||
| Totaal |
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 1.
De Stad Gent gelooft sterk in internationale samenwerking en is op verschillende manieren actief op het internationale toneel door onder meer deelname aan internationale netwerken, door tijdelijke projectsamenwerking via bijvoorbeeld Europese subsidieprogramma’s en door het onderhouden van bilaterale partnerschappen met verschillende steden in de wereld. De Stad Gent heeft 7 officiële zustersteden (Saint-Raphaël in Frankrijk, Wiesbaden en Melle in Duitsland, Kanazawa in Japan, Tallinn in Estland, Mohammedia in Marokko en Nottingham in het VK) en 5 officiële partnersteden (Burgas in Bulgarije, Gdansk in Polen, Weihai en Taizhou in China en Luik in België). De trend van verzusteringen kwam vooral op na WO II bij de uitbouw van de Europese samenwerking. Vele steden volgden deze trend en er ontstonden een veelheid aan stedelijke partnerschappen over heel de wereld. De laatste decennia is de focus in de internationale samenwerking veranderd en worden verschillende trends geconstateerd zoals onder meer de evolutie van een generalistische naar een meer specifieke samenwerking, van een bilaterale naar een multilaterale samenwerking en van open ended naar tijdsgebonden. De evoluties in de stedelijke samenwerkingsverbanden van de Stad Gent bevestigen die trends. De werking van de zustersteden ligt, op enkele steden na, zo goed als stil. Met de actieve zustersteden zijn concrete samenwerkingsakkoorden afgesloten. Bilaterale partnerschappen ontstaan enkel nog op basis van een in de tijd afgebakend samenwerkingsakkoord met concrete doelstellingen en er wordt meer en meer ingezet op internationale en Europese netwerken en tijdelijke projectsamenwerking binnen voornamelijk Europese subsidieprogramma’s. Deze evoluties volgend is de tijd rijp om de huidige samenwerkingen met de Gentse zuster- en partnersteden onder de loep te nemen en keuzes te maken in hoe we deze partnerschappen verder zien evolueren.
De Dienst Internationale Relaties en Netwerken heeft in 2019 de bestaande bilaterale partnerschappen met buitenlandse steden geëvalueerd op basis van hun graad van belang en hun graad van activiteit wat uitmondde in een afwegingskader met criteria. Op basis van deze oefening is een visienota rond bilaterale partnerschappen met buitenlandse steden uitgewerkt met als doel om de principes tot formele bilaterale partnerschappen met andere steden te optimaliseren en een stadsbrede werkwijze af te spreken, en dit zowel voor bestaande relaties als voor toekomstige.
Deze visienota (in bijlage) is goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen en het vast bureau op de collegezitting van 11 juni 2020, waarbij tevens goedkeuring werd gegeven om in een volgende stap, na bespreking van de Beleidsnota Internationale Samenwerking op de commissie, een concreet voorstel van vervolgstappen per bestaand bilateraal partnerschap ter goedkeuring voor te leggen aan de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn.
Volgens deze visie rond bilaterale partnerschappen opteren we voor een beperkt aantal formele partnerschappen die duidelijk bijdragen aan de uitvoering van het strategisch meerjarenplan. Een van de voornaamste uitgangspunten is dat de Stad Gent geen voorstander is om nieuwe bilaterale partnerschappen aan te gaan en dat de voorkeur is om het aantal reeds bestaande partnerschappen te verminderen of effectiever te maken, en bovenal zoveel mogelijk in te zetten op internationale netwerking en projectwerking via onder meer Europese subsidieprogramma’s. Voor nieuwe aanvragen is een beslisboom uitgewerkt waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen partnerschappen binnen en buiten Europa gezien er buiten Europa minder mogelijkheden zijn om relaties te onderhouden via Europese subsidieprojecten of via internationale netwerken waarbinnen de Stad Gent actief is zoals het EUROCITIES-netwerk. Met Europese steden zal in principe geen bilateraal partnerschap meer afgesloten worden.
Het verminderen of effectiever maken van de bestaande bilaterale partnerschappen gaan we realiseren door:
Zoals reeds aangegeven heeft de Stad Gent 7 officiële zustersteden en 5 officiële partnersteden. De Dienst Internationale Relaties en Netwerken heeft deze relaties geëvalueerd aan de hand van een uitgewerkt afwegingskader met criteria waarvan de resultaten, die in kaart brengen welk partnerschap nog een meerwaarde heeft en welk niet of minder, terug te vinden zijn in bijlage van de visienota.
De evaluatie van de bestaande partnerschappen in combinatie met de voornaamste principes uit de visienota zorgen voor volgende vervolgstappen in de relaties met de zuster- en partnersteden:
In bijna alle gevallen zal het partnerschap meestal direct ofwel na evaluatie van het lopende MoU (Memorandum of Understanding/Memorandum van Overeenstemming) stopgezet worden. Binnen Europa willen we de actievere relaties met Tallinn, Gdansk en Wiesbaden heroriënteren naar samenwerking binnen Europese netwerken, voornamelijk EUROCITIES, en binnen Europese subsidieprojecten. De minder of niet-actieve relaties willen we uitdoven en formeel stopzetten en enkel waar opportuun nog heroriënteren. Buiten Europa behouden we die bilaterale partnerschappen die een duidelijke meerwaarde hebben en enkel de Japanse zusterstad Kanazawa heeft momenteel een eerste toets doorstaan.
De zuster- en partnersteden zullen officieel op de hoogte gebracht worden via een officieel schrijven waarin de beslissing van de Stad Gent wordt gekaderd en per partner mogelijke andere manieren van samenwerking worden aangebracht met een voorkeur voor netwerking en projectwerking. Waar mogelijk wordt het officieel schrijven overhandigd en geduid tijdens een bilateraal gesprek tussen de burgemeesters.
Keurt goed volgende vervolgstappen voor de bestaande bilaterale partnerschappen:
Politiezone Gent kampt met een groot plaatsgebrek op de site van het Algemeen Politiecentrum Gent voor de stalling van gevonden, achtergelaten en inbeslaggenomen bromfietsen. Uit navraag bij de Dienst Vastgoed van de stad Gent blijkt dat er binnen het stadspatrimonium geen geschikte locatie beschikbaar is waar deze bromfietsen kunnen gestald worden. Daarom werd beslist om te informeren bij de firma Depannage Lybaert, die aangeduid werd als gemeentelijke stelplaats voor de getakelde voertuigen, of er een mogelijkheid is een loods te huren.
Depannage Lybaert is bereid een afgesloten magazijnruimte van 400 m² gelegen in een loods gevestigd te 9000 Gent, Zuiddokweg 43 en een container die buiten op het aanpalende terrein wordt geplaatst, te verhuren voor een maandelijkse huurprijs van 2.250 euro.
De overeenkomst wordt gesloten voor onbepaalde duur en is ten alle tijde opzegbaar mits een vooropzeg van 2 maanden.
| Dienst* | Politiezone Gent |
| Budgetplaats | 33000PO126-01 |
| Categorie* | E |
| Subsidiecode | nvt |
| 2020 | € 2.250 |
| 2021 | € 27.000 |
| 2022 | € 27.000 |
| 2023 | € 27.000 |
| 2024 | € 27.000 |
| 2025 | € 27.000 |
| Later | € 27.000 |
| Totaal | € 164.250 |
Binnen de cel mobiliteit van het Team Loopbaanbeheer van de Dienst Human Resources zijn 3 betrekkingen voorzien, nl. 1 betrekking van consulent (niveau B) en 2 betrekkingen van assistent (niveau C).
Aangezien die cel een vitale schakel is in het beheer van de processen (bv. externe werving, mobiliteit) die de instroom in de zone garanderen, moet die cel in optimale omstandigheden kunnen werken. Dit vereist een volledige bezetting van die cel.
De huidige titularis van de betrekking van consulent wordt binnen afzienbare tijd herplaatst.
Om de continuïteit binnen de cel en dus een optimale werking ervan te garanderen, dient deze titularis zo snel mogelijk te worden vervangen.
Die vervanging is momenteel des te dringend gelet op de nieuwe uitdagingen die in het raam van het rekruteringsproces op de lokale politie afkomen. De directie van het personeel van de federale politie deelde immers mee dat er in het voorjaar 2021 voor het basiskader een nieuw aanwervingsconcept zal worden ingevoerd. Dit nieuw aanwervingsconcept voorziet onder meer in een rechtstreekse werving voor het basiskader. Dit impliceert dat de kandidaten-inspecteur voortaan voorafgaand aan de start van de basisopleiding door een politiedienst (i.e. een zone of de federale politie) zullen moeten worden geselecteerd. Gelet op dit nieuw aanwervingsconcept zal een ter dege gevoerde rekruteringscampagne zeer belangrijk zijn om een voldoende instroom te kunnen garanderen. Daarnaast voorziet het nieuw aanwervingsconcept ook dat de selectiecommissie voor extern aangeworven kandidaten voortaan niet meer bij de federale politie maar door de aanwervende zone zelf zal worden georganiseerd.
Gelet op het voorgaande, wenst Politiezone Gent de betrekking van consulent binnen de cel mobiliteit van het Team Loopbaanbeheer van de Dienst Human Resources via een dringende, externe contractuele werving te begeven. In het raam van een dringende, externe contractuele weving, wordt aan de geschikte kandidaat een contract van één jaar aangeboden. Nadat de functie contractueel is ingevuld, moet deze worden opengesteld via mobiliteit.
De raming van de jaarlijkse brutoloonkost gebeurt op basis van de begrotingstool van SSGPI (sociaal secretariaat van de Geïntegreerde Politie):
|
aantal en graad |
Jaarlijkse bruto loonkost |
|
1 consulent/niveau B |
64.275,47 euro |
Keurt goed de vacantverklaring van 1 contractuele betrekking met een duurtijd van 1 jaar voor 1 consulent/niveau B bij de Dienst Human Resources voor een dringende, externe aanwerving binnen het administratief en logistiek kader van Politiezone Gent.
Het financieel meerjarenplan van de Politie voorziet een gemiddelde personeelsbezetting van 1.109 operationele personeelsleden en 205 administratieve en logistieke personeelsleden.
Aan de gemeenteraad wordt, in het raam van de eerste mobiliteitscyclus van 2021, goedkeuring gevraagd om binnen het operationeel en het administratief en logistiek kader 38 betrekkingen vacant te verklaren. Voor de functies van inspecteur van politie/basiskader bij de Interventiedienst en de Wijkdienst wordt bovendien, indien zij niet via de reguliere mobiliteit zouden kunnen worden ingevuld, goedkeuring gevraagd om deze plaatsen aan te bieden via de systemen van de onmiddellijke werving en/of de aspirantenmobiliteit of, in voorkomend geval, via het nieuw aanwervingsconcept voor het basiskader.
De korpschef adviseert om de volgende functies vacant te stellen:
- 1 betrekking in het administratief en logistiek kader:
| Dienst | Functie | Graad |
| Dienst Informatie- en Communicatietechnologie | 1 ICT-Consulent | ICT-Consulent |
- 37 betrekkingen in het operationeel kader:
| Dienst | Functie | Graad |
| Interventiedienst | 10 medewerkers | Inspecteur |
| Interventiedienst | 2 hoofdinspecteurs | Hoofdinspecteur |
| Interventiedienst | 1 commissaris leiding | Commissaris |
| Wijkdienst | 12 buurtinspecteurs | Inspecteur |
| Wijkdienst | 1 hoofdinspecteur Politieassistent | Hoofdinspecteur met specialiteit politieassistent |
| Wijkdienst | 1 commissaris | Commissaris |
| Verkeersdienst | 1 hoofdinspecteur Team Acties | Hoofdinspecteur |
| Verkeersdienst | 3 medewerkers Team Acties | Inspecteur |
| Verkeersdienst | 3 medewerkers Team Motor/Fiets | Inspecteur |
| Lokale Recherchedienst | 2 rechercheurs Cel COPPRA | Inspecteur |
| Lokale Recherchedienst | 1 hoofdinspecteur | Hoofdinspecteur |
Om een goede en veilige uitvoering van de operationele taken te kunnen verzekeren, dient niet alleen de uitstroom (de effectieve en de verwachte) te worden ondervangen. Een aantal diensten moet dringend versterkt worden. Daartoe is, in het raam van de eerste mobiliteit 2021, een vacantverklaring van 38 betrekkingen noodzakelijk.
Binnen de Directie Operaties is het van cruciaal belang om de bezetting van de Interventiedienst, de Wijkdienst, de Verkeersdienst en de Lokale Recherchedienst te versterken. Door de vacantverklaring van 13 plaatsen voor de Interventiedienst (1 plaats voor commissaris, 2 plaatsen voor hoofdinspecteur en 10 plaatsen voor inspecteur), 14 plaatsen voor de Wijkdienst (1 plaats voor commissaris, 1 plaats voor hoofdinspecteur en 12 plaatsen voor inspecteur), 7 plaatsen voor de Verkeersdienst (1 plaats voor hoofdinspecteur en 6 plaatsen voor inspecteur) en 3 plaatsen bij de Lokale Recherchedienst (1 plaats voor hoofdinspecteur en 2 plaatsen voor inspecteur) wil de korpsleiding de kansen op instroom maximaliseren. De vacatures van alle functies in het basiskader bij de Interventiedienst en de Wijkdienst die niet ingevuld geraken via de reguliere mobiliteit kunnen momenteel via 2 andere systemen aangeboden worden: de aspirantenmobiliteit en de onmiddellijke werving.
De korpsleiding kan bepalen hoeveel van de niet ingevulde plaatsen in één of meerdere aspirantenmobiliteit(en) worden opengesteld. Hierbij tekenen aspirant-inspecteurs van politie gedurende hun basisopleiding in op een specifieke vacante plaats die ze direct na hun opleiding opnemen.
De korpsleiding kan ook een aantal niet ingevulde plaatsen aanbieden via de onmiddellijke werving. Hierbij tekenen kandidaat-inspecteurs van politie, voorafgaand aan de start van hun basisopleiding, in op een specifieke vacante plaats die ze direct na het beëindigen van hun basisopleiding opnemen.
Er valt op te merken dat door de directie van het personeel van de federale politie mondeling werd meegedeeld dat het huidige aanwervingsconcept voor het basiskader met de systemen van aspirantenmobiliteit en onmiddellijke werving op korte termijn zou worden vervangen door een nieuw aanwervingsconcept. In dat geval kan de korpsleiding de plaatsen, die op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit nieuwe concept nog niet ingevuld zijn, ook via dit nieuwe aanwervingsconcept aanbieden.De raming van de brutoloonkost (op jaarbasis) gebeurt op basis van de begrotingstool van het SSGPI (Sociaal Secretariaat van de Geïntegreerde Politie).
| aantal en graad | bedrag |
| 2 commissarisen | € 253.293,68 |
| 5 hoofdinspecteurs | € 470.646,95 |
| 30 inspecteurs | € 2.178.714,6 |
| 1 consulent | € 64.275,47 |
Totaal van de jaarlijkse bruto loonkost voor 38 vacante betrekkingen: 2.966.930,7 euro.
Keurt goed de vacantverklaring van 38 betrekkingen in het operationeel en het administratief en logistiek kader in de eerste mobiliteitscyclus van 2021 voor de volgende diensten van de Politiezone Gent:
- 1 betrekking in het administratief en logistiek kader:
| Dienst | Functie | Graad |
| Dienst Informatie- en Communicatietechnologie | 1 ICT-Consulent | ICT-Consulent |
- 37 betrekkingen in het operationeel kader:
| Dienst | Functie | Graad |
| Interventiedienst | 10 medewerkers | Inspecteur |
| Interventiedienst | 2 hoofdinspecteurs | Hoofdinspecteur |
| Interventiedienst | 1 commissaris leiding | Commissaris |
| Wijkdienst | 12 buurtinspecteurs | Inspecteur |
| Wijkdienst | 1 hoofdinspecteur Politieassistent | Hoofdinspecteur met specialiteit politieassistent |
| Wijkdienst | 1 commissaris | Commissaris |
| Verkeersdienst | 1 hoofdinspecteur Team Acties | Hoofdinspecteur |
| Verkeersdienst | 3 medewerkers Team Acties | Inspecteur |
| Verkeersdienst | 3 medewerkers Team Motor/Fiets | Inspecteur |
| Lokale Recherchedienst | 2 rechercheurs Cel COPPRA | Inspecteur |
| Lokale Recherchedienst | 1 hoofdinspecteur | Hoofdinspecteur |
Keurt goed dat de eventueel niet ingevulde betrekkingen van inspecteur van politie/basiskader voor de Interventiedienst en de Wijkdienst, die vacant zijn verklaard in het raam van de eerste mobiliteitscyclus van 2021, ten belope van het door de korpsleiding bepaalde aantal, worden opengesteld via de onmiddellijke werving en/of in de aspirantenmobiliteit of, in voorkomend geval, via het nieuwe aanwervingsconcept voor het basiskader. Het openstellen van die betrekkingen kan eventueel over meerdere aspirantenmobiliteiten worden opgesplitst.
Kirsten Peeters namens De Werkvennootschap NV en mevrouw Kirsten Peeters diende een omgevingsvergunningsaanvraag in voor gronden gelegen aan Industrieweg en Vijfhoekstraat kadastraal gekend als afdeling 29 sectie A nrs. 33D, 35V, 37D, 46N, 89G, 89H, 99D en 100B en op openbaar domein.
De aanvraag heeft betrekking op een Vlaams project, met name een project met betrekking tot autosnelwegen en gewestwegen, om die reden is de Vlaamse overheid de vergunningverlenende overheid.
Deze aanvraag werd op 14/08/2020 ingediend bij de Vlaamse overheid. Op 14/08/2020 werd aan het college van burgemeester en schepenen gevraagd een openbaar onderzoek te organiseren en de aanvraag voor te leggen aan de gemeenteraad. Er werd ook gevraagd advies uit te brengen. Een plannenset van deze vergunningsaanvraag is aan dit besluit toegevoegd als informatieve bijlage.
Beschrijving aanvraag:
Voorliggende aanvraag heeft betrekking op de aanleg van een fietsbrug over de R4 ter hoogte van de Industrieweg en de Vijfhoekstraat. Binnen het project voor de R4WO, het totaalproject voor de omvorming van de R4 west en oost tot primaire weg, wordt dit knooppunt benoemd als W11b.
Op het traject van de R4 tussen knoop W9 en de aansluiting met de N9 worden twee nieuwe fietsverbindingen (knoop W11a en W11b) voorzien die de R4 kruisen. Deze zachte doorsteken zijn voornamelijk gericht op de verbinding van zijde Wondelgem met het overliggende bedrijventerrein. Naast KMO-activiteit bevinden zich hier een aantal diensten, bijvoorbeeld het VDAB opleidingscentrum en een scholencampus met o.m. VISO, het volwassenenonderwijs en een campus van de Artevelde Hogeschool.
Binnen dit project zijn er twee kruisende gemeentewegen (voormalige buurt- en voetwegen) gelegen:
- buurtweg nr. 2: Vijfhoekstraat, verbinding tussen Durmstraat en Industrieweg
- buurtweg nr. 3: verbinding tussen Durmstraat en N9
In functie van de realisatie van dit project wordt gevraagd deze 2 buurtwegen af te schaffen.
Procedure:
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 6 november 2020 tot 5 december 2020. Resultaat : geen bezwaren.
Op 10/12/2020 bracht het college een voorwaardelijk gunstig advies uit over deze aanvraag en maakte dat over aan de vergunningverlenende overheid.
Aangezien de aanvraag wegenwerken omvat waarvoor de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft, neemt de gemeenteraad daarover een besluit.
Motivering beslissing:
In uitvoering van artikel 12 van het decreet over de gemeentewegen keurt de gemeenteraad de opheffing van een rooilijnplan goed. In uitvoering van artikel 31§1 van het decreet betreffende de Omgevingsvergunning neemt de gemeenteraad een beslissing over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg alvorens de bevoegde overheid een beslissing neemt over de vergunningsaanvraag. De gemeenteraad neemt daarbij kennis van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek. De gemeenteraad spreekt zich ook uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein.
De werken zelf hebben betrekking op een gewestweg. De gemeenteraadsbeslissing heeft louter betrekking op het afschaffen van de twee buurtwegen. De gemeenteraad is van oordeel dat de afschaffing van deze voormalige buurtwegen kan goedgekeurd worden om volgende redenen:
Het afschaffen van de buurtwegen kadert binnen de realisatie van het project voor de R4WO, waarvan knooppunt W11b in voorliggende omgevingsaanvraag voorligt. Met dit project wordt met de realisatie van deze fietsbrug een belangrijk onderdeel gerealiseerd van het lokaal fietsroutenetwerk in Wondelgem welke rechtstreeks aansluiting geeft op de fietssnelweg F40 langs de R4.
Deze fietsbrug verbindt de wijken Wondelgem en Mariakerke met het industriegebied thv de industrieweg. De fietsbrug en fietssnelweg zorgen ervoor dat het volledige bedrijventerrein langsheen R4 vlot bereikbaar wordt voor fietsverkeer ifv woon-werkverplaatsingen.
Buurtweg nr. 2 (de Vijfhoekstraat) is nog in gebruik en doet dienst als langzaam- verkeersverbinding tussen Mariakerke en de Industrieweg. Vandaag is er ter hoogte van de Vijfhoekstraat nog een verkeersonveilige niet-lichtengeregelde of niet-conflictvrije kruising met de R4. De fietsbrug over de R4 wordt ter vervanging van deze onveilige verbinding gerealiseerd. Na realisatie van de fietsverbinding wordt de kruisende weg met de R4 afgesloten voor langzaam verkeer. Het overige deel van de Vijfhoekstraat wordt opgenomen in de toekomstige inrichting van het Ter Durmenpark.
Buurtweg nr. 3 wordt deels doorsneden door de R4 en zijn aanhorigheden (grachten, middenberm…) en de door de op- en afrit van de N9 met de R4. De buurtweg is voor deze stukken in onbruik geraakt en is ook niet meer aanwezig in het landschap. Een ander deel valt samen of loopt parallel met de bestaande infrastructuur van de R4/Industrieweg. Op dit traject is nog een langzaam-verkeersverbinding (aanliggend fietspad) aanwezig. Tussen de R4 en de Industrieweg zal de fietssnelweg F40 gerealiseerd worden dit deze bestaande verbinding vervangt.
De voorgestelde werken voldoen dus aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit. Er wordt voldaan aan de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen.
Het fietspad zelf maakt deel uit van de inrichting rond de gewestweg waarvoor het Vlaams Gewest dus bevoegd is. Waar het fietspad landt en in functie van de aansluiting op het gemeentelijk wegennet, zijn verder overleg en afspraken nodig tussen de stad en het Vlaams Gewest, voornamelijk in functie van het beheer. Dit wordt niet geregeld in het kader van de omgevingsvergunningsaanvraag maar zal wel nog opgenomen (moeten) worden.
keurt de opheffing van het rooilijnplan, zoals opgenomen in bijlage, goed.
Het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 247.
Het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 41, tweede lid, 5°.
De gemeenteraad van de Stad Gent keurde op 25 mei 2020 de samenwerkingsovereenkomst 2020-2025 tussen Stad Gent en EVA vzw Muziekcentrum De Bijloke Gent goed.
Om twee redenen dient de huidige samenwerkingsovereenkomst aangepast te worden.
Een eerste reeks aanpassingen is nodig in het licht van de geplande aanpassings- en renovatiewerken voor de werkingsjaren 2021-2022. Het agentschap staat zelf in voor de uitvoering van volgende werken:
2021:
2022:
Alle foyers: toegankelijkheid publieksvoorzieningen (sanitair, trappen, …)
Voor de uitvoering van deze werken, wordt in 2021 een eenmalige investeringstoelage van 470.000 euro toegekend aan het agentschap. In 2022 wordt een eenmalige investeringstoelage van 360.000 euro toegekend aan het agentschap.
De artikels 6, 2, a en art. 8, a, § 2 van de overeenkomst worden om deze redenen aangevuld.
Een tweede reeks aanpassingen heeft betrekking op de transitie van Digipolis (IGSV) naar District 09 (AGB). Hierdoor wordt het huidige artikel 7 integraal vervangen door een nieuw artikel 7 'Samenwerking met District 09'. Dit artikel bevat de afspraken inzake afnameplicht en afnamevrijheid van District09-diensten. Daarenboven wordt ook artikel 8 'Financiële bepalingen' aangevuld met een punt i. Dit laatste betreft het toekennen van een IT-toelage voor het aandeel van het agentschap in de gezamenlijke kosten van District09.
Om deze redenen wordt een addendum bij de oorspronkelijke samenwerkingsovereenkomst 2020-2025 tussen Stad Gent en EVA vzw Muziekcentrum De Bijloke Gent voorgelegd aan de gemeenteraad ter goedkeuring.
Dienst* | Cultuurdienst |
Budgetplaats | 3411000PO |
Categorie* | I subs. |
Subsidiecode | Niet_Relevant |
2021 | 470.000 EUR |
2022 | 360.000 EUR |
Totaal | 830.000 EUR |
Keurt goed het addendum bij de samenwerkingsovereenkomst 2020-2025 met EVA vzw Muziekcentrum De Bijloke Gent.
2020 is een jaar om zo snel mogelijk te vergeten. Corona zet immers onze levens volledig op de kop. Covid-19 wordt vanwege het grote aantal slachtoffers (tot op heden 19.000 slachtoffers in België) vergeleken met de Spaanse Griep (1918-1919) en met een mogelijke Derde Wereldoorlog.
