Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 1.
In zitting van 13 december 2018 respectievelijk 17 december 2018 keurde de raad voor maatschappelijk welzijn respectievelijk de gemeenteraad een nieuwe versie goed van het kader rond de beleggingen en financieringen van het OCMW Gent respectievelijk de Stad Gent.
Het kader rond de beleggingen van de pensioenreserves is voor beide entiteiten identiek. Wat betreft de beleggingen op korte termijn en de financieringen zijn er enkele kleine verschillen in de rubrieken rond de beslissingscriteria en de limieten.
Op het gebied van de beleggingen op korte termijn en de financieringen van de Stad en het OCMW is er nood aan een gemeenschappelijk kader (cfr. ook de geconsolideerde beleidsrapportering voor de Stad en het OCMW waarbij de beoordeling van het financieel evenwicht gebeurt op het niveau van beide rechtspersonen samen).
Voor het OCMW gelden in het nieuwe gemeenschappelijke kader rond de beleggingen op korte termijn dezelfde criteria en limieten die al bestonden in het kader van de Stad Gent. De limieten worden wel berekend op de geconsolideerde thesaurievoorraad van de Stad en het OCMW samen.
Voor de beleggingen van de pensioenreserves van de Stad en het OCMW wordt op vandaag het volgende duurzaamheidsbeleid gevolgd:
Een aanpassing van het huidige kader voor de pensioenreserves is nodig omwille van volgende redenen:
1°) het op vandaag reeds toegepaste algemene uitsluitingsbeleid voor bedrijven wat betreft de omstreden activiteiten is nog niet opgenomen als criterium. Nieuw hierbij is dat de kwaliteitsstandaard van Febelfin als minimumnorm wordt opgelegd;
2°) in de lijn met het bestuursakkoord kiest de Stad ervoor om het fossielvrije beleid door te trekken naar alle beleggingen van haar pensioenreserves en om tegen eind 2023 volledig fossielvrij te zijn. Er wordt opgemerkt dat het fossielvrije beleid niet van toepassing is op de strategische participaties (financieel vaste activa) in bedrijven die een opdracht van publiek belang uitvoeren.
3°) in het bestaande kader werd als hoofddoelstelling nog niet expliciet vermeld het beogen van beleggingen met een maximale duurzaamheidsimpact, hetgeen impliceert dat het te volgen duurzaamheidsbeleid een combinatie moet zijn van een negatieve benadering (cfr. algemeen uitsluitingsbeleid en specifiek fossielvrij-uitsluitingsbeleid) met een positieve benadering (via o.a. een 'best-in-class'-beleid).
Het nieuwe duurzaamheidsbeleid voor de beleggingen van de pensioenreserves resulteert in volgende nieuwe duurzaamheidscriteria:
Er moet gekozen worden voor duurzaamheidsstrategieën met een maximale duurzaamheidsimpact, d.i. een combinatie van een negatieve benadering (via een uitsluitingsbeleid) met een positieve benadering (via o.a. een ‘best-in-class’-beleid).
Specifiek wat het klimaat betreft, betekent dit beleggingen met een zo laag mogelijke CO2-voetafdruk en een insluiting van bedrijven die investeren in hernieuwbare en duurzame energie, in lijn met de objectieven van de klimaatakkoorden van de Verenigde Naties.
Voor de bedrijven geldt volgend uitsluitingsbeleid:
1) een algemene uitsluiting indien niet voldaan wordt aan de 10 principes van het ‘Global Compact’ van de Verenigde Naties, en indien niet minimaal aan de principes wordt voldaan zoals opgelegd door de kwaliteitsstandaard van Febelfin in het geval van omstreden activiteiten. Meer concreet betreft dit een uitsluiting op het gebied van onder andere: mensenrechten, arbeidsrechten, milieu, anti-corruptie, bewapening (incl. mijnbouw), tabak, alcohol, bont, porno, kansspelen, thermische steenkoolwinning, conventionele en niet-conventionele olie -en gaswinning en niet-hernieuwbare en niet-duurzame elektriciteitsproductie.
2) een specifieke sectoruitsluiting omwille van het fossielvrije beleid:
Bedrijven met fossiele brandstofreserves;
bedrijven die zoeken naar kolen, olie en gas of ze boven halen, behandelen, raffineren of vervoeren;
bedrijven die investeren in ‘utilities’ die fossiele brandstoffen gebruiken om elektriciteit te produceren
worden uitgesloten, zelfs indien ze groene obligaties uitgeven.
Richtdatum voor de volledige omzetting naar een fossielvrije beleggingsportefeuille is uiterlijk eind 2023.
Om de impact van het duurzame beleggingsbeleid te beoordelen zal de vermogensbeheerder naast een financiële rapportering ook een specifieke duurzaamheidsrapportering dienen aan te leveren. Deze nieuwe duurzaamheidsrapporteringen zullen ook trimestrieel ter kennisneming worden voorgelegd aan het college/vast bureau. De vermogensbeheerder zal de Stad bovendien ook transparantie moeten bieden tot op niveau van de onderliggende posities van de bedrijven.
Bovendien wordt ook een nieuw financieel duurzaamheidscomité opgericht dat adviserend optreedt ten aanzien van het financieel comité. Dit comité is samengesteld uit interne leden (een medewerker van de Dienst Milieu en Klimaat, een medewerker van Strategische Coördinatie en medewerkers van het Departement Financiën) en externe leden (een vertegenwoordiger van de Universiteit Gent en een onafhankelijke expert in duurzaam beleggen). In dit comité zitten geen politieke vertegenwoordigers. Het comité heeft onder andere volgende taken:
- in samenspraak met de vermogensbeheerder, het uitwerken van de nieuw opgelegde duurzaamheidsrapporteringen via dewelke zal kunnen nagegaan worden welke de duurzaamheidsimpact is van het beleggingsbeleid en nagaan in welke mate kan bijgedragen worden aan de algemene duurzaamheidsdoelstellingen van de Stad;
- het periodiek aftoetsen van de duurzame beleggingscriteria met het algemene duurzaamheidsbeleid van de Stad en specifiek wat betreft de algemene uitsluitingscriteria voor bedrijven, nagaan in hoeverre een bijkomende 100%-uitsluiting mogelijk is voor bepaalde sectoren. Dit kan dan eventueel aanleiding geven tot een aanpassing van het kader.
Een bijkomende opdracht voor dit nieuwe financieel duurzaamheidscomité is nagaan welke de mogelijkheden zijn om financiële instellingen (i.c. banken en vermogensbeheerders) in hun geheel te beoordelen op het gebied van duurzaamheid.
Het Departement Financiën zal ook onderzoeken in welke mate duurzame investeringsprojecten kunnen gefinancierd worden via een specifieke duurzame of groene financiering.
Over beide zaken zal een advies verleend worden aan het college van burgemeester en schepenen en vast bureau.
Heft op het kader rond de beleggingen en financieringen van de Stad Gent, laatst goedgekeurd in zitting van 17 december 2018.
Keurt goed het kader rond de beleggingen en financieringen van de Stad en het OCMW Gent, zoals in bijlage gevoegd.