Het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn, artikel 154 & 155
Artikel 154 van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn luidt als volgt:
Volgende kosten die de raadsleden maken die verband houden met de uitoefening van hun mandaat en die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun mandaat kunnen worden teruggevorderd:
1° de kosten voor de opvang van kinderen, ouderen, zieken, gehandicapte of hulpbehoevende inwonende gezinsleden, gemaakt om te kunnen deelnemen aan de vergaderingen van de gemeenteraad en gemeenteraadscommissies, voor zover deze 6 euro per uur niet overstijgen. Dit bedrag wordt gekoppeld aan de gezondheidsindex.
2° de kosten voor gespecialiseerde personele assistentie van raadsleden met een handicap noodzakelijk om volwaardig hun mandaat te kunnen uitoefenen, meer bepaald voor assistentie tijdens:
a) de vergaderingen zoals opgesomd in art. 151
b) werkbezoeken en vorming in het kader van de gemeenteraad
c) activiteiten die betrekking hebben op politiek overleg, meer bepaald overleg met medewerkers, overleg met andere fracties en kabinetten
d) activiteiten die betrekking hebben op de functie als gemeenteraadslid binnen de partijstructuur
e) externe activiteiten, zoals debatten, optredens als gastspreker, waaraan wordt deelgenomen in de hoedanigheid van gemeenteraadslid.
Deze kosten kunnen enkel worden aanvaard indien het raadslid hiervoor geen tussenkomst kan genieten van andere instanties en bovendien slechts in de mate dat deze kosten zonder de uitoefening van het ambt niet zouden worden gedaan.
Onder de volgende voorwaarden kunnen ook de kosten bij annulering van opdrachten worden teruggevorderd:
a) bij annulering meer dan 24 uren voor de opdracht wordt geen vergoeding uitbetaald
b) bij annulering minder dan 24 uren voor de opdracht wordt, overeenkomstig de modaliteiten, per uur voorziene opdracht de kosten van één personele assistentie betaald, dit met een maximum van vier uren.
Het zelf beslissen om niet aan een geplande vergadering deel te nemen mag geen grond zijn voor een vergoeding behoudens
De totale uitgave in 2020 voor de kosten voor de opvang onder 1° bedraagt € 280,00
De totale uitgave in 2020 voor de kosten voor gespecialiseerde personele assistentie van raadsleden onder 2° bedraagt € 202,40.
Overeenkomstig artikel 35, § 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 2018 houdende de bezoldigingsregeling van de lokale mandataris moet jaarlijks een gedetailleerd verslag worden gemaakt van de terugbetaling van de kosten van de raadsleden. Dit werd eveneens opgenomen in het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn (art.155).
Neemt kennis van het verslag van de specifieke kosten die verband houden met de uitoefening van het mandaat van gemeenteraadslid in 2020.