Helaas werd ook onze stad niet gespaard. In o.a. de woonzorgcentra stierven heel wat oudere bewoners. Alleen al in het woonzorgcentrum Onze-Lieve-Vrouw Ter Rive aan het Sint-Pietersplein vielen meer dan tien slachtoffers in één week tijd. Deze instelling bleek één van de 55 zwaarst getroffen Vlaamse rusthuizen.
Laat ons ook niet vergeten dat één van de eerste jonge slachtoffers van dit virus een Gents meisje was van amper 12 jaar oud. Helaas weten we nog steeds niet waar dit alles zal eindigen. Hoeveel dodelijke slachtoffers zal dit virus nog maken? Zullen de vaccins voldoende efficiënt blijken? Een pandemie van die onwezenlijke grootte raakt ons allemaal tot in het diepst van ons hart. Bij elk slachtoffer moeten we denken aan het verdriet van de getroffen families. Hoe plaats je zoiets wanneer je er rechtstreeks mee geconfronteerd wordt?
Dit virus schrijft inmiddels geschiedenis. Om ons medeleven als stadsbestuur te betuigen, stelt onze fractie dan ook voor om ergens centraal in Gent een gedenkteken te plaatsen als eerbetoon voor alle dodelijke Gentse slachtoffers van dit virus en hun nabestaanden. Op die manier zullen ze nooit vergeten worden.
De Vlaams Belangfractie stelt voor om ergens in Gent een gedenkteken te plaatsen voor de Gentse dodelijke coronaslachtoffers en hun nabestaanden.
Op sociale media circuleert er sinds kort een filmpje met walgelijke feiten die zich recentelijk in Gent voordeden. Daarbij werd een jonge Gentenaar belaagd en vernederd door allochtone pestkoppen Het is trouwens niet de eerste keer dat dergelijk feiten zich in Vlaanderen voordoen.
In oktober vorig jaar zorgde een gelijkaardig incident ook al voor heel wat ophef in Puurs. Ook toen circuleerde op sociale media een filmpje waarin een jongen van 15 jaar belaagd en mishandeld werd door vijf jongeren.
Nu grepen gelijkaardige feiten plaats in de Gentse wijk Rabot. Ook hier filmden de daders de feiten en zetten deze online. Sinds zondag 17/01 is het filmpje niet meer terug te vinden op de sociale media, maar er circuleren wel nog kopieën van het filmpje.
De beelden zijn op zijn zachtst gezegd hallucinant. Het jonge slachtoffer wordt mishandeld en vernederd. Terwijl de daders hem verwensingen toewerpen, wordt hij gedwongen hun beledigingen te herhalen en hun schoenen te kussen. Hij moet ook hun standpunten over moslims herhalen. De allochtone daders filmden zelf hun acties, vermoedelijk om de beelden later online te plaatsen en vervolgens te kunnen opscheppen over hun (wan)daden. De vader van de jongen was uiteraard in alle staten, maar wou in eerste instantie niet publiekelijk reageren omdat zijn zoon en hijzelf intussen bedreigd zouden zijn.
Dergelijke zaken zijn uiteraard ontoelaatbaar. Dit incident dient grondig te worden onderzocht om verdere herhalingen te voorkomen. Hier moeten we niet alleen als gemeenschap, maar ook als politiek orgaan kordaat tegen reageren. Deze gemeenteraad moet duidelijk stellen dat Gent dergelijk pestgedrag nooit zal tolereren.
Is de politie op de hoogte van de feiten? Werd er intussen al dan niet een klacht ingediend?
Werd er naar aanleiding van het filmpje op sociale media een onderzoek ingesteld? Zo ja, welke stappen werden er intussen ondernomen?
Hebben er zich in het verleden in Gent nog dergelijke feiten voorgedaan?
Zal het stadsbestuur stappen ondernemen om dergelijke feiten in de toekomst streng en kordaat aan te pakken?Recentelijk verschenen er onrustwekkende berichten in de pers over de woningmarkt in Gent. De vastgoedmarkt barst uit zijn voegen en de betaalbaarheid van wonen staat enorm onder druk, en dit tijdens een gezondheidscrisis die vooral impact heeft op de armere bevolking. Voor vele Gentenaars is het onmogelijk om een betaalbare woning te vinden. Zo werd ook via de pers meegedeeld dat het bevolkingsaantal sinds 1999 voor het eerst daalt. We zien m.a.w. een bevolkingsdaling die samenhangt met stijgende prijzen op de woningmarkt.
“399.000 euro voor een appartement met twee slaapkamers in de Leopoldskazerne. 400.000 euro voor twee slaapkamers in de nieuwe toren aan de Keizerpoort. 525.000 euro voor een tweeslaapkamerflat in de oude brandweerkazerne in de Academiestraat. 634.500 euro voor een groot nieuwbouwappartement aan de Oude Dokken.” lezen we op 16 januari. Deze woningen zijn vooral bedoeld als investeringswoning: eigenaars kopen de woningen om verder te verhuren aan zeer hoge prijzen.
Deze prijzen vallen moeilijk te rijmen met de ambitie van betaalbare wonen en het recht op wonen. Corona zorgt niet enkel voor een gezondheidscrisis, maar verergert ook de wooncrisis door o.a. hogere prijzen. We vragen dan ook verduidelijking over de ambities van de stad Gent voor betaalbare woningen.
Tijdens de corona-crisis barst de vastgoedmarkt in Gent uit zijn voegen:
- Hoe speelt de schepen in op de zorgwekkende evolutie op de woningmarkt?
- Welke extra stappen kunnen we ondernemen om de woningprijzen in Gent te kraken?
- Zal de Stad Gent volgende jaren verder kwetsbare mensen extra blijven ondersteunen, bijvoorbeeld door structurele huurpremies?
- Hoe denkt de schepen dat de prijzen op de woningmarkt in Gent zullen evolueren volgende jaren?
De eerste oproep die liep van 1 juli tot 30 september 2020 maakte vele organisaties warm om hun project in te dienen. Er werden maar liefst 64 inzendingen ontvankelijk verklaard waarvan slechts 10 projecten een subsidie werd toegekend.
54 organisaties deden een ontvankelijke voorstel maar werden geweigerd bij de eerste ronde. De stad zal deze organisaties een tweede kans geven tijdens een vervolgronde.
Er wordt een vervroegde tweede subsidieronde georganiseerd in het kader van het Sociaal Innovatiefonds. Voor deze subsidieronde wordt een budget van 6.000.000 euro uitgetrokken.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 1 en artikel 56, § 1.
Op 28 januari 2019 namen de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn kennis van het bestuursakkoord voor de komende legislatuur 2019-2024.
De beleidsnota 'Meer dan een slimme stad' beschrijft meer concreet de beleidskeuzes die worden gemaakt op de domeinen Data, Innovatie en Digitalisering. Deze definitieve versie komt tot stand na verwerking van het advies van de Jeugdraad en het advies van de Seniorenraad en na de input van de raadsleden in de commissie vrije tijd, publiekszaken en pensioenen.
Deze beleidsnota 'Meer dan een slimme stad' 2020-2025 is de basis voor de uitrol van de beleidslijnen binnen de bevoegdheden Data, Innovatie en Digitalisering.
Keurt goed de bij dit besluit gevoegde beleidsnota 'Meer dan een slimme stad' - Data, Innovatie en Digitalisering 2020-2025.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 1.
Op 28 januari 2019 nam de gemeenteraad kennis van het bestuursakkoord voor de komende legislatuur.
De grote lijnen van de ontwerpbeleidsnota ‘Samen stad maken begint in de wijken 2020-2025’ werden in 2019 en in het voorjaar van 2020 bilateraal afgetoetst tijdens gesprekken met adviesraden maar ook partnerorganisaties als de BBC (platform voor Burgerinitiatieven, Bewonersgroepen en Commons), de Zuidpoort en Samenlevingsopbouw.
Tijdens twee publieke inspraakmomenten (een open gespreksforum op 9 mei 2019 en 100 % sociaal Gent op 12 oktober 2019) werd opnieuw gepolst naar kansen of ideeën.
Per krachtlijn of project van de ontwerpbeleidsnota (o.a. Wijkbudget, commons, mensen in de armoede, tijdelijke invullingen, Samen aan Zet) gebeurden bevragingen. In vijf wijken werden buurtsalons georganiseerd. Het intensieve participatietraject wordt uiteengezet in de ontwerpbeleidsnota.
Op 2 oktober 2020 nam het college van burgemeester en schepenen kennis van de ontwerpbeleidsnota Wijkbeleid en Beleidsparticipatie ‘Samen stad maken begint in de wijken 2020-2025’, waarin de afspraken uit het bestuursakkoord geconcretiseerd werden wat het wijkbeleid, het stedelijke buurtwerk en beleidsparticipatie in Gent betreft.
De ontwerpbeleidsnota werd op 7 oktober 2020 ter bespreking voorgelegd aan de commissie Onderwijs, Welzijn en Participatie.
Op basis van deze versie werd er formeel advies gevraagd aan de stedelijke adviesraden. Daarnaast kwam er spontaan advies van organisaties en initiatieven uit het middenveld. Op 22 oktober 2020 hadden over de ontwerpbeleidsnota twee debatcafés plaats - omwille van corona was dat in een light-format.
De bespreking in de commissie, de feedback van organisaties en initiatieven en formele adviezen van de Jeugdraad, de Stedelijke Adviesraad voor Etnisch culturele Minderheden Ad Rem, de Stedelijke Adviesraad Noord-Zuidsamenwerking, Seniorenraad, de Stedelijke Adviesraad voor personen met een beperking en de Cultuurraad gaven aanleiding tot een aantal aanpassingen en verduidelijkingen aan de ontwerpnota. Er werd ook gemotiveerd waarom niet op adviezen kon worden ingegaan. Een aantal meer operationele voorstellen zullen door de betrokken diensten worden meegenomen in de uitvoering van geplande acties.
Alle geschreven reacties en de herwerking staan, net zoals bij de ontwerpnota, transparant opgesomd in een bijlage bij de beleidsnota.
De Beleidsnota 'Samen stad maken – begint in de wijken 2020-2025' is de basis voor de uitrol van de beleidslijnen binnen de bevoegdheden Beleidsparticipatie en Buurtwerk en bevat acties op volgende terreinen:
Mijn wijk, mijn stad: de keuze voor nabijheid
Samen stad maken
De opvolging van het advies werd transparant opgenomen in de terugkoppeling van het inspraakproces in de delen 4.2 en 4.3 van de beleidsnota. De adviesraad ontvangt in het voorjaar 2021 deze opvolging ook schriftelijk en wanneer opportuun ook met mondelinge toelichting.
De opvolging van het advies werd transparant opgenomen in de terugkoppeling van het inspraakproces in de delen 4.2 en 4.3 van de beleidsnota. De adviesraad ontvangt in het voorjaar 2021 deze opvolging ook schriftelijk en wanneer opportuun ook met mondelinge toelichting.
De opvolging van het advies werd transparant opgenomen in de terugkoppeling van het inspraakproces in de delen 4.2 en 4.3 van de beleidsnota. De adviesraad ontvangt in het voorjaar 2021 deze opvolging ook schriftelijk en wanneer opportuun ook met mondelinge toelichting.
De opvolging van het advies werd transparant opgenomen in de terugkoppeling van het inspraakproces in de delen 4.2 en 4.3 van de beleidsnota. De adviesraad ontvangt in het voorjaar 2021 deze opvolging ook schriftelijk en wanneer opportuun ook met mondelinge toelichting.
De opvolging van het advies werd transparant opgenomen in de terugkoppeling van het inspraakproces in de delen 4.2 en 4.3 van de beleidsnota. De adviesraad ontvangt in het voorjaar 2021 deze opvolging ook schriftelijk en wanneer opportuun ook met mondelinge toelichting.
De opvolging van het advies werd transparant opgenomen in de terugkoppeling van het inspraakproces in de delen 4.2 en 4.3 van de beleidsnota. De adviesraad ontvangt in het voorjaar 2021 deze opvolging ook schriftelijk en wanneer opportuun ook met mondelinge toelichting.
Keurt goed de bijgevoegde Beleidsnota Samen stad maken begint in de wijken 2020-2025.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 1.
Op 28 januari 2019 namen de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn kennis van het bestuursakkoord voor de komende legislatuur 2019-2024.
Op 14 mei 2020 nam het college van burgemeester en schepenen kennis van de ontwerpbeleidsnota HR 2020-2025.
De beleidsnota beschrijft meer concreet de beleidskeuzes die worden gemaakt op het vlak van HR.
Tevens werd de Stedelijke adviesraad voor personen met een handicap (SAPH), de Stedelijke adviesraad voor etnisch-culturele diversiteit (AD REM) en de Jeugdraad om advies gevraagd over de ontwerpbeleidsnota HR.
Op 24 juni 2020 gaf de Stedelijke adviesraad personen met een handicap een advies op de ontwerpbeleidsnota, op 17 juli 2020 werd het advies van de Adviesraad Etnisch-Culturele Diversiteit ontvangen en op 31 augustus 2020 gaf de Stedelijke Jeugdraad Gent advies.
Enkele van de opmerkingen uit de adviezen werden verwerkt in de definitieve versie van de beleidsnota HR.
De ontwerpbeleidsnota HR werd toegelicht en besproken op de commissie Milieu, Personeel en FM (MPF) op dinsdag 13 oktober 2020.
Tot slot werd het Strategisch Kader Diversiteit en Inclusie toegevoegd aan de beleidsnota HR. Het strategisch kader beschrijft meer concreet de beleidskeuzes en mogelijke acties die worden gemaakt op vlak van diversiteit en inclusie in het personeelsbeleid.
Op 5 november 2020 nam het college van burgemeester en schepenen kennis van Het Strategisch Kader Diversiteit en Inclusie 2021-2025.
Het Strategisch Kader Diversiteit en Inclusie 2021-2025 werd toegelicht en besproken op de commissie Milieu, Personeel en FM (MPF) op dinsdag 17 november 2020.
Op 17 december 2020 gaf de Adviesraad Etnisch-Culturele Diversiteit een spontaan advies op het Strategisch Kader Diversiteit en Inclusie 2021-25. Op 18 december 2020 gaf vzw Genderspectrum een spontaan advies op het Strategisch Kader Diversiteit en Inclusie 2021-2025.
De Beleidsnota HR 2020-2025 is de basis voor de uitrol van de beleidslijnen binnen de bevoegdheid Personeel.
Keurt goed de bijgevoegde Beleidsnota HR 2020-2025.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 1.
De evaluatie van het project integrale aanpak problematiek jongeren met Intra-Europese migratie-achtergrond (2016-2019) leert dat de opdracht van specifieke hulpverlening niet bij de lokale overheid ligt. Wel beschikt de Stad over de mogelijkheden om bij te dragen tot stabiliteit in de levensomstandigheden van precaire doelgroepen en tot het creëren van ruimte voor hulpverlening in die leefwerelden. Als Stad realiseren we die verbinding met hulpverlening door het ondersteunen van presentiewerk bij laagdrempelige (zelf)organisaties, werkzaam met precaire gezinnen.
De kernopdracht van het presentiewerk ligt in het uitbouwen van een ontmoetingsplaats met focus op de onthaal- en ontmoetingswerking, de vrijwilligerswerking en doelgroep participatie. Binnen de ontmoetingswerking met de precaire gezinnen is er ruimte voor het werken rond de ouder-kind relaties.
Nog steeds wonen in Gent een beperkt aantal kinderen, tieners en jongeren in problematische (opvoedings)situaties – al of niet met een migratie-achtergrond. Deze situaties vloeien voort uit de vicieuze cirkels bij de precaire levensomstandigheden van hun gezin of familie op het vlak van wonen, werken, verblijfstatuut, gezondheid, enz… Een gericht aanbod van hulpverlening is dan ook aangewezen.
De Fontein Gent startte in november 2013 aan het Edmond van Beverenplein 22 te 9000 Gent met een aanbod van ontvang, zorg en hygiëne huizen voor daklozen.
De Fontein Gent bereikt een toenemend aantal bezoekers in precaire leefsituaties. Daarbij bereikt De Fontein Gent een belangrijk aantal gezinnen in zeer precaire situaties. De voorbije jaren (2018-2019) doen 20 tot 30 verschillende precaire gezinnen jaarlijks een beroep op het aanbod.
Eveneens komen zij wekelijks op woensdagnamiddag naar DFG voor een aanbod naar kinderen en hun ouders (kleine vrije tijdsactiviteiten, schooltaakbegeleiding…). Met de gerichte subsidie realiseert De Fontein Gent zowel de professionele als vrijwillige inzet naar deze precaire gezinnen met aandacht voor de ouder-kind relaties.
Hiertoe werd een subsidieovereenkomst opgemaakt te sluiten met De Fontein Gent – Huis van Hygiëne – Orde van Malta, gelegen te Edmond van Beverenplein 22, 9000 Gent, vestigingseenheid van de vzw Belgische Vereniging van de Orde van Malta, met zetel te 1030 Schaarbeek, Huart Hamoirlaan 43.
De subsidie bedraagt 20.000 euro per jaar en de overeenkomst gaat in op 01/01/2021 en eindigt op 31/12/2024.
| Dienst* | OUT |
| Budgetplaats | AC35013 |
| Categorie* | |
| Subsidiecode | |
| 2020 | |
| 2021 | 18000 |
| 2022 | 20000 |
| 2023 | 20000 |
| 2024 | 20000 |
| 2025 | 2000 |
| Later | |
| Totaal | 80000 |
Keurt goed de bij dit besluit gevoegde subsidieovereenkomst 'voor het realiseren van hulpverlening in de leefwereld van precaire gezinnen via presentiewerk bij zelforganisaties' met De Fontein Gent – Huis van Hygiëne – Orde van Malta, gelegen te Edmond van Beverenplein 22, 9000 Gent, vestigingseenheid van de vzw Belgische Vereniging van de Orde van Malta, met zetel te 1030 Schaarbeek, Huart Hamoirlaan 43, ten bedrage van € 80.000 voor het werkingsjaar 2021 tot 2024.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 1.
Voorliggende subsidieovereenkomst voor de coördinatie van het project 'Generatie Gaatjesvrij' met TOPunt vzw, Halvemaanstraat 96, 9040 Sint-Amandsberg, kadert in één van de beleidsprioriteiten binnen de beleidsnota gezondheid 2020-2025, nl. het verbeteren van de mondzorg, met extra focus op kwetsbare doelgroepen. De sociale ongelijkheid is duidelijk merkbaar bij mondzorg. Inzetten op een betere mondzorg en het verlagen van de drempel naar de tandarts, blijft bij deze doelgroepen een belangrijk aandachtspunt. Voor velen blijft de toegang tot mondzorg echter een pijnpunt.
Een goede mondgezondheid is niet alleen belangrijk voor het gebit, maar voor het hele lichaam. Zo verhoogt een slechte mondgezondheid o.a. de kans op ontstekingen en besmettingen en op hart- en vaatziekten. Doordat het belang van de mondgezondheid voor de algehele gezondheid wordt onderschat, lopen mensen onnodig gezondheidsrisico’s. Leren dagelijks poetsen en jaarlijks voor een preventief consult naar de tandarts gaan, is de basis voor een gezonde mond. We geven extra aandacht aan de doelgroep kinderen omdat investeren in preventie op jonge leeftijd gezondheidswinst op latere leeftijd met zich meebrengt en omdat gezondheidsongelijkheden reeds van vroeg in het leven zichtbaar zijn.
Daarom werd vanuit de stuurgroep mondzorg, voorgezeten door de Dienst Regie Gezondheid en Zorg van de Stad Gent, in samenwerking met de consultatiebureaus van Kind en Gezin, TOPunt Gent, Artveldehogeschool (opleiding mondhygiënisten), de wijkgezondheidscentra, Gentse tandartsen en Ugent, het project 'Generatie Gaatjesvrij' opgestart.
We zetten in op een generatie die gaatjesvrij is op 18 jaar. Om dit waar te maken, zetten we met coördinatie vanuit TOPunt vzw in op een ketenaanpak. Kind & Gezin zal jaarlijks tijdens het 30-maandenconsult de tandjes van ongeveer 500 kinderen screenen. Tijdens dit consult én opnieuw tijdens het kleuterconsult (3-4 jaar) van het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB), bespreekt men mondzorg met de ouders, ondersteunt men ouders in het aanleren van de juiste mondzorg en leidt men kinderen toe naar de tandarts. Gezondheidsgidsen kunnen helpen bij het maken van een afspraak en de begeleiding naar de tandarts. Aan deze momenten koppelen we wijkgerichte programma’s rond mondzorg, gericht naar ouders en scholen. We beginnen in een aantal wijken (o.a. Sluizeken-Tolhuis-Ham, Muide, Rabot, Ledeberg,…) die slecht scoren op tandartsbezoek.
Om te slagen in een efficiënte ketenaanpak en een doeltreffende opvolging van kwetsbare kinderen en hun ouders, is een gedegen coördinatie van dit project nodig. De stuurgroep mondzorg besliste dat deze coördinatie het beste gebeurt binnen de omkadering van TOPunt Gent vzw, omdat dit de beste uitvalsbasis is om samen met de CLB’s de opvolging van kwetsbare kinderen in te plannen. Op die manier staat de coördinator dichter bij de dagelijkse werking van de CLB’s en kan de ketenaanpak efficiënt worden gecoördineerd.
Doel van deze overeenkomst is het aanstellen van een voltijdse projectcoördinator, die instaat voor het vlotte verloop van de samenwerking tussen Kind en Gezin, CLB, scholen, tandartsen, gezondheidsgidsen, ..., voor de opvolging van de kinderen en voor de communicatie van het project.
De overeenkomst met TOPunt Gent vzw gaat in op 1 februari 2021 en eindigt op 31 december 2023.
Dienst* | Welzijn en Gelijke Kansen |
Budgetplaats | 352140000 |
Categorie* | E subs |
Subsidiecode | Niet_Relevant |
2021 | 54.000 |
| 2022 | 61.355,40 |
2023 | 62.895,42 |
| 2024 | 6.304,98 |
Totaal | 184.555,80 |
Keurt goed de bij dit besluit gevoegde subsidieovereenkomst met Topunt Gent vzw, Halvemaanstraat 96, 9040 Sint-Amandsberg, waarbij een bedrag wordt toegekend van 60.000 euro per jaar, voor werkingsjaren 2021 tot en met 2023, voor de coördinatie van het project 'Generatie Gaatjesvrij'.
De gemeenteraad keurde op 20 oktober 2014 het reglement betreffende de erkenning van Gentse socio-culturele verenigingen van etnisch-culturele minderheden en het toekennen van werkingssubsidie goed.
Een belangrijk deel van de huidige erkende verenigingen loopt het risico in 2021 niet langer in aanmerking te zullen komen voor erkenning of voor werkingssubsidies omdat zij, omwille van de corona-maatregelen, niet kunnen beantwoorden aan de voorwaarden voor erkenning opgenomen in de verschillende erkenningsreglementen, en meer specifiek de voorwaarde om een minimum aantal activiteiten/projecten te hebben georganiseerd in het afgelopen werkingsjaar. Bij niet-erkenning kunnen de verenigingen de faciliteiten of mandaten die daar aan vasthangen verliezen.
Door voor het werkingsjaar 2021 een tijdelijke aanpassing van de erkenningsreglementen door te voeren, wordt dit vermeden. Daarbij gelden de volgende principes:
Dit reglement wordt daarom voor het werkingsjaar 2021 als volgt aangepast:
Voor de Gentse socio-culturele verenigingen van etnisch-culturele minderheden wordt de uiterste indiendatum van de aanvraag in 2021 verschoven van 31.01.2021 naar 28.02.2021.
Bij het reglement betreffende de erkenning van Gentse socio-culturele verenigingen van etnisch-culturele minderheden en het toekennen van werkingssubsidie stelt de Dienst Welzijn en Gelijke Kansen volgende toevoeging voor:
Artikel 17 – Uitzonderingsbepaling naar aanleiding van de coronacrisis
Voor het werkingsjaar 2021 is het de aanvrager toegestaan om, in afwijking van artikel 5§3 en artikel 10§1(b)1), een overzicht/gedetailleerd verslag in te dienen van de activiteiten en/of projecten die hebben plaatsgevonden in het jaar 2019, teneinde te kunnen voldoen aan de voorwaarde van artikel 4§1(c). In afwijking van artikel 7§2 en artikel 10§1a), wordt voor het werkingsjaar 2021 de uiterste indiendatum voor respectievelijk een aanvraag tot erkenning en een aanvraag tot het bekomen van werkingssubsidies verschoven van 31 januari 2021 naar 28 februari 2021.
Wijzigt het 'reglement betreffende de erkenning van Gentse socio-culturele verenigingen van etnisch-culturele minderheden en het toekennen van werkingssubsidie' met toevoeging van art. 17 als volgt:
Artikel 17 – Uitzonderingsbepaling naar aanleiding van de coronacrisis
Voor het werkingsjaar 2021 is het de aanvrager toegestaan om, in afwijking van artikel 5§3 en artikel 10§1(b)1), een overzicht/gedetailleerd verslag in te dienen van de activiteiten en/of projecten die hebben plaatsgevonden in het jaar 2019, teneinde te kunnen voldoen aan de voorwaarde van artikel 4§1(c). In afwijking van artikel 7§2 en artikel 10§1a), wordt voor het werkingsjaar 2021 de uiterste indiendatum voor respectievelijk een aanvraag tot erkenning en een aanvraag tot het bekomen van werkingssubsidies verschoven van 31 januari 2021 naar 28 februari 2021.
De wijziging treedt in werking op 1 februari 2021.
