Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het Decreet lokale besturen van 22 december 2017, artikel 56.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Stad Gent heeft een aanvraag (OMV_2020161897) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 30 november 2020.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:
• Onderwerp: de aanleg van buurtpark Reigersparkje en het rooien van bomen
• Adres: Reigerstraat, 9000 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 9 sectie I nrs. 630M, 630K en 630N
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 22 december 2020.
De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 2 februari 2021.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag heeft betrekking op de aanleg van het buurtpark ‘Reigerspark’ in de zuidelijke stationsbuurt. Het toekomstig buurtpark ligt in een binnengebied van ongeveer 2240 m² groot dat omgeven wordt door eengezinswoningen langs de Reigerstraat en de Ganzendries. Aan de achterzijde van het binnengebied ligt het Lucernacollege. Het binnengebied bestaat uit struiken, bomen en enkele graszones. Het binnengebied is bereikbaar via de Reigerstraat.
Het doel van de aanvraag is het omvormen van het binnengebied tot een buurtpark. Er komt een ontmoetingspleintje aan de inkom Reigerstraat, een wandellus in het park, enkele
klim- en klauterelementen, een buitenklasje en zitmeubilair. Er zal een bijkomende toegang tot het park gecreëerd worden over de terreinen van het Lucernacollege richting de Ganzendries.
Om de aanleg van het park mogelijk te maken moeten 6 Italiaanse populieren en 5 esdoorns gerooid worden.
2. HISTORIEK
Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het betrokken goed.
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Overeenkomstig artikel 35 van het omgevingsvergunningsbesluit zijn er geen externe adviezen vereist.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in woongebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.
Het project ligt in het voorlopig vastgesteld gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'THEMATISCH RUP GROEN' (voorlopig vastgesteld door de Gemeenteraad op 29 september 2020) en is bestemd als een zone voor park. Deze zone is bestemd voor de instandhouding, het herstel en de ontwikkeling van parken. De parken hebben een ontmoetingsfunctie. Alle vormen van recreatief medegebruik zijn toegelaten voor zover ze de parkfunctie niet in het gedrang brengen.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
4.3. Verordeningen
Algemeen bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het algemeen bouwreglement, stedenbouwkundige verordening van de stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en gewijzigd bij besluiten van de deputatie van 29 mei 2008, 23 oktober 2008, 19 augustus 2010, 4 oktober 2012 en 17 juli 2014, zevende wijziging van kracht op 20 december 2020.
Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (zie waterparagraaf).
Gewestelijke verordening toegankelijkheid
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.
Gewestelijke verordening voetgangersverkeer
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997 houdende vaststelling van een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
5. WATERPARAGRAAF
Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied. De gevraagde verhardingen zijn grotendeels waterdoorlatend. Circa 56 m² van de verharding wordt niet waterdoorlatend aangelegd. De oppervlaktes zijn beperkt waardoor het hemelwater kan infiltreren in de grote groenzones errond. Bijgevolg kan in alle redelijkheid geoordeeld worden dat geen schadelijk effect op de waterhuishouding van dit gebied wordt veroorzaakt.
6. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig
7. BEKENDMAKING
De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.
8. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
De herinrichting van het binnengebied tot een buurtpark is aanvaardbaar. Het binnengebied behoudt zijn groen karakter maar wordt ook toegankelijk gemaakt als ontmoetingsplaats voor de buurt. Er worden verschillende ontmoetingsruimtes en speelzones toegevoegd. Het centrale parkgedeelte wordt als een bostuin ingericht. In de bossige zones wordt een bijkomende aanplant van bomen en heesters voorzien. De bomen worden afgeschermd met een lage kastanje omheining om betreding te voorkomen. De paden worden zoveel mogelijk in opbouw uitgewerkt om de impact op de wortels van de aanwezige bomen te beperken. In de bossige zone wordt het wandelpad vormgegeven als vlonderpad zodat men boven de kruidlaag wandelt.
Het ontwerpt vindt op deze manier een evenwicht tussen het behoud van de natuurwaarden die spontaan verder mogen ontwikkelen en het inbrengen van verschillende menselijke functies (buitenklas, kuierplaats, speelelementen),… Verder ontstaat er door het herinrichten een trage en groene wandelweg tussen de Ganzendries en de Reigerstraat wat een meerwaarde is voor de buurt.
De aanvraag is bijgevolg in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening.
CONCLUSIE
Gunstig, de aanvraag is in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Het college van burgemeester en schepenen verleent de omgevingsvergunning voor de aanleg van buurtpark Reigersparkje en het rooien van bomen aan Stad Gent gelegen te Reigerstraat, 9000 Gent.