Neemt kennis van de gecoördineerde versie van het 'reglement betreffende de erkenning van Gentse socio-culturele verenigingen van etnisch-culturele minderheden en het toekennen van werkingssubsidie' zoals gevoegd in bijlage.
De Vlaamse regering besliste op 2 juni 2020 een noodfonds op te richten om noodlijdende organisaties tegemoet te komen. De Vlaamse regering stelt in haar motivatie voor het Noodfonds voorop dat 'corona er bij het Vlaamse verenigingsleven stevig inhakt'. De coronacrisis is een gezondheidscrisis en economische crisis maar evengoed een crisis van het samenleven. De Vlaamse regering geeft deze middelen aan lokale besturen omdat zij het dichtst bij de inwoners en verenigingen staan. Inspelend op de lokale omstandigheden die overal verschillend zijn, kunnen de steden en gemeenten best beslissen welke investeringen nodig zijn. Daarom besliste de Vlaamse regering om deze middelen toe te kennen met de grootst mogelijke autonomie en met zo min mogelijk planlast of administratieve verplichtingen. De lokale overheden kiezen vrij hoe ze de Noodfondsmiddelen inzetten voor het verenigingsleven. Het stadsbestuur besliste daarop om deze middelen toe te kennen aan de Gentse verenigingen uit de cultuur-, sport-, vrijetijds- en evenementensector.
Heel wat organisaties uit het sociale middenveld zijn niet onder te brengen in een specifieke sector zoals jeugd, sport of cultuur. Ze maken echter wezenlijk deel uit van het middenveld in onze stad. Doordat ze niet duidelijk tot één specifieke sector behoren, vallen ze soms tussen de mazen van het net. We stellen vast dat ook organisaties die actief zijn op het vlak van armoedebestrijding, gelijke kansen, ontmoeting en burgerparticipatie, inkomsten derven wegens geen of minder activiteiten of net meer kosten hebben omdat de coronacrisis hen voor bijkomende uitdagingen stelt. Organisaties zijn voor het betalen van hun kosten afhankelijk van de inkomsten die ze genereren uit activiteiten. Door het wegvallen van die activiteiten en het ontbreken van een financiële buffer wordt het moeilijk om het hoofd boven water te houden.
Om het voortbestaan en de goede werking te garanderen van sociale middenveldorganisaties die actief zijn op het vlak van armoedebestrijding, gelijke kansen, ontmoeting en burgerparticipatie én een subsidieovereenkomst voor het werkingsjaar 2021 met de Stad of met het OCMW hebben afgesloten die uiterlijk op de raad van juni 2021 werd goedgekeurd, voorziet de Stad een subsidie om hun algemene werking te ondersteunen.
Het bedrag van de subsidie bedraagt 20 % van de toelage die voor het werkingsjaar 2021 aan de aanvrager werd toegekend voor prestaties die bijdragen tot één of meerdere van volgende strategische doelstellingen van het meerjarenplan 2020-2025:
met een maximum van 5.000 euro per aanvrager.
Hiertoe werd het 'Subsidiereglement voor de relance van organisaties actief op het vlak van armoedebestrijding, gelijke kansen, ontmoeting en burgerparticipatie ingevolge de coronacrisis' opgemaakt.
Het reglement treedt in werking na bekendmaking en eindigt op 15 oktober 2021.
De Dienst Welzijn en Gelijke Kansen is belast met de controle van de uitvoering van dit reglement.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 artikel 41, § 1, en artikel 56, § 1.
In het bestuursakkoord staat dat de Stad Gent het voortouw blijft nemen in de strijd tegen discriminatie en racisme. De Stad Gent investeert al jaren in een sterk antidiscriminatie en antiracismebeleid. Van 2015 tot 2019 was er het in het kader van de European Coalition of Cities Against Racism (ECCAR) een 10-punten-actieplan. De evaluatie hiervan vind je in bijlage. Wat voorligt is het ontwerp van het Actieplan Antidiscriminatie en Antiracisme voor de jaren 2020 - 2025.
Dit plan wordt geregisseerd door de Dienst Welzijn & Gelijke kansen. Het opstellen van dit plan verliep via een participatief traject in samenwerking met verschillende stadsdiensten, de politie, Unia, Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen en het bredere middenveld. Daarnaast werd het ontwerp van actieplan voorgelegd aan de volgende adviesraden: Stedelijke Adviesraad voor Etnisch-Culturele Diversiteit Ad Rem, Stedelijke Adviesraad voor Personen met een Handicap SAPH, de Seniorenraad en de Jeugdraad. De Seniorenraad verwijst naar de gegeven adviezen op de beleidsnota Gelijke Kansen en Welzijn. De Stedelijke Adviesraad voor Personen met een Handicap SAPH heeft haar adviezen mondeling doorgegeven op het moment van de toelichting op de adviesraad. Van de Stedelijke Adviesraad voor Etnisch-Culturele Diversiteit Ad Rem en de Jeugdraad werd een schriftelijk advies ontvangen.
Wat voorligt is een actieplan om aan de doelstelling van het bestuursakkoord, nl om te strijden tegen discriminatie en racisme, inhoud te geven voor de periode 2020-2025.
Het ontwerp van actieplan wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad. Aan het college werd gevraagd goedkeuring te geven aan de antwoorden op de ontvangen adviezen van de Stedelijke Adviesraad voor Etnisch-Culturele Diversiteit Ad Rem en de Jeugdraad.
Keurt goed het actieplan antidiscriminatie en antiracisme 2020-2025, zoals gevoegd in bijlage.
Stad Gent zet in op hulpverlening aan zelfstandigen. Zo zette de Werkgroep Zelfstandigen de laatste jaren veel in op hulpverlening aan zelfstandigen, meer specifiek aan zelfstandigen in moeilijkheden.
Het argument dat zelfstandigen eerst hun economische activiteit stop moeten zetten vooraleer er een recht is op financiële steun (leefloon of equivalent leefloon), was te weinig genuanceerd. Van dit principe werd soms wel al afgeweken, doch dit diende steeds bij bijzonder verzoek aan het Bijzonder Comité Sociale Dienstverlening te worden voorgelegd.
Door het uitwerken van een nieuw standpunt rond financiële steun aan ondernemers in moeilijkheden, kwam de werkgroep tot de vaststelling dat vzw Dyzo een heel belangrijke rol kon spelen.
Voor de toekenning van financiële steun is het huidig algemeen uitgangspunt dat:
Stad Gent en OCMW Gent wensen door de samenwerking met vzw Dyzo, Willebroekkaai 37 te 1000 Brussel, aan alle Gentse ondernemers in moeilijkheden de mogelijkheid te bieden zich te laten begeleiden door vzw Dyzo. Deze organisatie verleent advies aan ondernemers in moeilijkheden en begeleidt hen. Vzw Dyzo doet dit door begeleiding op maat van ondernemers (individueel of samen met een tussenpersoon bv. OCMW), door ondersteuning van tussenpersonen (bv. via organiseren van vormingen voor OCMW’s of door adviesverlening aan OCMW’s via haar helpdesk), door studie van het doelpubliek en door sensibilisering van de maatschappij. Op deze manier wordt er aandacht besteed aan de keerzijde van de medaille, namelijk dat ondernemers ook moeilijkheden kunnen ondervinden.
Gelet op al deze elementen werkte de werkgroep een algemeen kader uit voor hulpverlening aan zelfstandigen in moeilijkheden en werd er een samenwerkingsovereenkomst afgesloten tussen vzw Dyzo enerzijds, en OCMW Gent en Stad Gent anderzijds voor ‘Hulpverlening aan zelfstandigen in moeilijkheden’. Deze overeenkomst werd goedgekeurd op de raad voor maatschappelijk welzijn van 8 september 2016. De samenwerking startte op 1 juli 2016 en werd gecontinueerd tot 31 december 2020.
De samenwerking met vzw Dyzo verliep ook in 2019 positief. De evaluatie van werkingsjaar 2019 is in bijlage toegevoegd. De nood aan deze hulpverlening blijft bovendien hoog. Er wordt daarom een nieuwe subsidieovereenkomst afgesloten met vzw Dyzo, Willebroekkaai 37, 1000 Brussel, voor de duur van één jaar met ingang vanaf 1 januari 2021.
| Dienst* | Dienst Economie | Juridische Dienst |
| Budgetplaats | 354090000 | B11110000 |
| Categorie* | 6491000 | 6491000 |
| Subsidiecode | / | / |
| 2021 | 8.221,95 euro | 8.221,95 euro |
| 2022 | 913,55 euro | 913,55 euro |
| Totaal | 9.135,5 euro | 9.135,5 euro |
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 1.
Op de gemeenteraad van 25 april 2016 werd het "Autodeelplan Gent 2020" goedgekeurd. In dit autodeelplan werd de ambitie voor het autodelen in Gent tot 2020 bepaald en werden verschillende stimulerende maatregelen gedefinieerd om deze ambitie te halen.
Sinds de start van het "Autodeelplan Gent 2020" is het aantal autodelers gestegen van ongeveer 4.000 naar 13.000 en het aantal deelwagens van 220 naar bijna 800, waarvan 150 elektrisch.
Ondanks dit goede resultaat stelt het Mobiliteitsbedrijf vast dat de groei sinds 2019 stagneert. Het effect van de destijds gedefinieerde maatregelen lijkt hiermee een verzadigingspunt bereikt te hebben. 2020 is daarbij door de coronacrisis een jaar met quasi geen groei. Het blijft dus wenselijk om autodelen verder te ondersteunen en te stimuleren, niet alleen door het bevestigen van een aantal bestaande maatregelen, maar ook met innoverende acties om de groei opnieuw aan te zwengelen.
We besteden hierbij specifiek aandacht aan onder andere:
Daarom wordt het "Autodeelplan Gent 2025" voorgesteld, waarmee Stad Gent het ambitieniveau vastklikt op 25.000 Gentse autodelers tegen 2025, door een aantal bestaande maatregelen te bestendigen, alsook nieuwe en innoverende acties definieert om dit doel te bereiken.
| Dienst* | BMO |
| Budgetplaats | 353760000 |
| Categorie* | E |
| Subsidiecode | NIET_RELEVANT |
| 2021 | 155.000,00 EUR |
| 2022 | 230.000,00 EUR |
| 2023 | 160.000,00 EUR |
| 2024 | 155.000,00 EUR |
| 2025 | 135.000,00 EUR |
| Totaal | 835.000,00 EUR |
Keurt goed het Autodeelplan Gent 2025, zoals gevoegd in bijlage.
De gemeenteraad heeft in zitting van 15 december 2015 de bevoegdheid tot het vaststellen van aanvullende reglementen op het wegverkeer op de gewest- en gemeentewegen die zich op het grondgebied van de stad Gent bevinden gedelegeerd aan het college van burgemeester en schepenen.
De delegatie trad in werking op 1 januari 2016.
Bij deze delegatie werd een maandelijkse rapportering voorzien aan de gemeenteraad.
De rapportering over de periode 6 november 2020 t.e.m. 3 december 2020 is opgenomen in bijlage.
Neemt kennis van de bij dit besluit gevoegde rapportering over de periode 6 november 2020 t.e.m. 3 december 2020 van de door het college van burgemeester en schepenen vastgestelde aanvullende reglementen op het wegverkeer op de gewest- en gemeentewegen die zich op het grondgebied van de stad Gent bevinden.
Bij Ministerieel Besluit van 13 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het COVID-19-coronavirus te beperken besloot de FOD Binnenlandse Zaken tot een sluiting, voorlopig tot en met 3 april 2020, van de inrichtingen die behoren tot de culturele, feestelijke, recreatieve, sportieve en horecasector.
De maatregelen werden nadien nog veelvuldig uitgebreid en gewijzigd, en blijven in bepaalde vorm nog geruime tijd van toepassing.
Bij raadsbesluit van 26 mei 2020 werden reeds in een aantal economische belastingen, gericht op doelgroepen die ernstig door de federale maatregelen werden getroffen, gedeeltelijke vrijstellingen voorzien voor aanslagjaar 2020. Bij latere raadsbesluiten werden enkele gerichte uitbreidingen van vrijstellingen voorzien tot maximaal einde 2020.
De horeca blijft ernstige hinder ondervinden van de aanhoudende federale maatregelen en algemene gezondheidstoestand. Het stadsbestuur stond vele uitbaters, waar fysiek mogelijk, al een bijzondere uitbreiding toe van de terrassen om hun capaciteit, die omwille van de social distancing-regels sterk was verminderd, enigszins te compenseren. Die tijdelijke maatregel zal bij apart besluit worden verlengd tot 15 april 2022.
Het is gepast ook de vrijstelling voor de terrasbelasting beperkt te verlengen, en dit gedurende het eerste kwartaal van 2021 (een vermindering met 3/12). Daarna beginnen vaccinatierondes hopelijk hun vruchten af te werpen, of kan een bijkomende verlengde vrijstelling bij apart raadsbesluit worden beslist.
Om bij de belastingaangifte voldoende duiding te kunnen verschaffen aan de uitbaters, wordt de aangifteperiode voor aanslagjaar 2021 verlengd tot 30 april 2021. Op die manier kan met een mogelijke evaluatie in voorjaar 2021, rekening worden gehouden in het ontwerp van het aangifteformulier.
Deze afwijkingen, zoals vermeld in de beslissing in artikel 1 en artikel 2 van voorliggend gemeenteraadsbesluit, worden in een addendum bij het belastingreglement opgenomen.
De Dienst Belastingen is belast met de uitvoering van deze beslissing.
| Dienst* | Belasting/Retributie | Budgetplaats | 2020 |
| Belastingen Economie+ | Inname Openbaar Domein - Terrassen | 7360800 | -205.048 |
De gemeenteraad verlengt de aangiftetermijn voorzien in artikel 7, §1 van het reglement 'Belasting op de inname van het openbaar domein', wat de terrasinnames betreft, voor het aanslagjaar 2021 tot 30 april 2021.
De Stad Gent wil de komende jaren stevig inzetten op het uitbreiden van het jeugd(welzijns)werk met focus op kinderen en jongeren in kwetsbare situaties, en lanceerde daarom in september 2020 een 'Open Call Jeugd(welzijns)werk'.
De Open Call bevatte 7 (sub-)categorieën waarvoor organisaties zich kandidaat konden stellen:
Organisaties konden tot en met 4 oktober 2020 een dossier indienen. Op 7 en 8 oktober vonden de jury's plaats. In zitting van 22 oktober 2020 gaf het college van burgemeester en schepenen de Jeugddienst het mandaat om gesprekken te voeren met een aantal geselecteerde organisaties om subsidieovereenkomsten voor 2021 - 2023 af te sluiten.
Binnen categorie 2A: Versterken van zelforganisaties wordt een subsidieovereenkomst afgesloten met Al Istiqama vzw.
Al Istiqama vzw realiseert hiervoor de volgende prestaties met bijhorende indicatoren:
1. De uitvoerder organiseert een kwalitatief en divers vrijetijdsaanbod in de wijk
2. De uitvoerder zet acties op in het kader van zijn signaalfunctie
3. De uitvoerder zet in op extra thema’s die bijdragen aan de verankering van de vereniging in de wijk
De overeenkomst gaat in op 01/01/2021 en eindigt op 31/12/2023. De subsidiebedragen worden jaarlijks geïndexeerd met 0,85%.
Aangezien de uitvoerder deze overeenkomst nog wilde overleggen met de Raad van Bestuur, werd de Gemeenteraad van december niet gehaald.
Dienst | Jeugddienst |
budgetplaats | 3406300AL
|
budgetpositie | 6491000 |
categorie | E subsidies |
subsidiecode | NIET_RELEVANT |
2021 | 9.000 euro |
2022 | 10.076,50 euro |
2023 | 10.162,15 euro |
2024 | 1.017,07 euro |
Totaal | 30.255,72 euro |
De Stad Gent wil de komende jaren stevig inzetten op het uitbreiden van het jeugd(welzijns)werk met focus op kinderen en jongeren in kwetsbare situaties, en lanceerde daarom in september 2020 een 'Open Call Jeugd(welzijns)werk'.
De Open Call bevatte 7 (sub-)categorieën waarvoor organisaties zich kandidaat konden stellen:
Organisaties konden tot en met 4 oktober 2020 een dossier indienen. Op 7 en 8 oktober vonden de jury's plaats. In zitting van 22 oktober 2020 gaf het college van burgemeester en schepenen de Jeugddienst het mandaat om gesprekken te voeren met een aantal geselecteerde organisaties om subsidieovereenkomsten voor 2021 - 2023 af te sluiten.
Futsal Besiktas diende een aanvraag in voor de Open Call onder categorie 3: vrije tijd. Na advies van de jury en de Jeugddienst werd echter beslist om Futsal Besiktas vzw te verschuiven naar categorie 2A, gezien zij ook een zelforganisatie zijn en ze op die manier kunnen begeleid worden.
Er wordt een subsidieovereenkomst afgesloten met vzw Futsal Besiktas, met zetel Ooievaarstraat 125, 9000 Gent, waarvoor de vzw volgende prestaties met bijhorende indicatoren realiseert:
2. De uitvoerder zet in op samenwerkingsverbanden met de verschillende partners uit de wijk
3. De uitvoerder bouwt een vrijwilligerswerking uit.
De overeenkomst gaat in op 01/01/2021 en eindigt op 31/12/2023. De subsidiebedragen worden jaarlijks geïndexeerd met 0,85 %.
Dienst | Jeugddienst |
budgetplaats | 3406300FU
|
budgetpositie | 6491000 |
categorie | E subsidies |
subsidiecode | NIET_RELEVANT |
2021 | 5.400 euro |
2022 | 6.045,90 euro |
2023 | 6.097,29 euro |
2024 | 610,24 euro |
Totaal | 18.153,43 euro |
De Stad Gent wil de komende jaren stevig inzetten op het uitbreiden van het jeugd(welzijns)werk met focus op kinderen en jongeren in kwetsbare situaties, en lanceerde daarom in september 2020 een 'Open Call Jeugd(welzijns)werk'.
De Open Call bevatte 7 (sub-)categorieën waarvoor organisaties zich kandidaat konden stellen:
Organisaties konden tot en met 4 oktober 2020 een dossier indienen. Op 7 en 8 oktober vonden de jury's plaats. In zitting van 22 oktober 2020 gaf het college van burgemeester en schepenen de Jeugddienst het mandaat om gesprekken te voeren met een aantal geselecteerde organisaties om subsidieovereenkomsten voor 2021 - 2023 af te sluiten.
Binnen categorie 2A: Versterken van zelforganisaties wordt een subsidieovereenkomst afgesloten met Maanobota Collective vzw, met zetel te 9000 Gent, Spinnerstraat 2.
Maanobota Collective vzw realiseert hiervoor de volgende prestaties met bijhorende indicatoren:
1. De uitvoerder organiseert een kwalitatief en divers vrijetijdsaanbod in de wijk Brugse Poort2. De uitvoerder zet acties op in het kader van zijn signaalfunctie
3. De uitvoerder zet in op talentontwikkeling
4. De uitvoerder zet in op experiment.
De overeenkomst gaat in op 01/01/2021 en eindigt op 31/12/2023. De subsidiebedragen worden jaarlijks geïndexeerd met 0,85 %.
Dienst | Jeugddienst |
budgetplaats | 3406300MA
|
budgetpositie | 6491000 |
categorie | E subsidies |
subsidiecode | NIET_RELEVANT |
2021 | 9.000 euro |
2022 | 10.076,50 euro |
2023 | 10.162,15 euro |
2024 | 1.017,07 euro |
Totaal | 30.255,72 euro |
Habbekrats vzw had een subsidieovereenkomst voor het realiseren van lokaal jeugdwelzijnswerk voor de jaren 2014-2019.
In de laatst afgewerkte evaluatie (2020) werd bovenstaande subsidieovereenkomst positief geëvalueerd. Deze subsidieovereenkomst werd verlengd voor het jaar 2020.
De Stad Gent wil de komende jaren stevig inzetten op het uitbreiden van het jeugd(welzijns)werk met focus op kinderen en jongeren in kwetsbare situaties, en lanceerde daarom in september 2020 een 'Open Call Jeugd(welzijns)werk'.
De Open Call bevatte 7 (sub-)categorieën waarvoor organisaties zich kandidaat konden stellen:
Organisaties konden tot en met 4 oktober 2020 een dossier indienen. Op 7 en 8 oktober vonden de jury's plaats. In zitting van 22 oktober 2020 gaf het college van burgemeester en schepenen de Jeugddienst het mandaat om gesprekken te voeren met een aantal geselecteerde organisaties om subsidieovereenkomsten voor 2021 - 2023 af te sluiten.
In de subsidieovereenkomst tussen het Stadsbestuur van Gent en Habbekrats, Edward Anseeleplein 3, 9000 Gent, voor het realiseren van het lokaal jeugdwelzijnswerk voor de werkingsjaren 2021-2023 worden ook de prestaties in het kader van de Open Call opgenomen.
Organisatie vzw Habbekrats realiseert de volgende prestaties met bijhorende indicatoren:
1. De uitvoerder organiseert kwalitatief jeugdwelzijnswerk in “De Fabriek”2. De uitvoerder organiseert kwalitatief jeugdwelzijnswerk in “De Zuidpool”
3. De uitvoerder zet in op samenwerkingsverbanden & partnerschappen in Gent centrum
4. De uitvoerder organiseert een divers & kwalitatief vrijetijdsaanbod in de sector Afrikalaan/Meulestede
5. Intern beleid & opvolging
6. Communicatie
De overeenkomst gaat in op 01/01/2021 en eindigt op 31/12/2023. De subsidiebedragen worden jaarlijks geïndexeerd met 2,51 %.
Dienst | Jeugddienst |
budgetplaats | 3405400HA
|
budgetpositie | 6491000 |
categorie | E subsidies |
subsidiecode | NIET_RELEVANT |
2021 | 271.458,48 euro |
2022 | 308.434,14 euro |
2023 | 316.175,83 euro |
2024 | 31.695,19 euro |
Totaal | 927.763,64 euro |
De Stad Gent wil de komende jaren stevig inzetten op het uitbreiden van het jeugd(welzijns)werk met focus op kinderen en jongeren in kwetsbare situaties, en lanceerde daarom in september 2020 een 'Open Call Jeugd(welzijns)werk'.
De Open Call bevatte 7 (sub-)categorieën waarvoor organisaties zich kandidaat konden stellen:
Organisaties konden tot en met 4 oktober 2020 een dossier indienen. Op 7 en 8 oktober vonden de jury's plaats. In zitting van 22 oktober 2020 gaf het college van burgemeester en schepenen de Jeugddienst het mandaat om gesprekken te voeren met een aantal geselecteerde organisaties om subsidieovereenkomsten voor 2021 - 2023 af te sluiten.
Op 23 juni 2020 keurde de gemeenteraad de subsidieovereenkomst met vzw Minus One, Opgeëistenlaan 455, 9000 goed voor de realisatie van de uitbouw en het beheer van het jongerencultuurcentrum Minus One voor de werkingsjaren 2020-2022'. Het huidige addendum is hier een aanvulling op.
In de omschrijving (artikel 1) wordt volgend element toegevoegd:
Aan de initiële prestaties (artikel 2) worden twee prestaties met indicatoren toegevoegd:
Het addendum gaat in op 01/01/2021 en eindigt op 31/12/2022. De toegekende subsidie wordt bij meerjarige subsidieovereenkomsten jaarlijks verhoogd met 2,51 %.
Dienst | Jeugddienst |
budgetplaats | 3406200MO |
budgetpositie | 6491000 |
categorie | E subsidies |
subsidiecode | NIET_RELEVANT |
2021 | 48.600 euro |
2022 | 55.219,86 euro |
2023 | 5.535,54 euro |
Totaal | 109.355,40 euro |
De Stad Gent wil de komende jaren stevig inzetten op het uitbreiden van het jeugd(welzijns)werk met focus op kinderen en jongeren in kwetsbare situaties, en lanceerde daarom in september 2020 een 'Open Call Jeugd(welzijns)werk'.
De Open Call bevatte 7 (sub-)categorieën waarvoor organisaties zich kandidaat konden stellen:
Organisaties konden tot en met 4 oktober 2020 een dossier indienen. Op 7 en 8 oktober vonden de jury's plaats. In zitting van 22 oktober 2020 gaf het college van burgemeester en schepenen de Jeugddienst het mandaat om gesprekken te voeren met een aantal geselecteerde organisaties om subsidieovereenkomsten voor 2021 - 2023 af te sluiten.
Binnen categorie 2A: Versterken van zelforganisaties wordt een subsidieovereenkomst afgesloten met Posküder vzw.
Posküder vzw realiseert hiervoor de volgende prestaties met bijhorende indicatoren:
1. De uitvoerder organiseert een kwalitatief en divers vrijetijdsaanbod.
2. De uitvoerder zet in op samenwerkingsverbanden met de verschillende partners uit de wijk.
3. De uitvoerder groeit als professionele en duurzame organisatie.
De overeenkomst gaat in op 01/01/2021 en eindigt op 31/12/2023. De subsidiebedragen worden jaarlijks geïndexeerd met 0,85%.
Aangezien de uitvoerder deze overeenkomst nog wilde overleggen met de Raad van Bestuur, werd de gemeenteraad van december niet gehaald.
Dienst | Jeugddienst |
budgetplaats | 3406300pk
|
budgetpositie | 6491000 |
categorie | E subsidies |
subsidiecode | NIET_RELEVANT |
2021 | 16.200 euro |
2022 | 18.137,7 euro |
2023 | 18.291,87 euro |
2024 | 1.830,73 euro |
Totaal | 54.460,30 euro |
De Stad Gent wil de komende jaren stevig inzetten op het uitbreiden van het jeugd(welzijns)werk met focus op kinderen en jongeren in kwetsbare situaties, en lanceerde daarom in september 2020 een 'Open Call Jeugd(welzijns)werk'.
De Open Call bevatte 7 (sub-)categorieën waarvoor organisaties zich kandidaat konden stellen:
Organisaties konden tot en met 4 oktober 2020 een dossier indienen. Op 7 en 8 oktober vonden de jury's plaats. In zitting van 22 oktober 2020 gaf het college van burgemeester en schepenen de Jeugddienst het mandaat om gesprekken te voeren met een aantal geselecteerde organisaties om subsidieovereenkomsten voor 2021 - 2023 af te sluiten.
Binnen categorie 2A: Versterken van zelforganisaties wordt een subsidieovereenkomst afgesloten met Özburun vzw.
Özburun vzw realiseert hiervoor de volgende prestaties met bijhorende indicatoren:
1. De uitvoerder organiseert een kwalitatief en divers vrijetijdsaanbod.
2. De uitvoerder zet in op samenwerkingsverbanden met de verschillende partners uit de wijk.
3. De uitvoerder groeit als professionele en duurzame organisatie.
De overeenkomst gaat in op 01/01/2021 en eindigt op 31/12/2023. De subsidiebedragen worden jaarlijks geïndexeerd met 1,68%.
Aangezien de uitvoerder deze overeenkomst nog wilde overleggen met de Raad van Bestuur, werd de Gemeenteraad van december niet gehaald.
Dienst | Jeugddienst |
budgetplaats | 3406300OZ
|
budgetpositie | 6491000 |
categorie | E subsidies |
subsidiecode | NIET_RELEVANT |
2021 | 32.400 euro |
2022 | 36.544,32 euro |
2023 | 37.158,26 euro |
2024 | 3.721,98 euro |
Totaal | 109.824,56 euro |
De Stad Gent wil de komende jaren stevig inzetten op het uitbreiden van het jeugd(welzijns)werk met focus op kinderen en jongeren in kwetsbare situaties, en lanceerde daarom in september 2020 een 'Open Call Jeugd(welzijns)werk'.
De Open Call bevatte 7 (sub-)categorieën waarvoor organisaties zich kandidaat konden stellen:
Organisaties konden tot en met 4 oktober 2020 een dossier indienen. Op 7 en 8 oktober vonden de jury's plaats. In zitting van 22 oktober 2020 gaf het college van burgemeester en schepenen de Jeugddienst het mandaat om gesprekken te voeren met een aantal geselecteerde organisaties om subsidieovereenkomsten voor 2021 - 2023 af te sluiten.
Binnen categorie 2A: Versterken van zelforganisaties wordt een subsidieovereenkomst afgesloten met Rede vzw.
Rede vzw realiseert hiervoor de volgende prestaties met bijhorende indicatoren:
1. De uitvoerder organiseert een kwalitatief en divers vrijetijdsaanbod in Gent.
2. De uitvoerder zet in op samenwerkingsverbanden met de verschillende partners.
3. De uitvoerder groeit als professionele en duurzame organisatie.
De overeenkomst gaat in op 01/01/2021 en eindigt op 31/12/2023.
Aangezien de uitvoerder deze overeenkomst nog wilde overleggen met de Raad van Bestuur, werd de Gemeenteraad van december niet gehaald.
Dienst | Jeugddienst |
budgetplaats | 3406300RE
|
budgetpositie | 6491000 |
categorie | E subsidies |
subsidiecode | NIET_RELEVANT |
2021 | 8.100 euro |
2022 | 13.050 euro |
2023 | 17.550 euro |
2024 | 1.800 euro |
Totaal | 40.500 euro |
De Stad Gent wil de komende jaren stevig inzetten op het uitbreiden van het jeugd(welzijns)werk met focus op kinderen en jongeren in kwetsbare situaties, en lanceerde daarom in september 2020 een 'Open Call Jeugd(welzijns)werk'.
De Open Call bevatte 7 (sub-)categorieën waarvoor organisaties zich kandidaat konden stellen:
Organisaties konden tot en met 4 oktober 2020 een dossier indienen. Op 7 en 8 oktober vonden de jury's plaats.
In zitting van 22 oktober 2020 gaf het college van burgemeester en schepenen de Jeugddienst het mandaat om gesprekken op te starten met Overkop - Huis voor Jongeren vzw, geselecteerde organisatie binnen categorie 4A, in het kader van een subsidieovereenkomst 2021-2022 voor de bruggenbouwer "mentaal welzijn in het jeugd(welzijns)werk".
De Dienst Welzijn en Gelijke Kansen heeft een subsidieovereenkomst voor de algemene werking met Huis voor jongeren vzw, Visserij 153, 9000 Gent, goedgekeurd door de Gemeenteraad van 27 april 2020. De Jeugddienst heeft een subsidieovereenkomst voor de inzet van een jeugdwerker en de jeugdwerkactiviteiten binnen de werking van het Huis voor Jongeren, goedgekeurd door de Gemeenteraad van 28 september 2020.
De subsidie bedraagt 27.000 euro per jaar, en wordt jaarlijks geïndexeerd met 2,51 %. De overeenkomst gaat in op 01/01/2021 en eindigt op 31/12/2022.
Vzw Huis voor Jongeren (Overkop) gaat twee jaar aan de slag met een bruggenbouwer "mentaal jeugd(welzijnswerk". Hierbij ondersteunt Overkop de Gentse jeugd(welzijns)werkorganisaties met betrekking tot het mentaal welzijn van hun deelnemers. De jeugdwerkers vinden in Overkop een aanspreekpunt bij moeilijke situaties en Overkop werkt aan deskundigheidsbevordering zodat jeugdwerkers zelf met moeilijke situaties aan de slag kunnen. Om dit te realiseren wordt er eerst een behoefteonderzoek gedaan bij alle jeugd(welzijns)werkorganisaties om te bekijken via welke methodiek Vzw Huis voor Jongeren (Overkop) de consultfunctie zal opnemen en de deskundigheid tracht te bevorderen.
Vzw Huis voor Jongeren (Overkop) realiseert hiervoor de volgende prestaties:
1. Overkop fungeert als aanspreekpersoon voor en ondersteuner van het Gentse jeugd(welzijns)werk met betrekking tot het mentaal welzijn van de Gentse kinderen en jongeren (Consultfunctie).
2. Er wordt ingezet op het organiseren van vorming en versterken van de deskundigheid m.b.t. mentaal welzijn in het jeugd(welzijns)werk (Deskundigheidsbevordering)
3. Overkop fungeert als bruggenbouwer tussen het Gentse jeugd(welzijns)werk en jeugdhulpverlening.
Samen met de subsidieovereenkomst voor de algemene werking en het jeugdwerkluik investeert de Stad in 2020 t.e.m. 2023 in totaal 278.800 euro in Overkop Gent.
Dienst | Jeugddienst |
budgetplaats | 3405400OV
|
budgetpositie | 6491000 |
categorie | E subsidies |
subsidiecode | NIET_RELEVANT |
2021 | 24.300,00 euro |
2022 | 27.609,93 euro |
2023 | 2.767,77 euro |
Totaal | 54.677,70 euro |
De Stad Gent wil de komende jaren stevig inzetten op het uitbreiden van het jeugd(welzijns)werk met focus op kinderen en jongeren in kwetsbare situaties, en lanceerde daarom in september 2020 een 'Open Call Jeugd(welzijns)werk'.
De Open Call bevatte 7 (sub-)categorieën waarvoor organisaties zich kandidaat konden stellen:
Organisaties konden tot en met 4 oktober 2020 een dossier indienen. Op 7 en 8 oktober vonden de jury's plaats. In zitting van 22 oktober 2020 gaf het college van burgemeester en schepenen de Jeugddienst het mandaat om gesprekken te voeren met een aantal geselecteerde organisaties om subsidieovereenkomsten voor 2021 - 2023 af te sluiten.
Binnen categorie 3: vrijetijdsaanbod in specifieke wijken wordt een subsidieovereenkomst afgesloten met vzw Larf!.
Larf! realiseert hiervoor de volgende prestaties met bijhorende indicatoren:
1. Larf! organiseert een kwalitatief vrijetijdsaanbod in de wijk Macharius - Heirnis
2. Larf! zet in op samenwerkingsverbanden met de verschillende partners uit de wijk
De overeenkomst gaat in op 01/01/2021 en eindigt op 31/12/2023. De subsidiebedragen worden jaarlijks geïndexeerd met 2,51%.
Dienst | Jeugddienst |
budgetplaats | 3406300LA
|
budgetpositie | 6491000 |
categorie | E subsidies |
subsidiecode | NIET_RELEVANT |
2021 | 18.000 euro |
2022 | 20.451,8 euro |
2023 | 20.965,14 euro |
2024 | 2.101,66 euro |
Totaal | 61.518,6 euro |
De Stad Gent wil de komende jaren stevig inzetten op het uitbreiden van het jeugd(welzijns)werk met focus op kinderen en jongeren in kwetsbare situaties, en lanceerde daarom in september 2020 een 'Open Call Jeugd(welzijns)werk'.
De Open Call bevatte 7 (sub-)categorieën waarvoor organisaties zich kandidaat konden stellen:
Organisaties konden tot en met 4 oktober 2020 een dossier indienen. Op 7 en 8 oktober vonden de jury's plaats. In zitting van 22 oktober 2020 gaf het college van burgemeester en schepenen de Jeugddienst het mandaat om gesprekken te voeren met een aantal geselecteerde organisaties om subsidieovereenkomsten voor 2021 - 2023 af te sluiten.
Binnen categorie 2A: Versterken van zelforganisaties wordt een subsidieovereenkomst afgesloten met Enderun vzw.
Enderun vzw realiseert hiervoor de volgende prestaties met bijhorende indicatoren:
1. De uitvoerder organiseert een kwalitatief en divers vrijetijdsaanbod in Gent.
2. De uitvoerder zet in op samenwerkingsverbanden met de verschillende partners.
3. De uitvoerder groeit als professionele en duurzame organisatie.
De overeenkomst gaat in op 01/01/2021 en eindigt op 31/12/2023.
Aangezien de uitvoerder deze overeenkomst nog wilde overleggen met de Raad van Bestuur, werd de Gemeenteraad van december niet gehaald.
Dienst | Jeugddienst |
budgetplaats | 3406300EN
|
budgetpositie | 6491000 |
categorie | E subsidies |
subsidiecode | NIET_RELEVANT |
2021 | 8.100 euro |
2022 | 13.050 euro |
2023 | 17.550 euro |
2024 | 1.800 euro |
Totaal | 40.500 euro |
De Stad Gent wil de komende jaren stevig inzetten op het uitbreiden van het jeugd(welzijns)werk met focus op kinderen en jongeren in kwetsbare situaties, en lanceerde daarom in september 2020 een 'Open Call Jeugd(welzijns)werk'. De gemeenteraad keurde op 19 oktober 2020 de subsidieovereenkomst met Organisatie Broeders van Liefde vzw, De Sleutel en Averroes vzw goed, waarbij een bedrag van 262.645,03 euro wordt toegekend voor het project Outreachende Vroegbegeleiding via Werkvloeruitwisseling voor de periode van 1 november 2020 tot en met 31 december 2023.
De Open Call bevatte 7 (sub-)categorieën waarvoor organisaties zich kandidaat konden stellen:
Organisaties konden tot en met 4 oktober 2020 een dossier indienen. Op 7 en 8 oktober vonden de jury's plaats. In zitting van 22 oktober 2020 gaf het college van burgemeester en schepenen de Jeugddienst het mandaat om gesprekken te voeren met een aantal geselecteerde organisaties om subsidieovereenkomsten voor 2021 - 2023 af te sluiten.
Binnen categorie 2A: Versterken van zelforganisaties wordt een subsidieovereenkomst afgesloten met Averroes vzw.
Averroes vzw realiseert hiervoor de volgende prestaties met bijhorende indicatoren:
1. De uitvoerder organiseert een kwalitatief en divers vrijetijdsaanbod in de Brugse Poort met aandacht voor de 4 functies van het jeugdwelzijnswerk.
2. De uitvoerder zet in op samenwerkingsverbanden met de verschillende partners uit de Brugse Poort.
3. De uitvoerder realiseert een flexibel inzetbare mobiele jeugdwelzijnswerker in Malem-Rooigem.
4. De uitvoerder groeit als professionele en duurzame organisatie.
De overeenkomst gaat in op 01/01/2021 en eindigt op 31/12/2023. De subsidiebedragen worden jaarlijks geïndexeerd met 2,51%.
Aangezien de uitvoerder deze overeenkomst nog wilde overleggen met de Raad van Bestuur, werd de Gemeenteraad van december niet gehaald.
| Brugse Poort (JWW) | Malegem/Rooigem | Brugse Poort (ZO) | Totaal |
Dienst |
|
|
| Jeugddienst |
budgetplaats |
|
|
| 3405400AV
|
budgetpositie |
|
|
| 6491000 |
categorie |
|
|
| E subsidies |
subsidiecode |
|
|
| NIET_RELEVANT |
2021 | 48.600 euro | 24.300 euro | 40.500 euro | 113.400 euro |
2022 | 55.219,86 euro | 27.609,93 euro | 46.016,55 euro | 128.846,34 euro |
2023 | 56.605,87 euro | 28.302,94 euro | 47.171,57 euro | 132.080,38 euro |
2024 | 5.674,48 euro | 2.837,24 euro | 4.728,74 euro | 13.240,46 euro |
Totaal | 166.100,22 euro | 83.050,11 euro | 138.416,86 euro | 387.567,18 euro |
De Stad Gent wil de komende jaren stevig inzetten op het uitbreiden van het jeugd(welzijns)werk met focus op kinderen en jongeren in kwetsbare situaties, en lanceerde daarom in september 2020 een 'Open Call Jeugd(welzijns)werk'.
De Open Call bevatte 7 (sub-)categorieën waarvoor organisaties zich kandidaat konden stellen:
Organisaties konden tot en met 4 oktober 2020 een dossier indienen. Op 7 en 8 oktober vonden de jury's plaats. In zitting van 22 oktober 2020 gaf het college van burgemeester en schepenen de Jeugddienst het mandaat om gesprekken te voeren met een aantal geselecteerde organisaties om subsidieovereenkomsten voor 2021 - 2023 af te sluiten.
Binnen categorie 2A: Versterken van zelforganisaties wordt een subsidieovereenkomst afgesloten met Ergenekon vzw.
Ergenekon vzw realiseert hiervoor de volgende prestaties met bijhorende indicatoren:
1. De uitvoerder organiseert een kwalitatief en divers vrijetijdsaanbod in de wijken Rabot en Brugse Poort.
2. De uitvoerder zet in op samenwerkingsverbanden met de verschillende partners uit de wijken Rabot en Brugse Poort.
3. De uitvoerder realiseert een flexibel inzetbare mobiele jeugdwelzijnswerker in de wijk Rabot.
4. De uitvoerder groeit als professionele en duurzame organisatie.
De overeenkomst gaat in op 01/01/2021 en eindigt op 31/12/2023.
Voor de opdracht mobiel jeugdwelzijnswerk (27.000€ per jaar (niet-geïndexeerd)) wordt de toegekende subsidie bij meerjarige subsidieovereenkomsten jaarlijks verhoogd met 2,51%.
Voor de jeugdhuiswerkingen in Rabot en Brugse Poort (54.000€ per jaar (niet-geïndexeerd)) wordt de toegekende subsidie bij meerjarige subsidieovereenkomsten jaarlijks verhoogd met 1,68%.
Aangezien de uitvoerder deze overeenkomst nog wilde overleggen met de Raad van Bestuur, werd de Gemeenteraad van december niet gehaald.
| Rabot mobiel | Rabot zelforganisatie | Totaal |
Dienst | Jeugddienst | Jeugddienst |
|
budgetplaats | 3406300ER
| 3406300ER
|
|
budgetpositie | 6491000 | 6491000 |
|
categorie | E subsidies | E subsidies |
|
subsidiecode | NIET_RELEVANT | NIET_RELEVANT |
|
2021 | 24.300 euro | 48.600 euro | 72.900 euro |
2022 | 27.609,93 euro | 54.816,48 euro | 82.426,41 euro |
2023 | 28.302,94 euro | 55.737,40 euro | 84.040,34 euro |
2024 | 2.837,24 euro | 5.582,96 euro | 8.420,2 euro |
Totaal | 83.050,11 euro | 164.736,84 euro | 247.786,95 euro |
De Stad Gent wil de komende jaren stevig inzetten op het uitbreiden van het jeugd(welzijns)werk met focus op kinderen en jongeren in kwetsbare situaties, en lanceerde daarom in september 2020 een 'Open Call Jeugd(welzijns)werk'.
De Open Call bevatte 7 (sub-)categorieën waarvoor organisaties zich kandidaat konden stellen:
Organisaties konden tot en met 4 oktober 2020 een dossier indienen. Op 7 en 8 oktober vonden de jury's plaats. In zitting van 22 oktober 2020 gaf het college van burgemeester en schepenen de Jeugddienst het mandaat om gesprekken te voeren met een aantal geselecteerde organisaties om subsidieovereenkomsten voor 2021 - 2023 af te sluiten. Eén van de geselecteerde organisaties binnen categorie1A was JES vzw voor Mobiele jeugdwelzijnswerkers.
Daarnaast wordt de structurele subsidie van JES vzw verlengd en zal deze focussen op de nieuwkomerswerking voor jonge nieuwkomers.
De subsidie bedraagt 58.904,36 euro per jaar, en wordt jaarlijks geïndexeerd met 2,51 %. De overeenkomst gaat in op 01/01/2021 en eindigt op 31/12/2022
Vzw JES realiseert hiervoor de volgende prestaties:
Prestatie 1. Realiseren van een kwalitatief, groepsgericht, gevarieerd, participatief, empowerend en toegankelijk vrijetijdsaanbod voor jonge nieuwkomers
Prestatie 2. De uitvoerder prikkelt, coacht en ondersteunt jonge nieuwkomers in het ontwikkelen van hun talenten.
Prestatie 3. De uitvoerder realiseert een flexibel inzetbare mobiele jeugdwelzijnswerker in Sluizeken-Tolhuis-Ham
Presentatie 4. JES vzw werkt mee aan het stedelijk jeugdbeleid
| Stadsbreed | STH | Totaal |
Dienst |
|
| Jeugddienst |
budgetplaats |
|
| 3405400JE
|
budgetpositie |
|
| 6491000 |
categorie |
|
| E subsidies |
subsidiecode |
|
| NIET_RELEVANT |
2021 | 28.713,92 euro | 24.300 euro | 53.013,92 euro |
2022 | 32.625,08 euro | 27.609,93 euro | 60.235,01 euro |
2023 | 3.270,52 euro | 2.767,77 euro | 6.038,29 euro |
Totaal | 64.609,52 euro | 54.677,70 euro | 119.287,22 euro |
Eerder goedgekeurde subsidieovereenkomsten en evaluatie:
In de laatst afgewerkte evaluatie (2020) werd de subsidieovereenkomst 2014-2019 positief geëvalueerd.
De Stad Gent wil de komende jaren stevig inzetten op het uitbreiden van het jeugd(welzijns)werk met focus op kinderen en jongeren in kwetsbare situaties, en lanceerde daarom in september 2020 een 'Open Call Jeugd(welzijns)werk'.
De Open Call bevatte 7 (sub-)categorieën waarvoor organisaties zich kandidaat konden stellen:
Organisaties konden tot en met 4 oktober 2020 een dossier indienen. Op 7 en 8 oktober vonden de jury's plaats. In zitting van 22 oktober 2020 gaf het college van burgemeester en schepenen de Jeugddienst het mandaat om gesprekken te voeren met een aantal geselecteerde organisaties om subsidieovereenkomsten af te sluiten.
Vzw Jong ontvangt bovenop de structurele middelen (2021-2025), ook extra middelen via de Open Call voor de inzet van een jeugdwelzijnswerker in Scheldeoord en een mobiele jeugdwerker in de Bloemekenswijk. In 2023 volgt een grondige evaluatie van de overeenkomst, die eventueel kan resulteren in een bijsturing voor de jaren 2024-2025 op basis van een addendum.
Onderhavige overeenkomst legt de financiële en inhoudelijke afspraken vast met het oog op de bijdrage van vzw Jong aan een kind- en jeugdvriendelijke stad, in casu jeugdwelzijnswerk voor kinderen en jongeren in maatschappelijk kwetsbare situaties
Deze subsidieovereenkomst
| Stadsbreed | Scheldeoord | Bloemekeswijk | Totaal |
Dienst |
|
|
| Jeugddienst |
budgetplaats |
|
|
| 3405400JO
|
budgetpositie |
|
|
| 6491000 |
categorie |
|
|
| E subsidies |
subsidiecode |
|
|
| NIET_RELEVANT |
2021 | 2.478.121,37 euro | 38.880 euro | 38.880 euro | 2.555.881,37 euro |
2022 | 2.815.669,04 euro | 44.175,89 euro | 44.175,89 euro | 2.904.020,82 euro |
2023 | 2.886.342,33 euro | 45.284,7 euro | 45.284,7 euro | 2.976.911,73 euro |
2024 | 2.958.789,52 euro | 46.421,35 euro | 46.421,35 euro | 3.051.632,22 euro |
2025 | 3.033.055,14 euro | 47.586,53 euro | 47.586,53 euro | 3.128.228,2 euro |
2026 | 304.049,99 euro | 4.770,33 euro | 4.770,33 euro | 313.590,65 euro |
Totaal | 14.476.027,39 euro | 227.118,80 euro | 227.118,80 euro | 14.930.264,99 euro |
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 3.
De Stad Gent erkent jeugdwerkinitiatieven volgens de normen en voorwaarden bepaald in het stedelijk reglement betreffende de erkenning als jeugdwerkinitiatief dat werd goedgekeurd op de gemeenteraad van 25 september 2017. Vanuit het middenveld kregen we de opmerking dat er nood is aan een meer hedendaags reglement dat aangepast is aan de reële situatie in het werkveld.
Op 21 april 2020 werd door ADREM op vraag van de jeugddienst een advies uitgebracht op het eerste ontwerp van dit nieuwe reglement (zie bijlage). In dit advies zijn een aantal opmerkingen/aanbevelingen opgenomen. Meerdere punten uit het advies van ADREM werden meegenomen in de definitieve versie van het reglement. Dit betrof vaak formele of technische opmerkingen. Op enkele punten werd gemotiveerd afgeweken van het advies. Een gecoördineerd antwoord op het advies van ADREM, dat in bijlage is gevoegd, is aan de adviesraad bezorgd. Belangrijkste punten zijn:
- Het behouden van het onderscheid in aantal deelnemers in het Reglement voor erkenning als jeugdwerkinitiatief (10 deelnemers) en het Subsidiereglement voor jeugdwerkinitiatieven (15 deelnemers)
- Het behouden van het onderscheid in definitie van jeugdwerk in het Reglement voor erkenning als jeugdwerkinitiatief (voor of door jongeren) en het Subsidiereglement voor jeugdwerkinitiatieven (voor en door jongeren)
Op 15 oktober 2020 bracht de Jeugdraad positief advies uit op het reglement.
De herwerking van het erkenningsreglement beoogt:
Dit reglement treedt in werking de dag van goedkeuring door de gemeenteraad. Jeugdwerkinitiatieven die erkend zijn voor het werkjaar 2020-2021 behouden hun erkenning. De Jeugddienst is belast met het toezicht op de uitvoering van dit reglement.
Heft op het reglement tot erkenning als jeugdwerkinitiatief, goedgekeurd in de gemeenteraad van 25/09/2017.
Keurt goed het 'Reglement voor erkenning van jeugdwerkinitiatieven', zoals gevoegd bij dit besluit.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 3.
Tot op heden loopt de subsidiering van jeugdwerkinitiatieven via 6 verschillende subsidiereglementen:
Reglement betreffende de betoelaging van jeugdbewegingen, jongerenbewegingen en ander lokaal jeugdwerk
Reglement betreffende de betoelaging van jeugdhuizen
Reglement betreffende de betoelaging van atelierwerkingen
Reglement betreffende de betoelaging van vakantiekampinitiatieven
Reglement betreffende de betoelaging van speelpleinwerkingen
Reglement betreffende de toelage aan startende eerstelijns plaatselijke jeugdwerkinitiatieven
Na bevraging van het middenveld is een nieuw reglement opgemaakt dat 4 van deze reglementen vervangt:
Reglement betreffende de betoelaging van jeugdbewegingen, jongerenbewegingen en ander lokaal jeugdwerk
Reglement betreffende de betoelaging van jeugdhuizen
Reglement betreffende de betoelaging van atelierwerkingen
Reglement betreffende de toelage aan startende eerstelijns plaatselijke jeugdwerkinitiatieven
Het nieuwe reglement streeft vereenvoudiging en verbreding na: naast het klassieke jeugdwerk, kunnen ook nieuwe vormen van jeugdwerk in aanmerking komen voor subsidiëring.
Op 21 april 2020 werd door ADREM op vraag van de jeugddienst een advies uitgebracht op het eerste ontwerp van dit nieuwe reglement (zie bijlage). In dit advies zijn een aantal opmerkingen/aanbevelingen opgenomen. Meerdere punten uit het advies van ADREM werden meegenomen in de definitieve versie van het reglement. Dit betrof vaak formele of technische opmerkingen. Op enkele punten werd gemotiveerd afgeweken van het advies. Een gecoördineerd antwoord op het advies van ADREM, dat in bijlage is gevoegd, is aan de adviesraad bezorgd. Belangrijkste punten zijn:
- Het behouden van het onderscheid in aantal deelnemers in het Reglement voor erkenning als jeugdwerkinitiatief (10 deelnemers) en het Subsidiereglement voor jeugdwerkinitiatieven (15 deelnemers)
- Het behouden van het onderscheid in definitie van jeugdwerk in het Reglement voor erkenning als jeugdwerkinitiatief (voor of door jongeren) en het Subsidiereglement voor jeugdwerkinitiatieven (voor en door jongeren)
- Afwijking van de suggestie om ook een extra stimulans te voorzien voor interculturele en intergenerationele activiteiten (ingepast in de stimulanssubsidie ‘Buurtgericht samenwerken en/of uitwisseling’)
Op 15 oktober 2020 bracht de Jeugdraad positief advies uit op het reglement.
Samen met de vernieuwing van het erkenningsreglement voor jeugdwerkinitiatieven streven we naar een administratieve vereenvoudiging in het erkennings- en subsidiereglement.
We merken op dat de onderverdeling in werksoorten ('jeugdbeweging', 'jeugdhuis', 'atelierwerking', ...) niet meer inspeelt op de vele nieuwe jeugdwerkvormen die onze stad telt. Het nieuwe reglement kent een nieuwe opdeling waarin de huidige werksoorten en de nieuwe jeugdwerkvormen vervat zitten. Door deze onderverdeling zijn de verschillen m.b.t. de betoelaging tussen de werksoorten ook minder hoog.
Vanuit het middenveld kregen we bovendien de opmerking dat er nood is aan een meer hedendaags en vooral sterker subsidiemodel die de (financiële) draagkracht van de werkingen verhoogt. Momenteel is er een zeer grote financiële kloof tussen de “kleine” verenigingen en de verenigingen met een hoog deelnemers- of ledenaantal, ondanks dat de kosten voor dergelijke verenigingen (EGW, huur, verzekeringen, kampkosten, Sabam, billijke vergoeding, …) vaak even hoog zijn. Hierdoor geven kleine initiatieven (zonder draagkrachtige achterban/netwerk) aan dat het vaak moeilijk(er) wordt om verder te overleven. Er wordt veel energie en tijd gestoken in de zoektocht naar extra middelen, wat bijzonder moeilijk is voor minder draagkrachtige groepen. Hierdoor is er minder tijd om te focussen op het jeugdwerk zelf, het werven van leden en vrijwilligers, … Het nieuwe reglement verkleint deze kloof.Hiertoe werd een nieuw subsidiereglement voor jeugdwerkinitiatieven opgemaakt. Dit subsidiereglement treedt in werking de dag van goedkeuring door de gemeenteraad.
De Jeugddienst is belast met het toezicht op de uitvoering van dit subsidiereglement.
Heft volgende reglementen op:
‘Stedelijk reglement betreffende de toelage aan startende eerstelijns plaatselijke jeugdwerkinitiatieven’, goedgekeurd in de gemeenteraad van 01 juli 2009.
‘Reglement betreffende de toekenning van een toelage aan jeugdbewegingen, jongerenbewegingen en ander lokaal jeugdwerk’ , goedgekeurd in de gemeenteraad van 21 november 2016.
‘Stedelijk reglement betreffende de toekenning van toelagen aan jeugdhuizen’, goedgekeurd in de gemeenteraad van 14 december 2015.
‘Stedelijk reglement betreffende de toekenning van toelagen aan atelierwerkingen’, goedgekeurd in de gemeenteraad van 22 november 2004.
Keurt goed het subsidiereglement voor jeugdwerkinitiatieven, zoals toegevoegd bij dit besluit.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 1.
Vzw Fenyks, de patrimoniumbeheerder van CM Midden Vlaanderen (hierna CM) heeft zich akkoord verklaard om de groene ruimte ten zuiden van de Lieven Bauwensbuilding aan de Martelaarslaan 17 in Gent, open te stellen voor de buurt.
Vandaag wordt deze groenzone in de praktijk reeds gebruik door buurtbewoners, scholieren en personeelsleden uit de kantoren in de directe omgeving. De groenbehoefte in de omgeving van de site is groot en de Stad Gent is actief op zoek naar private groenzones die kunnen omgevormd worden naar publiek toegankelijke wijkparken, om zo de groennorm te behalen (wijkpark op 400m van iedere woning in Gent, woongroen op 150m van iedere woning).
Om die reden zijn de vzw Fenyks en de Groendienst van de Stad tot een overeenkomst gekomen wat betreft inrichting, openstelling en beheer van deze private groenzone.
De Stad Gent zorgt voor een gedeeltelijke herinrichting en het beheer van de groenzone inclusief de door de Stad geplaatste zit- en spelelementen. CM is verantwoordelijk voor het beheer van het hekwerk, de blusvijver, de bestaande (paden)infrastructuur en het weghalen van afval.
De totale kostprijs voor deze inrichting is geraamd op € 3500, de jaarlijkse beheerkost is geraamd op € 8947 (2.34 euro/m²), die als gevolgkost zal worden aangevraagd.
De beheerovereenkomst legt de rechten en verplichtingen in hoofde van de Stad Gent en de CM vast met betrekking tot de inrichting, beheer, onderhoud en openstelling van het terrein achter de building Lieven Bauwens. De goedkeuring van deze overeenkomst is noodzakelijk om de realisatie en het gebruik van dit terrein door beide partijen mogelijk te maken.
Keurt goed de Samenwerkingsovereenkomst met vzw Fenyks, 9000 Gent, Martelaarslaan 17 voor medegebruik private groenzone zoals gevoegd in bijlage.
Ingevolge de coronacrisis en de maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, nam de Stad Gent de afgelopen maanden diverse beslissingen i.v.m. het gebruik en de veiligheid van de publieke ruimte. Na de eerste verplichte sluiting van de horecasector in maart-juni 2020, hadden een aantal van deze beslissingen ook en vooral als doel om deze economisch bijzonder zwaar getroffen sector te ondersteunen.
Verschillende terrasinplantingsplannen (TIP) kregen begin juni 2020 tijdelijk extra uitbreidingszones en er werd een nieuw tijdelijk 'COVID-19-TIP' opgesteld voor Oostakkerdorp. Op basis van verkorte uitzonderingsprocedures en een specifiek afwegingskader, leverde de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, afdeling Innames Publieke Ruimte (IPR) over de periode juni-september 2020 in totaal - zowel binnen TIP-zones als daarbuiten - 191 tijdelijke vergunningen af voor de uitbreiding van bestaande horecaterrassen en 46 tijdelijke vergunningen voor nieuwe terrassen. Deze terrasvergunningen liepen aanvankelijk t.e.m. 30 september 2020, maar werden bij collegebesluit van 17 september 2020 verlengd t.e.m. 15 november 2020. Alle vergunde terrassen werden tot dan ook vrijgesteld van de stadsbelasting.
Naar aanleiding van de start van het academiejaar en de terugkeer van duizenden studenten naar Gent, stelde het college in september ook een tijdelijk TIP Overpoortstraat-Stalhof vast met een specifieke regeling voor terrassen op deze locatie. Dit TIP werd geflankeerd met de nodige maatregelen op het vlak van mobiliteit, openbare orde en veiligheid.
Zoals vooropgesteld in het verlengingsbesluit van september, werd de impact van de (tijdelijke) horecaterrassen geëvalueerd. Het omstandige evaluatierapport van de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, afdeling Innames Publieke Ruimte (IPR) d.d. 7 oktober 2020 reflecteert ook de feedback en adviezen van andere betrokken diensten. In de conclusies en aanbevelingen wordt o.m. het belang van duidelijkheid en rechtszekerheid benadrukt, en de uitdagingen m.b.t. niet-vergunde situaties. Het rapport maakt ook de brug naar een nieuw Terrasreglement.
De coronacrisis is helaas nog niet bezworen en ondertussen is federaal beslist om opnieuw een periode van verplichte sluiting in te lassen voor de horeca. Volgens het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken (zoals gewijzigd door het M.B. van 1/11/2020), loopt deze tweede verplichte sluiting tot en met 13 december 2020. Er is momenteel geen concreet uitzicht op heropening van de horeca.
Om te vermijden dat de tijdelijke terrasvergunningen - in afwachting van een plan van aanpak op langere termijn - zouden verstrijken, besliste het college van burgemeester en schepenen op 12 november 2020 om deze vergunningen t.e.m. 13 december 2020 te verlengen.
De economische impact van de gezondheidscrisis door het COVID-19-virus is enorm, niet in het minst voor de horecasector. Zoals de dienst Economie aangeeft in voormeld evaluatierapport, blijkt uit de analyse van de Graydon-cijfers dat veel Gentse horeca-ondernemers vandaag in grote financiële moeilijkheden zitten of dreigen te geraken. Ook in 2021 zal COVID-19 impact hebben en de horeca zal waarschijnlijk nog lange tijd nodig hebben om te herstellen van deze moeilijke periode.
Daarom wil de Stad Gent, op het moment dat een heropening mogelijk is, ondersteuning bieden en perspectief geven aan de horeca in onze stad. Hiervoor worden de volgende beslissingen genomen:
In dit verband vraagt het college van burgemeester en schepenen ook aan de gemeenteraad om het Terrasreglement op enkele punten aan te passen. Er wordt ook gevraagd om de eerder genomen uitzonderingsmaatregelen voor terrassen, die afweken van het Terrasreglement en nu voor langere termijn verlengd worden, te bekrachtigen.
1. Verlenging van tijdelijke terrassen e.a. maatregelen
1.1. Ruimtelijke COVID-19-maatregelen
Omwille van het economisch herstel van de horeca maar ook omdat buitenruimtes minder risicovol zijn dan binnenruimtes, wil het college van burgemeester en schepenen de ruimtelijke COVID 19-maatregelen voor terrassen verlengen tot en met 15 april 2022. Concreet gaat het over de tijdelijk uitgebreide terrasinplantingsplannen (TIP KoBra, Sint-Baafsplein, Vrijdagsmarkt en Oudebeestenmarkt) en de tijdelijke terrasuitbreidingen en nieuwe terrassen die in juni-september 2020 via de resp. uitzonderingsprocedures vergund werden.
Wat het tijdelijk TIP Oostakkerdorp betreft, hangen de terrasmogelijkheden af van de vooruitgang van de werken (heraanleg). Zo nodig worden deze terrassen op maat herbekeken. Het tijdelijk TIP Overpoort-Stalhof maakt gezien de specifieke locatie, terrasregeling en noodzakelijke flankerende maatregelen het voorwerp uit van afzonderlijke besluitvorming, die ook nog af te stemmen is op het lopende traject voor de tijdelijke (her)inrichting van de Overpoort.
De verlenging van de tijdelijke terrassen verloopt administratief op dezelfde wijze als eerder voorzien: de betrokken horeca-uitbaters ontvangen geen nieuwe vergunning, maar wel een afschrift van dit besluit dat in combinatie met de eerder verkregen vergunning volstaat als rechtstitel voor de verlengde terrasopstelling. De vergunningsdata worden intern aangepast, zodat de bijhorende innames van het openbaar domein zichtbaar zijn in het MoniTHOR-systeem.
In navolging van het evaluatierapport, wil het college de gelijkheid bewaren tussen tijdelijke terrasuitbreidingen en regulier vergunde terrassen in zomeropstelling. Deze laatste zijn reglementair immers enkel toegestaan van 15 februari t.e.m. 15 november. Het college vraagt aan de gemeenteraad om het Terrasreglement aan te passen (zie verder onder punt 2).
De algemene verlengingsmaatregel doet geen afbreuk aan de mogelijkheid om in concrete dossiers andere beslissingen te nemen. Voor zover het Terrasreglement dit toelaat, streeft het college ernaar om de tijdelijke vergunning van nieuwe terrassen om te zetten naar vergunningen van onbepaalde duur. Het college kan terrasvergunningen indien nodig ook steeds wijzigen, schorsen of opheffen. Als terrassen aanleiding geven tot bijzondere overlast, kan het college de nodige maatregelen nemen (bvb. sluitingsuur opleggen).
Terrassen die tijdelijk vergund zijn voor de gevel van een derde, blijven zoals bepaald in het afwegingskader afhankelijk van de toelating van de buur/buren. Deze uitzonderlijke regeling mag in geen geval aanleiding geven tot financiële of andere afspraken die neerkomen op een verhandeling van openbaar domein. Indien dergelijke praktijken worden vastgesteld, kunnen de nodige maatregelen of sancties getroffen worden. Hetzelfde geldt bij inbreuken op het persoonlijk en niet-overdraagbaar karakter van terrasvergunningen en andere vergunde innames van het openbaar domein, bvb. verboden onderverhuring van (een deel van) de vergunde zone.
Zoals voorzien in het Terrasreglement, blijft het ook zo dat horecaterrassen zo nodig aangepast of verwijderd moeten worden in functie van evenementen en/of redenen van openbaar nut of veiligheid.
1.2. Terrasbelasting
De periode waarvoor de terrasbelasting niet verschuldigd is, zal verlengd worden tot eind maart 2021. Deze maatregel wordt genomen via een afzonderlijk besluit met financiële strekking.
1.3. Overkapping en windbeschutting
Terrassen zijn in de context van de coronacrisis meer dan ooit van belang voor de horeca, maar in de winterperiode is er mogelijk nood aan windbeschutting en overkapping om die terrassen ook te kunnen gebruiken. Het college van burgemeester en schepenen wil daarom de mogelijkheden op dit vlak uitzonderlijk en tijdelijk verruimen, tot 15 april 2022.
In het evaluatierapport over de tijdelijke terrassen wordt gewezen op de mogelijke ruimtelijke en stedenbouwkundige implicaties (niet-vergunde constructies). Omdat de procedure van de omgevingsvergunning een (te) zware last is voor zowel horeca-uitbaters als diensten, richt het stadsbestuur zich op de mogelijkheden waarbij geen omgevingsvergunning nodig is. Op basis van artikel 7.2 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van de stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is, zijn tijdelijke handelingen onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld voor een periode van maximale duur van vier periodes van dertig aaneengesloten dagen per kalenderjaar. Via deze bepaling kunnen overkappings- en beschuttingsconstructies gedurende de eerste maanden van 2021 alvast mogelijk gemaakt worden.
De VVSG vroeg de bevoegde Vlaamse minister reeds om de steden en gemeenten gezien de crisis tijdelijk meer autonomie te geven om te beslissen over constructies voor 'winterterrassen', buiten de procedure van de omgevingsvergunning. De Stad Gent sluit zich aan bij dit initiatief, met dien verstande dat de uitzonderlijke overkappings- en beschuttingsconstructies in Gent maximaal tot 15 april 2022 weerslag mogen hebben op het openbaar domein. In ieder geval mogen deze constructies geen aanleiding geven tot bouwovertredingen of inbreuken op de erfgoedreglementering (beschermde monumenten en stadsgezichten). Het college hoopt te kunnen rekenen op de nodige aanpassing van de VCRO-regels. Indien nodig wordt gezocht naar andere methodes om het engagement naar de Gentse horeca toe tot 15 april 2022 na te komen.
De terrasconstructies vallen volledig onder de verantwoordelijkheid van de horeca-uitbater en mogen zowel de veiligheid van de klanten als de openbare veiligheid op geen enkele manier in het gedrang brengen. Constructies en -uitrustingen die een negatieve beoordeling van de brandweer krijgen, zijn hoe dan ook niet toegelaten en moeten desgevallend onmiddellijk verwijderd of aangepast worden. De horeca-uitbaters kunnen zich voor advies rechtstreeks tot de brandweer richten, via de website van de brandweerzone Centrum (Preventie): https://www.brandweerzonecentrum.be/preventie.
Het college van burgemeester en schepenen legt ook de volgende voorwaarden op voor tijdelijke beschuttingen/overkappingen:
Het college kan de voorwaarden voor de tijdelijke terrasbeschuttingen/overkappingen zo nodig uitbreiden of verfijnen.
Zoals bepaald in het Terrasreglement, is het o.m. ook niet toegelaten om geluids- en/of audiovisuele installaties en uitzendingen op het terras te voorzien, om een verkoopstand/uitstalling bij het terras te plaatsen, van op het terras voedingswaren en/of dranken te verkopen aan voorbijgangers, ... .
De uitrusting, het materiaalgebruik en het uitzicht van het terras moet de kwaliteit en het karakter van de omgeving respecteren.
Constructies/uitrustingen die in strijd zijn met de voorwaarden, moeten onmiddellijk aangepast of verwijderd worden.
Het college vraagt de gemeenteraad om de nodige aanpassingen van het Terrasreglement goed te keuren (zie verder onder punt 2). De bevoegde diensten werken de procedure verder uit en zorgen voor de nodige communicatie aan de horeca-uitbaters.
1.4. Terrasverwarming
Voor de tijdelijk vergunde terrasuitbreidingen en nieuwe terrassen die onder de verlengingsmaatregel t.e.m. 15 april 2022 vallen staat het stadsbestuur enkel onder de volgende voorwaarden terrasverwarmers toe:
Ook voor terrasverwarmers geldt dat ze bij negatieve beoordeling door de brandweer onmiddellijk verwijderd of aangepast moeten worden.
Het college vraagt de gemeenteraad om de nodige aanpassingen van het Terrasreglement goed te keuren (zie verder onder punt 2). De bevoegde diensten werken de procedure verder uit en zorgen voor de nodige communicatie aan de horeca-uitbaters.
Er wordt ook een subsidiereglement uitgewerkt voor horeca-uitbaters die in plaats van terrasverwarmers gebruik maken van verwarmde kussens en/of elektrische dekens.
2. Aanpassing Terrasreglement
In 2021 wil het college van burgemeester en schepenen een nieuw Terrasreglement voorleggen aan de gemeenteraad. In afwachting daarvan en gelet op het evaluatierapport over de tijdelijke terrassen, is het nodig om het huidige reglement op een aantal punten aan te passen zodat er voldoende juridische basis is voor de verdere verlenging van de tijdelijke terrassen e.a. maatregelen in de besluitvorming van het college hieromtrent. Aan de gemeenteraad wordt ook gevraagd om de eerder genomen tijdelijke uitzonderingsmaatregelen, die afweken van het Terrasreglement en nu voor langere termijn verlengd worden, te bekrachtigen.
De aanpassingen zijn cursief verwerkt in de reglementaire tekst die integraal deel uitmaakt van dit besluit. Bij dit besluit is ook een ook een document gevoegd waarin de wijzigingen t.o.v. de huidige tekst gemarkeerd staan.
Concreet betreft het de volgende aanpassingen:
De zin die verwijst naar de vorige herziening van het reglement wordt geschrapt. Er wordt een paragraaf toegevoegd die aangeeft dat het reglement op enkele punten aangepast wordt omwille van de gezondheids- en economische crisis door het coronavirus COVID-19, de tijdelijke vergunningen voor terrasuitbreidingen en nieuwe terrassen e.a. maatregelen om de Gentse horeca te ondersteunen en perspectief te bieden.
De definitie van 'Zomeropstelling' wordt aangevuld om de gelijkheid te bewaren met de verlenging van tijdelijke terrasuitbreidingen t.e.m. 15 april 2022. Terrassen in zomeropstelling zijn ook mogelijk in de periode 15 november 2020 - 15 februari 2021 en 15 november 2021 - 15 februari 2022.
Dit artikel wordt nu ingeleid door de volgende bepaling: 'Als uitzonderlijke en tijdelijke maatregel wegens de gezondheids- en economische crisis door het coronavirus COVID-19, kunnen terrasuitbreidingen en nieuwe terrassen vergund worden volgens een door het college en burgemeester goedgekeurd afwegingskader. Deze tijdelijke vergunningen lopen t.e.m. 15 april 2022, tenzij er voor deze datum een andere beslissing wordt genomen.'
Aan de regel inzake de terrasvergunning van onbepaalde duur (artikel 4,§1) wordt toegevoegd dat in het kader van de coronacrisis een tijdelijke vergunning afgeleverd kan worden voor terrasuitbreidingen en nieuwe terrassen.
Aan de procedure voor terrasaanvragen (artikel 4,§2) wordt toegevoegd dat het college van burgemeester en schepenen in het kader van de coronacrisis met een gemotiveerd uitzonderingsbesluit verkorte procedures kan vaststellen voor de tijdelijke vergunning van terrasuitbreidingen en nieuwe terrassen.
Bij de bijzondere voorwaarden met betrekking tot de inplanting en de afmetingen/oppervlakte van het terras (artikel 4,§4) wordt aangegeven dat het college in het kader van de coronacrisis met een gemotiveerd uitzonderingsbesluit andere inplantingsregels kan vaststellen voor de tijdelijke terrasuitbreidingen en nieuwe terrassen.
Buiten de voetgangerszone (vandaag: autovrij gebied) mogen terrassen volgens artikel 4,§4,b) Terrasreglement enkel op het trottoir geplaatst worden. In uitzonderlijke omstandigheden kan van dit principe op gemotiveerde wijze afgeweken worden, op basis van een advies van het Mobiliteitsbedrijf. Om terrasuitbreidingen in deze crisiscontext effectief mogelijk te maken, was het noodzakelijk om dit uitgangspunt te verlaten. Daarom wordt artikel 4,§4,b) van het huidige reglement aangevuld met een verwijzing naar het afwegingskader. In het nieuwe Terrasreglement wil het stadsbestuur de meer flexibele inplanting van terrassen bestendigen en verbinden met het voetgangers- en toegankelijkheidsbeleid.
Bij de regels over de obstakelvrije doorgang onder hetzelfde artikel wordt vermeld dat in het kader van de coronacrisis, bij tijdelijke vergunning van terrasuitbreidingen en nieuwe terrassen, gestreefd wordt naar een minimale obstakelvrije doorgang van 2,0 meter voor voetgangers. Dit sluit opnieuw aan bij het afwegingskader en de social distancing regels.
Bij de bijzondere voorwaarden met betrekking tot de uitrusting van het terras (artikel 4,§5) worden paragrafen ingelast die aansluiten bij voormelde punten 1.3 en 1.4 van dit besluit, resp. over overkapping/windbeschutting en terrasverwarming.
Volledigheidshalve wordt artikel 4,§7 (Terrasinplantingsplannen) aangevuld met de mogelijkheid voor het college om in het kader van de coronacrisis tijdelijke TIP vast te stellen of bestaande TIP tijdelijk aan te passen.
Dit artikel wordt als volgt aangevuld: 'De bevoegde diensten treden ook op bij inbreuken op de uitzonderingsregels die in het kader van de gezondheids- en economische crisis door het coronavirus COVID-19 voor terrassen, terrasuitrustingen en -constructies vastgesteld zijn. Indien de veiligheid dit vereist, kan dit ook zonder voorafgaande aanmaning van de uitbater/zaakvoerder.'
De wijzigingen treden 5 dagen na de bekendmaking in werking, d.i. decretaal de kortst mogelijke termijn. Hiermee wil het stadsbestuur, gelet op het evaluatierapport over de tijdelijke terrassen en de beslissing om deze nu voor langere termijn te verlengen, de nodige duidelijkheid en rechtszekerheid bieden (zonder nadelige gevolgen voor bestaande vergunningen en lopende aanvragen).
Om dezelfde reden wordt onder artikel 7 expliciet vermeld dat de gemeenteraad bij de goedkeuring ook de eerdere collegebesluiten over horecaterrassen in het kader van de coronacrisis bekrachtigt. Het gaat over de beslissingen die bij dit besluit zijn gevoegd, voor zover deze afwijken van het Terrasreglement (vóór de wijzigingen).
Wijzigt het ‘reglement op de inname van het openbaar domein door terrassen’ (Terrasreglement) zoals aangegeven in het document in bijlage.
Neemt kennis van de gecoördineerde versie van het 'reglement op de inname van het openbaar domein door terrassen' (Terrasreglement), zoals gevoegd in bijlage.
Bekrachtigt de volgende besluiten van het college van burgemeester en schepenen, voorafgaandelijk genomen wegens de gezondheids- en economische crisis door het coronavirus COVID-19 over horecaterrassen, voor zover deze afwijken van het Terrasreglement:
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 1.
Onze stad wordt jaar na jaar geconfronteerd met een stijging van het aantal klachten, meldingen en opdrachten van burgers, andere stadsdiensten en overheden over vermoedelijke overtredingen van de bouw- en milieuregelgeving. Op 10 jaar tijd kunnen we spreken van meer dan een verdubbeling van de vraag naar toezicht en handhaving op het omgevingsthema. (Exacte cijfers zijn terug te vinden in de jaarrapporten van dienst Toezicht.)
De nood aan een performante handhaving lijkt dus bij de burger en verschillende overheidsdiensten steeds sterker aanwezig. Maar sowieso is de Stad het zichzelf verplicht een kwaliteitsvolle leefomgeving te garanderen voor huidige en toekomstige generaties. Toezicht en handhaving vormen het sluitstuk van een slagkrachtig omgevingsbeleid waarin de verdere ontwikkeling van de stad centraal staat.
Vanuit onze ervaring op het terrein en onze expertise is het belangrijk in te zetten op die acties die de meest gunstige impact hebben op ons milieu en onze ruimtelijke ordening. Tegelijk willen we oog hebben voor wat er maatschappelijk leeft en wat beleidsmatig relevant is.
Dienst Toezicht werkt in de praktijk al jaren op basis van een door alle controleurs gedragen gedifferentieerd en evenwichtig handhavingsbeleid, waarbij er wordt gewerkt met weloverwogen prioriteiten en waarbij de verschillende handhavingsinstrumenten gericht worden ingezet. Het is dus niet nieuw, maar wordt om hieronder vermelde redenen nu geformaliseerd in een nota (als bijlage bij dit besluit).
Het handhavingsbeleid is een belangrijk instrument om de door de Stad vooropgestelde doelstellingen inzake ruimtelijke ordening en milieu te bereiken en te ontwikkelen en vormt tegelijk een duidelijk, transparant kader waarbinnen gewerkt wordt. Dat kader wordt bij voorkeur gedragen en mede verdedigd door het stadsbestuur, de Ombudsvrouw, Dienst Stedenbouw en Ruimtelijke Planning, Dienst Milieu en Klimaat, het Vlaamse Gewest (in het bijzonder afdeling Handhaving) en het parket. Uiteraard mag dit niet strak geïnterpreteerd worden en moet het vatbaar zijn voor aanpassingen volgend op gewijzigde wetgeving of gewijzigde lokale noden.
Verder werd op Vlaams niveau beslist dat enkel die schendingen vastgesteld door lokale toezichthouders, die in een gemeentelijke prioriteitenlijst werden opgenomen in aanmerking komen voor bestuurlijke beboeting. Daarom is het dus belangrijk en noodzakelijk om “een eigen gemeentelijk prioriteitenkader voor handhaving op te maken, goedgekeurd door de gemeenteraad.”
Wanneer een verbalisant een proces-verbaal of verslag van vaststelling opstelt, is het aangewezen hierin op te nemen of het al dan niet om een lokale handhavingsprioriteit gaat en een kopie van de beleidsbeslissing aan het document te hechten. Indien dit niet gebeurt, kan de gewestelijke entiteit er geen weet van hebben dat het om een prioritair dossier gaat en mogelijks alsnog het dossier bestuurlijk seponeren.
(Sedert de inwerkingtreding van het Handhavingsdecreet Omgeving zijn de bevoegdheden op gebied van handhaving ruimtelijke ordening overgeheveld naar de burgemeester en/of de gemeentelijk stedenbouwkundig inspecteur. Het college van burgemeester en schepenen heeft nog slechts een beperkt aantal bevoegdheden, zodat handhaving geen accessoire bevoegdheid meer is van het college van burgemeester en schepenen. Dit betekent dat de gemeenteraad, die volheid van bevoegdheid heeft, bevoegd is om de handhavingsprioriteiten van de Stad Gent goed te keuren.)
Keurt goed de Handhavingsprioriteiten Omgeving, zoals gevoegd in bijlage.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 1.
De lokale diensteneconomie creëert jobs voor kansengroepen via het organiseren van een aanbod voor niet-ingevulde behoeften. Dat biedt de Stad opportuniteiten om nieuwe dienstverlening te organiseren. Bijzondere aandacht gaat naar opleiding, begeleiding en doorstroming van de werknemers naar de reguliere arbeidsmarkt. Zo draagt de lokale diensteneconomie bij tot de realisatie van de doelstellingen die geformuleerd werden in het bestuursakkoord 2020-2025 en de beleidsnota Werk en Sociale Economie. De lokale cofinanciering is essentieel voor de voortzetting van de projecten lokale diensteneconomie.
In de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn van 25 mei 2020 werd beslist om de overeenkomst LDE met Eetcafé Toreke vzw, met 1 jaar te verlengen tot eind 2020 in afwachting van mogelijke bijsturing, op basis van een analyse van diverse door de Stad gefinancierde organisaties. Het resultaat van deze analyse wordt echter pas verwacht in 2021. Daarom wordt voorgesteld om deze overeenkomst opnieuw te verlengen met 1 jaar tot eind 2021.
Om de continuering van het project lokale diensteneconomie van Toreke te garanderen wordt volgende financiering voor één jaar voorgesteld. Gezien het gaat over minstens 85% personeelskosten, wordt een indexering van 2,51% toegepast.
Toreke vzw, Vlotstraat 22, Gent
Organisatie van wijkrestaurants Toreke, 't Postje en deelprojecten voedseloverschotten en buurttuin.
8,2 VTE doelgroepwerknemers, periode 01/01/2021-31/12/2021
Dienst Werk |
Dienst Ontmoeten en Verbinden |
Dienst Beleidsparticipatie | Totaal 2021 |
| 103.401,67 euro | 42.033,20 euro | 15.762,45 euro |
161.197,32 euro |
De evaluatiefiches van het project werd als bijlage bij dit besluit gevoegd.
| Dienst* | Werk | Beleidsparticipatie | Ontmoeten en Verbinden |
| Budgetplaats | 348230000 |
3454000GW | 35011BW00 |
| Categorie* | E.subs |
E.Subs | |
| Subsidiecode | Niet_Relevant |
Niet_Relevant | Niet_Relevant |
| 2021 | 93061,51 |
14186,21 |
37829,88 |
| 2022 | 10340,17 |
1576,25 |
4.203,32 |
| Totaal | 103401,67 |
15762,45 | 42.033,20 |
nvt
Keurt goed de subsidieovereenkomst met Toreke vzw, Vlotstraat 22, 9000 Gent, projecten wijkrestaurant Toreke en wijkrestaurant 't Postje, periode 01/01/2021-31/12/2021, zoals gevoegd in bijlage.
Sinds 2010 organiseert de Stad Gent job- en taalcoaching met de VIA (Vlaams Intersectoraal Akkoord)-middelen.
Jobcoaching is de begeleiding op de werkvloer van nieuwe werknemers uit de kansengroepen en van zijn werkgever door een bedrijfsexterne coach. De begeleiding gebeurt met het oog op het behoud van de tewerkstelling. De jobcoaching start vanaf de aanwervingsprocedure van de betrokken werknemer (ten laatste binnen de 12 maanden na aanwerving) en duurt maximaal 6 maanden. De jobcoach tracht via overleg en interactie te streven naar de optimale integratie van de nieuwe werknemer, op de werkvloer, in een bedrijf.
Taalcoaching is de begeleiding op de werkvloer van een nieuwe werknemer uit de kansengroepen waarvan de kennis van het Nederlands ontoereikend is om zich te kunnen integreren op de werkvloer. Taalcoaching in combinatie met jobcoaching duurt maximum 12 maanden.
Het organiseren van job- en taalcoaching gebeurt in functie van de operationele doelstelling 'Beter laten aansluiten van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt nu en in de toekomst' onder de strategische doelstelling 'Meer Gentenaars aan het werk met een Gents arbeidspact'.
Sinds 2010 wordt elk jaar het objectief bereikt en overstijgt de vraag van bedrijven het aantal coachingen die de dienst Werk kan realiseren binnen het contingent van deze overeenkomst.
Op 26 november 2020 ontving de Dienst Werk van de Stad Gent, de subsidieovereenkomst, die onderwerp uitmaakt van dit besluit, van de VDAB. Hierdoor kon deze overeenkomst niet eerder aan de gemeenteraad worden voorgelegd.
De Stad Gent engageert zich in deze overeenkomst tot het opstarten van 25 job- en taalcoachingen in 2021. De subsidie wordt aangewend voor 0.5 VTE bestaand personeelslid.
Deze overeenkomst vangt aan op 1 januari 2021 en loopt tot 31 december 2021.
De nieuwe overeenkomst heeft geen gevolgen voor de inhoudelijke uitvoering van het project.
De maximale subsidie bedraagt 30.883,50 euro per kalenderjaar voor 25 job- en taalcoachingen. Ze werd niet geïndexeerd t.o.v. 2020, omwille van het niet overschrijden van de spilindex.
| Dienst | Werk |
| Budgetplaats | 348320000 |
| Categorie* | EXPL |
| Subsidiecode | VIA.JOB |
| 2021 | 30.883,50 |
| Totaal | 30.883,50 |
| Dienst | Werk |
| Budgetplaats | 348320000 |
| Categorie* | EXPL |
| Subsidiecode | VIA.JOB |
| 2021 | 30.883,50 |
| Totaal | 30.883,50 |
Keurt goed de subsidieovereenkomst met de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding voor de organisatie van job- en taalcoaching in 2021, zoals gevoegd in bijlage.
Sinds 2010 organiseert de Stad Gent job- en taalcoaching met de VIA (Vlaams Intersectoraal Akkoord)-middelen.
Jobcoaching is de begeleiding op de werkvloer van nieuwe werknemers uit de kansengroepen en van zijn werkgever door een bedrijfsexterne coach. De begeleiding gebeurt met het oog op het behoud van de tewerkstelling. De jobcoaching start vanaf de aanwervingsprocedure van de betrokken werknemer (ten laatste binnen de 12 maanden na aanwerving) en duurt maximaal 6 maanden. De jobcoach tracht via overleg en interactie te streven naar de optimale integratie van de nieuwe werknemer, op de werkvloer, in een bedrijf.
Taalcoaching is de begeleiding op de werkvloer van een nieuwe werknemer uit de kansengroepen waarvan de kennis van het Nederlands ontoereikend is om zich te kunnen integreren op de werkvloer. Taalcoaching in combinatie met jobcoaching duurt maximum 12 maanden.
Het organiseren van job- en taalcoaching gebeurt in functie van de operationele doelstelling 'Beter laten aansluiten van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt nu en in de toekomst' onder de strategische doelstelling 'Meer Gentenaars aan het werk met een Gents arbeidspact'.
Sinds 2010 wordt elk jaar het objectief bereikt en overstijgt de vraag van bedrijven het aantal coachingen die de dienst Werk kan realiseren binnen het contingent van deze overeenkomst.
Er werd in het verleden in diverse sectoren gecoacht maar er is een terugkerende vraag vanuit de dienstenchequesector. De functie als dienstenchequewerknemer is een knelpuntberoep. Uit de meest recente studie van de sector (2018), van IdeaConsult in opdracht van Federgon, blijkt dat in het geval van schoonmaak bij de gebruiker thuis de spanningsindicator 2,91 is voor een gemiddelde van 5,35 voor alle beroepen, wat aantoont dat het in Vlaanderen moeilijker is om een functie in te vullen in de dienstenchequesector dan in andere beroepen. De Arbeidsmarktverkenner van VDAB geeft aan dat in oktober 2020 de spanningsindicator voor schoonmaker bij mensen thuis in Vlaanderen 1,97 en in Oost-Vlaanderen 1,89 is. De gemiddelde spanningsindicator voor alle beroepen is midden oktober in Vlaanderen 5,30 en in Oost-Vlaanderen 4,72. (De spanningsindicator geeft de verhouding weer tussen het aantal werkzoekenden en het aantal beschikbare vacatures.) De krapte op de arbeidsmarkt in de dienstenchequesector zorgt er ook voor dat bedrijven steeds meer werknemers die verder van de arbeidsmarkt staan proberen aan te trekken in de sector. Bovendien stelt de dienstenchequesector sowieso vooral kansengroepen aan het werk, zoals kortgeschoolden en werknemers die niet in België zijn geboren. Dit versterkt het belang van goede opleidingen en omkadering in de sector.
Op 12 december 2019 kreeg de Stad de vraag van de VDAB of de Stad Gent, bovenop het huidige contingent VIA job- en taalcoachingen (zie besluit met betrekking tot 'Subsidieovereenkomst betreffende de organisatie van job- en taalcoaching, in 2020'), een bijkomende samenwerking wilde aangaan om nog eens 25 coachingstrajecten te realiseren, specifiek bij dienstenchequebedrijven (zie besluit met betrekking tot 'Subsidieovereenkomst betreffende de organisatie van job- en taalcoaching, in dienstenchequebedrijven, in 2020'). De Stad beantwoordde deze vraag positief en engageerde zich tot het opstarten van 25 job- en taalcoachingen in 2020, specifiek bij dienstenchequebedrijven. De subsidie werd voorzien voor 0.5 VTE bestaand personeelslid en bedroeg maximaal 30.883,50 euro.
Omwille van de COVID-19 pandemie, werd het afgesproken contingent van 25 coachingen bij dienstenchequebedrijven in 2020 niet behaald. De dienstenchequebedrijven kampten met problemen in de personeelsbezetting o.m. door tijdelijke werkloosheid en quarantaine bij personeel en klanten. VDAB biedt de mogelijkheid om het contingent van 25 job- en taalcoachingen te halen tegen eind 2021 zonder wijziging in het voorziene subsidiebedrag. Concreet betekent dit dat er in 2020 3 coachingen gerealiseerd werden, en er nog 22 gerealiseerd zullen worden in 2021.
De verlenging van de duur van de oorspronkelijke subsidieovereenkomst met 1 jaar namelijk van 01 januari 2021 tot en met 31 december 2021 wordt voorzien in een addendum bij de 'Subsidieovereenkomst job- en taalcoaching in dienstenchequebedrijven 2020'.
Op 26 november 2020 ontving de Dienst Werk van de Stad Gent van de VDAB, het addendum betreffende de verlenging van de duurtijd van de 'Subsidieovereenkomst job- en taalcoaching in dienstenchequebedrijven 2020' van januari 2021 tot en met 31 december 2021, die onderwerp uitmaakt van dit besluit. Hierdoor kon deze overeenkomst niet eerder aan de gemeenteraad worden voorgelegd.
De Stad Gent engageert zich in dit addendum bij de oorspronkelijke overeenkomst om het voorziene contingent van 25 job- en taalcoachingen in 2020, specifiek bij dienstenchequebedrijven te behalen tegen eind 2021. De maximale subsidie van 30.883,50 euro blijft behouden en wordt verspreid over 2020 en 2021. De subsidie wordt aangewend voor 0.5 VTE bestaand personeelslid.
Dit addendum vangt aan op 1 januari 2021 en loopt tot en met 31 december 2021.
| Dienst | Werk |
| Budgetplaats | 348320000 |
| Categorie* | expl |
| Subsidiecode | VIA.JOB |
| 2020 | 3.706,02 |
| 2021 | 27.177,48 |
| Totaal | 30.883,50 |
| Dienst | Werk |
| Budgetplaats | 348320000 |
| Categorie* | expl |
| Subsidiecode | VIA.JOB |
| 2020 | 3.706,02 |
| 2021 | 27.177,48 |
| Totaal | 30.883,50 |
Keurt goed het addendum bij de 'Subsidieovereenkomst betreffende de organisatie van job- en taalcoaching in dienstenchequebedrijven, in 2020 - met de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding', waarin de duurtijd van de overeenkomst verlengd wordt met 1 jaar namelijk van 01 januari 2021 t.e.m. 31 december 2021, zoals gevoegd in bijlage.
De impact van de corona-crisis op de economie is groot. De toename van de werkloosheid noodzaakt extra beleid en maatregelen. Die worden al voorbereid op federaal en Vlaams niveau, maar ook lokaal zijn er extra inspanningen nodig om de veerkracht van de getroffen mensen en de economie te ondersteunen.
Het vertrekpunt bij de lokale relancevoorstellen is de groep Gentenaren die omwille van deze crisis hun werk verliezen en/of de aansluiting bij de arbeidsmarkt dreigen te verliezen. Eén van de getroffen groepen zijn de Gentenaars die, rechtstreeks of onrechtstreeks, omwille van de corona-crisis tijdelijk werkloos worden. Werknemers die tijdelijk werkloos zijn, zijn werknemers die gebonden zijn aan een arbeidsovereenkomst maar van wie de werkprestaties tijdelijk zijn verminderd of opgeschort. Tijdelijke werkloosheid is een goed vangnet dat ervoor zorgt dat mensen niet werkloos worden en dat de werkgever zijn medewerkers kan behouden.
Maar in sommige sectoren duurt de periode van technische werkloosheid zeer lang en er zijn prognoses dat een deel van de getroffen werknemers alsnog dreigt zijn werk te verliezen. De lange periode van tijdelijke werkloosheid en de onzekerheid kan zwaar wegen en getroffenen doen twijfelen over hun toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt. Nochtans zijn er nog steeds veel vacatures en drukt het Gentse Arbeidspact de ambitie uit om te anticiperen op de transities op de arbeidsmarkt.
Eén van de instrumenten om individuen te begeleiden bij transities in de eigen loopbaan, is loopbaanbegeleiding. Loopbaanbegeleiding is de professionele ondersteuning van de professioneel actieve persoon bij het nemen van loopbaankeuzen en -beslissingen tijdens een proces waarbij het ontdekken, het versterken of het ontwikkelen van de loopbaancompetenties die nodig zijn om de loopbaan zelf actiever te beheren, centraal staan zodat zijn arbeidsmarktpositionering kan worden versterkt. De loopbaanbegeleiding vertrekt vanuit de loopbaanvraag en is continu afgestemd op maat van de klant. De loopbaanbegeleiding resulteert in de opmaak van een persoonlijk ontwikkelingsplan en heeft een impact op de inzetbaarheid en flexibiliteit op de arbeidsmarkt.
Loopbaanbegeleiding ondersteunt het loopbaaneigenaarschap van de deelnemer en biedt loopbaanperspectief. Het daagt de deelnemer uit om regie te nemen over de eigen loopbaan én biedt de nodige tools om deze regie te kunnen voeren. Dit is bijzonder waardevol tegen de achtergrond van een arbeidsmarkt die volop in beweging is. Het wordt belangrijker dan ooit om persoonlijke jobaspiraties te toetsen aan toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt.
Indien men minimum 7 jaar werkervaring (of 2.555 dagen) in loondienst of als zelfstandige opbouwde en men volgde de voorbije 6 jaar nog geen loopbaanbegeleiding, kan men loopbaancheques via VDAB aankopen. Met deze loopbaancheques kan men loopbaanbegeleiding volgen bij de door de VDAB erkende loopbaanbegeleidingsorganisaties. Zo niet kan men ook loopbaanbegeleiding volgen maar betaalt de deelnemer de volledige kost zelf.
Het systeem van de Vlaamse overheid is te beperkt en sluit mensen uit. Loopbaanbegeleiding is ook bijzonder waardevol voor die Gentenaar die nog geen 7 jaar werkervaring heeft opgebouwd én voor diegenen die net wel al een lange loopbaan hebben uitgebouwd maar die geen recht meer hebben op loopbaanbegeleiding omdat ze in de afgelopen 6 jaar al eens loopbaancheques hebben aangevraagd.
Gezien de disruptieve arbeidsmarkt én de coronacrisis wil de Stad Gent zoveel mogelijk Gentenaars stimuleren om regie te nemen over de eigen loopbaan en de kansen te grijpen die de Gentse arbeidsmarkt hen kan bieden.
Op de Gemeenteraad van 22 september 2020 werd het 'Nieuw subsidiereglement financiering loopbaanbegeleiding bij tijdelijke werkloosheid van Gentse inwoners', die tijdelijk werkloos werden tijdens juli, augustus of september 2020 goedgekeurd. De looptijd van dit subsidiereglement verstreek op 31 december 2020. Er werden 129 trajecten aangevraagd en bij 25 trajecten werd ook de uitbreiding met de extra 3 uren aangevraagd.
De nood aan loopbaanbegeleiding en perspectief voor de getroffen werknemers blijft echter erg hoog door de coronagolven en de impact van deze golven op de Gentse economie, alsook werd de maatregel 'tijdelijke werkloosheid' verlengd tot 31 maart 2021. Met het nieuwe subsidiereglement, dat een verlenging van het vorige betekent, wil de Stad Gent de Gentse inwoners, die na september 2020 tijdelijk werkloos werden, ook de kans geven om beroep te doen op deze extra loopbaanbegeleiding.
De Stad Gent wil door middel van dit nieuwe subsidiereglement Gentse inwoners die tijdelijk werkloos werden/worden tussen 1 oktober 2020 en 31 maart 2021 en niet voldoen aan de voorwaarden voor de loopbaancheques van de VDAB, stimuleren om beroep te doen op loopbaanbegeleiding door de financiële drempel te verlagen, via een derdebetalerssysteem waarop de aanbieders van loopbaanbegeleiding beroep kunnen doen. De Stad Gent ontwikkelt dit subsidiereglement in overleg met de VDAB, die de regie voert over het loopbaanbeleid.
De Dienst Werk is belast met het toezicht op de uitvoering van dit reglement. Dit reglement treedt in werking op 1 februari 2021 en eindigt op 31 mei 2021, tenzij een andere (hogere) overheid of instantie dezelfde dienstverlening aanbiedt aan de doelgroep zoals opgenomen in dit reglement. In dat geval zal dit reglement ophouden te bestaan en moet de aanbieder zich wenden tot de andere overheid of instantie.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 1.
De Stad Gent sloot op 17 december 2018 een samenwerkingsovereenkomst (SWO) af met de UGent in het kader van “Muide-Meulestede en Mariakerke (MM+M) fossielvrij”. Deze overeenkomst loopt af op 31 december 2020. Het doel van deze aflopende overeenkomst was om een nieuwe manier van samenwerken te zoeken tussen Stad Gent en UGent in het kader van de grote uitdaging om Gent tegen 2050 klimaatneutraal te maken. Concreet werd er gewerkt op de uitdaging om de wijken Muide-Meulestede en Mariakerke te laten evolueren naar fossielvrije wijken. Elke partij investeerde daarbij in dit gemeenschappelijk project: de Stad financierde UGent onderzoek binnen dit kader. De UGent zette voor een gelijkaardig bedrag in-kind bijkomend personeel in (onderzoekers), bewaakte de vakgroepoverschrijdende en cross sectorale werking en legde de link naar studenten, opdrachten, onderzoekssubsidies, e.d.m.
Voor deze opdracht kon UGent voortbouwen op een technische studie die naging wat een fossielvrije wijk concreet kan zijn, uitgevoerd door het ingenieursbureau Sweco. Sweco maakte een analyse van het huidige energieverbruik in de wijk en berekende drie scenario’s om dat verbruik te realiseren met hernieuwbare energiebronnen (2020_CVB_12403).
UGent leverde wetenschappelijk inzichten aan rond stakeholders en transitiemanagement. UGent onderzocht de psychologische drempels die mensen tegenhouden om hun woning klaar te stomen voor een gasloze toekomst. Dit onderzoekswerk werd intussen ter kennisname voorgelegd aan het college (2020_CVB_12408).
De samenwerking tussen Stad Gent en betrokken onderzoeksgroepen binnen UGent in het kader van de Samenwerkingsovereenkomst werd positief ervaren en heeft een enorme meerwaarde voor zowel de Stad Gent (de Stad als Living Lab, wetenschappelijke onderbouwing van inzichten, nieuwe invalshoeken, …) als de UGent (link tussen theorie en kennis, impactcreatie van onderzoek, openen nieuwe onderzoekpistes, stimuleren interdisciplinaire aanpak, …).
Beide partijen wensen op eenzelfde manier verder te werken rond de uitdaging van fossielvrije wijken. Dit geeft aanleiding tot onderliggende samenwerkingsovereenkomst rond hetzelfde thema maar met oog voor opschaling naar alle wijken vertrekkende vanuit een aanpak voor de pilootwijken Muide-Meulestede en Mariakerke fossielvrij.
Het thema fossielvrije wijken staat ook hoog op de Europese agenda. Europa heeft in september 2020 een verstrenging van de doelstellingen voor 2030 van 40 % naar 55 % CO2-reductie voorgesteld en de ambitie om klimaatneutraal te zijn in 2050 herbevestigd. In het kader daarvan zullen ook de Europese subsidieprogramma’s op deze lijn worden hervormd.
Stad Gent heeft voor deze legislatuur haar strategie vorm gegeven in het nieuwe Gents Klimaatplan 2020-2025, dat past in een traject tot 2050 (klimaatneutraliteit).
Er zijn veel thema’s opgenomen in het klimaatplan. De huidige samenwerkingsovereenkomst met UGent focust op het thema energie en op het fossielvrij maken van de bebouwde omgeving. Dit blijft zo.
De draagwijdte van deze overeenkomst is gekoppeld aan de onderzoeksactiviteiten van de hierna volgende onderzoekers en het wetenschappelijk personeel dat verbonden is aan hun laboratorium, die allen lid zijn van het consortium Energhentic binnen UGent: Prof. dr. Arnold Janssens, Prof. dr. Jelle Laverge, Prof. dr. Nathan Van Den Bossche, Prof. dr. Marijke Steeman, Prof. dr. Michel De Paepe, Prof. dr. Lieven Vandevelde, Prof. dr. Jan Desmet, Prof. dr. Liselot Hudders, Prof. dr. Veroline Cauberghe, Prof. dr. Johan Albrecht.
De doelstelling van deze samenwerking is het gezamenlijk opstellen van een concreet energietransitieplan voor de bebouwde omgeving in Stad Gent en het opstarten van projecten om dit plan te verbeteren en te beginnen uitrollen. Om dit te bereiken worden volgende stappen gedefinieerd:
De Stad voorziet budget voor een SPOC en voor projectwerking. UGent stelt daartegenover eenzelfde bedrag in kind voor expertise-inbreng, deelname aan stuurgroepen, werkgroepen, ondersteunende taken, link met opdrachten voor studenten of doctorandi, onderzoeksmiddelen, ... .
De experten die werken aan een bepaald project vormen samen een Projectgroep. Eén project wordt al vastgelegd om in 2021 meteen van start te kunnen gaan: de werkgroep Leidraad. De adviseurs van de Energiecentrale van de Stad hebben nood aan een meer wetenschappelijk onderbouwde leidraad voor de prioritering van hun adviezen. Hierrond wordt een eerste projectgroep opgericht.
Voor deze samenwerkingsovereenkomst wordt voorgesteld jaarlijks € 80.000 te voorzien, waarvan € 50.000 wordt ingezet op projectwerking en € 30.000 voor een single point of contact (SPOC). Naast de creatie van nieuwe onderzoeksopportuniteiten en uitwerken van projecten is het ook expliciet de bedoeling om opportuniteiten te onderzoeken rond toepassing van reeds beschikbare kennis. Om dat alles te verwezenlijken zal er bij UGent een SPOC aangeduid worden die de communicatie tussen de Stad en Universiteit coördineert. Deze coördinator, die het aanspreekpunt is voor de Stad, bewerkstelligt de interne betrokkenheid van diverse vakgroepen bij het traject en neemt zelf een reeks taken op. Hij/zij vormt een tandem met de Stad Gent-SPOC.
Deze UGent-SPOC heeft als belangrijkste taken:
| Dienst* | LEE |
| Budgetplaats | 353420000 |
| Categorie* | E |
| Subsidiecode | Niet_Relevant |
| 2021 | 80.000 |
| 2022 | 80.000 |
| 2023 | 80.000 |
| 2024 | 80.000 |
| 2025 | 80.000 |
| Later | |
| Totaal | 400.000 |
Keurt goed de samenwerkingsovereenkomst met de Universiteit Gent, Sint-Pietersnieuwstraat 25, 9000 Gent, voor het project 'Transitie naar fossielvrije wijken met als pilootwijken Muide-Meulestede + Mariakerke' lopende van ondertekening tot 31/12/2025 en ter waarde van € 400.000, zoals gevoegd in bijlage.
Het Decreet Lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 1.
In de collegezitting van 16/4/2020 werd de indiening van het projectvoorstel 'IncluPAS' goedgekeurd. Dit project werd ingediend onder het Europese kennisuitwisselingsprogramma Erasmus+ , bij een projectoproep onder het subprogramma voor Sport.
Erasmus+ is het subsidieorgaan van de Europese Commissie dat subsidies uitreikt voor projecten binnen verschillende domeinen (opleidingen, jeugd, onderwijs en sport).
Het project IncluPAS werd ingediend onder de oproep voor 'collaboratieve partnerschappen' en focust op de prioriteit 'bevorderen van sociale inclusie en gelijke kansen in de sport'. Het hoofddoel van het project is om buurt(sport)gangmakers te identificeren en ondersteunen om voor een grotere toeleiding naar het buurtsportaanbod te zorgen. Op die manier kunnen jongeren uit kansarme gemeenschappen met elkaar en met de samenleving worden verbonden, via beweging en sport. Deze “buurtgangmakers” zijn informele leiders in de buurt, die gekend zijn en op deze manier andere buurtbewoners kunnen toeleiden naar activiteiten in de buurtsporthal of andere sportplekken. Ze maken hierbij gebruik van een nieuw online, sociaal communicatieplatform. Met behulp van dit digitaal platform kunnen deze gangmakers veel gemakkelijker communiceren en hun impact op de gemeenschap vergroten.
De Stad Gent is hoofdpartner voor deze projectaanvraag. Andere partners zijn o.m. LUNEX (Lux), Howest (BE), Thessaloniki (GR), Vilnius (LI), Vienna Institute for International Dialogue and Cooperation (AU) en sportmarketing agentschap MySueno (BE).
Het totale projectbudget bedraagt € 397.565, waarvan € 88.450 voor Stad Gent voorzien is.
Op 19 oktober 2020 werden we geïnformeerd dat het project werd goedgekeurd door de Europese Commissie. Het project zal lopen van 1 januari 2021 tot 30 september 2022.
In navolging hiervan werd een subsidieovereenkomst opgemaakt.
De overeenkomst legt de wederzijdse verbintenissen vast tussen het subsidieprogramma en de Stad Gent in zijn hoedanigheid van hoofdpartner en vertegenwoordiger van het volledige partnerschap.
Op 19 november 2020, zond het EACEA (Education, Audiovisual and Culture Executive Agency) ons de subsidieovereenkomst toe, met het verzoek deze binnen de 14 dagen ondertekend terug te bezorgen, zo niet zouden we de aanspraak op de subsidie verliezen. Het document werd reeds ondertekend, maar wordt nu aan de gemeenteraad voorgelegd ter bekrachtiging.
Bekrachtigt de bij dit besluit gevoegde subsidieovereenkomst van het project "IncluPAS" in het Erasmus+ Sport-programma van de Europese Unie, waarbij het project loopt van 1 januari 2021 tot 30 september 2022.
Het burgerlijk wetboek boek III, titel III 'Contracten of verbintenissen uit overeenkomsten in het algemeen', artikel 1234.
Bij gemeenteraadsbeslissing van 26 mei 2020 werd een kwijtschelding toegekend van huurgelden, gebruikersvergoedingen, erfpacht- of opstalcanons en forfaitaire bijdragen in het verbruik van de nutsvoorzieningen voortvloeiend uit de overeenkomsten die gebruikers hebben met de Stad /het OCMW als eigenaar. De kwijtschelding betrof de maanden maart, april en mei 2020.
De vrijstelling werd toegekend ten aanzien van contractanten werkzaam in de sociale sector en vrije tijdssectoren cultuur, sport, jeugd, welzijn,...die genoodzaakt waren hun werking in de gehuurde goederen stop te zetten en die niet konden rekenen op andere overheidssteun.
Sinds oktober 2020 werd er een nieuwe lockdown afgekondigd, waardoor de 'vrije-tijds'/ 'non-profit'sector opnieuw ernstig geïmpacteerd werd door de maatregelen.
Gezien de impact voor deze sectoren, wordt er een bijkomende kwijtschelding voorgesteld van huurgelden, gebruikersvergoedingen, erfpacht- of opstalcanons en forfaitaire bijdragen in het verbruik van de nutsvoorzieningen voortvloeiend uit de overeenkomsten die gebruikers hebben met de Stad /het OCMW als eigenaar. De kwijtschelding heeft betrekking op de vergoedingen verschuldigd voor de maanden oktober, november en december 2020. De reeds betaalde bedragen zullen teruggestort worden aan de gebruikers.
Opnieuw betreft het een kwijtschelding ten aanzien van contractanten werkzaam in de sociale sector en vrije tijdssectoren cultuur, sport, jeugd, welzijn,...die genoodzaakt waren hun werking in de gehuurde goederen stop te zetten in deze periode en die niet kunnen rekenen op andere overheidssteun.
Voor zover de werking gecontinueerd kon worden door een gebruiker behorend tot deze categorieën, wordt geen kwijtschelding toegestaan.
De Stad en het OCMW wensen deze ondersteuning te bieden om hun contractanten, werkzaam in de bovenvermelde sectoren, ademruimte te geven en te vermijden dat hun voortbestaan in het gedrang komt. Veel van deze organisaties zijn immers afhankelijk van de inkomsen die zij genereren uit de activiteiten die zij organiseren, wat op heden dus niet mogelijk is. Voor zover de betrokken gebruikers genieten van andere overheidssteun, en hun bestaansmiddelen op die manier gewaarborgd worden, wordt er geen kwijtschelding toegestaan.
De kwijtschelding wordt enkel toegekend aan de contractanten van de Stad /OCMW op voorwaarde dat zij een gelijkaardige kwijtschelding toekennen aan hun eventuele onderhuurders/medegebruikers.
Voor de contractanten die behoren tot de onderwijssector wordt opnieuw beslist geen kwijtschelding toe te staan, gelet op het feit dat deze sector reeds andere steunmaatregelen geniet.
| Dienst* | STAD | OCMW | |
| Budgetplaats | Diverse | Diverse | |
| Categorie* | diverse | diverse | |
| Subsidiecode | |||
| 2020 | - 91901,24 | - 138.06 | |
| Totaal | - 91901,24 | - 138,06 |
Keurt goed de kwijtschelding van de verschuldigde huurgelden, gebruikersvergoedingen, erfpacht- of opstalcanons en de forfaitaire bijdragen in het verbruik van de nutsvoorzieningen aan gebruikers/vzw's, opgesomd in de lijst in bijlage, die middels contract gebruik maken van een stads/ocmw-eigendom, die hun werking in de in gebruik genomen goederen omwille van de coronamaatregelen dienden stop te zetten en die geen andere overheidssteun genieten.
Het gaat om een kwijtschelding van huurgelden, gebruikersvergoedingen, erfpacht- of opstalcanons van in totaal € 65.810 euro door de Stad respectievelijk € 138,06 euro door het OCMW en een kwijtschelding van energieforfaits ten bedrage van in totaal € 26.091 door de Stad.
Deze kwijtschelding geldt voor de maanden oktober, november en december 2020 en geldt enkel voor zover de gebruikers een gelijkaardige kwijtschelding toestaan aan hun eventuele onderhuurders of medegebruikers van de betreffende onroerende goederen.
Op 20 december 2011 heeft de gemeenteraad goedkeuring verleend aan de PPS - overeenkomst tussen de Stad Gent, Tondelier Development nv, Aclagro nv, Breevast nv en Koramic Real Estate nv, teneinde de Gasmetersite te ontwikkelen.
Op 22 oktober 2012 heeft de gemeenteraad goedkeuring verleend aan de opstalovereenkomst tussen de Stad Gent en Tondelier Development nv, overeenkomstig de boven vermelde PPS - overeenkomst, met de verplichting het Tondelier - project te realiseren, zijnde de uitvoering van een kwaliteitsvolle woonwijk.
Het Tondelier - project impliceert de realisatie van een degelijke bodemsanering en een kwaliteitsvolle woonwijk, zijnde de realisatie en uitgifte van private gebouwen en de bouw en inrichting van de publieke ruimte en publieke gebouwen in het projectgebied.
Binnen het PPS - project zijn de te verkopen entiteiten telkens een combinatie van een opstal (appartement, huis, kantoor enz.) en een bijhorend grondaandeel die binnen deze context samen worden verkocht.
Tondelier Development nv (of haar rechtsverkrijgenden) is steeds verkoper van de opstallen en de Stad Gent steeds verkopende partij van de corresponderende grondaandelen, waarbij Tondelier Development nv (of haar rechtsverkrijgenden) instaat voor de verkoop van voormelde marktconforme entiteiten, dit volgens gemaakte afspraken inzake prijsvorming.
De Stad Gent krijgt 200 EUR/m² (vastgesteld op 1 januari 2010 en te indexeren ingevolge de PPS - overeenkomst Tondelier) voor het grondaandeel dat bij de woningen hoort, en 100 EUR/m² (idem vaststelling en indexatie) voor het grondaandeel dat bij de tuinen/terrassen hoort.
Op 12 maart 2020 en 30 april 2020 heeft het college van burgemeester en schepenen goedkeuring verleend aan de omgevingsvergunningen inzake 15 grondgebonden woningen (loten 87 tot en 101 volgens gewijzigde verkavelingsvergunning van 14 november 2019) die deel uitmaken van fase 4 van het Tondelier - project.
Deze fase omvat 11 woningen die marktconform zullen verkocht worden, zijnde loten 88 t.e.m 95 en loten 97, 99 en 101, en 4 budgetwoningen, zijnde loten 87, 96, 98 en 100 die voorwerp zullen zijn van latere besluitvorming.
Hiertoe werd een ontwerp van onderhandse overeenkomst opgemaakt met alle lasten en voorwaarden inzake de verkoop van de grondaandelen bij de marktconforme entiteiten te verkopen in deze fase 4, die hierbij ter goedkeuring voorgelegd wordt.
Tevens werd een overzichtslijst opgemaakt met oplijsting van te verkopen entiteiten en en grondprijzen hieraan verbonden.
Niet van toepassing
| Dienst* | COR |
| Budgetplaats | 401320001 |
| Categorie* | I |
| 2021 e.v. |
|
| Totaal |
Ontslaat de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie ervan enige ambtshalve inschrijving te nemen bij het overschrijven van de verkoopaktes in zijn registers.
De site Filature Nouvelle d’ Orléans (FNO-site) staat sinds 1996 leeg. De Stad Gent heeft het westelijke deel van de FNO-site, met beschermd Manchestergebouw, aangekocht in 2002 en het oostelijk deel in 2006. Een aantal van de aangekochte gebouwen zijn beschermd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 3 januari 1995.
De Stad Gent heeft al heel wat stappen ondernomen om deze site opnieuw in gebruik te nemen. De laatste gesprekken voor de invulling van het Manchestergebouw door Syntra/CLW werden stopgezet in mei 2019 om vervolgens in te zetten op een nieuwe verweven invulling waarbij economische invulling van het Manchestergebouw kan bufferen t.a.v. de brandweerkazerne en hiervoor een oproep/wedstrijd te lanceren.
Het project FNO-Filature Nouvelle d’Orléans zet in op de herontwikkeling en restauratie van de voormalige fabrieks- en textielgebouwen tot een gemengd gebied met toegankelijk groen, rekening houdend met de (beschermde) historische gebouwen en geschiedenis. De algemene doelstelling is dat deze verloederde industrieel-archeologische site opnieuw een levendig en verweven stadsdeel wordt.
De volledige FNO-site is eigendom van de Stad Gent en er werden reeds veel kosten gemaakt voor de instandhouding van het historische erfgoed. Ondanks de complexiteit voor een ontwikkelaar (vb. herstelling historisch erfgoed, rentabiliteit naast brandweer, …) wordt ingeschat dat de volledige ontwikkeling van de site voldoende rendabel kan zijn voor ontwikkelaars. In de stadsbegroting werd in het verleden dan ook een opbrengst van 1 miljoen euro in rekening genomen. In het kader van de nieuwe uitgifteprocedure moet deze berekening echter opnieuw worden gemaakt.
Een belangrijk aspect in de lange termijn visie voor de site is tevens het uitgiftemodel (type zakelijk recht). Kiezen we voor verkoop (aan 1 of meerdere ontwikkelaars), erfpacht met of zonder beheersfunctie of houden we delen van de site in eigen beheer? Deze keuzes hebben een belangrijke impact op zowel het duurzaamheidsaspect als op de financiële kant van de ontwikkeling. De keuze tussen de verschillende modellen zal later worden vormgegeven door de contouren en de financiële berekening van de scenario’s.
De opdracht van sogent is de selectie van een private partner, om te komen tot een contractuele publiek-private samenwerking (PPS) tussen de Stad Gent als publieke partner enerzijds en een Private Partner anderzijds, overeenkomstig de wetgeving overheidsopdrachten, met als doelstelling de realisatie van een verweven stadsontwikkelingsproject met een hoge erfgoed- en natuurwaarde op de site van de voormalige Filature Nouvelle d’Orléans te Gent.
Alle kosten die gemaakt worden voor de verwerving van gronden, het beheer van de site, de eventuele voorafgaandelijke sanering van de grond, het bouwrijp maken van het terrein (verwijderen bestaande constructies) zullen worden gedragen door de grondeigenaar, de Stad Gent. Alle kosten voor het opstarten, begeleiden en opvolgen van het ontwikkelingstraject tot en met de oplevering van het gehele project worden gedragen door sogent.
Wat de financiering betreft geeft de Stad Gent aan sogent een ‘vordering op EVA’, conform de bepalingen van artikel 19 van de beheersovereenkomst 2020-2025 tussen de Stad Gent en sogent. Deze ‘vordering op EVA’ zal door sogent opgevraagd worden via tussentijdse afrekeningen in functie van de voortgang van het project.
Om die redenen dient een bijzondere samenwerkingsovereenkomst tussen Stad Gent en sogent te worden opgemaakt.
Dienst* | Stedelijke Vernieuwing |
Budgetplaats | 402490003 |
Categorie* | I |
Subsidiecode | niet_relevant |
2021 | 233.272 |
2022 | 191.797 |
2023 | 108.633 |
2024 | 30.206 |
2025 | 30.910 |
Later | 96.832 |
Totaal | 691.650 |
2026= 31.632
2027= 32.372
2028= 32.828
Keurt goed de bijzondere samenwerkingsovereenkomst met sogent, Voldersstraat 1, 9000 Gent, voor de herontwikkeling en renovatie van de FNO site, zoals gevoegd in bijlage.
Keurt goed dat de nodige kredieten vanaf 2026 voor een totaal bedrag van 96.823 worden vastgelegd zodra dit technisch mogelijk is.
Tijdens de installatievergadering van de gemeenteraad dd. 3 januari 2019, werden de bestuurders in de AGB Kunsten en Design benoemd.
De CD&V-fractie wenst over te gaan tot een vervanging in de raad van bestuur van het AGB Kunsten en Design.
Keurt goed het ontslag van Chantal Sysmans als lid van de raad van bestuur van het AGB Kunsten en Design.
Keurt goed de benoeming van Kim Decatelle als lid van de raad van bestuur van het AGB Kunsten en Design.
Deze benoeming gebeurt onder de voorwaarde van het naleven van de Deontologische code voor lokale mandatarissen, goedgekeurd op 20 november 2017 en gewijzigd op 17 december 2018 en 21 oktober 2019.
Tijdens de installatievergadering van de gemeenteraad van 3 januari 2019, werden de bestuurders in de AGB Erfgoed benoemd.
De CD&V-fractie wenst over te gaan tot een vervanging in de raad van bestuur van het AGB Erfgoed.
Keurt goed het ontslag van Kim Decatelle als lid van de raad van bestuur van het AGB Erfgoed.
Keurt goed de benoeming van Steve De Veirman als lid van de raad van bestuur van het AGB Erfgoed.
Deze benoeming gebeurt onder de voorwaarde van het naleven van de Deontologische code voor lokale mandatarissen, goedgekeurd op 20 november 2017 en gewijzigd op 17 december 2018 en 21 oktober 2019.
Artikel 28 en 29 van de statuten voorziet dat de raad van bestuur zich kan laten bijstaan door deskundigen.
De gemeenteraad heeft op 23 april 2019 dan ook de verlenging van 2 mandaten en de voordracht van 1 mandaat als deskundige bij de opdrachthoudende vereniging Ivago goedgekeurd.
De deskundigen werden benoemd door de algemene vergadering van Ivago, op voordracht van de gemeente waar de zetel gevestigd is, met name Stad Gent.
De heer Marc Heughebaert laat weten ontslag te nemen als deskundige bij de opdrachthoudende vereniging Ivago. Er dient bijgevolg een nieuwe kandidaat-deskundige te worden voorgedragen. Deze voordracht gebeurt in gezamenlijk overleg.
Deze deskundigen moeten onafhankelijk zijn van de private deelnemer.
Neemt kennis van het ontslag van Marc Heughebaert als deskundige bij de opdrachthoudende vereniging Ivago.
Keurt goed, de voordracht van de heer Joren Verschaeve als deskundige bij de opdrachthoudende vereniging Ivago.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt dat de notulen door de algemeen directeur worden opgesteld en dat die notulen in de eerstvolgende vergadering ter goedkeuring moeten worden voorgelegd.
Elk lid van de vergadering heeft het recht tijdens de vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen van de vorige vergadering. Als die opmerkingen worden aangenomen, worden de notulen in die zin aangepast.
Keurt de notulen goed van de vergadering van de gemeenteraad van 14 en 15 december 2020.
Eind 2019 en begin 2020 werden trajecten opgestart ter voorbereiding van wijkmobiliteitsplannen voor de wijken Oud-Gentbrugge/Dampoort en Zwijnaarde. In een eerste fase werden ideeën en signalen van lokale bewoners en handelaars/ondernemers verzameld. In een tweede fase werden, voor wat Oud-Gentbrugge/Dampoort betreft, drie ontwerpplannen voorgesteld, o.a. via de digitale infomarkt op 5 december. Reacties op die drie ontwerpscenario’s konden echter slechts tot 20 december ingediend worden. Met N-VA hebben we er meteen voor gepleit om in dit dossier de nodige tijd te nemen en niets te overhaasten.
Als reactie op de kritiek dat burgers onvoldoende de mogelijkheid en tijd hadden gehad om op de drie ontwerpplannen te reageren, werd op 18 december aangekondigd dat in januari en februari nog focusgroepen zouden opgezet worden (voor o.a. handelaars, specifieke bewonersgroepen en de randgemeenten) als bijkomende vorm van participatie.
Tijdens de voorbije commissie MOW is ondertussen ook gebleken dat er nog heel wat werk aan de winkel is op vlak van dataverzameling (o.a. via politie en brandweer) voor het wijkmobiliteitsplan Oud-Gentbrugge/Dampoort. Met N-VA vinden we dit een cruciaal aspect en onze fractie heeft in dit verband ook de nodige vragen ingediend. Ook vanuit de meerderheid werd terecht opgemerkt dat objectieve data toch een belangrijk element kunnen zijn om meer draagvlak bij de bevolking te creëren. Op vlak van dataverzameling lijkt ook de nulmeting via camera’s die deze maand opgestart werd qua timing vreemd gekozen: de coronacrisis is nog volop bezig en verregaande coronamaatregelen zijn nog altijd van kracht (o.a. op vlak van telewerk). De vraag kan gesteld worden in hoeverre deze nulmeting representatief zal zijn en bruikbaar in het kader van de evaluatie na de invoering van het wijkmobiliteitsplan.
Nog tijdens de voorbije commissie MOW werd er nu niet meer alleen door N-VA, maar ook vanuit de meerderheid voor gepleit om echt wel de nodige tijd uit te trekken alvorens tot beslissingen over te gaan, met name ook omwille van de huidige coronamaatregelen die overleg, participatie en inspraak door en met de burger hoe dan ook bemoeilijken. Niet iedereen heeft de vaardigheden om de (vooral) digitale feedback- en overlegkanalen te gebruiken. Eerder had ook een lid van het college al ruiterlijk erkend dat het stadsbestuur er “te voortvarend ingevlogen” was.
Voldoende de tijd nemen is des te meer nodig gezien de actuele controverse over de huidige drie ontwerpplannen. Die blijkt uit de felle reacties op sociale media, maar bijvoorbeeld ook uit de open brief van Unizo Gentbrugge (“Je riskeert een bloedeloze wijk die langzaam sterft”). Het zal tijd vragen om mensen en visies te verzoenen en om zo tot een evenwichtig compromis te komen. Dat evenwicht is voor ons als N-VA belangrijk: we mogen niet selectief zijn in het luisteren naar de burger. Tijd is hierbij een bondgenoot om tot een goed en gedragen plan te komen.
Tijdens de voorbije commissie MOW kon de schepen geen timing geven wanneer een definitief plan aan het college en/of de gemeenteraad zou voorgelegd worden. Maar de voornoemde argumenten maken duidelijk dat het een goed idee is om beslissingen over de wijkmobiliteitsplannen uit te stellen tot na de coronacrisisperiode.
Daarom, op voorstel van de N-VA-fractie,
De gemeenteraad draagt het college van burgemeester en schepenen op om beslissingen over de wijkmobiliteitsplannen uit te stellen tot na de coronacrisisperiode.
Sporten en bewegen dragen in belangrijke mate bij tot onze gezondheid. Dat is zeker ook waar voor ouderen. Zowel het Ouderenbeleidsplan als de sportbeleidsnota (“Krachtlijnen Gents sportbeleid”) besteden terecht aandacht aan het belang van voor ouderen toegankelijke sport- en beweegactiviteiten en willen hier extra op inzetten.
Verschillenden steden en gemeenten investeerden recent al in zogenaamde beweegbanken (o.a. Leuven, Mechelen, Knokke-Heist, Duffel). Beweegbanken zijn een concept ontwikkeld door de vzw IPitup. De beweegbanken zijn niet exclusief gericht op ouderen, maar hebben de bedoeling iedereen – jong en oud, bij voorkeur samen – aan te zetten om meer te bewegen.
De beweegbank is zoals de naam het zegt een combinatie van enerzijds een klassieke (buiten)zitbank waarop je kan uitrusten en anderzijds een bewegingstoestel. De beweegbank laat toe om tot 250 gevarieerde bewegingsoefeningen uit te voeren. De unieke combinatie zorgt voor een heel laagdrempelige uitnodiging tot (samen) bewegen.
In Gent is ondertussen al één beweegbank aanwezig, met name op de site van Sport Vlaanderen aan de Blaarmeersen. Mits een goede locatiekeuze kan zo’n beweegbank ook voor onze Gentse ouderen – en ook andere burgers – een echte meerwaarde betekenen om actief te blijven. Mogelijkheden voor plaatsing kunnen bijvoorbeeld zijn aan de OCMW-woonzorgcentra of aan de OCMW-dienstencentra.
Daarom, op voorstel van de N-VA-fractie,
De gemeenteraad draagt het college van burgemeester en schepenen op om een beweegbank-proefproject gericht op oudere Gentenaars op te starten.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 77.
Stad Gent coördineert het project Mobiel Arbeidsteam (bekend als Jobteam Gent), een samenwerkingsverband tussen 9 organisaties die samen kwetsbare werkzoekenden en inactieven opzoeken en intensief begeleiden naar werk. De financiering van het project was aanvankelijk goedgekeurd door het Europees Sociaal Fonds voor de jaren 2020 en 2021. De focus lag op een bereik van 1200 kwetsbare personen met als doel hiervan ongeveer 75 % effectief op te nemen in een begeleidingstraject.
De partners zijn Stad en OCMW Gent, vzw Groep Intro, vzw Compaan, vzw Weerkracht, vzw CAW Oost-Vlaanderen, vzw De Sloep, vzw JES, vzw Jong en vzw TOPunt voor De Stap-Leerwinkel Oost-Vlaanderen.
Het project is geformaliseerd door een projectovereenkomst tussen Stad Gent als promotor en het ESF-Agentschap, een partnerovereenkomst tussen de betrokken organisaties en tot slot ook een publieke samenwerkingsovereenkomst tussen Stad Gent en VDAB om de bijdrage van VDAB in de lokale cofinanciering te regelen (zie gekoppelde besluiten).
Het totale projectbudget voor 2020 – 2021 bedroeg 4.728.972,76 euro, waarvan 40% gedragen door een ESF-subsidie, 40% Vlaamse cofinanciering en 20% lokale cofinanciering. De lokale cofinanciering werd evenredig verdeeld tussen Stad Gent, OCMW Gent en VDAB.
In reactie op een oproep van het ESF-agentschap diende de Stad een voorstel voor uitbreiding en verlenging van het project tot eind 2022 in. Het ESF-agentschap keurde dit voorstel goed. Hierdoor trekt het partnerschap het beoogde bereik tot eind 2022 op naar 1.500 tot 1.800 personen en het aantal begeleidingstrajecten naar 1.250.
Deze verlenging en uitbreiding brengt het totale projectbudget voor de volledige projectperiode op 8.695.544,81 euro. Dit budget is opgebouwd volgens de richtlijnen van het ESF-agentschap, met name een loonkost voor de betrokken projectmedewerkers (berekend op basis van standaarduurtarieven van ESF), vermeerderd met 40% voor overhead en werkingskosten.
Binnen het partnerschap is de afspraak dat de partners de loonsubsidie en 33% van de middelen voor overhead doorgestort krijgen. De resterende 7% overheadmiddelen wordt beheerd door de Stad in functie van gezamenlijke uitgaven voor het project.
In opvolging van dit voorstel tot uitbreiding en verlenging dienen een aantal addenda bij de basisovereenkomsten en bijhorende financiële gevolgen voor de Stad te worden goedgekeurd.
De uitbreiding en verlenging is geformaliseerd in een addendum bij de projectovereenkomst tussen Stad Gent en het ESF-Agentschap, waarin de gewijzigde looptijd, uitbreiding van de opdrachten en uitbreiding van het projectbudget is vastgelegd. Dit addendum, opgenomen als bijlage bij dit besluit, ligt voor ter goedkeuring. Zoals opgenomen in dit addendum: de verlenging en uitbreiding brengt het totale projectbudget voor de periode 1/01/2020 tot 31/12/2022, opgemaakt volgens de budgettaire richtlijnen van het ESF-agentschap, op 8.695.544,81 euro. De 20% lokale cofinanciering voor de gehele projectperiode bedraagt 1.739.108,96 euro.
Zoals overeengekomen bij opmaak van het basisproject, voorziet de lokale overheid in 2/3de van de lokale cofinanciering en VDAB in 1/3de. Voor VDAB betekent dit een verhoging van haar lokale bijdrage tot 579.702,96 euro. Deze herziening is opgenomen in een addendum bij de publieke samenwerkingsovereenkomst tussen VDAB en Stad Gent inzake de cofinanciering van Mobiel Arbeidsteam Gent. Dit addendum ligt eveneens voor ter goedkeuring.
Volgens de financiering-verdeelsleutel dient de Stad 1.159.405,92 euro lokale cofinanciering bij te dragen voor de totale projectperiode. Deze cofinanciering wordt ingevuld door de inzet van 1 VTE consulent op de reguliere personeelsformatie van dienst werk en activering, de inzet van 1 VTE arbeidsbegeleider van de Dienst Werk en activering die gefinancierd is via lokale middelen uit het project Post Mobiel Wonen en het resterend deel door indirecte kosten die gemaakt worden voor het project en al regulier gebudgetteerd zijn.
Ook de partnerovereenkomst die de uitvoering van het project tussen de verschillende partners regelt, wijzigt door de verlenging en uitbreiding. De gewijzigde engagementen, taakverdeling en bijhorende financiële afspraken zijn opgenomen in het addendum bij de partnerovereenkomst, dat ter goedkeuring voorligt.
De ontvangsten en doorstortingen naar partners worden buiten het stadsbudget gehouden en verlopen via de wachtrekening. Enkel uitgaven en ontvangsten voor Stad Gent en OCMW Gent zijn in het stadsbudget opgenomen.
De verlenging en uitbreiding wijzigt het projectbudget voor de volledige projectperiode. Voor het jaar 2020 is het niet mogelijk om het budget retroactief te laten aanpassen in het budget.
De verwachte ontvangsten en uitgaven voor het uitgebreide dossier voor de jaren 2021 en 2022 zijn weergegeven in dit besluit en worden opgenomen in het budget met een budgetverhogende kredietaanpassing.
De uitgaven voor 2021 en 2022, die worden gefinancierd met de subsidies voor Stad Gent, omvatten de loonkosten (berekend volgens de ESF-standaarduurtarieven) van 7 VTE medewerkers verbonden aan de rechtspersoon OCMW Gent en van 10,6 VTE medewerkers verbonden aan Stad Gent. Voor de totale projectperiode (2020 - 2021) is de loonkost voor OCMW Gent 1.301.779,84 euro, waarvan 453.276,60 euro in 2021 en 453.276,60 euro in 2022. De totale loonkost voor Stad Gent is 1.521.910,35 euro, waarvan 619.819,43 euro in 2021 en 619.819,43 euro in 2022. Voor de totale projectperiode zijn werkingskosten ten bedrage van 650.526,53 euro voorzien, waarvan 216.842,17 euro in 2021 en 216.842,17 euro in 2022.
Tegenover deze uitgaven staat een ontvangst van 3.474.216,71 euro voor de totale projectperiode, waarvan 1.289.938,10 euro voor 2021 en 1.289.938,10 euro voor 2022.
| Dienst* | Maatgericht Activeringscentrum | Werk | Werk |
| Budgetplaats | D391000 | 352160000 | 352160000 |
| Categorie* | Exploitatie | Exploitatie | Exploitatie |
| Subsidiecode | ESF.MAG2 | ESF.MAG | ESF.MAG |
| 2021 | 453.276,60 | 619.819,43 | 216.842,17 |
| 2022 | 453.276,60 | 619.819,43 | 216.842,17 |
| Totaal | 906.553,20 |
1.239.638,86 | 433.684,34 |
| Dienst* | Maatgericht Activeringscentrum | Werk | Werk |
| Budgetplaats | D391000 | 352160000 | 352160000 |
| Categorie* | Exploitatie | Exploitatie | Exploitatie |
| Subsidiecode | ESF.MAG2 | ESF.MAG | ESF.MAG |
| 2021 | 453.276,60 | 619.819,43 | 216.842,17 |
| 2022 | 453.276,60 | 619.819,43 | 216.842,17 |
| Totaal | 906.553,20 |
1.239.638,86 | 433.684,34 |
Keurt goed het addendum bij de projectovereenkomst voor Mobiel Arbeidsteam met het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement WSE, Afdeling ESF en duurzaam ondernemen, dat de uitbreiding en verlenging van het project tot 31 december 2022 regelt, zoals gevoegd in bijlage.
Keurt goed het addendum bij de publieke samenwerkingsovereenkomst met VDAB met betrekking tot de cofinanciering van Mobiel Arbeidsteam Gent, zoals gevoegd in bijlage.
Keurt goed het addendum bij de partnerovereenkomst voor de uitvoering van het project Mobiel Arbeidsteam met OCMW Gent, vzw Compaan, vzw Groep Intro, vzw De Sloep, vzw CAW Oost-Vlaanderen, vzw JES, vzw Jong, vzw Weerkracht en vzw TOPunt Gent, in functie van de uitbreiding en verlenging van het project tot 31 december 2022, zoals gevoegd in bijlage.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 41, 5°.
Het Algemeen Ziekenhuis Jan Palfijn AV heeft zich akkoord verklaard om de groene aangelanden van het ziekenhuis open te stellen voor de buurt en in beheer te geven aan de Groendienst van de Stad Gent.
Vandaag wordt deze groenzone in de praktijk reeds gebruikt door patiënten en zorgverleners van het ziekenhuis, buurtbewoners en scholieren uit de directe omgeving. De groenbehoefte in de omgeving van de site is groot en de Stad Gent is actief op zoek naar private groenzones die kunnen omgevormd worden naar publiek toegankelijke wijkparken, om zo de groennorm te behalen (wijkpark op 400m van iedere woning in Gent, woongroen op 150m van iedere woning). Om die reden zijn AZ Jan Palfijn en de Groendienst tot een overeenkomst gekomen wat betreft inrichting, openstelling en beheer van deze semi-private groenzone.
Tussen 2017 en 2020 zorgde de Stad al voor een gedeeltelijke herinrichting en het beheer van de groenzone. Het AZ Jan Palfijn AV is verantwoordelijk voor het beheer van de bestaande (paden)infrastructuur en het weghalen van afval / legen van de afvalkorven in de directe omgeving van het ziekenhuis, zoals aangeduid op het plan binnen de overeenkomst in bijlage.
De totale beheerkost ten laste van het AZ Jan Palfijn AV bedraagt jaarlijks € 35.474,42 en wordt jaarlijks met 2 % geïndexeerd, conform de door de Stad gerekende gevolgkosten voor groenonderhoud. Deze beheerkost wordt jaarlijks uitbetaald aan de Stad.
De beheerovereenkomst legt de rechten en verplichtingen in hoofde van de Stad Gent en het AZ Jan Palfijn AV vast met betrekking tot de inrichting, beheer, onderhoud en openstelling van de terrein rond het ziekenhuis. De goedkeuring van deze overeenkomst is noodzakelijk om het beheer en het gebruik van dit terrein door beide partijen mogelijk te maken.
| Dienst* | Groendienst | ||
| Budgetplaats | 342300000 |
||
| Categorie* | E | ||
| Subsidiecode | Niet-relevant | ||
| 2021 | 35.474,42 | ||
| 2022 | 36.183,91 | ||
| 2023 | 36.907,58 |
||
| 2024 | 37.645,74 |
||
| 2025 | 38.398,65 |
||
| 2026 | 39.166,63 |
||
| Later | 164.658,07 | ||
| Totaal | 388.435,00 |
Keurt goed de Samenwerkingsovereenkomst met AZ Jan Palfijn AV, Watersportlaan 5, 9000 Gent voor Terreinen AZ Jan Palfijn AV zoals gevoegd in bijlage.
De Stad Gent wil de komende jaren stevig inzetten op het uitbreiden van het jeugd(welzijns)werk met focus op kinderen en jongeren in kwetsbare situaties, en lanceerde daarom in september 2020 een 'Open Call Jeugd(welzijns)werk'.
De Open Call bevatte 7 (sub-)categorieën waarvoor organisaties zich kandidaat konden stellen:
Organisaties konden tot en met 4 oktober 2020 een dossier indienen. Op 7 en 8 oktober vonden de jury's plaats. In zitting van 22 oktober 2020 gaf het college van burgemeester en schepenen de Jeugddienst het mandaat om gesprekken te voeren met een aantal geselecteerde organisaties om subsidieovereenkomsten voor 2021 - 2023 af te sluiten. Eén van de geselecteerde organisaties binnen categorie 3 was vzw Voetbal in de Stad, voor een vrijetijdsaanbod door de KAA Gent Foundation aan de Watersportbaan.
De subsidie bedraagt 27.000 euro per jaar, en wordt jaarlijks geïndexeerd met 2,51 %. De werking loopt van 01/01/2021 tot 31/12/2023.
Op 23 juni 2020 keurde de gemeenteraad de subsidieovereenkomst voor de werking van de KAA Gent Foundation voor werkingsjaren 2020 - 2025 met KAA Gent cvba so en vzw Voetbal in de Stad, beiden met maatschappelijke zetel Ottergemsesteenweg Zuid 808, 9000 Gent, goed. Het huidige addendum is hier een aanvulling op.
Aan de omschrijving (artikel 1) wordt het volgende toegevoegd: 'Het realiseren van een kwalitatief vrijetijdsaanbod in de wijk Watersportbaan door middel van een sociaal-sportieve methodiek.' De looptijd gaat van 01/01/2021 tot en met 31/12/2023.
Aan de initiële prestaties (artikel 2) worden drie prestaties met indicatoren toegevoegd:
Dienst | Jeugddienst |
budgetplaats | 3406300KG |
budgetpositie | 6491000 |
categorie | E subsidies |
subsidiecode | NIET_RELEVANT |
2021 | 24.300 euro |
2022 | 27.609,93 euro |
2023 | 28.302,94 euro |
2024 | 2.837,24 euro |
Totaal | 83.050,11 euro |
| Dienst* | |||
| Budgetplaats | |||
| Categorie* | |||
| Subsidiecode | |||
| 2020 | |||
| 2021 | |||
| 2022 | |||
| 2023 | |||
| 2024 | |||
| 2025 | |||
| Later | |||
| Totaal |
De evaluatie van het project integrale aanpak problematiek jongeren met Intra-Europese migratie-achtergrond (2016-2019) leert dat de opdracht van specifieke hulpverlening niet bij de lokale overheid ligt. Wel beschikt de stad over de mogelijkheden om bij te dragen tot stabiliteit in de levensomstandigheden van precaire doelgroepen en tot het creëren van ruimte voor hulpverlening in die leefwerelden. Als stad realiseren we die verbinding met hulpverlening door het creëren van veilige, warme plekken (“safe spaces”) zowel in de fysieke ruimte (via huur en inrichting van een plek) als in de sociale ruimte (via prestaties voor begeleiding en/of vorming door derden).
Binnen die doelgroep van jongeren in precaire situaties blijken autochtone jongeren in generatiearmoede, levend met een inkomen onder de armoedegrens, vaak dak- en thuisloos en vaak met een instellingsverleden bijzondere aandacht te vragen. Ze krijgen moeilijk aansluiting bij het reguliere vrijetijdsaanbod, een sociaal netwerk en de arbeidsmarkt.
Als rust- en activeringsplek (“safe space”), specifiek gericht op deze autochtone jongeren in generatiearmoede, biedt een actie van Jongerenonthaal een antwoord. De jeugdwelzijnswerker, present in de leefwereld van de jongeren in het bijzonder op de safe spaces ondersteunt de jongeren op verschillende levensdomeinen om hen weerbaarder en sterker te maken in hun eigen positie in de maatschappij. De jeugdwelzijnswerker zal hierbij de 4 functies van kwalitatief jeugdwelzijnswerk vervullen.
De deelwerking Jong Gent in Actie (JGIA) van vzw BMLIK zal dit Jongerenonthaal realiseren.
JGIA bereikte met hun Jongerenonthaal, gestart tijdens de eerste lockdown van de coronacrisis in het voorjaar van 2020, een 50-tal jongeren, waarvan een flink aantal in meer precaire leefsituaties. De grootste groep jongeren verblijft wel nog bij ouders of voogd, doch in een context van (door corona) toenemende armoede. Een ander belangrijk deel van hun jongeren zijn dak- en thuisloos of hebben een instellingsverleden.
Met het Jongerenonthaal realiseert JGIA twee onthaal- en ontmoetingsmomenten per week. Met de gerichte subsidie voor het Jongerenonthaal garanderen we de (logistieke) organisatie van deze ontmoetingsmomenten, de ondersteuning van jongeren door een jeugdwelzijnswerker op die momenten en de samenwerking hierrond met andere partners zoals vzw LEJO, Jeugdstraathoekwerk, Schoolspotters en vzw JONG.
Op 17 februari 2020 keurde de gemeenteraad de subsidieovereenkomst voor uitbouwen dialoog mensen en jongeren in armoede, verbreden doelgroep en deelname aan het praktijkonderzoek traject middenveld - werkingsjaren 2020-2022 - met de Beweging voor Mensen met een Laag Inkomen en Kinderen (BMLIK), vzw, Nieuwe bosstraat 3, 9000 Gent goed. Het huidige addendum is hier een aanvulling op.
In de omschrijving van de actie en de prestaties zoals vermeld in artikel 2, prestatie 5 (“vrijetijdsaanbod”) van de basisovereenkomst worden extra prestaties voor de realisatie van “safe space” voor precaire jongeren via kwalitatief jeugdwelzijnswerk toegevoegd.
Het addendum gaat in op 01/01/2021 en eindigt op 31/12/2021.
Dienst | Jeugddienst | Dienst Outreachend werken | Totaal |
budgetplaats | 3405400JG
| 35013IE00 |
|
budgetpositie | 6491000 | 6491000 |
|
categorie | E subsidies | E subsidies |
|
subsidiecode | NIET_RELEVANT | NIET_RELEVANT |
|
2021 | 9.000 euro | 13.500 euro | 22.500 euro |
2022 | 1.000 euro | 1.500 euro | 2.500 euro |
Totaal | 10.000 euro | 15.000 | 25.000 euro |
| Dienst* | |||
| Budgetplaats | |||
| Categorie* | |||
| Subsidiecode | |||
| 2020 | |||
| 2021 | |||
| 2022 | |||
| 2023 | |||
| 2024 | |||
| 2025 | |||
| Later | |||
| Totaal |
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 77.
De Stad Gent gelooft sterk in internationale samenwerking en is op verschillende manieren actief op het internationale toneel door onder meer deelname aan internationale netwerken, door tijdelijke projectsamenwerking via bijvoorbeeld Europese subsidieprogramma’s en door het onderhouden van bilaterale partnerschappen met verschillende steden in de wereld. De Stad Gent heeft 7 officiële zustersteden (Saint-Raphaël in Frankrijk, Wiesbaden en Melle in Duitsland, Kanazawa in Japan, Tallinn in Estland, Mohammedia in Marokko en Nottingham in het VK) en 5 officiële partnersteden (Burgas in Bulgarije, Gdansk in Polen, Weihai en Taizhou in China en Luik in België). De trend van verzusteringen kwam vooral op na WO II bij de uitbouw van de Europese samenwerking. Vele steden volgden deze trend en er ontstonden een veelheid aan stedelijke partnerschappen over heel de wereld. De laatste decennia is de focus in de internationale samenwerking veranderd en worden verschillende trends geconstateerd zoals onder meer de evolutie van een generalistische naar een meer specifieke samenwerking, van een bilaterale naar een multilaterale samenwerking en van open ended naar tijdsgebonden. De evoluties in de stedelijke samenwerkingsverbanden van de Stad Gent bevestigen die trends. De werking van de zustersteden ligt, op enkele steden na, zo goed als stil. Met de actieve zustersteden zijn concrete samenwerkingsakkoorden afgesloten. Bilaterale partnerschappen ontstaan enkel nog op basis van een in de tijd afgebakend samenwerkingsakkoord met concrete doelstellingen en er wordt meer en meer ingezet op internationale en Europese netwerken en tijdelijke projectsamenwerking binnen voornamelijk Europese subsidieprogramma’s. Deze evoluties volgend is de tijd rijp om de huidige samenwerkingen met de Gentse zuster- en partnersteden onder de loep te nemen en keuzes te maken in hoe we deze partnerschappen verder zien evolueren.
De Dienst Internationale Relaties en Netwerken heeft in 2019 de bestaande bilaterale partnerschappen met buitenlandse steden geëvalueerd op basis van hun graad van belang en hun graad van activiteit wat uitmondde in een afwegingskader met criteria. Op basis van deze oefening is een visienota rond bilaterale partnerschappen met buitenlandse steden uitgewerkt met als doel om de principes tot formele bilaterale partnerschappen met andere steden te optimaliseren en een stadsbrede werkwijze af te spreken, en dit zowel voor bestaande relaties als voor toekomstige.
Deze visienota (in bijlage) is goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen en het vast bureau op de collegezitting van 11 juni 2020, waarbij tevens goedkeuring werd gegeven om in een volgende stap, na bespreking van de Beleidsnota Internationale Samenwerking op de commissie, een concreet voorstel van vervolgstappen per bestaand bilateraal partnerschap ter goedkeuring voor te leggen aan de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn.
Volgens deze visie rond bilaterale partnerschappen opteren we voor een beperkt aantal formele partnerschappen die duidelijk bijdragen aan de uitvoering van het strategisch meerjarenplan. Een van de voornaamste uitgangspunten is dat de Stad Gent geen voorstander is om nieuwe bilaterale partnerschappen aan te gaan en dat de voorkeur is om het aantal reeds bestaande partnerschappen te verminderen of effectiever te maken, en bovenal zoveel mogelijk in te zetten op internationale netwerking en projectwerking via onder meer Europese subsidieprogramma’s. Voor nieuwe aanvragen is een beslisboom uitgewerkt waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen partnerschappen binnen en buiten Europa gezien er buiten Europa minder mogelijkheden zijn om relaties te onderhouden via Europese subsidieprojecten of via internationale netwerken waarbinnen de Stad Gent actief is zoals het EUROCITIES-netwerk. Met Europese steden zal in principe geen bilateraal partnerschap meer afgesloten worden.
Het verminderen of effectiever maken van de bestaande bilaterale partnerschappen gaan we realiseren door:
Zoals reeds aangegeven heeft de Stad Gent 7 officiële zustersteden en 5 officiële partnersteden. De Dienst Internationale Relaties en Netwerken heeft deze relaties geëvalueerd aan de hand van een uitgewerkt afwegingskader met criteria waarvan de resultaten, die in kaart brengen welk partnerschap nog een meerwaarde heeft en welk niet of minder, terug te vinden zijn in bijlage van de visienota.
De evaluatie van de bestaande partnerschappen in combinatie met de voornaamste principes uit de visienota zorgen voor volgende vervolgstappen in de relaties met de zuster- en partnersteden:
In bijna alle gevallen zal het partnerschap meestal direct ofwel na evaluatie van het lopende MoU (Memorandum of Understanding/Memorandum van Overeenstemming) stopgezet worden. Binnen Europa willen we de actievere relaties met Tallinn, Gdansk en Wiesbaden heroriënteren naar samenwerking binnen Europese netwerken, voornamelijk EUROCITIES, en binnen Europese subsidieprojecten. De minder of niet-actieve relaties willen we uitdoven en formeel stopzetten en enkel waar opportuun nog heroriënteren. Buiten Europa behouden we die bilaterale partnerschappen die een duidelijke meerwaarde hebben en enkel de Japanse zusterstad Kanazawa heeft momenteel een eerste toets doorstaan.
De zuster- en partnersteden zullen officieel op de hoogte gebracht worden via een officieel schrijven waarin de beslissing van de Stad Gent wordt gekaderd en per partner mogelijke andere manieren van samenwerking worden aangebracht met een voorkeur voor netwerking en projectwerking. Waar mogelijk wordt het officieel schrijven overhandigd en geduid tijdens een bilateraal gesprek tussen de burgemeesters.
Keurt goed volgende vervolgstappen voor de bestaande bilaterale partnerschappen:
Stad Gent zet in op hulpverlening aan zelfstandigen. Zo zette de Werkgroep Zelfstandigen de laatste jaren veel in op hulpverlening aan zelfstandigen, meer specifiek aan zelfstandigen in moeilijkheden.
Het argument dat zelfstandigen eerst hun economische activiteit stop moeten zetten vooraleer er een recht is op financiële steun (leefloon of equivalent leefloon), was te weinig genuanceerd. Van dit principe werd soms wel al afgeweken, doch dit diende steeds bij bijzonder verzoek aan het Bijzonder Comité Sociale Dienstverlening te worden voorgelegd.
Door het uitwerken van een nieuw standpunt rond financiële steun aan ondernemers in moeilijkheden, kwam de werkgroep tot de vaststelling dat vzw Dyzo een heel belangrijke rol kon spelen.
Voor de toekenning van financiële steun is het huidig algemeen uitgangspunt dat:
Stad Gent en OCMW Gent wensen door de samenwerking met vzw Dyzo, Willebroekkaai 37 te 1000 Brussel, aan alle Gentse ondernemers in moeilijkheden de mogelijkheid te bieden zich te laten begeleiden door vzw Dyzo. Deze organisatie verleent advies aan ondernemers in moeilijkheden en begeleidt hen. Vzw Dyzo doet dit door begeleiding op maat van ondernemers (individueel of samen met een tussenpersoon bv. OCMW), door ondersteuning van tussenpersonen (bv. via organiseren van vormingen voor OCMW’s of door adviesverlening aan OCMW’s via haar helpdesk), door studie van het doelpubliek en door sensibilisering van de maatschappij. Op deze manier wordt er aandacht besteed aan de keerzijde van de medaille, namelijk dat ondernemers ook moeilijkheden kunnen ondervinden.
Gelet op al deze elementen werkte de werkgroep een algemeen kader uit voor hulpverlening aan zelfstandigen in moeilijkheden en werd er een samenwerkingsovereenkomst afgesloten tussen vzw Dyzo enerzijds, en OCMW Gent en Stad Gent anderzijds voor ‘Hulpverlening aan zelfstandigen in moeilijkheden’. Deze overeenkomst werd goedgekeurd op de raad voor maatschappelijk welzijn van 8 september 2016. De samenwerking startte op 1 juli 2016 en werd gecontinueerd tot 31 december 2020.
De samenwerking met vzw Dyzo verliep ook in 2019 positief. De evaluatie van werkingsjaar 2019 is in bijlage toegevoegd. De nood aan deze hulpverlening blijft bovendien hoog. Er wordt daarom een nieuwe subsidieovereenkomst afgesloten met vzw Dyzo, Willebroekkaai 37, 1000 Brussel, voor de duur van één jaar met ingang vanaf 1 januari 2021.
| Dienst* | Dienst Economie | Juridische Dienst |
| Budgetplaats | 354090000 | B11110000 |
| Categorie* | 6491000 | 6491000 |
| Subsidiecode | / | / |
| 2021 | 8.221,95 euro | 8.221,95 euro |
| 2022 | 913,55 euro | 913,55 euro |
| Totaal | 9.135,5 euro | 9.135,5 euro |
| Dienst* | |||
| Budgetplaats | |||
| Categorie* | |||
| Subsidiecode | |||
| 2020 | |||
| 2021 | |||
| 2022 | |||
| 2023 | |||
| 2024 | |||
| 2025 | |||
| Later | |||
| Totaal |
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt dat de notulen door de algemeen directeur worden opgesteld en dat die notulen in de eerstvolgende vergadering ter goedkeuring moeten worden voorgelegd.
Elk lid van de vergadering heeft het recht tijdens de vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen van de vorige vergadering. Als die opmerkingen worden aangenomen, worden de notulen in die zin aangepast.
Keurt de notulen goed van de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn van 14 december 2020.